<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR82383_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening, houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden (grondexploitatieverordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Uitkijk, 08-06-1994</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Grondexploitatieverordening gemeente Voerendaal 1994</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/geldigheidsdatum_01-02-2011">Algemene wet bestuursrecht (AWB) </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/geldigheidsdatum_01-02-2011#Hoofdstuk4">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1994-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1994-06-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1995 / 5 /12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Gronden</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>regeling vervangt exploitatieverordening d.d. 27-02-1984</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening, houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal
                verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden
                (grondexploitatieverordening)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Voerendaal,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 mei 1994;</al><al>gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de
                        Wet op de Ruimtelijke</al><al>Ordening;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen een verordening, houdende de voorwaarden waaronder de
                        gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden
                        (grondexploitatieverordening).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>hetinexploitatiebrengenvangrond</cursief>: het door
                                        of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen
                                        van openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied
                                        gelegen onroerende zaken geschikt of beter geschikt worden
                                        voor bebouwing danwel anderszins in een voordeliger positie
                                        komen te verkeren;</al></li><li nr="b."><al><cursief>exploitatiegebied</cursief>: een als zodanig
                                        aangewezen gebied, waarbinnen de onroerende zaken zijn
                                        gelegen die in aanmerking komen om op de wijze als onder het
                                        eerste lid onder a. bedoeld in exploitatie te worden
                                        gebracht;</al></li><li nr="c."><al><cursief>exploitant</cursief>: de eigenaar of rechthebbende
                                        van een in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak
                                        welke als gevolg van het door of met medewerking van de
                                        gemeente treffen van voor- zieningen van openbaar nut,
                                        geschikt of beter geschikt wordt voor bebouwing danwel
                                        anderszins in een voordeliger positie komt te verkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad kan gebieden aanwijzen die als exploitatiegebied
                                zullen gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken geschikt of beter geschikt worden voor bebouwing danwel anderszins
                            in een voordeliger positie komen te verkeren, worden gerekend:</al><al>1. De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                            werken:</al><al>a. het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken met inbegrip
                            van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al><al>b. riolering, met inbegrip van bijbehorende werken;</al><al>c. wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en andere
                            rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen en kunstwerken verband
                            houdende werken;</al><al>d. plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de
                            aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede
                            de sierende elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al><al>e. openbare verlichting en brandkranen met de nodige aansluitingen;</al><al>f. het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voorzover de daarmee
                            verband houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                            verhaald;</al><al>g. het treffen van milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en
                            voorzieningen ter uitvoering van een bestemmingsplan;</al><al>h. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
                            doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar nut.</al><al>2. De aanleg van de onder 1. vermelde werken buiten het
                            exploitatiegebied, voorzover deze werken direct danwel indirect profijt
                            opleveren voor de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende
                            zaken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval als bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeen- komstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde
                                    voorzieningen van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de
                                    gemeenteraad besloten of en zo ja, op welke wijze en tot welke
                                    omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten worden
                                    verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel
                                    139 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat ondermeer de
                                    volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van
                                            de daarin gelegen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                            voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van kosten, verband houdende met de
                                            uitvoering van de onder b. genoemde voorzieningen van
                                            openbaar nut, zoals bedoeld in artikel 5;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In het besluit, als bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven
                                    dat, voor wat betreft de door de gemeente in eigendom verkregen
                                    en in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken, het
                                    verhaal van kosten zoveel mogelijk plaatsvindt via
                                    gronduitgifte.</al></li><li nr="4."><al>In het besluit, als bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven
                                    dat, voor wat betreft de niet door de ge- meente in eigendom
                                    verkregen en in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken,
                                    het verhaal van kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een
                                    overeenkomst als bedoeld in artikel 7 van deze verordening. </al><al>Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wijze niet kan
                                    worden gekomen tot het aangaan van een overeenkomst, als bedoeld
                                    in artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in daarvoor
                                    in aanmerking komende gevallen kan plaatsvinden door middel van
                                    de vaststelling van een baatbelasting of
                                    bouwgrondbelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 4, tweede lid onder c. genoemde begroting bevat in
                                    elk geval de volgende gegevens:</al><al>1. Een raming van de ten laste van de onroerende zaken in het
                                    exploitatiegebied komende kosten, te weten:</al><al>a. de inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied
                                    gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond vermeerderd met
                                    de waarde van de opstallen, die voor de verwe- zenlijking van de
                                    bestemming niet gehandhaafd kunnen worden en met de kosten van
                                    vrijmaken van de grond van opstallen -met inbegrip van de zich
                                    in de grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                    kabels-, persoonlijke rechten en lasten, ei- gendom, bezit of
                                    beperkt recht, zakelijke las ten alsmede de kosten van schade-
                                    vergoedingen;</al><al>b. de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding en -beheer en
                                    toezicht. Onder deze kosten wordt onder meer verstaan:</al><al>de kosten verband houdende met het opstellen van structuur- en
                                    bestemmings - plannen, het opstellen van planmatige uitwerkingen
                                    of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenen
                                    van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige
                                    planologische maatregelen voor zoveel deze nodig zijn voor het
                                    in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                    exploitatiegebied;</al><al>c. de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van
                                    openbaar nut, voorzover deze verband houden met het in
                                    exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                    alsmede de daarmee verband houdende kosten van onderzoeken,
                                    voorbereiding en toezicht;</al><al>d. de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover dit
                                    rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden heeft
                                    meegewerkt;</al><al>e. de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten,
                                    verminderd met rente- opbrengsten;</al><al>f. overige kosten, die in beginsel ten laste van de
                                    grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al><al>2. Een raming van de ten gunste van het in exploitatie nemen van
                                    gronden komende opbrengsten, bestaande uit:</al><al>a. doelsubsidies;</al><al>b. verkoop van gronden;</al><al>c. bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van
                                    openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via bouwgrond- of
                                    baatbelasting;</al><al>d. overige bijdragen.</al><al>3. De wijze van toerekening van de totale onder het eerste en
                                    tweede lid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende
                                    zaken in het exploitatiegebied naar de mate van het profijt, dat
                                    de onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel van
                                    voorzieningen van openbaar nut, als bedoeld in artikel 2 van
                                    deze verordening.</al><al>De mate van profijt wordt bepaald op basis van ligging,
                                    bestemming en de objectieve gebruiksmogelijkheden van de
                                    onroerende zaken.</al></li><li nr="2."><al>Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde
                                    exploitatiebijdragen wordt ervan uitgegaan, dat het
                                    exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                    zal worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of
                                    prijswijzigingen danwel andere optredende wijzigingen met
                                    betrekking tot het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                    exploitatiegebied aanleiding geven om de kostenbegroting te
                                    herzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening profijt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt
                                het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte, als bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de onroerende zaken, waar
                                mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 3., waarin het profijt van de
                                van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                                uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van profijt, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door de burgemeester en wethouders te bepalen
                                grondslag, welke voorziet in de aanwezige verschillen in
                                profijt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, voor wat betreft de in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken welke niet in eigendom zijn van de
                                gemeente, plaats op basis van een exploitatie-overeenkomst. Indien
                                het afstand doen van gronden, als bedoeld in het derde lid onder d.
