<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR82302_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Evenementen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 27-12-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Voorschriften evenementen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening algemene plaatselijke regelgeving (APV)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Drank en horecawet, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-12-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De voorschriften vrijstelling evenementen vergunning is als bijlage toegevoegd.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Evenementen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De wereld van het feestDe poorten staan weer openUitnodigend voor wat niet
                        is geweestAlleen moet je wel een kaartje kopen. </al><al>(Een gedeelte van het gedicht Kun je meedoenuit de bundel Alle zaken in
                        orde)</al><al><vet>Evenementennota </vet></al><al><vet>Evenementenbeleid in Aalburg voor de periode 2007 tot 2010</vet></al><al>Vastgesteld op 19 december 2006Burgemeester en wethouders van AalburgDe
                        secretaris de burgemeester </al><al>A.G. Dolislager F. Buijserd</al><al>De burgemeester van Aalburg,</al><al> F. Buijserd </al><al>Bekendgemaakt op 27 december 2006 in weekblad Het Kontakten op website
                        www.Aalburg.nl </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al><vet>Wat is een evenement?</vet>De term evenement is in de volksmond een
                        bekend begrip en zal niet vaak tot spraakverwar-ring leiden. Een
                        omschrijving van het begrip evenement staat in artikel 2.2.1 van de
                        Algeme-ne Plaatselijke Verordening: Een evenement is elke voor publiek
                        toegankelijke verrichting van vermaak. Vervolgens worden zaken van het
                        begrip evenement uitgesloten, zoals bios-copen, markten, kansspelen,
                        dansgelegenheden, betogingen. Hetzelfde artikel geeft aan dat onder een
                        evenement mede wordt verstaan een herdenkingsplechtigheid, een optocht of
                        een feest/wedstrijd op of aan de weg.Deze enigszins technische en wellicht
                        juridische omschrijving voor het begrip evenement hanteert het college om
                        misverstanden te voorkomen.</al><al>Voor het organiseren van een evenement is in het algemeen een vergunning van
                        de gemeente nodig. Dat is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening.
                        Aan een vergunning zijn bijna altijd voorwaarden verbonden in het belang van
                        o.a. openbare orde en veiligheid, brandveiligheid, toezicht en milieu.</al><al>Die voorwaarden komen onder meer tot stand aan de hand van wettelijke
                        regelgeving, vastgelegd beleid in diverse documenten en op grond van een
                        mondeling overgeleverde consistente wijze van handelen. In voorkomende
                        gevallen moest naar bevind van zaken gehandeld worden voor zover een
                        gedragslijn ontbrak. Als er wel een gedragslijn werd gevolgd, was die niet
                        altijd vooraf bekend en strookte daarom soms niet direct met de plannen van
                        een organisator.De grenzen van de voorschriften zijn niet altijd scherp aan
                        te geven, doordat normstellingen of richtgetallen ontbraken. Omschrijvingen
                        als “voldoende” en “niet teveel” kunnen interpretaties oproepen bij de
                        organisatoren. Deze wijze van vergunningverlening kan in voorkomende
                        ge-vallen controle en handhaving bemoeilijken. De rechtszekerheid komt
                        hierdoor in het geding.</al><al>Kortom, aanleiding om een evenementenbeleid op te stellen voor de gemeente
                        Aalburg. Het gaat daarbij om het op schrift stellen van geldende
                        gedragslijnen en om het vaststellen van beleid. Het is in het belang van de
                        organisator om te weten waar hij op en mee kan rekenen als een evenement
                        wordt voorbereid. Daarnaast moet helder zijn wat de gemeente voor de
                        organisator kan betekenen. Beide onderdelen zijn vastgelegd in dit
                        beleidsstuk, dat - zoals hiervoor is geschreven - de ene keer het bestaande
                        beleid verwoordt (dat nog geen wijziging behoeft) en dat op sommige plaatsen
                        een nieuwe gedragslijn voorstelt (die een antwoord geeft op zienswijzen,
                        suggesties of wensen van organisatoren).</al><al><vet>Periode</vet>In principe geldt het evenementenbeleid voor een periode
                        van 3 jaar. Daarna volgt een evaluatie en aan de hand daarvan kan het nodig
                        zijn de regels op onderdelen aan te passen. Als er zich in de beleidsperiode
                        ontwikkelingen voordoen die consequenties hebben voor het evenementenbeleid,
                        dan zal dat – indien noodzakelijk of gewenst - in een tussentijdse
                        beleidswijziging verwerkt worden.</al><al><vet>Invloed belanghebbenden op evenementenbeleid</vet>Op de totstandkoming
                        van het evenementenbeleid zullen belanghebbenden tijdig invloed kunnen
                        uitoefenen. Het beleidsstuk wordt ter inzage gelegd en (toekomstige)
                        organisatoren, omwonenden van feestterreinen en andere belanghebbenden
                        krijgen de gelegenheid hun zienswijzen te geven. Het is de bedoeling om met
                        organisatoren van bestaande evenementen apart te spreken over het
                        voorgenomen evenementenbeleid. Bruikbare voorstellen kunnen na bestuurlijke
                        afweging verwerkt worden in deze beleidsnotitie. Voor zover niet tegemoet is
                        gekomen aan wensen, ideeën, bedenkingen of suggesties vanuit de inspraak,
                        wordt daarover gecommuniceerd.</al><al>Op de infoavond voor organisatoren en belangstellenden, die gehouden is op
                        13 september 2006, is van de inspraakmogelijkheid gebruik gemaakt. Voorts
                        werd het concept besproken in de opiniërende vergadering van 6 december
                        2006.Ontvangen opmerkingen en suggesties zijn in deze nota verwerkt. </al><al><vet>Inhoud</vet></al><al><vet>Verantwoordelijkheid</vet>De organisator is eerstverantwoordelijk voor
                        een veilig en ordelijk verloop van het evene-ment. Dat betekent onder meer
                        dat hij moet instaan voor de veiligheid van de bezoekers, de toestroom van
                        het verkeer goed moet regelen, moet zorgen voor communicatie naar
                        bezoe-kers, omwonen¬den en andere belanghebbenden en de overlast zoveel
                        mogelijk moet beper-ken. Ook voor de brandveiligheid is een organisator de
                        eerstverantwoordelijke. Hij kan niet zonder meer verwijzen naar gemeente,
                        brandweer of politie, die eigen bevoegdheden, taken en
                        ver-antwoordelijkheden hebben. In de preventieve sfeer zijn bij het
                        opstellen van de evenemen-tenvergunning en het bepalen van de voorschriften
                        deze instanties leidend. Tijdens het eve-nement is de organisator de
                        eerstaangewezene die met zijn genomen maatregelen borg staat voor de orde op
                        de evenementenlocatie en de veiligheid van de bezoekers, deelne-mers en
                        vrijwilligers.</al><al><vet>Aanvraag</vet>Een belangrijk onderdeel van de voorbereiding op het
                        houden van een evenement, is de aanvraag. Een vergunning wordt verleend op
                        aanvraag door middel van een vastgesteld aanvraagformulier, dat in elk geval
                        informatie moet bevatten over:• de gegevens (Naam Adres Woonplaats) van de
                        organisator;• de locatie van het evenement;• de aard en de doelstelling van
                        het evenement;• de begin- en de eindtijd;• de activiteiten (levende en/of
                        versterkte muziek, het schenken van zwakalcoholischedranken, loterij,
                        verkoop etenswaren, marktkramen, gebruik helium bij luchtballonnen, etc.);•
                        het soort muziek, de geluidssterkte en de afstand tussen geluidsboxen en
                        dedichtstbijzijnde woning(en);• het verwachte aantal bezoekers;• de te nemen
                        veiligheidsmaatregelen (stewards, toezichthouders, eventuele particuliere
                        beveiliging, EHBO) en maatregelen ter voorkoming van calamiteiten;• de
                        plaatsing van objecten (bv. tenten, podia, tribunes etc., inclusief
                        tekening);• de sanitaire voorzieningen;• de reiniging van het terrein;• de
                        gevolgen voor het verkeer (auto’s, fietsen, voetgangers, openbaar
                        vervoer).</al><al>Het formulier is verkrijgbaar bij de sector Inwoners van het gemeentehuis en
                        te downloaden van de website www.Aalburg.nl. Een evenementenvergunning kan
                        gemakkelijk ook digitaal aangevraagd worden.</al><al><vet>Eén vergunning?</vet>Een groter evenement bestaat meestal uit diverse
                        onderdelen waarop ook andere wetgeving naast de APV van toepassing is.
                        Voorbeelden zijn bijv. loterij, drankverstrekking, brandvei-ligheid en
                        verkeersmaatregelen. Voor zulke activiteiten zouden ook aparte vergunningen
                        af-gegeven moeten worden, die door hun specifieke afhandeling niet altijd
                        gelijktijdig de organi¬sator zullen bereiken. Daarom worden die onderdelen,
                        voor zover van toepassing, zoveel als mogelijk in de evenementenvergunning
                        opgenomen. Daar waar dat niet kan, wordt in de evenementenvergunning een
                        verwijzing naar afzonderlijke vergunningen opgenomen. Wat is er duidelijker
                        dan één vergunning voor alle onderdelen van het evenement? Dat geeft de
                        organisator in één oogopslag een overzicht van de vergunningsvoorschriften.
                        Het geeft de hulpdiensten een inzicht in de risico’s en de mogelijke
                        hulpvraag en derde weten waar ze met vragen e.d. terecht kunnen.</al><al><vet>Drankverstrekking</vet>Het schenken van zwakalcoholische dranken is
                        bijna altijd een vast onderdeel van een eve-nement. Daarom wordt hier
                        besproken onder welke omstandigheden een tapvergunning wordt verleend.Op
                        grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet (D&amp;H) kan de
                        burgemeester ontheffing verlenen voor het verstrekken van
                        zwakalcoholhoudende dranken buiten een horecabedrijf. Het moet gaan om een
                        bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard. De drankverstrekking dient
                        plaats te vinden onder onmiddellijke leiding van een persoon, die niet onder
                        curatele staat, niet in enig opzicht van slecht zedelijk of levensgedrag is,
                        ten minste 21 jaar is en de verklaring sociale hygiëne bezit. De ontheffing
                        wordt niet automatisch verleend, maar wordt beoordeeld aan een paar
                        criteria:</al><lijst><li nr="1."><al>Het moet gaan om een speciaal georganiseerd en uniek evenement, dat
                                niet meer dan éénmaal per jaar plaatsvindt.</al></li><li nr="2."><al>De aard van het evenement mag zich niet verzetten tegen het
                                verstrekken van alcoholi-sche dranken. Te denken valt aan
                                evenementen die zich in hoofdzaak richten op jonge-ren onder 16
                                jaar.</al></li><li nr="3."><al>De D&amp;H kent de wettelijke beperking, dat het evenement maximaal
                                12 dagen aaneenge-sloten mag duren om nog in aanmerking te kunnen
                                komen voor de ontheffing. Als een meerdaags evenement langer duurt,
                                mag de burgemeester volgens de wet de ontheffing niet verlenen.Op
                                oneigenlijk gebruik van de ontheffing houden o.a. naast het Openbaar
                                Ministerie ook de Belastingdienst en Keuringsdienst van Waren
                                toezicht.</al></li></lijst><al><vet>Procedure</vet>Als de aanvraag op wezenlijke punten niet ingevuld is,
                        wordt deze niet in behandeling geno-men en teruggestuurd. Het mag duidelijk
                        zijn, dat de gemeente alleen een vergunning kan geven als omvang, soort en
                        aard van de activiteiten en de door de organisator genomen maatregelen
                        volstrekt helder zijn.</al><al>Zijn er onduidelijkheden over de verstrekte gegevens, dan kan overleg
                        plaatsvinden tussen de organisator, de gemeente en eventuele hulpdiensten om
                        de aanvraag op deze punten te bespreken. Het overleg resulteert normaliter
                        in een definitieve ontvankelijke aanvraag die ui-terlijk 8 weken voor de
                        aanvang van het evenement moet zijn ingediend. Als die termijn niet in acht
                        wordt genomen, dan kan het zijn dat het verzoek wordt geweigerd, zeker in
                        het geval van herhaling. Dan mag het evenement niet gehouden worden, want de
                        gemeente heeft hiervoor geen vergunning afgegeven.</al><al>De kritische termijn van 8 weken lijkt lang, maar die is nodig voor de
                        gemeente om adviezen te kunnen inwinnen van politie, GHOR en de eigen
                        afdelingen. Voor een organisator mag die periode geen belemmering zijn,
                        omdat hij al veel langer bezig is met het voorbereiden van het evenement.
                        Denk maar eens aan het contracteren van artiesten en afspraken maken met
                        toeleveringsbedrijven. De vergunningsaanvraag mag en moet geen sluitstuk
                        zijn van de voorbereiding. Om teleurstellingen te voorkomen dient de
                        aanvraagprocedure bij voorkeur gestart te worden zodra relevante gegevens
                        van het evenement bekend zijn.</al><al><vet>Volgens de Algemene wet bestuursrecht worden belanghebbenden in de
                            gelegenheid</vet>gesteld hun zienswijzen in een vroegtijdig stadium, zo
                        mogelijk al direct na het indienen van de aanvraag, naar voren te brengen,
                        als de verwachting er is dat er tegen de vergunningver-lening bedenkingen
                        zullen zijn. Voor bestaande evenementen, die al jarenlang op dezelfde plaats
                        en in dezelfde periode gehouden worden, zijn er geen zienswijzen te
                        verwachten, als de inhoud van de activiteiten niet opvallend afwijkt van
                        voorgaande jaren. Daarom zullen vergunningsaanvragen voor bestaande
                        evenementen, behoudens gewijzigde omstandighe-den, niet elk jaar
                        afzonderlijk door de gemeente gepubliceerd worden. Belanghebbenden zijn
                        immers bekend met deze evenementen en de periode waarin ze gehouden worden.
