<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR81005_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reclamebeleid Steenwijkerland buiten de binnenstad van Steenwijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2003, 18</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reclamebeleid Steenwijkerland buiten de binnnenstad van Steenwijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Grondwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet/Bouwverordening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988/Monumentenverordening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Plaatselijke Verordening (APV)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit beleid is integraal opgenomen in de "Welstandsnota Steenwijkerland", deze is per 1 mei 2004 in werking getreden</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>RECLAMEBELEID STEENWIJKERLAND BUITEN DE BINNENSTAD VAN
            STEENWIJK</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>(m.u.v. het gebied van de binnenstad van Steenwijk zoals aangegeven in
                            de Bijlage)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding: </titel></kop><structuurtekst><al>De primaire doelstelling van het gemeentelijk reclamebeleid is het
                            reguleren van reclame om te komen tot een hoge ruimtelijke kwaliteit van
                            het buitengebied, de woongebieden en bedrijventerreinen. Als secundaire
                            doelen kunnen worden genoemd het waarborgen van een doelmatig en veilig
                            gebruik van de weg. Onder het begrip reclame wordt in deze notitie
                            verstaan: “Publieke aanprijzing en alles wat daartoe dient”. Op grond
                            van deze definitie kan er een onderscheid worden gemaakt tussen
                            commerciële versus niet-commerciële, ideële en politieke reclame en
                            plaatselijk versus regionaal en landelijk. Dit onderscheid is wenselijk
                            om een redelijke afweging te kunnen maken welke reclamevormen er in de
                            gemeente Steenwijkerland kunnen worden toegelaten.</al><al>Na vaststelling zal dit beleid integraal worden opgenomen in de
                                <vet>“Welstandsnota Steenwijkerland”</vet>. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>1. Algemeen:</label></kop><al>Deze notitie is gebaseerd op de Grondwet, Woningwet/ Bouwverordening,
                            Monumentenwet 1988/ Monumentenverordening, de Algemene Plaatselijke
                            Verordening (APV) en relevante jurisprudentie. </al><al>Binnen deze wettelijke kaders is er een beleid opgesteld voor
                            verschillende reclamevormen. </al><al>Bij de beoordeling van de reclamevormen is een onderscheid gemaakt
                            tussen reclamevormen die zijn toegestaan in het buitengebied, in de
                            woongebieden en op bedrijventerreinen. Bij het maken van de keuze om
                            bepaalde reclamevormen toe te laten en andere te verbieden is de
                            doelstelling genoemd in de inleiding toetsingscriterium. Aan de hand van
                            deze doelstelling zijn er nadere toetsingscriteria opgesteld.
                            Reclamevormen die niet in deze notitie worden besproken moeten ook
                            worden beoordeeld aan de hand van de doelstelling en aan de hand van in
                            dit beleid toepasbare geformuleerde beleidsregels.</al><al/><al>De volgende reclamevormen worden in beginsel binnen randvoorwaarden
                            toegestaan: </al><lijst><li nr="-"><al>in het gehele gebied: billboards, promotieborden t.b.v. de
                                    gemeente Steenwijkerland of door de gemeente erkende
                                    plaatselijke belangenorganisaties, gevelreclame, logoborden,
                                    werk-in-uitvoeringsborden, verkoopborden,
                                    plattegrond-informatiekasten, verwijsborden, abri’s,
                                    uitstallingen, vlaggen, strooibiljetten en verkiezingsreclame,
                                    verwijzingsborden binnen bepaalde randvoorwaarden;</al></li><li nr="-"><al>in het stedelijk gebied (*), met uitzondering van het
                                    buitengebied: klokzuilreclame en lichtmastreclame,
                                    aankondigingsborden, spandoeken en plakzuilen;</al></li><li nr="-"><al>op bedrijventerreinen: lichtkrant, reclamemasten, reclamebord
                                    bij inrit en verwijsborden.</al><al/></li></lijst><al>(*) Onder stedelijk gebied wordt binnen de werkingssfeer van deze
                            richtlijnen verstaan uitsluitend de stedelijke bebouwing van Steenwijk,
