<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81753_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Losser</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="Nieuwe Dinkellander">, 27-4-10 Nieuwe Dinkellander</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Losser.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET BESTUURSRECHT">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-13</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-04-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 6, 7, 13</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13-04-2010, c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Politiek, bestuur en samenleving</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Losser</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Losser; Gelezen het voorstel van het presidium d.d.
                        14 november 2007 Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en
                        de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen het reglement van orde voor de
                        vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Losser</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="2."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                            ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                            opgenomen;</al></li><li nr="3."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                            naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement,
                            waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="4."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                            een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="5."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                            vergadering;</al></li><li nr="6."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een
                            verordening of een ander voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al> De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="1."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="2."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="3."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="4."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><al> 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al><al> 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                            door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al><al> 3. De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                            de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De gemeentesecretaris</titel></kop><al> De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de
                            vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><al> 1. De raad heeft een presidium.</al><al> 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter en de
                            fractievoorzitters.</al><al> 3. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het
                            presidium aanwezig.</al><al> 4. Indien een fractievoorzitter is verhinderd kan hij zich laten
                            vervangen door een lid van zijn fractie.</al><al> 5. De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen
                            voor het presidium.</al><al> 6. Het presidium heeft, naast de taken opgenomen in de artikelen 9, 11,
                            12, 16, 21, 42 en 43 van dit reglement, als taak aanbevelingen te doen
                            aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad</al><al> 7. Het presidium mag alleen beraadslagen en besluiten als de voorzitter
                            (of diens vervanger) en tenminste twee leden aanwezig zijn.</al><al> 8. Het presidium besluit in voorkomende gevallen bij gewone meerderheid
                            van stemmen, waarbij elk lid één stem heeft. Bij staking van de stemmen
                            wordt het voorstel in een volgende, voltallige, vergadering opnieuw aan
                            de orde gesteld.</al><al> 9. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar</al><al> 10. De griffier draagt in de vorm van een besluitenlijst zorg voor
                            verslaglegging van de vergaderingen. De besluitenlijst is openbaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging </titel></kop><al> 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                            commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                            onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van
                            nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het
                            (centraal)stembureau.</al><al> 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                            uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het
                            verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al><al> 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                            gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in de oude samenstelling na
                            een raadsverkiezing.</al><al> 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                            de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                            samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                            voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al><al> 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                            een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                            waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of
                            verklaring en belofte af te leggen.</al><al> 6. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                            lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan
                            de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is
                            overeenkomstig het tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Fractie</titel></kop><al> 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                            kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de
                            zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één
                            lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie
                            beschouwd.</al><al> 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                            de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding
                            boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste
                            vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in
                            de raad wil voeren.</al><al> 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                            plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de
                            voorzitter.</al><al> 4. Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige
                            fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich
                            aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk
                            mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsten dan wel het
                            vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad.</al><al> 5. De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de
                            eerstvolgende vergadering van de raad.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Soorten raadsvergaderingen; tijdstip van vergaderen;
                                voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Soorten raadsvergaderingen</titel></kop><al> [vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al> 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel eens per zes
                                weken plaats op dinsdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden
                                in het gemeentehuis</al><al> 2. [vervallen]</al><al> 3. Het presidium stelt jaarlijks een vergaderschema vast.</al><al> 4. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                overleg in het presidium.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><al> 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van
                                dag, tijdstip en plaats van de vergadering.</al><al> 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><al> 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al><al> 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                de schriftelijke oproep, tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de
                                daarbijbehorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en
                                openbaar gemaakt.</al><al> 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                                vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of
                                van de agenda afvoeren.</al><al> 4. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar
                                een volgende raadsvergadering of aan het college nadere inlichtingen
                                of advies vragen.</al><al> 5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De wethouders </titel></kop><al> De wethouders zijn bij de raadsvergaderingen aanwezig en nemen deel
                                aan de beraadslagingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al> 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken
