<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR8125_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening gemeente De Bilt 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 27-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening gemeente De Bilt 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Conventie van Firenze</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, artt. 12, 14 en 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-12-20</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv06-11-2007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Monumentenverordening gemeente De Bilt 2003.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening gemeente De Bilt 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Bilt;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 06 november 2007,
                        met het onderwerp Verruiming gemeentelijke monumentenverordening;</al><al><vet>overwegende dat</vet></al><al>lokale landschappelijke elementen zelfstandig of in hun samenhang
                        bescherming behoeven;</al><al><vet>gelet op</vet></al><al>gelet op het bepaalde in de Conventie van Firenze, artikel 149 van de
                        Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>onder intrekking van de 'Monumentenverordening gemeente De Bilt 2003', vast
                        te stellen de navolgende:</al><al>"MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE DE BILT 2007:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>monument:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de</al></li></lijst></li></lijst><al>wetenschap, cultuurhistorische waarde of geschiedkundige
                            herinneringen;</al><al>2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak
                            als</al><al>bedoeld onder a;</al><al>b.gemeentelijk archeologisch monument:</al><al>monument, bedoeld onder lid 1 sub b</al><al>c.beschermd gemeentelijk monument:</al><al>onroerend monument, dat overeengekomen de bepalingen van deze
                            verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;</al><al>d.gemeentelijke monumentenlijst:</al><al>de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening
                            als beschermd gemeentelijk monument en beschermd gemeentelijk
                            dorpsgezicht of beschermd gemeentelijk landschap aangewezen zaken</al><al>e.beschermd rijksmonument:</al><al>onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet
                            1988 vastgestelde registers;</al><al>f. beschermd gemeentelijk landschapsmonument:</al><al>een landschapselement of een samenhangend geheel van landschapselementen
                            dat vanwege haar beeldkwaliteit, cultuurhistorische ontwikkeling en of
                            uniciteit van algemeen belang is en overeenkomstig de bepalingen van
                            deze verordening als beschermd gemeentelijk landschapsmonument is
                            aangewezen;</al><al>g. kerkelijk monument:</al><al>onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke
                            gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend
                            of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de
                            eredienst;</al><lijst><li nr="h."><al>groepen van onroerende zaken, hieronder begrepen straten, wegen,
                                    pleinen, sloten en andere wateren, sluizen, bruggen en bomen,
                                    welke met een of meer tot de groep behorende monumenten een
                                    beeld vormen, dat van belang is wegens de schoonheid of het
                                    karakter van het geheel;</al></li><li nr="i."><al>beschermde dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van
                                    algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge
                                    ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun
                                    wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke
                                    groepen zich één of meerdere monumenten bevinden.</al></li></lijst><al><sup>j.</sup> eigenaren:</al><al>degenen, die in kadastrale register als eigenaren en zakelijk
                            gerechtigden van een monument zijn ingeschreven;</al><al>k.monumentencommissie:</al><al>de door het college van burgemeester en wethouders ingestelde instantie
                            die op verzoek technisch adviseert over de toepassing van de
                            Monumentenwet 1988, de Monumentenverordening Gemeente De Bilt 2007 en de
                            daaruit voortvloeiende monumentenvergunningen.</al><al>l.monumentenraad:</al><al>de door het college van burgemeester en wethouders ingestelde
                            onafhankelijke commissie van deskundigen die gevraagd en ongevraagd
                            adviseert over het integraal monumentenbeleid.</al><al>m.bouwhistorisch onderzoek:</al><al>in schriftelijk rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis
                            en de historische kwaliteit van het monument.</al><al>n, monumentale bomen:</al><al>hieronder wordt verstaan, bijzondere bomen die door hun opvallende
                            ligging in aanmerking komen voor bescherming en ouder zijn dan 50
                            jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met de
                            gebruiksmogelijkheden van het monument</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument en
                                de registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk
                                    monument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, al dan niet
                                        op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument
                                        aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ten behoeve
                                        van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd
                                        gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch of
                                        landschappelijk onderzoek wordt verricht.</al></li><li nr="3."><al>Voordat het college van burgemeester en wethouders over de
                                        aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de
                                        monumentencommissie en heeft het de eigenaar gehoord. In
                                        spoedeisende gevallen kan het vooraf om advies vragen en
                                        horen van de eigenaar achterwege blijven. De advisering en
                                        hoorzitting vinden plaats na plaatsing op de
                                        monumentenlijst.</al></li><li nr="4."><al>Voordat het college van burgemeester en wethouders een
                                        kerkelijk monument aanwijst als beschermd gemeentelijk
                                        monument, voert het overleg met de eigenaar.</al></li><li nr="5."><al>Met ingang van de datum waarop het horen van de eigenaar als
                                        bedoeld in lid 3 en 4 van dit artikel heeft plaatsgevonden,
                                        tot het moment van aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                                        monument, dan wel vaststaat dat het monument niet aangewezen
                                        is, zijn de artikelen 9 t/m 13 en 24 en 25 van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="6."><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen
                                        op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
                                        aangewezen op grond van de monumentenverordening van de
                                        provincie Utrecht.</al></li><li nr="7."><al>Monumenten, die na aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                                        monument worden ingeschreven in het monumentenregister als
