<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR8150_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van de gronden (exploitatieverordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Brunssum Aktueel, 13-04-1994</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Brunssum 1994</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Algemene Wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>1994-03-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1994-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-12-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 1994 nr. 56 A5; BJC nr. 2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Exploitatieverordening 1971, vastgesteld bij raadsbesluit van 11 mei 1971 vervalt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van de gronden (exploitatieverordening)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>exploitatieverordening</vet></al><al/><al>Gemeenteblad 1994, nr 56, A5.</al><al>B.J.C. nr. 2014.</al><al>De Raad van de gemeente Brunssum;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 10
                        februari 1994, BJC nr. 2014;</al><al>gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de
                        wet op de Ruimtelijke Ordening;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen een verordening, houdende de voorwaarden waaronder de
                        gemeente medewerking zal verlenen aan het in</al><al>exploitatie brengen van gronden (exploitatieverordening).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het in exploitatie brengen van grond; het door of met
                                        medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                        openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
                                        onroerende zaken geschikt of beter geschikt voor bebouwing
                                        dan wel anderszins in een voordeliger positie komen te
                                        verkeren;</al></li><li nr="b."><al>exploitaiegebied: een als zodanig aangewezen gebied,
                                        waarbinnen de onroerende zaken zijn gelegen die in
                                        aanmerking komen om op de wijze als onder het eerste lid
                                        onder a. bedoeld in exploitatie te worden ge bracht;</al></li><li nr="c."><al>exploitant: de eigenaar of rechthebbende van een in het
                                        exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke als gevolg
                                        van het door of met medewerking van de gemeente treffen van
                                        voorzieningen van openbaar nut, geschikt of beter geschikt
                                        wordt voor bebouwing dan wel anderszins in een voordeliger
                                        positie komt te verkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad kan gebieden aanwijzen die als exploitatiegebied
                                zullen gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken geschikt of beter geschikt worden voor bebouwing dan wel
                            anderszins in een voordeliger positie komen te verkeren, worden
                            gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                                    werken:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
                                            afgraven:</al></li><li nr="bb."><al>riolering, met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voeten
                                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze
                                            voorzieningen en kunstwerken verband houdende
                                            werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover de daarmee verband houdende kosten niet op
                                            andere wijze kunnen worden verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                            maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een
                                            bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanleg van de onder 1. vermelde werken buiten het
                                    exploitatiegebied voor zover deze werken direct dan wel indirect
                                    profijt opleveren voor de binnen het exploitatiegebied liggende
                                    onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Eploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kan het College van
                                burgemeester en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke
                                uitvoering van de door de gemeente aan te leggen voorzieningen van
                                openbaar nut aan de exploitant over te laten, indien vaststaat dat
                                een goede uitvoering is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval als bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad
                                besloten of en zo ja op welke wijze en tot welke omvang de aan die
                                voorzieningen verbonden kosten worden verhaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat onder meer de volgende
                                onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwij zing van de
                                        daarin gelegen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van kosten, verband houdende met de uitvoering
                                        van de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut,
                                        zoals bedoeld in artikel 5.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het besluit, als bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven dat,
                                voor wat betref t de door de gemeente in eigendom verkregen en in
                                het exploitatiegebied liggende onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten zoveel mogelijk plaatsvindt via gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het besluit, als bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven dat,
                                voor wat betreft de niet door de gemeente in eigendom verkregen en
                                in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst, als
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al><al>Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wij ze niet kan
                                worden gekomen tot het aangaan van een overeenkomst, als bedoeld in
                                artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in daarvoor in
                                aanmerking komende gevallen zal plaatsvinden door middel van de
                                vaststelling van een bouwgrondbelasting (ex artikel 222 Gemeentewet)
                                of baatbelasting (ex artikel 221 Gemeentewet).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 4, tweede lid onder c. genoemde begroting bevat in elk
                                geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al>Een raming van de ten laste van de onroerende zaken in het
                                        exploitatiegebied komende kosten, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van alle binnen het
                                                exploitatiegebied gelegen gronden, zijnde de waarde
                                                van de grond vermeerderd met de waarde van de
                                                opstallen, die voor de verwezenlijking van de
                                                bestemming niet gehandhaafd kunnen worden en met de
                                                kosten van vrijmaken van de grond van opstallen -
                                                met inbegrip van de zich in de grond bevindende
                                                resten zoals funderingen, leidingen en kabels,
                                                persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of
                                                beperkt recht, zakelijke lasten alsmede de kosten
                                                van schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding en
                                                planbeheer en plantoezicht. Onder deze kosten wordt
                                                onder meer verstaan:</al><al>de kosten verband houdende met het opstellen van
                                                structuurplannen en bestemmingsplannen, het op
                                                stellen van planmatige uitwerkingen of wijzigingen,
                                                het vervaardigen van besluiten tot het verlenen van