                                onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een akte
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad besluit tot het aangaan van een
                                exploitatie-overeenkomst, als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst, als bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval
                                bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        c.q. aanpassen van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid
                                (uitvoering werken door exploitant), bevat de overeenkomst,
                                onverminderd het gestelde in het derde lid, onder meer de volgende
                                bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken
                                        wordt een aannemingsovereenkomst gesloten, waarin de
                                        gemeente als opdracht gever en de exploitant als aannemer
                                        wordt aangemerkt. De gemeente zal op basis van deze
                                        overeenkomst tevens worden belast met de directievoering en
                                        het dagelijks toezicht;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom van de onder a. genoemde overeenkomst bedraagt
                                        1,--;</al></li><li nr="c."><al>op de aanneemovereenkomst zijn de voorwaarden en bepalingen
                                        van de UAV-AVW 1989, danwel de hierna verschenen en nog te
                                        verschijnen aanpassingen, van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                    kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens
                                    de in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende
                                    zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand
                                    van de in artikel 7 derde lid sub d. bedoelde gronden vallende
                                    en de kosten van kadastrale uitmeting, verminderd met de
                                    inbrengwaarde als bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 1. onder
                                    a. van de bij de exploitant in eigendom zijnde en voor
                                    exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke zijn
                                    bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en
                                    door exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></li><li nr="2."><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, als
                                    bedoeld in het eerste lid, wordt door de gemeente in
                                    overeenstemming met de exploitant op basis van taxatie
                                    vastgesteld. Bij het ontbreken van overeenstemming wordt de
                                    waarde van de gronden vastgesteld door een commissie van drie
                                    deskundigen, van wie een aan te wijzen door de gemeente, een
                                    door de exploitant en een door de beide reeds aangewezen
                                    deskundigen. </al><al>Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                                    overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen
                                    tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meest gerede
                                    partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter
                                    in het kanton waartoe de ge- meente behoort, kan verzoeken deze
                                    deskundige te benoemen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van
                                    dit artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan
                                    artikel 3, tweede lid (uitvoering werken door exploitant) de ten
                                    laste van de exploitant komende bijdrage als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage, zoals deze op grond van de in de artikelen
                                            5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                            toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de
                                            afstand van de in artikel 7, derde lid sub d. bedoelde
                                            gronden vallende en de kosten van kadastrale
                                            uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al><al>1. de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                            exploitant behorende gronden.</al><al>Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is van
                                            overeenkomstige toepassing;</al><al>2. het in de onder a. genoemde bijdrage opgenomen bedrag
                                            aan kosten zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 1.
                                            onder b. tot en met f., voorzover de uitvoering van de
                                            daarmee verband houdende activi teiten en werkzaamheden
                                            voor risico en rekening komt van de exploitant.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een belanghebbende kan de gemeenteraad verzoeken tot het
                                    verlenen van medewerking met betrekking tot het in
                                    bouwexploitatie brengen van gronden.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                            brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende de
                                            eigendom van de in exploitatie te brengen onroerende
                                            zaken heeft verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                    bouwvergunning, als bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                    combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen,
                                    waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of
                                    bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut,
                                    als bedoeld in artikel 2 van deze verordening moeten worden
                                    getroffen, wordt dit <onderstreept>vóór</onderstreept> de
                                    beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager.
