<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81833_2</dcterms:identifier><dcterms:title>gemeenschappelijke regeling Felua-groep</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officielebekendmakingen.nl
                (GVOP)</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>gemeenschappelijke regeling Felua-groep</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 33 van de Gemeenschappelijke regeling Felua-groep;mede gelet op de Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 1,4,5,6,7,9,10,14,16,17,18,19,24,25,26,27,28,32,33 en 34.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING FELUA-GROEP </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
                        Apeldoorn, Epe en Heerde,ieder voor zover zij daartoe bevoegd zijn;gelezen
                        het voorstel van het Algemeen Bestuur d.d. 22 september 2015gelet op de
                        artikel 33 van de Gemeenschappelijke regeling Felua-groep;mede gelet op de
                        Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet en de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen en de Gemeentewet;overwegende dat</al><al>• met ingang van 1 januari 2015 de Wet gemeenschappelijke regelingen en de
                        Wet sociale werkvoorziening gewijzigd zijn en de Participatiewet in werking
                        is getreden;</al><al>• dat het hierdoor noodzakelijk is de Gemeenschappelijke regeling
                        Felua-groep hierop aan te passen; </al><al/><al>BESLUITEN:</al><al>vast te stellen de navolgende (gewijzigde) Gemeenschappelijke regeling
                        Felua-groep:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>regeling: de Gemeenschappelijke regeling Felua-groep;</al></li><li nr="·"><al>openbaar lichaam: de rechtspersoon Felua-groep;</al></li><li nr="·"><al>deelnemende gemeenten: de aan deze regeling deelnemende
                                    gemeenten;</al></li><li nr="·"><al>sw-medewerkers: personen met een dienstbetrekking als bedoeld in
                                    artikel 2, lid 1 van de Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="·"><al>personeel: de bij het openbaar lichaam aangestelde ambtenaren en
                                    personen met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht
                                    is gesloten, dan wel personen die op grond van enig ander
                                    verbindend voorschrift in dienst zijn van het openbaar
                                    lichaam;</al></li><li nr="·"><al>pw-medewerkers: personen met een dienstbetrekking als bedoeld in
                                    artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet;</al></li><li nr="·"><al>Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Gelderland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, lid 1, van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen, genaamd Felua-groep, gevestigd en kantoor
                            houdende te Apeldoorn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het Algemeen Bestuur,
                            het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>Belang, taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het openbaar lichaam behartigt op basis van het door de deelnemende
                            gemeenten vastgestelde beleid en binnen de door de deelnemende gemeenten
                            vastgestelde financiële kaders de gemeenschappelijke belangen van de
                            deelnemende gemeenten op het gebied van arbeidsparticipatie en
                            -reïntegratie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter behartiging van de belangen genoemd in artikel 4:</al><lijst><li nr="a."><al>brengen de deelnemende gemeenten de uitvoering van de Wet
                                        sociale werkvoorziening met uitzondering van artikel 14,
                                        eerste lid, van deze wet onder bij het openbaar
                                        lichaam;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>kunnen de deelnemende gemeenten de uitvoering van artikel
                                        10b van de Participatiewet onderbrengen bij het openbaar
                                        lichaam;</al></li><li nr="c."><al>kunnen de deelnemende gemeenten andere taken op het gebied
                                        van arbeidsparticipatie en –re-integratie onderbrengen bij
                                        het openbaar lichaam.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het kader van de verwezenlijking van het bepaalde in het eerste
                                lid, aanhef en onder a, zullen door de deelnemende gemeenten
                                afzonderlijk per één of meer begrotingsjaren prestatieafspraken en
                                afspraken over de bekostiging daarvan worden gemaakt met het
                                openbaar lichaam. De door de deelnemende gemeenten van het openbaar
                                lichaam gevraagde prestaties worden bij de begroting van het
                                openbaar lichaam betrokken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de deelnemende gemeenten gezamenlijk dan wel individueel
                                besluiten uitvoering te geven aan het bepaalde in het eerste lid,
                                aanhef en onder b of c, zullen ook deze prestatieafspraken bij de
                                begroting van het openbaar lichaam worden betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De colleges van de deelnemende gemeenten dragen aan het openbaar
                                lichaam en zijn bestuur de bevoegdheden over die nodig zijn voor de
                                uitvoering van de taken genoemd in artikel 5. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij dit uitdrukkelijk is uitgesloten of hiervan uitdrukkelijk is
                                afgeweken is de Gemeentewet in voorkomende gevallen van
                                overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de gemeente,