                            voorzover niet gelegen binnen de binnenstad zoals aangegeven op de bij
                            deze richtlijnen behorende kaart, de kernen Oldemarkt, Blokzijl en
                            Vollenhove.</al><al/><al>Langs rijkswegen wordt in beginsel elke vorm van reclame verboden, wel
                            kan onder strikte voorwaarden een uitzondering worden gemaakt voor:
                            werk-in-uitvoeringsborden, gemeentelijke wervings- en promotieborden en
                            verwijsborden.</al><al/><al>Zonder een goed handhavingsbeleid heeft het weinig zin om een
                            beleidsnotitie reclame te schrijven. </al><al>Daarom wordt in deze notitie daar dan ook ruimschoots aandacht aan
                            geschonken. Er is een duidelijke procedure opgesteld voor de te nemen
                            stappen om tot een goede uitvoering van het reclamebeleid te komen. Deze
                            handhavingsparagraaf is als een afzonderlijke bijlage bij deze
                            beleidsnotitie opgenomen.</al><al/><al>Bij de totstandkoming van dit beleid zal gebruik worden gemaakt van “de
                            openbare voorbereidingsprocedure” beschreven in afdeling 3.4 Awb. Bij
                            het schrijven van de notitie is rekening gehouden met het huidig beleid,
                            het reclamebeleid voor de binnenstad van Steenwijk, richtlijnen van de
                            provincie Overijssel en richtlijnen van de Regio IJssel-Vecht.</al><al/><al>Na een korte schets van de huidige situatie wordt de gewenste situatie
                            beschreven en worden doelstellingen geformuleerd, vervolgens wordt het
                            gebied waar deze notitie betrekking op heeft afgebakend en wordt nader
                            ingegaan op het begrip reclame. Daarna wordt het wettelijk kader
                            beschreven waarbinnen beslissingen moeten worden genomen. Verschillende
                            reclamevormen en locaties worden beschreven, beoordeeld en ingedeeld in
                            categorieën. Vervolgens wordt er aandacht besteed aan de uitvoering en
                            handhaving van het reclamebeleid in de afzonderlijke bijlage. </al></artikel><artikel><kop><label>2. Huidige situatie:</label></kop><al>In het kader van de harmonisatie van de regelgeving zoals deze wordt
                            voorgeschreven door de wet Arhi naar aanleiding van de gemeentelijke
                            herindeling per 1 januari 2001 moet ook het reclamebeleid onder de loupe
                            worden genomen. Inventarisatie omtrent dit beleid levert de volgende
                            situatie op.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.1. v.m. gemeente Steenwijk:</titel></kop><structuurtekst><al>Steenwijk kende twee beleidsnotities reclamebeleid vastgesteld door de
                            gemeenteraad. </al><lijst><li nr="-"><al><vet>Binnenstad</vet>: Een beleid voor het gebied behorende tot
                                    de binnenstad van de voormalige Gemeente Steenwijk in hoofdzaak
                                    omvattende het winkelgebied en als zodanig op een gewaarmerkte
                                    kaart aangegeven.</al></li><li nr="-"><al><vet>Gebied buiten de binnenstad van </vet><vet>Steenwijk</vet>:
                                    Een beleid voor het overige gebied van de voormalige gemeente
                                    Steenwijk gelegen buiten de binnenstad van Steenwijk.</al><al/></li></lijst><al>Steenwijk legde in het reclamebeleid de nadruk op de relatie tussen
                            reclame en de Woningwet, waarbij voor reclame-uitingen doorgaans
                            bouwvergunningen werden geëist Aan vergunningverlening overeenkomstig de
                            APV voor permanente reclame-uitingen werd hoegenaamd geen aandacht
                            besteed.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.2. v.m. gemeente Brederwiede:</titel></kop><structuurtekst><al>Brederwiede kende wel degelijk een beleid hoe om te gaan met reclame
                            binnen haar grondgebied doch dit was niet in een geformaliseerde
                            beleidsnotitie vastgesteld. Ook hier is echter onderscheid te maken in
                            gebieden, waarbij met name het beleid in en rond de grootste
                            toeristische trekpleister Giethoorn extra aandacht behoeft.</al><al/><al>In Brederwiede werden reclamevergunningen verleend op basis van art
                            4.7.2. van de APV, waarbij de uitvoering daarvan was gemandateerd aan
                            het betreffende afdelingshoofd (Directeur Grondgebied). Slechts in die
                            gevallen waarin de gevraagde reclame evident als een bouwwerk moest