                                    Daarbij wordt een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten
                                    van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut
                                    verstrekt. Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld
                                    een aanvraag in te dienen bij de gemeenteraad voor medewerking
                                    met betrekking tot het in bouwexploitatie brengen van
                                    gronden.</al></li><li nr="4."><al>De gemeenteraad beslist binnen zes maanden na ont vangst van de
                                    aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek
                                    van exploitant in bouwexploitatie brengen van gronden krachtens
                                    een overeenkomst, als bedoeld in artikel 7.</al></li><li nr="2."><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><al>a. de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                    gebied waarvoor een bestem- mingsplan geldt;</al><al>b. de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                    leiden tot strijd met de Woningwet;</al><al>c. het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of herin-
                                    richting;</al><al>d. het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins tot grote
                                    kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                    doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
                                    riolering etc..</al></li><li nr="3."><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><al>a. ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                    zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                    afgerond, tot een maand na het onherroepelijk worden van het
                                    bestemmingsplan of herziening daarvan;</al><al>b. ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                    belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                    weggenomen, tot een maand nadat deze belemmeringen zijn
                                    weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een
                                    onroerende zaak, voor welke werken in het daarbij behorende
                                    exploitatiegebied reeds een kostenverhaalsbesluit, als bedoeld
                                    in artikel 4, is genomen, maken burgemeester en wethouders dit
                                    aan de exploitant bekend. Naast de hiervoor genoemde
                                    bekendmaking wordt aan exploitant tevens een
                                    ontwerp-overeenkomst, als bedoeld in artikel 7, aangeboden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie bouwgrond- en/of baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit, als bedoeld in
                                artikel 4 is opgenomen, zal, indien exploitant een overeenkomst als
                                bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden bepaald dat,
                                met betrekking tot de uitvoering van de in deze overeenkomst
                                genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van bouwgrond- en/of baatbelasting ten laste
                                van de betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit als bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting of
                                bouwgrondbelasting, zulks overeenkomstig de bepalingen als opgeno-
                                men in het kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan, welke naast
                            het kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het
                            in bouwexploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan
                            vindt de vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst tot
                            standgekomen exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van
                            openbaar nut, plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening vinden, voorzover mogelijk,
                            overeenkomstige toepassing bij de kostprijsbe- rekening van de door de
                            gemeente in exploitatie te brengen gronden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Uitvoering verordening.</titel></kop><al>De gemeenteraad kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, met
                            uitzondering van de vaststelling van het in artikel 4 genoemde
                            kostenverhaalsbesluit, onder nader te stellen regels opdragen aan het
                            college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied, waarvoor geldt dat op de datum
                            van inwerkingtreding van deze verordening de te treffen voorzieningen
                            van openbaar nut niet in gebruik zijn genomen en/of zijn voltooid én
                            waarvoor geen kostenverhaalsbesluit als bedoeld in artikel 4 is genomen,
                            vinden de bepalingen in deze verordening toepassing op een voor zoveel
                            nodig aan de afwijking van artikel 4 van deze verordening aangepaste
                            wijze. In elk geval geldt daarbij dat, indien binnen een zodanig
                            exploitatiegebied wordt gekomen tot een exploitatie-overeenkomst als
                            bedoeld in artikel 7, de vaststelling van de daarin op te nemen
                            financiële bijdrage geschiedt op basis van een door de gemeenteraad vast
                            te stellen kostenbegroting, als bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                            vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                            artikel 139 van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                    vervalt de "Exploitatieverordening ", vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 27 februari 1984.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                    "Grondexploitatieverordening gemeente Voerendaal 1994".</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Voerendaal op 30 mei 1994.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOERENDAAL, de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Grondexploitatieverordening gemeente Voerendaal</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al/><al>Steeds meer wordt de gemeente geconfronteerd met het niet volledig uit kunnen
                    voeren van actieve grondpolitiek. Dit houdt in dat naast de door de gemeente te
                    verwerven gronden, welke vervolgens bouwrijp worden gemaakt en tenslot te worden
                    uitgegeven, steeds meer <onderstreept>particuliere</onderstreept> initiatieven
                    tot grondexploitatie ontstaan.</al><al>In dergelijke situaties, waarbij zowel gemeentelijke als particuliere
                    grondexploitatie plaatsvindt, is de gemeente verantwoordelijk voor de aanleg van
                    de benodigde infrastructurele werken, zoals wegen, straten, riolering etc..
                    Middels de actieve grondpolitiek worden deze kosten doorberekend aan de netto-
                    uitgeefbare bouwterreinen. In geval van particuliere grondexploitatie is een
                    dergelijke doorberekening niet mogelijk, simpelweg vanwege het feit dat de grond
                    niet in eigendom is van de gemeente.</al><al>Toch is het uit een oogpunt van gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig, dat
                    ook particuliere grondex ploi- tanten een (financiële) bijdrage leveren in de
                    kosten van de eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan bepaald op
                    basis van het profijt, dat deze (bouw)gronden hebben bij de aanleg van genoemde
                    werken.</al><al>In artikel 42 WRO is bepaald dat de gemeenteraad een verordening behoort vast te
                    stellen, welke de <onderstreept>voorwaarden</onderstreept> bevat, waaronder de
                    gemeente medewerking verleent aan het in bouwexploitatie brengen van gronden.
                    Deze verordening wordt "Exploitatieverordening" genoemd.</al><al>De thans aangeboden verordening betreft een algehele herziening van de bestaande
                    exploitatieverordening. Deze herziening is gebaseerd op de volgende
                    uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>Voorafgaande aan de realisatie van een bestemmingsplan moet
                            duidelijkheid ontstaan omtrent de risico's welke verbonden zijn aan het
                            niet volledig kunnen verwerven van de betreffende gronden. Aan de hand
                            van deze risico's zal middels een raadsbesluit moeten worden
                            vastgesteld, of en zo ja, op welke wijze kostenverhaal zal plaatsvinden.
                            Op deze wijze ontstaat vooraf duidelijkheid voor alle betrokkenen; Deze
                            werkwijze sluit aan bij de op 26 juli 1991 in werking getreden wijziging
                            van de gemeentewet-oud, i.c. de wijziging van de bouwgrond- en
                            baatbelasting (Stb. 394). In deze wet wordt het nemen van een
                            bekostigingsbesluit <onderstreept>voordat</onderstreept> wordt
                            aangevangen met de voorzieningen van openbaar nut, verplicht gesteld.
