<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81329_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kabels en leidingen Etten-Leur 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Etten-Leurse Bode, 09-11-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kabels en leidingen Etten-Leur 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0009950">Telecommunicatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-09-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VH</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Handboek kabels en leidingen Etten-Leur, delen II t/m V</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling treedt in de plaats van de Telecommunicatieverordening gemeente Etten-Leur van 31 mei 1999.</al><al>Deze regeling vormt deel I van het Handboek kabels en leidingen Etten-Leur</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kabels en leidingen Etten-Leur 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur, </al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 2
                        september 2008 </al><al>overwegende: </al><lijst><li nr="-"><al>dat de ondergrondse infrastructuur aan kabels en leidingen van
                                onmisbaar belang is; </al></li><li nr="-"><al>dat met deze kabels en leidingen ook grote andere belangen zijn
                                gemoeid, zoals milieu, veiligheid en (ondergrondse) ordening; </al></li><li nr="-"><al>dat daarom een specifiek op deze kabels en leidingen gerichte
                                verordening noodzakelijk is; </al></li><li nr="-"><al>dat deze verordening geldt voor de gehele energie-, water- en
                                telecommunicatiesector. </al></li></lijst><al>gelet op de Gemeentewet en de Telecommunicatiewet; </al><al> Besluit: </al><al>Vast te stellen de hierna volgende verordening op de aanleg, het houden, het
                        onderhoud, het gebruik en het verwijderen van kabels en leidingen in de
                        openbare ruimten in de gemeente Etten-Leur (VKLE). </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Aanbieder: aanbieder van een openbaar elektronisch
                                    communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van
                                    de wet;</al></li><li nr="b."><al>Calamiteit: ongewenste situatie in een netwerk die een zodanig
                                    gevaar of hinder in de openbare ruimte oplevert dat direct
                                    ingrijpen noodzakelijk is;</al></li><li nr="c."><al>College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Etten-Leur; </al></li><li nr="d."><al>Ernstige belemmering of storing: ongewenste situatie in een
                                    netwerk die de reguliere dienstverlening door de KLB in de weg
                                    staat waarbij reparatie geen uitstel kan lijden. </al></li><li nr="e."><al>Handboek: alle door het college of gemeenteraad vastgestelde
                                    onderdelen (inclusief bijlagen) van het ‘Handboek kabels en
                                    leidingen’; </al></li><li nr="f."><al>Huisaansluiting: het gedeelte van een kabel of leiding van
                                    minder dan 20 meter in openbare gronden dat een openbaar netwerk
                                    verbindt met een netwerkaansluitpunt;</al></li><li nr="g."><al>Instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in
                                    artikel 5.4 eerste lid, onder b, van de wet;</al></li><li nr="h."><al>Kabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z van de
                                    wet;</al></li><li nr="i."><al>KLB: degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding wordt
                                    aangelegd, beheerd of geëxploiteerd;</al></li><li nr="j."><al>Kunstwerk: voor de geleiding van een leiding aangebrachte
                                    infrastructuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan
                                    leidingentunnels en leidingenviaducten, en in infrastructuur
                                    aanwezige voorzieningen ten behoeve van de geleiding van kabels
                                    of leidingen; </al></li><li nr="k."><al>Leidingen: ondergrondse buizen of kabels, niet zijnde kabels als
                                    bedoeld in artikel 1.1, onder z van de wet, die zijn bestemd
                                    voor het transport van vaste stoffen, vloeistoffen, energie of
                                    informatie; </al></li><li nr="l."><al>Netwerkbeheerder: aanbieder of KLB;</al></li><li nr="m."><al>Ondergronds obstakel: bodemverontreiniging, materialen, object
                                    en stof die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te
                                    leggen of gelegde leiding tot gevolg heeft of kan hebben; </al></li><li nr="n."><al>Openbaar elektronisch communicatienetwerk:
                                    telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van
                                    de wet;</al></li><li nr="o."><al>Openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in
                                    artikel 1.1, onder aa, van de wet, alsmede het overig openbaar
                                    groen; </al></li><li nr="p."><al>SB: de afdeling Stadsbeheer van de gemeente Etten-Leur;</al></li><li nr="q."><al>Vergunning: besluit van het college als bedoeld in artikel 4,
                                    eerste lid, van deze verordening;</al></li><li nr="r."><al>VH: de afdeling Vergunning en Handhaving van de gemeente
                                    Etten-Leur;</al></li><li nr="s."><al>VKLE: Verordening kabels en leidingen Etten-Leur;</al></li><li nr="t."><al>Werk: grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of
                                    bouwwerk;</al></li><li nr="u."><al>Werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                    instandhouding, verplaatsing en opruiming van kabels ten dienste
                                    van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of kabels en
                                    leidingen voor overige openbare en publieke doeleinden in of op
                                    openbare gronden;</al></li><li nr="v."><al>Werkzaamheden van niet ingrijpende aard: </al><lijst><li nr="-"><al>het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds
                                            aangebrachte voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>het maken of wegnemen van huisaansluitingen;</al></li><li nr="-"><al>het plaatsen van handholes;</al></li><li nr="-"><al>reparaties met een sleuflengte van maximaal 20
                                            meter;</al></li><li nr="-"><al>lasgaten met een oppervlakte van maximaal 4 vierkante
                                            meter in de openbare ruimte;</al></li></lijst></li><li nr="w."><al>Wet: Telecommunicatiewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de aanleg, de instandhouding
                                en het verwijderen van onder- en bovengrondse infrastructuur van
                                energie-, water- en telecommunicatiebedrijven in de openbare ruimte
                                van Etten-Leur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op de aanleg, het houden,
                                het onderhoud, de exploitatie en het verwijderen van bovengrondse
                                hoogspanningskabels, buizen die deel uitmaken van het gemeentelijke
                                rioleringsstelsel en kabels of leidingen die onderdeel zijn van een
                                inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of deel uitmaken van
                                drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit
                                drukapparatuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                                vast in het Handboek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het Handboek zijn onder meer bepalingen opgenomen betreffende de
                                veiligheid, het ontwerp, het beheer, de aanleg, het onderhoud, de
                                exploitatie en het verwijderen van kabels en leidingen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DE VERGUNNING </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het
                                college in, onder, over of boven de weg of een ander deel van de
                                openbare ruimte een leiding of ander deel van ondergrondse of
                                bijbehorende bovengrondse infrastructuur voor energie, water of
                                andere netwerken, met uitzondering van telecommunicatienetwerken: </al><lijst><li nr="a."><al>aan te leggen; </al></li><li nr="b."><al>te hebben </al></li><li nr="c."><al>in stand te houden; </al></li><li nr="d."><al>te verplaatsen of te verwijderen;</al></li><li nr="e."><al>een andere functie te geven dan in de vergunning is
                                        omschreven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt in ieder geval niet verleend indien niet wordt
                                voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Procedure aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een KLB die werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4, wil verrichten,
                                doet daarvoor uiterlijk acht weken voor aanvang een verzoek om
                                vergunning aan het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een KLB die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg
                                voeren met het college teneinde het verzoek, als bedoeld in het
                                eerste lid van dit artikel, voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard,
                                niet vallend onder lid 4 van dit artikel, geldt een ten opzichte van
                                het eerste lid verkorte procedure. Het college verleent voor de
                                beoogde werkzaamheden vergunning indien ten minste drie werkdagen
                                voorafgaande aan de werkzaamheden daarvoor door de KLB bij het
                                college een verzoek is gedaan. Aan de vergunning kunnen door het
                                college voorwaarden worden verbonden. Artikel 6, eerste lid onder b,
                                c, d en e, en artikel 15, tweede lid, zijn hierbij van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een
                                calamiteit of een ernstige belemmering of storing van de levering
                                van vaste stoffen, vloeistoffen of energie via een leiding volstaat
                                de KLB met een met een telefonische melding, voorafgaand aan de
                                start van de werkzaamheden, aan de burgemeester of een daartoe
                                gemachtigd ambtenaar. Zo spoedig mogelijk na uitvoering worden de
                                werkzaamheden schriftelijk bij het college gemeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de
                                melding, als bedoeld in het vierde lid, worden verstrekt alsook over
                                de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het
                                ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de
                                voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de
                                werkzaamheden als bedoeld in het vierde lid op een ander dan het
                                voorgenomen tijdstip plaatsvinden. Het besluit wordt onverwijld na
                                het tijdstip van ontvangst van de melding genomen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan de wijze van aanvragen of melden nader bepalen en
                                formulieren vaststellen die moeten worden gebruikt voor het
                                aanvragen van een vergunning als bedoeld in lid 1 of lid 3 of voor
                                het doen van een melding als bedoeld in lid 4. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijzigings- en intrekkingsgronden</titel></kop><al>1.Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de KLB de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende
                                    een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden staakt dan
                                    wel de leiding anderszins gedurende een periode van ten minste
                                    zes maanden niet in gebruik en niet onderhouden is; </al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige
                                    gegevens is verleend; </al></li><li nr="c."><al>de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                    afgegeven; </al></li><li nr="d."><al>de KLB het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    vergunningvoorschriften niet naleeft; </al></li><li nr="e."><al>na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het
                                    college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het
                                    van kracht blijven van de vergunning, met het oog op de belangen
                                    genoemd in artikel 8, tweede lid, onaanvaardbare schadelijke
                                    gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het
                                    stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende
                                    vergunning niet kan worden tegemoetgekomen; </al></li><li nr="f."><al>dit noodzakelijk is voor de oprichting van gebouwen of de
                                    uitvoering van werken door of vanwege de eigenaar van grond
                                    waarin een leiding is gelegen;</al></li><li nr="g."><al>de eigenaar van grond waarin een leiding is gelegen jegens een
                                    derde gehouden is grond, die door de eigenaar van de grond
                                    waarin de leiding is gelegen is bestemd voor het oprichten van
                                    een of meer gebouwen, zodanig te leveren dat die derde na
                                    verkrijging van de grond bij het door of vanwege hem oprichten
                                    van een of meer gebouwen niet gehinderd wordt door de in de
                                    grond aanwezige leidingen. De oprichting van een of meer
                                    gebouwen dient op het moment dat een verzoek wordt gedaan
                                    voldoende bepaalbaar te zijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bestaande leidingen</titel></kop><al>1.Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze
                            verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke
                            toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een
                            vergunning krachtens deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verwijderen van leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De KLB is verplicht na het verlopen, opzeggen of geheel of
                                gedeeltelijke intrekken van de vergunning, de leiding binnen een
                                door het college te bepalen termijn te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 4, 17, 18, 19 en 20 zijn van overeenkomstige toepassing
                                op een verwijdering als bedoeld in het eerste lid. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HET INSTEMMINGSBESLUIT </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen
                                ten minste acht weken voor de aanvang aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in
                                het eerste lid van dit artikel, voor te bereiden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een
                                andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk
                                vier weken na ontvangst van de melding in het eerste lid
                                schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg
                                tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan
                                de aanbieder volstaan met een melding aan het college minimaal drie
                                werkdagen voorafgaande aan de werkzaamheden. Aan de instemming
                                kunnen door het college voorwaarden worden verbonden. Artikel 15,
                                tweede lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de wijze van melden nader bepalen en formulieren
                                vaststellen die moeten worden gebruikt voor het doen van een melding
                                als bedoeld in lid 1 of een melding als bedoeld in lid 3. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige
                                    belemmering of storing van de communicatie in de zin van artikel
                                    5.6, tweede lid, van de wet volstaat de aanbieder met een
                                    telefonische melding voorafgaand aan de start van de
                                    werkzaamheden aan de burgemeester of een daartoe gemachtigd
                                    ambtenaar. Zo spoedig mogelijk na uitvoering worden de
                                    werkzaamheden, via een door het college vast te stellen
                                    formulier, schriftelijk gemeld.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de
                                    melding, als bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt alsook
                                    over de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Zakelijk karakter vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien kabels of leidingen worden overgedragen aan een nieuwe
                                    netwerkbeheerder draagt deze zorg voor een voldoende, algemene
                                    registratie van zijn kabels of leidingen; melding bij het Kabels
                                    en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) wordt als voldoende
                                    aangemerkt. </al><al>Deze bepaling vervalt zodra de Wet informatie-uitwisseling
                                    ondergrondse netten (Grondroerdersregeling) in werking is
                                    getreden.</al></li><li nr="2."><al>De netwerkbeheerder stelt het college onverwijld schriftelijk in
                                    kennis van het feit dat de eigendom, de exploitatie of het
                                    beheer van een kabel of leiding verandert of dat een kabel of
                                    leiding niet langer ten dienste staat van het openbare netwerk
                                    in of op openbare gronden.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid kan het college in een
                                    vergunning bepalen dat die vergunning slechts geldt voor de KLB.
                                </al></li><li nr="4."><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                    instemming geldt, voor zover van toepassing, tevens als een
                                    vergunning op grond van artikel 2.1.5.2 van de Algemene
                                    Plaatselijke Verordening Etten-Leur 2007. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de aanvraag als bedoeld artikel 5, eerste lid, of een melding
                                als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van deze verordening verstrekt
                                de netwerkbeheerder in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die
                                        de kabel, de leiding of het netwerk in eigendom heeft,
                                        beheert of exploiteert.</al></li><li nr="b."><al>een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met
                                        kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het
                                        aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van het aantal leidingen dat wordt aangebracht en
                                        de stof die erdoor wordt getransporteerd;</al></li><li nr="d."><al>een opgave van de belanghebbenden en instanties die vooraf
                                        in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van
                                        aanvang, beëindiging en de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="e."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al></li><li nr="1."><al>een opgave van het gewenste tracé met daarbij duidelijke
                                        (digitale) tekeningen en daarop aangegeven wat de te
                                        verbinden locaties zijn;</al></li><li nr="2."><al>een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                        werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste
                                        situering daarvan;</al></li><li nr="3."><al>een omschrijving van de opbrekingen van de verharding;</al></li><li nr="4."><al>de doorsnede van de kabel en/of leiding en eventuele andere
                                        voorzieningen (zoals kabelgoten, mantelbuizen e.d.);</al></li><li nr="5."><al>de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke) of
                                        bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning
                                        noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen
                                        daarvan;</al></li><li nr="6."><al>naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van de
                                        contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast zijn
                                        met de werkzaamheden en van door hen aangewezen
                                        contactpersoon of –personen die ten tijde van de uitvoering
                                        van de werkzaamheden gezamenlijk vierentwintig uur per dag
                                        bereikbaar zijn in verband met mogelijke calamiteiten;</al></li><li nr="7."><al>de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de openbare
                                        grond aanwezige kabels en leidingen waarborgen;</al></li><li nr="8."><al>de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid
                                        van de uit te voeren werkzaamheden;</al></li><li nr="9."><al>alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden
                                        gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet genoemde
                                        belangen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt in een bijlage bij het aanvraag-, c.q.
                                meldingsformulier vast welke aanvullende gegevens voor de
                                beoordeling van het verzoek benodigd zijn en op welke wijze die
                                gegevens moeten worden verstrekt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanvullende verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netwerkbeheerder is verplicht omwonenden en bedrijven ter plaatse
                                van de uit te voeren werkzaamheden op de hoogte te stellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment van de oplevering van de werkzaamheden is de
                                netwerkbeheerder op verzoek van het college verplicht gegevens
                                omtrent de ligging van zijn kabels en/of leidingen te verstrekken en
                                een overzicht te geven van de niet in gebruik zijnde kabels en/of
                                leidingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beslistermijn en aanhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel
                                5, eerste lid, of een melding als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                van deze verordening, wordt genomen uiterlijk acht weken na
                                ontvangst van de aanvraag of de melding. Indien een beslissing niet
                                binnen acht weken kan worden genomen, deelt het college dit aan de
                                netwerkbeheerder mede en noemt daarbij een redelijke termijn
                                waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college houdt een beslissing aan, indien er geen grond is om de
                                vergunning of instemming te weigeren en voor de aanleg, verplaatsing
                                of verwijdering van de kabel of leiding tevens een bouwvergunning of
                                een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                vereist is, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>de betreffende bouwvergunning is afgegeven en zes weken zijn
                                        verstreken waarbinnen geen bezwaar is aangetekend dan wel
                                    </al></li><li nr="b."><al>een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend en op
                                        dat verzoek is beslist. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, met inachtneming van het Handboek, aan een
                                vergunning of instemming voorschriften en beperkingen verbinden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het eerste lid, hebben
                                betrekking op: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van de bodem; </al></li><li nr="c."><al>de bescherming van archeologische waarden;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van beplanting en groenvoorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van de volksgezondheid; </al></li><li nr="f."><al>de voorkoming van gevaar, schade of hinder; </al></li><li nr="g."><al>de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer;
                                    </al></li><li nr="h."><al>het verschaffen van nadere informatie; </al></li><li nr="i."><al>de bescherming en ongestoorde exploitatie van naburige
                                        kabels en leidingen; </al></li><li nr="j."><al>de afstemming met andere werken of werkzaamheden; </al></li><li nr="k."><al>de verzekering van de toestand waarin het tracé na
                                        voltooiing van het werk moet worden opgeleverd; </al></li><li nr="l."><al>het behoud van de integriteit van de kabel of leiding; </al></li><li nr="m."><al>de bepaling van het tijdstip waarop de feitelijke
                                        werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen; </al></li><li nr="n."><al>het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van
                                        de leiding; </al></li><li nr="o."><al>de bepaling van onderhoudsverplichtingen; </al></li><li nr="p."><al>hergebruik en afvoer van bouwstoffen; </al></li><li nr="q."><al>het tracé waar de leiding moet worden gelegd en gehouden.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de
                                plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud,
                                verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen, het bevorderen
                                van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de
                                voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond
                                aanwezige werken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien binnen drie jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                                openbare gronden de netwerkbeheerder werkzaamheden moet uitvoeren,
                                kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan de wijze van
                                herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de
                                netwerkbeheerder. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan het herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere
                                voorwaarden stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een netwerkbeheerder is verplicht om bij de aanleg van kabels of
                                leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken
                                van bestaande, hetzij door andere netwerkbeheerders dan wel door of
                                in opdracht van het college aangelegde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, of artikel 9,
                                tweede lid, dan wel een door het college geëntameerd overleg naar
                                aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, of
                                een melding als bedoeld in artikel 9, eerste lid, is er mede op
                                gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé
                                gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld
                                in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de netwerkbeheerder een redelijk aanbod wordt gedaan om
                                gebruik te maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals
                                mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de
                                netwerkbeheerder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn
                                netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                nieuwe kabels of leidingen, dient de netwerkbeheerder een
                                alternatief tracé te kiezen, of aan andere netwerkbeheerders een
                                billijk verzoek tot medegebruik van kabels of leidingen te doen.