                                de raad, het college, de burgemeester en de secretaris
                                onderscheidenlijk wordt gelezen: Felua-groep, het Algemeen Bestuur,
                                het Dagelijks Bestuur, de voorzitter en de algemeen directeur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de
                                deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen,
                                coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dat in het
                                bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het
                                daarmee te dienen openbaar belang. Voordat het besluit wordt genomen
                                worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid
                                gesteld om hun wensen en bedenkingen over het ontwerpbesluit ter
                                kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>Het Algemeen Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur bestaat uit 8 leden, die als volgt worden
                                aangewezen: </al><lijst><li nr="·"><al>door de raad van Apeldoorn: 3 leden uit zijn midden en 1 lid
                                        uit het college;</al></li><li nr="·"><al>door de raad van Epe: 1 lid uit zijn midden en 1 lid uit het
                                        college;</al></li><li nr="·"><al>door de raad van Heerde: 1 lid uit zijn midden en 1 lid uit
                                        het college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen met inachtneming van
                                het eerste lid voor een of meer leden een plaatsvervangend lid
                                aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van het
                                Algemeen Bestuur is onverenigbaar met een dienstverband bij het
                                openbaar lichaam of bij een onder toepassing van het desbetreffende
                                artikel van de Gemeentewet door het daartoe bevoegde bestuursorgaan
                                ingestelde rechtspersoon dan wel een rechtspersoon, waarin door het
                                openbaar lichaam wordt deelgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van het
                                Algemeen Bestuur eindigt - onverminderd het bepaalde in artikel 8,
                                derde lid - op de dag waarop de zittingsperiode van de raden en de
                                colleges van de deelnemende gemeenten afloopt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste
                                vergadering van elke zittingsperiode van de raden over de aanwijzing
                                van de nieuwe leden van het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aftredende leden van het Algemeen Bestuur kunnen opnieuw worden
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Totdat de raden van de deelnemende gemeenten in hun opvolging hebben
                                voorzien blijven de aangewezen leden van het Algemeen Bestuur, die
                                hadden moeten aftreden - voor zover zij voldoen aan de vereisten
                                voor het lidmaatschap als bedoeld in artikel 7, eerste lid - als
                                zodanig functioneren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad van een deelnemende gemeente kan een lid van het Algemeen
                                Bestuur dat door hem is aangewezen, indien deze het vertrouwen van
                                deze raad niet meer bezit, te allen tijde ontslaan. Hiervan wordt
                                onmiddellijk mededeling gedaan aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien tussentijds de plaats van een lid van het Algemeen Bestuur
                                beschikbaar komt, wijst de betreffende raad in zijn eerstvolgende
                                vergadering of, zo dit niet mogelijk mocht zijn, ten spoedigste een
                                nieuw lid aan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In het geval, dat het gaat om een tussentijdse ontslagname, stelt
                                het lid van het Algemeen Bestuur de voorzitter en de desbetreffende
                                raad op de hoogte. De tussentijdse ontslagname is onherroepelijk. De
                                leden van het Algemeen Bestuur, die tussentijds ontslag hebben
                                genomen, behouden hun lidmaatschap van het Algemeen Bestuur - voor
                                zover zij aan de vereisten daarvoor als bedoeld in artikel 7, eerste
                                lid, blijven voldoen - totdat onherroepelijk in hun opvolging is
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Elke aanwijzing tot lid van het Algemeen Bestuur delen de
                                deelnemende gemeenten binnen acht dagen schriftelijk mede aan de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is ook van toepassing op de
                                plaatsvervangende leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en verder
                                zo vaak als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee van
                                het aantal leden, waaruit het Algemeen Bestuur bestaat daarom onder
                                opgaaf van redenen aan de voorzitter schriftelijk verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden in het openbaar
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergadering vindt doorgang, indien blijkens de presentielijst
                                meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is
                                opgekomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deuren worden gesloten, wanneer tenminste twee leden, die de
                                presentielijst hebben getekend daarom verzoeken, of de voorzitter
                                het nodig oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