                            Deze verplichting is eveneens van toepassing op de baat- en
                            bouwgrondbelasting, zoals opgenomen in de artikelen 221 respectievelijk
                            222 van de (nieuwe) Gemeentewet. Tenslotte is de vaststelling van een
                            bekostigingsbesluit ook van toepassing op de baatbelasting (nieuwe
                            stijl), welke in de Gemeentewet wordt opgenomen ter vervanging van de
                            bestaande baat- en bouwgrondbelasting (zie voorgestelde artikel 228a van
                            de Gemeentewet (Kamerstukken II, 1992/93, 23 217 nr. 2. voorstel voor
                            een Invoeringswet van de wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet).
                            Het opnemen van een kostenverhaalsbesluit in de exploitatieverordening
                            verduidelijkt dan ook de samenhang tussen het kostenverhaal via
                            exploitatie-overeenkomst enerzijds en het verhaal op basis van een
                            bouwgrond- of baatbelasting anderzijds.</al></li><li nr="b."><al>Op basis van het onder a. genoemde uitgangspunt dient de wijze van
                            toerekening van profijt via de methoden van gronduitgifte, kostenverhaal
                            via exploitatie-overeenkomst en kostenverhaal via m.n.
                            bouwgrondbelasting zoveel mogelijk op elkaar te worden afgestemd. Dit
                            betekent dat de in de exploitatieverordening opgenomen systematiek van
                            profijttoerekening t.o.v. de voormalige verordening is aangepast op en
                            gerelateerd aan de andere verhaalsmethoden;</al></li><li nr="c."><al>Het onder a. genoemde uitgangspunt brengt met zich mee dat, in
                            tegenstelling tot de in de bestaande exploitatieverordening opgenomen
                            procedure, de exploitatie-overeenkomst zowel op initiatief van de
                            gemeente als op basis van een verzoek van exploitant kan worden
                            aangegaan.</al></li></lijst><al>Gelet op de thans opgenomen werkwijze zal een aanvraag tot het sluiten van een
                    exploitatie- overeenkomst in de regel alleen nog voorkomen in situaties, waarbij
                    incidentele voorzieningen moeten worden getroffen, vaak speciaal ten behoeve van
                    exploitant. In de meeste overige gevallen zal immers steeds sprake zijn van de
                    werking van een kostenverhaalsbesluit.</al><al>d.De opsomming van de verschillende voorzieningen van openbaar nut is uitgebreid
                    met die werken, welke als gevolg van onder meer de milieuwetgeving vaak
                    noodzakelijk zijn t.b.v. de uitvoering van een bestemmings plan.</al><al>Tenslotte wordt opgemerkt dat de verordening is aangepast aan de gevolgen van de
                    inwerkingtreding van de</al><al>Gemeentewet en de 1e en 2e tranche van de Algemene wet bestuurs recht per 1
                    januari 1994.</al><al/><al>Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting.</al><tussenkop>Afdeling I Algemene bepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepaling</tussenkop><al>De exploitatieverordening is van toepassing indien sprake is van "het in
                    exploitatie brengen van gronden". Hieronder wordt verstaan het van gemeentewege
                    treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor een onroerende zaak
                    geschikt of beter geschikt wordt voor bebouwing, danwel in een voordeliger
                    positie komt te verkeren.</al><al>Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van de bouwgrondbelasting.
                    Dit betekent dat ook in gevallen, waarbij voorzieningen worden getroffen
                    waardoor een reeds bebouwde onroerende zaak in een voordeliger positie is komen
                    te verkeren, het sluiten van een exploitatie-overeenkomst mogelijk is.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat de gemeenteraad gebieden kan aanwijzen, die als
                    een "exploitatiegebied" zullen gelden. Hiermee wordt het bijvoorbeeld mogelijk
                    om onroerende zaken, welke in het kader van de stads - en dorpsvernieuwing
                    binnen de bebouwde kom worden heringericht etc., in voorkomende gevallen onder
                    de werking van deze verordening te laten vallen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Voorzieningen van openbaar nut</tussenkop><al>In de omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut is gelet op de
                    vigerende jurisprudentie, de aanleg van rioolwaterzuiveringsinstallaties komen
                    te vervallen. Dergelijke inrichtingen worden, vanwege het doel van deze werken,
                    niet gerekend tot die werken, welke nodig zijn voor
                        <onderstreept>bouwexploitatie.</onderstreept></al><al>Als voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het uitvoeren van
                    bodemonderzoek en bodemsanering, voorzover dit noodzakelijk is voor de
                    uitvoering van een bestemmingsplan en voorzover de daarmee verband houdende
                    kosten niet kunnen worden verhaald op andere wijze. Hierbij moet met name worden
                    gedacht aan het verhaal van kosten bodemsanering op de "vervuiler", zoals o.m.
