<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81819_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels stoken snoeihout</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht 18 januari 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels stoken snoeihout</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, artikel 10.2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene plaatselijke verordening, artikel 5.34</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-08-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 4 januari 2011, nummer 15</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels stoken snoeihout</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Nadere regels stoken snoeihout op grond van artikel 10.2 Wet
                            Milieubeheer en artikel 5.34 Algemene plaatselijke
                        verordening</vet></al><al/><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>De doelstelling van deze nadere regels is om voor het verbranden van
                        snoeihout een praktisch uitvoerbare regeling te treffen. Er mag alleen
                        snoeihout worden verbrand dat ontstaan is door landschapsonderhoud. Onder
                        landschapsonderhoud verstaan we onder andere het snoeien van houtwallen,
                        bosjes en houtopstanden, zoals een rij bomen als perceelsafscheiding. Het
                        verbranden van andere afvalstoffen is niet toegestaan. De beperking dat
                        snoeihout afkomstig moet zijn van landschappelijk onderhoud geldt niet voor
                        paasvuren.</al><al>Milieuhygiënisch gezien is snoeihout, ziek en gerooid hout een afvalstof.
                        Bij de verwijdering moet geprobeerd worden het milieu zo weinig mogelijk te
                        belasten. Andere mogelijkheden voor de verwijdering van snoeihout en gerooid
                        hout zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Aanbieden door particulieren bij particuliere afvalverwerkers. Van
                                het hout wordt compost gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Versnipperen tot strooisel dat gebruikt wordt voor onder andere
                                bodembedekking en het ‘verstevigen’ en aanduiden van paden in
                                parken, bossen en tuinen.</al></li><li nr="3."><al>Een andere manier is dat snoei- of gerooid hout niet wordt
                                afgevoerd, maar blijft liggen. Er treedt dan wel verrijking van de
                                bodem op met voedingsstoffen. Resultaat kan zijn dat er op termijn
                                andere begroeiing komt. Tevens biedt het hout een schuilplaats voor
                                dieren.</al></li><li nr="4."><al>Een nieuwe ontwikkeling is de verwerking in een biomassacentrale.
                                Zodra dit financieel aantrekkelijk wordt voor particulieren is dit
                                een betere oplossing.</al></li></lijst><al>Ziek hout moet vanwege het besmettingsgevaar worden verbrand. Behalve de
                        genoemde mogelijkheden bestaat er de mogelijkheid het snoeihout te
                        verbranden. Bij het verbranden worden wel voorwaarden gesteld met betrekking
                        tot milieu en veiligheid.</al><al/><al><vet>2. Beleid</vet></al><al>De Algemene plaatselijke verordening (artikel 5:34) bepaalt dat het verboden
                        is afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te
                        stoken. Dit verbod geldt niet als voldaan wordt aan door het college
                        vastgestelde nadere regels. Deze regels zijn vooral gesteld om de veiligheid
                        te waarborgen. Het college heeft in 2008 nadere regels vastgesteld. In 2010
                        zijn deze regels als bijlage opgenomen bij onze Algemene plaatselijke
                        verordening.</al><al>Ook de Wet milieubeheer (artikel 10.2) bepaalt dat het verboden is om
                        afvalstoffen buiten een inrichting te verbranden. Op grond van artikel 10.63
                        van de Wet milieubeheer hebben gemeenten de bevoegdheid om ontheffing te
                        verlenen van dit verbod. </al><al>In de “Notitie verbranden van afstoffen buiten inrichtingen” is in een
                        algemene beleidslijn de ontheffingsbevoegdheid voor het verbranden van
                        snoeihout in de open lucht verder ingevuld. De beleidsregels zijn nodig om
                        het milieu zoveel mogelijk te beschermen. Bovendien kunnen handhavers met
                        deze regeling beter handhaven. </al><al>De “Notitie verbranden van afstoffen buiten inrichtingen” wordt nu
                        uitgebreid met nadere regels. Het beleid verandert verder niet, alleen de
                        uitvoering van het beleid.</al><al><cursief>Wanneer binnen de in deze nadere regels genoemde condities wordt
                            gehandeld, wordt geacht dat het handelen gebeurt alsof er een ontheffing
                            is. </cursief></al><al><cursief>Met andere woorden: als aan alle voorwaarden wordt voldaan dan mag
                            er gestookt worden. Een schriftelijke ontheffing is dan niet
                            nodig.</cursief></al><al/><al><vet>3. Nadere regels stoken snoeihout </vet><vet>op grond van artikel 10.2
                            Wet Milieubeheer en artikel 5.34 Algemene plaatselijke
                        verordening</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze nadere regels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>Snoeihout: alle takken en bladeren die van bomen en struiken worden
                                gehaald in het kader van duurzaam onderhoud van het landschap. Het
                                zijn ook takken en bladeren die overblijven na het rooien van bomen
                                en struiken. Dus niet de stammen, stobben en stronken. Stammen en
                                takken met een doorsnede van meer dan 25 cm vallen ook niet onder
                                het begrip “snoeihout”.</al></li><li nr="·"><al>Voor <onderstreept>openbare</onderstreept> paasvuren geldt niet de