                                        bedoeld in de Monumentenwet 1988, zijn van rechtswege van de
                                        gemeentelijke monumentenlijst afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Termijn advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>1.De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college van burgerheester en
                                wethouders tot plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst of
                                binnen tien weken na het verzoek</al><al>tot plaatsing door belanghebbenden.</al><al>2.Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen twaalf
                                weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar
                                in ieder geval binnen twintig weken na de adviesaanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Mededeling</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt meegedeeld
                                aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale registers
                                bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Registratie op de gemeentelijke
                                    monumentenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders registreert het
                                        beschermde gemeentelijke monument op de gemeentelijke
                                        monumentenlijst.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke
                                        aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale
                                        aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het
                                        beschermde gemeentelijke monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de aanwijzing
                                        ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende
                                        wijzigen.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 3, derde, vierde en vijfde lid , alsmede artikel 4,
                                        eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op
                                        de wijziging.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging naar het oordeel van van het College van
                                        burgemeester en wethouders van ondergeschikte betekenis is,
                                        blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde,
                                        vierde en vijfde lid, alsmede artikel 4, eerste lid
                                        achterwege.</al></li><li nr="4."><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de
                                        gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de aanwijzing
                                        intrekken.</al></li><li nr="4."><al>Artikel 3, derde en vierde lid en artikel 4, eerste en
                                        tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                        intrekking.</al></li><li nr="5."><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien
                                        toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet
                                        1988.</al></li><li nr="6."><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                        aangetekend.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde
                                gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><titel> Artikel 9 Verbodsbepaling</titel></kop><al> Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen
                                of te vernielen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het College van
                                        burgemeester en wethouders of in strijd met bij zodanige
                                        vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>beschermd gemeentelijk monument af te breken, te
                                                verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te
                                                wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een beschermd gemeentelijk monument te herstellen,
                                                te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige
                                                wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                                gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvraag van de vergunning als bedoeld in het eerste lid,
                                        wordt ingediend bij het College van burgemeester en
                                        wethouders</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Advies van de monumentencommissie en
                                    vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="7."><al>Op de voorbereiding van een besluit om de aanvraag om
                                        vergunning als bedoeld in artikel 10, is afdeling 3.4. van
                                        de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></li><li nr="8."><al>Het college van burgemeester en wethouders zendt
                                        onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om
                                        vergunning voor een beschermd gemeentelijk monument aan de
                                        monumentencommissie voor advies.</al></li><li nr="9."><al>Het college van burgemeester en wethouders vraagt advies aan
                                        de monumentencommissie voordat het beslist op de
                                        aanvraag.</al></li><li nr="10."><al>Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de
                                        monumentencommissie schriftelijk advies uit aan liet college
                                        van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="11."><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen
                                        acht weken na ontvangst van het advies van de
                                        monumentencommissie, maar in ieder geval binnen zestien
                                        weken na ontvangst van de aanvraag, op de aanvraag van de
                                        vergunning.</al></li><li nr="12."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de in het
                                        vijfde lid genoemde termijn van zestien weken met ten
                                        hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan
                                        kennis geven binnen de in het derde lid genoemde termijn van
                                        zestien weken.</al></li><li nr="13."><al>Indien het college van burgemeester en wethouders niet
                                        voldoet aan liet derde of vijfde lid, wordt de vergunning
                                        geacht te zijn verleend.</al></li><li nr="14."><al>Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten
                                        werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is
                                        verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende
                                        deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, blijft de vergunning huiken werking
                                        totdat op het bezwaar is beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders geeft met betrekking tot
                                een beschermd kerkelijk monument geen vergunning ingevolge de
                                bepalingen van artikel 14, eerste lid, dan in overeenstemming met de
                                eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij
                                wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in