                                worden vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk
                                verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het
                                Algemeen Bestuur anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een Reglement van
                            orde vast, met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen en waarin onder meer regels worden gegeven
                            omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het horen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden ten
                                    aanzien van door het Algemeen Bestuur te nemen besluiten;</al></li><li nr="b."><al>de wijze van verstrekken van inlichtingen en het afleggen van
                                    verantwoording als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van deze
                                    regeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft één stem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit van het Algemeen Bestuur wordt geacht te zijn genomen
                                als dit meer dan de helft van het aantal uitgebrachte stemmen heeft
                                verkregen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij een eerste stemming over een voorstel de stemmen staken,
                                wordt dat voorstel voor nader beraad teruggelegd op het Dagelijks
                                Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij een herstemming over hetzelfde voorstel de stemmen
                                andermaal staken, dan beslist de stem van de voorzitter. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten
                            over:</al><lijst><li nr="a."><al>de toelating van nieuwe leden;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling en wijziging van de begroting als bedoeld in
                                    artikel 27, zevende lid, en de vaststelling van de jaarrekening
                                    als bedoeld in artikel 28, vijfde lid;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>Het Dagelijks Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de 3 door de raden van de
                                deelnemende gemeenten in het Algemeen Bestuur aangewezen
                                collegeleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 168 van de Gemeentewet is van toepassing op de leden van het
                                Dagelijks Bestuur als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt,
                                wijst de betreffende raad zo spoedig mogelijk een nieuw collegelid
                                aan met inachtneming van het bepaalde in artikel 13.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur treden af op de datum, waarop de
                                zittingsperiode van het Algemeen Bestuur eindigt. Zij zijn direct
                                weer als lid benoembaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende leden van het Dagelijks Bestuur blijven hun
                                lidmaatschap - voor zover zij aan het lidmaatschapsvereiste van het
                                Algemeen Bestuur als bedoeld in artikel 7, eerste lid, voldoen -
                                vervullen, totdat hun opvolgers hun lidmaatschap hebben
                                aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met inachtneming van artikel 19, derde lid, van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen kan het Algemeen Bestuur besluiten een
                                lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid
                                het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Het Dagelijks Bestuur stelt een Reglement van orde voor zijn
                            vergaderingen en voor zijn andere werkzaamheden vast, dat aan het
                            Algemeen Bestuur wordt toegezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>De voorzitter stelt, met inachtneming van hetgeen het Dagelijks Bestuur
                            heeft bepaald, dag, plaats en het tijdstip van de vergaderingen van het
                            Dagelijks Bestuurvast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het door de raad van de gemeente Apeldoorn in het Algemeen Bestuur
                                aangewezen collegelid vervult de rol van voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is voorzitter van het Algemeen Bestuur en van het
                                Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen door
                                een, door het Dagelijks Bestuur uit zijn midden aangewezen
                                plaatsvervangend voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter bevordert, dat de belangen van het openbaar lichaam op
                                een goede wijze worden behartigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar orgaan in en buiten
                                rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem
                                aan te wijzen lid van het Dagelijks Bestuur of aan de directeur van
                                het openbaar lichaam.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In rechtsgedingen, waarin het openbaar lichaam en de gemeente
                                waaruit de voorzitter afkomstig is, partij zijn, treedt de
                                plaatsvervangend voorzitter voor de in het vorige lid bedoelde
                                vertegenwoordiging in de plaats van de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>Inlichtingen en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur en de leden van het Dagelijks Bestuur
                                afzonderlijk, zijn aan het Algemeen Bestuur verantwoording
                                verschuldigd voor het door hen gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur geeft aan het Algemeen Bestuur alle informatie
                                die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zij geven als Dagelijks Bestuur dan wel afzonderlijk aan het