                            worden aangemerkt werd de figuur van de bouwvergunning gekozen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.3. v.m. gemeente IJsselham:</titel></kop><structuurtekst><al>In de voormalige gemeente IJsselham was in het geheel geen reclamebeleid
                            ontwikkeld en werden evenmin reclamevergunningen op basis van de APV
                            verleend.</al><al/><al>In voorkomende gevallen waar sprake was van een evidente bouwconstructie
                            werd een bouwvergunning geëist en zo mogelijk verleend. </al><al>In het kader van de wet Arhi moest het bestaande reclamebeleid voor 1
                            januari 2003 worden geharmoniseerd. Aangezien in het kader van de wet
                            Dualisering een dergelijk beleid niet meer tot de taak van de
                            gemeenteraad behoort maar tot die van B &amp; W is het bestaande beleid
                            van rechtswege per 1 januari 2003 vervallen en heeft het College op 7
                            januari een voorlopig beleid vastgesteld.</al><al/><al>In deze notitie wordt getracht richting te geven aan het toepasbaar
                            maken van het door het College vastgestelde voorlopige beleid tot een
                            definitief nieuw beleid voor de gehele gemeente. Daarin wordt het
                            bestaande beleid voor de binnenstad ongewijzigd overgenomen, aangezien
                            de noodzakelijke aanpassingen daarin reeds zijn verwerkt. Dit beleid is
                            zonder meer toepasbaar, is een voortzetting van bestaand beleid en
                            behoeft derhalve niet opnieuw te worden vastgesteld. </al><al>Daarnaast wordt voor het beleid voor het overige deel van de gemeente
                            het beleid voor het gebied buiten de binnenstad van Steenwijk zoals
                            voorlopig vastgesteld door het College van B &amp; W op 7 januari 2003
                            als uitgangspunt genomen. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.4. Vergunningverlening en toezicht en handhaving:</titel></kop><structuurtekst><al>Vergunningverlening van zowel de bouwvergunningplichtige zaken als wel
                            de vergunningen overeenkomstig art 4.7.2 van de APV, voorzover deze een
                            permanent karakter dragen wordt opgedragen aan de <vet>cluster
                                </vet><vet>Bouw-en</vet><vet> woningtoezicht</vet> van de afdeling
                            VROM. Vergunningverlening voor zaken van tijdelijke aard ingevolge de
                            overige artikelen van de APV wordt opgedragen aan de <vet>afdeling
                                Publiekszaken</vet>. Waar dit expliciet in beeld komt is dit ook
                            aangegeven bij het betreffende onderwerp.</al><al>Toezicht en handhaving omtrent de inhoud alsmede de verleende
                            vergunningen ingevolge dit beleid wordt opgedragen aan de <vet>cluster
                                Toezicht en Handhaving</vet> van de afdeling VROM.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.5. Lik op stuk beleid t.a.v. Toezicht en handhaving:</titel></kop><structuurtekst><al>Met name in de recreatieve kernen van onze gemeente, waarbij Giethoorn
                            uiteraard de kroon spant, worden wij ieder jaar opnieuw geconfronteerd
                            met het bijplaatsen van illegale reclame-uitingen om (in de drukke
                            tijden) de klant naar het eigen bedrijf te trekken. Veelal worden
                            hierbij reclame-uitingen gebruikt die in het verleden al eens gewogen en
                            te licht bevonden zijn. Dit leidt tot een uitermate rommelig en
                            kwalitatief armoedige uitstraling van onze toeristische trekpleisters
                            bij uitstek. Adequate maatregelen om hier paal en perk aan te stellen is
                            derhalve gewenst. </al><al>Het volgen van de gebruikelijke Awb-procedures levert hierbij niet het
                            gewenste resultaat op omdat deze dermate lang duren, dat tegen de tijd
                            dat de gemeente gerechtigd is om op te treden het seizoen meestal op
                            zijn einde loopt en betrokkene de gewraakte reclame-uiting vrijwillig
                            verwijdert. Het jaar daarop herhaalt zich dit patroon.</al><al>Er wordt nu gewerkt aan een z.g. verkorte Awb -procedure, waarbij wél de
                            wettelijke vereisten van de AwB -procedure in acht worden genomen, maar
                            de termijnen dermate worden verkort, dat adequaat ingrijpen en optreden
                            door de Toezichtambtenaren in het veld mogelijk wordt. Vergelijk dit met
