<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81941_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Faam, 23-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>college van burgemeester en wethouders van 25-11-2008</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbesluit nadere regels als bedoeld in artikel D van het Parkeerverordening 2009</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-55461</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>PARKEERVERORDENING</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Middelburg;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25
                        november 2008;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Wegenverkeerswet
                        1994;</al><al/><al>besluit vast te stellen de “Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen
                        en de verlening van vergunningen voor het parkeren”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990,
                                    inclusief brommobielen;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of
                                    lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het
                                    openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop
                                    dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift
                                    is verboden;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorend bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="j."><al>bedrijven: rechtspersonen, ondernemingen of daarmee gelijk te
                                    stellen beroepsactiviteiten, waaronder dienstverlening en
                                    vrijgevestigde beroepen;</al></li><li nr="k."><al>het gereguleerd parkeergebied: het gebied zoals is aangegeven op
                                    de bij deze verordening behorende bijlage 1;</al></li><li nr="l."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen een
                                    deelnemer en een aanbieder;</al></li><li nr="m."><al>aanbieder: de rechtspersoon die motorvoertuigen voor autodate
                                    ter beschikking stelt en die aangesloten is bij de Vereniging
                                    Voor Gedeeld Autogebruik (of diens rechtsopvolger);</al></li><li nr="n."><al>deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft
                                    gesloten inzake autodate;</al></li><li nr="o."><al>standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd
                                    voor autodate geparkeerd wordt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan
                                vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                of parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>aan een bewoner die woonachtig is in het gereguleerd
                                        parkeergebied;</al></li><li nr="b."><al>aan een bedrijf dat gevestigd is in het gereguleerd
                                        parkeergebied;</al></li><li nr="c."><al>aan marktkooplieden waaraan een standplaats op de warenmarkt
                                        of zaterdagmarkt is toegewezen, dit in die zin dat alleen op
                                        een parkeerapparatuurplaats geparkeerd mag worden;</al></li><li nr="d."><al>ten behoeve van het uitvoeren van werkzaamheden of
                                        dienstverlening waarvoor ter plaatse het gebruik van een
                                        motorvoertuig noodzakelijk is;</al></li><li nr="e."><al>aan een bedrijf in het gereguleerd parkeergebied ten behoeve
                                        van het woon-werkverkeer van hun directie of
                                        personeelsleden;</al></li><li nr="f."><al>ten behoeve van een sociaal bezoek aan bewoners in het
                                        gereguleerd parkeergebied;</al></li><li nr="g."><al>aan de houders van een hotel en/of pension in het
                                        gereguleerd parkeergebied ten behoeve van hun gasten om
                                        tijdsoverschrijdend te kunnen parkeren, en</al></li><li nr="h."><al>aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd
                                        voor autodate, waarvan de standplaats is gelegen in het
                                        gereguleerd parkeergebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan een vergunning ook worden verleend in
                                afwijking van het gestelde in het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het belang van een goede verdeling van de beschikbare
                                parkeerruimte kunnen burgemeester en wethouders nadere regels
