<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR82347_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 69</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende zaakbelastingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 216,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 217,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220 tot en met 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/331</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening onroerende zaakbelasting 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>D<cursief>e raad van de gemeente Tilburg;</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 216, 217 en 220 tot en met 220h van de
                                Gemeentewet;</al><al/></li></lijst><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van onroerende
                        zaakbelastingen 2011”.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "onroerende zaakbelastingen" worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak, die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                                    degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken,
                            wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met
                            overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de
                            artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende
                            zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waardepeildatum is 1 januari 2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting voor onroerende zaken die niet in
                                        hoofdzaak tot woning dienen 0,1283%</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting voor onroerende zaken die in
                                        hoofdzaak</al><al> tot woning dienen 0,0824%</al></li><li nr="c."><al>de eigenarenbelasting voor onroerende zaken die niet in
                                        hoofdzaak tot woning dienen 0,1626%</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                                afgerond op hele euro's.</al></li><li nr="3."><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende
                                zaakbelasting of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                            maatstaf van heffing buiten aanmerking gelaten de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet
                                    aan de in artikel 1, derde lid onderdeel b, van die wet bedoelde
                                    voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                    eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, worden beheerd;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, één en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>onroerende zaken, die worden gebruikt als pastorie of
                                    kosterswoning, indien het genot krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht daarvan toekomt aan een kerkgenootschap of ander
                                    genootschap als in onderdeel c bedoeld;</al></li><li nr="m."><al>onroerende zaken met agrarische bestemming, voor zover deze
                                    ongebouwd zijn en al niet vrijgesteld zijn op grond van letter a
                                    voornoemd;</al></li><li nr="n."><al>onroerende zaken die worden gebruikt als sportterrein, één en
                                    ander met uitzondering van gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="o."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht daarvan toekomt, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf
                            voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van
                            gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan
                            wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van
                            de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                            dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan
                            de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand
                            volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later
                            (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal
                            achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende
                            aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en
                            gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de onroerende zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2011.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="3."><al>De "Verordening onroerende zaakbelasting 2010" van 12 november 2009
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum
                                van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening onroerende
                                zaakbelastingen 2011".</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2010</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting behorende bij de “Verordening onroerende
                        zaakbelastingen 2011”.</titel></kop><al>In verband met de jaarlijkse herwaardering zijn de onroerende zaken voor het
                    belastingjaar 2011 opnieuw getaxeerd en hiervoor is de waardepeildatum 1 januari
                    2010 gehanteerd. Op basis van de huidige prognoses komt de daling van de
                    WOZ-waarden voor de woningen uit op gemiddeld -/- 3,0 % en voor de niet-woningen
                    is het gemiddelde dalingspercentage -/- 1,35 %. De totale WOZ-waarde stijgt
                    daarnaast nog als gevolg van een toename van het aantal woningen en
                    niet-woningen in 2011 (areaalontwikkeling). </al><al>Voor de ontwikkeling van de WOZ-waarde geeft dit het volgende totaalbeeld:</al><al>De totale WOZ-waarde 2010 is: € 25.770.877.000</al><al>De totale WOZ-waarde van woningen 2010 is: € 19.785.520.000</al><al>De totale WOZ-waarde van niet-woningen 2010 is: € 5.985.357.000</al><al>De totale WOZ-waarde 2011 is: € 25.238.905.000</al><al>De totale WOZ-waarde van woningen 2011 is: € 19.269.962.000</al><al>De totale WOZ-waarde van niet-woningen 2011 is: € 5.968.943.000</al><al/><al><vet>Uitvoeringskosten en opbrengsten (x € 1.000):</vet></al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Rek. 2009</vet></al></entry><entry><al><vet>Begr. 2010</vet></al></entry><entry><al><vet>Begr. 2011</vet></al></entry></row><row><entry><al>Uitvoering wet WOZ</al></entry><entry><al>3.047</al></entry><entry><al>2.715</al></entry><entry><al>2.734</al></entry></row><row><entry><al>Perceptiekosten</al></entry><entry><al>458</al></entry><entry><al>478</al></entry><entry><al>480</al></entry></row><row><entry><al><vet>Totaal kosten</vet></al></entry><entry><al><vet>3.505</vet></al></entry><entry><al><vet>3.193</vet></al></entry><entry><al><vet>3.214</vet></al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>OZB eigenaar</al></entry><entry><al>24.435</al></entry><entry><al>23.915</al></entry><entry><al>25.452</al></entry></row><row><entry><al>OZB gebruiker</al></entry><entry><al>6.858</al></entry><entry><al>6.298</al></entry><entry><al>7.087</al></entry></row><row><entry><al><vet>Totaal opbrengsten</vet></al></entry><entry><al><vet>31.293</vet></al></entry><entry><al><vet>30.213</vet></al></entry><entry><al><vet>32.539</vet></al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>Saldo</vet></al></entry><entry><al><vet>27.788</vet></al></entry><entry><al><vet>27.020</vet></al></entry><entry><al><vet>29.325</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Voor het belastingjaar 2011 bedragen de verwachte kosten voor heffing en
                    invordering van de onroerende zaakbelastingen en waarderingskosten €
                    3.214.000,00. Dit is ongeveer 10% van de totale opbrengst. De geraamde opbrengst
                    voor 2011 bedraagt € 32.539.000,00 en hierbij is rekening gehouden met een
                    correctie voor vrijstellingen, leegstand (voor gebruikers), afrondingen,
                    bezwaarschriften en oninbare posten.</al><al/><al><vet>Tarieven 2011</vet></al><al>OZB woningen eigenaar 0,0824 %</al><al>OZB niet-woningen eigenaar 0,1626 %</al><al>OZB niet-woningen gebruiker 0,1283 %</al><al>De OZB tarieven zijn berekend op basis van de nieuwe WOZ waarden voor 2011 met
                    inbegrip van de verwachte areaal- en waardeontwikkeling. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>