                            de parkeerbon op de voorruit van de auto, hetgeen in feite ook een
                            (mini) proces-verbaal is.</al><al>Door de betreffende ambtenaren, binnen van te voren op te stellen
                            randvoorwaarden, te mandateren namens het College in deze zaken
                            aanschrijvingen te doen en deze aanschrijving in de vorm van een
                            “invulformulier” te gieten kan afhankelijk van de situatie snel een
                            toestand worden bereikt, waarin de gemeente gerechtigd is bestuursdwang
                            toe te passen (het verwijderen van de gewraakte reclame-uiting van
                            gemeentewege op kosten van betrokkene). Dit heeft bovendien als
                            bijkomend voordeel, dat de gewraakte reclame-uiting uit het beheer van
                            de betrokken wordt verwijderd en onder beheer van de gemeente wordt
                            geplaatst. Hierdoor kan recidive worden voorkomen. Slechts na betaling
                            van de nota van de door de gemeente gemaakte kosten van de actie kan de
                            eigenaar zijn rechtmatige eigendommen terugkrijgen. Aangezien hiermee
                            voor hem tevens duidelijk wordt dat zijn reclame-uiting eigenlijk niet
                            meer kan functioneren, wordt verondersteld, dat betrokkene geen
                            teruggave zal claimen, waardoor deze ongewenste reclame-uitingen
                            uiteindelijk permanent uit het circuit worden verwijderd, hetgeen dan
                            ook de bedoeling is.</al><al/><al><vet>De uitwerking van bovenstaande werkwijze is als
                                "Handhavingsparagraaf"als bijlage ibj deze beleidsnotitie gevoegd.
                            </vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3 Gewenste situatie</titel></kop><structuurtekst><al>Doelstelling en voorlichting worden in dit hoofdstuk samen besproken,
                            omdat het van belang is om de doelstelling van het reclamebeleid kenbaar
                            te maken aan belanghebbenden. Voor zowel interne als externe klanten
                            moet duidelijk zijn welk beleid de gemeente Steenwijkerland voert.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3.1 Doelstelling</titel></kop><structuurtekst><al>De primaire doelstelling van het gemeentelijk reclamebeleid is het
                            reguleren van reclame om te komen tot een hoge ruimtelijke kwaliteit in
                            de gemeente Steenwijkerland. Als secundaire doelen kunnen worden genoemd
                            het waarborgen van een doelmatig en veilig gebruik van de weg.</al><al/><al>In het kort zijn er dus drie doelen:</al><lijst><li nr="-"><al>het reguleren van reclame;</al></li><li nr="-"><al>het komen tot een hoge ruimtelijke kwaliteit;</al></li><li nr="-"><al>het waarborgen van een doelmatig en veilig gebruik van de
                                    weg.</al><al/></li></lijst><al>Door het toepassen van deze reclamenotitie kan men in de toekomst
                            reclameaanvragen op een uniforme wijze behandelen en tevens ongewenste
                            en/ of illegale reclame-uitingen tegengaan. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3.2 Voorlichting</titel></kop><structuurtekst><al>Door goede voorlichting over het nieuwe reclamebeleid wordt
                            duidelijkheid geschapen over het beleid voor belanghebbenden. Een deel
                            van de weerstand tegen het beleid kan zo worden weggenomen. Het is
                            daarom belangrijk dat de afdelingen Publiekszaken (voorlichting) en VROM
                            (BWT) een brochure samenstellen die aan de centrale balie kan worden
                            verstrekt. In deze brochure moet aanleiding en noodzaak van het te
                            voeren beleid worden uitgelegd, de doelstelling van het reclamebeleid,
                            een korte opsomming van de regels en de te ondernemen acties.</al><al/><al>Naast een brochure moet het beleid op de gebruikelijke manier worden
                            bekendgemaakt, overeenkomstig art. 3:42 van de Awb.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4.Gebiedsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Deze notitie betreft reclame-uitingen
                                <onderstreept>buiten</onderstreept> de binnenstad van Steenwijk
                            binnen de gemeente Steenwijkerland.. Op het terrein van reclame-uitingen
                            kunnen aan onderscheiden gebieden verschillende eisen worden gesteld. De
                            eisen voor bijvoorbeeld de binnenstad zullen heel anders zijn dan de
                            eisen voor het buitengebied of de beschermde stads- of dorpsgezichten.
