<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR8186_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de financiële organisatie van de gemeente Brunssum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 11-05-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Brunssum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-05-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>642161</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR404937_1">Financiële verordening gemeente Brunssum 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de financiële organisatie van de gemeente Brunssum</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Financiële verordening gemeente Brunssum</vet></al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Brunssum besluit,</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al>vast te stellen:</al><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Brunssum.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dienst:</al><al>iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college heeft.</al></li><li nr="b."><al>administratie:</al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Brunssum en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="c."><al>financiële administratie:</al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch
                                    maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële
                                    gegevens van (onderdelen van) de organisatie van gemeente
                                    Brunssum, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><al>de financieel-economische positie;</al><al>het financiële beheer;</al><al>de uitvoering van de begroting;</al><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                    daarover.</al></li><li nr="d."><al>administratieve organisatie:</al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                    stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                    bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van
                                    de verantwoordelijke leiding.</al></li><li nr="e."><al>financieel beheer:</al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van
                                    middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente
                                    Brunssum.</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid:</al><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving,
                                    waaronder gemeentelijke verordeningen en raadsbesluiten.</al></li><li nr="g."><al>doelmatigheid:</al><al>het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid:</al><al>de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het
                                    beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                    raadsperiode een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al><al>de te leveren goederen en diensten;</al><al>de baten en lasten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt gelijktijdig per programma indicatoren voor
                                    met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te
                                    leveren goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                    kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven
                                    van de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                    programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor
                                    de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot
                                    wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet
                                    vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk in juni van het begrotingsjaar een
                                    nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de
                                    drie opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen
                                    betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld
                                    in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk juni vast.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                    voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productraming; </al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                            van de financiële positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                    zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                    overschreden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente
                                    over de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het
                                    lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussentijdserapportages worden aan de raad aangeboden op de
                                    volgende tijdstippen:</al><al>de 4-maands rapportage in juni van het lopende
                                    begrotingsjaar;</al><al>de 8-maands rapportage in oktober van het lopende
                                    begrotingsjaar;</al><al>De tussentijdse rapportages worden genoemd: de
                                    programmarapportages.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting, conform artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    baten en lasten, de geleverde goederen en diensten en indien
                                    daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen
                                    voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde
                                    afzonderlijke verplichtingen inzake:</al><al>investeringen groter dan € 50.000,--.</al><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €
                                    50.000,--;</al><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan
                                    € 50.000,--;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit
                                    nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                    bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het
                                    college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de
                                    jaarlijkse lasten groter zijn dan € 50.000,--.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en
                                    naar de programma verantwoording, een en ander conform de
                                    voorschriften van Het Besluit Begroting en Verantwoording
                                    (BBV).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                            gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                    of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt in mei van het jaar opvolgend het
                                    verantwoordingsjaar de jaarstukken aan de raad.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel> Financiële positie</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële
                                    positie en de meerjarenramingen is opgenomen. De financiële
                                    positie wordt uiteengezet in de begroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                    bepaald actief het saldo van agio en disagio worden lineair in 5
                                    jaar afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                    artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven.</al><al>Bij de bepaling van de afschrijvingsduur wordt rekening gehouden
                                    met de economische levensduur, de verslaggevingsvoorschriften
                                    conform BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en bestaand
                                    beleid.</al><al>Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000,--
                                    worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze
                                    laatst genoemden worden altijd geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
                                    bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
                                    investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting) wegen,
                                    waterwegen; civiele kunstwerken, groen en kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                    maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden
                                    en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie
                                    gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op
                                    inbaarheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt, indien nodig, een geactualiseerde nota
                                    reserves en voorzieningen aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt:</al><al>de vorming en besteding van reserves;</al><al>de vorming en besteding voorzieningen;</al><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de
                                    voorzieningen,</al><al>in relatie tot de nota weerstandsvermogen bedoeld in artikel
                                    17.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt deze nota vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeente Brunssum wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken,
                                    die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                    reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                    activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en
                                    voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                    wordt gebaseerd op het op dat moment geldend
                                    marktrentepercentage. Dit geldt voor de kapitaallasten van
                                    investeringen vanaf 2002. Voor investeringen vóór deze datum
                                    wordt een percentage gehanteerd van 7,25%.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor de uitoefening van de
                                    financieringsfunctie. Hierbij neemt het college de volgende
                                    richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                            uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een
                                            AA-rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende
                                            rating agency, of bij instellingen voor wiens
                                            waardepapieren een solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                            tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij
                                            de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in
                                            tact is. </al></li><li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                            financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1
                                            jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                            financiële instellingen gevraagd; </al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                            uitzetten van middelen of het verlenen van garanties
                                            luiden in euro; </al></li><li nr="f."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                            wettelijke waarden. Het college informeert de raad
                                            indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te
                                            worden overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                    financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid
                                    worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij
                                    het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                    aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke
                                    taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                    motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                    uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                    financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde
                                    onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels
                                    alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    vast in een treasurystatuut. Het college zendt het
                                    treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie
                                van bezittingen, activa en vermogen. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel> Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                                volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                                rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de)
                                lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen,
                                tweepersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en
                                een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het
                                college brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en
                                actualiseert de risico’s in de desbetreffende paragraaf.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in
                                hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                                opgevangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan de
                                kapitaalgoederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                                tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd over
                                de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a
                                Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                                partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                                beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van
                                bestaande verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande
                                verbonden partijen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad.
                                In deze nota wordt aandacht besteed aan de lange termijn visie van
                                het grondbeleid van de gemeente en de financiële positie van het
                                grondbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                                ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                                belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                                verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                                relaties van het grondbeleid met de programma’s.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verantwoording over de resultaten over het uitgevoerde grondbeleid
                                wordt opgenomen in de tussentijdse rapportage conform artikel
                                7.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan ter behandeling en
                                vaststelling. De nota bevat het kader voor de verstrekking van
                                gemeentelijke subsidies. De subsidieverstrekking vindt plaats
                                conform door de raad vastgestelde subsidieverordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                        enzovoorts;</al></li><li nr="-"><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor
                                        het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="-"><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                        wet- en regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle
                                        op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en
                            andere relevante wet- en regelgeving;</al><al>b.de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en
                            de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke
                            verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt vast:</al><lijst><li nr="-"><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    diensten;</al></li><li nr="-"><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="-"><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="-"><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de diensten van de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>de te maken afspraken met de diensten over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li></lijst><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde beheer van de
                            diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt vast de interne regels voor de
                            inkoop en aanbesteding van werken en leveringen en diensten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en subsidies.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr> 5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag nadat publicatie
                            heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat de begroting,
                            meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de
                            informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang
                            van de begroting voor het begrotingsjaar 2008 voldoen aan de bepalingen
                            van deze verordening.</al><al>Met inwerking treding van deze verordening wordt de Verordening artikel
                            212 Gemeentewet van de gemeente Brunssum vastgesteld bij Raadsbesluit
                            van 28 oktober 2003 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Brunssum”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad op 12 februari 2008.</al></slotformulering><ondertekening>de burgemeester</ondertekening><ondertekening>de griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>