                        De-ze evenementen worden wel in een evenementenoverzicht op de website
                        geplaatst. Alsdan kunnen ook nieuwingekomenen kennis nemen van evenementen
                        in hun buurt.</al><al>Aanvragen voor nieuwe evenementen en voor bestaande evenementen die
                        veelbetekenend afwijken van aanvragen uit voorgaande jaren worden
                        daarentegen voortaan wel afzonderlijk gepubliceerd in weekblad Het Kontakt
                        (of een ander in de gemeente verschijnend periodiek) en zo mogelijk ook op
                        de website van de gemeente.De vergunningaanvraag ligt gedurende 2 weken ter
                        inzage in het gemeentehuis. Belangheb-benden kunnen in die periode mondeling
                        of schriftelijk reageren in de vorm van zienswijzen. Deze zienswijzen maken
                        deel uit van de overwegingen voor de beslissing op de aanvraag voor het
                        evenement.</al><al>In het verleden is er wisselend met het bekendmaken van verleende
                        vergunningen omge-gaan. Tegen het besluit tot vergunningverlening staat de
                        wettelijke bezwarenprocedure open. Het tijdstip waarop de procedure begint,
                        hangt af van de bekendmaking van het be-sluit. Elke verleende
                        evenementenvergunning wordt vanaf nu gepubliceerd op de gemeente-pagina en
                        op de website.</al><al>De aanvraagprocedure is hieronder in een tijdpad aangegeven:<plaatje><illustratie id="icc54e11e-628d-478a-b367-043330689f2d" naam="i22548icc54e11e-628d-478a-b367-043330689f2d.jpg" breedte="6cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="497px" hoogte="2.4cm"/></plaatje></al><al><vet>Leges</vet>In de Legesverordening geldt een vrijstelling van
                        legesheffing voor het in behandeling nemen van aanvragen en afgeven van
                        vergunningen in het kader van volksfeesten, optochten en andere door het
                        college goedgekeurde manifestaties. Ook acties door verenigingen en
                        in-stellingen voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk,
                        wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig doel zijn legesvrij. Hetzelfde geldt
                        voor activiteiten met een sportief, cultu-reel, recreatief of mediadoel, als
                        er geen directe of indirecte commerciële (neven)¬activiteit aan verbonden
                        is.</al><al>In het geval een bedrijf of een professionele evenementenorganisator de
                        intentie heeft om het geldelijk voordeel uit het evenement ten eigen bate
                        aan te wenden, zullen kostendek-kende leges voor de afhandeling van de
                        vergunning geheven worden.</al><al><vet>Politie</vet>De politie is onder het gezag van de burgemeester belast
                        met de handhaving van de open-bare orde en het verlenen van hulp aan hen die
                        dat nodig hebben (artikel 2 jo artikel 12 Poli-tiewet 1993). Daartoe heeft
                        zij een aantal speciale bevoegdheden. De politie is bevoegd tot het gebruik
                        van geweldsmiddelen tegen mensen. Ook is de politie een van de weinige
                        orga-nisaties met bevoegdheden voor het verzamelen van informatie over
                        personen en groepen die de orde kunnen verstoren bij een evenement.</al><al>Het bewaken van de orde op en rond het evenemententerrein is in eerste
                        instantie de ver-antwoordelijkheid van de organisatie zelf. Van dat besef
                        dient de organisator terdege door-drongen te zijn. De politie is in beginsel
                        terughoudend in haar optreden tijdens evenementen. Hierbij moet het wel gaan
                        om een goed samenspel tussen organisator en politie, waarin de organisator
                        de arbeidsintensieve taken op zich neemt en de politie een meer algemeen
                        toe-zichthoudende, coördinerende en aanvullende rol op zich neemt. Uiteraard
                        dient de politie als achtervang om, bij mogelijke verstoring van de openbare
                        orde en veiligheid, in te grijpen.</al><al><vet>Toezicht</vet>De organisator heeft de plicht in te staan voor de
                        veiligheid van de bezoekers en deelnemers op en bij het evenemententerrein.
                        Hij moet daarom zorgen voor voldoende toezicht. Tijdens elk evenement dient
                        ten minste 1 toezichthouder aanwezig te zijn. Afhankelijk van de aard van de
                        festiviteiten kan dat een bestuurslid of iemand van de organisatie zijn.
                        Voor een buurtbarbecue, een tentoonstelling, een toneeluitvoering en
                        vergelijkbare kleinschalige eve-nementen kan hiermee volstaan worden.Bij
                        grotere festiviteiten met een verwacht bezoekersaantal van meer dan 250
                        personen is in-tensiever toezicht vereist. In het algemeen geldt er een norm
                        van 1 toezichthouder op 250 gelijktijdig aanwezige of verwachte bezoekers.
                        Van deze norm kan de gemeente - op advies van de politie en de brandweer in
                        overleg met de organisator – zowel naar boven als bene-den afwijken als de
                        aard van het evenement dit vereist of toelaat.</al><al><vet>Bewaking/beveiliging</vet>Als toezicht niet voldoende wordt geacht en
                        bewaking c.q. beveiliging wordt voorgeschreven, dan kan niet worden volstaan
                        met vrijwilligers, maar moet de organisator een (door de minis-ter van
                        justitie erkend) professioneel beveiligingsbedrijf inhuren.</al><al><vet>Aanspreekpunt voor hulpdiensten</vet>Tijdens het evenement moet de
                        organisator of een door hem aangewezen leidingge¬vende op het
                        evenemententerrein aanwezig zijn. Deze is het aanspreekpunt voor
                        aanwijzingen van de hulpdiensten. De aangewezen persoon moet te allen tijde
                        aanwijzingen van politie, brand-weer en gemeente opvolgen. Niet opvolgen van
                        de aanwijzingen kan tot sancties leiden bijv. stillegging van het evenement
                        of weigering van een toekomstige aanvraag.</al><al><vet>Veiligheidsoverleg</vet>Met het invullen van het aanvraagformulier
                        wordt de organisator door vragen over veiligheid, gezondheid en openbare
                        orde geleid. In eerste instantie geven de antwoorden aan in hoe-verre de
                        organisator de risico’s heeft ingeschat en welke maatregelen hij heeft
                        genomen voor de bestrijding van kleine incidenten. Als de gemeente verwacht
                        dat de risico’s groter zijn dan de organisator heeft ingeschat, zal overleg
                        noodzakelijk zijn over de risicoanalyse, voor-dat de evenementenvergunning
                        kan worden verleend.</al><al><vet>Brandveiligheid</vet>In de voorbereiding op de vergunningverlening
                        bepaalt de brandweer mede aan de hand van de aanvraag of voor het evenement
                        een (tijdelijke) gebruiksvergunning noodzakelijk is en welke voorwaarden aan
                        die vergunning verbonden moeten worden. Als het evenement een of meer van de
                        volgende elementen bevat, zal een gebruiksvergunning vereist zijn. De
                        op-somming is niet uitputtend, maar geeft de meest voorkomende elementen:
                        feesttenten, kra-men; podia, tribunes, plaatsing van een tijdelijk bouwsel,
                        verkoopwagen of attractietoestel, mobiele bakwagens, aanbouwsels tegen
                        gevels van bouwwerken, barbecues, ovens, heli-umballonnen en
                        tentenkampen.Elke (tijdelijke) gebruiksvergunning dient maatwerk te zijn en
                        dat komt tot uitdrukking in de bij de vergunning behorende
                        gebruiksvoorwaarden. Een exemplaar van de standaardvoorwaarden voor een
                        aantal evenementen, waarmee de (toekomstige) organisator in ieder geval te
                        maken zal krijgen, wordt op verzoek toegezon-den. Wilt u thuis deze
                        standaardvoorwaarden doorlezen, ga dan naar de gemeentelijke web-site
                        www.Aalburg.nl.</al><al><vet>EHBO</vet>Bij elk evenement loeren ongelukjes met schram-, snij- en
                        schaafwonden. In combinatie met bloed leveren zulke wonden gevaar op voor de
                        gezondheid van de bezoeker en deelnemer. De noodzakelijke eerste hulp kan
                        geboden worden door de EHBO. Er moeten voldoende EHBO’ers, EHBO-posten of
                        andere preventieve medische voorzienin-gen zijn, gelet op de aard en duur
                        van de activiteiten, risico’s, bezoekers, deelnemers, loca-tie,
                        bereikbaarheid en afstand naar dichtstbijzijnde ziekenhuis. Men kan zich
                        voorstellen dat bij wielerwedstrijden, avondvierdaagse, autocrosses,
                        timmerdorpen, meerkampen, zwemfes-tijnen eerder eerste hulp gewenst is dan
                        bij kunstmanifestaties of tentoonstellingen.Een grove indicatie van wat
                        voldoende is:- 1 gediplomeerde EHBO’er met volledig uitgeruste EHBO-koffer
                        bij evenementen met meer dan 50 bezoekers/deelnemers, bij voorkeur op de
                        evenementenlocatie. In overleg zou volstaan kunnen worden met een
                        bereikbaarheids- en beschikbaarheidregeling.- 1 herkenbare EHBO-post bij
                        evenementen met meer dan 750 bezoekers/deelnemers, met een bezetting van
                        minimaal 2 gekwalificeerde EHBO’ers. In de EHBO-post dienen voldoende
                        voorzieningen aanwezig te zijn, zoals een ruim gesorteerde EHBO-koffer met
                        materiaal voor EHBO-hulpverlening, tafels, stoelen, drinkwater en
                        communicatiemiddelen.</al><al><vet>Drinkwatervoorzieningen</vet>Bij evenementen is schoon drinkwater een
                        vereiste. Bij sommige evenementen (pop- en sportevene¬menten) leveren mensen
                        in relatief korte tijd een grote inspanning in een soms zuurstofarme en
                        warme omgeving, waardoor een verhoogd gevaar voor uitputting en uitdro-ging
                        ontstaat. De organisatie van een dergelijk evenement moet zorgen voor
                        voldoende wa-tertappunten waar gratis schoon leidingwater beschikbaar is.Als
                        op de evenementenlocatie geen vaste drinkwatervoorziening aanwezig is of
                        gemaakt kan worden, dient de organisator in te staan voor mobiele
                        faciliteiten of een regeling te treffen met omwonenden. Overigens dient
                        rekening gehouden te worden met de gevaren van
                            legio-nellabesmetting.<vet>Toiletten/Sanitaire voorzieningen</vet>Op het
                        evenemententerrein moeten voldoende toiletten aanwezig zijn. Toiletten die
                        aange-sloten kunnen worden op bestaande voorzieningen zijn hygiënischer en
                        hebben daarom de voorkeur boven chemische toiletvoorzieningen. Chemische
                        toiletten mogen niet op het op-pervlaktewater worden geloosd.In het streven
                        naar optimale hygiëne worden de volgende normen gehanteerd:• Per 150
                        gelijktijdig aanwezige bezoekers en deelnemers 1 toilet, met een minimum van
                        2;• 1 toilet is geschikt voor mindervaliden, tenzij redelijkerwijs niet aan
                        deze norm voldaan kanworden. • 1 op de 4 toiletten mag vervangen worden door
                        een urinoir;• De toiletten worden minimaal tweemaal per dag en zonodig vaker
                        gereinigd.Het zou kunnen zijn dat met omwonenden afspraken gemaakt worden om
                        aan de normen te kunnen voldoen.</al><al><vet>Geluid en geluidsoverlast</vet>Een evenement zonder al dan niet
                        versterkte muziek komt maar zelden voor. Muziek zorgt voor gezelligheid en
                        verhoogt de sfeer. Daarnaast staan er vaak allerlei apparaten en ma-chines
                        die geluid voortbrengen en die voor het evenement noodzakelijk zijn. Alles
                        bij elkaar genomen brengen de meeste evenementen heel wat geluid voort. Dat
                        hoeft geen probleem te zijn, zolang bepaalde grenzen niet worden
                        overschreden. Gebeurt dat wel, dan is er spra-ke van geluidshin¬der. Een
                        hoge geluidsbelasting op de woonomgeving kan aanleiding geven tot ergernis
                        en klachten. De geluidsproductie is in de loop der jaren gestegen.
                        Langzamer-hand worden grenzen bereikt van wat nog toelaatbaar moet worden
                        geacht voor de gezond-heid van bezoekers en deelnemers (gehoorbeschadiging)
                        en voor de leefomgeving van om-wonenden. Alle reden dus om geluidshinder te
                        voorkomen of zo veel mogelijk te beperken.</al><al>Aanvragen voor het houden van evenementen worden mede getoetst aan
                        onderstaande richtlijnen. Deze zijn een nadere precisering van de
                        weigeringsgronden, die genoemd wor-den in artikel 2.2.2 van de APV, met name
                        de onderdelen a. (openbare orde) en b. (voorko-men of beperken van
                        overlast).</al><al>De mate van geluidsoverlast is voor elk evenement verschillend. Daarom wordt
                        ervoor geko-zen om evenementen te onderscheiden in categorieën. Het
                        geluidsniveau van een evene-ment bepaalt in welke categorie het wordt
                        ingedeeld. De geluidsmetingen vinden plaats op een afstand van twee meter,
                        gemeten bij de dichtstbijzijnd gelegen gevel van woningen of andere
                        geluidsgevoelige bestemmingen. (kantoren tijdens openingstijden, scholen
                        tijdens lessen of kerken tijdens diensten).</al><al><vet>Categorie I: geen geluidsoverlast</vet>Deze categorie staat voor geluid
                        tot 45 dB(A). Zulke evenementen kunnen vrijwel on-beperkt plaatsvinden. Te
                        denken valt aan: draaiorgels, buurtbarbecues, lopende fan-fare-orkesten,
                        straatmuziek. Voor overlast valt niet te vrezen zolang voldaan kan worden
                        aan de geluidsnormen zoals beschreven in het Besluit horeca, sport- en
                        re-creatieinrichtingen milieubeheer. Deze normen gelden ook voor reguliere
                        bedrijven en bedragen voor de dag-, avond- en nachtperiode Laeq = 50
                        respectievelijk 45 en 40 dB(A), gemeten op (2 meter uit) de gevels van
                        geluidsgevoelige objecten.</al><al><vet>Categorie II: duldbare geluidsoverlast</vet>In de tweede categorie
                        vallen de evenementen met een geluidsniveau tot maximaal 80 dB(A). Ter
                        illustratie noemen we voorbeelden: Braderieën en jaarmarkten, dorps-feesten
                        en dergelijke met muziek, overwegend lokale festiviteiten en beperkt
                        regiona-le evenementen. In deze categorie zijn niet alleen de soort muziek
                        en de kwaliteit van geluidsverster-king bepalend voor de mate van overlast,
                        maar vooral ook de frequentie, de handha-ving van een eventueel gestelde
                        eindtijd, de voorbereidingsprocedure van de vergun-ning en de manier waarop
                        eventuele klachten afgehandeld worden.Uitgangspunt hierbij is de
                        spraakverstaanbaarheid binnen in de woning die, rekening houdend met een
                        gemiddelde gevelisolatie van 20 dB(A), bij binnenniveaus tot 60 dB(A) in het
                        geding is. Bij aanhoudende en steekhoudende klachten kan het wenselijk zijn
                        in de toekomst per mogelijke locatie een maximaal aantal evenementen per
                        jaar vast te stellen. Gelet op de huidige praktijk is er nog geen behoefte
                        aan regulering.</al><al><vet>Categorie III: ernstige geluidhinder</vet>Op locaties waar zich
                        woningen bevinden op korte afstand van het evenement kun-nen gevelwaarden
                        tot maximaal 85 dB(A) nodig zijn om het soort evenement mogelijk te maken.
