<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81845_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasury Statuut 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerhugowaards Nieuwsblad d.d. 24 december 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasury Statuut 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet , art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Financiële verordening gemeente Heerhugowaard, art. 14</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008-133</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen. |</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasury Statuut 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><structuurtekst><al>Nr.2008-133</al><al>de Raad van de gemeente Heerhugowaard;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november
                            2008;</al><al/><al>Gelet op:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet FIDO en daaraan verbonden besluiten en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en
                                    gemeenten;</al></li><li nr="c."><al>de Financiële Verordening gemeente Heerhugowaard;</al><al/></li></lijst><al>b e s l u i t :</al><lijst><li nr="1."><al>het treasurystatuut 2009 vast te stellen conform het bij dit
                                    voorstel gevoegde concept;</al></li><li nr="2."><al>kennis te nemen van het aan dat statuut verbonden
                                    beheersdeel;</al></li><li nr="3."><al>de raad zo snel mogelijk te informeren over collegebesluiten tot
                                    wijziging van dat beheersdeel.</al><al/></li></lijst><al>Heerhugowaard, 16 december 2008.</al><al/><al>De Raad voornoemd,</al><al/><al>de griffier, de voorzitter,</al><al/><al>Treasurystatuut Gemeente Heerhugowaard</al><al>Beleidskader <vet>nadere uitwerking van artikel 14 Financieringsfunctie
                                van de </vet><vet>“Financiële Verordening gemeente
                                Heerhugowaard”</vet></al><al>vastgesteld door de Gemeenteraad op 28 oktober 2003</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><al>a.Derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een
                            bepaalde onderliggende waarde. Die waarden kunnen financiële producten,
                            zoals leningen of obligaties, zijn. Derivaten worden onder andere
                            gebruikt om renterisico’s te sturen en </al><al>financieringskosten te minimaliseren;</al><lijst><li nr="b."><al>Financiering: het aantrekken van financiële middelen voor een
                                    periode van minimaal één jaar;</al></li><li nr="c."><al>Geldstromenbeheer: alle activiteiten die nodig zijn om
                                    liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie als
                                    tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); </al></li><li nr="d."><al>Intern liquiditeitsrisico: de risico’s van mogelijke wijzigingen
                                    in de liquiditeitenplanning en in de meerjaren
                                    investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen
                                    afwijken van de verwachtingen;</al></li><li nr="e."><al>Interne treasurycommissie: een adviescommissie voor
                                    beleidsvoorstellen en rapportages over treasury aan het college
                                    van burgemeester en wethouders. De commissie bestaat uit: de
                                    portefeuillehouder financiën (voorzitter), de concerncontroller,
                                    het hoofd van de afdeling financiële dienstverlening(FD),
                                    maximaal twee treasurymedewerkers van afdeling FD, de
                                    strategisch adviseur planning en control van de concernstaf
                                    (secretaris).</al></li><li nr="f."><al>Kasgeldlimiet: percentage van het begrotingstotaal van de
                                    gemeente bij aanvang van het jaar;</al></li><li nr="g."><al>Koersrisico: het risico dat de financiële activa van de
                                    organisatie in waarde verminderen door negatieve
                                    koersontwikkelingen;</al></li><li nr="h."><al>Kredietrisico: de risico’s op een waardedaling van een vordering
                                    ten gevolge van het niet (tijdig) kunnen nakomen van de
                                    verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of
                                    deficit; </al></li><li nr="i."><al>Liquiditeitenbeheer: het aantrekken en uitzetten van middelen
                                    voor een periode tot één jaar;</al></li><li nr="j."><al>Liquiditeitsprognose: een gestructureerd overzicht van de
                                    toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en
                                    tijd;</al></li><li nr="k."><al>Rating: de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen
                                    bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;
                                </al></li><li nr="l."><al>Renterisico: het gevaar van ongewenste veranderingen van de
                                    (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen
                                    van leningen of uitzetting van gelden met een looptijd van één
                                    jaar of langer;</al></li><li nr="m."><al>Renterisiconorm: een bij de aanvang van enig jaar op basis van
                                    de Wet FIDO gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de
                                    gemeente dat jaarlijks bij de realisatie niet mag worden
                                    overschreden; </al></li><li nr="n."><al>Rentetypische looptijd: de interval gedurende de looptijd van
                                    een geldlening waarin op basis van de voorwaarden van de
                                    geldlening sprake is van een door de geldgever niet
                                    beïnvloedbare, constante rentevergoeding;</al></li><li nr="o."><al>Rentevisie: toekomstverwachting over de renteontwikkeling; de
                                    visie is gelijk aan die van de gemeentelijke huisbankier;</al></li><li nr="p."><al>Saldobeheer: het beheer van de dagelijkse saldi op de
                                    rekeningen;</al></li><li nr="q."><al>Solvabiliteit: verhouding tussen eigen vermogen en de schulden
                                    (vreemd vermogen);</al></li><li nr="r."><al>Solvabiliteitsratio van 0%: status die door een bancaire
                                    toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische
                                    Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen,
                                    IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een
                                    instelling kan worden toegekend;</al></li><li nr="s."><al>Treasuryfunctie: de treasuryfunctie omvat alle activiteiten die
                                    zich richten op:</al><lijst><li nr="-"><al>het besturen en beheersen van,</al></li><li nr="-"><al>het verantwoorden over,</al></li><li nr="-"><al>het toezicht houden op:</al><lijst><li nr="·"><al>de financiële vermogenswaarden, </al></li><li nr="·"><al>de financiële stromen, </al></li><li nr="·"><al>de financiële posities,</al></li><li nr="·"><al>de hieraan verbonden risico’s. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al> De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: </al><lijst><li nr="·"><al>Risicobeheer;</al></li><li nr="·"><al>Gemeentefinanciering; </al></li><li nr="·"><al>Kasbeheer; </al></li><li nr="·"><al>Debiteuren- en crediteurenbeheer;</al><lijst><li nr="t."><al>Uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van
                                            liquiditeiten aan derden onder voorwaarden die vooraf
                                            zijn overeengekomen. Kortlopende uitzettingen hebben
                                            betrekking op een periode tot één jaar; Langlopende
                                            uitzettingen gaan over een periode van één jaar of
                                            langer.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelstellingen van de treasuryfunctie</titel></kop><al>De treasuryfunctie dient tot:</al><lijst><li nr="1."><al>Het verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten
                                    tegen acceptabele condities.</al></li><li nr="2."><al>Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en
                                    (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals
                                    renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en
                                    liquiditeitsrisico’s.</al></li><li nr="3."><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en de externe
                                    kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                    posities.</al></li><li nr="4."><al>Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de
                                    Wet FIDO respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit
                                    treasurystatuut.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitgangspunten risicobeheer</titel></kop><al>Voor het risicobeheer zijn de volgende algemene uitgangspunten van
                            toepassing:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente verstrekt geen geldleningen.</al></li><li nr="2."><al>De gemeente verstrekt uitsluitend in samenwerking met de
                                    waarborgfondsen garanties uit hoofde van de publieke taak aan
                                    door de Gemeenteraad goedgekeurde sport- en zorginstellingen en
                                    aan woningbouwcorporaties; er wordt vooraf advies ingewonnen bij
                                    de diverse waarborgfondsen over de financiële positie en de
                                    kredietwaardigheid van de desbetreffende partij. </al></li><li nr="3."><al>In afwijking van de in lid 2 genoemde partijen kan met de
                                    plaatselijke stichting “Nut” een overeenkomst worden gesloten,
                                    waarbij als voorwaarde wordt gesteld dat deze stichting bereid
                                    moet zijn om aan meerdere Heerhugowaardse instellingen op
                                    sociaal maatschappelijk en sportief terrein geldleningen te
                                    verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>Op grond van artikel 7, lid 5 van de Financiële Verordening
                                    gemeente Heerhugowaard wordt bij het verstrekken van garanties
                                    groter dan € 50.000 de Gemeenteraad vooraf in de gelegenheid
                                    gesteld om zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken; dit is
                                    alleen van toepassing als het gaat om afzonderlijke
                                    verplichtingen die niet bij de vaststelling van de
                                    raadsbegroting zijn betrokken.</al></li><li nr="5."><al>De gemeente staat garant gedurende de looptijd van de geldlening
                                    voor maximaal 50% van de verplichtingen van een lening tot €
                                    250.000.</al></li><li nr="6."><al>Ter beoordeling voor het verstrekken van garanties geldt als
                                    toetsingscriterium dat het rentepercentage maximaal gelijk is
                                    aan de BNG-leningen met een rente voor vijf jaar vast.</al></li><li nr="7."><al>De gemeente kan middelen uitzetten wanneer die een prudent
                                    karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van
                                    inkomsten door het lopen van een overmatig risico. Het prudente
                                    karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door de
                                    richtlijnen en limieten van dit statuut.</al></li><li nr="8."><al>Het gebruik van financiële derivaten is toegestaan, maar wordt
                                    uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico's.