                                Algemeen Bestuur, wanneer dit bestuur het Dagelijks Bestuur of één
                                of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde
                                inlichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur geven aan de raden van
                                de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een
                                juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid nodig
                                is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur verstrekken aan de
                                raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door deze
                                raden dan wel één of meerdere leden van deze raden worden
                                verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt de raad, die dit lid
                                heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen die door die raad of
                                één of meerdere leden daarvan worden verlangd en wel op de in het
                                Reglement van orde van deze raad aangegeven wijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het Algemeen Bestuur is de raad, die dit lid heeft
                                aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen verantwoording verschuldigd voor het
                                door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren beleid en wel op de in
                                het Reglement van orde van deze raad aangegeven wijze.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>Organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur benoemt een algemeen directeur die belast is
                                met de dagelijkse leiding en de bedrijfsvoering van het openbaar
                                lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan de algemeen directeur schorsen en
                                ontslaan, indien en voorzover dat noodzakelijk en geboden is in het
                                belang van het openbaar lichaam.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt een directiestatuut vast ten behoeve van
                                het functioneren van de algemeen directeur. In dit statuut kan het
                                Dagelijks Bestuur bepalingen opnemen met betrekking tot de
                                opstelling van een meerjarig bedrijfsplan, bevoegdheden mandateren
                                dan wel volmacht verlenen, indien dit in het belang van de
                                uitvoering van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 noodzakelijk
                                wordt geacht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het directiestatuut wordt tevens de periodieke informatie- en
                                verantwoordingsplicht aan het Dagelijks Bestuur geregeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur evalueert elke twee jaar na vaststelling ervan
                                de werking en de effectiviteit van het directiestatuut. Mede op
                                basis van deze evaluatie kan het Dagelijks Bestuur besluiten het
                                directiestatuut aan te passen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen het openbaar lichaam zijn de volgende personen werkzaam:</al><lijst><li nr="a."><al>sw-medewerkers</al></li><li nr="b."><al>personeel</al></li><li nr="c."><al>pw-medewerkers indien toepassing is gegeven aan artikel 5,
                                        eerste lid, aanhef en onder b, </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde personen worden benoemd, geschorst en
                                ontslagen door het Dagelijks Bestuur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de sw-medewerkers zijn van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>de bij of krachtens de Wet sociale werkvoorziening bepaalde
                                        rechtspositie en arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>de bepalingen van de Collectieve arbeidsovereenkomst voor de
                                        sociale werkvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden
                                vast van het personeel, waarbij de Collectieve
                                arbeidsvoorwaardenregeling (Car) en de Uitwerkingsovereenkomst (Uwo)
                                van de gemeente Apeldoorn worden gevolgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan algemene voorschriften en bepalingen
                                vaststellen voor de sw-medewerkers en het personeel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien toepassing is gegeven aan artikel 5, eerste lid, aanhef en
                                onder b, stelt het Dagelijks Bestuur de rechtspositie en
                                arbeidsvoorwaarden vast van de pw-medewerkers.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de uitgangspunten van het financiële beleid, het financiële
                                beheer, de financiële organisatie en de controle daarop zijn de
                                artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van toepassing voor
                                zover daarvan niet bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen is afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een exemplaar van de op grond van de in het eerste lid genoemde
                                bepalingen van de Gemeentewet door het Algemeen Bestuur vast te
                                stellen verordeningen, alsmede eventuele wijzigingen daarop, worden
                                door het Dagelijks Bestuur aan de deelnemende gemeenten en aan
                                Gedeputeerde Staten gezonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het financiële beheer, als bedoeld in het eerste lid, wordt verricht
                                door de krachtens dat lid bedoelde regels aan te wijzen medewerkers.
