<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR8288_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Uitwegen gemeente Zaanstad 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2008 nr. 46</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Uitwegen gemeente Zaanstad 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht Titel 4.3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verkeer, vervoer en waterstaat</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels Uitwegen Gemeente Zaanstad 2008 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>1.	AANVRAAG UITWEGVERGUNNING</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>1.1 Inleiding</label></kop><al>Voorliggende notitie behandelt een uitwerking van criteria voor vergunningverlening van uitwegvergunningen. Deze notitie heeft als doel een eenduidig beleidskader te hebben bij het beoordelen van aanvragen voor vergunningen.</al><al>Onder de ‘uitweg’, wordt in deze beleidsnotitie ‘uitritten’, ‘inritten’ en ‘opritten’ verstaan. Daarnaast wordt in deze notitie enkel een uitweg behandeld naar ‘bestemmingen’ (bijvoorbeeld woningen en bedrijven). Inritconstructies op kruispunten van wegen, bijvoorbeeld in 30 km zones, vallen niet onder deze notitie. Bij de breedte van een uitweg is voor de vergunningverlening van belang de breedte van het gedeelte dat grenst aan de openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>1.2 	Relatie van de uitwegvergunning met andere vergunningen</label></kop><al>Opgemerkt wordt dat in nieuw- of verbouwsituaties bij de bouwvergunning bekeken dient te worden of een uitwegvergunning volgens de regels mogelijk is. Er dient voorkomen te worden dat de gemeente Zaanstad ‘moreel’ verplicht is tot het verlenen van een uitwegvergunning welke niet aan de beleidsregels voldoet, omdat ze immers een bouwvergunning heeft afgegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>1.3 	Wettelijke grondslag uitwegvergunning</label></kop><al>Op grond van artikel 14 van de Wegenwet moet de eigenaar van een weg het uitwegen hierop in beginsel gedogen. Ten einde de bruikbaarheid van de weg te waarborgen is het toegestaan een vergunning te eisen en via voorschriften de wijze waarop wordt uitgeweegd te regelen. Deze regeling is opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Zaanstad (APV). </al><al>Artikel 2.1.5.3 van de APV Maken, veranderen van een uitweg.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>de bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement van toepassing is.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>2.	BEGRIPSBEPALINGEN</label></kop><al>Wegcategorisering kent een beperkt aantal wegtypen om duidelijkheid voor de weggebruiker te creëren. Doel is dat de weggebruiker weet op welk type hij / zij zich bevindt (door de essentiële herkenbaarheidkenmerken) en welk gedrag hier van hem / haar verwacht wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>2.1	Stroomwegen (alleen Buiten de Bebouwde Kom)</label></kop><al>De primaire functie van een stroomweg is het verkeer zo snel mogelijk van streek  A naar streek B te brengen. Het betreft met name lange afstandsverkeer, maar ook regionaal verkeer kan via een stroomweg worden afgewikkeld. Kenmerken van een stroomweg zijn onder andere de hoge intensiteiten en een hoge maximumsnelheid. In de praktijk betreft het autosnelwegen en autowegen. Het snelheidsregime is 100 of 120 km/u. Langzaam verkeer mag geen gebruik maken van dit type weg. Dit type weg kent geen erfaansluitingen. Slechts voor functies als benzinestation en rustplaats worden middels uit- en invoegwegen aansluitingen toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>2.2	Gebiedsontsluitingswegen (G.O.W)</label></kop><al>Dit type weg is bedoeld om verkeersstromen vanuit de diverse gebieden te bundelen en verbindingen te bieden naar kerngebieden, naburige kernen of stroomwegen. In de praktijk betreffen stroomwegen vooral provinciale wegen en gemeentelijke hoofdwegen. In de Zaanse Categorisering worden 4 typen ontsluitingsweg onderscheiden:</al></artikel><artikel><kop><label>2.1.1	Gebiedsontsluitingsweg Buiten de Bebouwde Kom (GOW Bubeko)</label></kop><al>Dit zijn voor het merendeel provinciale wegen, rijsnelheid op hoofdrijbaan 80 km /u. Fietsen en bromfietsen niet op de hoofdrijbaan, dus op parallelweg c.q. fietspad. Bij uitzondering zijn erfaansluitingen toegestaan. Hierbij hoort dan een specifieke verkeersveilige vormgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>2.1.2	Gebiedontsluiting A Binnen de Bebouwde Kom (GOW A Bibeko)</label></kop><al>Doorgaande wegen van het gemeentelijk hoofdwegennet. Rijsnelheid 70 km/u of 50 km/u, rijbaan 2x 1 rijstrook of 2x 2 rijstroken. Langzaam verkeer niet op de hoofdrijbaan, dus op parallelweg c.q. fietspad. Géén erfontsluitingen toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>2.1.3	Gebiedsontsluiting B Binnen de Bebouwde Kom (GOW B Bibeko)</label></kop><al>Wegen van het gemeentelijk hoofdwegennet. Rijsnelheid 50 km/u. Langzaam verkeer niet op de hoofdrijbaan, dus op de parallelweg c.q. fietspad. Slechts incidenteel erfontsluitingen toe te staan.