<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR82006_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-09-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn </al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen </al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing </al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing </al><al>Artikel 1:7 Termijnen </al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden </al><al>Artikel 1:9 Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                            beslissen</al><al>Artikel 1:10 Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen
                            niet van  ..... ...toepassing</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:2 Optochten <cursief>(vervallen, opgenomen in
                                    2:24)</cursief></al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn <cursief>(vervallen, opgenomen in
                                    2:3)</cursief></al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens <cursief>(vervallen, opgenomen
                                    in 2:3)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                stukken of ...... afbeeldingen <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. <cursief>(vervallen,
                                    opgenomen in 2:24)</cursief></al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:10a Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan
                                de weg in strijd met de publieke functie van de weg</al><al>Artikel 2:10b Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</al><al>Artikel 2:10c Vrij te stellen categorieën</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen
                                en veranderen van een weg </al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes (<cursief>niet
                                opgenomen</cursief>)</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp </al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. (<cursief>niet
                                    opgenomen</cursief>)</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. (<cursief>niet
                                opgenomen</cursief>)</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (<cursief>niet
                                    opgenomen</cursief>)</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (<cursief>niet
                                    opgenomen</cursief>)<cursief>)</cursief></al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:25 Evenement </al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring (<cursief>niet opgenomen</cursief>)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf </al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd (<cursief>niet opgenomen</cursief>)</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting </al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf </al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring (<cursief>niet
                                    opgenomen</cursief>)<cursief>)</cursief></al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:37 Nachtregister <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden </al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden </al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2:47a Verstoring van de openbare orde</al><al>Artikel 2:47b Vermommingen</al><al>Artikel 2:47c Mosquito</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik </al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen </al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten </al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                kermisterrein e.d. <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden </al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden, paarden en pony’s </al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden </al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren </al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee </al><al>Artikel 2:63 Duiven (<cursief>niet opgenomen</cursief>)</al><al>Artikel 2:64 Bijen </al><al>Artikel 2:65 Bedelarij <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het
                                Wetboek van Strafrecht <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                de verkoopdagen</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling </al><al>Artikel 2:73b Gebruik van carbid</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding (<cursief>niet
                                    opgenomen</cursief>)</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden </al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 3:3 Nadere regels </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen </al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden </al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting </al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder </al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie </al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels </al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische .......... goederen, afbeeldingen en
                                dergelijke </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie </al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling <cursief>(niet
                                opgenomen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek </al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:7 Straatvegen <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                riolen en .........putten buiten gebouwen
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>De “Bomenverordening
                                    </cursief><cursief>1996”</cursief><cursief> is van
                                    kracht.</cursief></al><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4:11 Kapvergunning <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4:11a Afstand tot de erfgrenslijn</al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. </al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame </al><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling </al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen </al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen </al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen </al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken </al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. </al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen </al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen </al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5:15 Ventverbod </al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende </al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen </al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht <cursief>(niet
                                opgenomen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water </al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen </al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats </al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats </al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken </al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen </al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water </al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:32 Crossterreinen </al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of anderszins vuur te .......... .stoken </al><al>Artikel 5:34a Verbranding van snoeihout</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen </al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast </al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6:1 Strafbepaling </al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders </al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen </al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding </al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6:6 Citeertitel </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Weg:</al><lijst><li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                            liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen;</al></li><li nr="2."><al>de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen, passages en galerijen, die
                                            uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                                            toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                            afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                            passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende
                                            de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
                                            naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al><lijst><li nr="b."><al>Openbaar water: alle wateren die – al dan niet
                                                  met enige beperking – voor het publiek bevaarbaar
                                                  of anderszins toegankelijk zijn.</al></li><li nr="c."><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan
                                                  gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld
                                                  overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de
                                                  Wegenwet.</al></li><li nr="d."><al>Rechthebbende: een ieder die over enige zaak
                                                  enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of
                                                  persoonlijk recht.</al></li><li nr="e."><al>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in
                                                  artikel 1, onder a en onder al, van het Reglement
                                                  verkeersregels en verkeerstekens 1990, met
                                                  uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                  voertuigen.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede
                                                  verstaan drijvende werktuigen.</al></li><li nr="g."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van
                                                  hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de
                                                  plaats van bestemming hetzij direct of indirect
                                                  met de grond verbonden is, hetzij direct of
                                                  indirect steun vindt in of op de grond.</al></li><li nr="h."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen
                                                  toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk
                                                  met wanden omsloten ruimte vormt.</al></li><li nr="i."><al>Vee: dieren die behoren tot de diersoorten
                                                  genoemd in bijlage II, behorend bij artikel 55 van
                                                  de Meststoffenwet.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="j."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li><li nr="k."><al>IJsweg op openbaar water: de door de in de gemeente werkzame
                                    ijswegencentrale aangelegde en d.m.v. vegen en verzorgen in
                                    stand gehouden banen op natuurijs op de wateren in de gemeente,
                                    die – al dan niet met enige beperking – bevaarbaar zijn;</al></li><li nr="l."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of
                                ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de
                            vergunning zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist; </al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