                    is vastgelegd in artikel</al><al>21 Interimwet bodemsanering.</al><al>Ingeval kostenverhaal op derden echter niet (geheel) mogelijk is, is het
                    redelijk om de ten laste van de ge- meente blijvende nettokosten te verhalen via
                    de gemeentelijke en particuliere grondexploitatie.</al><al>Dit geldt ook voor de maatregelen welke op basis van de vigerende
                    milieuwetgeving nodig zijn voor de realisatie van bestemmingsplannen. Gedacht
                    moet worden aan het treffen van geluidwerende voorzieningen, maar ook aan het
                    verwijderen van bedrijvigheid welke stankoverlast of andersoortige hinder
                    veroorzaakt.</al><al>Tenslotte is aangegeven dat ook werken, welke als zogenaamde "bovenwijkse
                    voorzieningen" worden beschouwd, kunnen worden aangemerkt als voorzieningen van
                    openbaar nut, voorzover deze werken aantoonbaar
                        <onderstreept>profijt</onderstreept> opleveren voor de in het
                    exploitatiegebied liggende onroerende zaken.</al><al>De kosten van bovenwijkse voorzieningen worden in de regel via een fondsopslag
                    in de kostprijs verwerkt. Het is daarbij van belang dat een dergelijk omslag van
                    kosten steeds op een juiste wijze beleidsmatig wordt onderbouwd. Dit kan, indien
                    de gemeente beschikt over een structuurplan, reeds geschieden bij de
                    vaststelling van het struc tuurplan. De beleidsmatige onderbouwing kan echter
                    zonder bezwaren tevens plaatsvinden op</al><al>basis van een beleidsnota, waarbij de toerekening van de kosten van bovenwijkse
                    voorzieningen over de diverse toekomstige en eventuele bestaande
                    bestemmingsplannen wordt onderbouwd.</al><tussenkop>Afdeling II Bouwexploitatie op initiatief van de ge meente</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 3. Uitvoering van voorzieningen van openbaar
                    nut</tussenkop><al>Hoewel het sluiten van een exploitatie-overeenkomst nimmer zal kunnen en mogen
                    worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat de eerdergenoemde
                    voorzieningen van openbaar nut alleen door of met medewerking van de gemeente
                    kunnen worden aangelegd. Het primaat met betrekking tot de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut ligt derhalve bij de gemeente.</al><al>In sommige gevallen zal een particuliere exploitant in staat en bereid kunnen
                    zijn tot het <onderstreept>zelfstandig</onderstreept> treffen van dergelijke
                    openbare voorzieningen op de gronden welke in eigendom zijn van de
                    exploitant.</al><al>Aangezien het daarbij steeds gaat om <onderstreept>openbare</onderstreept>
                    voorzieningen, zal deze particuliere uitvoering alleen dan mogelijk zijn, indien
                    garanties aanwezig zijn omtrent met name de kwaliteit van de uitvoering. De door
                    de gemeente te stellen kwaliteitseisen zullen overeen moeten komen met die
                    eisen, die zij zichzelf steeds stelt bij de aanleg van dergelijke voorzieningen.
                    Wel zijn garanties nodig in de vorm van tijdige uitvoering,</al><al>kwaliteitseisen, garantieregeling in geval van wanprestatie, overdracht van
                    voorzieningen van openbaar nut aan gemeente etc.. Dergelijke aanvullende eisen
                    zijn opgenomen in artikel 7, vierde lid van deze verordening.</al><al/><al>De uitvoering van voorzieningen van openbaar nut door de exploitant zal niet
                    betekenen, dat geen financiële bij- drage aan de gemeente verschuldigd is. Ook
                    indien wordt gekomen tot het zelf uitvoeren van bepaalde werken, is het redelijk
                    dat alsnog een financiële bijdrage wordt verleend in de kosten van o.m.
                    planvoorbereiding, ambte- lijk apparaat, bovenwijkse voorzieningen alsmede in de
                    (extra) kosten van voorbereiding en toezicht. In het derde lid van dit artikel
                    alsmede in artikel 8, derde lid is hiervoor een regeling opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Vaststelling kostenverhaalsbesluit</tussenkop><al>Kostenverhaal bij bouwgrondexploitatie is in de meeste gevallen aan de orde bij
                    de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan. In de meeste gevallen gaat de
                    gemeente ervan uit, alle gronden in een dergelijk plan te</al><al>zullen verwerven. Deze gronden zullen vervolgens bouwrijp worden gemaakt en
                    worden uitgegeven.</al><al>Steeds meer wordt,
                        <onderstreept>vaakpaslopendederealisatievaneenbestemmingsplan</onderstreept>,
                    duidelijk dat niet alle gronden in eigendom zullen kunnen worden verkregen.</al><al>Ter voorkoming van problemen m.b.t. het kunnen uitvoeren van kostenverhaal
                    (bijv. voorzieningen zijn reeds 2 jaar geleden getroffen), alsmede in belang der
                    rechtszekerheid is de bepaling opgenomen, dat voordat met de uitvoering van
                    werken wordt begonnen, door de gemeenteraad wordt bepaald volgens welke
                    strategie de te maken kosten worden verhaald.</al><al>Daarbij wordt aangegeven via een kostenbegroting (vergelijkbaar met de bekende
                    exploitatie-opzet) welke voorzieningen worden getroffen, alsmede wat de omvang
                    zal zijn van het gebied dat door deze voorzieningen zal worden gebaat. In
                    sommige gevallen kan dit profijtgebied afwijken van het gebied, zoals dat is
                    bepaald via de gangbare exploitatie-opzet.</al><al>Belangrijk bij het nemen van een kostenverhaalsbesluit is de
                        <onderstreept>strategie</onderstreept>, die toegepast zal gaan worden bij
                    het verhaal van kosten. Uitgangspunt zal daarbij blijven, dat de gemeente de
                    voorkeur uitspreekt voor het zelf aankopen en vervolgens uitgeven van deze
                    gronden. Mocht dit niet lukken, dan zullen de particuliere exploitanten in
                    eerste instantie een exploitatie-overeenkomst voorgelegd krijgen, welke op