                                    Voordat een derivatentransactie wordt afgesloten, wint de
                                    gemeente op grond van een collegebesluit via de interne
                                    treasurycommissie het advies in van een onafhankelijk
                                    adviseur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet FIDO.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet FIDO.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nieuwe leningen / uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                                financiële positie, op de prognose van die positie en op de actuele
                                rentestand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Om renterisico’s te beperken en het renteresultaat te optimaliseren
                                wordt het aantrekken van externe financieringsmiddelen zoveel
                                mogelijk beperkt; primair worden de beschikbare interne
                                financieringsmiddelen gebruikt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rentevisie wordt verwoord in paragraaf D (Financiering) van de
                                jaarlijkse begroting en van de jaarstukken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden
                                van uitzettingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitzettingen worden alleen gedaan als de hoofdsom is
                                gegarandeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van
                                treasury door het uitsluitend hanteren van de volgende producten:
                                rekening courant, daggeld, deposito’s, commercial paper (CP),
                                certificates of deposit (CD), obligaties, medium term notes (MTN) en
                                garantieproducten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door de looptijd van de
                                uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitsprognose (zie artikel
                                7).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitzettingen van middelen gebeurt uitsluitend bij:</al><lijst><li nr="a."><al>Instellingen met een solvabiliteitsratio van 0% voor hun
                                            waardepapier;</al></li><li nr="b."><al> Bankinstellingen onder toezicht van De Nederlandsche
                                            Bank;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Uitzetting van middelen voor een periode van één jaar en korter
                                    bij de instellingen genoemd in lid 1 kan alleen onder de
                                    volgende voorwaarden om de kredietrisico’s te spreiden c.q. te
                                    beperken: </al></li></lijst><al>deze instellingen moeten voldoen:</al><lijst><li nr="-"><al>aan een minimale BIS-RATIO bij beleggingen zoals die hierna zijn
                                    gespecificeerd in lid 3 of </al></li><li nr="-"><al>aan de minimale kredietwaardigheidseis P-, F- of AAA-rating van
                                    één van de erkende ratingbureaus Moody’s, Standard &amp; Poors
                                    of Fitch IBCA.</al><lijst><li nr="3."><al>Bij het uitzetten van middelen bij de in lid 1 genoemde
                                            instellingen die voldoen aan de eisen in de voorgenoemde
                                            leden 1 en 2 gelden de volgende voorwaarden voor het
                                            minimale balanstotaal van de desbetreffende instelling
                                            en het daarbij vermelde maximale bedrag voor
                                            uitzetting:</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>Instelling minimaal</vet><vet> maximaal minimale
                            BIS-RATIO</vet></al><al><vet><onderstreept> Balanstotaal bedrag 1
                                    mnd.</onderstreept></vet><vet><onderstreept> 3
                                    mnd.</onderstreept></vet><vet><onderstreept> 6
                                    mnd.</onderstreept></vet><vet><onderstreept> 1
                                    jaar</onderstreept></vet></al><lijst><li nr="a."><al>Solvabiliteitsvrije instellingen </al><lijst><li nr="-"><al>Rijk, Provincies, Gemeenten n.v.t. onbeperkt 0% 0% 0%
                                            0%</al></li><li nr="-"><al>Instellingen 100% gegarandeerd</al></li></lijst></li></lijst><al> door het Rijk n.v.t. onbeperkt 0% 0% 0% 0%</al><al>b.Bankinstellingen onder toezicht </al><al>van de Nederlandse Bank € 50.000.000.000 € 15.000.000 9,0% 9,0% 9,0%
                            9,5%</al><al> € 10.000.000.000 € 10.000.000 9,0% 9,0% 9,5% 10,0%</al><al> € 5.000.000.000 € 6.000.000 9,5% 10,0% 10,5% 10,5%</al><al> € 2.500.000.000 € 5.000.000 10,0% 10,5% 10,5% 11,0%</al><al> € 1.000.000.000 € 4.000.000 10,5% 11,0% 11,5% 12,0%</al><al> € 500.000.000 € 3.000.000 11,0% 11,5% 12,0% --</al><al> € 200.000.000 € 2.000.000 12,0% 12,5% -- --</al><lijst><li nr="4."><al>Uitzetting van middelen voor een periode langer dan één jaar bij
                                    de instellingen genoemd in lid 1 kan alleen wanneer die
                                    instellingen voldoen aan de minimale kredietwaardigheideis van
                                    AAA-rating van één van de ratingbureaus die in lid 2 van dit
                                    artikel worden genoemd.</al></li><li nr="5."><al>Bij het uitzetten van middelen bij de in lid 1 genoemde
                                    instellingen die voldoen aan de eisen in lid 3 gelden de hierna
                                    vermelde voorwaarden voor het minimale balanstotaal van de
                                    desbetreffende instelling en het daarbij behorende maximale
                                    bedrag voor uitzetting:</al><al/></li></lijst><al><vet><onderstreept>Instelling</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                    minimaal balanstotaal</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                    maximaal bedrag</onderstreept></vet></al><al> Bankinstellingen onder toezicht € 50.000.000.000 € 15.000.000</al><al> van de Nederlandse Bank € 10.000.000.000 € 10.000.000</al><al> € 5.000.000.000 € 6.000.000</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intern liquiditieitsrisicobeheer</titel></kop><al>De gemeente beperkt de liquiditeitsrisico’s door haar
                            treasury-activiteiten te baseren op een planning voor de korte termijn
                            (looptijd tot één jaar) en op een planning van minimaal vier jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Valutarisicobeheer</titel></kop><al>Om valutarisico’s uit te sluiten worden uitsluitend leningen verstrekt,
                            afgesloten of gegarandeerd in de Europese geldeenheid: de Euro (€
                            ).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij het aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van één
                            jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>De middelen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening
                                    van de publieke taak.</al></li><li nr="2."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van
                                    financieringsmiddelen zijn: onderhandse leningen en medium term
                                    notes (MTN).</al></li><li nr="3."><al>Er worden voor het aantrekken van externe financieringsmiddelen
                                    offertes gevraagd bij minimaal twee instellingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Langlopende uitzettingen</titel></kop><al>Bij het tijdelijk uitzetten van middelen voor een periode van één jaar
                            en langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5
                                    en 6 van dit statuut genoemde voorwaarden.</al></li><li nr="2."><al>Er worden bij minimaal twee instellingen offertes gevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatiebeheer</titel></kop><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme
                            condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de
                            volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste één
                                    keer per vijf jaar beoordeeld.</al></li><li nr="2."><al>Bankrelaties dienen te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in
                                    artikel 6.</al></li><li nr="3."><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                    beleggingsinstellingen, effecteninstellingen en pensioenfondsen)
                                    dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen,
                                    zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer.</al></li><li nr="4."><al>Tussenpersonen moeten geregistreerd staan bij de Autoriteit
                                    Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar
                                    hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><al>De kosten van het geldstromenbeheer worden als volgt geminimaliseerd: </al><lijst><li nr="1."><al>Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de interne
                                    geldstromen op elkaar en op de liquiditeitsprognose af te
                                    stemmen. Er wordt op toegezien dat die positie voldoende is om
                                    te garanderen dat de verplichtingen die zijn aangegaan, tijdig
                                    kunnen worden nagekomen.</al></li><li nr="2."><al>Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch
                                    uitgevoerd door één bank.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Saldo- en liquiditeitenbeheer</titel></kop><al>Voor het saldo- en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke
                            richtlijnen:</al><lijst><li nr="1."><al>Er wordt gestreefd naar concentratie van de liquiditeiten binnen
                                    één rentecompensatie-circuit bij de bank met de meest gunstige
                                    condities.</al></li><li nr="2."><al>Bij het ontstaan van een (toekomstige) liquiditeitsbehoefte kan
                                    de gemeente kortlopende middelen aantrekken tot maximaal de
                                    kasgeldlimiet (artikel 4 lid 1).</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten voor het aantrekken van kortlopende
                                    middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet in de
                                    rekening courantrekening(en).</al></li><li nr="4."><al>Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een
                                    periode korter dan één jaar zijn de
                                    rekening-courantrekening(en), daggeld, deposito’s, commercial
                                    papers en certificates of deposit.</al></li><li nr="5."><al>Bij het extern uitzetten van gelden voor één jaar of korter
                                    gelden onverkort de bepalingen in artikel 6 van dit
                                    statuut.</al></li><li nr="6."><al>Bij het aantrekken of uitzetten van middelen worden offertes