                                                vrijstelling van een bestemmingsplan als mede van
                                                overige planologische maatregelen voor zoveel deze
                                                nodig zijn voor het in exploitatie brengen van
                                                gronden binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                                van openbaar nut voor zover deze verband houden met
                                                het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                                exploitatiegebied alsmede de daarmee verband
                                                houdende kosten van onderzoeken, voorbereiding en
                                                toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voor zover
                                                dit rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
                                                gronden heeft meegewerkt;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                lasten, verminderd met rente-opbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten, die in beginsel ten laste van de
                                                grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een raming van de ten gunste van het in exploitatie nemen
                                        van gronden komende opbrengsten, bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzienin gen
                                                in openbaar nut, hetzij via overeenkomst het zij via
                                                bouwgrond- of baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De wijze van toerekening van de totale onder het eerste en
                                        tweede lid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende
                                        zaken in het exploitatiegebied naar de mate van het profijt,
                                        dat de onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel
                                        van voorzieningen van openbaar nut, als bedoeld in artikel 2
                                        van deze ver ordening.</al><al>De mate van profijt wordt bepaald op basis van ligging,
                                        bestemming en de objectieve gebruiksmogelijkheden van de
                                        onroerende zaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde
                                exploitatiebijdragen wordt ervan uitgegaan dat het exploitatiegebied
                                in zijn geheel door de gemeente in exploitatie zal worden
                                gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                dan wel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening profijt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt
                                het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte, als bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de onroerende zaken, waar
                                mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw) grond, vermenigvuldigd met factoren
                                voor ligging, bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 3. waarin het profijt van de
                                van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                                uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van profijt, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door het College van burgemeester en wethouders
                                te bepalen grondslag, welke voorziet in de aanwezige verschillen in
                                profijt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, voor wat betref t de in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken welke niet in eigendom zijn van de
                                gemeente, plaats op basis van een exploitatie-overeenkomst.</al><al>Indien het afstand doen van gronden, als bedoeld in het derde lid
                                onder d. onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een
                                akte opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad besluit tot het aangaan van een
                                exploitatie-overeenkomst, als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst, als bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval
                                bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        c.q. aanpassen van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid
                                (uitvoering werken door exploitant) , bevat de overeenkomst,
                                onverminderd het gestelde in het derde lid, ondermeer de volgende
                                bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken
                                        wordt een aannemingsovereenkomst gesloten, waarin de
                                        gemeente als opdrachtgever en de exploitant als aannemer
                                        wordt aangemerkt. De gemeente zal op basis van deze
                                        overeenkomst tevens worden belast met de directievoering en
                                        het dagelijks toezicht;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom van de onder a. genoemde overeenkomst bedraagt
                                        f 1;</al></li><li nr="c."><al>op de aanneemovereenkomst zijn de voorwaarden en bepalingen
                                        van de UAV-AVW 1989, dan wel de hierna verschenen en nog te
                                        verschijnen aanpassingen, van over eenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7 derde lid sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde als
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 1. onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden
                                en van de gronden welke zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de gemeente
                                worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, als bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen.</al><al>Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                                overeenstemming verkregen, dan berichten de aangewezen deskundigen
                                tezamen dit aan de opdrachtgevers, waarna de meest gerede partij,
                                met kennisgeving aan de wederpartij, de kantonrechter in het kanton
                                waartoe de gemeente behoort kan verzoeken deze deskundige te
                                benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid (uitvoering werken door exploitant) de ten laste van de
                                exploitant komende bijdrage als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="ja."><al>De bijdrage, zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid sub d. bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting.</al></li><li nr="bb."><al>De onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al><lijst><li nr="1."><al>De inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                                exploitant behordende gronden. Het bepaalde in het
                                                tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige
                                                toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het in de onder a. genoemde bijdrage opgenomen
                                                bedrag aan kosten zoals bedoeld in artikel 5, eerste
                                                lid sub 1. onder b. tot en met f. voor zover de
                                                uitvoering van de daarmee verband houdende
                                                activiteiten en werkzaamheden voor risico en
                                                rekening komt van exploitant.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan de gemeenteraad verzoeken tot het verlenen
                                van medewerking met betrekking tot het in bouwexploitatie brengen
                                van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door het College van burgemeester en wethouders een aanvraag
                                voor een bouwvergunning, als bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut, als bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt hiervan
                                    <vet>vóór</vet> de beslissing op de aanvraag een kennisgeving
                                gedaan aan de aanvrager.</al><al>Daarbij wordt een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten van
                                de in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut verstrekt.