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften
                                en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een
                                vergunning als bedoeld in artikel C, lid 2, aanhef en onder g,
                                kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het
                                voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast,
                                hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de
                                Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst
                                van een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid genoemde
                                termijn met ten hoogste zes weken verlengen. Van een verlenging van
                                deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de 'vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>G</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een belanghebbendenplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>H</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zonder vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                                vergunning;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een belanghebbendenplaats een motorvoertuig te
                                parkeren of geparkeerd te houden in strijd met de bepaling op een
                                onderbord bij bord E9 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels
                                en verkeerstekens 1991.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>J</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>K</nr></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn (mede) belast de door burgemeester en wethouders
                            aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>L</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Parkeerverordening
                            2009'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>M</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op een door burgemeester en
                            wethouders bij openbaar besluit bekend te maken datum.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2008.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De secretaris,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Inwerkingtreding: 1 januari 2009</ondertekening><ondertekening>Publicatie: 23 december 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Wijziging bijlage 1: 28 september 2009 </ondertekening><ondertekening>(toevoegen parkeerterrein Jodengang aan gereguleerd parkeergebied)</ondertekening><ondertekening>Publicatie: 7 oktober 2009</ondertekening><ondertekening>Inwerkingtreding: 8 oktober 2009</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Gereguleerd parkeergebied</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Middelburg/i35782.pdf">Gereguleerd parkeergebied</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet><cursief>Bijdrage aan verkeer- en vervoerbeleid</cursief></vet></al><al>Vergunningen voor aanbieders van motorvoertuigen bestemd voor autodate worden
                    verleend met het oog op de bijdrage die daardoor kan worden geleverd aan het
                    selectief gebruik van de auto. De voorschriften en beperkingen waaronder de
                    vergunningen worden verleend en de gronden waarop vergunningen worden geweigerd
                    zouden dan ook betrekking moeten hebben op deze bijdrage aan het publiek
                    belang.</al><al>Dat betekent dat de gemeente geen eisen kan stellen aan het product, als ware de
                    gemeente de consument. De eerste verantwoordelijkheid van de kwaliteit van het
                    autodate-'product' ligt immers bij de aanbieder. Voorschriften en beperkingen
                    kunnen slechts worden verbonden aan een parkeervergunning voorzover ze strekken
                    tot bescherming van het belang dat de verordening beoogt te beschermen.</al><al>De grens tussen voorschriften in verband met het publieke belang van selectief
                    autogebruik en voorschriften met het oog op een aantrekkelijk autodatesysteem is
                    echter niet op voorhand duidelijk. Laatstgenoemde eisen zijn te herkennen aan
                    het (te) ver verwijderde verband met het bevorderen van selectief
                    autogebruik.</al><al/><al><vet><cursief>Breder motief</cursief></vet></al><al>Om autodateplaatsen te kunnen reserveren in gebieden zonder parkeerdruk is het
                    noodzakelijk om het motief van de verordening expliciet te verbreden naar de in
                    artikel 2, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde motieven: het