                        Met name in de bebouwde kommen worden dergelijk hoge geluidsnormen
                        gehanteerd voor live optredens van bands, popconcerten en muziekfestivals.
                        Hier is feitelijk sprake van gereguleer¬de hinder en daardoor zal dit soort
                        evenementen tot het uiterste beperkt moeten blijven. Evenementen in deze
                        categorie zijn totnogtoe be-grensd tot een onderdeel van een feestweek,
                        jaarmarkt of dorpsfeest. De gemeente verleent toestemming als het categorie
                        III-evenement onderdeel is van een bepaald feest en zich niet meer dan tot 2
                        dagdelen per week uitstrekt. Bij hoge uitzondering kan de gemeente
                        toestemming verlenen voor op zich staande evenementen in de ca-tegorie
                        III.</al><al><vet>Berekening en beheersing geluidsproductie</vet>Controle op of
                        berekening van de hierboven vastgelegde geluidsniveaus moet geschieden
                        overeenkomstig de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ van april
                        1999, waardoor meting bij de gevel van een nabijgelegen geluidsgevoelig
                        object plaatsvindt. In afwijking van het gestelde in de voornoemde
                        Handleiding dient het gemeten dan wel berekende equivalen-te geluidsniveau
                        vanwege het muziekgeluid niet vermeerderd te worden met de correctie voor
                        muziekgeluid zoals opgenomen in de Handreiking; het gemeten dan wel
                        berekende equivalente geluidsniveau vanwege het muziekgeluid dient ‘netto’
                        getoetst te worden aan de in deze paragraaf opgenomen grenswaarden.</al><al>De verantwoordelijkheid om te voldoen aan de geluidsvoorschriften ligt bij
                        de organisatie. In de contractuele fase is het mogelijk grenzen aan de
                        geluidsproductie bij de bron te stellen. Ten tweede kan een zogenaamde
                        begrenzer tijdens de uitvoeringsfase overschrijding van een vastgesteld
                        maximum aan decibellen voorkomen. Ten slotte zou de organisator zelf
                        in-dicatieve geluidsmetingen kunnen (laten) verrichten om bij constatering
                        van overschrijding van het toegestane geluidsniveau tijdens het evenement
                        nog in te grijpen.</al><al><vet>Begin- en eindtijden geluidsproductie (buiten)evenementen</vet>Om
                        geluidsoverlast te voorkomen dan wel te verminderen, zijn ook andere
                        maatregelen mo-gelijk. Een daarvan is in ieder geval het instellen van een
                        begin- en eindtijd van het evene-ment in de categorieën II en III. De
                        geluidsproductie mag niet vóór 10 uur ’s morgens begin-nen en moet uiterlijk
                        om 24.00 uur eindigen. Sommige bestaande evenementen kennen een
                        uitloopmogelijkheid.In principe wordt de eindtijd van de geluidsproductie
                        bepaald op 24.00 uur. In zeer bijzonde-re gevallen kan op aanvraag van de
                        begin- en eindtijd afgeweken worden.</al><al>Genoemde tijden zijn niet van toepassing op het voortbrengen van geluid of
                        het ten gehore brengen van muziek bij betogingen en openbare manifestaties,
                        waarvoor specifieke regels gelden in verband met het openbaren van gedachten
                        en gevoelens.</al><al><vet>Aanwijzing collectieve festiviteiten/kennisgeving incidentele
                            festiviteiten</vet>In sommige gevallen mag met instemming van het
                        college afgeweken worden van de ge-luidseisen. Gezien de maatschappelijke,
                        culturele en sociale functie van bepaalde festivitei-ten in de gehele
                        gemeente of een dorp, biedt de APV de mogelijkheid om collectieve
                        festivi-teiten aan te wijzen die in aanmerking komen voor ontheffing van de
                        voorschriften die zien op geluidhinder. ( bijv. Koninginnedag, 5
                        meiviering).Verder is in de APV sprake van incidentele festiviteiten. Een
                        incidentele festiviteit is een fes-tiviteit die aan één of slechts een klein
                        aantal inrichtingen gebonden is zoals een optreden met levende muziek bij
                        een café of in een tent, een jubileum of een straatfeest. Het maxi-mum
                        aantal incidentele festiviteiten waarvoor de geluidsvoorschriften niet
                        gelden is bepaald op12 dagen of dagdelen per jaar. De ontheffing voor een
                        incidentele festiviteit is overigens geen vrijbrief om onbeperkt
                        geluidshinder te produceren. Het college beoordeelt aan de hand van
                        eerdergenoemde beleidsuitgangspunten of de woon- en leefomgeving in de buurt
                        van de festiviteit of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze wordt
                        beïnvloed.</al><al><vet>Klachtenmeldpunt</vet>Op de evenementenlocatie dient gedurende het
                        evenement de organisator of een persoon namens hem fysiek en telefonisch
                        bereikbaar te zijn voor klachten. Niet alleen over geluids-overlast, maar
                        ook over hinder en kleine ergernissen als verkeerd parkeren, wildplassen,
                        rumoer, baldadigheid, e.d. De bereikbaarheid moet voor het begin van het
                        evenement bij het publiek en de omwonenden bekend zijn door publicaties in
                        de krant, flyers, huis-aan-huisfolders e.d.Eventuele klachten dienen in
                        eerste instantie aan deze persoon gemeld te worden. Als de klachten
                        voortduren, dan komen de politie en/of de Milieuklachtenlijn in
                        beeld.Vooralsnog zal de gemeente vooral preventief actief zijn, ervan
                        uitgaande dat de vergun-ningsvoorschriften en beperkingen voldoende
                        waarborgen stellen om het leef- en woonmilieu te beschermen. De gemeente
                        zal, net als de politie, op klachten reageren als de organisator in gebreke
                        blijft.</al><al><vet>Controle en handhaving</vet>Naleving van de (APV-)voorschriften,
                        opgenomen in de evenementenvergunning, is een taak van de organisator.
                        Zelfcontrole en de zorg dat regels niet geschonden worden, berusten bij de
                        organisator. Hij mag deze taken niet zomaar van zich afschuiven en er niet
                        zonder meer van uitgaan – als die indruk in het verleden gewekt zou zijn -
                        dat politie, brandweer en ge-meente daarvoor de aangewezen instanties
                        zijn.Uiteraard behouden de drie hiervoor genoemde instanties hun door andere
                        regelgeving dan de APV opgelegde of daaruit voortvloeiende toezichts-,
                        controle- en handhavingsverant-woordelijkheden. Die verantwoordelijkheden
                        zullen genomen moeten worden bij (dreigende) misstanden in het belang van
                        openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. </al><al><vet>Reclamevoering/promotie</vet>Het bekendmaken van evenementen gebeurt op
                        verschillende wijzen: advertenties in de krant, het huis aan huis
                        verspreiden van folders of evenementenkranten, het plaatsen van
                        driehoeksborden en het aanplakken van posters. Ter voorkoming van het
                        zogenaamde wild-plakken en het her en der plaatsen van (driehoeks)borden op
                        “verkeerde” plaatsen, gelden voor reclamevoering en promotie (van
                        evenementen) enkele regels:- Aankondigingen van evenementen die buiten de
                        gemeente worden gehouden zijn niet toegestaan. Aanplakbiljetten en
                        (driehoeks)borden worden terstond verwijderd op kosten van degene die
                        hiermee bemoeienis heeft gehad.- Aanplakbiljetten mogen op openbare grond
                        slechts aangebracht worden op daartoe be-schikbare borden. Dus niet op
                        straatmeubilair (verkeersvoorzieningen, lantaarnpalen,
                        elektriciteitskastjes, CAI-schakelkastjes e.d.) inclusief glasbakken,
                        papier- en kledingcon-tainers. Verwijderingskosten voor plakken op verboden
                        plaatsen worden (zoveel moge-lijk) verhaald.- Aankondigingen van evenementen
                        op particulier terrein en zichtbaar vanaf de openbare weg zijn toegestaan,
                        mits deze geen gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid.- Aankondigingen
                        voor evenementen mogen vanaf 4 weken voor de aanvang van het eve-nement
                        aangebracht worden en kunnen er blijven tot maximaal 1 week erna.</al><al>Voor het gebied buiten de bebouwde kom is door de provincie de
                        Landschapsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Deze verordening bevat een
                        algemeen verbod tot het voeren van reclames in het buitengebied, maar maakt
                        een uitzondering op dit verbod, waaronder het plaatsen van borden op een
                        terrein waar een openbare wedstrijd, manifestatie of tentoonstel-ling wordt
                        gehouden. Aanpassing van de Landschapsverordening wordt voorbereid ( bericht
                        GS 13 maart 2006) in die zin, dat het voor evenementen toegestaan zou worden
                        om twee borden bij de uitvalswe-gen (buiten de bebouwde kommen) te
                        plaatsen.</al><al><vet>Verkeersborden</vet>Bij evenementen kan het noodzakelijk of gewenst
                        zijn de openbare weg af te zetten of deze tijdelijk voor het verkeer te
                        sluiten. Hiervoor is altijd toestemming nodig van de wegbe¬heerder, in dit
                        geval meestal het college. Het verkeer is gebaat bij een correcte en
                        eenduidi-ge uitvoering van regelgeving op de openbare weg. Daarom zorgt de
                        gemeente, bij gebleken bevoegdheid, voor het plaatsen van de verkeersborden
                        en –tekens, inclusief de daarbij be-horende wegafzettingen, nadat het
                        gemeentebestuur de tijdelijke verkeersmaatregel heeft genomen.</al><al><vet>Dranghekken</vet>Bijna bij elk evenement zijn dranghekken nodig. De
                        gemeente heeft deze in beheer en stelt die op aanvraag beschikbaar, als ze
                        op voorraad zijn.Organisatoren van evenementen kunnen het aantal meters
                        dranghekken op hun vergun-ningsaanvraag vermelden. Het team Gemeentewerken
                        bepaalt of het gevraagde beschik-baar is en verzorgt het brengen van de
                        afzetmaterialen naar en het halen van deze materia-len van de
                        evenementenlocatie. Daaraan zijn voor de niet-commerciële organisator geen
                        kosten verbonden. Die service geldt niet bij (commerciële) evenementen of
                        (maatschappelij-ke) activiteiten, al dan niet gericht op een beperkte
                        doelgroep, wanneer het genereren van inkomsten een wezenlijk onderdeel
                        uitmaakt van het evenement of de activiteit.<vet>Andere gemeentelijke
                            materialen</vet>Plaatselijk bekende organisaties, verenigingen en
                        instellingen, die geen commercieel (ne-ven)doel nastreven, kunnen
                        vlaggenmasten, schaftwagens, stroomhaspels en eventuele an-dere door
                        Gemeentewerken beschikbaar te stellen materialen, in bruikleen krijgen. Het
                        ge-meentemateriaal wordt gratis ter beschikking gesteld, voor zover deze
                        beschikbaar is. De mogelijkheid om het gemeentemateriaal te reserveren gaat
                        uit van het principe “zolang de voorraad strekt”. Wanneer er onvoldoende
                        gemeentemateriaal beschikbaar is, gaan alge-meen maatschappelijke
                        activiteiten voor, als ze zijn gericht op de hele gemeenschap of een bepaald
                        kerkdorp. Bij schade, verdwijning of vernieling zullen de kosten van
                        vervanging of herstel worden ver-haald bij de organisatie. Op het
                        evenementenaanvraagformulier kan de organisator aangeven welke materialen in
                        bruikleen gewenst zijn. Met het team Gemeentewerken kan de organisator
                        afspraken maken over de te leveren diensten.</al><al><vet>Vegen, opruimen, schoonmaken, verwijderen afval</vet>Bij evenementen
                        als dorpsfeesten, feestweken in het kader van Koninginnedag en
                        Bevrij-dingsdag, Maas(zwem)festijn, rommelmarkten en timmerdorpen kan de
                        organisatie zonder commercieel doel gebruik maken van faciliteiten aangaande
                        de verwerking van afvalstoffen (publieksafval, geen afval van marktkramen of
                        reststoffen van timmerdorpen), met name het gebruik van afvalcontainers.
                        Deze faciliteiten zijn gratis beschikbaar.</al><al>Het verzamelen van het publieksafval (patatzakjes en –bakjes, plastic
                        drinkbekers, enz.) ge-schiedt te allen tijde door de organisator. Het
                        transport vanaf de locatie van het evenement naar de plaats van
                        afvalverwerking neemt de gemeente voor haar rekening. Het gewicht van het
                        ingezamelde papieren en plastic afval is beperkt. Daarom betaalt de gemeente
                        ook de stortkosten.</al><al>Voor timmerdorpen geldt een aparte regeling voor afvalverwerking, anders dan
                        voor pu-blieksafval. Hier is sprake van afvoer van een grote hoeveelheid
                        resthoutafval of van ver-brandingsresten (assen), afkomstig van
                        vreugdevuren. De organisatie dient zelf zorg te dra-gen voor verwijdering
                        van dit afval op een milieuverantwoorde manier. Als de organisatie daartoe
                        niet in staat is, dient bij de aanvraag om vergunning voor het evenement een
                        rege-ling met de gemeente voorgesteld te worden.</al><al>Ook voor rommelmarkten gelden aanvullende regels voor afvalverwerking, dat
                        geen betrek-king heeft op publieksafval. De afvoer van overgebleven goederen
                        en/of restafval van de markt is voor rekening van de organisator.</al><al>Voor alle evenementen geldt, dat feestterreinen opgeruimd worden door de
                        organisator. Als daarvoor ook een veegwagen ingeschakeld wordt, zijn die
                        kosten voor rekening van de or-ganisator, inclusief afvoer van en
                        stortkosten voor het afval. </al><al><vet>Evenementenverkeersregelaars</vet>Of er verkeersregelaars moeten worden
                        ingezet wordt bepaald door de organisatie in overleg met de politie. Aan de
                        hand van de route wordt het aantal verkeersregelaars vastgesteld.