                                Aanbieders doen dat verzoek op grond van artikel 5.12, van de
                                wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DE AANLEG </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvullende informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de netwerkbeheerder verplichten binnen een door het
                                college vast te stellen termijn na verlening van de vergunning dan
                                wel de afgifte van het instemmingsbesluit, en vóór de beoogde
                                aanvang van de feitelijke werkzaamheden voor de aanleg,
                                instandhouding of verwijdering van kabels of leidingen bij haar,
                                overeenkomstig het Handboek, documenten in te dienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De netwerkbeheerder voltooit de werkzaamheden met betrekking tot de
                                aanleg, wijziging of verwijdering binnen zes maanden na aanvang van
                                de werkzaamheden, tenzij in de vergunning of in het
                                instemmingsbesluit anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de kennisgeving van
                                concrete werkzaamheden of gebeurtenissen aan SB of VH.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ondergrondse obstakels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse
                                obstakels worden aangetroffen, meldt de netwerkbeheerder dit
                                onverwijld aan SB.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het
                                tracé van de kabel of leiding aan de netwerkbeheerder maatregelen
                                opdragen ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening
                                strekt en opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van
                                de te nemen maatregelen komen ten laste van de netwerkbeheerder.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde opschorting wordt pas gelast, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan de door het
                                        college aan de netwerkbeheerder opgedragen maatregelen, of
                                    </al></li><li nr="b."><al>naar het oordeel van het college maatregelen als bedoeld
                                        onder a. niet mogelijk zijn. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Oplevering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netwerkbeheerder draagt ervoor zorg dat het leidingtracé na
                                afloop van het werk in de oorspronkelijke, dan wel de in de
                                vergunning of het instemmingsbesluit omschreven staat wordt
                                opgeleverd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien door de netwerkbeheerder werkzaamheden aan kabels of
                                leidingen in de openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het
                                college kosten bij de netwerkbeheerder in rekening conform de
                                ‘Financiële bepalingen’, zoals vermeld in het Handboek. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>OVERIGE EN SLOTBEPALINGEN </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Het beheer van kabels en leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netwerkbeheerder is verplicht, met inachtneming van het Handboek,
                                zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van een leiding.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het verrichten van onderhoud aan een kabel of leiding
                                graafwerkzaamheden in de openbare ruimte worden verricht, zijn de
                                artikelen 4, 9 en 12 tot en met 16 van overeenkomstige toepassing.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verontreiniging, gevaar en hinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netwerkbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder,
                                dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen
                                optreden, onmiddellijk conform de procedures als bedoeld in het
                                Handboek te melden en alle maatregelen te treffen teneinde verdere
                                verontreiniging, schade of hinder te voorkomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de netwerkbeheerder opdragen een milieutechnisch
                                onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit
                                te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van
                                verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de exploitatie van
                                de kabel of leiding. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van
                                verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van de kabel
                                of leiding opschorting gelasten van de exploitatie van de
                                betreffende kabel of leiding en, indien sprake is van een vergrote
                                kans op verontreiniging, gevaar of hinder door belendende kabels of
                                leidingen, van laatstgenoemde kabels of leidingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn de bij besluit van het college aan te wijzen personen
                            belast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van
                                    ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede
                                    categorie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 24 december 2008. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid wordt de Algemene
                                plaatselijk verordening Etten-Leur als volgt gewijzigd: in artikel
                                2.1.5.2, vierde lid, wordt “de Telecommunicatiewet of de daarop
                                gebaseerde Telecommunicatieverordening” vervangen door “de
                                Verordening kabels en leidingen Etten-Leur 2008”;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het tijdstip bedoeld in het eerste lid wordt de
                                Telecommunicatieverordening gemeente Etten-Leur (1999) ingetrokken.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Telecommunicatieverordening gemeente Etten-Leur blijft van kracht
                                op meldingen waarop reeds krachtens diezelfde verordening is
                                beslist, maar waarvan de uitvoering op het moment van
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet is gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een melding is gedaan op grond van de Telecommunicatieverordening
                                gemeente Etten-Leur maar waarop nog niet is beslist, wordt daarop
                                deze verordening toegepast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kabels en
                                    leidingen Etten-Leur 2008. </al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 november 2008</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. W.C.M. Voeten. Mevr. H. van Rijnbach-de Groot.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><tussenkop>TOELICHTING BIJ DE VERORDENING KABELS EN LEIDINGEN ETTEN-LEUR
                    2008</tussenkop><tussenkop><vet>A Algemene toelichting.</vet></tussenkop><tussenkop>Algemeen </tussenkop><al>Het transport van water, energie en informatie via ondergrondse kabels en
                    leidingen heeft de afgelopen decennia een hoge vlucht genomen. In de ondergrond
                    van de gemeente Etten-Leur is inmiddels een zeer uitgebreid netwerk aan
                    ondergrondse kabels en leidingen aanwezig, en dat netwerk breidt zich nog steeds
                    sterk uit. Bovendien moeten aan dat netwerk regelmatig onderhoud en reparaties
                    worden uitgevoerd. </al><al>Dat alles heeft tot gevolg dat zeer regelmatig in de openbare ruimte moet worden
                    gegraven. De gemeente Etten-Leur heeft de wens om de nadelige gevolgen van die
                    werkzaamheden zo beperkt mogelijk te houden.</al><tussenkop>Juridische basis </tussenkop><al>Het leggen en houden van kabels en leidingen wordt nu publiekrechtelijk vergund.
                    Voor het leggen en houden van telecomkabels was de Telecommunicatieverordening
                    gemeente Etten-Leur (1999) beschikbaar. Voor overige kabels en leidingen was
                    geen zelfstandige verordening van kracht. De nu voorliggende VKLE is gebaseerd
                    op de Gemeentewet en de Telecommunicatiewet. </al><al>In deze verordening wordt op onderdelen onderscheid gemaakt tussen
                    netwerkbeheerders in de energie- en watersector (aangeduid met het begrip
                    “KLB’s”) en netwerkbeheerders in de telecomsector (aangeduid met “aanbieders”).
                    De artikelen 4 tot en met 8 zijn alléén van toepassing voor de KLB’s. Bedrijven
                    in de energie- en watersector zijn op grond van deze verordening
                    vergunningplichtig. </al><al>De artikelen 9 en 10 gelden alléén voor de aanbieders in de telecomsector.