                    voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of
                    schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer (zie
                    verder ook paragraaf 3.5 en hoofdstuk 4), waarbij onder het laatste ook wordt
                    verstaan het bevorderen van selectief autogebruik.</al><al>Maar ook als het motief van de parkeerverordening op deze wijze is verbreed, zal
                    zorgvuldig moeten worden omgegaan met de eisen aan vergunninghouders voor
                    autodate. Een bestuursorgaan mag op grond van de Algemene wet bestuursrecht
                    (Awb) de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet gebruiken voor een ander
                    doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend (art. 3:3 Awb).</al><al>Een voorbeeld: als een aanbieder bezwaar aantekent tegen een parkeervergunning
                    waaraan het voorschrift is verbonden dat de tarieven voor autodate beneden een
                    bepaald maximum moeten blijven, is er gerede kans dat de rechter dit besluit zal
                    vernietigen wegens misbruik van bevoegdheid (verbod op détournement de pouvoir):
                    het voorschrift staat in een te ver verwijderd verband met de bevordering van
                    selectief autogebruik.</al><al/><al>De Vereniging voor Gedeeld Autogebruik hanteert de volgende criteria voor
                    commerciële en particuliere initiatieven die de naam Autodate naast de eigen
                    'bedrijfsnaam' mogen hanteren:</al><lijst><li nr="-"><al>de auto is voor deelnemers dag en nacht beschikbaar;</al></li><li nr="-"><al>het ophalen en terugbrengen van de auto is makkelijk en dicht in de
                            buurt;</al></li><li nr="-"><al>het systeem draagt bij aan een bewust en selectief autogebruik;</al></li><li nr="-"><al>de afspraken tussen aanbieder en deelnemers zijn van langere duur (dus
                            niet incidenteel);</al></li><li nr="-"><al>de deelnemers hebben de keuze uit meerdere typen auto's;</al></li><li nr="-"><al>de (technische ) kwaliteit en service bij ongevallen en storingen is
                            goed.</al></li></lijst><al/><al>De gemeente Middelburg heeft er voor gekozen vergunningen slechts te verlenen
                    indien aan deze criteria wordt voldaan. Daarvoor is de begripsomschrijving in
                    artikel A onder m gewijzigd, in die zin dat onder aanbieder wordt verstaan de
                    rechtspersoon aangesloten bij de Vereniging.</al><al>Het is de bedoeling dat de bedrijven uiteindelijk door een branche-organisatie
                    worden gecertificeerd. Hoe deze branche-organisatie komt te heten is nog niet
                    bekend. De genoemde criteria zijn echter niet allemaal even relevant voor het
                    gemeentelijk verkeer- en vervoerbeleid. Hieronder zal per criterium worden
                    aangegeven in hoeverre en in welke mate zij relevant zijn.</al><al><cursief>1. de auto is voor deelnemers dag en nacht beschikbaar</cursief></al><al>Deze voorwaarde is voor het verkeer- en vervoerbeleid slechts indirect van
                    belang. De beschikbaarheid van de auto's vormt, zo lijkt althans uit onderzoek
                    van AVV (?) te kunnen worden geconcludeerd, een succesfactor voor individuele
                    autodatesystemen. Succes van autodatesystemen kan een bijdrage leveren aan het
                    succes van gemeentelijk verkeer- en vervoerbeleid. Gezien dit indirecte verband
                    lijkt dit criterium echter niet relevant uit oogpunt van verkeer- en
                    vervoerbeleid.</al><al><cursief>2. het ophalen en terugbrengen van de auto is makkelijk en dicht in de
                        buurt</cursief></al><al>Dit criterium staat in directer verband tot het verkeer- en vervoerbeleid. De
                    standplaats van autodate is idealiter net als andere voorzieningen goed
                    bereikbaar per openbaar vervoer, met de fiets of te voet. Standplaatsen die
                    gesitueerd zijn op plaatsen die slecht bereikbaar zijn met openbaar vervoer
                    en/of de fiets zullen minder klanten trekken, maar kunnen ook automobiliteit
                    uitlokken: de deelnemer zal zelf, met een taxi of met een bekende met een auto
                    bij de standplaats moeten zien te komen. Deze eis lijkt van direct belang te
                    zijn voor de bijdrage van autodate aan het verkeer- en vervoerbeleid.</al><al>De eis kan als beleidsregel worden gehanteerd; echter niet voor het verlenen van
                    vergunningen, maar voor het besluit tot aanwijzing van weggedeelten voor
