<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81900_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Drank- en horecaverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-05-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-05-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Drank- en horecaverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad der gemeente Achtkarspelen;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, d,d, 20 mei 1997,</al><al>punt nr, 8;</al><al>gelet op de artikelen 6 en 18 van de Drank- en Horecawet en de artikelen 149
                        van de Gemeentewet;</al><al>gehoord de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Friesland (advies d.d. 3
                        maart 1997);</al><al/><al><vet>B E S L U I T</vet></al><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al><vet>D R A N K- E N HOR E C A V E R 0 R DEN I N G</vet><vet> A C H T K A R S
                        P E L E N 1 9 9 7</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in artikel 3,
                                        lid 1</al></li></lijst></li></lijst><al>onder a van de wet;</al><al>c.horecawerkzaamheid: een werkzaamheid als bedoeld in artikel 3 lid 1,</al><al>onder c, van de wet;</al><al>d.inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van</al><al>de wet;</al><al>e.lokaliteit; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1</al><al>onder b van het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet.</al><al>f.verlofbedrijf: een bedrijf waar bedrijfsmatig alcoholvrije drank</al><al>wordt verstrekt;</al><al>g.verlofhouder: degene op wiens naam het verlof is gesteld om het</al><al>verlofbedrijf te mogen uitoefenen;</al><al>h.alcoholhoudende drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel</al><al>1, lid 1 van de wet;</al><al>i.sterke drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1</al><al>van de wet.</al><al>2.Artikel 1 van de Drank- en Horecawet is van overeenkomstige toepassing op
                        de niet op die wet steunende bepalingen van deze verordening.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BEPERKING VERSTREKKING STERKE- EN ALCOHOLHOUDENDE
                            DRANK.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel/></kop><al>1.Het is verboden anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter
                        plaatse</al><al>te verstrekken in een inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak
                                geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites en
                                croquetten, worden verkocht;</al></li><li nr="b."><al>die gelegen is op een kampeer- of caravanterrein.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden anders dan om niet alcoholhoudende drank
                                        voor gebruik ter</al></li></lijst></li></lijst><al>plaatse te verstrekken in een inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin onderwijs wordt gegeven;</al></li><li nr="b."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik
                                is bij jeugdorganisaties of -instellingen;</al></li><li nr="c."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik
                                is bij sportorganisaties of-instellingen;</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel/></kop><al>Het is verboden bedrijfsmatig sterke drank voor gebruik elders dan ter
                        plaatse te verstrekken in een inrichting als bedoeld in artikel 2.1</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel/></kop><al>Het is verboden anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse en
                        bedrijfsmatig sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse te
                        verstrekken in inrichtingen, gelegen op een terrein waarop een kermis of
                        soortgelijke volksvermakelijkheden worden gehouden, gedurende de tijd dat
                        deze vermakelijkheden plaats vinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden,
                                gesteld in de artikelen 2.1., 2.2. en 2.3.</al></li><li nr="2."><al>Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een
                                ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden; een ontheffing kan
                                worden ingetrokken of gewijzigd.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>HET VERSTREKKEN VAN ALCOHOLVRIJE DRANK.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel/></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder alcoholvrije drank
                        mede</al><al>verstaan de drank, die bij een temperatuur van 15°C voor minder dan 1,5
                        volumeprocent</al><al>uit alcohol bestaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder verlof van de burgemeester in een besloten
                                ruimte bedrijfsmatig alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse te
                                verstrekken.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>indien wordt gehandeld krachtens een vergunning ingevolge de
                                        wet tot het uitoefenen van een horecabedrijf of een
                                        horecawerkzaamheid;</al></li><li nr="b."><al>indien deze verstrekking geschiedt als dienstverlening van
                                        bijkomstige aard aan personen die in de besloten ruimte
                                        vertoeven anders dan voor het gebruiken van
                                        consumpties;</al></li><li nr="c."><al>voor middelen van vervoer tijdens hun gebruik als
                                        zodanig.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verlof geldt uitsluitend voor een of meer in het verlof vermelde
                                ruimten.</al></li><li nr="2."><al>Bij overlijden van een verlofhouder kan het verlofbedrijf door of
                                namens één van zijn rechtsopvolgers worden voortgezet tot een maand
                                na het overlijden of, indien binnen die termijn terzake een nieuw
                                verlof is aangevraagd, tot het tijdstip waarop op deze aanvraag
                                onherroepelijk is beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het verkrijgen van een verlof moet:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedrijfsleider c.q. beheerder voldoen aan de eisen, die
                                        bij of krachtens artikel 5, tweede lid, aanhef en letter a
                                        en b, alsmede artikel 5, derde lid van de wet worden gesteld