                    Werkzaamheden aan kabels in de telecomsector moeten worden gedoogd. Daarom kan
                    er geen sprake zijn van het vergunnen van werkzaamheden, maar moet met de
                    werkzaamheden, onder voorwaarden, worden ingestemd. </al><al>Alle overige artikelen gelden voor alle netwerkbedrijven. Daar waar de
                    verordening van toepassing is op alle netwerkbedrijven, wordt in de verordening
                    ook gebruik gemaakt van de term “netwerkbedrijven”. </al><al>Kernartikelen van de verordening zijn de artikelen 4 (verbod om in de openbare
                    ruimte een kabel of leiding aan te leggen, te houden, te exploiteren en te
                    verwijderen zonder een vergunning van het college) en 9 (melding van
                    werkzaamheden voorafgaand daaraan door een aanbieder in de telecomsector). </al><al>Kernpunten van de verordening en de daaraan gekoppelde vergunningen/instemmingen
                    zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>de veiligheid van de kabels en leidingen; </al></li><li nr="-"><al>het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en
                            dier; </al></li><li nr="-"><al>te stellen eisen aan ordening en allocatie van kabels en leidingen;
                        </al></li><li nr="-"><al>te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud; </al></li><li nr="-"><al>te stellen eisen aan wijzigingen van tracés en verwijdering van kabels
                            en leidingen. </al></li></lijst><al>De verordening geeft het college de bevoegdheid om nadere regels te stellen ter
                    uitvoering van de verordening. Deze nadere regels zijn neergelegd in het
                    Handboek en behelzen voornamelijk technische eisen en eisen waaraan bijvoorbeeld
                    een aanvraag moet voldoen. </al><al>In sommige gevallen zullen behalve een vergunning of instemming op basis van
                    deze verordening ook vergunningen op grond van andere wettelijke regelingen
                    nodig zijn. Zo laat de verordening de afgifte van eventuele milieu- en
                    bouwvergunningen onverlet, en kunnen diverse artikelen van de APV van toepassing
                    zijn. Ook kunnen vergunningen van andere dan de gemeentelijke organisatie nodig
                    zijn, zoals vergunningen van waterschappen, provincie etc. </al><tussenkop>Toepassingsbereik </tussenkop><al>De verordening is van toepassing op alle kabels en leidingen, met uitzondering
                    van rioolbuizen, die zich bevinden in de ondergrond van de openbare ruimte
                    binnen de gemeente Etten-Leur. Het begrip ‘openbare ruimte’ moet breed worden
                    opgevat en bevat in beginsel alle ruimten die al dan niet met enige beperking
                    algemeen toegankelijk zijn. </al><tussenkop>Bestuurlijke, administratieve lasten </tussenkop><al>Zoals uiteengezet hebben netwerkbeheerders ook nu een vergunning nodig voor het
                    leggen, hebben en exploiteren van kabels of leidingen. De VKLE beoogt slechts
                    voor het vergunnen van deze kabels en leidingen een eenduidige basis te creëren.
                    De invoering van de verordening brengt dan ook geen verzwaring van de
                    bestuurlijke en/of administratieve lasten met zich mee, voor de gemeente noch
                    voor de netwerkbeheerders.</al><tussenkop>Handhaving </tussenkop><al>Wat over de bestuurlijke en administratieve lasten is gezegd, geldt ook voor de
                    handhaving. Ook nu wordt het leggen, hebben en exploiteren van kabels en
                    leidingen gehandhaafd. VH is belast met de vergunningverlening of het
                    voorbereiden van instemmingsbesluiten voor werkzaamheden aan kabels en
                    leidingen. Het toezicht op de naleving bij de uitvoering van werkzaamheden aan
                    kabels en leidingen is in handen van de hiertoe benoemde toezichthouders van SB. </al><tussenkop>Uitvoering en mandatering </tussenkop><al>De uitvoering van de VKLE wordt opgedragen aan de afdeling VH. Deze afdeling zal
                    in naam en onder verantwoordelijkheid van het college de vergunningverlening en
                    het geven van instemmingsbesluiten ter hand nemen. </al><tussenkop>B Toelichting Telecommunicatiewet. </tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Op 1 februari 2007 is in werking getreden een wijziging van de
                    Telecommunicatiewet (Stb. 2007,17). De wijzingen betreffen met name hoofdstuk 5
                    van de wet: De aanleg, instandhouding en opruiming van kabels.In dit
                    hoofdstuk is onder meer geregeld de gedoogplicht van de gemeente voor
                    telecommunicatiekabels in de openbare gronden met het adagium ‘leggen om niet,
                    verleggen om niet’. De wetswijziging is er mede op gericht de belangen van
                    gemeenten als beheerder van de openbare gronden en de telecombedrijven meer in
                    evenwicht te brengen. De belangrijkste wijzigingen betreffen kort de volgende
                    onderwerpen:</al><tussenkop>Lege buizen</tussenkop><al>Met het wetsontwerp wordt een technisch-juridische fout goedgemaakt. </al><al>Daardoor vallen lege buizen die bestemd zijn voor telecomkabels, alsnog onder
                    hetzelfde </al><al>juridische regime als 'gevulde' buizen. Dit betekent onder andere dat het
                    verplaatsen van lege </al><al>buizen op kosten van het telecommunicatiebedrijf (hierna: telecombedrijf) moet
                    gebeuren. Verderop zijn de voorwaarden hiervoor aangegeven.</al><tussenkop>Gedoogplicht openbare gronden </tussenkop><al>Artikel 5.2, eerste lid, bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare gronden
                    in de </al><al>gemeente. Als door een bestemmingswijziging de grond zijn openbaarheid verliest
                    vervalt de gedoogplicht, ook al blijft de grond daarbij in eigendom van de
                    gedoogplichtige. Een voorbeeld: een woonwijk wordt helemaal opnieuw ingericht,
                    waardoor de telecomkabels in tuinen van nieuw te bouwen woningen komen te
                    liggen. Geldt dan nog de gedoogplicht? Nee, de gedoogplicht vervalt puur op
                    basis van het feit dat de grond niet meer openbaar is. Op basis van lid 1 van
                    artikel 5.2 doet het er niet toe of er sprake is van uitvoering van werken of de
                    oprichting van gebouwen op die locatie. Hoe dit in de praktijk gaat werken is
                    nog onduidelijk. Zo is het de vraag of de kabel echt verwijderd moet worden als
                    deze geen hinder oplevert. </al><al>Overigens geldt in niet-openbare grond en in of aan gebouwen wel een
                    gedoogplicht voor zover dat voor het aansluiten van gebruikers op een openbaar
                    elektronisch communicatienetwerk nodig is. In artikel 5.2 lid 3 en lid 4 Tw is
                    dat geregeld.</al><tussenkop>Aanbieder netwerk </tussenkop><al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger van een
                    netwerk die </al><al>dit niet zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een aannemer die voor eigen
                    rekening en risico een telecommunicatienetwerk (hierna: telecomnetwerk) aanlegt
                    om het te verkopen of te verhuren. Het netwerk dient wel binnen 10 jaar in
                    gebruik te zijn genomen als ‘openbaar elektronisch communicatienetwerk’. </al><tussenkop>Medegebruik </tussenkop><al>Volgens artikel 5.2, zevende lid, dient het telecombedrijf op verzoek van de
                    gedoogplichtige gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien deze
                    tegen een marktconforme prijs ter beschikking worden gesteld. Die mantelbuizen
                    kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf of door een ander telecombedrijf.
                    Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven in gemeentegrond.