                    vergunningparkeren dat aan de verlening van vergunningen vooraf gaat.</al><al><cursief>3. het systeem draagt bij aan een bewust en selectief
                        autogebruik</cursief></al><al>Deze voorwaarde is de belangrijkste in relatie tot het verkeer- en
                    vervoerbeleid. Systemen, en met name tariefstructuren die geen impuls bevatten
                    voor selectief autogebruik zijn de ondersteuning van de gemeente wat dat betreft
                    niet waard. Een autodatesysteem dat lage variabele kosten kent, bijvoorbeeld
                    doordat de tarieven 'kilometervrij' zijn, draagt niet echt bij tot selectief
                    autogebruik. Een tarievensysteem waarbij de prijs per gereden kilometer afneemt
                    naarmate er meer kilometers worden gereden, draagt evenmin bij tot beperking van
                    het autogebruik.</al><al>Een verplichting tot minimale afname van een bepaald aantal uren of kilometers
                    is om dezelfde reden uit den boze.</al><al>De eis dat een autodatesysteem bijdraagt aan bewust en selectief autogebruik kan
                    neergelegd worden in een beleidsregel. Gezien de mogelijke variatie in
                    tariefsystemen lijkt het niet goed mogelijk de eis in een 'dekkend'
                    vergunningvoorschrift te concretiseren.</al><al><cursief>4. de afspraken tussen aanbieder en deelnemers zijn van langere duur
                        (dus niet incidenteel)</cursief></al><al>Deze voorwaarde kan gesteld worden met het oog op de mate waarin het
                    autodatesysteem het gebruik van de auto vermindert. Een systeem dat gebaseerd is
                    op incidenteel gebruik van auto's zal mogelijk juist voornamelijk 'joy-riders'
                    trekken: mensen die geen auto bezitten en incidenteel wel eens een autoritje
                    willen maken, of autobezitters die voor het plezier wel eens een dagje in een
                    andere auto willen rijden. Bij afspraken voor langere duur is de kans groter dat
                    het motief voor deelname aan het systeem niet zozeer plezier als wel een bewuste
                    vergroting van de keuze in mobiliteitsgedrag is.</al><al><cursief>5. de deelnemers hebben de keuze uit meerdere typen
                    auto’s</cursief></al><al>Deze voorwaarde is slechts relevant voor de commerciële aantrekkelijkheid van
                    individuele autosystemen. Sterker nog, de mogelijkheid te kiezen voor grote(re),
                    meer vervuilende auto's doet mogelijk afbreuk aan de milieudoelstellingen die
                    evenzeer aan de bevordering van autodate ten grondslag liggen. De eis is niet
                    relevant voor het verkeer- en vervoerbeleid.</al><al><cursief>6. de (technische ) kwaliteit en service bij ongevallen en storingen is
                        goed</cursief></al><al>Ook deze voorwaarde heeft geen verband met de bijdrage van autodate aan het
                    verkeer- en vervoerbeleid, maar alleen met de commerciële aantrekkelijkheid van
                    individuele autodatesystemen.</al><al>Naast deze door de Vereniging voor Gedeeld Autogebruik geformuleerde voorwaarden
                    kan nog aan een aantal andere voorwaarden worden gedacht.</al><al><cursief>7. verhuur is ook voor korte perioden mogelijk</cursief></al><al>De deelnemer die regelmatig slechts voor een dagdeel een auto nodig heeft, zal
                    ofwel om redenen van gebruikersgemak niet deelnemen aan autodate ofwel voor deze
                    kortere perioden toch gebruik maken van de eigen auto of een andere auto in
                    particulier eigendom. De voorwaarde houdt verband met de aantrekkelijkheid van
                    het systeem, maar ook met de mate waarin het systeem bijdraagt aan selectief
                    autogebruik.</al><al>Immers, er zou een vergunning kunnen worden verleend aan een aanbieder van
                    autodate, wiens systeem verder wel bijdraagt aan selectief autogebruik, maar
                    door een minimale verhuurperiode afbreuk doet aan dit positieve effect. Met het
                    oog op het garanderen van de positieve bijdrage van de vergunning voor
                    aanbieders is het daarom gerechtvaardigd deze eis als voorschrift in de
                    vergunning op te nemen. De eis kan worden geconcretiseerd door bijvoorbeeld voor
                    te schrijven dat de date-auto's kunnen worden gehuurd voor x uren of langer,
                    waarbij x 4 kan zijn (ongeveer een dagdeel), 1 of ½ uur.</al><al><cursief>8. de motorvoertuigen moeten voldoen aan Europese eisen van veiligheid
                        en milieu</cursief></al><al>Deze voorwaarde lijkt verdedigbaar uit oogpunt van verkeersveiligheid en milieu.