</al></artikel><artikel><kop><label>2.1.4	Gebiedsontsluiting C Binnen de Bebouwde Kom (GOW C Bibeko)</label></kop><al>Verzamelwegen binnen een wijk dan wel naar een wijk voerend. Rijsnelheid &lt; 50 km/u. Langzaam verkeer maakt van dezelfde rijbaan gebruik als het gemotoriseerd verkeer. In het algemeen veel aanliggende bebouwing. Als enige van de Gebieds- ontsluitingswegen worden aan GOW C erfontsluitingen toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>2.3	Erftoegangsweg</label></kop><al>Dit type weg is vooral bedoeld voor het ontsluiten van erven, woningen, bedrijven en andere bestemmingen. Hier staat de verblijfsfunctie voorop. Een samenhangend netwerk van erftoegangswegen vormt een verblijfsgebied. Binnen de bebouwde kom geldt op deze wegen een snelheidsregime van bij voorkeur 30 km/u, eventueel  ondersteund met fysieke maatregelen. In sommige gevallen is ook 50 km/u mogelijk. Er is over het algemeen sprake van menging van auto’s en fietsen. </al><al>Buiten de bebouwde kom geldt op dit type wegen een snelheidsregime van 60 km/u.</al></artikel><artikel><kop><label>2.4	Parkeerplaats</label></kop><al>Een parkeerplaats is een ruimte geschikt om te parkeren, hetzij in een aangegeven parkeervak hetzij op een legale ruimte op de openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>3.	CRITERIA VERLENEN OF WEIGEREN UITWEGVERGUNNING</label></kop><al>Onderstaand wordt per weigeringsgrond uit de APV aangegeven welke criteria gehanteerd worden. De weigeringsgronden gelden voor alle uitwegen, tenzij anders vermeld.</al><al>De weigeringsgronden opgenomen in deze paragraaf gelden voor zowel uitwegen van woningen als voor uitwegen van bedrijven.</al></artikel><artikel><kop><label>3.1	De bruikbaarheid van de weg </label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="97*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op wegen welke in de wegcategorisering aangewezen zijn als erftoegangsweg is een uitweg mogelijk, indien er geen weigeringsgrond aanwezig is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op gebiedsontsluitingswegen is het vanuit Duurzaam Veilig niet wenselijk aansluitingen te hebben. Bij type Gebiedsontsluitingsweg C Binnen de Bebouwde kan en mag dat wel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitwegen op gebiedsontsluitingswegen kunnen waar mogelijk wel op parallelwegen aangesloten worden.  Als de bestaande wegenstructuur geen andere ontsluitingsmogelijkheid mogelijk maakt kan een uitzondering gemaakt worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Naast de onder lid 2 genoemde weigeringsgrond wordt een uitweg in ieder geval geweigerd, als er een of meerdere parkeerplaatsen moeten vervallen, terwijl er beperkt parkeerruimte in de straat of de omgeving aanwezig is.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>3.2	Het veilig en doelmatig gebruik van de weg</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>3.2.1	Uitwegen naar bedrijven en woningen</label></kop><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Vanuit een uitweg moet men voldoende zicht hebben op het te betreden wegvak, aangezien een veilige toetreding tot de openbare weg mogelijk moet zijn. Daarom zijn in ieder geval de volgende uitgangspunten gekozen:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>In aansluitbochten van kruispunten kan geen uitweg worden toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>Op 5 meter afstand vanaf de openbare weg (rijbaan, fietspad, trottoir of andere wegvoorziening) moet het verkeer (auto, fiets, voetganger en ander verkeer) op deze weg vanaf de oprit voldoende zichtbaar zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Per geval wordt de zichtbaarheid gecontroleerd door de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Vanuit de weg moet duidelijk herkenbaar zijn dat de uitweg leidt naar een privé-terrein. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De vormgeving van de aansluiting op het openbaar gebied en op de openbare weg wordt door de gemeente bepaald. Indien er twijfel bestaat over de herkenbaarheid van het private karakter van de uitweg geeft de gemeente ook bindende aanwijzingen mee voor de inrichting op het eigen terrein.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Uitwegen, waar ook vrachtverkeer van gebruik gaat maken, dienen slechts in voorwaartse richting bereden te worden. Als gevolg van deze voorwaarde stelt de gemeente nadere eisen ten aanzien van de inrichting van het eigen terrein om het keren op eigen terrein te kunnen garanderen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>3.2.2	Uitwegen van woningen</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien het gebruik van de openbare ruimte dat vereist en ook toelaat is bij woningen een uitweg toegestaan van maximaal 4.50 meter breed. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Indien het gebruik van de openbare ruimte dat vereist en ook toelaat is bij een gecombineerde uitweg van twee woningen een maximale breedte van 7.00  meter toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Er is één uitweg per woning toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>Het realiseren van een uitweg kan tot gevolg hebben dat de parkeermogelijkheden op de openbare weg worden beperkt. Daarom worden alleen in die gevallen de uitwegvergunningen verleend, indien de uitweg gebruikt wordt om het parkeren van twee of meerdere gemotoriseerde voertuigen op eigen terrein mogelijk te maken, maar niet in de voortuin (zie paragraaf 3.3 lid 1) en er maximaal één openbare parkeerplaats komt te vervallen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>De lengte van de parkeerplek dient op eigen terrein minimaal 5 m1 te zijn en het geparkeerde voertuig mag in geen geval uitsteken over de openbare weg (trottoir, fietspad, rijbaan of andere wegvoorziening) .