                    De minister van EZ kan in verband met het medegebruik aanvullende voorwaarden
                    stellen bij de aanleg van netwerken. </al><al>De verplichting totmede gebruik wordt opgelegd in het
                    instemmingsbesluit.</al><tussenkop>Gedoogplicht lege buizen 10 jaar </tussenkop><al>Op grond van artikel 5.2, lid 8, dienen lege buizen binnen 10 jaar in gebruik te
                    zijn genomen voor openbare telecommunicatiediensten. Het telecombedrijf moet het
                    in gebruik nemen schriftelijk melden aan de gemeente. Heeft deze dit binnen
                    genoemde periode niet gedaan, dan is de gedoogplicht vervallen en kan de
                    gemeente de verwijdering van de lege buizen op kosten van het telecombedrijf
                    vorderen of precario heffen. </al><al>De gemeente zal niet zondermeer vorderen dat lege buizen na 10 jaar worden
                    verwijderd wanneer het telecombedrijf kan aantonen dat het zinvol of
                    noodzakelijk is om die buizen nog te laten liggen.</al><al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van het tweede lid van artikel
                    20.5 van de wet, een overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten deze worden
                    gedoogd, tenzij deze gevaar of ernstige hinder opleveren. De telecombedrijven
                    zijn verplicht na inwerkingtreding van het wetsontwerp de lege buizen
                    schriftelijk aan de gemeente te melden. </al><tussenkop>Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijk toestemming </tussenkop><al>Voor het aanleggen van een netwerk heeft het telecombedrijf in principe zowel
                    een publiekrechtelijke instemming van de gemeente nodig op grond van de
                    Telecommunicatiewet, als een privaatrechtelijke toestemming van de gemeente als
                    eigenaar/beheerder van de openbare grond. Om "dubbel werk" te voorkomen is in de
                    wet bepaald dat het instemmingsbesluit van de gemeente tevens de
                    privaatrechtelijke toestemming inhoudt. Dit is geregeld in artikel 5.4, lid 7
                    van de Telecommunicatiewet.</al><tussenkop>Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening </tussenkop><al>Artikel 5.4 van de wet gaat gedetailleerd in op de instemmingsprocedure. Hierbij
                    is meer rekening gehouden met de belangen van de gedoogplichtige gemeente. Zo
                    moet het tijdstip van start van de werkzaamheden aan de kabel(s) liggen binnen
                    12 maanden na datum van het instemmingsbesluit, tenzij er zwaarwichtige redenen
                    zijn van publiek belang om de werkzaamheden later te starten.</al><tussenkop>Herstraten </tussenkop><al>Artikel 5.7 geeft antwoord op de vraag wie herstraat na beëindiging van de
                    werkzaamheden. Dit is de aanlegger, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit zelf
                    te willen doen. De gemeente dient hiervoor marktconforme tarieven in rekening te
                    brengen. </al><tussenkop>Verplaatsen van kabels en lege buizen</tussenkop><al>Artikel 5.8 van de wet geeft een uitbreiding van de plicht tot het nemen van
                    maatregelen dan wel het verplaatsen op kosten van het telecombedrijf bij de
                    uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen. Deze verplichting geldt ook
                    als de gemeente (op basis van bijvoorbeeld een overeenkomst met een
                    projectontwikkelaar) de plicht heeft de grond te leveren zonder concrete
                    problemen vanwege telecomkabels in verband met de oprichting van gebouwen door
                    deze projectontwikkelaar. Indien echter de gebouwen niet worden gerealiseerd
                    dient de gemeente de verplaatsingskosten te vergoeden. </al><al>Indien een verzoek tot het nemen van maatregelen of het verplaatsing van kabels
                    door de gemeente wordt gedaan binnen vijf jaar nadat op basis van een
                    instemmingsbesluit deze kabels zijn gelegd, dan komen de kosten daarvan voor
                    rekening van de verzoekende gemeente.</al><al>Het telecombedrijf dient binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek tot het
                    nemen van maatregelen over te gaan. Betreft het een verzoek tot verplaatsen van
                    de kabels dan dient het telecombedrijf binnen 12 weken na het beschikbaar komen
                    van een plaats waarheen de kabels verlegd kunnen worden, te starten met de
                    werkzaamheden. </al><al>Indien de gemeente en een telecombedrijf het niets eens zijn over de vraag wie
                    de verplaatsingskosten moet betalen, kan dit geschil zowel door de gemeente als
                    het telecombedrijf worden voorgelegd aan de OPTA, die binnen acht weken
                    uitspraak doet. </al><al>Tevens kan een verzoek tot verplaatsing worden gedaan bij een
                    bestemmingswijziging van voorheen openbare grond naar niet openbare grond. Dit
                    geldt ook indien deze verplaatsing niet noodzakelijk is voor de uitvoering van
                    werken of de oprichting van gebouwen. Ook in dat geval komen de kosten daarvan
                    voor rekening van het telecombedrijf. </al><tussenkop>Telecomkabels versus andere nutsleidingen </tussenkop><al>Artikel 5.9 van de wet bepaalt dat de aanleg, instandhouding of opruiming van
                    telecomkabels de aanwezige andere (nuts)leidingen of andere telecomkabels zo min
                    mogelijk mag hinderen of in gevaar brengen. Het telecombedrijf is verplicht op
                    zijn kosten aan deze hinder of gevaar een einde te maken. Geschillen hierover
                    kunnen worden voorgelegd aan de OPTA. Voor telecomkabels die reeds zijn
                    aangelegd op het tijdstip van ingang van het wetsontwerp, blijft gelden dat -
                    indien deze hinder of gevaar opleveren - dit moet worden opgelost via de
                    privaatrechtelijke weg van de onrechtmatige daad. </al><tussenkop>Exploitatie van openbare elektronische communicatienetwerken </tussenkop><al>Het is gemeenten verboden openbare elektronische communicatienetwerken te
                    exploiteren. Echter, wanneer een gemeente kan aantonen dat een breedbandig
                    openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk niet tot stand komt door de markt,
                    dan mag zij onder strikte voorwaarden genoemd in artikel 5.14 van de
                    Telecommunicatiewet, een belang hebben in een dergelijke onderneming.</al><tussenkop>Eigendom netwerken </tussenkop><al>De Telecommunicatiewet bepaalt dat het telecombedrijf eigenaar is van zijn
                    netwerk. Voor </al><al>andere netwerken van nutsleidingen als water, elektriciteit, etc. bestond de
                    vraag of de </al><al>grondeigenaar door zogenaamde verticale natrekking eigenaar is, of het
                    nutsbedrijf door </al><al>horizontale natrekking. In het wetsontwerp is een wijziging van het Burgerlijk
                    Wetboek opgenomen waardoor het nu vaststaat dat netwerken eigendom zijn van de
                    bevoegde aanlegger. Dit geldt ook voor reeds aangelegde netwerken. </al><al>Voor een uitgebreide toelichting kan worden verwezen naar de website van de VNG,
                    www.vng.nl en die van het Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen (GPKL),
                    www.gpkl.nl.</al><al>Evenals de oude wet heeft het telecombedrijf op basis van artikel 5.4, lid 1,
                    voorafgaand aan de start van de werkzaamheden voor het leggen, instandhouding of
                    verwijderen van kabels in de openbare grond een instemmingsbesluit van het
                    college. De leden 2 en 3 bepalen welke voorschriften het college aan het
                    instemmingsbesluit kunnen verbinden. </al><al>De leden 4 en 5 leggen de verplichting op aan de gemeenteraad tot het bij
                    verordening regels vast te stellen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden,
                            waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het
                            uitvoeringsplan;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding
                            en opruiming;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                            overige in de grond aanwezige werken;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in
                            verband met ernstige belemmeringen of storing van de communicatie.</al></li></lijst><tussenkop>C Artikelsgewijze toelichting.</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 </tussenkop><al>In dit artikel zijn de begripsomschrijvingen neergelegd. </al><al>Met kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor kabels of leidingen is
                    aangelegd om bijvoorbeeld een natuurlijke barrière (zoals een rivier) over te
                    kunnen steken. Hierbij kan gedacht worden aan leidingentunnels en
                    leidingenviaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals
                    bruggen) in deze verordening als kunstwerken beschouwd. In artikel 2 is de
                    reikwijdte expliciet aangegeven. </al><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>In dit artikel wordt het toepassingsbereik van de verordening weergegeven.