                    Anderzijds is hoofddoelstelling van autodate selectief autogebruik en niet
                    verkeersveiligheid of milieuzuiniger motorvoertuigen. De vraag is bovendien hoe
                    deze eis zou moeten worden geoperationaliseerd. Per saldo lijkt de voorwaarde
                    niet relevant voor autodate als instrument voor de bevordering van selectief
                    autogebruik.</al><al/><al><vet><cursief>Vrijkomende vergunninghouderplaatsen</cursief></vet></al><al>Een aanbieder kan besluiten geen gebruik meer te maken van de verstrekte
                    vergunning. Daarmee valt een aantal autodateparkeerplaatsen 'open'. Deze
                    plaatsen zouden weer gebruikt kunnen worden door een andere aanbieder, maar
                    zouden ook weer tot gewone parkeerplaatsen worden omgevormd.</al><al>Maar ook als een andere aanbieder zich aandient, is het de vraag of deze van
                    dezelfde en hetzelfde aantal parkeerplaatsen gebruik wil maken als de vorige
                    aanbieder. Met de aanbieder moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over
                    de beëindiging van het gebruik van de parkeerplaatsen, de staat waarin ze dan
                    afgeleverd moeten worden, enzovoort. Dergelijke afspraken kunnen worden
                    vastgelegd in bij de vergunning gestelde voorschriften. </al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op de wijzigingen</vet></al><al/><al><vet><cursief>Artikel A, onder l</cursief></vet></al><al>Autodate te worden onderscheiden van andere, met name reguliere vormen van
                    autoverhuur, hetgeen uiteraard niet betekent dat reguliere autoverhuurbedrijven
                    geen autodate kunnen aanbieden. Deze 'reguliere' vormen van autoverhuur vallen
                    niet onder autodate, omdat het daarbij niet gaat om herhaald gezamenlijk gebruik
                    op grond van een overeenkomst. Bij autodate worden overeenkomsten gesloten
                    tussen meerdere deelnemers en een aanbieder op grond waarvan deelnemers meerdere
                    malen een auto kunnen gebruiken. Bij reguliere autohuur wordt in beginsel per
                    huurperiode een overeenkomst gesloten.</al><al>Een belangrijk discussiepunt in dit verband is de vraag of vergunningen ook
                    moeten worden verleend ten behoeve van systemen van coupons en dergelijke die
                    reguliere autoverhuurbedrijven aanbieden. De bijdrage van deze systemen aan
                    vermindering van autobezit en bevordering van selectief autogebruik is echter
                    onzeker. In feite gaat het om huurovereenkomsten met betrekking tot een van
                    tevoren bepaald aantal malen (incidenteel) gebruik van een huurauto, in
                    tegenstelling tot autodate, waarbij in beginsel van tevoren de frequentie en
                    duur van gebruik van de dateauto onbepaald zijn.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel B</cursief></vet></al><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                    belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van de parkeerverordening.
                    Het aanwijzen van de plaatsen waar met een dergelijke vergunning geparkeerd kan
                    worden dient daarom bij of krachtens deze verordening te gebeuren. Los daarvan
                    staat het heffen van rechten voor het uitgeven van de vergunning. Dit gebeurt op
                    basis van de Verordening Parkeerbelastingen. Uit praktische overwegingen is de
                    aanwijzingsbevoegdheid bij burgemeester en wethouders neergelegd.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel C</cursief></vet></al><al>In het eerste lid wordt duidelijk gemaakt dat vergunningen kunnen worden
                    afgegeven voor het parkeren op parkeerplaatsen voor belanghebbenden of met
                    parkeerapparatuur. In het tweede lid worden de verschillende vergunninghouders
                    omschreven. De eerste twee genoemde vergunninghouders waren al in de
                    model-parkeerverordening opgenomen. De rest is aangepast aan de Middelburgse
                    situatie. In de Middelburgse situatie kennen we thans een beperkt aantal
                    belanghebbendenparkeerplaatsen en één groot gefiscaliseerd gebied (voor
                    parkeerapparatuurplaatsen). Onder g is in de categorie voor ’autodate’
                    toegevoegd.</al><al/><al>Aanwijzing van weggedeelten voor vergunningparkeren voor de vergunninghouders
                    genoemd bij lid 2, aanhef en onder a tot en met f is alleen mogelijk in gebieden
                    waar parkeerdruk is. De vergunningen voor autodate moeten echter ook kunnen
                    worden verleend in gebieden waar geen parkeerdruk is. Daarvoor is wel nodig dat
                    de parkeerverordening, bijvoorbeeld in de toelichting maar zeker ook in
                    relevante bepalingen, een bredere grondslag krijgt. Het motief van de huidige
                    model-parkeerverordening is parkeerregulering.</al><al>De parkeerverordening kan echter ook voorschriften bevatten met het oog op het
                    belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast,
                    hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                    milieubeheer (zie artikel 2, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994).</al><al/><al><vet><cursief>Artikel D</cursief></vet></al><al>Artikel D, lid 1 van de parkeerverordening</al><al>De modelverordening kent, in tegenstelling tot de vigerende parkeerverordening,
                    geen bevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders om nadere
                    regels te stellen. Gelet op het feit dat de feitelijke uitvoering van onze