                        Verkeersregelaars zijn mensen die van de politie de bevoegdheid hebben
                        gekregen om bij het evenement het verkeer te regelen. Deze vrijwilligers
                        worden ingezet omdat de politie niet bij alle evenementen aanwezig kan zijn.
                        De aanwijzingen die de verkeersregelaars aan de weggebruikers geven zijn
                        bindend. De verkeersregelaars worden aangesteld door de burgemeester en
                        krijgen van de politie een instructiecursus zodat ze weten hoe ze het
                        verkeer moeten regelen bij het evenement.De organisator diende tot voor kort
                        een aparte verzekering af te sluiten als verkeersrege-laars hun taak
                        uitoefenen. Per 1 januari 2006 is de verzekeringsplicht voor
                        verkeersregelaars vervallen. Dit betekent dat de verkeersregelaars niet
                        langer apart verzekerd hoeven te wor-den per evenement. De reden van de
                        maatregel is dat naar mening van de wetgever de ver-zekeringsplicht in de
                        regeling verkeersregelaars geen meerwaarde heeft ten opzichte van de
                        wettelijke bescherming op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en het
                        Burgerlijke Wet-boek.</al><al><vet>Evenementen en bestemmingsplannen</vet>Binnen de gemeente Aalburg zijn
                        geen terreinen bestemd als evenemententerrein. Alle eve-nementen vinden
                        plaats op locaties die een andere bestemming hebben. Dit betekent dat er
                        sprake kan zijn van strijdigheid met het bestemmingsplan. Om deze
                        strijdigheid op te heffen bestaat er de mogelijkheid van een vrijstelling
                        ingevolge artikel 17 van de Wet op de Ruimte-lijke Ordening. Het volgen van
                        deze procedure is erg omslachtig en stuit op praktische be-zwaren.</al><al>In een recente uitspraak heeft o.a. de Rechtbank Almelo geoordeeld dat het
                        gebruik van een perceel voor een schuttersfeest, nu dit slechts gedurende
                        enkele dagen per jaar plaatsvindt, niet strijdig is met de bestemming. Na
                        afloop van het evenement kon het gebruik van het perceel overeenkomstig het
                        bestemmingsplan weer worden voortgezet zonder dat het per-ceel minder
                        geschikt is geworden voor de verwerkelijking van de geldende
                        bestemming.</al><al>Voorgesteld wordt om voor het gebruik van percelen ten behoeve van
                        evenementen de lijn van de rechtbank te volgen. Dit betekent dat de
                        gebruiksvoorschriften zodanig geïnterpre-teerd dienen te worden dat een
                        gebruik ten behoeve van evenementen, mits deze plaatsvin-den gedurende één
                        of slechts enkele dagen per jaar, niet strijdig geacht wordt met de vol-gens
                        het betreffende bestemmingsplan geldende bestemming.</al><al><vet>In dit kader dienen altijd nog de volgende criteria in acht te worden
                            genomen:</vet>- Is er voldoende draagvlak vanuit de woon- en
                        leefomgeving?; - Is er geen alternatieve locatie of accommodatie
                        beschikbaar?;- Leidt de aard en soort van het evenement niet tot verstoring
                        van de openbare orde en veiligheid?; - Heeft het evenement een incidenteel
                        karakter?</al><al><vet>Vereenvoudiging vergunningen</vet>De rijksoverheid is een Project
                        Vereenvoudiging Vergunningen gestart. Dit heeft tot doel de regeldruk van de
                        landelijke en decentrale overheden te verminderen door bundeling,
                        afschaf-fing, vereenvoudiging en verbetering van regels. De Algemene
                        Plaatselijke Verordening is inmiddels aangepast. Artikel 2.2.2 heeft de
                        burgemeester de bevoegdheid gegeven om ca-tegorieën evenementen aan te
                        wijzen, waarvoor voortaan geen vergunning meer is vereist.</al><al>In de bijlage bij deze nota is de aanwijzing van de burgemeester opgenomen.
                        De aanwijzing betekent in de praktijk dat kleinschalige
                        activiteiten/evenementen, die geen belasting vormen voor de leefomgeving,
                        beperkt van omvang zijn, een beperkte geluidsproductie kennen en veelal
                        overdag of in de avonduren plaatsvinden vergunningsvrij zijn.</al><al>Het melden van dergelijke kleinschalige en vergunningsvrije activiteiten
                        voor de evenemen-tenkalender is geen verplichting, maar het lijkt nuttig
                        voor de omwonenden en voor de orga-nisaties om de activiteiten te plaatsen
                        op de evenementenkalender. Denk aan bijvoorbeeld spreiding van evenementen
                        in tijd en plaats.Voorbeelden: Buurt- en straatfeesten (met barbecue),
                        vieringen of herdenkingen, (besloten feesten zoals) examenfeesten, lopende
                        orkesten, buurtvlooienmarkten, fietstoer- en wandel-tochten, straatdomino,
                        vogeltentoonstelling. De burgemeester van Aalburg</al><al>overwegende dat in artikel 2.2.2, derde lid, van de Algemene Plaatselijke
                        Verordening aan de burgemeester de bevoegdheid is toegekend om evenementen
                        en categorieën van eve-nementen aan te wijzen, waarvoor geen
                        vergunningplicht geldt.</al><al><vet>besluit</vet>A. vast te stellen dat geen evenementenvergunning nodig is
                        voor:</al><al>1. sportwedstrijden of trainingen van lokaal gevestigde
                        verenigingen/stichtingen/organi¬sa¬ties in en op daartoe vanuit het
                        bestemmingsplan aangewezen complexen en -terreinen, voor zover hierbij geen
                        professionals betrokken zijn.</al><al>2. Evenementen c.q. activiteiten die voldoen aan de volgende voorwaarden:-
                        maximaal circa 100 gelijktijdige deelnemers/bezoekers;- incidenteel karakter
                        (een of een enkele keer per jaar);- tijdsduur tussen 10.00 en uiterlijk
                        24.00 uur;- geluidsbelasting kleiner dan 50 resp. 45 dB(A) voor de dag- dan
                        wel avondperiode, gemeten op (2 meter uit) de gevels van geluidsgevoelige
                        objecten; - bij gebruik van een tent mogen er niet meer dan 50 personen
                        tegelijkertijd in de tent aanwezig zijn; - eventuele in gebruik genomen
                        wegen dienen altijd bereikbaar te zijn voor de hulp¬diensten;- de gebruikte
                        openbare ruimte en de directe omgeving dienen schoon en netjes te worden
                        opgeleverd;- communiceren met omwonenden uiterlijk 1 week voorafgaand aan
                        activiteit/evene¬ment.</al><al>3. de volgende evenementen: - dierententoonstellingen in gebouwen, zonder
                        bijkomende activiteiten;- rommelmarkten, muziek-, dans- of zanguitvoeringen,
                        lezingen of anderszins culturele manifestaties, activiteitenmarkten e.d. in
                        school-, kerk- en andere samenkomstge-bouwen, georganiseerd door
                        plaatselijke verenigingen, instellingen, stichtingen of or-ganisaties,
                        voorzover dit past binnen de bestemming van het gebouw .</al><al>B. de burgemeester kan in bijzondere gevallen in het kader van openbare orde
                        en veiligheid activiteiten aanwijzen die niet vergunningsvrij (meer)
                        zijn;</al><al>C. de burgemeester kan in bijzondere gevallen in het kader van openbare orde
                        en veiligheid aanvullende voorschriften stellen aan het houden van een
                        vergunningsvrij evenement.</al><al>D. deze regeling geldt vanaf 2 januari 2007 tot 2010 en kan tussentijds
                        aangepast worden als de omstandigheden of ontwikkelingen dat naar het
                        oordeel van de burgemeester rechtvaardigen.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld op 19 december 2006 en bekendgemaakt op 27 december 2006
                        in weekblad Het Kontakt en op website www.Aalburg.nl.</al></slotformulering><ondertekening>De burgemeester van Aalburg, F. Buijserd</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr>1</nr><titel>Bijlage bij Evenementenbeleid 2007-2010</titel></kop><al>Aanvullende gebruiksvoorwaarden gebruiksvergunningen artikel 2.1.1
                    Brandbeveiligingsverordening. VERSIE: 01-10-2002</al><al>Een evenement is in de regel een combinatie van een aantal elementen. Een
                    braderie bevat bijvoorbeeld de elementen kramen, tenten, podia en
                    attractietoestellen. De gebruiksvoorwaarden behorende bij de gebruiksvergunning
                    voor dit evenement moet dan ook worden samengesteld uit voorwaarden die deze
                    verschillende elementen betreffen.Deze standaardvoorwaarden betreffen de
                    volgende elementen.1. tenten;2. kramen;3. podia;4. tribunes;5. plaatsing van
                    tijdelijk bouwsel, verkoopwagen of attractietoestel;6. mobiele bakwagens;7.
                    aanbouwsels tegen gevels van bouwwerken;8. barbecues;9. heliumballonnen;10.
                    tentenkampen;11. algemeen.</al><al>Elke gebruiksvergunning dient maatwerk te zijn, dus ook de bij de vergunning
                    behorende gebruiksvoorwaarden. Bij het samenstellen van het pakket
                    gebruiksvoorwaarden voor een specifiek evenement dient men dan ook de niet van
                    toepassing zijnde voorwaarden te verwijderen.Daarbij dient men kritisch te werk
                    te gaan.</al><al>1. TENTEN.</al><al>1. Situering.a. Binnen 2,0 meter rondom de tent mogen zich geen obstakels
                    bevinden. b. De afstand tussen de aanwezige bebouwing en het object dient
                    tenminste 5,0 meter te bedragen, tenzij de gevel waarte¬gen het object wordt
                    ge¬plaatst een brandwerend¬heid bezit van minimaal 30 minuten. c. De toegangen
                    of uit¬gangen van belendende ge¬bouwen mogen niet worden ver¬sperd of
                    belem¬merd;d. Brandkranen dienen volledig te worden vrijgehouden en dienen
                    tevens voor onmiddellijk gebruik door de brandweer bereik¬baar te zijn; e. Nabij
                    de opstellingsplaats van de tent(en) moet op een afstand van niet meer dan 100
                    meter daarvan, een bluswater¬winplaats (brand¬kraan, bovenwater) van voldoende
                    capaciteit beschikbaar zijn.f. Brandweervoertuigen moeten de tent tot op een
                    afstand van 30 meter onbelemmerd kunnen bereiken;g. De scheer- en/of tuidraden
                    en/of schoren dienen zodanig te worden aangebracht dat deze de inzet van
                    brandweerpersoneel niet kan hinderen.h. Aanwezige (straat)afzettingen dienen in
                    een voorkomend geval direct verwijderbaar te zijn om zodoende de brand¬weer een
                    vrije doorgang te verlenen.i. De doorgangen vanaf de tent naar de openbare weg
                    moeten steeds worden vrijgehouden van obstakels die de doorgang kunnen
                    belemme¬ren. Het opstellen van goe¬deren en/of voorwerpen in de vrij te houden
                    ge¬deelten is niet toege¬staan.</al><al>2. Constructie.a. Het materiaal welke gebruikt wordt voor de daken en verticale
                    afschei¬dingen moet bestaan uit materialen waarvan de
                    brandvoort¬plan¬tingsbijdra¬ge tenminste valt in klasse 2 van de norm NEN 6065,
                    in klasse B2 van de Duitse norm DIN 4102 of in klasse M2 van de Franse norm NF P
                    92-503.b. Van het materiaal dat gebruikt wordt voor de daken en verticale
                    afscheidingen dient een geldig certificaat te worden overlegd waarmee aangetoond
                    wordt dat het materiaal aan de gestelde eisen voldoet.c. Houten vloeren dienen
                    zodanig te zijn aangebracht dat geen open naden tussen de vloerdelen ontstaan.d.
                    Lopers, matten en dergelijke moeten deugdelijk aan de ondergrond zijn bevestigd. </al><al>3. Meubilering en inrichting van de ruimte.a. Het totale gangoppervlak in de
                    tent dient tenminste 1/3e gedeelte van het totale vloeroppervlak te bedragen.b.