                                De algemeen directeur kan daartoe niet worden aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting met
                                toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste
                                drie op het begrotingsjaar volgende jaren op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerp-begroting en de
                                meerjarenraming voor 15 april van het jaar en in ieder geval acht
                                weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling worden
                                aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na
                                toezending van de ontwerpbegroting en meerjarenraming het Dagelijks
                                Bestuur van hun gevoelens ter zake doen blijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting en de
                                meerjarenraming twee weken voor de voorgenomen datum van
                                vaststelling toe aan het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gevoelens van de raden van de deelnemende gemeenten, alsmede
                                eventueel de nota van wijzigingen, worden uiterlijk twee weken voor
                                de vaststelling toegezonden aan het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontwerpbegroting en de meerjarenraming, alsmede de eventuele nota
                                van wijzigingen, worden ter inzage gelegd op de wijze als bedoeld in
                                artikel 35, lid 2, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alsook
                                bij de vestigingen van het openbaar lichaam en tegen betaling
                                algemeen verkrijgbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast
                                voor 1 juli van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor zij moeten
                                dienen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur de begroting
                                en de meerjarenraming aan de raden van de deelnemende gemeenten, die
                                ter zake gedeputeerde staten van hun gevoelens kunnen doen
                                blijken.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming
                                binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk 15 juli van het
                                jaar waarvoor zij dienen, aan gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is zoveel
                                mogelijk van overeenkomstige toepassing op begrotingswijzigingen met
                                uitzondering van het bepaalde in het tweede, derde, vijfde en
                                achtste lid van dit artikel, voorzover het betreft wijzigingen van
                                de begroting die voor de deelnemende gemeenten budgettair neutraal
                                zijn zowel wat betreft de algemene dienst als de financierings- en
                                investeringsstaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur legt aan het Algemeen Bestuur over elk
                                begrotingsjaar verantwoording af van het gevoerde financiële beheer
                                onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag, waarbij
                                nadrukkelijk de prestatieafspraken met de deelnemende gemeenten
                                worden betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur voegt daarbij het accountantsverslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde stukken worden aan het
                                Algemeen Bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten
                                toegezonden uiterlijk op 15 april van het jaar volgende op het jaar
                                waarop zij betrekking hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken,
                                nadat de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken zijn
                                toegezonden, aan het Algemeen Bestuur van hun gevoelens ter zake
                                doen blijken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast voor 1 juli van het
                                jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na
                                vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende
                                op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan
                                Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast het
                                besluit tot vaststelling van de jaarrekening de leden van het
                                Dagelijks Bestuur ten aanzien van het in de jaarrekening
                                verantwoorde financiële beheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen dat het
                                openbaar lichaam over voldoende middelen beschikt om tijdig aan zijn
                                verplichtingen in het kader van de gemaakte prestatieafspraken en de
                                bedrijfsvoering te kunnen voldoen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende
                                gemeente weigert de uitgaven voor het openbaar lichaam op de
                                gemeentebegroting te zetten, doet hij onverwijld aan Gedeputeerde
                                Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in
                                de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Het Algemeen Bestuur kan met in achtneming van artikel 21, eerst, tweede
                            lid en derde lid, van de Wet Gemeenschappelijke regelingen voor de leden
                            van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter een
                            regeling voor een tegemoetkoming in de kosten en een vergoeding voor hun
                            werkzaamheden, alsmede een tegemoetkoming in of vergoeding van
                            bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen, die verband houden
                            met de vervulling van hun lidmaatschap van het bestuur vaststellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>X</nr><titel>Archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van de Archiefwet en de daaruit voortvloeiende
