<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">82424_2</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Toeslagenverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren gemeente Harderwijk 2010 </dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Harderwijk</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2012-08-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Het Kontakt, 22-08-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Toeslagenverordening WWB en WIJ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/"> Gemeentewet, art. 147, lid 1 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2012-02-02</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Wet Werk en Bijstand, art. 8</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-08-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 8a, 8b, 8c</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11.01074</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 janauari
                    2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule> Toeslagenverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren gemeente
            Harderwijk 2010 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Harderwijk; </al><al></al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 maart 2010,
                        raadsbesluitnummer 27; </al><al></al><al>gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet, de artikelen 8, eerste
                        lid, onderdeel c en 30 van de Wet Werk en Bijstand en de artikelen 12,
                        eerste lid, onderdeel e en 35 van de Wet investeren in jongeren </al><al></al><al>overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het
                        verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden van 27 jaar of ouder doch
                        jonger dan 65 jaar en het verstrekken van toeslagen en het verlagen van
                        inkomensvoorzieningen van jongeren van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27
                        jaar bij verordening te regelen </al><al></al><al>b e s l u i t: </al><al></al><al>vast te stellen de volgende </al><al>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren
                        gemeente Harderwijk 2010 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>WWB: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>WIJ: de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="c."><al>gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21,
                                            onderdeel c van de WWB en artikel 28, eerste lid
                                            onderdeel d van de WIJ; </al></li><li nr="d."><al>woning: een woning, een woonwagen, een woonschip of een
                                            zomerhuisje; </al></li><li nr="e."><al>medebewoning: de situatie waarin naast belanghebbende(n)
                                            één of meer anderen, niet zijnde:</al><lijst><li nr="1."><al>kinderen tot 21 jaar;</al></li><li nr="2."><al>kinderen van 21 jaar of ouder die
                                                  studiefinanciering op grond van de Wet
                                                  studiefinanciering 2000 ontvangen of een
                                                  tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming
                                                  onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="3."><al>een persoon die op basis van een huurcontract
                                                  met een woningcorporatie of commerciële verhuurder
                                                  een gedeelte van de woning bewoont;</al><al>hun hoofdverblijf in dezelfde woning
                                                  hebben;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>medebewoner: derde, bedoeld als in de situatie van
                                            medebewoning;</al></li><li nr="g."><al>woonkosten: </al><lijst><li nr="1."><al>indien een huurwoning wordt bewoond, de per
                                                  maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1,
                                                  onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="2."><al>Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot
                                                  een bedrag per maand omgerekende som van de
                                                  verschuldigde hypotheekrente en de in verband met
                                                  het in eigendom hebben van de woning te betalen
                                                  zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast
                                                  te stellen bedrag voor onderhoud.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden</al><al>omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, de WIJ en de
                                    Algemene wet bestuursrecht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van deze verordening hebben uitsluitend betrekking op
                                belanghebbenden van 21 tot 65 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen in hoofdstuk 2 tot en met 5 laten de toepassing
                                artikel 18, eerste lid, van de</al><al> WWB en 17, eerste lid van de WIJ onverlet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2.</nr><titel>TOESLAGEN EN VERLAGINGEN BIJ HET KUNNEN DELEN VAN DE KOSTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Alleenstaanden en alleenstaande ouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder als bedoeld in
                                artikel 21, onderdeel a en b van de WWB of artikel 26, onderdeel b
                                en artikel 27, onderdeel b van de WIJ, in wiens woning geen
                                medebewoner zijn hoofdverblijf heeft, wordt verhoogd met 20 procent
                                van de gehuwdennorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verhoogd
                                met 15 procent van de gehuwdennorm indien er sprake is van
                                medebewoning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Gehuwden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De norm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21, onder c. van de
                                WWB en artikel 28, eerste lid, onderdeel d en e, en tweede lid,
                                onderdeel d en e van de WIJ, in wiens woning geen medebewoner zijn
                                hoofdverblijf heeft, wordt niet verlaagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De norm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 onderdeel c van de
                                WWB en artikel 28, eerste lid, onderdeel d en e, en tweede lid,
                                onderdeel d en e van de WIJ, wordt met 5 procent verlaagd indien er
                                sprake is van medebewoning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gehuwden van wie één onder de WWB en de ander onder de WIJ
                                valt</titel></kop><al>Geen toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB wordt verleend indien de
                            ander een niet-rechthebbende partner is en een inkomensvoorziening op
                            grond van de WIJ ontvangt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.</nr><titel>VERLAGING ALS GEVOLG VAN DE WOONSITUATIE, SCHOOLVERLATER, 21-22
                            JARIGE LEEFTIJD.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verlaging woonsituatie</titel></kop><al>De verlaging bedoeld in artikel 27 van de WWB en artikel 32 van de WIJ
                            bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>15 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond
                                    waaraan voor belanghebbende geen woonkosten verbonden zijn;</al></li><li nr="b."><al>10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning bewoond
                                    wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verlaging Schoolverlaters</titel></kop><al>De verlaging als bedoeld in artikel 28 van de WWB en artikel 33 van de
                            WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm gedurende zes maanden na het
                            tijdstip van beëindiging scholing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de WWB en artikel 34 van
                                de WIJ bedraagt:10 procent van de gehuwdennorm indien het een
                                belanghebbende van 21 of 22 jaar betreft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte
                                van de van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze
                                toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid
                                1 zou leiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het vorige leden zijn niet van toepassing ten aanzien van een
                                belanghebbende voor wie de verlaging schoolverlaters genoemd in
                                artikel 7 van toepassing is.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><titel>Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van
                            de WIJ per 1 januari 2012.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr><titel>Wijziging betekenis begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’,
                                ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf
                                1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de WWB. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of
                                ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                                betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk
                                ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid van de WWB.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8b</nr><titel>Wijziging verwijzingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel
                                a van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden
                                gelezen: artikel 20, eerste lid, onderdeel b van de WWB.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel
                                bvan de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden
                                gelezen: artikel 20, tweede lid, onderdeel b van de WWB.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel c
                                van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden
                                gelezen: artikel 21, eerste lid van de WWB.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8c</nr><titel>Intrekking WIJ</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening zijn vanaf 1 januari 2012 evenzo van
                            toepassing op personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27
                            jaar.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>6.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Anti-cumulatiebepaling</titel></kop><al>De toepassing van de artikelen 3 tot en met 8 geschiedt zodanig, dat de
                            toepasselijke bijstandsnorm of inkomensvoorziening voor belanghebbende
                            tenminste bedraagt:</al><al>35 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande, </al><al>55 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder, </al><al>65 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2006
                                wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening WWB en
                            WIJ.</al><al></al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare
                        vergadering van 22 april 2010, onder nummer 27.</al><al>de heer J.C.G.M. Berends, voorzitter</al><al> de heer H.R. Lanning, raadsgriffier</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>