                                </al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; </al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="c."><al>de openbare veiligheid; </al></li><li nr="d."><al>de volksgezondheid; </al></li><li nr="e."><al>de bescherming van het milieu. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><al>-artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen niet van
                                .............toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:25 Vergunning evenementen;</al></li><li nr="b."><al>artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al></li><li nr="c."><al>artikel 2:39 Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li><li nr="d."><al>artikel 3:4 Vergunning seksinrichting;</al></li><li nr="e."><al>artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval waardoor er
                                    wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot
                                    toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er
                                    wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                    bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                    een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn
                                    weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al><cursief>(vervallen, opgenomen in 2:24)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging; </al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging; </al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                        </al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn (vervallen, opgenomen in 2:3)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens (vervallen, opgenomen in 2:3)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of .................afbeeldingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen, opgenomen in 2:24
                                    en 2:25)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al><cursief>(vervallen, opgenomen in 2:9)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10a</nr><titel>Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg
                                    .. . in strijd met de publieke functie van de weg.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                    weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10b</nr><titel>Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2.27 lid 2;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt ook
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement Fryslân.</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder a
                                                  van het vorige artikel, geldt niet voorzover in
                                                  het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                  artikel 5 van de Wegenverkeerswet. </al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder b
                                                  van het vorige artikel, geldt niet voor
                                                  bouwwerken;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder c van het
                                            vorige artikel, geldt niet voorzover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10c</nr><titel>Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2.10a niet geldt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr></kop><al>(<vet>Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al> De vergunning wordt verleend </al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                bestemmingsplan, beheersverordening of
                                                voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                        Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg: </al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college, onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie; </al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg: </al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht; </al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats; </al></li><li nr="c."><al>indien het openhaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast; </al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd in overeenstemming met de
                                    beleidsnotitie “ Notitie inzake uitritten” (vastgesteld op 8
                                    april 2003), tenzij het college binnen vier weken na ontvangst
                                    van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt
                                    verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen; </al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;
                                        </al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; </al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen; </al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties; </al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                            verordening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li><li nr="b."><al>een braderie; </al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; </al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg; </al></li><li nr="e."><al>een klein evenement. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                    buurtbarbecue op een dag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen; </al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 08.00 en 24.00 uur plaats vindt;
                                        </al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur; </al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
                                        </al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m² per object; </al></li><li nr="f."><al>er een organisator is; </al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
                                        Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit
                                        bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden; </al></li><li nr="2."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                    exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of
                                    zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning,
                                    waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                    komen te staan door de exploitatie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de
                                    horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit; </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het horecabedrijf als bedoeld in het vijfde lid gelden
                                    dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen; </al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in musea;</al></li><li nr="c."><al>een horecabedrijf in scholen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd (niet opgenomen, Achtkarspelen heeft vrije
                                    sluitingstijden)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor één of meer horeca-bedrijven
                                    tijdelijk andere dan de geldende sluitingstijden vaststellen of
                                    tijdelijk sluiting bevelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf ingevolge een op grond van artikel
                                2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tor en met
                                2:31.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                    verleend; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer
                                    van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                    handeling als bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op de
                                    kansspelen te verrichten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid; </al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen; </al></li><li nr="b."><al>speelautomaat automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet; </al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c. van de Wet; </al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet; </al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal twee kansspelautomaten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                    toegestaan. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    roerende of onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                    bekrassen of te bekladden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; </al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
                                </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair; </al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>op of aan de openbare weg, op een voor het publiek toegankelijk
                                    sportterrein of in een voor het publiek toegankelijk bouwwerk op
                                    enigerlei wijze de orde te verstoren, zich hinderlijk te
                                    gedragen, personen lastig te vallen of te vechten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47a</nr><titel>Verstoring van de openbare orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de openbare weg, op een voor het
                                    publiek toegankelijk sportterrein of in een voor het publiek
                                    toegankelijk bouwwerk op enigerlei wijze de orde te verstoren,
                                    zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen of te
                                    vechten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424
                                    of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47b</nr><titel>Vermommingen</titel></kop><al>Het is verboden zich vermomd of op een andere wijze onherkenbaar
                                gemaakt op de weg of een andere voor publiek toegankelijke plaats te
                                bevinden met het kennelijke doel herkenning te voorkomen bij
                                verstoring van de openbare orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47c</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat
                                    dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge
                                    pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden
                                    van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester
                                    in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare
                                    plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige
                                    overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt
                                    op de plaats waar deze is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste
                                    12 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een
                                    periode van ten hoogste 3 maanden verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank-
                                    en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>door het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden; </al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen;</al></li><li nr="c."><al>zich zonder redelijk doel op te houden op het terrein
                                            van een school, bedrijf of instelling buiten de
                                            schooltijd of werktijd van het bedrijf of de
                                            instelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartements-gebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt, kermisterrein e.d.
