<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR82406_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 67</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/330</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Parkeerverordening 2008</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>De raad van de gemeente Tilburg;</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en
                                wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                                Wegenverkeerswet 1994:</al></li></lijst><al/><al>Besluit:</al><al/><al>Vast te stellen de Parkeerverordening 2011</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>RVV 1990</cursief>: het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens (Stb. 1990,459);</al></li><li nr="b."><al><cursief>voertuig</cursief>: hetgeen daaronder wordt verstaan in het
                                RVV 1990, met dien verstande dat fietsen en bromfietsen niet als
                                voertuigen worden beschouwd. Brommobielen worden wel als voertuig
                                aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al><cursief>parkeren</cursief>: het gedurende een aaneengesloten
                                periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende
                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in-
                                of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of
                                laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                verboden;</al></li><li nr="d."><al><cursief>houder</cursief>: degene die naar de omstandigheden als
                                houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande
                                dat voor een voertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens
                                als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
                                voertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het
                                register was ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al><cursief>parkeerapparatuur</cursief>: parkeermeters,
                                parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                                overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al><cursief>gereguleerd gebied</cursief>: het gebied in en aansluitend
                                aan de binnenstad waar parkeer-apparatuurplaatsen en/of
                                belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn;</al></li><li nr="g."><al><cursief>parkeerapparatuurplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                waarbij het parkeren wordt geregeld door parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al><cursief>belanghebbendenplaats</cursief>: een parkeerplaats niet
                                zijnde een parkeerapparatuurplaats die is aangeduid met bord E9 uit
                                bijlage I van het RVV 1990 al dan niet voorzien van een onderbord,
                                of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I
                                van het RVV 1990, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li><li nr="i."><al><cursief>vergunninghoudersplaats</cursief>: een
                                parkeerapparatuurplaats waarop het tevens is toegestaan om er met
                                een vergunning te parkeren;</al></li><li nr="j."><al><cursief>vergunning</cursief>: verzamelbegrip voor parkeervergunning
                                (zie k) of belanghebbenden-vergunning (zie l);</al></li><li nr="k."><al><cursief>parkeervergunning</cursief>: een door burgemeester en
                                wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan
                                een voertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                parkeerapparatuurplaatsen;</al></li><li nr="l."><al><cursief>belanghebbendenvergunning</cursief>: een door burgemeester
                                en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is
                                toegestaan een voertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="m."><al><cursief>vergunninghouder:</cursief> de natuurlijke of rechtspersoon
                                aan wie een belanghebbenden-vergunning of een parkeervergunning is
                                verleend;</al></li><li nr="n."><al><cursief>autodate</cursief>: het herhaald en opeenvolgend
                                gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een
                                overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder; </al></li><li nr="o."><al><cursief>aanbieder (autodate)</cursief>: de rechtspersoon die
                                motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt;</al></li><li nr="p."><al><cursief>deelnemer (autodate)</cursief>: een natuurlijk persoon of
                                rechtspersoon die een overeenkomst heeft gesloten inzake
                                autodate;</al></li><li nr="q."><al><cursief>standplaats (autodate)</cursief>: de parkeerplaats waar een
                                motorvoertuig bestemd voor autodate krachtens vergunning mag worden
                                geparkeerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzingen en het stellen van nadere regels door burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij openbaar te maken besluit
                            weggedeelten aanwijzen, die bestemd zijn voor het gebruik als
                            belanghebbendenplaats of als vergunninghoudersplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij openbaar te maken besluit de
                            tijdstippen vaststellen,</al><lijst><li nr="a."><al>waarop het parkeren op belanghebbendenplaatsen aan houders van
                                    een belanghebbendenvergunning is toegestaan;</al></li><li nr="b."><al>waarop het parkeren op vergunninghoudersplaatsen aan houders van
                                    een parkeervergunning is toegestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek een
                            vergunning verlenen voor het parkeren op bepaalde aangewezen
                            belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen regels geven voor het aanvragen en
                            verlenen van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan in ieder geval worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een voertuig die woont in een gebied
                                    waar belanghebbendenplaatsen en/of vergunninghoudersplaatsen
                                    aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een voertuig die een beroep of
                                    bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
                                    en/of vergunninghoudersplaatsen aanwezig zijn;</al></li><li nr="c."><al>een eigenaar of houder van een voertuig bestemd voor
                                    autodate;</al></li><li nr="d."><al>een bewoner in het gebied waar vergunninghoudersplaatsen
                                    aanwezig zijn, ten behoeve van zijn of haar bezoek;</al></li><li nr="e."><al>huisartsen, verloskundigen en bepaalde professionele
                                    zorgverleners die spoedeisende hulp verlenen aan patiënten in
                                    gereguleerd gebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften en
                            beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van
                            een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een
                            (belanghebbenden-) vergunning ten behoeve van autodate (lid 2, sub c)
                            kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden
                            die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of
                            beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade
                            alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer
                            waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief
                            autogebruik.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste twaalf kalendermaanden
                            verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken of overige
                                    kenmerken van het voertuig waarvoor de vergunning is
                                    verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed. De
                            aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twee maanden na ontvangst
                            van een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde termijn