                                het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Intrekken van de vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan door liet college van burgemeester en
                                        wethouders worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een
                                                onjuiste of onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als
                                                bedoeld in artikel 10, eerste lid, niet naleeft</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de
                                                vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat
                                                het belang van het monument zwaarder dient te
                                                wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen twee jaar van de vergunning gebruik
                                                wordt gemaakt</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan
                                        de monumentencommissie.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Beschermde gemeentelijke dorpsgezichten </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een dorpsgezicht
                                    aanwijzen als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht.</al><lijst><li nr="Z."><al>Voordat het college van burgemeester en wethouders over
                                            de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan
                                            de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
                                            vragen van advies achterwege blijven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanwijzing kan geen stads-of dorpsgezicht betreffen dat is
                                    aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of
                                    dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de
                                    provincie Utrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken
                                    na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen twaalf
                                    weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie,
                                    maar in ieder geval binnen twintig weken na de
                                    adviesaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><al>De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
                            verstande dat aan artikel 8, derde lid, nog wordt toegevoegd artikel 35
                            van de Monumentenwet 1988 en het betreffende artikel in de
                            monumentenverordening van de provincie Utrecht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd
                                    dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op
                                    de Ruimtelijke Ordening.</al></li><li nr="2."><al>Bij liet besluit tot aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht
                                    wordt door het college van burgemeester en wethouders bepaald in
                                    hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend
                                    bestemmingplan in de zin van het eerste lid kunnen worden
                                    aangemerkt.</al></li><li nr="3."><al>Alvorens het college van burgemeester en wethouders de
                                    gemeenteraad ter zake een voorstel doet, wordt de
                                    monumentencommissie gehoord.</al></li><li nr="4."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken
                                    na ontvangst van liet verzoek van het college van burgemeester
                                    en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><al>1.In een beschermd dorpsgezicht is het verboden een bouwwerk geheel of
                            gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een vergunning van
                            het college van burgemeester en wethouders .</al><al>1 Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een
                            aanschrijving van het college van burgemeester en wethouders.</al><al>3.Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid zijn,
                            totdat een beschermden bestemmingplan onherroepelijk is geworden, de
                            artikelen 10 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Beschermde gemeentelijke landschappen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een
                                    landschapselement of een samenhangend geheel van
                                    landschapselementen aanwijzen als beschermd
                                    landschapsmonument.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college van burgemeester en wethouders over de
                                    aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de
                                    monumentenraad. In spoedeisende gevallen kan het vragen van
                                    advies achterwege blijven.</al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing kan geen landschapselement of een samenhangend
                                    geheel van landschapselementen betreffen dat als zodanig is
                                    aangewezen op grond van rijks- of provinciale wetgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De monumentenraad adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                    ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen twaalf
                                    weken na ontvangst van het advies van de monumentenraad, maar in
                                    ieder geval binnen twintig weken na de adviesaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><al>De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><al>1.De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een gemeentelijk
                            landschapsmonument een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de
                            Ruimtelijke Ordening.</al><al>1 Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd gemeentelijk
                            landschapsmonument wordt door het college van burgemeester en wethouders
                            bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend
                            bestemmingplan in de zin van het eerste lid kunnen worden
                            aangemerkt.</al><lijst><li nr="3."><al>Alvorens het college van burgemeester en wethouders de
                                    gemeenteraad ter zake een voorstel doen, wordt de monumentenraad
                                    gehoord.</al></li><li nr="4."><al>De monumentenraad adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                    ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een landschapselement of een samenhangend geheel
                                    van landschapselementen dat is aangewezen ais gemeentelijk
                                    landschapsmonument geheel of gedeeltelijk te wijzigen zonder of
                                    in afwijking van een vergunning van het college van burgemeester
                                    en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                    zijn, totdat een beschermend bestemmingplan onherroepelijk is
                                    geworden, de artikelen 10 tot en niet 13 overeenkomstig van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Beschermende rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders zendt onmiddellijk
                                    een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd
                                    rijksmonument met de naar voren gebrachte zienswijzen aan de
                                    rijksdienst voor de monumentenzorg en de monumentencommissie.
