<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR82437_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening Gemeente Nuenen ca. 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rond de Linde, 03-05-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening gemeente Nuenen ca. 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-05-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>070426-023</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wegsleepverordening gemeente Nuenen ca. 2007</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wegsleepverordening Gemeente Nuenen ca. 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Nuenen ca.;</al><al/><al>gezien het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 27
                        maart 2007;</al><al/><al>gelet op de Gemeentewet en de Wegenverkeerswet 1994;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen de wegsleepverordening gemeente Nuenen ca. 2007:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al> Wet: Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al> Besluit: het besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al> Motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid
                                onder c van de wet, met uitzondering van bromfietsen;</al></li><li nr="e."><al> Het College: het College van burgemeester en wethouders van de
                                Nuenen ca.;</al></li><li nr="f."><al> Wegslepen: het verwijderen, overbrengen en in bewaring
                                stellen;</al></li><li nr="g."><al> Wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden
                                met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die
                                wegen behorende paden en bermen of zijkanten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar motorrijtuigen kunnen worden
                        verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                        vrijhouden van wegen en weggedeelten.</al><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van
                        de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Nuenen ca.
                        aangewezen voor zover zij behoren tot één van de in artikel 2 van het
                        besluit bedoelde soorten wegen en weggedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Plaats bewaring motorrijtuigen en openingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen:</al><al>Automobiel - takelbedrijf Slaats, Bogardeind 156 in Geldrop, tel.
                                040-2862997.</al></li><li nr="2."><al> De openingstijden van de bewaarplaats zijn:</al><al>Op werkdagen van: 09:00 uur - 18:00 uur;</al><al>Op zaterdag van: 09:00 uur - 12:00 uur;</al><al>Op zondag van: 10:00 uur-12:00 uur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren motorrijtuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> de kosten voor het overbrengen van een motorrijtuig naar de
                                bewaarplaats komen voor rekening van de eigenaar / houder van het
                                motorrijtuig.</al></li><li nr="2."><al> de voorrij- en uitvoerkosten voor het wegslepen bedragen exclusief
                                BTW:</al><al>a. voor personenauto's e.d.</al><al>voorrijkosten: € 61,77</al><al>uitvoerkosten: € 58,94.</al><al>b. voor bestelauto's tot 3500 kg.</al><al>voorrijkosten: € 77,33</al><al>uitvoerkosten: € 74,03.</al></li><li nr="3."><al> de kosten voor bewaring gedurende de eerste 24 uur bedragen:</al><al>a. voor personenauto's e.d.: € 39,60</al><al>b. voor bestelauto's: € 12,77.</al></li><li nr="4."><al> de kosten voor bewaring na de eerste 24 uur bedragen, per
                                etmaal:</al><al>a. voor personenauto's e.d.: € 49,91</al><al>b. voor bestelauto's: € 38,73.</al></li><li nr="5."><al> bij de kostenberekening vindt afronding naar boven plaats tot een
                                heel etmaal.</al></li><li nr="6."><al> de tarieven kunnen door het College van burgemeester en wethouders
                                jaarlijks worden aangepast aan het geldende prijsniveau.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van
                        gebleken onvoldoende rijgeschiktheid dan wel het ontbreken van een
                        behoorlijk zichtbare kentekenplaat.</al><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130,
                        vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, is het bepaalde
                        in deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking 1 dag na de dag waarop zij bekend is
                        gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Wegsleepverordening gemeente Nuenen
                        ca. 2007".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 26 april 2007.</al><al/><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel>algemeen</titel></kop><al>Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet van 21 februari 1997, houdende de
                    wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van de
                    wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van voertuigen
                    in werking getreden. Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994 zijn geheel vervangen
                    door nieuwe bepalingen. De wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde
                    tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), deel II, nog aangepast in
                    verband met de overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang
                    uit de Gemeentewet naar de Awb.</al><al/><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeenten het
                    volgende in.</al><al/><al><onderstreept>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen</onderstreept></al><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de
                    burgemeester, maar van het gehele College. Het wegslepen van een voertuig moet
                    worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. </al><al/><al>In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang.
                    Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van
                    voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb niet van
                    toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op
                    grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.</al><al/><al>Op grond van de oude (lees steeds: huidige) WVW 1994 mochten op de weg staande
                    voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg,
                    de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. Met
                    de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde Besluit wegslepen
                    van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid. Er zijn immers meer
                    locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder
                    dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding
                    is. Direct optreden tegen dergelijk fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde
                    gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan gedacht worden aan het onbevoegd
                    parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen,
                    voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader
                    worden aangewezen in een gemeentelijk verordening voordat gemeenten gebruik
                    kunnen maken van deze bevoegdheid.</al><al/><al>In zowel de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder meer
                    kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan.