                    vrijwillige basis kan worden ondertekend.</al><al>Mocht men hiertoe niet bereid zijn, dan zal in het besluit worden aangegeven dat
                    aanvullend kostenverhaal via bouwgrond- of baatbelasting kan plaatsvinden. Onder
                    baatbelasting wordt in deze verordening verstaan: de be- staande baatbelasting
                    zoals bedoeld in artikel 221 Gemeentewet alsmede de baatbelasting (nieuwe
                    stijl), welke ter vervanging van de bestaande baat- en bouwgrondbelasting in de
                    Gemeentewet zal worden opgenomen (zie voorstel voor Invoeringswet van de wet
                    materiële belastingbepalingen Gemeentewet, kamerstukken II, 1992/1993, 23 217 nr
                    2). Hiermee zal dan tevens zijn voldaan aan de in de artikelen 221 (bestaande
                    baatbelasting) en 222 (bouwgrondbelasting) Gemeentewet opgenomen verplichting
                    tot het vaststellen van een bekostigingsbesluit. Daarnaast wordt voldaan aan de
                    in de Gemeentewet op te nemen ver-</al><al>plichting tot het vaststellen van een bekostigingsbesluit voor de ter vervanging
                    van de bestaande baat- en bouw- grondbelasting in te voeren baatbelasting
                    (nieuwe stijl).</al><al>Het kostenverhaalsbesluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139
                    Gemeentewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. De kostenbegroting</tussenkop><al>De opsomming van de kosten- en de opbrengstelementen stemt nagenoeg overeen met
                    de bestaande regelgeving. Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig dient
                    te zijn tussen de verschillende kosten- en opbrengstelementen en het
                    exploitatiegebied. De wijze van toerekening zal plaatsvinden op basis van het
                        <onderstreept>profijt</onderstreept> dat alle in het exploitatiegebied
                    opgenomen onroerende zaken zullen hebben van de getroffen voorzieningen van
                    openbaar nut. Dit geldt derhalve zowel voor de gronden welke bestemd zijn voor
                    gemeentelijke gronduitgifte, als de gronden welke bestemd zijn voor particuliere
                    exploitatie. De mate van profijt kan daarbij onderling variëren</al><al>als gevolg van verschillen in ligging, bestemming en
                        <onderstreept>objectieve</onderstreept> gebruiksmogelijkheid van de
                    desbetreffende onroerende zaak. Het uitgangspunt bij de kostentoerekening zal
                    steeds zijn, dat het <onderstreept>totale</onderstreept> gebied door de gemeente
                    in exploitatie zal worden gebracht. Hiermee wordt de afstemming met de
                    uitgangspunten, welke zijn neergelegd in de gemeentelijke exploitatie-opzet,
                    bereikt. Belangrijk zal daarbij zijn of de laatstgenoemde exploitatie-opzet
                    voldoende rekening heeft gehouden met de verschillen in profijt tussen de gebate
                    onroerende zaken. Wij verwijzen hierbij naar het gestelde in artikel 13 van de
                    verordening.</al><tussenkop>Artikel 6. Grondslag van toerekening profijt</tussenkop><al>Om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van vaststelling van de
                    kostprijs bij gronduitgifte is gekozen voor de rekeneenheid van de vierkante
                    meter grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel</al><al>bebouwd als onbebouwd). Met toepassing van liggings-, bestemmings- en
                    gebruiksfactoren is het mogelijk om in nagenoeg alle gevallen te komen tot een
                    verantwoorde profijtomslag ter bepaling van de omvang van de
                    exploitatiebijdrage.</al><al>Ingeval de grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet tegemoet komt aan
                    de aanwezige profijtverschillen, biedt de verordening de mogelijkheid tot
                    vaststelling van een afwijkende grondslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Inhoud exploitatie-overeenkomst</tussenkop><al>In dit artikel wordt ervan uitgegaan, dat in navolging van het reeds genomen
                    kostenverhaalsbesluit, het sluiten van een exploitatie-overeenkomst als eerste
                    en centrale methode van kostenverhaal is aan te merken.</al><al>Wij willen duidelijk benadrukken, dat het sluiten van een
                    exploitatie-overeenkomst, evenals iedere andere overeenkomst, is gebaseerd op
                    wilsovereenstemming. Dit betekent dat een exploitant niet kan worden verplicht
                    tot het sluiten van een exploitatie-overeenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan
                    van een exploitatie- overeenkomst ligt bij de gemeenteraad.</al><al>Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een exploitatie-overeenkomst, bevat
                    artikel 7 een aantal</al><al>voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle gevallen moet voldoen. Naast de
                    vaststelling van een financiële bijdrage is in voorkomende gevallen de bepaling
                    opgenomen dat gronden, welke bestemd zijn als ondergrond voor voorzieningen van
                    openbaar nut, via deze overeenkomst worden afgestaan aan de gemeente. In de
                    situatie dat sprake is van een overdracht van gronden, is in het eerste lid de
                    bepaling opgenomen dat van de overeenkomst een notariële akte wordt
                    opgemaakt.</al><al>In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen indien de werken geheel
                    of gedeeltelijk worden uitgevoerd door de particuliere exploitant.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Vaststelling exploitatiebijdrage</tussenkop><al>Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het feit dat
                    overeenkomstig artikel 5 tweede lid, de kostentoerekening is opgesteld met het
                    uitgangspunt, dat het totale exploitatiegebied door de gemeente in zijn geheel
                    in exploitatie zal worden gebracht.</al><al>Dit betekent dat in de kostenbegroting gerekend wordt met een
                        <onderstreept>gemiddelde</onderstreept> prijs van de inbrengwaarde van alle
                    gronden (ook die van de particuliere eigenaren). Op deze wijze komt een