                                    gevraagd bij minimaal twee instellingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit statuut treedt in werking per 1 januari 2009.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Memorie van toelichting</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Per 1 januari 2001 is de Wet Financiering decentrale overheden (Wet
                            FIDO) ingevoerd. In deze wet zijn de kaders gesteld voor een
                            verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de
                            treasuryfunctie van decentrale overheden. Deze functie wordt als volgt
                            gedefinieerd: </al><al><cursief>het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het
                                toezicht houden op:</cursief><cursief>de financiële
                                vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities
                                en </cursief><cursief>de hieraan verbonden risico’s.</cursief></al><al>Als gevolg van deze wet FIDO is door de Gemeenteraad het Treasurystatuut
                            2003 vastgesteld; dat statuut is per 1 januari 2004 in werking getreden. </al><al>Het voornemen van het Kabinet is om een aantal wijzigingen van de Wet
                            FIDO in te voeren per een nog bij Koninklijk besluit te bepalen
                            tijdstip. Het voorstel daarover is op 2 oktober 2008 zonder
                            beraadslaging en zonder stemming aangenomen door de Tweede Kamer. De
                            Eerste Kamer heeft het voorstel op 28 oktober 2008 als hamerstuk
                            afgedaan.</al><al>De wijzigingsvoorstellen gaan zowel over min of meer technische
                            wijzigingen van voorwaarden voor lenen en uitzetten als over drie
                            bestuurlijk gevoeligere onderwerpen:</al><lijst><li nr="-"><al>een verbod op hypotheekverstrekking aan het eigen personeel en
                                    aan politieke ambtsdragers; dit verbod geldt voor nieuwe
                                    hypotheken en ook voor garanties door openbare lichamen van
                                    dergelijke leningen.</al></li><li nr="-"><al>het ongewijzigd laten van het verlenen van sociaal krediet.</al></li><li nr="-"><al>het verder beheersen van het EMU-saldo: de minister van
                                    Financiën kan beheersingsmaatregelen nemen &gt; hij kan bij
                                    wijze van ultimum remedium het aandeel van de decentrale
                                    overheden of overheidslagen in een eventuele Europese EMU-boete
                                    vaststellen na voorafgaande bestuurlijk overleg; een dergelijke
                                    boete zal geen “dubbele” effecten mogen hebben op de accressen
                                    van het provincie- en gemeentefonds.</al></li></lijst><al>Het is ook van belang om ons statuut op de praktische werking te
                            beschouwen. Realiteit is dat het statuut van 2003 bestaat uit een
                            beleidsdeel en uit een beheersdeel. Vanuit de kaderstellende functie van
                            de Gemeenteraad hoort het beheersdeel dan in feite geen onderdeel meer
                            te zijn van een door de raad vast te stellen (actualisering van een)
                            statuut. </al><al>In artikel 212 van de Gemeentewet (de basis voor de Financiële
                            Verordening) is aan de Raad de bevoegdheid toegekend om kaders te
                            stellen voor het beheer van de financiële functie. In de memorie van
                            toelichting op artikel 160 van die wet staat dat het beheer van de
                            administratieve organisatie (A.O.) van de gemeente een bevoegdheid is
                            van het College van Burgemeester en Wethouders. Het is de bedoeling om
                            artikel 212 lid c van die wet nu zo te wijzigen dat de regels over de
                            A.O. van de financieringsfunctie niet langer in de Financiële
                            Verordening i.c. het treasurystatuut moeten worden opgenomen.</al><al>In het beheersdeel komen de administratieve organisatie en interne
                            controle van de treasuryfunctie aan de orde. Het accent ligt op de
                            eenduidigheid over de verdeling van de taken, bevoegdheden en
                            verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor
                            de informatie die nodig is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar
                            te maken en te houden. </al><al>De actualisering van dat beheersdeel is daarom niet meer opgenomen in
                            het nu voorgelegde statuut (dat deel ligt overigens wel voor uw raad ter
                            inzage). </al><al>Dat heeft als bijkomend voordeel dat zo nodig via een snelle aanpak dat
                            deel kan worden geactualiseerd. Wanneer er sprake is (geweest) van zo’n
                            actualisering, dan wordt uw raad daarover geïnformeerd (om praktische
                            redenen wellicht via uw raadscommissie). </al><al>Als gevolg van wetgeving (de Wet FIDO en het BBV) zijn er twee
                            instrumenten op het gebied van treasury: </al><lijst><li nr="-"><al>het <cursief>treasurystatuut; </cursief>daarin is de
                                    ‘beleidsmatige infrastructuur’ van de treasuryfunctie vastgelegd
                                    in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en
                                    limieten; het statuut maakt een objectieve en transparante
                                    verantwoording vooraf en achteraf mogelijk; </al></li><li nr="-"><al><cursief>de jaarlijkse – verplichte –
                                        </cursief><cursief>treasuryparagraaf </cursief>(paragraaf D:
                                    Financiering)in de begroting en in de jaarstukken;
                                    hierin komen de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de
                                    uitvoering van het beleid op het gebied van treasury aan de
                                    orde. </al></li></lijst><al>In dit statuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen
                            van de treasuryfunctie geformuleerd. Die worden vervolgens
                            geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: </al><lijst><li nr="-"><al>risicobeheer, </al></li><li nr="-"><al>gemeentefinanciering </al></li><li nr="-"><al>kasbeheer. </al></li></lijst><al>In deze Memorie van Toelichting worden, waar nodig, de in het
                            treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht. </al><al/><al>T<vet>oelichting per (deel van een) artikel </vet></al><al>Artikel 2 lid 1 </al><al>In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de gemeente
                            ‘duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele
                            condities’. Gewaarborgd moet zijn dat de gemeente duurzaam in staat is
                            de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar
                            overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij
                            banken). De condities die daarbij worden bedongen, moeten op het
                            desbetreffende moment acceptabel (tenminste marktconform) zijn.</al><al>Artikel 2 lid 2 </al><al>De gemeente loopt op de volgende terreinen financiële risico’s: rente,
                            koers, krediet, interne liquiditeit en valuta. Het is de taak van de
                            treasury om dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken.
                            De artikelen 4 tot en met 8 gaan over de manier waarop dit gebeurt.</al><al>Artikel 2 lid 3 </al><al>De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het zo efficiënt
                            mogelijk uitvoeren (minimaliseren van de kosten) van het beheer van de
                            geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan o.a. uit
                            rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. </al><al>Artikel 2 lid 4 </al><al>De bedoeling is om de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat
                            er geen middelen onbenut blijven, maar dat gestreefd wordt naar zo hoog
                            mogelijke rentebaten c.q. zo laag mogelijk rentelasten, zonder dat
                            daarbij overmatige risico’s worden gelopen. </al><al>De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij
                            het beheersen en beperken van financiële risico’s; de functie is immers
                            niet winstgericht (‘profit center’). </al><al>Artikel 3 </al><al>De Wet FIDO geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten voor
                            treasury. Dit betreft enerzijds de ‘publieke taak’ waarvoor leningen en
                            garanties dienen en anderzijds het prudente karakter van (overige)
                            uitzettingen. Er is dus een specifiek onderscheid tussen het verstrekken
                            van leningen ‘uit hoofde van de publieke taak’ en het uitzetten van
                            middelen ‘uit hoofde van treasury’.</al><al>De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van <onderstreept>leningen
                                en garanties uit hoofde van de publieke taak</onderstreept>. Hiermee
                            wordt recht gedaan aan de eigen verantwoordelijkheid van openbare
                            lichamen over de afbakening van die publieke taak en de wettelijke
                            taakomschrijving. </al><al>Artikel 3 lid 1 </al><al>Beleid is om geen geldleningen te verstrekken aan derden. Dit beleid is
                            ook vastgelegd in dit statuut. </al><al>Artikel 3 lid 2 </al><al>Ons beleid is om onder bepaalde voorwaarden garanties te verstrekken. In
                            2002 is dit beleid aangescherpt. In samenwerking met de diverse
                            waarborgfondsen worden rente- en aflossingsverplichtingen van
                            geldleningen gegarandeerd. Afhankelijk van de instelling voor wie de
                            gemeente bereid is garant te staan, wordt aan het desbetreffende
                            waarborgfonds advies gevraagd. Deze fondsen toetsen de aanvraag op onder
                            meer:</al><lijst><li nr="-"><al>sporttechnische aspecten;</al></li><li nr="-"><al>het investerings- en financieringsplan;</al></li><li nr="-"><al>de financiële gegevens;</al></li><li nr="-"><al>de meerjarenbegroting.</al></li></lijst><al>Op basis van het advies van het waarborgfonds wordt een besluit genomen;
                            daarbij worden o.a. de financieringsvoorwaarden en de mogelijke
                            implicaties voor de totale financiële positie van de gemeente betrokken. </al><al>Artikel 3 lid 4 tot en met 6 </al><al>Via diverse separate besluiten in 1992, 2000 en 2002 zijn door de
                            Gemeenteraad de kaders voor het verstrekken van garanties vastgesteld.