                    Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval
                    na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende
                    voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00
                    uur 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, zal
                    doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo'n geval kan
                    het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar doorgaans
                    volstaan.</al><al/><al><onderstreept>Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang</onderstreept></al><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                    principe twee naast elkaar bestaande manier om hiertegen op te treden.
                    Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                    administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het
                    opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang
                    door het College van burgemeester en wethouders.</al><al/><al>In de oude wegsleepregeling bestond er een onlosmakelijk verband tussen beide
                    vormen van optreden. Voordat tot het wegslepen van een voertuig kon worden
                    overgegaan, moest altijd eerst een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder
                    worden opgemaakt. Indien het desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of
                    wanneer vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde,
                    dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden
                    terugbetaald.</al><al/><al>In de nieuwe wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van
                    een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een
                    voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel
                    samengaan. Het is wel noodzakelijk om de geconstateerde parkeerovertreding zo
                    goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de
                    bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op
                    grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed
                    mogelijk vast te leggen in een schrift document en bij voorkeur vergezeld te
                    laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel
                    sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk
                    de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal niet zonder meer een reden om
                    ook de kosten van bestuursdwang terug te betalen. Het College van burgemeester
                    en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige
                    afweging.</al><al/><al><onderstreept>Verordening</onderstreept></al><al>In artikel 170 e.v. WWV 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het College van
                    burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het
                    wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen
                    in de wet is neergelegd, kan het College pas goed van deze bevoegdheid
                    gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft
                    gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede
                    lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval
                    regels te worden gesteld over:</al><lijst><li nr="1."><al> de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                            bewaard;</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al> de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van
                            het wegslepen en bewaren van voertuigen;</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al> de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
                            artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al/><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het College van burgemeester en
                    wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door
                    het College van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel
                    van beleidsregels).</al><al/><al><onderstreept>Wegsleepwaardige overtredingen</onderstreept></al><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude
                    WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang
                    van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                    invalidenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleep-regelingen van de
                    burgemeester is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een
                    wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de
                    delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het RVV 1990.</al><al/><al>Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die
                    met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan
                    afleiden of een voertuig mag worden weggesleept.</al><al>Bij het opstellen van de wegsleepverordening is voor een andere aanpak gekozen.
                    Enerzijds omdat de gemeente zichzelf nodeloos beperkingen oplegt wanneer in de
                    verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen
                    worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994
                    kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én
                    waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al> de veiligheid op de weg of</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> de vrijheid van het verkeer of</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al/><al>Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de
                    wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar
                    aansluiten. Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt
                    gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden
                    geregeld.</al><al/><al>Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van de
                    wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten worden aangepast.Om die
                    redenen hebben wij ervoor gekozen om de delictsomschrijvingen niet in de
                    modelverordening op te nemen, maarte volstaan met een wegsleepverordening waarin
                    alleen zaken zijn geregeld die de gemeente aanvullend moet en kan regelen.</al><al/><al>In een bijlage bij deze toelichting is aangegeven in welke concrete gevallen er
                    sprake kan (dus niet uitputtend bedoeld) zijn van een wegsleepwaardige
                    overtreding van de wegenverkeerswetgeving.</al><al/><al>Tot slot is nog van belang het bepaalde in artikel 170, zesde lid WWV 1994.
                    Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de
                    rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt
                    begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging
                    wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de
                    overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het
                    wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig
                    meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende
                    alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te
                    vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het
                    sleepvoertuig en administratieve kosten.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 1 </onderstreept></al><al>Toelichting</al><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze
                    verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich.
                    Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.</al><al/><al><cursief>Ad d. Voertuig</cursief></al><al>Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al RW 1990 is omschreven, is
                    ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en
                    bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen
                    derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening.</al><al/><al>Ook in de -APV is een bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en
                    bromfietsen van de openbare weg (zie artikel 5.1.11). Deze bepaling is
                    aanvullend op wat de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel 5.1.11
                    van de model-APV spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde
                    en veiligheid, het uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.</al><al/><al><cursief>Ad e. Motorrijtuig</cursief></al><al>Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de
                    wegsleepverordening alleenbetrekking heeft op dit soort voertuigen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept></al><al>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de
                    bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het
                    wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de
                    vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen.