                    gemiddelde kostprijs tot stand, welke daarna zal worden gecorrigeerd voor
                    verschillen in ligging etc..</al><al>Het zal duidelijk zijn dat de particuliere exploitant op deze prijs de waarde
                    van de hem toebehorende gronden (zowel t.b.v. de bouwexploitatie als ten behoeve
                    van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) in mindering zal mogen
                    brengen. Omdat deze vermindering kan afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde
                    grondinbrengprijs, is een regeling nodig voor bindende vaststelling van deze
                    inbrengwaarde.</al><al>In het derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt
                    vastgesteld, indien de exploitant overgaat tot het geheel of gedeeltelijk zelf
                    uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. In een dergelijke situatie blijft
                    de financiële bijdrage in de regel beperkt tot de kosten, die de gemeente maakt
                    of zal maken in verband met de planuitvoering, voorbereiding en toezicht maar
                    ook met betrekking tot voorzieningen die voor het totale plan gelden dan wel een
                    bovenwijkse karakter hebben. De omslag van deze voor rekening van de gemeente
                    blijvende kosten vindt plaats overeenkomstig de in de artikelen 5 en 6
                    beschreven methode, onder verrekening van de inbrengwaarde van alle tot de
                    onroerende zaak van exploitant behorende gronden. Daarnaast vindt een
                    vermindering plaats van de daarin opgenomen kosten voor voorzieningen, voorzover
                    deze voorzieningen geheel</al><al>of gedeeltelijk door de exploitant worden gerealiseerd.</al><al/><tussenkop>Afdeling III Bouwexploitatie op verzoek van
                    exploitant</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 9. De aanvraag</tussenkop><al>Naast het door de gemeente zelf treffen van voorzieningen van openbaar nut kan
                    het voorkomen dat een particuliere exploitant de gemeente verzoekt tot het
                    treffen van voorzieningen. Vaak zullen dit dan incidentele op zich zelf staande
                    voorzieningen zijn, welke specifiek betrek king hebben op de onroerende zaak van
                    één of enkele exploitanten.</al><al>Gedacht moet hierbij bijvoorbeeld worden aan de situatie, waarin een tuincentrum
                    de gemeente verzoekt om op basis van artikel 19 WRO mee te werken aan de
                    uitbreiding van de winkelruimte door middel van een wijziging van een
                    bestemmingsplan. In dergelijke gevallen kan het voorkomen dat van gemeentewege
                    wordt gewezen op de noodzaak van uitbreiding van parkeergelegenheid en bijv. de
                    aanleg van in- en uitvoegstrook vanaf de openbare weg. Dergelijke voorzieningen
                    kunnen onder de werking van afdeling III van deze verordening worden
                    gebracht.</al><al>In het derde lid van dit artikel is de bepaling opgenomen dat, indien een
                    aanvraag voor een bouwvergunning (eventueel gecombineerd met een verzoek om
                    vrijstelling ex artikel 19 WRO) wordt ingediend, waarbij in geval van verlenen
                    van een vrijstelling c.q. bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                    openbaar nut moeten worden uitgevoerd, dit
                        <onderstreept>voordatoverdebouwaanvraagwordtbeslist</onderstreept>, bekend
                    wordt gemaakt aan de aanvrager.</al><al>De aanvrager zal daarbij een raming ontvangen van de door de gemeente te maken
                    kosten. Aan de hand van deze gegevens is aanvrager in staat om voorafgaande aan
                    de beslissing over de bouwaanvraag, een financiële afweging te maken van de aan
                    deze bouwexploitatie verbonden kosten. De aanvrager wordt op dat moment in staat
                    gesteld, alsnog een aanvraag in te dienen tot het aangaan van een
                    exploitatie-overeenkomst.</al><al/><tussenkop>Artikel 10. Bes lissing op de aanvraag</tussenkop><al>Aangegeven is dat de medewerking tot het treffen van voorzieningen alleen kan
                    worden verleend door middel van het sluiten van een overeenkomst op basis van
                    artikel 7 van de verordening.</al><al>Daarnaast zijn een viertal facultatieve gronden opgenomen, waaronder de
                    medewerking kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot aanhouding van
                    de aanvraag opgenomen in gevallen waarin de procedure van de
                    vaststelling/goedkeuring van een onderliggend bestemmingsplan nog niet is
                    afgerond.</al><al>Tenslotte is de bepaling opgenomen, dat, ingeval een aanvraag is ontvangen voor
                    een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalsbesluit is genomen door de
                    gemeenteraad, laatstgenoemd besluit bekend wordt gemaakt aan de exploitant.</al><al>Deze bekendmaking zal mede inhouden, dat de gemeenteraad reeds eerder heeft
                    aangegeven dat de onderhavige onroerende zaak wordt gebaat door het treffen van
                    voorzieningen van openbaar nut en het om die reden gerechtvaardigd is
                    dienaan-gaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve zou ook zonder het insturen
                    van een aanvraag de gemeente reeds op eigen initiatief zijn gekomen met een
                    exploitatie-overeenkomst.</al><al>Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen aanbieding van een
                    ontwerp-exploitatie-overeenkomst onmiddellijk kan plaatsvi nden.</al><al/><tussenkop>Afdeling IV Relatie gronduitgifte en andere
                    kostenverhaalsinstrumenten</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 11. Relatie bouwgrond- en/of
                    baatbelasting</tussenkop><al>In het eerste lid wordt uit een oogpunt van rechtszekerheid aangegeven, dat in
                    iedere te sluiten exploitatie- overeenkomst de bepaling wordt opgenomen, dat met
                    betrekking tot de uitvoering van die werken geen aanvullend fiscaal verhaal zal
                    plaatsvinden. Een dergelijke bepaling is niet in strijd met de Grondwet (i.c.