                    De breedte van gangpaden moet tenminste 2,2 meter bedragen.c. Gangpaden moeten
                    zodanig zijn aangebracht, dat de bezoekers de tent gemakkelijk en snel via de
                    uitgangen en/of nooduitgangen kun¬nen verlaten.d. De zitplaatsen voor het
                    publiek welke in rijen zijn opgesteld, moeten aan de vloer zijn bevestigd of
                    door middel van een door de commandant brandweer goedgekeurd systeem aan elkaar
                    zijn gekoppeld.e. De looppaden tussen de zitplaatsen moeten een vrije breedte
                    hebben van tenminste 35 cm.</al><al>4. Plaatsing van kramen in de tent.a. De opstelling van kramen in de tent dient
                    zodanig te worden gekozen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:- er
                    mogen niet meer dan 4 kramen aaneen worden geslo¬ten;- tussen een groep van
                    maximaal 4 aaneengesloten kramen en de volgende groep van maximaal 4
                    aaneengesloten kramen dient tenminste een vrije door¬gangsbreedte van 1 meter te
                    worden gehouden;- door geen der geplaatste kramen of stands mogen de
                    nooduit¬gangen van de tenten worden ver¬sperd of belem¬merd;- tussen tegenover
                    elkaar staande kramen dient een vrije doorgangs¬breedte van minimaal 2,2 meter
                    te worden gehouden;- opstellen van goederen en/of voorwerpen in de vrij te
                    houden gedeel¬ten is niet toegestaan.b. In en rond de kramen mag uitsluitend
                    gebruik wor¬den gemaakt van elektrische verlichting welke zodanig aangebracht
                    dient te worden, dat de armaturen niet in aanraking kunnen komen met brandbare
                    materialen.c. Tafelkleden en andere afhangende afdekmaterialen mogen niet verder
                    reiken dan tot 60 cm. boven de grond.d. In de kramen alsmede in de nabijheid
                    daarvan, mogen geen houders voor tot vloeistof verdichte gassen aanwezig zijn of
                    worden ge¬bruikt.e. In en rond de kramen mag voor verkoop-, expositie- of
                    gebruiksdoel¬einden slechts een aantal van maximaal 20 spuitbussen aanwezig
                    zijn.</al><al>5. Standbouw, versiering en aankleding.</al><al>A. Algemeen.a. Decors, versieringen, bekledingen etc. moeten zijn vervaardigd
                    van moeilijk ontvlambare materialen die geen grotere
                    brandvoortplan¬tingsbijdrage hebben dan klasse 2 zoals omschreven in NEN 6065 en
                    geen groter rookgetal dan 2,2 m-1 zoals omschreven in NEN 6066.b. Stoffering en
                    versiering moeten minimaal 50 centimeter vrijgehouden worden van spots en andere
                    warm wordende apparatuur, waarvan de oppervlaktetemperatuur meer dan 80 graden
                    Celsius bedraagt.c. Vloer- en trapbedekkingen in vluchtwegen en in ruimten
                    waarin meer dan 50 personen gelijktijdig kunnen verblij¬ven, moeten zodanig zijn
                    aange¬bracht dat zij niet kunnen verschuiven, omkrullen of oprollen en mogen in
                    generlei opzicht gevaar voor uitglijden, struikelen of vallen kunnen
                    veroorzaken.d. Weggeworpen papier of verpakkingsmaterialen moeten zo snel
                    mogelijk worden verwijderd.</al><al>B. Toepassing van materialen.</al><al>Hout, hardboard, triplex, multiplex, spaanplaat. a. Het materiaal moet ten
                    minste 3,5 millimeter dik zijn. b. Het materiaal moet ten aanzien van
                    vlamuitbreiding kunnen worden ingedeeld in klasse 2, als bedoeld in NEN 6065,
                    uitgaven 1991, en NEN 6065/C1, uitgave 1992.</al><al>Textiel in verticale toepassing. a. Brandbaar textiel moet door impregneren
                    moeilijk brandbaar zijn gemaakt, of moeilijk brandbaar zijn geworden door het
                    materiaal op hout, hardboard, triplex, multiplex of spaanplaat te plakken. b. De
                    moeilijk brandbare hoedanigheid moet blijken uit een navlamduur van ten hoogste
                    15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden, bepaald volgens
                    NEN-EN-ISO 6940, uitgave 1995, en moet vallen in de klasse "niet gemakkelijk
                    ontvlambaar".</al><al>Textiel in horizontale toepassing. a. Versieringen in de vorm van vlaggen,
                    parachutes en doeken e.d. mogen niet horizontaal tegen het plafond worden
                    aangebracht, tenzij deze zijn onderspannen met metaaldraad op een onderlinge
                    afstand van ten hoogste 35 centimeter of zijn onderspannen met een metaaldraad
                    in twee richtingen met een maaswijdte van ten hoogste 70 centimeter. b.
                    Brandbaar textiel moet tevens door impregneren moeilijk brandbaar zijn gemaakt.
                    De moeilijk brandbare hoedanigheid moet door middel van een schriftelijke
                    verklaring kunnen worden aangetoond .</al><al>Kunststoffen in dit geval foliemateriaal eventueel voorzien van een zogenaamde
                    textielrug. a. Het materiaal moet op een ondergrond van onbrandbaar materiaal
                    zijn geplakt of op board, triplex, multiplex, spaanplaat of hout in de hiervoor
                    aangegeven hoedanigheid.</al><al>Kunststoffen in dit geval plaatmateriaal. a. Deze stoffen en alle hiervoor
                    genoemde stoffen en materialen moeten voldoen aan NEN 6065, uitgave 1991, en NEN
                    6065/C1, uitgave 1992, klasse 2. b. Deze stoffen en materialen mogen nadat zij
                    in aanraking zijn gekomen met vuur of nadat zij aan hoge temperaturen hebben
                    blootgestaan geen prikkelende of voor de gezondheid schadelijke gassen of dampen
                    ontwikkelen en mogen niet druipen.</al><al>Papier zoals behangpapier, crêpepapier en fotopapier. a. Het papier moet zijn
                    geplakt op een ondergrond van onbrandbaar materiaal of op board, triplex,
                    multiplex, spaanplaat, hout of glas in de hiervoor omschreven hoedanigheid, dan
                    wel het papier moet door impregneren voldoen aan NEN 6065, uitgave 1991, en NEN
                    6065/C1, uitgave 1992, klasse 2.</al><al>6. Vluchtwegen.a. De tent dient minimaal twee uitgangen te bezitten. De
                    uitgangen dienen zover mogelijk van elkaar gelegen te zijn.b. Met inachtneming
                    van het gestelde in punt a, dient voor ieder aantal van 200 personen en
                    resterend gedeelte van dit aantal tenminste 1 uitgang aanwezig te zijn.c. Indien
                    de uitgangen tijdens de evenementen zijn afgesloten, moeten zij zonder
                    gebruikmaking van losse voorwerpen zoals b.v. sleutels, gemakkelijk kunnen
                    worden geopend.d. In vluchtwegen mogen in de vluchtrichting geen versmallin¬gen
                    voor¬komen.e. In de vluchtwegen mogen geen obstakels voorkomen en mogen geen
                    losse stoelen worden bijgeplaatst of door bezoekers staanplaatsen worden
                    ingenomen op looppaden, trappen en naar de uitgangen voeren¬de gangen.</al><al>7. Maximum aantal toe te laten personen.a. In de tent mogen niet meer personen
                    worden toegelaten dan de uitkomst van onderstaande berekening.b. Ter bepaling
                    van het maximaal toelaatbaar aantal personen worden twee criteria gebruikt.1.
                    Uitgangsbreedte criterium: 0,9 x breedte uitgangen in centimeters = toelaatbaar
                    aantal personen2. Oppervlakte criterium: 0,5 x bruto vloeroppervlak =
                    toelaatbaar aantal personenóf: 0,25 x netto vloeroppervlak = toelaatbaar aantal
                    personenDe laagste van de twee uitkomsten van genoemde criteria is bepalend voor
                    het toelaatbaar aantal personen.</al><al>8. Open vuur, bak- en braadapparatuur.a. Vuurwerk, fakkels, Bengaals vuur en
                    ander open vuur, in welke vorm dan ook, mag niet worden gebruikt dan na
                    toestemming van de comman¬dant brandweer.b. Het gebruik van toestellen voor
                    kook-, bak- of braaddoeleinden is niet toegestaan in tenten waarin ook publiek
                    verblijft.c. Het gebruik van toestellen voor kook-, bak- of braaddoeleinden is
                    alleen toegestaan in apart voor dit gebruik ingerichte keukentent. Tussen deze
                    tent en de tent(en) waarin zich het publiek bevindt dient een afstand te zijn
                    van tenminste 5,0 meter. </al><al>9. Verwarming.d. De tent mag alleen door middel van verwarmde lucht te worden
                    verwarmd.e. Andere voor verwarming van de tentruimte te bezigen toestellen mogen
                    alleen in overleg met en volgens aanwij¬zingen van de brand¬weer in de tent
                    worden geplaatst.f. De luchtverwarmingsinstallatie, moet buiten de tent zijn
                    opgesteld op een door de commandant van de brandweer goedgekeurde plaats, op een
                    afstand van tenminste 2,0 meter uit de tent.g. De voor het transport van
                    verwarmde lucht te gebruiken slangen en/of pijpen moeten zijn samengesteld uit
                    materiaal waarvan de bijdrage tot de brandvoortplanting valt in klasse 1 van de
                    norm NEN 6065 of in de klasse B1 van de Duitse norm DIN 4102.h. Brandbare
                    vloeistoffen en samengeperste, tot vloeistof verdichte gassen mogen slechts op
                    een afstand van tenminste 5 meter van de tent(en) op het terrein aanwezig zijn.
                    Omtrent de plaats en de wijze van opslag kunnen nadere voorwaarden door de
                    commandant van de brandweer worden opgelegd.i. Er moeten voorzieningen zijn
                    getroffen die voorkomen dat brandbare vloeistoffen zich kunnen verspreiden.</al><al>10. Verlichting.a. Bij afwezigheid van voldoende daglicht moet voor verlich¬ting
                    van de hoofdtent en van de nevententen uitsluitend elektrisch licht worden
                    gebezigd.b. De elektrische installatie moet voldoen aan het gestelde in de NEN
                    1010 en aan plaatselijk te stellen aansluitvoorwaar¬den.c. Verlichtingsarmaturen
                    moeten zodanig zijn aangebracht dat zij onder geen enkele omstandigheid met
                    tentzeilen of andere brandbare mate¬rialen in aanraking kunnen komen of
                    anderszins aanleiding kunnen geven tot brand.d. De uitgangen dienen elektrisch
                    zodanig zijn verlicht, dat zij over de gehele breedte en hoogte zichtbaar
                    zijn.e. Door middel van transparanten of verlichte opschriften moet aange¬geven
                    zijn langs welke uitgangen en nooduitgangen de tent verlaten kan worden. Ten
                    hoogste 50 cm boven de voor het publiek bestemde uitgangen moet het opschrift
                    "UIT" c.q. "NOODUITGANG" aanwezig zijn, dan wel een goedgekeurd
                    dienovereenkomstig pictogram. Het opschrift dient in witte letters, hoog
                    tenminste 80 mm en met een lijndikte van tenminste 10 mm zijn uitgespaard op een
                    groen trans¬pa¬rant.(e.e.a. conform NEN 6088).f. In de tent(en) die voor het
                    publiek toegankelijk is/zijn, moeten lampen voor nood- en transparantverlichting
                    aanwezig zijn, die door een van de normale stroomvoorziening onafhankelijke
                    stroombron moet worden gevoed.g. De lichtsterkte van de noodverlichting moet op
                    het loopvlak van de hoofd- en nevententen tenminste 1 lux bedragen.h. De
                    voedingsbron(nen) van de nood- en transparantverlichting moet¬(en) zodanig zijn
                    dat deze verlichting gedurende 30 minuten op volle sterkte kunnen branden.i. De
                    lampen voor de nood- en transparantverlichting moeten gelijk¬tijdig met de
                    algemene verlichting branden, met uitzondering van de lampen voor
                    noodverlichting, indien deze verlichting automatisch gaat branden zodra een
                    storing in de voeding van de algemene ver¬lichting optreedt.j. De
                    transparantverlichting dient gedurende de tijd dat publiek aan¬wezig is te zijn
                    ontstoken.k. Aggregaten met een interne brandstoftank dienen tenminste 5,0 meter
                    uit de tentwand te worden geplaatst.</al><al>11. Brandmelding.a. In of in de directe nabijheid van de tent moet gedurende een
                    half uur voor en na de tijd, dat de tent voor het publiek is opengesteld een
                    telefoontoestel met aansluiting op het openbare telefoonnet of een mobiele
                    telefoonnet aanwezig zijn. Dit toestel moet steeds bereikbaar zijn. In de
                    na¬bijheid ervan moet het alarmnummer van de brandweer duidelijk zijn
                    aangegeven.</al><al>12. Blusmiddelen.a. In de tent dienen op nader aan te geven plaatsen tenminste 3
                    stuks draagbare blustoestellen met een inhoud van tenminste 6 kg poeder geschikt
                    voor het blussen van branden van het type A, B en C te zijn aange¬bracht en voor
                    onmiddellijk gebruik gereed te zijn.b. De voorgeschreven blusmiddelen dienen te
                    zijn voorzien van een geldig rijkskeurmerk.c. De voorgeschreven blustoestellen
                    dienen 1 x per jaar op goede wer¬king te zijn gecontroleerd, ten bewijze waarvan
                    bij het blusappa¬raat een keuringsbewijs aanwezig dient te zijn.</al><al>2. KRAMEN.</al><al>1. Situering.a. De toegangen of uit¬gangen van belendende ge¬bouwen mogen niet
                    worden ver¬sperd of belem¬merd;b. Brandkranen dienen volledig te worden
                    vrijgehouden en dienen tevens voor onmiddellijk gebruik door de brandweer
                    bereik¬baar te zijn;c. Aanwezige (straat)afzettingen dienen in een voorkomend
                    geval direct verwijderbaar te zijn om zodoende de brand¬weer een vrije doorgang
                    te verlenen.</al><al>2. Opstelling.a. De opstelling van kramen dient zodanig te worden gekozen dat
                    aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:- De kra¬men dienen mini¬maal 1 meter
                    uit de gevels van aanwezige bebouwing worden geplaatst;- Kramen met toestellen
                    voor kook- en bakdoeleinden dienen minimaal 2 meter uit de gevels van aanwezige
                    bebouwing worden geplaatst, tenzij de gevel waartegen de kraam wordt geplaatst
                    een brandwerendheid bezit van minimaal 30 minuten;- Er mogen niet meer dan 4
                    kramen aaneen worden geslo¬ten;- Tussen een groep van maximaal 4 aaneengesloten
                    kramen en de volgende groep van maximaal 4 aaneengesloten kramen dient tenminste
                    een vrije door¬gangsbreedte van 1 meter te worden gehouden;- tussen tegenover
                    elkaar staande kramen dient een vrije doorgangs¬breedte van minimaal 4,0 meter
                    te worden gehouden;- de minimale doorgangsbreedte van 4,0 meter dient in rechte
                    lijn aanwezig te zijn om brandweer¬voertuigen onbe¬lemmerd doorgang te verlenen.