                    Verder maakt lid 1 van dit artikel duidelijk dat alle stadia van werkzaamheden,
                    die verband houden met een kabel of leiding, onder de werkingssfeer vallen: van
                    aanleg, wijziging en onderhoud tot verwijdering en herstel van de openbare
                    ruimte. </al><al>In principe vallen hoofdzakelijk ondergrondse kabels en leidingen onder de
                    reikwijdte van deze verordening. De bovengrondse infrastructuur van energie-,
                    water- en telecommunicatiebedrijven (zoals trafohuisjes, schakel- en
                    meterkasten) zijn nadrukkelijk van invloed op de kwaliteit van de openbare
                    ruimte. Daarom valt dat ook onder de reikwijdte van deze verordening. </al><al>In het tweede lid is expliciet aangegeven welke werkzaamheden buiten de
                    reikwijdte van deze verordening vallen. Bovengrondse hoogspanningskabels zijn
                    uitgezonderd van de definitie van ‘kabel’ of ‘leiding’ en vallen dus niet onder
                    de vergunningplicht van de verordening.</al><al>De gemeente is (nagenoeg) altijd opdrachtgever voor rioleringswerken in het
                    openbare gebied. Om die reden zijn werken aan het riool vrijgesteld van de
                    vergunningplicht. </al><al>Tevens zijn uitgezonderd alle leidingen die deel uitmaken van een inrichting als
                    bedoeld in de Wet milieubeheer. Ook vallen leidingen die deel uitmaken van
                    drukapparatuur in de zin van het Warenwetbesluit drukapparatuur niet onder de
                    werkingssfeer van deze verordening. Dit betreft overigens meestal leidingen die
                    niet in de openbare ruimte liggen. </al><tussenkop>Artikel 3 </tussenkop><al>Dit artikel biedt de grondslag voor het college om ter uitvoering van de
                    verordening nadere regels te stellen. Deze nadere regels zullen worden
                    neergelegd in het Handboek. Door vaststelling van het Handboek krijgen de daarin
                    neergelegde normen een publiekrechtelijk karakter. In de overige artikelen van
                    de verordening wordt verwezen naar het op basis van dit artikel vast te stellen
                    Handboek. Beoogd is hierin technische voorschriften op te nemen op het gebied
                    van veiligheid van leidingen en de uitvoering van werkzaamheden. Verder wordt in
                    het Handboek aangegeven hoe de gemeente omgaat met handhaving en sancties,
                    financiële bepalingen en coördinatie en afstemming tussen werken. Ook zal in het
                    Handboek worden opgenomen welke informatie moet worden aangeleverd bij het
                    indienen van een aanvraag. </al><al>Het Handboek zal beschikbaar komen voor belangstellenden en betrokkenen. </al><tussenkop>Artikel 4 (niet-telecommunicatie)</tussenkop><al>Dit artikel vormt de kern van het vergunningenstelsel. Het is verboden om een
                    leiding aan te leggen, te exploiteren, te onderhouden, te wijzigen, te
                    verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) te hebben of te verwijderen,
                    tenzij de KLB in het bezit is van een vergunning. Normaliter zullen in een
                    vergunning ten behoeve van aanleg en exploitatie alleen voorwaarden worden
                    opgenomen die betrekking hebben op die handelingen. Voor de verwijdering van een
                    leiding zal een afzonderlijke vergunning (of een wijziging van de bestaande
                    vergunning) benodigd zijn. Zie voor de verwijdering van leidingen ook de
                    toelichting bij artikel 8. </al><al>Overigens is het wel mogelijk om, in overleg met de opzichter, marginale
                    wijzigingen in het traject tijdens de uitvoering van werkzaamheden door te
                    voeren. Zie hiervoor de Algemene voorwaarden, onderdeel 2 onder 10 van het
                    Handboek. Voor relevante wijzigingen tijdens uitvoering van een werk, dit ter
                    beoordeling van de opzichter, is altijd een vergunning nodig. </al><tussenkop>Artikel 5 (niet-telecommunicatie)</tussenkop><al>Degene die een leiding wenst aan te leggen (of te wijzigen of verwijderen etc.)
                    dient daartoe een aanvraag in bij het college, t.a.v. VH, postbus 10100, 4870 GA
                    Etten-Leur. </al><al>Indien de aanvraag niet door de eigenaar wordt ingediend, dan dient de partij
                    die de aanvraag doet daartoe te zijn gemachtigd door de eigenaar. Een
                    machtigingsformulier moet bij de aanvraag worden overgelegd. </al><al>Het voor de aanvraag te gebruiken formulier is als bijlage 3a in het Handboek
                    opgenomen. Nadere informatie over de aanvraagprocedure is verkrijgbaar bij VH.
                    De vergunningverlenende bevoegdheid wordt gemandateerd aan het afdelingshoofd
                    van VH.</al><al>In het derde lid van dit artikel is expliciet opgenomen dat voor kleine
                    werkzaamheden (werkzaamheden van niet-ingrijpende aard) een vereenvoudigde
                    procedure geldt. Het betreft werkzaamheden die van tevoren gepland zijn. Drie
                    werkdagen vóór aanvang van dergelijke werkzaamheden dient, door middel van een
                    vereenvoudigd meldingsformulier, daarvan via een fax aan de opzichter melding
                    gemaakt te worden. Dat meldingsformulier is als bijlage 3b in het Handboek
                    opgenomen. De gemeente verleent toestemming en zal daaraan de voorwaarde
                    verbinden dat aan de bepalingen in het Handboek voldaan moet worden. </al><al>In het vierde lid is de situatie opgenomen waarbij de werkzaamheden niet van
                    tevoren zijn te plannen. Het betreft dringende werkzaamheden aan bestaande
                    leidingen. Deze bepaling ziet uitdrukkelijk niet op de aanleg van nieuwe
                    leidingen. </al><al>Bij calamiteiten en ernstige belemmeringen of storingen waarbij reparatie geen
                    uitstel kan lijden kan gedacht worden aan leidingbreuk. In dergelijke gevallen
                    kan volstaan worden met de onmiddellijke telefonische melding aan de
                    burgemeester of aan een daartoe gemachtigde ambtenaar via het algemene
                    telefoonnummer van de gemeente: 076-5024000. De reden hiervoor is dat het in het
                    kader van de openbare orde en ter beperking van gevaar wenselijk is dat de
                    werkzaamheden vooraf zijn gemeld bij de gemeente. De burgemeester is op grond
                    van de Gemeentewet het bevoegde orgaan inzake de handhaving van de openbare orde
                    en hij heeft ook bevoegdheden met betrekking van het beperken van gevaar. Met
                    betrekking tot het beperken van gevaar wordt gedoeld op situaties waarbij brand
                    kan ontstaan of er ongevallen zijn of kunnen ontstaan waarbij de brandweer een
                    taak heeft of er vrees is voor zware ongevallen dan wel rampen. Bij het
                    uitoefenen van de bevoegdheid kan ook gedacht worden aan bepaalde situaties,
                    waarbij het belang van de openbare orde dusdanig speelt, dat een burgemeester
                    het nodig kan achten de werkzaamheden enige tijd uit te stellen. Daarom is lid 6
                    in dit artikel opgenomen.</al><al>Het vijfde lid regelt de bevoegdheid voor het college om nadere regels te
                    stellen aan de melding van dringende werkzaamheden. De melding achteraf kan
                    worden verricht via het formulier dat ook voor de melding van niet-ingrijpende
                    werkzaamheden wordt gebruikt (bijlage 3b van het Handboek). Wanneer de noodzaak
                    zich voordoet, dan worden tevens de relevante hulpdiensten onverwijld op de
                    hoogte gesteld. </al><al>Het zevende lid regelt dat het college een formulier kán vaststellen waarmee een
                    aanvraag of melding moet worden verricht. Door dit echter niet als vast artikel
                    in deze verordening op te nemen, wordt de mogelijkheid geschept om een aanvraag
                    of melding in de toekomst op een andere wijze te laten verrichten. Mogelijk kan
                    het volgende initiatief hierin een plaats krijgen.</al><al>In 2002 zijn Essent Netwerken, Brabant Water, Intergas Netbeheer, Obragas Net,
                    Waterleidingmaatschappij Limburg, NRE Netwerk en de Tilburgsche
                    Waterleiding-Maatschappij een samenwerkingsverband aangegaan: sYnfra. Dit
                    verband coördineert de aanleg van kabels en leidingen in Noord-Brabant en
                    Limburg. Vooralsnog dragen de energie- en waterbedrijven de structuur, maar het
                    is de bedoeling dat ook de andere partijen toetreden tot de stichting. </al><al>De module Combiplan is de elektronische ruggengraat van sYnfra. Hier komt alle
                    informatie van projecten (werkzaamheden aan kabels en leidingen) samen.
                    Combiplan biedt inzage aan gemeenten in alle lopende en geplande werkzaamheden.