                                ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                raad.</al><al> 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                het gemeentehuis gebracht.</al><al> 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                gesteld.</al><al> 4. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al> 1. De vergadering wordt door aankondiging in één dag-, nieuws-, of
                                huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke website
                                openbaar gemaakt.</al><al> 2. De openbare kennisgeving vermeldt:</al><al> a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda
                                van de vergadering;</al><al> b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de
                                vergadering behorende stukken kan inzien;</al><al> c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                bedoeld in artikel 18</al><al> 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                geplaatst.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al> Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><al> 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij
                                aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                aangewezen.</al><al> 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na overleg in het presidium.</al><al> 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                uitgenodigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><al> 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad
                                blijkens de presentielijst aanwezig is.</al><al> 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al> Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke
                                stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van
                                de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                                hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Besluitenlijst en geluidsopname </titel></kop><al> 1. Van de reguliere raadsvergaderingen wordt een besluitenlijst
                                gemaakt.</al><al> 2. Bij het begin van de besluitvormingsvergadering wordt in de
                                regel de besluitenlijst van de voorgaande besluitvormingsvergadering
                                vastgesteld.</al><al> 3. De leden, de voorzitter, en de griffier hebben het recht, een
                                voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de
                                besluitenlijst naar hun oordeel onjuistheden of onduidelijkheden
                                bevat. Een voorstel tot verandering dient 24 uur voor het
                                vaststellen van de besluitenlijst schriftelijk bij de griffier te
                                worden ingediend.</al><al> 4. De besluitenlijst moet inhouden:</al><al> a. de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering
                                aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren;</al><al> b. een opsomming van de agendapunten,</al><al> c. de tekst van de ter vergadering ingediende
                                initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en
                                amendementen</al><al> d. een omschrijving van het genomen besluit,</al><al> e. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding
                                bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen
                                stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich
                                overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al><al> 5. De besluitenlijsten worden opgesteld onder verantwoordelijkheid
                                van de griffier.</al><al> 6. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de
                                griffier ondertekend.</al><al> 7. Van het gesprokene tijdens de reguliere raadsvergadering wordt
                                onder verantwoordelijkheid van de griffier tevens een geluidsopname
                                gemaakt. De geluidsopname van de vergadering wordt zo spoedig
                                mogelijk digitaal openbaar gemaakt</al><al> 8. De geluidsopname wordt bewaard in een daartoe bestemde
                                archiefruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><al> 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                mededelingen van het college aan de raad, worden wekelijks op een
                                lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad
                                beschikbaar gesteld en bij de ingekomen stukken ter inzage gelegd.
                                Daarbij wordt, op voorstel van de griffier, de wijze van afdoening
                                van de ingekomen stukken aangegeven.</al><al> 2. Indien leden van de raad een andere wijze van afdoening
                                voorstaan dan de griffier heeft geadviseerd, wordt dit aan het
                                presidium voorgelegd. Het presidium besluit dan over de wijze van
                                afdoening. In de overige gevallen worden de ingekomen stukken
                                overeenkomstig het advies afgehandeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><al> 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al><al> 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al><al> 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al><al> 4. Het derde lid is niet van toepassing op:</al><al> a. de rapporteur van een commissie;</al><al> b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement,
                                die motie of dat voorstel.</al><al> 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                spreken over een voorstel van orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al> Het presidium kan in een ontwerpagenda per bespreekstuk de
                                spreektijd aangeven van de leden en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al> 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><al> a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit
                                reglement te herinneren;</al><al> b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.</al><al> 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de
                                orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg
                                geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin dit
                                plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                ontzeggen.</al><al> 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening
                                de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al> 1. De raad kan beslissen over één of meer onderdelen van een
                                onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al><al> 2. De raad kan besluiten de beraadslaging voor een door hem te
                                bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de
                                gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen
                                worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al> 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de
                                griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al><al> 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten
                                aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al> Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beslissing</titel></kop><al> 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad
                                anders beslist.</al><al> 2. Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                eventuele amendementen, stemming plaats over het voorstel, zoals het
                                dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.</al><al> 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen
                                eindbeslissing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><al> 1. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                stemming is aangenomen.</al><al> 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd
                                of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben
                                onthouden.</al><al> 3. Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                voorzitter daarvan mededeling.</al><al> 4. De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem
                                uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de
                                oproeping op alfabetische volgorde.</al><al> 5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28
                                Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al><al> 6. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’
                                uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al><al> 7. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan
                                hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
                                gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de
                                uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.</al><al> 8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen.