                            Deze kaders staan in dit statuut. </al><al>Artikel 3 lid 7</al><al>Conform de Wet FIDO moeten <onderstreept>uitzettingen ‘uit hoofde van
                                treasury’</onderstreept> (zie toelichting artikel 3 lid 1) een
                            prudent karakter hebben. </al><al>In de wet en in de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip
                            ‘prudent’ nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met
                            als oogmerk om die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst
                            te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (artikel 2 lid 2 van de wet
                            en de memorie van toelichting op die wet). Bankachtige activiteiten –
                            het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van
                            inkomsten – zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen
                            en limieten van dit statuut vallen binnen de kaders van de Wet
                            FIDO.</al><al>De limieten en richtlijnen van dit statuut zijn specifiek geformuleerd
                            om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury te
                            garanderen; deze hebben derhalve géén betrekking op (eventueel)
                            verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de ‘publieke taak’ van
                            de gemeente .</al><al>Artikel 3 lid 8 </al><al>Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een
                            bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed
                            toepassingsgebied en worden o.a. gebruikt om renterisico’s te sturen en
                            financieringskosten te minimaliseren. De wet stelt dat derivaten
                            uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s. </al><al>Artikel 4 lid 1 </al><al>Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-)
                            rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente.</al><al>Een belangrijk uitgangspunt van de wet is het vermijden van grote
                            fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Om een grens te
                            stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één
                            jaar) is in de wet de zogenaamde kasgeldlimiet opgenomen. Het
                            renterisico kan met name voor korte financiering aanzienlijk zijn, omdat
                            rentefluctuaties bij zo’n financiering</al><al>direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. </al><al>De kasgeldlimiet is een percentage van het totaal van de primaire
                            begroting. </al><al>Artikel 4 lid 2 </al><al>Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s
                            bij herfinanciering. De norm is vanaf de wijziging per 1 januari 2009
                            een vastgesteld percentage (20%) van het begrotingstotaal. </al><al>Deze norm is tot en met 2008 gebaseerd op realisatiegegevens; dat is
                            minder effectief als sturingsinstrument voor het beoogde
                            financieringsgedrag. In de wetswijziging wordt voorgesteld om het
                            renterisico te bepalen voor de komende vier jaar en om de norm te
                            relateren aan het desbetreffende begrotingsjaar. Tot en met 2008 was de
                            norm gekoppeld aan “<onderstreept>de vaste schuld</onderstreept>”. Door
                            de relatie met de begroting kan, wanneer die schuld lager is dan het
                            begrotingstotaal, de spreidingsduur van de financiering korter worden.
                            Als die schuld groter is, dan neemt de spreidingsduur naar verwachting
                            toe. De wetgever verwacht dat dit geen probleem is omdat gemeenten met
                            relatief grote vaste schulden al voor een langere spreiding zullen
                            hebben gekozen.</al><al>Artikel 4 lid 3 </al><al>Afstemming op de financiële positie en de prognose is bedoeld om
                            middelen te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat die echt
                            nodig respectievelijk beschikbaar zijn.</al><al>Artikel 4 lid 5 </al><al>Een rentevisie is een verwachting over de renteontwikkeling; op basis
                            daarvan wordt een financiering- en beleggingsbeleid gevoerd. Daarvoor
                            wordt gebruik gemaakt van gezaghebbende financiële instellingen,
                            waaronder de huisbankier. </al><al>Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld dat de
                            financiering van complexe investeringsprojecten worden gebaseerd op
                            actuele prognoses. </al><al>De rentevisie van de gemeente is die van onze huisbankier (Bank
                            Nederlandse Gemeenten).</al><al>Artikel 4 lid 6 </al><al>Door spreiding aan te brengen in de periode dat de rente van een
                            uitzetting vast is, wordt de invloed van een rentedaling op de
                            renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts
                            mogelijk als uit de liquiditeitsprognose blijkt dat middelen gedurende
                            een langere periode beschikbaar zijn. </al><al>Artikel 5 lid 1 </al><al>De provinciaal toezichthouder heeft bij brief van 13 maart 2002
                            voorgeschreven dat er alleen bij volledige garantie van terugbetaling
                            van de hoofdsom uitzettingen mogen worden gedaan.</al><al>Artikel 5 lid 2 </al><al>Bij het uitzetten van gelden via rekening courant, daggeld of deposito’s
                            worden <onderstreept>geen</onderstreept> koersrisico’s gelopen. Het kan
                            bij dergelijke producten echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden
                            beperkt zijn (in het bijzonder bij deposito’s). Certificates of deposit,
                            commercial papers, obligaties en medium term notes zijn vastrentende
                            waarden die (tussentijds) verhandelbaar zijn. Bij tussentijdse verkoop
                            kunnen koersrisico’s worden gelopen. Als deze waarden tot het einde van
                            hun looptijd worden aangehouden, dan wordt minimaal de nominale waarde
                            en de vooraf overeengekomen (minimale) rente uitgekeerd. </al><al>Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de uitgevende
                            (financiële) instelling garandeert dat op de
                                <cursief>afloopdatum</cursief> (een bepaald percentage van) de
                            hoofdsom wordt uitgekeerd. Garantieproducten keren vaak minder of geen
                            rente uit en bieden in plaats daarvan bijvoorbeeld een rendement dat
                            gebaseerd is op een aandelenindex (zoals de AEX-index).