                            Om die reden is het zinvol een splitsing aan te brengen naar soort
                            gebied binnen de gemeente. In deze notitie worden vier gebieden
                            onderscheiden; woongebied, beschermde stads- of dorpsgezichten,
                            buitengebied en bedrijventerrein. </al><al/><al>Om misverstanden te voorkomen is op bijlage I aangegeven welk gebied er
                            tot de binnenstad wordt gerekend en dus uitgesloten is van deze notitie.
                            Bij de bepaling van de grenzen van de binnenstad is uitgegaan van de
                            grens die is getrokken in de nota Reclame-uitingen in de binnenstad van
                            de gemeente Steenwijk. Om “witte vlekken” en overlap te voorkomen moet
                            de gebiedsafbakening van de binnenstad eenduidig zijn. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5.Begrip reclame:</titel></kop><structuurtekst><al>Omdat er veel redenen zijn voor het kenbaar maken van evenementen,
                            activiteiten, acties en dergelijke wordt nu eerst beschreven wat in deze
                            notitie onder het begrip reclame wordt verstaan. Het kader daartoe is
                            neergelegd in de APV art 4.7.2. en 4.7.2a. De definitie in de APV
                            artikel 1.1. luidt als volgt:</al><al/><al>Reclame: “Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                            kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.. </al><al/><al>Reclame kan verschillende vormen aannemen, waarbij in veel gevallen,
                            maar lang niet altijd, het commercieel belang voorop zal staan. Bij de
                            hierboven geformuleerde definitie kan de vraag worden gesteld of dit
                            niet een te beperkte formulering van het begrip reclame is. Op grond van
                            deze definitie zouden begrippen als ideële reclame, en niet zuiver
                            commerciële reclame niet bestaan. Tevens kan op grond van deze
                            omschrijving reclame die niet in, op, aan of rondom gebouwen zichtbaar
                            is niet worden aangepakt. Zeker voor het Buitengebied, waar de gemeente
                            wordt geconfronteerd met zogenaamde Weilandcommercie, is deze
                            omschrijving te beperkt. </al><al/><al>Omdat in deze notitie ook de hierboven genoemde vormen van reclame
                            worden betrokken is er gekozen voor een ruimere definitie van reclame,
                            waarbij is uitgegaan van de omschrijving in het “Van Dale woordenboek”.
                            Daarin wordt de volgende omschrijving van het begrip reclame
                            gegeven:</al><al/><al><vet><onderstreept>Reclame</onderstreept></vet><vet><onderstreept>:</onderstreept></vet><vet><onderstreept>“Publieke
                                    aanprijzing en alles wat daartoe
                            dient”.</onderstreept></vet></al><al>Op grond van deze definitie kunnen er verschillende onderscheidingen
                            worden gemaakt in de reclamevoering:</al><lijst><li nr="-"><al>commerciële versus niet zuiver commerciële en ideële
                                    (reclame);</al></li><li nr="-"><al>plaatselijk versus regionaal en landelijk.</al><al/></li></lijst><al>Omdat het vaak moeilijk te bepalen is tot welk soort reclame een uiting
                            behoort, is een aantal criteria opgesteld waaraan getoetst kan worden of
                            een reclame als zuiver commercieel moet worden aangemerkt of van andere
                            aard is. Bij niet zuiver commerciële reclame wordt een aantal
                            voorbeelden genoemd van evenementen/ activiteiten die als niet zuiver
                            commercieel worden beschouwd. Ook het begrip ideële reclame zal nader
                            worden toegelicht. Het onderscheid tussen de verschillende soorten
                            reclame is zeer belangrijk in verband met de vrijheid van meningsuiting
                            en het algemeen belang dat door reclame kan worden gediend. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5.1 Niet zuiver commerciële reclame</label></kop><structuurtekst><al>Omdat het vaak moeilijk is om een onderscheid te maken tussen wat nu wel
                            en niet als commercieel kan worden aangemerkt, zijn de volgende criteria
                            opgesteld voor niet zuiver commerciële reclame. Het evenement/ de