                                        aan bedrijfsleiders en beheerders en de leeftijd van 21 jaar
                                        hebben bereikt;</al></li><li nr="b."><al>een natuurlijk persoon, indien deze het verlof aanvraagt, de
                                        leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor het verkrijgen van een verlof moet(en) de besloten ruimte(n)
                                voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 3 tot en met 11 van het
                                Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde
                                in artikel 3.4. tweede lid.</al></li><li nr="2."><al>Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een
                                ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden; een ontheffing kan
                                worden ingetrokken of gewijzigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester weigert het verlof indien niet wordt voldaan aan de
                                in artikel 3.4 gestelde eisen.</al></li><li nr="2."><al>Hij trekt het verlof in, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet langer wordt voldaan an de in artikel 3.4 gestelde
                                        eisen;</al></li><li nr="b."><al>gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen
                                        handelingen zijn verricht met gebruikmaking van het
                                        verlof;</al></li><li nr="c."><al>zich in het betrokken verlofbedrijf feiten hebben
                                        voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven
                                        van het verlof gevaar zou opleveren voor de openbare orde,
                                        veiligheid of zedelijkheid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Hij kan het verlof intrekken, indien niet langer wordt voldaan aan
                                de krachtens artikel 3.5, tweede lid, gestelde beperkingen of
                                voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel/></kop><al>Overtreding van het verbod, gesteld in artikel 3.2, of van een voorschrift,
                        gesteld krachtens artikel 3.5, tweede lid, wordt bestraft met hechtenis van
                        ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel
                        70 van de wet is van overeenkomstige toepassing.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel/></kop><al>De ontheffingen en verloven, die zijn verleend krachtens de bij besluit van
                        24 november 1969, laatstelijk gewijzigd op 16 december 1993, vastgestelde
                        Drank- en Horecaverordening blijven van kracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel/></kop><al>De burgemeester is bevoegd nadere regels te stellen in het belang van een
                        goede uitvoering van de in deze verordening geregelde onderwerpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Drank- en Horecaverordening
                        Achtkarspelen 1997.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag nadat zij is
                                afgekondigd.</al></li><li nr="3."><al>Op het tijdstip van de inwerkingtreding van Drank- en
                                Horecaverordening, vastgesteld op 9 november 1967 en laatstelijk
                                gewijzigd op 16 december 1993.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad der gemeente
                        Achtkarspelen van 29 mei 1997</ondertekening><ondertekening>B.Schmidt, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>H.K. Boschma, secretaris.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikel</titel></kop><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting Drank- en Horecaverordening Achtkarspelen
                            1997.</vet></al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 1</vet></al><al><vet>(Begripsomschrijvingen)</vet></al><al/><al>Artikel 1.1</al><al>De wet geeft in artikel 1 een aantal begripsbepalingen, die vanwege de
                        redactie van de aanhef van dat artikel ook gelden voor de op die wet
                        gebaseerde gemeentelijke verordening. Om de leesbaarheid van de verordening
                        te vergroten zijn enerzijds begrippen omschreven en zijn anderzijds enkele
                        begrippen overgenomen uit de wet en het Besluit inrichtingseisen Drank- en
                        Horecawet. </al><al/><al>De term "horecabedrijf" omvat de begrippen cafébedrijf en restaurantbedrijf.
                        Voor de "werkzaamheid als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder c van de wet”,
                        wordt het wat handzamer begrip' "horecawerkzaamheid" gebruikt. </al><al/><al>Het tweede lid beoogt de begripsbepalingen van de wet ook te laten gelden
                        voor de autonome bepalingen in de verordening (Hoofdstuk 3).</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2</vet></al><al><vet>(Beperking verstrekking sterke- en alcoholhoudende drank)</vet></al><al/><al>Artikel 2.1</al><al>Artikel 18 van de Drank- en Horecawet biedt de mogelijkheid om ter
                        bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat bij
                        plaatselijke verordening het anders dan om niet verstrekken van
                        alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verbieden en/of een
                        beperking tot verstrekking van sterke drank op te leggen aan een aantal
                        instellingen. In artikel 2.1. wordt een opsomming gemaakt van de
                        inrichtingen waar dit niet gewenst is. Dit betreft in het algemeen
                        inrichtingen welke niet in de eerste plaats bestemd zijn voor het schenken
                        van alcohol en waarvan het - meest jeugdige - publiek met een ander oogmerk
                        aanwezig is.</al><al/><al>In het eerste lid is een verbod opgenomen voor het verstrekken van sterke
                        drank in snackbars en gemeenschapsruimtesjkantines op campingterreinen.</al><al>Daarnaast is in het tweede lid een verbod opgenomen voor het verstrekken van
                        alcoholhoudende dranken in scholen, sportkantines, club- en buurthuizen en
                        dorpshuizen e.d.; kortom in alle openbare gelegenheden waarin veel jongeren
                        onder de 16 jaar komen.</al><al/><al>In al deze inrichtingen is het publiek in de eerste plaats aanwezig i.v.m.