                    Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente
                    gebruik worden gemaakt.</al><al/><al>Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en
                    weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, en
                    artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994 bij gemeentelijke
                    verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. Middels deze bepaling
                    worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen. In artikel 2
                    van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten
                    van wegen en weggedeelten het kan gaan.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept></al><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich.</al><al>In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van
                    zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook
                    andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 4</onderstreept></al><al>De kostencomponenten genoemd in dit artikel zijn tot stand gekomen op basis van
                    een door de Vereniging van Bergingsbedrijven opgesteld rekenmodel. In artikel
                    170, zesde lid WVW 1994 wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden
                    weggesleept indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de
                    overbrenging wordt begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer
                    met de overbrenging wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan
                    uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich
                    in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich
                    eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept.
                    Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden
                    kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de
                    voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten.</al><al/><al>De kosten voor het wegslepen zijn conform de contracttarieven van Vorgers
                    Autoberging. Genoemde tarieven zijn inclusief BTW.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5</onderstreept></al><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaren te laten stellen. </al><al/><al>Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op:</al><lijst><li nr="-"><al> het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was
                            van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (artikel 130 en 164 WVW
                            1994);</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al> de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het "knoeien" met kentekens in
                            geval van autodiefstal.</al></li></lijst><al/><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om
                    een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt.</al><al/><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X
                    Bestuursdwang van de WVW 1994 van overeenkomstige toepassing verklaard. Het
                    wordt daarom raadzaam geacht om ook in de wegsleepverordening de artikelen over
                    de bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden en de kosten van
                    overbrengen en bewaren van voertuigen voor deze gevallen van overeenkomstige
                    toepassing te verklaren.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6</onderstreept></al><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Bijlage bij toelichting van de wegsleepverordening</titel></kop><al><onderstreept>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer</onderstreept></al><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WWV 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><al/><al><cursief>Plaats op de weg</cursief></al><al>a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad,
                    tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en
                    artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).</al><al/><al><cursief>Laten stilstaan</cursief></al><al>b. een voertuig is tot stilstand gebracht:</al><lijst><li nr="1."><al> op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al></li><li nr="2."><al> op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al> op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;</al></li><li nr="4."><al> in een tunnel;</al></li><li nr="5."><al> bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de
                            geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een
                            afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient
                            voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="6."><al> op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="7."><al> op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;</al></li><li nr="8."><al> langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van
                            bijlage 1 RVV 1990;</al></li><li nr=""><al>- op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een
                            autosnelweg of autoweg, of</al></li><li nr=""><al>- behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of de
                            berm van zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en
                            bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)</al></li></lijst><al><cursief>Parkeren</cursief></al><al>c. een voertuig is geparkeerd:</al><lijst><li nr="1."><al> bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;</al></li><li nr="2."><al> voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al> buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;</al></li><li nr="4."><al> langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage
                            1 RVV 1990;</al></li><li nr="5."><al> op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;</al></li><li nr="6."><al> binnen een erf, waarbij - voor zover het een motorvoertuig betreft -
                            geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn
                            aangeduid of aangewezen;</al></li><li nr="7."><al> op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;</al></li><li nr="8."><al> zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is
                            gesteld;</al><al>(Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij
                            het RVV 1990.)</al></li></lijst><al/><al><cursief>Bevel of aanwijzing</cursief></al><al>d. een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                    aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of
                    ander persoon;</al><al>(Zie artikel 82 RVV 1990.)</al><al/><al><cursief>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</cursief></al><al>e. een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat
                    gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg
                    wordt of kan worden gehinderd.</al><al>(Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)</al><al/><al/><al>TOELICHTING</al><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                    algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten
                    worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig
                    is.</al><al/><al>In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van
                    voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen
                    (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun
                    voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad.</al><al/><al>In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43,
                    tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al/><al>In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25,
                    38 e.v. en 46 RW 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al/><al>In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RW
                    1990.</al><al/><al>In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994,
                    het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te
                    gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het
                    verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is
                    zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds
                    in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan
                    worden gebracht.</al><al/><al><onderstreept>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</onderstreept></al><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)
                    kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:</al><lijst><li nr="a."><al> op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1
                            van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als
                            bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter
                            plaatse een parkeerverbod geldt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voor zover:</al><al>- het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al><al>- het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd;</al><al>- het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is
                            geparkeerd;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al> op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage:</al><al>- tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;</al><al>- tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar
                            aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;</al><al>- die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren
                            gebeurt met dat voertuig;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al> op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage
                            (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder
                            van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van
                            goederen;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al> op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor
                            zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al> op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                            bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het
                            voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al> in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die
                            bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren).</al></li></lijst><al/><al/><al>TOELICHTING</al><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een
                    specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden
                    weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de
                    gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties
                    denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht
                    zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de
                    doorstroming van het verkeer. </al><al/><al>In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op
                    welke soorten wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het
                    belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen en
                    weggedeelten zijn eerder onder a tot en met i nader aangeduid.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>