</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>3.2.3	Uitwegen van bedrijven</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Bij bedrijven heeft een uitweg een breedte van 6 meter (personenverkeer) dan wel 8 meter (vrachtverkeer) met mogelijkheid van een maximale breedte van 12 meter bij  vrachtverkeer met oplegger en / of aanhanger.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De breedte is afhankelijk van het gebruik van de uitweg en de draaicirkel van een maatgevend voertuig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het keren en manoeuvreren van de voertuigen dient op eigen terrein te kunnen plaatsvinden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Bij grote bedrijfspercelen met een frontbreedte van meer dan 50 meter kunnen meerdere uitwegen toegestaan worden, waarbij het in lid 5 bepaalde geldt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Er kan echter per perceel maar maximaal één 12 meter brede uitweg toegestaan worden per 50 meter frontbreedte van het bedrijfsperceel en de onderlinge afstand tussen de diverse uitwegen dient tenminste 25 meter te bedragen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Bedrijven die een frontbreedte hebben van maximaal 50 meter kunnen volgens het onder lid 5 bepaalde maximaal één uitweg hebben. Echter 2 uitwegen kunnen worden toegestaan, mits:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>er minimaal 20 meter tussen beide uitwegen aanwezig is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>de frontbreedte van het perceel minstens 30 meter bedraagt en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>beide aparte uitwegen in de uitvoering slechts éénrichtingsverkeer kennen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Wanneer door aanleg van een uitweg openbare parkeerplaats(en) komen te vervallen, moet het mogelijk zijn binnen een straal van 200 meter andere openbare parkeerplaats(en) te creëren, waarvan de kosten voor de aanleg van deze nieuwe parkeerplaats(en) door de aanvrager dienen te worden betaald.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>3.3	De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het uitgangspunt is, dat een uitweg van een zogenaamde tuinparkeerplaats (parkeren in de voortuin) niet is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat een uitweg alleen toegestaan wordt, als de parkeerplaats zelf naast of achter de woning is gelegen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Van lid 1 kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken, indien: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>dit niet in strijd is met het geldende bestemmingsplan en </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>er al voor meerdere gemotoriseerde voertuigen in de straat een uitwegvergunning is afgegeven, die niet voldoet aan lid 1 en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>onvoldoende parkeergelegenheid bestaat in de straat en de directe omgeving en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>dit niet in strijd is met de overige beleidsregels en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>er voldoende ruimte overblijft om via de voortuin in en uit de woning te komen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>De gemeente schrijft voor welke materialen moeten worden gebruikt voor de verharding van de uitweg tot aan de erfgrens of tot 2 meter buiten de wegverharding in geval de erfgrens gelijk valt met de kant van de rijweg. De kosten voor de aanleg van de uitweg zijn geheel voor rekening van de aanvrager.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>3.4	De bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente</label></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="97*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is niet gewenst, dat openbare groenvoorzieningen, in het bijzonder bomen, verwijderd moeten worden voor een uitweg. Er wordt tevens vanuit gegaan, dat in geen geval reststukken groen van minder dan 5 m2 en voor hagen en dergelijke minder dan 5 m1 over mogen blijven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer voor de aanleg van een uitweg bomen verwijderd moeten worden, dan is eerst een kapvergunning vereist alvorens een uitwegvergunning wordt afgegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het in verband met het vergunnen van een te realiseren uitweg noodzakelijk is, dat een kapvergunning aan de gemeente zelf moet worden verstrekt voor het kappen van een boom of bomen, welke in eigendom aan de gemeente toebehoren, zal respectievelijk zullen op kosten van de aanvrager van de betreffende uitwegvergunning de boom of bomen in kwestie worden gekapt, een en ander slechts voor zover daarvoor een onherroepelijke kapvergunning is verleend.  Voorts dient aanvrager aan de gemeente de kosten te vergoeden, die zijn gemoeid met de herplant van de te kappen boom of bomen. Herplant vindt in beginsel plaats in de nabijheid van de betreffende uitweg. Indien dat niet mogelijk is vindt herplant elders binnen de gemeente plaats op een door of namens het college te bepalen locatie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>4.	Uitzonderingen</label></kop><al>De voorwaarden opgenomen in hoofdstuk 3 van deze beleidsnota zijn toetsingscriteria. Indien een uitwegvergunning volgens deze toetsingscriteria afgewezen dient te worden, is het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd om in uitzonderingsgevallen van deze regels af te wijken. De juridische grondslag voor deze afwijking op de beleidsregels is te vinden in artikel 4.84 van de Algemene Wet Bestuursrecht: </al><al>“Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.”</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>