                    Versprin¬gend opstel¬len van kramen mag derhalve niet belemme¬rend werken;-
                    opstellen van goederen en/of voorwerpen in de vrij te houden gedeel¬ten is niet
                    toegestaan.- Indien de kramen voor gebouwen worden geplaatst, mogen er achter de
                    kramen geen voertuigen worden geplaatst.</al><al>3. Constructie.e. Het materiaal welke gebruikt wordt voor de daken en verticale
                    afschei¬dingen moet bestaan uit materialen waarvan de
                    brandvoort¬plan¬tingsbijdra¬ge tenminste valt in klasse 2 van de norm NEN 6065,
                    in klasse B2 van de Duitse norm DIN 4102 of in klasse M2 van de Franse norm NF P
                    92-503.f. Van het materiaal dat gebruikt wordt voor de daken en verticale
                    afscheidingen dient een geldig certificaat te worden overlegd waarmee aangetoond
                    wordt dat het materiaal aan de gestelde eisen voldoet.g. De basisconstructie van
                    het object dient van materialen te zijn ver¬vaardigd, die bij verhitting niet
                    onmiddellijk vlam vatten of be¬zwijken.</al><al>4. Inrichting.a. In de kramen mogen geen versieringen van licht brandbaar
                    materiaal, zoals papier, stro en diverse kunst¬stoffen worden toegepast.b. In en
                    rond de kramen mag uitsluitend gebruik wor¬den gemaakt van elektrische
                    verlichting welke zodanig aange¬bracht dient te worden, dat de armaturen niet in
                    aanraking kunnen komen met brandbare materia¬len.c. Open vuur in de vorm van
                    ondermeer kaarsen, lan¬taarns en lampionnen is in de nabij¬heid van de kramen
                    niet toege¬staan.d. Tafelkleden en andere afhangende afdekmaterialen mogen niet
                    verder reiken dan tot 60 cm. boven de grond.e. In de kramen alsmede in de
                    nabijheid daarvan, mogen geen houders voor tot vloeistof verdichte gassen
                    aanwezig zijn of worden ge¬bruikt.f. In en rond de kramen mag voor verkoop-,
                    expositie- of gebruiksdoel¬einden slechts een aantal van maximaal 20 spuitbussen
                    aanwezig zijn.</al><al>5. Kook-, bak- en braadapparatuur.</al><al>5.1 Gebruik van toestellen voor kook- of bakdoeleindena. Toestellen voor kook-
                    of bakdoeleinden mogen alleen met toestemming en volgens aanwijzing van de
                    brandweer in de kramen worden geplaatst.b. Indien het gebruik van toestellen
                    voor kook- en bakdoeleinden overeenkomstig het gestelde onder a is toegestaan,
                    dient rekening te worden gehouden met de navolgende voorwaarden.c. De
                    verwarmingstoestellen dienen te worden opgesteld op onbrandbaar en de warmte
                    slecht geleidend materiaal en moet tenminste 30 cm. verwijderd staan van
                    brandbare verticale afscheidingen of wanden.d. Het hebben van open vuur ter
                    bereiding van gerechten of voor andere verwar¬mingsdoeleinden, anders dan in
                    speciaal daarvoor ingerichte en vervaardigde toestellen, is niet toegestaan.e.
                    Indien met de verwarmingstoestellen olie of vet wordt verwarmd, dan dienen in de
                    onmiddellijke nabijheid van de verwarmings¬toestellen goed passende en
                    hanteerbare deksels aanwezig te zijn om pannen of vaatwerk met oververhit of
                    brandend vet of olie af te dekken.f. In bedrijf zijnde verwarmingstoestellen
                    mogen niet ver¬plaatst wor¬den.</al><al>5.2 Opstelling kramen met toestellen voor kook- of bakdoelein¬den. a. De
                    opstelling van de betreffende kramen en vrij-opgestelde toestellen voor kook- of
                    bakdoelein¬den mag niet onder permanent opgestelde luifels behorende bij de
                    bebouwing geschieden, noch binnen een afstand van 2 meter van deze gevels.b.
                    Rondom de vrij opgestelde toestellen voor kook- of bakdoel¬ein¬den dient een
                    ruimte van tenminste 2 meter te worden vrij gehouden door middel van dranghekken
                    of een touwafzet¬ting.c. Boven kramen waarin toestellen voor kook- of
                    bakdoeleinden staan opgesteld mogen geen luifels of daken worden
                    aange¬bracht.</al><al>5.3 Gebruik van brandstoffen.a. De verwarming mag geschieden door middel van
                    flessengas Er mogen per kraam niet meer dan twee volle of lege gasflessen
                    tegelij¬kertijd aanwezig zijn.b. De gasslangen dienen van een voor het
                    betreffende gas geschikte soort te zijn en zowel aan de gasflessen als aan de
                    toestellen voor kook- of bakdoeleinden te worden bevestigd door middel van
                    slangklem¬men.c. De verwarming mag geschieden door middel van vaste brand¬stof.
                    Deze brandstof dient dan ontstoken te worden door middel van daarvoor geschikte
                    ontstekings¬blokjes van vaste brandstof. Het gebruik van vloeibare
                    aansteekmiddelen, zoals spiritus, benzine etc. is niet toegestaan.d. Indien de
                    toestellen voor kook- of bakdoeleinden gevoed worden door een door het
                    gemeentelijk Energie- en Waterbe¬drijf te leveren energie¬vorm, dan dient aan de
                    voorwaarden van dit bedrijf te worden voldaan.</al><al>5.4 Blusmiddelen.a. In elke kraam waarin toestellen voor kook- of bakdoeleinden
                    staan opgesteld, dient onder handbereik een blusappa¬raat met een inhoud van 7
                    kg poeder, geschikt voor het blussen van branden van het type A, B en C aanwezig
                    te zijn. Het blustoestel dient van een rijkskeurmerk te zijn voorzien.b. De
                    blusapparaten dienen jaarlijks gekeurd te zijn, ten bewijze waarvan een
                    keuringsbewijs aanwezig dient te zijn.</al><al>3. PODIA</al><al>1. Situering.a. Tussen het object en ………………. dient een vrije doorgangs¬breedte
                    van minimaal 4,0 meter en een vrije doorgangshoogte van 4,2 meter gehandhaafd te
                    blijven;b. Bij podia waarbij gebruik wordt gemaakt van dak- en wandconstructies
                    dient de afstand tussen de aanwezige bebouwing en het object dient tenminste 5,0
                    meter te bedragen, tenzij de gevel waarte¬gen het object wordt ge¬plaatst een
                    brandwerend¬heid bezit van minimaal 30 minuten. c. Podia welke bestaan uit enkel
                    een verhoogde vloerconstructie mogen met in acht name van punt d. tegen de gevel
                    worden geplaatst.d. De toegangen of uit¬gangen van belendende ge¬bouwen mogen
                    niet worden ver¬sperd of belem¬merd;e. Brandkranen dienen volledig te worden
                    vrijgehouden en dienen tevens voor onmiddellijk gebruik door de brandweer
                    bereik¬baar te zijn;f. Aanwezige (straat)afzettingen dienen in een voorkomend
                    geval direct verwijderbaar te zijn om zodoende de brand¬weer een vrije doorgang
                    te verlenen.</al><al/><al>2. Constructie.h. Het materiaal welke gebruikt wordt voor de daken en verticale
                    afschei¬dingen van het podium moet bestaan uit materiaal waarvan de
                    brandvoort¬plan¬tingsbijdra¬ge tenminste valt in klasse 2 van de norm NEN 6065,
                    in klasse B2 van de Duitse norm DIN 4102 of in klasse M2 van de Franse norm NF P
                    92-503.i. De basisconstructie van het object dient van materialen te zijn
                    ver¬vaardigd, die bij verhitting niet onmiddellijk vlam vatten of be¬zwijken.j.
                    De constructie van het object dient naar het oordeel van de commandant brandweer
                    of diens plaatsvervanger aan een redelijke mate van brandveiligheid te
                    voldoen.</al><al>3. Inrichting.a. Decors, versieringen, bekledingen etc. moeten zijn vervaardigd
                    van moeilijk ontvlambare materialen die geen grotere
                    brandvoortplan¬tingsbijdrage hebben dan klasse 2 zoals omschreven in NEN 6065 en
                    geen groter rookgetal dan 2,2 m-1 zoals omschreven in NEN 6066.b. In en rond het
                    object mag uitsluitend gebruik wor¬den gemaakt van elektrische verlichting welke
                    zodanig aange¬bracht dient te worden, dat de armaturen niet in aanraking kunnen
                    komen met brandbare materia¬len.c. Open vuur in de vorm van onder meer kaarsen,
                    lan¬taarns en lampionnen is in de nabij¬heid van het object niet
                    toege¬staan.</al><al>4. TRIBUNES</al><al>1. Situering.g. Tussen het object en ………………. dient een vrije doorgangs¬breedte
                    van minimaal 4,0 meter en een vrije doorgangshoogte van 4,2 meter gehandhaafd te
                    blijven;h. Bij tribunes waarbij gebruik wordt gemaakt van dak- en
                    wandconstructies dient de afstand tussen de aanwezige bebouwing en het object
                    dient tenminste 5,0 meter te bedragen, tenzij de gevel waarte¬gen het object
                    wordt ge¬plaatst een brandwerend¬heid bezit van minimaal 30 minuten. i. Tribunes
                    waarbij geen gebruik wordt gemaakt van dak- en wandconstructies mogen met in
                    acht name van punt d. tegen de gevel worden geplaatst.j. De toegangen of
                    uit¬gangen van belendende ge¬bouwen mogen niet worden ver¬sperd of belem¬merd;k.
                    Brandkranen dienen volledig te worden vrijgehouden en dienen tevens voor
                    onmiddellijk gebruik door de brandweer bereik¬baar te zijn;l. Aanwezige
                    (straat)afzettingen dienen in een voorkomend geval direct verwijderbaar te zijn
                    om zodoende de brand¬weer een vrije doorgang te verlenen.</al><al>2. Constructie.k. Het materiaal welke gebruikt wordt voor de daken en verticale
                    afschei¬dingen van het podium moet bestaan uit materiaal waarvan de
                    brandvoort¬plan¬tingsbijdra¬ge tenminste valt in klasse 2 van de norm NEN 6065,
                    in klasse B2 van de Duitse norm DIN 4102 of in klasse M2 van de Franse norm NF P
                    92-503.l. De basisconstructie van het object dient van materialen te zijn
                    ver¬vaardigd, die bij verhitting niet onmiddellijk vlam vatten of be¬zwijken.m.
                    De constructie van het object dient naar het oordeel van de commandant brandweer
                    of diens plaatsvervanger aan een redelijke mate van brandveiligheid te
                    voldoen.</al><al>3. Inrichting.d. Decors, versieringen, bekledingen etc. moeten zijn vervaardigd
                    van moeilijk ontvlambare materialen die geen grotere
                    brandvoortplan¬tingsbijdrage hebben dan klasse 2 zoals omschreven in NEN 6065 en
                    geen groter rookgetal dan 2,2 m-1 zoals omschreven in NEN 6066.e. In en rond het
                    object mag uitsluitend gebruik wor¬den gemaakt van elektrische verlichting welke
                    zodanig aange¬bracht dient te worden, dat de armaturen niet in aanraking kunnen
                    komen met brandbare materia¬len.f. Open vuur in de vorm van onder meer kaarsen,
                    lan¬taarns en lampionnen is in de nabij¬heid van het object niet
                    toege¬staan.</al><al>4. Opstellingsplannena. Bij in rijen opgestelde zitplaatsen moet tussen de rijen
                    een vrije ruimte aanwezig zijn van ten minste 0.40 meter, gemeten tussen de
                    loodlijnen door de elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen. Indien in
                    een rij tussen zitplaatsen tafeltjes zijn geplaatst, moet de genoemde vrije
                    ruimte ter plaatse van de tafeltjes doorlopen. b. Bij in rijen opgestelde
                    zitplaatsen moeten, indien een rij meer dan 4 stoelen bevat en 4 of meer rijen
                    achter elkaar zijn geplaatst, deze zo zijn gekoppeld dan wel aan de vloer zijn
                    bevestigd dat deze ten gevolge van gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen.
                    De stoelkoppeling moet ten genoegen van burgemeester en wethouders zijn
                    uitgevoerd. c. Een rij zitplaatsen, die slechts aan één einde op een gangpad of
                    uitgang uitkomt, mag niet meer dan 8 zitplaatsen bevatten. d. Een rij
                    zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of een uitgang uitkomt, mag ten
                    hoogste bevatten: - 16 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen
                    kleiner is dan 0,45 meter; - 32 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de
                    rijen groter is dan 0,45 meter; - 50 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen
                    de rijen groter is dan 0,45 meter en er bovendien aan beide einden van de rijen
                    per 4 rijen een uitgang met een breedte van ten minste 1,10 meter aanwezig
                    is.</al><al/><al>5. PLAATSING VAN TIJDELIJK BOUWSEL, VERKOOPWAGEN OF ATTRACTIETOESTEL</al><al>1. Situering.1. De vrije doorgang voor brandweervoertuigen door, van en naar
                    straten dient volledig gehandhaafd te blijven. Hiertoe dient een permanent vrije
                    rijloper aanwezig te bIijven met een breedte van 3,50 meter en een hoogte van
                    4,20 meter.2. Rondom een object groter dan 250 m2 dient een permanent vrije
                    rijloper aanwezig te zijn met een breedte van 3,50 meter en een hoogte van 4,20
                    meter.3. Rondom een object groter dan 50 m2 dient een vrij looppad zonder
                    obstakels aanwezig te zijn met een breedte van 2,00 meter en een hoogte van 2,00
                    meter.4. De stralen van de bochten in de rijloper moet tenminste voldoen aan de
                    rijcurven van de tankautospuit en hoogwer¬ker Breda, als in de bijlagen
                    aangegeven.5. Blusleidingen, brandkranen en andere dergelijke
                    bluswa¬tervoorzieningen dienen volledig te worden vrijgehouden;6. Blusleidingen,
                    brandkranen en andere dergelijke bluswa¬tervoorzieningen dienen voor
                    onmiddellijk gebruik door de brandweer zonder het passeren van obstakels
                    bereikbaar te zijn vanaf de rijloper.7. De toegang of (nood )uitgangen van
                    winkels woningen of andere gebouwen mogen niet worden versperd of belemmerd;8.
