<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81752_1</dcterms:identifier><dcterms:title>INSPRAAKVERORDENING GEMEENTE OEGSTGEEST</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oegstgeester Courant, 15-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gemeente Oegstgeest</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel150/geldigheidsdatum_12-01-2011">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vastgesteld en bekendgemaakt als onderdeel van het verzamelbesluit voor het opnieuw vaststellen en bekendmaken van de verordeningen ten behoeve van centrale ontsluiting van lokale regelgeving.</al><al>De ‘Verordening inspraak gemeente Oegstgeest 2000’ wordt hiermee ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>INSPRAAKVERORDENING GEMEENTE OEGSTGEEST</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oegstgeest;</al><al/><al>gelet op het recente vaststellen van de Nota interactieve
                        beleidsvorming;</al><al/><al>alsmede gelet op de gewijzigde wet- en regelgeving;</al><al/><al>voorts gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al/><al>overwegende dat de Inspraakverordening op mineure onderdelen een
                        actualisatie behoeft;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 september 2006,
                        nr. 117/06;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de navolgende:</al><al><vet>INSPRAAKVERORDENING GEMEENTE OEGSTGEEST</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Deze Verordening verstaat onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colwidth="70*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>-inspraak :</al></entry><entry colname="col2"><al>het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                            voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-inspraakprocedure :</al></entry><entry colname="col2"><al>de wijze waarop aan de inspraak ingevolge het bij of
                                            krachtens deze verordening bepaalde gestalte wordt
                                            gegeven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-beleidsvoornemen :</al></entry><entry colname="col2"><al>het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen
                                            of wijzigen van beleid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-belanghebbenden :</al></entry><entry colname="col2"><al>ingezetenen en natuurlijke en rechtspersonen die in de
                                            gemeente een belang hebben dat wordt geraakt door een
                                            beleidsvoornemen;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van Inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                            beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien daartoe de wettelijke plicht
                            bestaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                    vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuurs-orgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid
                                    heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor de gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van
                                    de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien sprake is van beslissingen waarbij het belang van
                                    inspraak niet opweegt tegen één van de volgende belangen:</al><lijst><li nr="1."><al>het beleidsvoornemen is dermate spoedeisend dat inspraak
                                            niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="2."><al>de opsporing en vervolging van strafbare feiten,
                                            inspectie, controle en toezicht door of vanwege
                                            overheidsorganen;</al></li><li nr="3."><al>het recht van eenieder op eerbiediging van de
                                            persoonlijke levenssfeer;</al></li><li nr="4."><al>de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare
                                            groepen en hun plaats in de samenleving;</al></li><li nr="5."><al>het voorkomen van onevenredige bevoordeling of
                                            benadeling van derden.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor één of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                    wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van
                                    het beleidsvoornemen wordt overgegaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan brengt het eindverslag ter kennis van de
                            gemeenteraad; het eindverslag wordt tevens openbaar bekendgemaakt en ter
                            inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze Verordening kan worden aangehaald als ‘Inspraakverordening gemeente
                        Oegstgeest’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Inspraakverordening gemeente Oegstgeest treedt in werking een dag na
                            publicatie van dit besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt de ‘Verordening inspraak gemeente Oegstgeest
                            2000’, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december
                            2003.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oegstgeest, gehouden op 16 oktober 2006.</al><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting artikel 1:</tussenkop><tussenkop>Met het formuleren van de begripsomschrijvingen wordt beoogd
                    eenduidigheid in de Verordening te bewerkstelligen. Aangesloten wordt bij de
                    definities van artikel 150 Gemeentewet. Dit Gemeentewet- artikel verklaart
                    voorts dat de raad het bestuursorgaan is dat verantwoordelijk is voor de nadere
                    regeling en organisatie van inspraak.</tussenkop><tussenkop>Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het
                    gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                    belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                    kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk
                    hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                    belangenafweging.</tussenkop><tussenkop>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Duidelijk moge zijn
                    dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of
                    maatregelen maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                    gebaseerd.</tussenkop><al>V044.TW</al><tussenkop>Toelichting artikel 2:</tussenkop><tussenkop>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn
                    eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. Dit zijn raad, college en burgemeester (ex 1:1, eerste lid,
                    van de Awb). Het is ter beoordeling van de gemeenteraad ten aanzien van welke
                    beleidsvoornemens inspraak wordt verleend (kaderstelling). In bepaalde gevallen
                    is het doelmatiger als inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld
                    spreekrecht bij raadsvergaderingen. Derhalve is middels de formulering van het
                    eerste lid de mogelijkheid opengehouden dat voor bepaalde beleidsvoornemens een
                    andere wijze van inspraak wordt geregeld.</tussenkop><tussenkop>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien
                    een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Afgezien is ervan om e.e.a. op te
                    sommen in dit artikel daar, in de eerste plaats bij een nieuwe wettelijke
                    verplichting direct de verordening moet worden aangepast en in de tweede plaats
                    het een dermate uitgebreide opsomming is dat de verordening hiermee
                    onoverzichtelijk wordt.</tussenkop><tussenkop>De belangen genoemd in lid 3, onder e van dit artikel vloeien voort uit
                    de Wet openbaarheid van bestuur.</tussenkop><tussenkop>Toelichting artikel 3:</tussenkop><tussenkop>Belanghebbenden zijn ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende
                    natuurlijke en rechtspersonen. Deze omschrijving vloeit rechtstreeks voort uit
                    de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet en sluit ook aan bij het in artikel
                    1:2 Awb gedefinieerde. Deze definitie heeft ook gelding voor wet-geving buiten
                    de Awb.</tussenkop><tussenkop>Toelichting artikel 4:</tussenkop><tussenkop>In afdeling 3.4 Awb wordt de inspraakprocedure geregeld. Na
                    terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden
                    gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen.
                    In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de
                    inspraak.</tussenkop><tussenkop>Het tweede lid houdt de mogelijkheid open om voor veel voorkomende
                    inspraakprocedures, zoals artikel 19 WRO-procedures, een aparte procedure te
                    ontwikkelen met bijvoorbeeld een afwijkende inspraaktermijn (bv. twee in plaats
                    van zes weken).</tussenkop><tussenkop>Toelichting artikel 5:</tussenkop><tussenkop>Om moverende redenen is hier niet aangesloten bij het bepaalde in de Awb.
                    Daarin wordt immers slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen
                    tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. Gekozen is voor
                    een uitgebreidere verslaglegging.</tussenkop><tussenkop>Het gestelde in het tweede lid van dit artikel houdt in dat het
                    schriftelijk verslag aan enkele voorwaarden moet voldoen: hoe is de procedure
                    verlopen, wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd, bevat het een
                    volledig overzicht van zowel de mondelinge als de schriftelijke
                    inspraakreacties? In het verslag zelf kan worden volstaan met een korte
                    zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de
                    personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. In tweede lid onder c
                    wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het bestuursorgaan
                    aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</tussenkop><tussenkop>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt, derhalve via de Oegstgeest Courant en de
                    gemeentelijke website. Deze laatste zal als informatiebron steeds belangrijker
                    worden.</tussenkop><tussenkop>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te
                    vermelden in zijn burgerjaarverslag ex artikel 170 Gemeentewet.</tussenkop><tussenkop>Toelichting artikel 6:</tussenkop><tussenkop>Dit artikel behoeft geen toelichting.</tussenkop><al>Toelichting artikel 7:</al><tussenkop>Dit artikel behoeft geen toelichting</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>