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op de weg met uitzondering van parken en
                                    plantsoenen zonder dat die hond aangelijnd is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>buiten de bebouwde kom zonder toezicht en geleide;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in op enigerlei wijze als zodanig aangegeven natuurgebieden en
                                    de particuliere terreinen die daarbinnen liggen, tenzij anders
                                    is aangegeven, zonder dat die hond aangelijnd is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden, paarden en pony’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond, paard of pony is verplicht
                                    ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen
                                    ontdoet: </al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers; </al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide; </al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond, paard of pony er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                    onmiddellijk worden verwijderd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander: </al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt; </al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                    voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel l, onder d, van de
                                    Regeling agressieve dieren; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                    lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan
                                    1,50 meter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve dieren.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben of </al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels of </al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven (niet opgenomen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven; </al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in art. 437ter Wetboek van
                                    Strafrecht (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    ...................verkoopdagen.</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73B</nr><titel>Gebruik van carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden carbidgas tot ontploffing te brengen in een al
                                    dan niet afgesloten vat, bus, fles, ballon of een ander
                                    soortgelijk voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een ieder verboden op of aan de openbare weg carbid bij
                                    zich te hebben, tenzij aannemelijk is dat dit voor
                                    bedrijfsdoeleinden noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een vat, bus, fles of dergelijk voorwerp bij
                                    zich te hebben indien dit kennelijk geschiedt met het doel te
                                    worden gebruikt om carbidgas of een ander soort gas mee tot
                                    ontploffing te brengen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden gesteld in lid 1, 2 en 3 gelden niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/ of dergelijke
                                            voorwerpen met een maximale inhoud van 50 liter, met
                                            gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van een reactie
                                            tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels
                                            met vergelijkbare eigenschappen en</al></li><li nr="b."><al>het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur tot
                                            1 januari 02.00 uur en</al></li><li nr="c."><al>de plaats vanwaar geschoten ligt gelegen is:</al><lijst><li nr="1."><al>op een afstand van tenminste 75 meter van
                                                  woonbebouwing en</al></li><li nr="2."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van in
                                                  gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van
                                                  dieren.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing voorzover de Wet
                                    Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al><al><onderstreept>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding,
                                    veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op</onderstreept>
                                    .................<onderstreept>openbare
                                plaatsen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisico-gebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen (door de
                                    gemeenteraad aan te wijzen).</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                                verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                                tegen vergoeding; </al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot
                                                het verrichten van seksuele handelingen met een
                                                ander tegen vergoeding; </al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                                besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                                                handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                                seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                                seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een
                                                parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens
                                                begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                                combinatie met elkaar; </al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van
                                                personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                                een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie
                                                aanbiedt die op een andere plaats dan in de
                                                bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke,
                                                besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                                erotisch-pornografische aard aan particulieren
                                                plegen te worden verkocht of verhuurd; </al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                                rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                                seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                                                exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                                rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                                persoon of personen; </al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                                onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                                uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;
                                            </al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een
                                                seksinrichting, met uitzondering van: </al></li><li nr="1."><al>de exploitant; </al></li><li nr="2."><al>de beheerder; </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>de prostituee; </al></li><li nr="5."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; </al></li><li nr="6."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening; </al></li><li nr="7."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en </al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
                                        </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al>1.De exploitant en de beheerder: </al></li><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij; </al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
                                        </al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. </al><al>2.Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de
                                            exploitant en de beheerder niet: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                    in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                    door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                    Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                    artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                    toegelaten; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="·"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en
                                            met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416,
                                            417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                            Strafrecht; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van
                                            de Wet op de kansspelen; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; </al></li><li nr="·"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
                                        </al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                            gelijk gesteld: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. </al><al>4.De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning. </al><al>5.De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
                                    op maandag tot en met zondag tussen 03.00 en 10.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden, (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al>1.Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                            genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de
                                            bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                                            bestuursorgaan: </al></li><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; </al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden; </al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid hij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-...................pornografische goederen,
                                    afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-...................pornografische goederen,
                                    afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                            geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan
                                                  de in artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de
                                                  seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is
                                                  met een geldend bestemmingsplan,
                                                  stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
                                                </al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of
                                                  het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen
                                                  zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek
                                                  van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet
                                                  arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                                  bepaalde. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld
                                            in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of
                                            vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden
                                            geweigerd in het belang van: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de openbare orde; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegde bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het
                                    natuurschoon en zorg voor
                                het</onderstreept></vet><vet>.................</vet><vet>...</vet><vet><onderstreept>uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente</onderstreept></vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>a.Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer; </al></li><li nr="c."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit; </al></li><li nr="d."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft; </al></li><li nr="e."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="f."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; </al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="h."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="i."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq bedraagt niet meer dan 70
                                    dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur en 65 dB(A) tussen 23.00 en
                                    02.00 uur dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige
                                    gebouwen op een hoogte van 1,5 meter overdag en 5 meter in de
                                    avond.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra luide muziek - hoger dan de geluidsnorm als
                                    bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en
                                    artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 02.00 uur
                                    beëindigd. De geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor muziek
                                    vanuit het bebouwde gedeelte van de (niet)inrichting en niet
                                    voor de buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer liet
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduur-correctie buiten
                                    beschouwen gelaten. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.30 uur beëindigd.