                            Garantieproducten waarbij minder dan 100% van de hoofdsom wordt
                            gegarandeerd zijn expliciet wettelijk niet toegestaan. Bij deze
                            producten wordt vaak alleen de hoofdsom gegarandeerd. Omdat de reële
                            waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan verminderen,
                            verdient het aanbeveling om bij een langere looptijd naast een
                            hoofdsomgarantie een minimaal rendement (bijv. ter hoogte van het
                            inflatieniveau) te eisen.</al><al>Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente staan
                            in dit statuut geen richtlijnen voor producten. Het is van belang dat de
                            Gemeenteraad bepaalt dat de desbetreffende uitzetting tot de ‘publieke
                            taak’ hoort. In dit kader is het bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen
                            in de vorm van aandelen tot de publieke taak behoren. </al><al>Artikel 5 lid 3 </al><al>Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als de
                            organisatie in een vastrentend product heeft belegd maar - wegens
                            wijziging in de liquiditeitsprognose - voor de afloopdatum die
                            uitzetting moet verkopen, dan wordt niet 100% van de hoofdsom
                            uitbetaald, maar de actuele waarde van de uitzetting. Die waarde is
                            afhankelijk van de rente en van de resterende looptijd. Om deze risico’s
                            zoveel mogelijk te beperken stemt de gemeente de looptijd van de
                            uitzetting af op de liquiditeitsprognose.</al><al>Artikel 6 </al><al>Ter beperking van kredietrisico’s staan in dit artikel richtlijnen voor
                            de minimale kredietwaardigheid van de partijen waarbij de gemeente
                            middelen kan uitzetten of beleggen. Daarnaast worden voorwaarden gesteld
                            aan de relatie tussen het minimale balanstotaal van de desbetreffende
                            instelling en het daarbij behorende maximale bedrag voor
                            uitzetting.</al><al>Een (credit-)rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een
                            instelling. Die wordt voor zowel de korte als de lange termijn toegekend
                            door gerenommeerde rating ‘agencies’ als Standard &amp; Poor’s, Moody’s
                            en Fitch IBCA. </al><al>De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard &amp; Poor’s en Fitch
                            IBCA vermeld met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van
                            hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met
                            letters B, C en D. Een A-rating staat voor “zeer kredietwaardig”. AA
                            staat ook voor zeer kredietwaardig maar de veiligheidsmarge is niet zo
                            hoog als bij de AAA-categorie. De indeling AAA komt overeen met “extreem
                            kredietwaardig”. </al><al>Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een ‘solvabiliteitsvrije status’)
                            is een status die door een bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat
                            (bijv. De Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van
                            een instelling. Dat betekent dat een bank voor het desbetreffende papier
                            geen reserves (0%) hoeft aan te houden. Die status wordt onder meer
                            toegekend aan papier dat is uitgegeven of gegarandeerd door (centrale)
                            overheden. De gemeente kan dus bij andere overheden geld uitzetten of
                            beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals
                            door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw gewaarborgde leningen van
                            woningbouwcorporaties).</al><al>Aangezien niet alle financiële instellingen over een rating beschikken,
                            terwijl ze wel voldoende kredietwaardig kunnen zijn (minimaal
                            vergelijkbaar met een A-rating), biedt de Wet FIDO de mogelijkheid om
                            ook bij die financiële instellingengeld uit te zetten. Dat is toegestaan
                            mits dit op een transparante wijze gebeurt. Voorop staat dat deze
                            transparantie aan de gemeentelijke controleorganen inzicht biedt en
                            daarmee een belangrijk mechanisme vormt om ervoor te zorgen dat kritisch
                            wordt omgegaan met dergelijke financiële instellingen (aldus de
                            toelichting op de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale
                            overheden). </al><al>Kredietrisico’s kunnen worden verminderd wanneer bij uitzettingen
                            rekening wordt gehouden met de kredietwaardigheid van de desbetreffende
                            financiële instellingen. </al><al>Het gaat hier specifiek om de <cursief>geldnemer; </cursief>dat hoeft
                            niet dezelfde te zijn als de instelling waar het desbetreffende product
                            in portefeuille wordt gehouden: bij het kopen van een staatsobligatie
                            via een bank is de Nederlandse Staat de geldnemer en niet de
                            desbetreffende bank.</al><al>Artikel 7 </al><al>Interne liquiditeitsrisico’s doen zich o.a. voor wanneer middelen voor
                            een bepaalde periode zijn uitgezet en gedurende de looptijd daarvan
                            blijkt dat (een deel van) die middelen (onverwacht) nodig (is) zijn. Dit
                            kan tot gevolg hebben dat tijdelijk een lening moet worden afgesloten
                            (de uitzettingen kunnen vast staan in een deposito) of dat tussentijds
                            een uitzetting moet worden verkocht (een obligatie). Dit kan in beide
                            gevallen negatieve gevolgen hebben voor de financiële resultaten. </al><al>Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële
                            transacties op een liquiditeitsprognose. Daarin zijn de organisatiebrede
                            toekomstige inkomsten en uitgaven opgenomen. Om aansluiting te hebben
                            met de meerjarige investeringsplanning gaat die prognose minimaal over
                            een periode van vier jaar (conform artikel 22 van het BBV: het
                            begrotingsjaar en drie daarop volgende jaren).</al><al>In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige
                            liquiditeitsprognose niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente
                            onzekerheden die zijn verbonden aan de gemeentelijke activiteiten en met
                            mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat de
                            afdeling die zich bezighoudt met treasury, vanuit alle disciplines in de
                            organisatie juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd over de lopende
                            en toekomstige financiële gevolgen.</al><al>Artikel 9 lid 1 </al><al>Dit artikel is gebaseerd op artikel 2 van de wet FIDO: het aantrekken
                            van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is
                            nadrukkelijk niet toegestaan. </al><al>Artikel 9 lid 2 </al><al>Onderhandse geldleningenzijn leningen waarvan de voorwaarden
                            in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden
                            vastgesteld. </al><al>Een Medium Term Note (MTN) is een verhandelbare schuldbekentenis aan
                            toonder met een minimumlooptijd van twee jaar. Het is een beleggingsvorm
                            voor grote(re) bedragen door instellingen en bedrijven die regelmatig
                            actief zijn op de geldmarkt. </al><al>Artikel 9 lid 3 </al><al>Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te
                            waarborgen, voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies,
                            (boete-)clausules bij vervroegde aflossing. Via het opvragen van
                            meerdere offertes wordt bereikt dat er een objectief beeld is van de
                            gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten op het
                            moment van afsluiten van overeenkomsten van geldlening. </al><al>Artikel 10 lid 2 </al><al>Deze richtlijn is vrijwel gelijk aan die van artikel 9 lid 3 met dien
                            verstande dat het nu gaat om het <onderstreept>uitzetten</onderstreept>
                            van financieringsmiddelen. Het artikel is bedoeld om de
                            marktconformiteit van uitzettingen te waarborgen, voor bijv. het
                            effectieve rendement, de hoogte van transactiekosten etc. </al><al>Artikel 11 lid 1 </al><al>Om structuur aan te brengen in de momenten waarop de beoordeling van
                            bankrelaties plaats heeft, is opgenomen dat deze beoordeling minimaal
                            eens in de vijf jaar plaats moet hebben.</al><al>Artikel 11 lid 4 </al><al>Tussenpersonen zijn intermediair bij het afsluiten van financiële
                            transacties en vallen niet onder het begrip ‘tegenpartijen’. De
                            vereisten van lid 2 gelden daarom niet voor tussenpersonen. Om dit te
                            ondervangen is de eis dat tussenpersonen onder toezicht van de
                            Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan en daarvan een vergunning als
                            makelaar hebben.</al><al>Artikel 11 lid 5 </al><al>Bij gelijkwaardige aanbiedingen gaat de voorkeur uit naar bankrelaties,
                            dan welproducten van bankrelaties, die zich richten op een duurzame
                            samenleving.</al><al>Artikel 12 lid 1 </al><al>Het beheer van geldstromen gaat met name om het zorgen voor een
                            efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar
                            worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op de verwachte
                            ontvangsten. Zo wordt voorkomen dat tijdelijk middelen moeten worden
                            aangetrokken (c. q. dat het uitzetten van middelen niet wordt verlengd)
                            om te voorzien in de liquiditeitsbehoefte.</al><al>Artikel 12 lid 2 </al><al>Het uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft
                            efficiencyvoordelen: de kosten van het overboeken van middelen tussen
                            verschillende banken worden vermeden en de omgang van treasury kan
                            beperkt blijven tot de ontwikkeling van het saldo op één bankrekening
                            i.c. die van de huisbankier. </al><al>Artikel 13 lid 1 </al><al>Het beheer van saldi en liquiditeiten gaat over de dagelijkse saldi op
                            de rekeningen(-courant). In de praktijk worden diverse rekeningen bij
                            één bank aangehouden. Om de noodzaak tot interne overboekingen te
                            beperken, worden die rekeningen opgenomen in een zogenaamd
                                <cursief>rentecompensatiecircuit</cursief>. Datis een
                            systeem waarbij de (valutaire) debet- en creditsaldi van alle rekeningen
                            van een klant worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo waarover de
                            rente wordt berekend.</al><al>Artikel 13 lid 3 </al><al>Naast de algemeen bekende rekening courant zijn er de volgende korte
                            termijn financieringsinstrumenten: </al><lijst><li nr="-"><al>daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor opgenomen of
                                    uitgezette middelen voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd
                                    kunnen worden. </al></li><li nr="-"><al>kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast
                                    bedrag en voor een vaste periode (van maximaal twee jaar) tegen