                    Aanwezige (straat)afzettingen dienen in voorkomend geval direct en zonder
                    bijzondere hulpmiddelen verwijderbaar te zijn om zodoende de brandweer vrije
                    doorgang te verlenen.</al><al>2. Opstelling t.o.v. omgeving.9. de afstand tussen de aanwezige bebouwing en het
                    te plaat¬sen object dient ten minste 5 meter te bedragen. Bij objecten groter
                    dan 50 m2 kan afhankelijk van de vuurbe¬lasting van het object een grotere
                    afstand noodzakelijk zijn. De afstand zal maximaal 15 meter zijn.10. de afstand
                    tussen het te plaat¬sen object en de aanwezige bebouwing dient ten minste 10
                    meter te bedragen indien deze bebouwing is voorzien van een
                    sprinklerinstallatie.11. De afstand tussen de aanwezige bebouwing en het te
                    plaatsen object kan vervallen indien de gevel van de aanwezige bebouwing over
                    een vol¬doende afmeting een brandwerendheid bezit van ten minste 30 minuten de
                    vuurbelasting in/van het object zeer beperkt is het object niet groter is dan 50
                    m2.</al><al>3. Constructie.12. De daken, luifels, wanden of andere verticale afschei¬dingen
                    dienen in hoofdzaak te zijn vervaardigd van moeilijk ontvlambaar materiaal (mate
                    van bijdrage aan brandvoortplanting klasse 2 van de norm NEN 6065).</al><al>6. MOBIELE BAKWAGENS</al><al>1. Situering.a. De opstelling van bakwagens dient zodanig te worden gekozen, dat
                    brandkranen volledig worden vrij¬gehouden en de brand¬kranen voor onmiddellijk
                    gebruik door de brand¬weer bereik¬baar zijn;b. Door geen der geplaatste
                    bakwagens mogen de toegangen of uit¬gangen van winkels, woningen of andere
                    gebouwen worden ver¬sperd of belemmerd.c. De vrije doorgang van en naar
                    aangrenzende straten dient, t.b.v. brandweervoertuigen volledig gehandhaafd te
                    blij¬ven;d. De opstelling van mobiele bakwagens mag niet onder permanent
                    opgestelde luifels behorende bij de bebouwing geschieden, noch binnen een
                    afstand van 2 meter van deze gevels;e. De opstelling van vaste bakwagens mag
                    niet onder permanent opgestelde luifels behorende bij de bebouwing geschieden,
                    noch binnen een afstand van 5 meter van deze gevels.</al><al>De gebruiker van de bakwagen dient ervoor zorg te dragen dat zijn mobiele
                    bakwagen voldoet aan de volgende voorwaarden.</al><al>1. Inrichting.a. Open vuur in de vorm van onder meer kaarsen, lantaarns en
                    lampionnen zijn in de bakwagens niet toegestaan;b. In de bakwagens mogen geen
                    spuitbussen aanwezig zijn;c. In de bakwagens mogen geen versieringen van licht
                    brandbaar materiaal, zoals papier, stro en diverse kunst¬stoffen worden
                    toegepast;d. In en rond de bakwagens mag uitsluitend gebruik wor¬den gemaakt van
                    elektrische verlichting welke zodanig aange¬bracht dient te worden, dat de
                    armaturen niet in aanraking kunnen komen met brandbare materialen;e. Het hebben
                    van open vuur ter bereiding van gerechten of voor andere verwarmingsdoeleinden,
                    anders dan in speciaal daarvoor ingerichte en vervaardigde apparatuur, is niet
                    toegestaan.</al><al>2. Constructie.a. De basisconstructie van de bakwagen dient van materi¬alen te
                    zijn ver¬vaardigd, die bij verhitting niet onmid¬dellijk vlam vatten of
                    be¬zwijken;b. De verwarmingsappara¬tuur dient te worden opgesteld op
                    onbrand¬baar en de warmte slecht geleidend mate¬riaal en moet tenmin¬ste 30 cm.
                    verwijderd staan van brandbare ver¬ticale afscheidin¬gen of wanden;</al><al>3. Brandstof.a. Het gebruik van L.P.G., anders dan voor het voortbewe¬gen van
                    voertuigen is niet toegestaan;b. Drukhouders zoals gasflessen en -tanks voor
                    butaan en/of propaan moeten zijn goedgekeurd door de Dienst van het
                    Stoomwezen;c. Indien de apparatuur gevoed wordt door een door het Energie- en
                    Waterbedrijf te leveren energie¬vorm, dan dient aan de voorwaarden van dit
                    bedrijf te worden voldaan;d. De verwarming mag geschieden door middel van vaste
                    brand¬stof welke dan ontstoken dient te worden door middel van daarvoor
                    geschikte ontste¬kingsblokjes van vaste brandstof. Het gebruik van vloeibare
                    aansteek¬middelen, zoals spiritus, benzine etc. is niet toegestaan.</al><al>4. Gasopslag.a. Bij de bakinrichtingen (gebakkraam, visbakkerijen, barbe¬ques
                    e.d.) mogen maximaal 3 gasflessen/-tanks, met een gezamenlijke maximale
                    waterinhoud van 115 liter aanwezig zijn;b. De voor de bakinrichtingen te
                    gebruiken gasflessen mogen een maximale waterinhoud van 45 liter per fles
                    hebben;c. De gasflessen/-tanks moeten zodanig opgesteld zijn dat:-
                    kranen/aansluitpunten zich aan de bovenzijde bevin¬den;- zij niet voor het
                    publiek bereikbaar zijn;- zij bij brand gemakkelijk af te sluiten en te
                    ver¬wijderen zijn of bij brand geen enkel gevaar kunnen lopen;- geen gevaar
                    aanwezig is voor verhitting van de flessen/tanks, door kunstmatige
                    omstandigheden;d. redelijkerwijze kan worden aangenomen dat eventueel lekgas
                    niet in een besloten ruimte kan binnendrin¬gen;e. In de bakwagens mag in
                    dezelfde ruimte, als waarin de bak- en braadapparatuur staat opgesteld, geen
                    hou¬ders voor tot vloeistof verdichte gassen aanwezig zijn of worden
                    ge¬bruikt;f. Indien de opslagruimte van de gasflessen deel uitmaakt van de
                    bak¬wagen dient deze ruimte aan het volgende te voldoen:- de ruimte mag
                    uitsluitend voor opslag van de gas¬flessentank worden gebruikt;- de vloer,
                    wanden en plafondconstructie van de op¬slagruimte dienen 30 minuten brandwerend
                    te zijn uitgevoerd;- de ruimte mag uitsluitend aan de buitenzijde van de
                    bakwagen toegankelijk zijn en moet door middel van een deur of luik zijn
                    afgesloten;- de ruimte moet direct op de buitenlucht zijn geven¬tileerd door
                    middel van een opening van tenminste 1 dm. Deze opening moet zo laag mogelijk in
                    de wand van de ruimte of in de bodem zijn aangebracht;g. Lege gasflessen moeten
                    direct worden afgevoerd naar een niet voor publiek toegankelijke plaats;</al><al>5. Gasleidingen en – appendages.a. Indien de afstand tussen de gasfles(sen) en
                    het gebruiks¬toestel groter is dan 1 m., dan dient deze verbinding te worden
                    uitgevoerd in 12 mm. Koperbuis;b. Het gedeelte tussen de gasfles en het
                    reduceerventiel mag d.m.v. een fexibele, speciaal voor deze gassoort bestem¬de,
                    slang tot stand worden gebracht. Deze slang mag maximaal 1 m. lang zijn;c. Voor
                    het hoge-druk gedeelte (verbinding fles op de vaste gasleiding) dient een
                    hoge-drukslang te worden toegepast. Uitvoering cfm. NEN 5654. Op de slang dient
                    de aanduiding te staan BUTAANGASSLANG B-8-NEN 5654 OF PROPAANGASSLANG P-16-NEN
                    5654, de nominale middellijn en het jaar van fabricage in cijfers en letters van
                    tenminste 4 mm. hoog¬te. De kleur van de slang dient oranje te zijn. De slang
                    mag maximaal 1 m. lang zijn. De leeftijd van de slang mag maximaal 2 jaar
                    zijn;d. Voor het lage-druk gedeelte (verbinding aansluitkraan op
                    verbruikstoe¬stel) dient een lage-drukslang te worden toegepast. Uitvoering cfm.
                    NEN 5658. op de slang dient de aanduiding te staan BUTAANGASSLANG - NEN 5658 OF
                    PROPAAN¬GASSLANG - NEN 5658, 0,05 BAR en het jaar van fabricage in cijfers en
                    letters van tenminste 4 mm hoogte. De slang mag maximaal 1 m. lang zijn. De
                    leeftijd van de slang mag maximaal 2 jaar zijn;e. De gasslangen dienen zowel aan
                    de gasflessen als aan de toestellen voor kook- of bakdoeleinden te worden
                    bevestigd door middel van slangklem¬men;f. Bij twee- of drie-flessen
                    installaties dient aan de volgende voorwaar¬den worden voldaan:- tussen de
                    verzamelleiding en de hoofdleiding dient een hoofdkraan te worden aangebracht.
                    Deze hoofd¬kraan moet zich in de gasopslag¬ruimte bevinden;- tussen de
                    hoofdkraan en de verzamelleiding dient een reduceerven¬tiel te zijn aangebracht.
                    Bij toe¬passing van een reduceerventiel met afblaas¬ventiel dient het gas d.m.v.
                    een leiding naar buiten wor¬den afgevoerd;g. De leeftijd van het reduceerventiel
                    mag maximaal 5 jaar zijn;h. Indien de bak en braadapparatuur is voorzien van een
                    mechanische afzuiging voor de afvoer van rookgassen en/of een mechanische
                    toevoer van verbrandingslucht, dienen de volgende voorziening¬en in de genoemde
                    volgorde zijn aangebracht:- afsluiter t.p.v. het gebruikstoestel;-
                    magneetventiel;- reduceerventiel.i. Indien de bak en braadapparatuur niet is
                    voorzien van een thermische beveiliging, dienen de volgende voorziening¬en in de
                    genoemde volgorde zijn aangebracht:- afsluiter t.p.v. het gebruikstoestel;-
                    B-klep;- reduceerventiel.</al><al>6. Blusmiddelen.a. Bij de verwarmingsapparatuur dient onder handbereik een
                    blusappa¬raat met een inhoud van 6 kg poeder of koolzuur¬sneeuw, geschikt voor
                    het blussen van branden van het type A,B en C aanwe¬zig te zijn. De
                    blustoestellen dienen van een rijkskeur¬merk te zijn voorzien;b. De
                    blusapparaten dienen jaarlijks gekeurd te zijn ten bewijze waar¬van een
                    keuringsbewijs aanwezig dient te zijn;c. Indien met de verwarmingsapparatuur
                    olie of vet wordt verwarmd, dan dienen in de onmiddellijke nabijheid van de
                    verwarmingsapparatuur goed passende en hanteerbare dek¬sels aanwezig te zijn om
                    pannen of vaatwerk met overver¬hit of brandend vet of olie af te dekken.</al><al>7. OVERKAPPINGEN.</al><al>1. Situering.a. Voor het object dient een vrije doorgangs¬breedte van minimaal
                    4,0 meter en een vrije doorgangshoogte van 4,2 meter gehandhaafd te blijven;b.
                    De toegangen of uit¬gangen van belendende ge¬bouwen mogen niet worden ver¬sperd
                    of belem¬merd;c. Brandkranen dienen volledig te worden vrijgehouden en dienen
                    tevens voor onmiddellijk gebruik door de brandweer bereik¬baar te zijn;d.