                    privilegeverbod bij belastingen), omdat de wijze van toerekening via
                    exploitatie-overeenkomst volledig overeen- stemt met de wijze van toerekening
                    bij een eventueel toe te passen fiscaal verhaal.</al><al>Aan de andere kant is het uit een oogpunt van rechtszekerheid gewenst dat,
                    indien een exploitant niet bereid is tot het aangaan van een
                    exploitatie-overeenkomst, hem wordt medegedeeld dat overeenkomstig het
                    eerdergenomen kostenverhaalsbesluit door de gemeenteraad, over kan worden gegaan
                    tot het instellen van een baat- of bouwgrondbelasting.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Relatie andere overeenkomsten</tussenkop><al>Steeds meer komt het voor dat door de gemeente overeenkomsten worden gesloten
                    met meerdere marktpartijen tot samenwerking in een bepaald project. We spreken
                    dan van publiek -private-samenwerking (PPS).</al><al>Dergelijke overeenkomsten omvatten naast elementen van kostenverhaal van
                    voorzieningen van openbaar nut, vaak nog totaal andere elementen. Ter voorkoming
                    van onnodige complexe contracten worden deze elementen vaak allen tezamen in één
                    overeenkomst opgenomen.</al><al>In dit artikel is bepaald dat het sluiten van dergelijke overeenkomsten geen
                    bezwaar behoeft op te leveren, mits de vaststelling van de door de marktpartijen
                    verschuldigde exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van het gestelde in
                    deze exploitatieverordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Relatie gemeentelijke
                    bouwgrondexploitatie</tussenkop><al>Op basis van dit artikel wordt aangegeven, dat de wijze van toerekening van de
                    kosten van voorzieningen van openbaar nut zoals opgenomen in deze verordening,
                    zoveel mogelijk zal worden toegepast bij de kostprijsberekening bij
                    gemeentelijke gronduitgifte. In beginsel is de methodiek van
                    "profijttoerekening", zoals beschreven in de artikelen 5 en 6 van de
                    verordening, te onderscheiden van de methodiek van berekening van de
                    gronduitgifteprijzen, indien wordt overgegaan tot gemeentelijke
                    grondexploitatie. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid is van
                    het uitermate groot belang, dat het verhaal van kosten via de gemeentelijke
                    gronduitgifte minimaal gelijk is aan het niveau van kostenverhaal via toepassing
                    van de exploitatieverordening c.q. via bouwgrondbelasting.</al><al>Dit betekent niet, dat de gronduitgifteprijs gelijk behoeft te zijn aan de
                    bruto-financiële bijdrage, zoals bepaald in artikel 8 van de verordening.</al><al>Laatstgenoemde prijs is naast de hoogte van de kostprijs, afhankelijk van de
                    economische marktsituatie, aanwezige concurrentieverschillen etc.</al><al/><al/><tussenkop>Afdeling V Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 14. Uitvoering verordening.</tussenkop><al>De bevoegdheid tot het aangaan van een exploitatie-overeenkomst, ongeacht of dit
                    geschiedt op initiatief van de gemeente of van de exploitant, berust in beginsel
                    bij de gemeenteraad. Via dit artikel wordt de mogelijkheid geboden deze
                    bevoegdheid op te dragen aan burgemeester en wethouders.</al><al>Een uitzondering wordt daarbij gemaakt voor de vaststelling van het
                    kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in artikel 4 van de verordening. De
                    besluitvorming met betrekking tot de te voeren grond- en kostenverhaalsstrate-
                    gie behoort bij uitstek toe aan het beleidsbepalende orgaan, i.c. de
                    gemeenteraad. Daarnaast moet erop worden gewezen dat het kostenverhaalsbesluit
                    tevens de functie vervult van het zgn. "bekostigingsbesluit", als voorwaarde
                    voor de invoering van een baat- of bouwgrondbelasting. De bevoegdheid tot
                    vaststelling van het bekostigingsbesluit is op grond van de wettelijke
                    bepalingen voorbehouden aan de gemeenteraad.</al><al/><tussenkop>Artikel 15. Overgangsbepaling</tussenkop><al>De overgangsbepaling is bedoeld voor die situaties, waarbij op het moment van
                    inwerkingtreding van de exploitatieverordening reeds een aanvang is gemaakt met
                    de uitvoering van voorzieningen van openbaar nut. Artikel 4 gaat ervan uit, dat
                    het nemen van een kostenverhaalsbesluit moet plaatsvinden
                        <onderstreept>voordat</onderstreept> met de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut wordt aangevangen.</al><al>Bepaald is dat de verordening ook van toepassing is in exploitatiegebieden,
                    waarbij op de datum van inwerking- treding de te treffen voorzieningen van
                    openbaar niet in gebruik zijn genomen danwel zijn voltooid en voor welke
                    gebieden géén kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in artikel 4, is genomen. De
                    toepassing van deze bepaling zal aan de orde zijn in exploitatiegebieden, ten
                    behoeve waarvan vóór de datum van inwerkingtreding van de verordening een
                    bekostigingsbesluit ten behoeve van een mogelijk in te stellen baat belasting
                    c.q. bouwgrondbelasting is genomen.</al><al>Daarnaast voorziet deze bepaling erin, dat de verordening ook kan worden
                    toegepast voor in uitvoering zijnde exploitatiegebieden waarvoor, ten tijde van
                    de inwerkingtreding van de verordening, niet reeds een bekostigings - besluit
                    was vastgesteld.</al><al>Om in dergelijke situaties (bij het ontbreken van een kostenverhaalsbesluit)
                    toch te kunnen komen tot het aan- gaan van een exploitatie-overeenkomst, is
                    bepaald dat de regels van deze verordening op een zoveel mogelijk aan deze
                    afwijking aangepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij geldt in ieder geval dat
                    de hoogte van de in de overeenkomst op te nemen bijdrage wordt bepaald op basis
                    van een door de gemeenteraad vast te stellen kostenbegroting, welke voldoet aan
                    de in artikel 5 gestelde eisen. In navolging op het gestelde in artikel 4,
                    eerste lid, dient ook de vast te stellen kostenbegroting bekend te worden
                    gemaakt overeenkomstig artikel 139</al><al>Gemeentewet.</al><al>Behoort bij raadsbesluit van 30 mei 1994</al><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE VOERENDAAL, de secretaris, de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>