                                uitvoeringsregelingen voor zover betrekking hebbend op de
                                archiefbescheiden van organen, ingesteld bij een regeling als
                                bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de bewaring van de
                                archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De archivaris van het archief van het openbaar lichaam, dan wel van
                                het archief dat als zodanig is aangewezen, oefent overeenkomstig de
                                voor hem gestelde regels toezicht uit op het beheer van de
                                archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden
                                overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente
                                Apeldoorn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XI</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad van een gemeente, die wenst toe of uit te treden, richt het
                                verzoek ter zake aan het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid
                                binnen twee maanden na ontvangst voor het nemen van een besluit aan
                                de raden en colleges van de deelnemende gemeenten, onder overlegging
                                van zijn advies omtrent de toetreding respectievelijk de uittreding
                                van een gemeente en de daaraan te verbinden voorwaarden en
                                gevolgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raden en colleges besluiten over het verzoek binnen een termijn
                                van twee maanden na toezending door het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Toetreding van een gemeente vindt plaats, indien de raden en
                                colleges van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Uittreding van een deelnemende gemeente vindt plaats, indien de
                                raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten daartoe
                                besluiten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de toetreding respectievelijk de uittreding worden bij de in het
                                derde en vierde lid bedoelde besluiten voorwaarden en gevolgen
                                verbonden overeenkomstig het in het tweede lid bedoelde advies van
                                het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De toetreding respectievelijk de uittreding gaat in op 1 januari van
                                het jaar volgende op het jaar waarin de raden en colleges van de
                                overige deelnemers daartoe hebben besloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zowel het Dagelijks Bestuur als de raad van een deelnemende gemeente
                                kunnen aan het Algemeen Bestuur voorstellen doen tot wijziging van
                                de regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het Algemeen Bestuur wijziging van de regeling wenselijk
                                acht, doet het Dagelijks Bestuur het door het Algemeen Bestuur
                                vastgestelde voorstel toekomen ter besluitvorming aan de raden en
                                colleges van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een wijziging van de regeling komt tot stand, wanneer de raden en
                                colleges van de deelnemende gemeenten zich daar voor hebben
                                verklaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt opgeheven, wanneer de raden en de colleges van de
                                deelnemende gemeenten daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van opheffing van de regeling besluit het Algemeen Bestuur
                                tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van
                                de bepalingen van de regeling worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt, gehoord de raden van de deelnemende
                                gemeenten, het liquidatieplan vast, dat voorziet in de
                                verplichtingen van de deelnemende gemeenten in de financiële
                                gevolgen van de opheffing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien in het liquidatieplan daartoe geen andere regeling is
                                opgenomen, wordt het Dagelijks Bestuur belast met de
                                liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zo nodig blijven de overige organen van het openbaar lichaam ook na
                                het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is
                                voltooid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XII</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling treedt in werking op de 8<sup>e</sup> dag na de dag
                                waarop zij (door de gemeente Apeldoorn) is afgekondigd, en vervangt
                                de Regeling Felua-groep, vastgesteld in 2003.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                gemeenten zullen binnen maximaal drie jaar na de inwerkingtreding
                                een evaluatie beginnen met betrekking tot het belang, de doelen, de
                                taakstelling en de wijze van uitvoering van de Wet sociale
                                werkvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><al>Dit besluit treedt in werking op de 8e dag na de bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Apeldoorn d.d. 26
                        november 2015</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld door het college van Apeldoorn d.d. 27 november 2015</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Epe d.d. 10 december
                        2015</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld door het college van Epe d.d. 11 december 2015</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Heerde d.d. 14
                        december 2015</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld door het college van Heerde d.d. 15 december 2015</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>