                                beperking dat stammen en takken kleiner dan 25 cm moeten zijn en er
                                sprake moet zijn van landschapsonderhoud. </al></li><li nr="·"><al>Ziek hout: hout van door besmettelijke boomziekte aangetaste
                                (fruit)bomen;</al></li><li nr="·"><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenwet. De
                                Wegenwet verstaat onder bebouwde kom: aaneengesloten bebouwing van
                                enige omvang in de vorm van een stad of een dorp. Dit kan ook een
                                bedrijventerrein zijn, gescheiden van een stad of dorp.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Flora en faunawet</titel></kop><al>In de Flora- en faunawet staat de zorgplicht voor planten en dieren. Dit
                        betekent dat handelingen die nadelig zijn voor planten en dieren zoveel
                        mogelijk moeten worden voorkomen. Het uitgangspunt van de wet is, ‘nee
                        tenzij’. Het stoken mag geen nadelige gevolgen hebben voor de dieren, anders
                        bent u strafbaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Het verbranden van snoeihout</titel></kop><al>Aan het verbranden van snoeihout zijn door het college van burgemeester en
                        wethouders onderstaande nadere regels verbonden.</al><lijst><li nr="1."><al>Het verbranden van snoeihout en gerooid hout moet vooral gebeuren om
                                waardevolle cultuurlandschappen in het kader van klein
                                landschapsbeheer te behouden.</al></li><li nr="2."><al>Er mag alleen snoeihout worden verbrand dat afkomstig is van het
                                eigen terrein en het moet op het eigen terrein worden verbrand. Als
                                een eigenaar schriftelijk kenbaar maakt dat er snoeihout mag worden
                                verbrand op zijn terrein geldt dit criterium niet. Deze regel geldt
                                niet voor de paasvuren.</al></li><li nr="3."><al>Binnen de bebouwde kom mag, vanwege veiligheidsoverwegingen, geen
                                snoeihout en gerooid hout worden verbrand.</al></li><li nr="4."><al>Er mag geen snoeihout van binnen de bebouwde kom naar het
                                buitengebied worden overgebracht om daar te worden verbrand. Deze
                                regel geldt niet voor de paasvuren.</al></li><li nr="5."><al>Vanuit het oogpunt van handhaving hebben burgemeester en wethouders
                                besloten voor het verbranden van snoeihout en gerooid hout een
                                stookperiode in te stellen. Van 1 oktober tot 15 maart mag er
                                gestookt worden. Buiten de stookmaanden mag geen snoeihout of
                                gerooid hout worden verbrand. Deze regel geldt niet voor ziek hout
                                en paasvuren.</al></li><li nr="6."><al>Aan het verbranden van snoeihout zijn voorschriften (artikel 3)
                                verbonden. Hierdoor wordt de milieubelasting beperkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><al><vet>Melden:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>U meldt minimaal een dag van tevoren wanneer u wilt stoken. U kunt
                                het telefonisch melden, telefoon 0545 – 250 250 of via de website
                                www.gemeenteberkelland.nl. </al></li><li nr="2."><al>U meldt minimaal twee weken van tevoren het paasvuur aan via de
                                telefoon 0545 – 250 250 of via de website www.gemeenteberkelland.nl.
                            </al></li><li nr="3."><al>Minimaal één uur van tevoren kijkt u op de site www.vnog.nl of u
                                kunt stoken. Op de gekleurde thermometer kunt u zien of dat die dag
                                mag. Hebt u geen internet dan kunt u de alarmcentrale van de
                                brandweer Apeldoorn bellen. Het telefoonnummer is 055-5053322. Als
                                de alarmcentrale aangeeft dat er sprake is van “code rood”, mag u
                                niet stoken.</al></li></lijst><al><vet>Locatie:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Is de brandstapel kleiner dan 26 m³ dan moet er een afstand van 50
                                meter zijn tussen het vuur en brandbare objecten. Denk hierbij aan
                                gebouwen, beplanting, bos, natuurgebieden en
                                hoogspanningslijnen.</al></li><li nr="2."><al>Is de brandstapel groter dan 25 m³? Dan moet er minimaal 100 meter
                                zijn tussen het vuur en brandbare objecten.</al></li><li nr="3."><al>Deze afstanden kunnen met toestemming van de brandweer kleiner
                                zijn.</al></li><li nr="4."><al>Ligt de stookplaats in de buurt van water? Dan moet u voorkomen dat
                                asresten bij regen in het water terecht komen.</al></li></lijst><al><vet>Verbranden:</vet></al><lijst><li nr=" 1."><al>Er mag alleen snoeihout worden verbrand, dat ontstaan is door
                                landschapsonderhoud. Onder landschapsonderhoud verstaan we onder
                                andere het snoeien van houtwallen, bosjes en houtopstanden, zoals
                                een rij bomen als perceelsafscheiding. Het verbranden van andere
                                afvalstoffen is niet toegestaan.</al></li><li nr=" 2."><al>Er mag geen snoeihout van derden worden verbrand. Dit voorschrift
                                geldt niet voor paasvuren.</al></li><li nr=" 3."><al>Het te verbranden snoeihout moet uitwendig droog zijn.</al></li><li nr=" 4."><al>Het verbranden van snoeihout mag alleen op een onbrandbare
                                ondergrond.</al></li><li nr=" 5."><al>U zorgt er voor dat er geen bodemverontreiniging optreedt. </al></li><li nr=" 6."><al>Voor het aanmaken van het vuur mag geen gebruik worden gemaakt van
                                vloeibare brandstoffen, zoals benzine, petroleum of (afgewerkte)
                                olie.</al></li><li nr=" 7."><al>U mag tijdens het stoken geen blad, houtwol, hooi, stro e.d.