                        een bepaalde activiteit en is het verstrekken van dranken een
                        bijkomstigheid. </al><al>Artikel 2.4 biedt de mogelijkheid om tot het verlenen van een ontheffing van
                        deze verboden (zie tevens hierbij behorende toelichting) (zie tevens
                        toelichting artikel 2.4).</al><al/><al>Artikel 2.2</al><al>In artikel 2.2 is een verbod opgenomen om in de in artikel 2.1. genoemde
                        inrichtingen sterke drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter
                        plaatse; het zogenaamde slijten.</al><al/><al>Artikel 2.3</al><al>In dit artikel wordt het verbod gesteld om op terreinen waar
                        volksvermakelijkheden worden gehouden, zoals bijvoorbeeld kermissen, sterke
                        drank te verkopen. Dit betreft zowel het slijten van sterke drank als het
                        bieden van de gelegenheid om sterke drank ter plaatse te nuttigen.</al><al>In het verlengde van artikel 2.1. gaat het ook hier om gelegenheden waar het
                        publiek met een andere doelstelling dan het nuttigen van drank aanwezig
                        is.</al><al/><al>Artikel 2.4</al><al>In hoofdstuk 2 wordt de burger geconfronteerd met een verbod, welke op grond
                        van dit artikel kan worden opgeheven door middel van een ontheffing van de
                        burgemeester. Een behandelingsprocedure en rechtsgang wordt hier niet in
                        genoemd; hierop is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al><al>In bepaalde situaties is het wenselijk om aan het verlenen van een
                        ontheffing een of meer voorschriften en/of beperkingen te verbinden.</al><al>Ten aanzien van de ontheffingverlening voor het verstrekken van sterke
                        dranken in snackbars, croissanterieën, campingkantines (laagdrempelige
                        inrichtingen voor jeugdige bezoekers) wordt een afhoudend beleid gevoerd. Op
                        dit moment zijn in onze gemeente geen inrichtingen aanwezig ten aanzien
                        waarvan deze ontheffing is verleend.</al><al>Een aanvraag om ontheffing voor het kunnen verstrekken van
                        zwak-alcoholhoudende dranken in genoemde inrichtingen worden in principe wel
                        verleend, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden die zich niet
                        verdragen met de drankverstrekking. De laatste jaren is het niet voorgekomen
                        dat een aanvraag om ontheffing op grond hiervan moest worden geweigerd. </al><al>Daarnaast komt het voor dat een beperkte openstelling aan de verlening van
                        een ontheffing zwak-alcoholhoudende dranken wordt verbonden. Dit om te
                        voorkomen dat een inrichting door de lange openingstijden het karakter van
                        een café krijgt. Deze beperking wordt met name toegepast ten aanzien van
                        sportkantines.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3</vet></al><al><vet>(Het verstrekken van alcoholvrije drank)</vet></al><al/><al>Artikel 3.1</al><al>Zie artikel 1 eerste lid, sub c van de Drank- en Horecawet; "Voor de
                        toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder
                        alcoholhoudende drank: de drank, die bij een temperatuur van vijftien graden
                        Celsius voor anderhalf of meer volumeprocenten uit alcohol bestaat.“ Dit
                        houdt in dat drank die bij een temperatuur van vijftien graden Celsius voor
                        minder dan 1,5 volumeprocent uit alcohol bestaat, onder het begrip
                        alcoholvrije drank valt. Het alcoholvrije bier dat een volumeprocent van
                        0,1% heeft is hier een voorbeeld van.</al><al/><al>Artikel 3.2</al><al>De Drank- en Horecawet bevat uitsluitend regelgeving met betrekking tot het
                        bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende dranken. Het verstrekken van
                        alcoholvrije dranken is een activiteit die niet onder de werking van deze
                        wet valt. Wel biedt de wet de gemeente de mogelijkheid om aan de hand van
                        een verordening hieraan voorschriften en/of beperkingen te stellen (art.
                        18). Het instellen van een ontheffingsstelsel heeft het voordeel dat de
                        gemeente een middel heeft om een compleet overzicht te verkrijgen van alle
                        inrichtingen in de gemeente waar (alcoholvrije) drank wordt verstrekt.