                                Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in
                                te dienen bij de gemeenteraad voor medewerking met betrekking tot
                                het in bouwexploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist binnen zes maanden na ontvangst van de
                                aanvraag (4:14 geen verdaging).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek van
                                exploitant in bouwexploitatie brengen van gronden krachtens een
                                overeenkomst, als bedoeld in artikel 7.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking wordt niet verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw) werkzaamheden zouden
                                        leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                        bestemmingsplan, anderzins zou leiden tot strijd met
                                        belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing
                                        en/of herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins tot
                                        grote kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien
                                        van het doeltreffend voorzien in water-voorziening, openbare
                                        verlichting, riolering etc.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot een maand na het onherroepelijk worden van het
                                        bestemmingsplan of herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot een maand nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen voor een onroerende zaak, voor
                                welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied reeds een
                                kostenverhaalsbesluit, als bedoeld in artikel 4, is genomen, wordt
                                hiervan kennisgeving gedaan aan exploitant.</al><al>Naast de hiervoor genoemde mededeling wordt aan exploitant tevens
                                een ontwerp-overeenkomst, als bedoeld in artikel 7, aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie bouwgrond- en/of baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit, als bedoeld in
                                artikel 4 is opgenomen, zal, indien exploitant een overeenkomst, als
                                bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden bepaald dat,
                                met betrekking tot de uitvoering van de in deze overeenkomst
                                genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van bouwgrondbelasting en/of baatbelasting
                                ten laste van de betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit als bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomt,
                                zal het College van burgemeester en wethouders aan exploitant
                                mededeling doen van het voornemen tot invoering van een bouwgrond-
                                of baatbelasting, zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen
                                in het kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan, welke naast
                            het kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het
                            in bouwexploitatie brengen van gronden, nog andere elementen bevat, dan
                            vindt de vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst
                            totstandgekomen exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van
                            openbaar nut, plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening vinden, voor zover mogelijk,
                            overeenkomstige toepassing bij de kostprijsberekening van de door de
                            gemeente in exploitatie te brengen gronden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slothepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied, waarvoor geldt dat op de datum
                            van inwerkingtreding van deze verordening de te treffen voorzieningen
                            van openbaar nut niet in gebruik zijn genomen dan wel zijn voltooid én
                            waarvoor geen kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in het eerste lid is
                            genomen, vinden de bepalingen in deze verordening toepassing op een voor
                            zoveel nodig aan de afwijking van artikel 4 van deze verordening
                            aangepaste wijze. In elk geval geldt daarbij dat, indien binnen een
                            zodanig exploitatiegebied wordt gekomen tot een exploitatieovereenkomst
                            als bedoeld in artikel 7, de vaststelling van de daarin op te nemen
                            financiële bijdrage geschiedt op basis van een door de gemeenteraad vast
                            te stellen kostenbegroting, zoals bedoeld in artikel 5.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand,
                                volgende op die waarin de goedkeuring van gedeputeerde staten op de
                                verordening is verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de "Exploitatieverordening 1971",
                                zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 11 mei 1971.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Brunssum 1994".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 maart 1994</al><al> De Raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening> secretaris</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>