                                (makkelijk opstijgende brandstof) op het vuur gooien.</al></li><li nr=" 8."><al>Er moet voortdurend toezicht zijn op het vuur door een volwassene. U
                                moet voorkomen dat het vuur overslaat.</al></li><li nr=" 9."><al>U beperkt het nabranden. Er mag geen overlast ontstaan voor
                                omwonenden. Is er wel sprake van overlast dan moet u het vuur
                                blussen met water.</al></li><li nr=" 10."><al>U zorgt er voor dat de verbrandingsresten binnen een week na de
                                verbranding worden verwijderd.</al></li><li nr=" 11."><al>Stookt u hout met een besmettelijke ziekte, bijvoorbeeld
                                bacterievuur/perenvuur, iepziekte of loodglans? Dan moet u van ons
                                een verklaring hebben. Deze verklaring kunt u aanvragen bij de
                                Afdeling Beheer en Onderhoud, telefoon 0545 – 250 250. </al></li></lijst><al/><al><vet>Overige voorwaarden:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>U mag stoken als:</al><lijst><li nr="a."><al>het droog weer is. Bij regen of mist mag er geen verbranding
                                        plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de windkracht meer is dan één Beaufort (minimaal 0,3
                                        m/s);</al></li><li nr="c."><al>de windkracht niet meer is dan maximaal 5 Beaufort is
                                        (maximaal 10,7 m/s);</al></li><li nr="d."><al>het verkeer en de omgeving geen hinder ondervinden van de
                                        rookontwikkeling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Er mag worden gestookt tussen zonsopgang en zonsondergang. Deze
                                voorwaarde geldt niet voor een paasvuur.</al></li><li nr="3."><al>Er mag niet worden gestookt op zon- en feestdagen. Dit geldt niet
                                voor een paasvuur.</al></li><li nr="4."><al>U herstelt of vergoedt de schade, die door het gebruik van deze
                                melding ontstaat. U kunt de schade niet terugeisen van de
                                gemeente.</al></li><li nr="5."><al>U kunt geen schadevergoeding eisen als wij (of de burgemeester)
                                vinden dat het vuur niet aangestoken mag worden.</al></li><li nr="6."><al>U volgt aanwijzingen van politie, gemeente (toezichthouders) of
                                brandweer direct op.</al></li></lijst><al/><al><vet>Extra voorwaarden paasvuur:</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Het snoeihout voor de openbare paasvuren mag ook bestaan uit
                                        stammen en takken met een doorsnede van meer dan 25 cm. Voor
                                        particuliere paasvuren geldt deze voorwaarde niet.</al></li><li nr="2."><al>Treffen wij bij controle ander materiaal dan snoeihout in
                                        het paasvuur aan? Dan moet dit materiaal door u direct
                                        worden verwijderd. Doet u dit niet, dan laten wij dat doen.
                                        De kosten hiervoor moet u betalen. Wij kunnen ook besluiten
                                        dat u geen toestemming krijgt om het paasvuur aan te
                                        steken.</al></li><li nr="3."><al>Het snoeihout mag niet afkomstig zijn van bedrijven die
                                        bedrijfsmatig (grof) tuinafval inzamelen.</al></li><li nr="4."><al>Het publiek moet op veilige afstand staan. De minimale
                                        afstand tot het paasvuur kunt u zelf uitrekenen. Dat is de
                                        hoogte van het paasvuur in meters vermenigvuldigd met 2. Is
                                        het paasvuur 4 meter hoog dan moet het publiek op 4x2=8
                                        meter staan.</al></li><li nr="5."><al>Na het beëindigen van het directe toezicht op het openbare
                                        paasvuur zorgt u er voor dat er geschikte hekken
                                        (bouwhekken) om het paasvuur geplaatst worden.</al></li><li nr="6."><al>U moet de verbrandingresten binnen 14 dagen na de
                                        verbranding verwijderen. De verbrandingsresten moet u naar
                                        een afvalverwerkingsbedrijf brengen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze nadere regels treden in werking op 17 januari 2011.</al><al>Gemeente Berkelland</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Secretaris, burgemeester,</ondertekening><ondertekening>4 januari 2011 </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>