                    De gemeente kan zelf projecten in Combiplan invoeren zodat het niet meer nodig
                    is om alle belanghebbende netwerkbedrijven afzonderlijk te benaderen. </al><al>Wanneer in Combiplan alle, op grond van artikel 12 van deze verordening,
                    vereiste gegevens voor een melding of aanvraag beschikbaar zijn, dan kan in de
                    toekomst mogelijk een eenvoudigere, automatische elektronische aanvraagprocedure
                    worden gevolgd. </al><tussenkop>Artikel 6 (niet-telecommunicatie)</tussenkop><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning in te trekken of
                    te wijzigen indien sprake is van één of meer van de in het tweede lid genoemde
                    gronden. De belangrijkste grond, onder d, betreft het intrekken indien de KLB de
                    voorschriften van de verordening, het Handboek of de vergunning niet naleeft. </al><al>Onderdeel e is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid geeft om in
                    te grijpen indien er ernstige gevolgen voor gezondheid en milieu dreigen als
                    gevolg van het in standhouden van de vergunning. Deze bevoegdheid kan alleen als
                    laatste middel gebruikt worden aangezien eerst moet worden bezien of de dreiging
                    kan worden weggenomen door aanpassing van de vergunning of door het stellen van
                    nadere eisen. Onderdeel f betreft het geval indien er werken ter plaatse van de
                    vergunde leiding moeten worden uitgevoerd, waardoor deze leiding niet kan
                    blijven liggen of moet worden aangepast. </al><tussenkop>Artikel 7 (niet-telecommunicatie)</tussenkop><al>Deze bepaling bevat het overgangsrecht. De eigenaren van de talloze kabels en
                    leidingen die thans in de openbare ruimte aanwezig zijn, is in de meeste
                    gevallen - al dan niet </al><al>privaatrechtelijk - een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden verbonden
                    zijn. Die voorwaarden zijn nog niet gebaseerd op het Handboek. Om redenen van
                    efficiency en om te voorkomen dat de huidige eigenaren hoge kosten moeten maken
                    is ervoor gekozen de huidige toestemmingen te beschouwen als een vergunning in
                    de zin van deze verordening. </al><al>Overigens wordt opgemerkt dat voor kabels en leidingen die zonder toestemming of
                    vergunning in de openbare ruimte liggen hoe dan ook een aanvraag moet worden
                    ingediend om een vergunning op grond van deze verordening te verkrijgen. </al><tussenkop>Artikel 8 (niet-telecommunicatie)</tussenkop><al>Na afloop van de geldigheidsduur van de vergunning, bij intrekking door het
                    college en bij opzegging door de KLB moet een kabel of leiding worden
                    verwijderd. Het ligt voor de hand om in de vergunning zelf voorwaarden op te
                    nemen met betrekking tot het verwijderen, maar zulks kan ook na afloop,
                    intrekking of opzegging geschieden. De laatste exploitant of beheerder van de
                    kabel of leiding is verplicht om voor verwijdering zorg te dragen. Mocht het om
                    bepaalde redenen noodzakelijk of wenselijk zijn om de betreffende kabel of
                    leiding te laten liggen, dan kan wijziging van de bestaande vergunning of een
                    nieuwe vergunning aangevraagd worden. </al><tussenkop>Artikel 9 (telecommunicatie)</tussenkop><al>Degene die een kabel wenst aan te leggen (of te wijzigen of verwijderen etc.)
                    dient daartoe een verzoek in bij het college, t.a.v. VH, postbus 10100, 4870 GA
                    Etten-Leur. </al><al>Indien het verzoek niet door de eigenaar wordt ingediend, dan dient de partij
                    die het verzoek doet daartoe te zijn gemachtigd door de eigenaar. Een
                    machtigingsformulier moet bij het verzoek worden overgelegd. </al><al>Het voor de melding te gebruiken formulier is als bijlage 3a in het Handboek
                    opgenomen. Informatie over de procedure is verkrijgbaar bij VH. De
                    instemmingsverlenende bevoegdheid wordt gemandateerd aan het afdelingshoofd van
                    VH.</al><al>De rechter heeft uitgesproken dat de werking van het instemmingsbesluit eindigt
                    zodra de werkzaamheden, waarvoor instemming is gevraagd, zijn beëindigd. Dit
                    betekent dat het college geen verplichtingen op basis van het instemmingsbesluit
                    aan de aanbieder kan opleggen nadat deze zijn werkzaamheden heeft
                    beëindigd.</al><al>In het vierde lid van dit artikel is expliciet opgenomen wat voor kleine
                    (niet-ingrijpende) werkzaamheden geldt. Het betreft werkzaamheden die van
                    tevoren gepland zijn. Drie werkdagen vóór aanvang van dergelijke werkzaamheden
                    dient, door middel van het vereenvoudigd meldingsformulier in bijlage 3b van dit
                    Handboek, daarvan via een fax aan de opzichter melding gemaakt te worden. De
                    gemeente verleent instemming en zal daaraan de voorwaarde verbinden dat aan de
                    bepalingen in het Handboek voldaan moet worden. </al><al>Zoals al aangegeven in de toelichting bij artikel 5, zijn telecombedrijven (nog)
                    niet vertegenwoordigd in sYnfra. Wanneer dat in de toekomst wel het geval is,
                    dan geldt voor de toegetreden bedrijven ook dat mogelijk een eenvoudigere,
                    automatische elektronische meldingsprocedure in het verschiet ligt. </al><tussenkop>Artikel 10 (telecommunicatie)</tussenkop><al>In dit artikel is de situatie opgenomen waarbij de werkzaamheden niet van
                    tevoren zijn te plannen. Het betreft dringende werkzaamheden aan bestaande
                    kabels. Deze bepaling ziet uitdrukkelijk niet op de aanleg van nieuwe kabels. </al><al>Bij ernstige belemmering of storing van de communicatie kan gedacht worden aan
                    kabelbreuk. In dergelijke gevallen kan volstaan worden met de onmiddellijke
                    telefonische melding aan de burgemeester of aan een daartoe gemachtigde
                    ambtenaar. De reden hiervoor is dat het in het kader van de openbare orde en ter
                    beperking van gevaar wenselijk is dat de werkzaamheden vooraf zijn gemeld bij de
                    gemeente. De burgemeester is op grond van de Gemeentewet het bevoegde orgaan
                    inzake de handhaving van de openbare orde en hij heeft ook bevoegdheden met
                    betrekking van het beperken van gevaar. Met betrekking tot het beperken van
                    gevaar wordt gedoeld op situaties waarbij brand kan ontstaan of er ongevallen
                    zijn of kunnen ontstaan waarbij de brandweer een taak heeft of er vrees is voor
                    zware ongevallen dan wel rampen. Bij het uitoefenen van de bevoegdheid kan ook
                    gedacht worden aan bepaalde situaties, waarbij het belang van de openbare orde
                    dusdanig speelt, dat een burgemeester het nodig kan achten de werkzaamheden
                    enige tijd uit te stellen. In de wet is geregeld dat de burgemeester kan
                    besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip
                    plaatsvinden.</al><al>De melding achteraf wordt verricht via het formulier dat ook voor de melding van
                    niet-ingrijpende werkzaamheden wordt gebruikt. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat in geval van overdracht (bijv. verkoop)
                    van een kabel of leiding de vergunning die op die kabel of leiding betrekking
                    heeft, inclusief alle rechten en plichten, overgaat op de nieuwe
                    netwerkbeheerder. De vergunning of het instemmingsbesluit is zaaksgebonden en
                    ‘volgt’ het object. Uiteraard dient de nieuwe netwerkbeheerder zich volledig te
                    houden aan de in de vergunning of het instemmingsbesluit vermelde voorschriften.
                    Indien wijziging van netwerkbeheerder plaatsvindt (bij overdracht, maar ook
                    ingeval de rechtspersoonlijkheid wijzigt) moeten zowel de oude als de nieuwe
                    beheerder hiervan melding maken aan het college . Het niet voldoen aan deze
                    meldplicht levert een overtreding op. </al><al>Op dit moment (november 2007) is in behandelingde Wet
                    informatie-uitwisseling ondergrondse netten, ook wel genoemd de
                    grondroerdersregeling. Deze wet voorziet in een verplichte registratie van
                    kabels en buizen en een verplichte informatie-uitwisseling bij
                    graafwerkzaamheden om op deze wijze schade aan kabels en buizen te voorkomen bij
                    de uitvoering van deze werkzaamheden. De wet vervangt de (vrijwillige)
                    registratie van ondergrondse netten door het deelnemerschap aan KLIC. Bij het
                    van kracht worden van de artikelen in de grondroerdersregeling die registratie
                    bij het Kadaster voorschrijven kan artikel 11 eerste lid van de VKLE
                    vervallen.</al><al>Op grond van het derde lid kan het college in bijzondere gevallen bepalen dat
                    een vergunning persoonsgebonden, en daarmee niet overdraagbaar, is. Dit kan
                    bijvoorbeeld het geval zijn bij leidingen die gebruikt worden voor zeer
                    gevaarlijke stoffen. </al><al>Het vierde lid bevat een samenloopbepaling: indien een vergunning of instemming
                    op grond van deze verordening is verleend, geldt deze tevens als een vergunning
                    op grond van de APV om een weg open te breken indien dit voor de aanleg of
                    verwijdering van een kabel of leiding noodzakelijk is. </al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Nadat de vergunning of instemming is verleend, kunnen de feitelijke
                    werkzaamheden een aanvang nemen. Dit artikel geeft het college de mogelijkheid
                    om te eisen dat bouwtechnische tekeningen en andere documenten worden
                    overgelegd. Waar mogelijk wordt in het Handboek opgenomen welke documenten in
                    ieder geval overgelegd dienen te worden. </al><al>Het toezicht van gemeentewege op de aanleg van kabels en leidingen wordt van
                    groot belang geacht. Om dat toezicht goed te kunnen uitoefenen is het nodig dat
                    SB op de hoogte is van alle, na de afgifte van de vergunning of het
                    instemmingsbesluit, geplande werkzaamheden. In een bijlage van het Handboek is
                    aangegeven van welke concrete werkzaamheden of gebeurtenissen (bijvoorbeeld
                    einde werk) aan SB kennis moet worden gegeven.</al><tussenkop>Artikel 13 </tussenkop><al>Het tweede lid van dit artikel stelt het college in staat om te allen tijde
                    zonder daarvoor een vergoeding verschuldigd te zijn zogeheten ‘as built’- en/of
                    revisietekeningen op te vragen. </al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Dit artikel regelt de beslistermijn voor het college. Tevens wordt in dit
                    artikel de verhouding weergegeven met andere vergunningen. De beslissing op een
                    aanvraag voor een vergunning of instemming op grond van deze verordening wordt
                    aangehouden zolang geen bouwvergunning of een vergunning op grond van de APV
                    (zoals een kapvergunning) verstrekt is en deze vergunningen formele rechtskracht
                    hebben. Dit geldt uiteraard alleen indien een dergelijke vergunning vereist is.