                                    een vooraf overeengekomen rentepercentage. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Beheersdeel</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Administratieve organisatie en interne controle</vet></al><al><vet>Algemeen:</vet></al><al>Bijlage 1 bij dit beheersdeel gaat over de procedure voor het aantrekken
                            en uitzetten van geld. Die bijlage is een onlosmakelijk document van dit
                            beheersdeel.</al><al><vet>A.</vet><vet> Uitgangspunten </vet><vet>administratieve organisatie
                                en interne controle</vet></al><al>Artikel 1</al><al>Van de treasuryfunctie zijn de volgende algemene uitgangspunten op het
                            gebied van administratieve organisatie en interne controle van
                            toepassing: </al><lijst><li nr="1."><al>De verantwoordelijkheden van de treasuryactiviteiten zijn op
                                    éénduidige wijze schriftelijk vastgelegd.</al></li><li nr="2."><al>De bevoegdheden liggen via delegatie en mandaat eveneens
                                    schriftelijk vast.</al></li><li nr="3."><al>Bij de activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als
                                    belangrijkste voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>iedere transactie wordt door minimaal twee
                                            functionarissen geautoriseerd (het
                                            vier-ogen-principe);</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering en de controle geschiedt door
                                            afzonderlijke functionarissen;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering en de registratie in de financiële
                                            administratie geschiedt door afzonderlijke
                                            functionarissen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Gewaarborgd wordt dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;</al></li><li nr="-"><al>de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden
                                            uitgevoerd en bijgestuurd;</al></li><li nr="-"><al>de risico’s kunnen worden beheerst;</al></li><li nr="-"><al>de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de
                                            informatie verzekerd is.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Tegenpartijen moeten de bevestigingen van iedere transactie naar
                                    de gemeente sturen zonder tussenkomst van de personen die
                                    bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties.</al></li><li nr="6."><al>Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de
                                    functionaris die de transactie heeft afgesloten.</al></li><li nr="7."><al>Na ontvangst van de bevestiging wordt die transactie direct
                                    gecontroleerd door de functionaris die is belast met de interne
                                    controle.</al></li></lijst><al><vet>B.</vet><vet> Verantwoordelijkheden</vet></al><al>Artikel 2</al><al>De verantwoordelijkheden voor de gemeentelijke treasuryfunctie staan in
                            de volgende tabellen. </al><al/><al><vet>BESTUURLIJK NIVEAU</vet></al><al><vet>Bevoegd orgaan</vet><vet>, Soort functie,</vet><vet>
                                Verantwoordelijkheden:</vet></al><al><vet>Gemeenteraad</vet>Autorisatie en controle Het
                            vaststellen van de treasurydoelstellingen, het beleid, de beleidskaders
                            en de limieten. </al><al>Het vaststellen van de paragraaf “Financiering” in de raadsbegroting en
                            in de jaarstukken. Het toezicht houden op het beleid en op de
                            uitvoering.</al><al>Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het
                            beleid. </al><al>Het uitvoeren van de niet aan het College van Burgemeester en Wethouders
                            overgedragen activiteiten.</al><al><vet>Treasurycommissie </vet>Adviserend Het adviseren en
                            rapporteren aan het College van B&amp;W over het (eventueel bijstellen
                            van) het beleid.</al><al><vet>College van B&amp;W</vet> Beheertechnisch, bedrijfseconomisch
                            en verantwoording. Het uitvoeren van het beleid (formele
                            verantwoordelijkheid). Het bekrachtigen van de afgesloten transacties. </al><al>Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het
                            beleid.</al><al>Het vaststellen van de bestuurlijke documenten over treasury. </al><al>Het kennis nemen van de verplichte rapportages aan derden.</al><al><vet>Portefeuillehouder </vet><vet>Financien</vet> Uitvoerend
                            (bestuurlijk verantwoordelijk)Het uitvoeren van het beleid en voorzitter
                            van de treasurycommissie </al><al/><al><vet>AMBTELIJK NIVEAU</vet></al><al><vet><onderstreept>Bevoegdheid</onderstreept></vet><vet><onderstreept>,
                                    Taken,</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                    Verantwoordelijkheden</onderstreept></vet>:</al><al><vet>Concerncontroller</vet> Voorwaardenscheppend n toetsend. Het
                            adviseren over de kaders (ontwikkelingen in wet- en regelgeving) en
                            implementatie in brede zin (administratieve organisatie, planning en
                            control).</al><al>Het (laten) opstellen van administratieve richtlijnen voor het
                            bestuurlijke budgetcyclische document. Het aangeven welke informatie
                            voor een verantwoord beheer beschikbaar moet zijn en wie over die </al><al>informatie moet beschikken. Het bewaken van de kwaliteit van de
                            processen. Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de
                            informatievoorziening over treasury en het hierover (laten) rapporteren
                            aan het College van B&amp;W. Het periodiek (laten) controleren of het
                            gevoerde beleid voldoet aan de vastgestelde richtlijnen, limieten
                            e.d.</al><al><vet>Medewerker afd. FD. </vet>Control. Het uitvoeren van de
                            interne controle achteraf op de transacties en het rapporteren hierover
                            aan de concerncontroller. Het afleggen van verantwoording aan de
                            concerncontroller over de uitvoering van zijn activiteiten.</al><al><vet>Hoofd afdeling FD. </vet>Eindverantwoordelijkheid. Formeel
                            eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, </al><al>kwantiteit en informatie in de Raadsbegroting, het </al><al>sectorplan, de periodieke rapportages en in de </al><al>Jaarstukken.</al><al>Het rapporteren en afleggen van verantwoording aan </al><al>het College van B&amp;W over de uitvoering van beleid en </al><al>beheer.</al><al><vet>Hoofd afdeling FD. </vet>Adviserend en uitvoerend. Het
                            uitvoeren van de aan hem gemandateerde activiteiten conform het statuut
                            en het vastgestelde </al><al>beleid. Het rapporteren en adviseren over de doelmatigheid, </al><al>de effectiviteit en het afleggen van verantwoording </al><al>over de uitvoering van het beheer en beleid aan de </al><al>concerncontroller. Beschikkend. Het besluiten tot het afsluiten van
                            leningen ug/og; Het beleggen van geldmiddelen.</al><al><vet>Medewerker(s) team. Budgetcyclus afd. FD.
                            </vet>Uitvoerend/adviserend. Het uitvoeren van de activiteiten
                            conform het statuut van de volgende deelfuncties:</al><lijst><li nr="-"><al>het risicobeheer;</al></li><li nr="-"><al>financiering, uitzetting en relatiebeheer; </al></li><li nr="-"><al>kasbeheer.</al></li></lijst><al>Het opstellen en actueel houden van de liquiditeits prognose.</al><al>Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit de vermelde
                            deelfuncties. Het controleren van de bevestiging van de transactie op
                            volledigheid en overeenstemming met de voorwaarden.</al><al>Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en
                            liquiditeitenbeheer. Het beheer van de geldstromen.</al><al>Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige
                            financiële instellingen. Het schriftelijk vastleggen van de transacties
                            en het informeren van / doorgeven aan het hoofd van de afdeling FD en
                            aan de concerncontroller (via een afschrift). Het opstellen van
                            beleidsvoorstellen.</al><al>Het adviseren van de budgethouders over de financiële gevolgen voor
                            treasury van hun activiteiten en projecten. Het aanleveren van tijdige,
                            volledige en betrouwbare gegevens voor de treasury administratie.</al><al>Het afleggen van verantwoording aan zijn afdelingshoofd over de
                            uitvoering van de gemandateerde activiteiten. Het opstellen van de
                            verplichte rapportages aan derden.</al><al><vet>Kassier</vet>. Registrerend. Het overboeken van
                            saldi tussen bankrekeningen.</al><al>Het afhandelen en bewaken van het
                            contante en girale betalingsverkeer.</al><al>Het rapporteren aan het afdelingshoofd over de uitvoering van de
                            gemandateerde activiteiten.</al><al><vet>Medewerker clus</vet><vet>ter </vet><vet>Registratie afdeling FD.
                            </vet>Administrerend. Het vastleggen van uitgevoerde besluiten in de
                            administratie en het aanleveren van benodigde informatie aan
                            het afdelingshoofd.</al><al><vet>Afdelingshoofden en budgethouders. </vet>Uitvoerend. Het
                            zorgen voor het tijdig aanleveren van prognoses en betrouwbare
                            operationele</al><al>informatie over toekomstige geldstromen, positie en risico
                            (liquiditeitsprognose) aan de medewerker(s) team budgetcyclus van de
                            afdeling FD. Het verstrekken van informatie over - mogelijke – </al><al>gevolgen van budgetbeheer aan de medewerker(s) team budgetcyclus van
                            afdeling FD. Hiervoor kan eventueel ondersteuning worden gevraagd aan
                            een sectoradviseur van datzelfde team. Het fiatteren van betalingen en
                            ontvangsten ten laste c.q. ten gunste van de budgetten van de
                            budgethouders.</al><al><vet>Sectoradviseurs</vet>. Adviserend. Het adviseren van de
                            budgethouders over de te en toetsend verwachten gevolgen van het
                            gevoerde </al><al>budgetbeheer en de financiële planning. Het zorgen voor een goede
                            kwaliteit van de informatie over uitgaven, ontvangsten en verplichtingen
                            die door </al><al>de budgethouder moet worden verstrekt aan de medewerker(s) Budgetcyclus. </al><al><vet>DERDEN</vet></al><al><vet><onderstreept>Bevoegdheid</onderstreept></vet><vet><onderstreept>Taken</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                    Verantwoordelijkheden</onderstreept></vet></al><al><vet>Accountant; </vet>Controlerend t.b.v.: Het als
                            onderdeel van zijn taak, functie </al><lijst><li nr="-"><al>tussentijdse rapportage en positie controleren van het
                                    uitgevoerde </al><al> aan College van B&amp;W; treasurybeheer en, waar nodig,
                                    adviseren</al></li><li nr="-"><al>Rapport van Bevindingen over dat beheer.</al><al> aan de Gemeenteraad. Het controleren van de kwaliteit van de </al><al> treausy werkzaamheden.</al></li></lijst><al><vet>C</vet><vet> Bevoegdheden</vet></al><al>Artikel 3.</al><al>In onderstaande tabel staan de bevoegdheden over de treasuryactiviteiten
                            met de daarbij benodigde fiattering.</al><al/><al><vet><onderstreept>Onderwerp</onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                    Bevoegd
                                    </onderstreept></vet><vet><onderstreept>
                                    Autorisatie door</onderstreept></vet></al><al><vet><cursief>Saldo-, liquiditeiten- en
                                    </cursief></vet><vet><cursief>geldstromenbeheer</cursief></vet></al><al>1.Het uitzetten van middelen via allgeld en deposito tot en met 10 mln.