                    Aanwezige (straat)afzettingen dienen in een voorkomend geval direct
                    verwijderbaar te zijn om zodoende de brand¬weer een vrije doorgang te
                    verlenen.</al><al>2. Constructie.a. Het materiaal welke gebruikt wordt voor het dak van de
                    overkapping moet bestaan uit materiaal waarvan de brandvoort¬plan¬tingsbijdra¬ge
                    tenminste valt in klasse 2 van de norm NEN 6065, in klasse B2 van de Duitse norm
                    DIN 4102 of in klasse M2 van de Franse norm NF P 92-503.b. Van het materiaal dat
                    gebruikt wordt voor de daken en verticale afscheidingen dient een geldig
                    certificaat te worden overlegd waarmee aangetoond wordt dat het materiaal aan de
                    gestelde eisen voldoet.c. De basisconstructie van het object dient van
                    materialen te zijn ver¬vaardigd, die bij verhitting niet onmiddellijk vlam
                    vatten of be¬zwijken.d. De constructie van het object dient naar het oordeel van
                    de commandant brandweer of diens plaatsvervanger aan een redelijke mate van
                    brandveiligheid te voldoen.</al><al>3. Inrichting.a. Decors, versieringen, bekledingen etc. moeten zijn vervaardigd
                    van moeilijk ontvlambare materialen die geen grotere
                    brandvoortplan¬tingsbijdrage hebben dan klasse 2 zoals omschreven in NEN 6065 en
                    geen groter rookgetal dan 2,2 m-1 zoals omschreven in NEN 6066.b. In en rond het
                    object mag uitsluitend gebruik wor¬den gemaakt van elektrische verlichting welke
                    zodanig aange¬bracht dient te worden, dat de armaturen niet in aanraking kunnen
                    komen met brandbare materia¬len.c. Open vuur in de vorm van onder meer kaarsen,
                    lan¬taarns en lampionnen is in de nabij¬heid van het object niet
                    toege¬staan.</al><al>4. Gebruiksvoorwaarden.a. De overkapping mag niet worden gebruikt voor
                    uitbreiding van de horeca activiteiten.b. De overkapping mag uitsluitend worden
                    gebruikt ten behoeve van het inrichten van een garderobe of voor opslag van
                    niet-brandgevaarlijke goederen en/of stoffen. c. Onder de overkapping mogen geen
                    brandbare stoffen aanwezig zijn, evenals kachels en gasflessen.</al><al>8. AANBOUWSELS TEGEN GEVELS VAN BOUWWERKEN.</al><al>1. Bereikbaarheid.a. Het tijdelijk bouwwerk mag geen voetgangers belemmeren om
                    over het voetgangersdomein te kunnen lopen. Er dient tevens rekening te worden
                    gehouden met de doorgang voor mindervaliden en kinderwagens e.d.b. Het tijdelijk
                    bouwwerk mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen.c. Tijdelijke
                    bouwwerken op de Grote Markt mogen geen hinder veroorzaken voor de wekelijkse
                    markt.d. Het tijdelijk bouwwerk mag de doorgang voor verkeer en dus ook de
                    carnavalsoptocht niet belemmeren.</al><al>2. Constructie.a. Om het tijdelijk bouwwerk te bevestigen is het niet toegestaan
                    om de bestrating open te breken.b. Materialen tot een hoogte tot 2,5 meter boven
                    het aangrenzende trottoir dient te voldoen aan een Bijdrage tot
                    Brandvoortplanting van minimaal klasse 2, overeenkomstig NEN 6065.c. Materialen
                    vanaf een hoogte van 2,5 meter boven het aangrenzende trottoir mag een Bijdrage
                    tot Brandvoortplanting bezitten dat hoger is dan klasse 2. Het gebruik van
                    gemakkelijk ontvlambare materialen zoals tempex is echter niet toegestaan. d. De
                    plafondconstructie van het aanbouwsel dient te worden uitgevoerd in een wbdbo
                    van 30 minuten.</al><al>3. Gebruiksvoorwaarden.a. Het tijdelijk bouwwerk mag niet worden gebruikt voor
                    uitbreiding van de horeca activiteiten.b. Het tijdelijk bouwwerk mag uitsluitend
                    worden gebruikt ten behoeve van het inrichten van een garderobe of voor opslag
                    van niet-brandgevaarlijke goederen en/of stoffen. c. In het tijdelijk bouwwerk
                    mogen geen brandbare stoffen aanwezig zijn, evenals kachels en gasflessen.d. Het
                    tijdelijk bouwwerk dient even zoveel (nood)uitgangen te bezitten als in de gevel
                    aanwezig zijn welke door het tijdelijk bouwwerk wordt afgedekt.e. De
                    deurconstructies in het tijdelijk bouwwerk dienen in de vluchtrichting te
                    draaien.f. De ruimte (gangpad) tussen de (nood)uitgangen in de gevel van het
                    bouwwerk en de deurconstructies in het tijdelijk bouwwerk dient te worden
                    vrijgehouden.</al><al>4. Gevelversieringa. Gevelversiering tot een hoogte tot 2,5 meter boven het
                    aangrenzende trottoir dient te voldoen aan een Bijdrage tot Brandvoortplanting
                    van minimaal klasse 2, overeenkomstig NEN 6065.b. Gevelversiering vanaf een
                    hoogte van 2,5 meter boven het aangrenzende trottoir mag een Bijdrage tot
                    Brandvoortplanting bezitten dat hoger is dan klasse 2. Het gebruik van
                    gemakkelijk ontvlambare materialen zoals tempex is echter niet toegestaan. c.
                    Tussen spots en de gevel(versiering) dient minimaal een afstand van 50 cm
                    aanwezig te zijn.</al><al>9. BARBECUES</al><al>1. Situering en opstelling.a. De barbecue dient te worden opgesteld in de
                    buitenlucht op een afstand van tenminste 2 meter ten opzichte van bebou¬wing,
                    be¬planting en overige objecten.b. De opstelling van de barbecue mag niet onder
                    permanent opgestelde luifels behorende bij de bebouwing geschieden.c. Rondom de
                    barbecue dient een ruimte van tenminste 2 meter te worden vrij gehouden.d. De
                    barbecue dient op een vlakke, liefst stenen ondergrond geplaatst te worden.e. De
                    barbecue dient zodanig te worden geplaatst dat de wind er niet in kan blazen,
                    omdat daardoor vliegvuur kan ontstaan. Eventueel kunt U hiervoor een windscherm
                    gebrui¬ken op een afstand van mini¬maal 2 meter.f. Niet-permanente luifels,
                    afdaken, parasols en dergelijke mogen niet worden toegepast boven of in de
                    nabijheid van de barbecue.</al><al>2. Brandstof.a. Als brandstof dienen houtskool of houtskoolbriketten te worden
                    gebruikt. Briketten verdienen de voorkeur daar deze geen vonken veroorzaken.b.
                    De barbecue dient te worden ontstoken door middel van daarvoor geschikte
                    ontstekingsblokjes van vaste brandstof. Het gebruik van vloeibare
                    aansteekmiddelen, zoals spiritus, benzine etc. is niet toegestaan.c. Het is
                    tevens verboden op een brandende c.q. smeulende barbecue brandbare vloeistoffen
                    te gieten.d. Om het vuur aan te wakkeren mag alleen een blaasbalg worden
                    ge¬bruikt.</al><al>3. Gebruik van gasbarbecues.a. Het gedeelte tussen de gasfles en het
                    reduceerventiel dient d.m.v. een fexibele, speciaal voor deze gassoort
                    bestem¬de, slang tot stand worden gebracht. b. Op de slang dient de aanduiding
                    te staan BUTAANGASSLANG B-8-NEN 5654 OF PROPAANGASSLANG P-16-NEN 5654, de
                    nominale middellijn en het jaar van fabricage in cijfers en letters van
                    tenminste 4 mm. hoog¬te. De kleur van de slang dient oranje te zijn. De slang
                    mag maximaal 1 m. lang zijn. De leeftijd van de slang mag maximaal 2 jaar
                    zijn.c. De gasslangen dienen zowel aan de gasflessen als aan de
                    barbecuetoestellen te worden bevestigd door middel van slangklem¬men.d. De
                    leeftijd van het reduceerventiel mag maximaal 5 jaar zijn.</al><al>4. Blusmiddelen.a. Bij de verwarmingsapparatuur dient onder handbereik een
                    blusap¬paraat met een inhoud van 7 kg poeder, geschikt voor het blussen van
                    branden van het type A, B en C aanwezig te zijn. De blustoe¬stellen dienen van
                    een rijkskeurmerk te zijn voorzien.b. Het blustoestel dient 1 x per jaar op
                    goede werking te zijn gecon¬troleerd, ten bewijze waarvan bij het blusapparaat
                    een keurings¬bewijs aanwezig dient te zijn.c. Onder de barbecue dient een laag
                    zand te worden aangebracht om het afdruipende vet te absorberen of het brandende
                    vet te doven.d. Na gebruik dient de nog brandende barbecue direct te worden
                    afge¬dekt met zand of op een veilige manier te worden gedoofd.</al><al>10. HELIUMBALLONNEN</al><al>Indien u balonnen wilt gebruiken bij uw evenement mag u alleen samengeperste
                    lucht of een onbrandbaar gas zoals Helium toepassen.</al><al>Indien u Helium gebruikt dient u met de volgende voorwaarden rekening te
                    houden:a. De afleve¬ringsbe¬wijzen/facturen van het gas dienen ter plaatse
                    aanwezig te zijn en moeten aan de met controle belaste ambtenaren getoond kunnen
                    wor¬den.b. De met Helium gevulde cilinders moeten tegen opwarming door
                    zonne¬straling en tegen omvallen zijn beschermd.c. Het vullen van de ballonnen
                    mag niet in een gebouw plaats¬vin¬den.d. Het vullen van de ballonnen dient onder
                    leiding van een persoon te gebeuren welke bekend is met werking en de
                    veiligheidsvoorzieningen van de afvulinstallatie.</al><al>11. TENTENKAMPEN</al><al>1. SITUERING.a. De opstelling van de tenten dient zodanig te worden gekozen dat
                    aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:- er mogen niet meer dan 4 tenten
                    aaneen worden gegroepeerd;- tussen elke groep van 4 tenten dient tenminste een
                    vrije door¬gangsbreedte van 2 meter te worden gehouden;- opstellen van goederen
                    en/of voorwerpen in de vrij te houden gedeel¬ten is niet toegestaan;-
                    brandkranen dienen volledig te worden vrijgehouden en dienen voor onmiddellijk
                    gebruik door de brandweer bereik¬baar zijn;- de toegangen of uit¬gangen van
                    ge¬bouwen mogen niet worden ver¬sperd of belemmerd;- de afstand tussen de
                    aanwezige bebouwing en de tenten dient tenminste 5 meter te bedragen;-
                    brandweervoertuigen moeten de tenten tot op een afstand van 40 meter onbelemmerd
                    kunnen bereiken;- de vrije doorgang van en naar aangrenzende straten dient
                    t.b.v. brandweervoertuigen volledig gehandhaafd te blijven.b. Aanwezige
                    afzettingen dienen in een voorkomend geval direct verwijder¬baar te zijn om
                    zodoende de brandweer een vrije doorgang te verlenen.</al><al>2. VERWARMING EN VERLICHTING.a. Het gebruik van verwarmingstoestellen in de
                    tenten is niet toegestaan;b. Voor de verlichting van de tenten moet uitsluitend
                    elektrisch licht worden gebezigd;c. Verlichtingstoestellen waarvan de werking
                    berust op vloeibare, gasvormige en pastavormige brandstoffen zijn niet
                    toegestaan;d. Het gebruik van barbecues en andere vormen van open vuur in de
                    nabijheid van de tenten is niet toegestaan.</al><al>3. BRANDMELDING.a. In of in de directe nabijheid van de tent(en) moet een
                    telefoontoestel met aansluiting op een (mobiel) telefoonnet aanwezig zijn. Dit
                    toestel moet steeds bereikbaar zijn. In de na¬bijheid ervan moet het alarmnummer
                    van de brandweer duidelijk zijn aangegeven.</al><al>4. BLUSMIDDELEN.a. In de directe nabijheid van de tent(en) dienen op nader aan
                    te geven plaatsen 3 stuks draagbare blustoestellen met een inhoud van tenminste
                    6 kg poeder geschikt voor het blussen van branden van het type A, B en C te zijn
                    aange¬bracht en voor onmiddellijk gebruik gereed te zijn;b. De voorgeschreven
                    blusmiddelen dienen te zijn voorzien van een geldig rijkskeurmerk;c. De
                    voorgeschreven blustoestellen dienen 1 x per jaar op goede wer¬king te zijn
                    gecontroleerd, ten bewijze waarvan bij het blusappa¬raat een keuringsbewijs
                    aanwezig dient te zijn.</al><al>5. BARBECUEa. Barbecues mogen alleen worden opgesteld op door de brandweer aan
                    te geven plaatsen. Daarbij dient met het volgende rekening te worden gehouden:-
                    de opstelling dient in de buitenlucht gesitueerd te zijn;- de opstelling dient
                    te zijn gesitueerd op een afstand van tenminste 2 meter ten opzichte van
                    bebouwing, be¬planting en overige objecten;- de opstelling van de barbecue mag
                    niet onder permanent opgestelde luifels behorende bij de bebouwing geschieden;-
                    Rondom de barbecue dient een ruimte van tenminste 2 meter te worden vrij
                    gehouden;b. De barbecue dient op een vlakke, liefst stenen ondergrond geplaatst
                    te worden;c. Onder de barbecue dient een laag zand te worden aangebracht om het
                    afdruipende vet te absorberen of het brandende vet te doven;d. De barbecue dient
                    zodanig te worden geplaatst dat de wind er niet in kan blazen, omdat daardoor
                    vliegvuur kan ontstaan. Eventueel kunt U hiervoor een windscherm gebruiken op
                    een afstand van mini¬maal 2 meter;e. Niet-permanente luifels, afdaken, parasols
                    en dergelijke mogen niet worden toegepast boven of in de nabijheid van de
                    barbecue;f. Als brandstof dienen houtskool of houtskoolbriketten te worden
                    gebruikt. Briketten verdienen de voorkeur daar deze geen vonken veroorzaken;g.
                    De barbecue dient te worden ontstoken door middel van daarvoor geschikte
                    ontstekingsblokjes van vaste brandstof. Het gebruik van vloeibare
                    aansteekmiddelen, zoals spiritus, benzine etc. is niet toegestaan;h. Het is
                    tevens verboden op een brandende c.q. smeulende barbecue brandbare vloeistoffen
                    te gieten;i. Om het vuur aan te wakkeren mag alleen een blaasbalg worden
                    ge¬bruikt;j. Bij de verwarmingsapparatuur dient onder handbereik een
                    blusap¬paraat met een inhoud van 7 kg poeder, geschikt voor het blussen van
                    branden van het type A,B en C aanwezig te zijn. De blustoe¬stellen dienen van
                    een rijkskeurmerk te zijn voorzien;k. Het blustoestel dient 1 x per jaar op
                    goede werking te zijn gecon¬troleerd, ten bewijze waarvan bij het blusapparaat
                    een keurings¬bewijs aanwezig dient te zijn;l. Na gebruik dient de nog brandende
                    barbecue direct te worden afge¬dekt met zand of op een veilige manier te worden
                    gedoofd.</al><al>6. TOEZICHT.a. De vergunninghouder dient ervoor zorg te dragen dat er voldoende
                    toezicht aanwezig is bij/in:- het tentenkamp;- de barbecue.</al><al>12. ALGEMEEN.a. Alle aanwijzingen, die door of namens de commandant brandweer of
                    diens plaatsvervanger worden gegeven in het belang van de brand¬vei¬lig¬heid,
                    dienen stipt te worden opgevolgd te worden.b. De houder van de vergunning is
                    verplicht deze vergunning in de inrichting aanwezig te hebben en deze op eerste
                    aanvraag van ambtenaren van brandweer, politie en openbare werken ter inzage
                    over te leggen.c. De exploitant van de verkoopwagen welke wordt gebruikt voor
                    kook- en bakdoeleinden, dient een bewijs van goedkeuring van de commandant
                    brandweer te kunnen overleg¬gen.d. De vergunninghouder is verplicht om een
                    veiligheidsinstructie voor de BHV’ers en overig personeel op te stellen. Deze
                    instructie dient tenminste een ontruimingsplan te bevatten.e. De
                    vergunninghouder is verplicht om één of meer personen tijdens het evenement
                    aanwezig te hebben die de hulpverleningstaak op zich nemen. Het aantal BHV’ers
                    dient 1 % van het aantal personen te zijn dat gelijktijdig aanwezig kan
                    zijn.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>