                                    Indien het monument gelegen is buiten de bebouwde kom wordt
                                    eveneens een afschrift gezonden naar de provincie.</al></li><li nr="2."><al>De rijksdienst voor de monumentenzorg en de monumentencommissie
                                    reageren schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de
                                    datum van verzending van het afschrift.</al></li><li nr="3."><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn
                                    wordt de rijksdienst voor de monumentenzorg en de
                                    monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Monumentencommissie en monumentenraad </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25</titel></kop><al>De monumentencommissie PUMC adviseert het college van burgemeester en
                            wethouders op grond van het vereiste in artikel 15 van de Monumentenwet
                            1988 en op grond van deze verordening. Het betreft in hoofdzaak
                            technische advisering bij bouwplan- en vergunningaanvragen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26</titel></kop><al>De monumentenraad is een door het college van burgemeester en wethouders
                            ingestelde onafhankelijke commissie van deskundigen met als taak om te
                            adviseren over monumentenbeleid. De monumentenraad kan betrokken worden
                            in de advisering voor gebiedsgerichte monumentenzorg zoals
                            bestemmingsplannen, het aanwijzen van beschermde dorpsgezichten en
                            landschappen, en de beoordeling van grote bouwplannen op of nabij
                            percelen waar meerdere beschermde monumenten zijn gelegen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27</titel></kop><al>Daar waar dit noodzakelijk wordt geacht kan liet college van
                            burgemeester en wethouders zowel de monumentencommissie als de
                            monumentenraad om advies vragen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28</titel></kop><al>De monumentenraad is onafhankelijk. De leden kiezen uit hun midden een
                            voorzitter en secretaris. De monumentenraad werkt naar de bepalingen van
                            een door haarzelf te maken reglement dat door het college van
                            burgemeester en wethouders wordt goedgekeurd. Een lid van de
                            monumentenraad heeft zitting in de monumentencommissie. Tevens wordt een
                            vervangend lid aangewezen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Schadevergoeding</titel></kop><al>1.Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                            van:</al><al>a de weigering van het college van burgemeester en wethouders een
                            vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk
                            monument te verlenen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van deze
                            verordening en artikel 18 lid 1;</al><lijst><li nr="b."><al>voorschriften door het college van burgemeester en wethouders
                                    verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of
                                    verwijdering van een gemeentelijk monument; schade lijdt of zal
                                    lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijner laste
                                    behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag
                                    een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al><lijst><li nr="2."><al>Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen
                                            van de verordening ter regeling van de procedure bij
                                            toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke
                                            Ordening van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 30 Strafbepaling</titel></kop><al>Hij, die handelt in strijd met de verbodsbepalingen zoals genoemd in
                            deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester
                            en wethouders dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Binnentreden</titel></kop><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist,
                            wordt hierbij de machtiging verstrekt als dan niet besloten ruimten en
                            plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de
                            rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan hen die belast
                            zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding
                            van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                    gemeentelijke monumenten treedt zij in werking met ingang van 21
                                    december 2007.</al></li><li nr="2."><al>De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de
                                    gemeenteraad van De Bilt van 31 oktober 2002 vervalt met ingang
                                    van 21 december 2007.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                    rijksmonumenten treedt zij in werking overeenkomstig het
                                    bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.
                                    4. De Monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de
                                    gemeenteraad van De Bilt van 31 oktober 2002, voor zover het
                                    betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op
                                    de datum waarop het derde lid toepassing vindt. 5. De op grond
                                    van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening
                                    geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten worden geacht
                                    aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                    verordening, 6. De beschermde gemeentelijke monumenten,
                                    geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede
                                    lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregistreerd
                                    te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 7.
                                    Aanvragen om vergunning, die zijn ingediend vóór de
                                    inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met
                                    inachtneming van de in het tweede genoemde vervallen
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Monumentenverordening
                            Gemeente De Bilt 2007.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2007,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr drs J.L. van Berkel A.J. Gerritsen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>