                            Medewerker budgetcyclus. Hoofd Financiële Dienstverlening (hierna hoofd
                            FD) </al><al>2.Het uitzetten van middelen via callgeld en deposito vanaf 10 mln.</al><al>Hoofd FD. College van B&amp;W</al><al>3.Het aantrekken van middelen via call- of kasgeld. Medewerker
                            budgetcyclus. Hoofd FD. </al><al>4.Betalingsopdrachten voorbereiden. Medewerker budgetcyclus. Hoofd
                            F</al><al>5.Betalingsopdrachten versturen1. Medewerker administratie. Hoofd
                            FDD.</al><al><vet><cursief>Bankrelatiebeheer</cursief></vet></al><lijst><li nr="6."><al>Bankrekeningen openen, sluiten. Medewerker budgetcyclus. College
                                    van B&amp;W </al></li><li nr="7."><al>Bankcondities en tarieven. Hoofd FD. College van B&amp;W</al></li></lijst><al>afspreken. </al><al><vet><cursief>Risicobeheer</cursief></vet></al><al>8.Het afsluiten van derivatentransacties. Medewerker budgetcyclus. Hoofd
                            FD.</al><al><vet><cursief>Financiering en uitzetting</cursief></vet></al><al>9.Het vaststellen van kredietfaciliteiten. Hoofd FD. College van
                            B&amp;W.</al><al>10.Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen en Medium Term
                            Notes (MTN's) zoals bedoeld in het statuut tot en met 10 mln. Medewerker
                            budgetcyclus Hoofd FD. </al><al>11.Het aantrekken van middelen via onderhandse </al><al>leningen en Medium Term Notes (MTN’s) zoals bedoeld in </al><al>het statuut vanaf € 10 mln. Hoofd FD. College van B&amp;W.</al><al>12.Het uitzetten van middelen via (staats) obligaties, MTN’s, </al><al>CP’s, CD’s en onderhandse geldleningen zoals bedoeld </al><al>in het statuut. Medewerker Budgetcyclus. Hoofd FD.</al><lijst><li nr="13."><al>Het garanderen van middelen. Afdelingshoofd vakafdeling.
                                    Sectordirecteur.</al></li><li nr="14."><al>Het garanderen van middelen. College van B&amp;W. Nvt</al></li></lijst><al>vanaf € 250.000. </al><al><vet>D.</vet><vet> Informatievoorziening</vet></al><al>Artikel 4.</al><al>Over de treasury activiteiten dient tenminste de hieronder vermelde
                            informatie te worden verstrekt door / aan de desbetreffende
                            functionarissen: </al><al><vet>Informatie</vet><vet>, Frequentie,</vet><vet>
                                Verstrekker</vet><vet>, Ontvanger</vet>:</al><al>Gegevens over toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de
                            liquiditeitsprognose. Minimaal per kwartaal. Tussentijds (incidenteel)
                            als het niet geplande mutaties van minimaal € 250.000 betreft.
                            Budgethouder. Medewerker budgetcyclus. </al><al>Liquiditeitsprognose (rapportages). Maandelijks. Budgethouder. Hoofd
                            FD.</al><al>Liquiditeitsprognose (rapportages). Kwartaal. Hoofd FD. Sectordirecteur
                            OO,</al><al>Concernstaf en College van B&amp;W.</al><al>Treasury paragraaf (D) van de begroting en de jaarstukken. Jaarlijks. Is
                            intern traject binnen afdeling FD. </al><al>Verantwoording over uitvoering treasury paragraaf. Jaarlijks. Hoofd FD.
                            Gemeenteraad als onderdeel van de jaarstukken.</al><al>Informatie aan derden (Provincie en CBS) zoals genoemd in artikel 8 of
                            vervangende artikelen van de Wet FIDO. Wettelijke termijnen. Medewerker
                            Budgetcyclus. Derden. </al><al>Garantiebesluiten. Binnen 7 dagen na het besluit. Hoofd van de
                            vakafdeling. Medewerker team registratie afd. FD. </al><al>Besluiten tot uitzetting van geldmiddelen en tot het garanderen van
                            geldleningen. Binnen 14 dagen na besluit. College van B&amp;W. Ter
                            informatie aan de provincie. </al><al><vet>E.</vet><vet> Inwerkingtreding</vet></al><al>Artikel 5.</al><al>Dit statuut treedt in werking per 1 januari 2009.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><tussenkop>Bijlage 1 bij Beheersdeel Treasurystatuut
                    2009</tussenkop><tussenkop>Procedure voor het aantrekken en uitzetten van
                    geld.</tussenkop><al>Bij de financiële crisis in 2008 zijn door diverse overheidsinstanties relevant
                    forse bedragen ondergebracht bij buitenlandse banken. Hierdoor is de noodzaak
                    gerezen om de procedure voor het aantrekken en uitzetten gemeente gelden goed te
                    formaliseren.</al><al>Daarom is deze bijlage onlosmakelijk verbonden aan het Beheersdeel dat hoort bij
                    het Treasurystatuut 2009 en is het een toelichting op de desbetreffende
                    artikelen van dat statuut c.q. beheersdeel.</al><al><vet>Kort Geld</vet>.</al><al>Als er een tekort of een overschot op de bank ontstaat waarvan de verwachting is
                    dat dit één of meerdere maanden duurt, dan is het over het algemeen gunstig
                    wanneer dat tekort wordt verminderd door het aantrekken van geld of om het - bij
                    een surplus – uit te zetten.</al><al>Wanneer dit zich voordoet, dan wordt er door de desbetreffende medewerker
                    budgetcyclus een voorstel gemaakt waarin wordt vermeld:</al><lijst><li nr="·"><al>wat het overschot / tekort is; </al></li><li nr="·"><al>hoelang het aangetrokken / weggezet kan worden </al></li><li nr="·"><al>een inschatting van de actuele rentepercentages. </al></li></lijst><al>Dit voorstel wordt besproken met het hoofd van de afdeling Financiële
                    Dienstverlening (FD) ; die beslist in eerste instantie of er daadwerkelijk geld
                    wordt aangetrokken of wordt uitgezet.</al><al>Over dit besluit wordt vervolgens contact opgenomen met de strategisch adviseur
                    (Fin.) van de Concernstaf en/of met de Concerncontroller. De portefeuillehouder
                    financiën wordt gelijktijdig geïnformeerd. </al><al>Bij goedkeuring van het besluit van hoofd afdeling FD wordt er bij de BNG en
                    minimaal één andere geldverstrekker een offerte opgevraagd. Deze offertes worden
                    voorgelegd aan het afdelingshoofd; die beslist vervolgens welke offerte wordt
                    geaccepteerd. Over zijn besluit worden de hiervoor genoemde functionarissen
                    geïnformeerd. </al><al/><al>Uitzetten.</al><al>Uitgangspunt van beleid is dat er zo weinig mogelijk risico’s worden gelopen.