                            met ten hoogste twee maanden verlengen. Van een verlenging van deze
                            termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Intrekken, beëindigen of wijzigen van een vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                                    die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="h."><al>wanneer niet tijdig voor de vergunning is betaald, zoals
                                    geregeld in de vergunningvoorschriften;</al></li><li nr="i."><al>wanneer in strijd met het bepaalde in artikel 6, lid 5 wordt
                                    gehandeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                            redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen van
                            de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot intrekking van een vergunning treedt niet eerder in
                            werking dan op de achtste dag na dagtekening van dat besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Voorschriften en verbodsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                            belanghebbendenplaats of een standplaats (autodate) slechts aan
                            vergunninghouders is toegestaan aldaar een voertuig te parkeren of
                            geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                                    voor dat voertuig uitgegeven vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig, te plaatsen
                            of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                            zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten
                            staan, dat daardoor een normaal gebruik van de apparatuur wordt
                            belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden om de vergunning oneigenlijk te (laten) gebruiken, te
                            kopiëren, dan wel op enige andere wijze te (laten) reproduceren of om er
                            eigenmachtig wijzigingen op aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde
                            in het eerste en tweede lid van dit artikel. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bepaalde in artikel 6 van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vergunning wordt ingetrokken om redenen zoals genoemd onder
                            artikel 5 lid 1 sub f of i kan de vergunninghouder een jaar worden
                            uitgesloten van het verkrijgen van een vergunning. Na dat jaar kan
                            opnieuw een aanvraag worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn,
                                behalve de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering
                                genoemde opsporingsambtenaren, de door burgemeester en wethouders
                                aangewezen ambtenaren belast.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Op die dag vervalt de 'Parkeerverordening 2008' zoals die door de
                                raad van de gemeente Tilburg is vastgesteld bij besluit van 6
                                november 2007.</al></li><li nr="4."><al>De door burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg
                                aangewezen weggedeelten en vastgestelde tijdstippen als bedoeld in
                                artikel 2 van de in lid 3 genoemde verordening blijven ook op grond
                                van deze verordening aangewezen en vastgesteld, indien en voor zover
                                de bepalingen ingevolge welke die weggedeelten aangewezen en die
                                tijdstippen vastgesteld zijn, ook zijn vervat in deze verordening en
                                voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.</al></li><li nr="5."><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens
                                de in lid 3 genoemde verordening blijven, indien en voor zover het
                                gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft
                                ook is vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken, van kracht tot de tijd waarvoor zij werden
                                verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.</al></li><li nr="6."><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op
                                grond van de in lid 3 genoemde verordening is ingediend en vóór het
                                tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die
                                aanvraag is beslist, worden daarop de overeenkomstige bepalingen van
                                deze verordening toegepast.</al></li><li nr="7."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de 'Parkeerverordening
                                2011'.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2010</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting bij Parkeerverordening 2011</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In lid g en h wordt beschreven dat er onderscheid kan worden gemaakt in twee
                        soorten parkeerplaatsen waarvoor vergunningen kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>parkeerapparatuurplaatsen</cursief>, waar bezitters van een
                                vergunning, die geldig is voor de betreffende parkeerplaatsen,
                                zonder betaling mogen parkeren.</al></li><li nr="-"><al><cursief>belanghebbendenplaatsen</cursief>: dat zijn de
                                parkeerplaatsen niet zijnde parkeerapparatuurplaatsen, waar met de
                                vereiste vergunning mag worden geparkeerd. Voorbeelden zijn
                                vergunninghoudersplaatsen buiten een gereguleerd gebied, een plaats
                                gereserveerd voor bijvoorbeeld artsen of een standplaats voor
                                autodate.</al></li></lijst><al>In lid j, k en l worden de begrippen vergunning, parkeervergunning en
                        belanghebbendenvergunning gedefinieerd.</al><lijst><li nr="-"><al>een “parkeervergunning” geldt voor daarvoor aangewezen
                                parkeerapparatuurplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>een “belanghebbendenvergunning” geldt voor de aangewezen
                                belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>een “vergunning” is een verzamelbegrip voor parkeervergunning en
                                belanghebbendenvergunning.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>In het tweede lid worden verschillende categorieën omschreven waaraan
                        vergunningen kunnen worden verstrekt. Door de woorden “in ieder geval” in de
                        aanhef van dit lid wordt aangegeven dat de opsomming van categorieën niet
                        limitatief bedoeld is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>In artikel 5 zijn een aantal redenen genoemd waarom het college een
                        vergunning kan intrekken of wijzigen. Nadrukkelijk is daar ook opgenomen dat
                        de vergunning kan worden ingetrokken indien de er sprake is van frauduleus
                        handelen (zie lid f en i).</al><al>In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over “kunnen intrekken”.
                        Bedoeld is hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van burgemeester en
                        wethouders staat of een vergunning werkelijk wordt ingetrokken wanneer een
                        van de opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief
                        bedoeld. Om andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden
                        ingetrokken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Hierin staan enkele voorschriften en verbodsbepalingen. Het gaat om
                        gedragingen die zich niet lenen voor fiscalisering en die daarom in de
                        verordening zijn opgenomen.</al><al>Voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen zonder geldige vergunning (of
                        zonder te betalen) is geen strafbepaling opgenomen. Op die plaatsen kan
                        immers het fiscale regime gehanteerd worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Artikel 195 van de gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                        verordeningen een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete
                        van de eerste of tweede categorie kunnen stellen.</al><al>In lid 2 is vastgelegd dat in geval van fraude de vergunninghouder een jaar
                        kan worden uitgesloten van het verkrijgen van een vergunning.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>