                    verordening stoelt op voorschriften van het college van burgemeester en
                    wethouders die een nadere invulling geven aan een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerrruimte en het wenselijk is dat deze bevoegdheid voor het
                    college van burgemeester en wethouders blijft bestaan is dit artikellid
                    integraal teruggekomen in de nieuwe verordening.</al><al/><al/><al>Op grond van het tweede lid kunnen met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte aan de vergunning zowel beperkingen worden verbonden
                    met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                    tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al><al>Het reserveren van een parkeerplaats ten behoeve van één motorvoertuig kan wel
                    worden beargumenteerd vanuit het motief van 'het voorkomen of beperken van door
                    het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het
                    milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer' (zie artikel 2, tweede lid, van de
                    Wegenverkeerswet 1994).</al><al/><al><vet><cursief>Artikel E</cursief></vet></al><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om op dit punt
                    voor de aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de
                    verordening zelf opgenomen.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel F</cursief></vet></al><al>In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over 'kunnen intrekken'. Bedoeld is
                    hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van burgemeester en wethouders
                    staat of een vergunning daadwerkelijk wordt ingetrokken wanneer een van de
                    opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief bedoeld. Om
                    andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel G</cursief></vet></al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van dergelijke
                    voorwerpen belemmert de normale gang van zaken op de genoemde plaatsen en
                    doorkruist daarmee de beoogde regulering. Het gaat hier om gedragingen die zich
                    niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook, ongeacht of
                    tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening worden opgenomen.</al><al/><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Het lijkt voor een goede gang van zaken op parkeerapparatuurplaatsen niet
                    gewenst om ontheffing te kunnen verlenen van het in het tweede lid neergelegde
                    verbod. De mogelijkheid daartoe is daarom ook niet opgenomen in het model.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel H</cursief></vet></al><al>Ook dit artikel bevat enkele verbodsbepalingen voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalingen moeten, ongeacht of tot
                    fiscalisering wordt overgegaan of niet, in de verordening opgenomen worden.</al><al>In het model uit 1975 is een 'bijvulverbod' opgenomen. Dit verbod is niet
                    overgenomen, omdat het in strijd is met het fiscale regime. Wanneer de
                    parkeertijd, waarvoor een bestuurder heeft betaald, is verstreken moet hij
                    (opnieuw) aangifte doen. Als hij niet aan die verplichting voldoet, wordt hem,
                    in geval van constatering, een naheffingsaanslag opgelegd. Wanneer een
                    bijvulverbod geldt, zou de parkeerder een strafbaar feit plegen, terwijl hij aan
                    zijn belastingplicht voldoet. Een bijvulverbod is derhalve onder een fiscaal
                    regime niet mogelijk. Bij strafrechtelijke handhaving is een bijvulverbod wel
                    mogelijk.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel I</cursief></vet></al><al>De fiscale aanpak van het niet betalen van het parkeergeld is, gelet op artikel
                    283a van de Gemeentewet, alleen mogelijk bij parkeerapparatuur, en niet op
                    belanghebbendenplaatsen. Daarom moet in de verordening een strafbepaling
                    opgenomen worden. Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur
                    zonder (geldige) vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan
                    immers wel het fiscale regime gehanteerd worden. </al><al/><al><vet><cursief>Artikel J</cursief></vet></al><al>Artikel 195 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de
                    eerste of tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke
                    uitspraak kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.</al><al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop
                    een geldboete van de tweede categorie te stellen. Het openbaar maken van de
                    rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij parkeerovertredingen
                    weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de Parkeerverordening
                    is daarom achterwege gelaten.</al><al/><al><vet><cursief>Artikel K</cursief></vet></al><al>In het kader van de derde tranche zijn in de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                    onder andere ook regels gesteld ten aanzien van het toezicht. Naar aanleiding
                    van deze wetswijziging dient deze bepaling eveneens te worden aangepast.</al><al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, zo
                    volgt uit artikel 5:11 Awb. Deze personen kunnen (deels) categoraal en (deels)
                    individueel worden aangewezen. Voor een uitgebreide toelichting op deze
                    bepalingen verwijzen wij naar de toelichting op artikel 6.1a in de
                    model-Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de VNG.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>