                        Bovendien biedt het</al><al>ontheffingstelsel de gemeente de mogelijkheid om door middel van het stellen
                        van gedragseisen te voorkomen dat ongewenste personen optreden als
                        exploitant van inrichtingen. Met name geldt dit voor personen ten aanzien
                        van wie voorheen een Drank- en Horecavergunning is geweigerd of ingetrokken
                        wegens slecht levensgedrag.</al><al/><al>In het tweede lid van artikel 3,2 is een aantal situaties opgesomd in
                        welke</al><al>gevallen het verbod niet geldt. Een horeca-ondernemer behoeft naast zijn
                        Drank- en Horecavergunning niet nog een verlof alcoholvrije dranken aan te
                        vragen. Zoals reeds genoemd, is dit verlof met name gericht op het toezicht
                        kunnen houden op horecagelegenheden in de gemeente. Dit toezicht vindt reeds
                        plaats aan de hand van de Drank- en Horecavergunning.</al><al/><al>Onder de uitzonderingen valt ook het verstrekken van koffie etc. aan
                        bezoekers van kapperszaken en kledingzaken, tenzij dit niet bedrijfsmatig
                        geschiedt. In het verlengde van artikel 9 van de Drank- en Horecawet geldt
                        het verbod eveneens niet voor middelen van vervoer tijdens hun gebruik als
                        zodanig. Hierbij kan gedacht worden aan touringcarbedrijven en
                        rondvaartschepen. Neemt een schip echter een vaste ligplaats in met de
                        doelstelling om als horecabedrijf te dienen dan is men wel gehouden aan een
                        ontheffing. Er is dan immers geen sprake meer van het gebruik van middel van
                        vervoer als zodanig.</al><al/><al>Artikel 3.3.</al><al>Artikel 3.3. bevat een overgangsbepaling bij het overlijden van een
                        verlofhouder.</al><al/><al>Artikel 3.4.</al><al>In dit artikel is uitgegaan van de gedachte dat slechts eisen worden
                        gesteld</al><al>aan het gedrag van de verlofhouder en niet aan diens vakbekwaamheid. Voor
                        deze gedragseisen is aansluiting gezocht bij de desbetreffende bepalingen
                        van de wet voor vergunninghouders.</al><al/><al>De in artikel 5 van de Drank- en Horecawet bedoelde persoonlijke
                        gedragseisen betreft het niet onder curatele mogen staan, het niet van
                        slecht levensgedrag mogen zijn en het voldoen aan bepaalde
                        zedelijkheidseisen. Ten aanzien van laatstgenoemde gedragingen kan gedacht
                        worden aan het ondergaan van een gevangenisstraf of een veroordeling voor
                        een bepaald misdrijf of overtreding als gevolg waarvan de verlofhouder zijn
                        functie tijdelijk niet zal kunnen uitoefenen.</al><al/><al>Voor wat betreft de leeftijdseis wordt in artikel 5 van de Wet voor het</al><al>verkrijgen van een Drank- en Horecavergunning de eis van 25 jaar gesteld,
                        omdat de wetgever de mening is toegedaan dat iemand van deze leeftijd geacht
                        kan wordep het hoofd te kunnen bieden aan moeilijkheden die zich in de
                        inrichting zouden kunnen voordoen. Het past in de lijn van de Wet om ten
                        aanzien van het verkrijgen van een verlof alcoholvrije drank de leeftijdseis
                        van 21 jaar te stellen. Iemand van deze leeftijd mag geacht worden in staat
                        te zijn de orde te kunnen handhaven in een lokaliteit waarin uitsluitend
                        alcoholvrije dranken</al><al>wordt verstrekt.</al><al/><al>Bij de vaststelling van de inrichtingseisen van het horecabedrijf is
                        aansluiting</al><al>gezocht bij de desbetreffende bepalingen van het bij de wet behorende</al><al>Besluit inrichtingseisen.</al><al/><al>Artikel 3.5</al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om af te kunnen wijken van de
                        gestelde</al><al>inrichtingseisen. Dit artikel wordt nog wel eens toegepast ten aanzien van
                        de</al><al>toiletgelegenheden in een horecabedrijf.</al><al/><al>Artikel 3.6</al><al>In dit artikel worden een aantal situaties genoemd waarin het verlof
                        kan/moet worden geweigerd of ingetrokken.</al><al/><al>Artikel 3.7</al><al>Voor de strafbepalingen is aansluiting gezocht bij de Wet vermogenssancties
                        en de wet Indeling Geldboetecategorieën.</al><al>Artikel 70 regelt wie strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor de overtreding
                        van de verboden en voorschriften. Dat kunnen zijn de ondernemer,
                        bedrijfsleider of de beheerder. </al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4</vet></al><al><vet>(Slot- en overgangsbepalingen)</vet></al><al>Artikel 4.1De overgangsbepaling dient te worden opgenomen om aan te geven of
                        bestaande ontheffingen en verloven </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>