                    Zie voor de samenloop met een vergunning om de weg open te breken de toelichting
                    bij artikel 11. </al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Dit artikel biedt de basis om aan de vergunning of instemming voorwaarden en
                    beperkingen te verbinden. De verordening en het Handboek vormen daarvoor
                    gezamenlijk het kader. </al><al>In het tweede lid staat een limitatieve lijst van belangen waartoe de
                    voorwaarden en beperkingen kunnen strekken. </al><al>Lid 3 geeft aan welke voorschriften en beperkingen aan de vergunning of
                    instemming kunnen worden verbonden. Het gaat in hoofdzaak om belangen van de
                    openbare orde, het beheer en onderhoud en de bestemmingen van de openbare
                    gronden, verkeersbelangen, medegebruik van voorzieningen en afstemming met
                    andere werken. Verder dienen bij de aanleg van de kabels en leidingen de
                    voorschriften van het Handboek in acht te worden genomen. </al><al>Lid 4 heeft betrekking op het geval dat binnen drie jaar na groot onderhoud of
                    herinrichting van een openbaar gebied een netwerkbeheerder opnieuw werkzaamheden
                    wenst uit te voeren. Er kunnen dan bijzondere voorwaarden worden gesteld aan het
                    herstel van de straat. Als bijzondere voorwaarde kan worden gesteld dat de weg
                    inclusief fundering als nieuw wordt hersteld. In lid 5 is geregeld dat een
                    dergelijke voorwaarde ook kan worden gesteld indien sprake is van werkzaamheden
                    in een bijzondere bestrating.</al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Dit artikel is erop gericht om te bewerkstelligen dat werkzaamheden door
                    verschillende netwerkbeheerders zoveel mogelijk gecombineerd worden uitgevoerd.
                    In het artikel zijn de termen “zoveel mogelijk” en “redelijk aanbod” gebruikt om
                    aan te geven dat bij medegebruik wel sprake dient te zijn van marktconforme
                    kosten en het medegebruik ook technisch haalbaar moet zijn.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Op grond van dit artikel heeft het college de bevoegdheid om documenten te
                    verlangen nadat de vergunning of instemming is verleend. In bijlage 2 van de
                    Handleiding zijn alle momenten verzameld waarop actie van een netwerkbeheerder
                    wordt verwacht. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat werkzaamheden in principe binnen 6 maanden na
                    afgifte van de vergunning of het instemminsbesluit moeten worden voltooid. In
                    bijzondere gevallen, bijvoorbeeld bij zeer grote werken, kan het college bepalen
                    dat werkzaamheden langer mogen duren. Het college kan echter ook bepalen dat
                    werkzaamheden binnen een kortere periode moeten zijn voltooid, bijvoorbeeld in
                    verband met evenementen die op een bepaald tijdstip, op een bepaalde plaats
                    moeten worden gehouden. </al><tussenkop>Artikel 18 </tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het aantreffen van bodemverontreiniging en
                    andere ondergrondse obstakels bij de aanleg van een kabel of leiding. De term
                    'bodemverontreiniging' is in deze verordening breder dan de terminologie in de
                    Wet bodembescherming. Aan SB moeten alle stoffen en obstakels gemeld worden, die
                    een nadelige invloed kunnen hebben op de staat van de kabel of leiding. Hiermee
                    wordt duidelijk wat de kritieke plaatsen in een leidingtracé zijn. Deze
                    verplichting staat los van de plichten die reeds gelden op grond van de Wet
                    bodembescherming (die is opgesteld vanuit milieubeschermingoptiek). Dit artikel
                    is aanvullend ten opzichte van het in voornoemde wet neergelegde regime. </al><al>In geval zodanige verontreiniging of obstakels worden aangetroffen dat aanleg
                    van een kabel of leiding niet verantwoord is als de verontreiniging of obstakels
                    niet eerst zijn opgeruimd, kan het college de netwerkbeheerder opdragen bepaalde
                    maatregelen te treffen. De kosten voor deze maatregelen komen ten laste van de
                    netwerkbeheerder zelf. Als sluitstuk kan het college opschorting van de
                    werkzaamheden vorderen. Bij het opleggen van dergelijke maatregelen vormen de
                    belangen die beschermd worden met deze verordening het beoordelings- en
                    beslissingskader. </al><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><al>De netwerkbeheerder is verantwoordelijk voor een goede en zorgvuldige aanleg van
                    de kabel of leiding. Hij moet ervoor zorgen dat de grond of bodem weer in de
                    oorspronkelijke wijze wordt opgeleverd, tenzij in de vergunnings- of
                    instemmingsvoorwaarden anders is bepaald. Het spreekt voor zich dat in het
                    laatste geval oplevering dient plaats te vinden overeenkomstig de in de
                    vergunning of instemming omschreven voorwaarden. </al><al>Het tweede lid bevat een regeling voor vergoeding van de kosten die gepaard gaan
                    met herstel van de openbare ruimte die een direct gevolg zijn van werkzaamheden
                    aan kabels en leidingen. </al><tussenkop>Artikel 20 </tussenkop><al>Een belangrijk element van deze verordening is de onderhoudsplicht. In het
                    Handboek worden de beoordelingscriteria voor goed onderhoud neergelegd. De
                    netwerkbeheerder is primair verantwoordelijk voor een goede staat van een
                    leiding. </al><al>Indien een onderhoudsinspectie leidt tot de conclusie dat (een deel van) een
                    leiding vervangen of aangepast moet worden, dan zal daarvoor op basis van
                    artikel 4 of artikel 9 een afzonderlijke vergunning c.q. instemmingsbesluit
                    moeten worden aangevraagd. </al><al>Een belangrijke indicatie van de toestand van een leiding is de mate waarin
                    daaraan onderhoud wordt gepleegd. De noodzaak tot onderhoud en de tijdschema's
                    voor onderhoud verschillen per leiding. Op de werkzaamheden aan een leiding en
                    het openbreken van de openbare ruimte zijn de voorschriften over de aanleg van
                    een kabel of leiding van overeenkomstige toepassing, hetgeen o.m. betekent dat
                    de aanwijzingen van het college moeten worden opgevolgd. </al><tussenkop>Artikel 21 </tussenkop><al>Dit artikel betreft een incidentenregeling en behelst verplichtingen voor de
                    netwerkbeheerder in geval van calamiteiten en storingen waarbij gevaar, hinder
                    of verontreiniging plaatsvindt. Het geeft het college overigens de bevoegdheid
                    om in voorkomende gevallen (waaronder ook concrete dreiging) maatregelen te
                    treffen ten aanzien van de kabel of leiding die het gevaar, hinder of de
                    verontreiniging veroorzaakt, maar ook - indien noodzakelijk - ten aanzien van de
                    naburige kabels en leidingen. Overigens zal bij de toepassing van deze
                    bevoegdheden zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van bestaande
                    incidentenregelingen. Het in het tweede lid bedoelde onderzoek komt voor
                    rekening van de netwerkbeheerder. </al><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>Beoogd wordt een aantal ambtenaren van SB aan te wijzen als toezichthouder. Zij
                    zullen toezicht houden op de naleving van de voorschriften bij of krachtens deze
                    verordening. In de praktijk zal SB toezicht houden op het meest kritieke
                    onderdeel: de aanleg van de leiding. Vervolgens zullen met name de periodieke
                    rapporten over de staat van de individuele kabels en leidingen het onderwerp
                    zijn van toezicht.</al><tussenkop>Artikel 23 </tussenkop><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen strafrechtelijk
                    op te treden. Over het algemeen zal gekozen worden voor bestuursrechtelijke
                    handhavingsinstrumenten en vormt de toepassing van strafrechtelijke sancties een
                    uiterst handhavingmiddel.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>