                    Het minste risico lopen we wanneer geld wordt uitgezet bij solvabiliteitsvrije
                    instellingen of bij de banken met een zogenaamde AAA-rating (triple A) . </al><al/><al>Afsluiten</al><al>Bij het aantrekken van kort geld is de geldlener geen risicodragende partij. Dan
                    maakt het niet uit wie de geldgever is. Voor de gemeente is het dan van belang
                    om geld onder de meest gunstige voorwaarden te lenen, dus met name bij de
                    aanbieder die het laagste rentepercentage biedt.</al><al/><tussenkop> Afsluiten onderhandse lening.</tussenkop><al>Wanneer de kasgeldlimiet wordt overschreden c.q. dit dreigt te gebeurden en de
                    verwachting is dat dit een structureel karakter heeft, dan moeten de kortlopende
                    financieringsmiddelen volgens de wet FIDO worden omgezet in langlopende
                    geldleningen.</al><al/><al>In eerste instantie adviseert de treasurycommissie hoeveel en voor welke periode
                    er geld moet worden aangetrokken. Tevens wordt de datum bepaald wanneer er een
                    geldlening wordt afgesloten. In de tussenliggende periode (tussen datum advies
                    treasurycommissie en datum afsluiten geldlening) informeert de
                    portefeuillehouder financiën het college over het afsluiten van een onderhandse
                    lening. </al><al> Na het formele besluit tot het afsluiten van een lening worden er bij de BNG en
                    bij minimaal één andere geldverstrekker offertes gevraagd. De geldgevers krijgen
                    de gelegenheid om de offerte voor te bereiden door de die minimaal één dag van
                    te voren op te vragen.</al><al/><al>De offertes worden voorgelegd aan het afdelingshoofd FD; die beslist welke
                    offerte wordt geaccepteerd. Over zijn besluit worden vervolgens de strategisch
                    adviseur (Fin.) van de Concernstaf, de concerncontroller en het college
                    geïnformeerd. De Gemeenteraad wordt in de eerstvolgende vergadering van de
                    raadscommissie Middelen geïnformeerd. </al><al/><al> AMENDEMENT</al><tussenkop>Onderwerp: treasury statuut duurzaam</tussenkop><al>naar aanleiding van agendapunt 9 Vaststelling Treasurystatuut 2009</al><al>De raad van de gemeente Heerhugowaard in vergadering bijeen op 16 december
                    2008.</al><al>Overwegende dat</al><al>• duurzaamheid een belangrijk item is voor de gemeente Heerhugowaard, door de
                    raad o.a.</al><al>bekrachtigd in het beleidsplan Duurzame Ontwikkeling;</al><al>• er banken zijn die zich geheel of met bepaalde producten richten op het
                    leveren van een</al><al>bijdrage aan een duurzame samenleving.</al><al>Besluit:</al><al>• artikel 11 van het Treasurystatuut aan te vullen met:</al><al>5.Bij gelijkwaardige aanbiedingen gaat de voorkeur uit naar bankrelaties, dan
                    wel producten van bankrelaties, die zich richten op een duurzame samenleving. </al><al>en gaat over tot de orde van de dag.</al><al/><al>namens PvdA namens GroenLinks namens Burgerbelang</al><al>A.M. Valent R. Schoemaker</al><al>namens ChristenUnie namens CD</al><al/></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 1 bij Beheersdeel Treasurystatuut
                    2009</tussenkop><tussenkop>Procedure voor het aantrekken en uitzetten van
                    geld.</tussenkop><al>Bij de financiële crisis in 2008 zijn door diverse overheidsinstanties relevant
                    forse bedragen ondergebracht bij buitenlandse banken. Hierdoor is de noodzaak
                    gerezen om de procedure voor het aantrekken en uitzetten gemeente gelden goed te
                    formaliseren.</al><al>Daarom is deze bijlage onlosmakelijk verbonden aan het Beheersdeel dat hoort bij
                    het Treasurystatuut 2009 en is het een toelichting op de desbetreffende
                    artikelen van dat statuut c.q. beheersdeel.</al><al><vet>Kort Geld</vet>.</al><al>Als er een tekort of een overschot op de bank ontstaat waarvan de verwachting is
                    dat dit één of meerdere maanden duurt, dan is het over het algemeen gunstig
                    wanneer dat tekort wordt verminderd door het aantrekken van geld of om het - bij
                    een surplus – uit te zetten.</al><al>Wanneer dit zich voordoet, dan wordt er door de desbetreffende medewerker
                    budgetcyclus een voorstel gemaakt waarin wordt vermeld:</al><lijst><li nr="·"><al>wat het overschot / tekort is; </al></li><li nr="·"><al>hoelang het aangetrokken / weggezet kan worden </al></li><li nr="·"><al>een inschatting van de actuele rentepercentages. </al></li></lijst><al>Dit voorstel wordt besproken met het hoofd van de afdeling Financiële
                    Dienstverlening (FD) ; die beslist in eerste instantie of er daadwerkelijk geld
                    wordt aangetrokken of wordt uitgezet.</al><al>Over dit besluit wordt vervolgens contact opgenomen met de strategisch adviseur
                    (Fin.) van de Concernstaf en/of met de Concerncontroller. De portefeuillehouder
                    financiën wordt gelijktijdig geïnformeerd. </al><al>Bij goedkeuring van het besluit van hoofd afdeling FD wordt er bij de BNG en
                    minimaal één andere geldverstrekker een offerte opgevraagd. Deze offertes worden
                    voorgelegd aan het afdelingshoofd; die beslist vervolgens welke offerte wordt
                    geaccepteerd. Over zijn besluit worden de hiervoor genoemde functionarissen
                    geïnformeerd. </al><al>Uitzetten.</al><al>Uitgangspunt van beleid is dat er zo weinig mogelijk risico’s worden gelopen.
                    Het minste risico lopen we wanneer geld wordt uitgezet bij solvabiliteitsvrije
                    instellingen of bij de banken met een zogenaamde AAA-rating (triple A) . </al><al>Afsluiten</al><al>Bij het aantrekken van kort geld is de geldlener geen risicodragende partij. Dan
                    maakt het niet uit wie de geldgever is. Voor de gemeente is het dan van belang
                    om geld onder de meest gunstige voorwaarden te lenen, dus met name bij de
                    aanbieder die het laagste rentepercentage biedt.</al><tussenkop> Afsluiten onderhandse lening.</tussenkop><al>Wanneer de kasgeldlimiet wordt overschreden c.q. dit dreigt te gebeurden en de
                    verwachting is dat dit een structureel karakter heeft, dan moeten de kortlopende
                    financieringsmiddelen volgens de wet FIDO worden omgezet in langlopende
                    geldleningen.</al><al>In eerste instantie adviseert de treasurycommissie hoeveel en voor welke periode
                    er geld moet worden aangetrokken. Tevens wordt de datum bepaald wanneer er een
                    geldlening wordt afgesloten. In de tussenliggende periode (tussen datum advies
                    treasurycommissie en datum afsluiten geldlening) informeert de
                    portefeuillehouder financiën het college over het afsluiten van een onderhandse
                    lening. </al><al> Na het formele besluit tot het afsluiten van een lening worden er bij de BNG en
                    bij minimaal één andere geldverstrekker offertes gevraagd. De geldgevers krijgen
                    de gelegenheid om de offerte voor te bereiden door de die minimaal één dag van
                    te voren op te vragen.</al><al>De offertes worden voorgelegd aan het afdelingshoofd FD; die beslist welke
                    offerte wordt geaccepteerd. Over zijn besluit worden vervolgens de strategisch
                    adviseur (Fin.) van de Concernstaf, de concerncontroller en het college
                    geïnformeerd. De Gemeenteraad wordt in de eerstvolgende vergadering van de
                    raadscommissie Middelen geïnformeerd. </al><al> AMENDEMENT</al><tussenkop>Onderwerp: treasury statuut duurzaam</tussenkop><al>naar aanleiding van agendapunt 9 Vaststelling Treasurystatuut 2009</al><al>De raad van de gemeente Heerhugowaard in vergadering bijeen op 16 december
                    2008.</al><al>Overwegende dat</al><al>• duurzaamheid een belangrijk item is voor de gemeente Heerhugowaard, door de
                    raad o.a.</al><al>bekrachtigd in het beleidsplan Duurzame Ontwikkeling;</al><al>• er banken zijn die zich geheel of met bepaalde producten richten op het
                    leveren van een</al><al>bijdrage aan een duurzame samenleving.</al><al>Besluit:</al><al>• artikel 11 van het Treasurystatuut aan te vullen met:</al><al>5.Bij gelijkwaardige aanbiedingen gaat de voorkeur uit naar bankrelaties, dan
                    wel</al><al>producten van bankrelaties, die zich richten op een duurzame samenleving.</al><al>en gaat over tot de orde van de dag.</al><al>namens PvdA namens GroenLinks namens Burgerbelang</al><al>A.M. Valent R. Schoemaker</al><al>namens ChristenUnie namens CDA names VVD</al></bijlage></regeling></body></cvdr>