                                </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek zoals bedoeld
                                in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit,
                                binnen inrichtingen, is de onder e. opgenomen tabel van toepassing,
                                met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen; </al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein; </al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten; </al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; </al></li><li nr="e."><al> Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00-19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00-23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00-7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 8 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.
                                    </al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats ziin
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en .................putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Afdeling 3 is afzonderlijk geregeld in de “Bomenverordening 1996”,
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 1996 (dit geldt niet
                                voor artikel 4.11a).</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Kapvergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Afstand tot de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 lid 1 en lid 2 van het
                                Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op nihil voor bomen, heggen en
                                heesters in eigendom van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; </al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen (niet
                                    opgenomen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame (niet opgenomen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadert regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid. </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens ( RVV 1990).
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling. </al><al>2.Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon. </al><al>3.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. </al><al>4.Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen (vervallen, opgenomen in
                                    5:7)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereen-volgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, paardentrailer, keetwagen of ander
                                    dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins
                                    uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                    gebezigd langer dan op 5 achtereenvolgende dagen op de openbare
                                    weg te parkeren of te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een voertuig als genoemd in lid 1 wordt
                                    geacht op dezelfde plaats te zijn gebleven indien het voertuig
                                    binnen een straal van 500 meter - hemelsbreed gemeten – gerekend
                                    vanaf de in lid 1 bedoelde plaats wordt aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een voertuig als genoemd in lid 1
                                    verboden het voertuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst,
                                    opnieuw neer te zetten op de in lid 1 bedoelde plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig of een vaartuig dat is voorzien van
                                    een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren of te
                                    plaatsen met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te
                                    maken. Onder handelsreclame wordt mede verstaan het te koop of
                                    te huur aanbieden van een voertuig of een vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22; </al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 22 en 8 uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt
                                            niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken
                                            waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als
                                            bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als
                                            bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te
                                            stellen: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren. </al><al>3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te knop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
                                </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaats-werken of het
                                    Provinciaal wegenreglement. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                    van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (niet
                                    opgenomen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld onderwerp
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    Verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverlenings-diensten; </al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld; </al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld; </al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins ...........vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het vierde lid genoemde uitzonderingen gelden niet in op
                                    enigerlei wijze als zodanig aangegeven natuurgebieden en de
                                    particuliere terreinen die daarbinnen liggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34a</nr><titel>Verbranding van snoeihout</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het in het eerste lid van artikel 5.34 gestelde verbod geldt
                                    niet voor het verbranden van snoeihout indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tenminste 24 uur voorafgaande aan de verbranding het college
                                    daarvan in kennis is .gesteld door middel van een door hen
                                    vastgesteld formulier;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wordt voldaan aan de op grond van artikel 5:34 lid 3 sub a tot
                                    en met c gestelde voorschriften die zijn opgenomen in de bij de
                                    melding behorende “Algemene voorschriften ten behoeve van het
                                    verbranden van snoeihout”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd een in het eerste lid bedoelde
                                    verbranding te verbieden ter bescherming van één of meer van de
                                    belangen genoemd in artikel 5.34, lid 3 sub a tot en met c.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen en dan genoemd in
                                    het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aangewezen personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De (gewijzigde) Algemene plaatselijke verordening Achtkarspelen treedt
                            in werking:</al><lijst><li nr="1."><al>op de achtste dag na die van bekendmaking;</al></li><li nr="2."><al>op het tijdstip waarop artikel 2.2 van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht in werking treedt, voor zover het
                                    bepalingen betreft die zijn afgeleid van deze wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Achtkarspelen. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>