                                Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><al> 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                wordt eerst over dat amendement gestemd.</al><al> 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement.</al><al> 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde
                                waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het
                                meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                stemming wordt gebracht.</al><al> 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                motie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over personen </titel></kop><al> 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet
                                plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.</al><al> 2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje
                                in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al><al> 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel
                                van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden
                                samengevat op één briefje.</al><al> 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te
                                openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al><al> 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                ingeleverd.</al><al> 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                de raad, op voorstel van de voorzitter.</al><al> 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><al> 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al><al> 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich
                                hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over
                                meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                plaatshebben.</al><al> 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                staken, beslist terstond het lot.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><al> 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al><al> 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud.</al><al> 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                gekozen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Amendementen</titel></kop><al> 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                            amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een
                            geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover
                            afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan
                            worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die
                            de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                            zijn.</al><al> 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                            amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen
                            (subamendement).</al><al> 3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                            te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij
                            de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het
                            voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden
                            volstaan.</al><al> 4. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                            mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                            plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Moties</titel></kop><al> 1. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al><al> 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                            schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al><al> 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                            voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                            voorstel plaats.</al><al> 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                            onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen
                            zijn behandeld.</al><al> 5. Intrekking van de motie door de indiener(s) ervan is mogelijk totdat
                            de besluitvorming over de betreffende motie heeft plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al> 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                            mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                            toegelicht.</al><al> 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                            betreffen.</al><al> 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><al> 1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                            worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al><al> 2. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                            vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is.
                            In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                            daaropvolgende vergadering geplaatst. Bij vaststelling van de agenda
                            wordt agendering van het initiatiefvoorstel in stemming gebracht.</al><al> 3. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                            voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad
                            oordeelt dat:</al><al> a. het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met
                            een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden
                            behandeld;</al><al> b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in een informele
                            raadsvergadering of een rondetafelgesprek;</al><al> c. het voorstel voor advies naar het college dient te worden gezonden.
                            In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                            geagendeerd wordt.</al><al> 4. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                            een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al><al> 5. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van
                            een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing.
                            Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de
                            agenda toegevoegd worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><al> 1. Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de
                            agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                            toestemming van de raad.</al><al> 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                            eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                            bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                            wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><al> 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                            naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48
                            uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter
                            ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het
                            onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen
                            vragen.</al><al> 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                            ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                            vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening
                            van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt
                            op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                            gehouden.</al><al> 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                            leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                            eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><al> 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                            vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
                            aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
                            Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande
                            aan de indiener teruggestuurd.</al><al> 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                            dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de
                            raad, de voorzitter en het college of de burgemeester worden
                            gebracht.</al><al> 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                            ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                            Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                            raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan
                            plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de
                            burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de
                            termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
                            bericht wordt behandeld als een antwoord.</al><al> 4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                            tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden.</al><al> 5. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                            eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                            dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                            voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de
                            burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                            beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><al> 1. Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                            bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                            Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend
                            bij het college of de burgemeester.</al><al> 2. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                            afschrift van dit verzoek krijgen.</al><al> 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                            eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al><al> 4. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                            eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                            dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                            voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de
                            burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                            beslist.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al> Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die het presidium vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al> Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die het presidium
                            vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><al> 1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                            secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                            algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                            gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                            Gemeenschappelijke Regelingen, heeft het recht voor het sluiten van de
                            vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als
                            bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit
                            verslag kan de voorzitter verwijzen naar een informele
                            raadsvergadering.</al><al> 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                            lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                            schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 40, zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al><al> 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                            lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren
                            als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor
                            het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 41, zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al><al> 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                            of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al> Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Verslag</titel></kop><al> 1. Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                            maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage.</al><al> 2. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                            ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een
                            besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het
                            vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                            ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al> Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al> Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel
                            55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al> 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                            op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al><al> 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het verstoren van de
                            orde is verboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al> Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al> In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al> In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel
                            omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van
                            de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>In werking treden</titel></kop><al> 1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2008.</al><al> 2. Op dat tijdstip vervallen:</al><al> a. het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                            van de raad van de gemeente Losser 2006;</al><al> b. het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                            van het presidium van de raad van de gemeente Losser 2006.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente</ondertekening><ondertekening> Losser d.d. 27 november 2007. griffier, voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>