                            activiteit moet aan al de hieronder genoemde criteria voldoen. </al><al/><al>Het evenement/ de activiteit</al><lijst><li nr="-"><al>heeft een tijdelijk karakter;</al></li><li nr="-"><al>is voor een breed publiek (particulieren/ consumenten en
                                    instellingen) toegankelijk;</al></li><li nr="-"><al>heeft een sociaal-cultureel karakter, ofwel een maatschappelijk
                                    belang, of betreft een seizoensgebonden product of dienst, of is
                                    in principe voor iedereen toegankelijk en bevat een passief
                                    recreatief karakter;</al></li><li nr="-"><al>mag geen betrekking hebben op een bepaald commercieel merk of
                                    product;</al></li><li nr="-"><al>heeft geen betrekking op tijdelijke prijskortingen of
                                    commerciële acties voor een product of deel van het
                                    assortiment;</al></li><li nr="-"><al>mag niet gericht zijn op bedrijven
                                    (business-to-business-communicatie);</al></li><li nr="-"><al>mag geen betrekking hebben op alcohol- en tabaksproducten;</al></li><li nr="-"><al>moet ethisch passen in het gemeentelijk beleid.</al><al/></li></lijst><al>Voorbeelden van evenementen/ acties die kunnen voldoen aan de
                            bovenstaande criteria (niet limitatief):</al><lijst><li nr="-"><al>braderie/ rommelmarkt/ vlooienmarkt;</al></li><li nr="-"><al>antiekbeurs;</al></li><li nr="-"><al>jaarmarkt;</al></li><li nr="-"><al>kermis;</al></li><li nr="-"><al>circus;</al></li><li nr="-"><al>sportwedstrijd/ toernooi;</al></li><li nr="-"><al>schaatstocht;</al></li><li nr="-"><al>wielerronde;</al></li><li nr="-"><al>publieksbeurs;</al></li><li nr="-"><al>tentoonstelling/expositie;</al></li><li nr="-"><al>(theater) voorstelling;</al></li><li nr="-"><al>optredens;</al></li><li nr="-"><al>Dicky Woodstock;</al></li><li nr="-"><al>expositie;</al></li><li nr="-"><al>open dagen van scholen;</al></li><li nr="-"><al>publieksbeurs, zoals (school)boekenbeurs/ kledingbeurs;</al></li><li nr="-"><al>aankondiging dansseizoen/ tuinseizoen;</al></li><li nr="-"><al>kerkelijke diensten;</al></li><li nr="-"><al>collectedagen;</al></li><li nr="-"><al>festiviteiten (muziek en dergelijke);</al></li><li nr="-"><al>postkoetsrace.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5.2 Ideële reclame</titel></kop><structuurtekst><al>Bij ideële reclame staat niet een handelsbelang, maar een ideëel,
                            maatschappelijk of politiek belang voorop. Vanwege deze belangen wordt
                            ideële reclame beschermd door artikel 7 Grondwet. In dit artikel staat
                            het grondrecht <cursief>‘vrijheid van meningsuiting’</cursief>
                            beschreven. Het gaat hierbij om het openbaren van gedachten en
                            gevoelens. Voorbeelden van deze reclame-uitingen zijn de
                            ‘Loesje-posters’ en informatie over een collecte.</al><al/><al>Commerciële reclame valt niet onder de grondwettelijke en
                            internationaalrechtelijke beschermde vrijheid van meningsuiting. Zoals
                            hierboven reeds is geschreven geniet ideële reclame deze bescherming
                            wel. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop de gemeente ideële reclame
                            mag reguleren. </al><al>De <cursief>‘vrijheid van meningsuiting</cursief>’ herbergt twee
                            rechten:</al><lijst><li nr="-"><al>een openbaringsrecht neergelegd in artikel 7, eerste lid,
                                    Grondwet;</al></li><li nr="-"><al>een verspreidingsrecht, dat zich in de jurisprudentie heeft
                                    ontwikkeld. </al></li></lijst><al>In principe heeft iedereen de vrijheid gedachten en gevoelens te
                            openbaren zonder voorafgaand overheidsverlof. Het openbaringsrecht kan
                            alleen door de formele wetgever worden beperkt. Van het openbaringsrecht
                            kan niet los worden gezien een verspreidingsrecht. Omdat sommige wijzen
                            van verspreiden in conflict kunnen komen met de openbare orde
                            (bijvoorbeeld de verkeersveiligheid) mag het verspreidingsrecht door
                            lagere wetgevers worden beperkt.</al><al/><al>Onder het verspreidingsrecht vallen diverse zogeheten ‘zelfstandige
                            verspreidingsmiddelen’, zoals aanplakken, folderen, lopen met
                            sandwichborden en dergelijke. Lagere wetgevers, zoals de raad en de
                            burgemeester, kunnen de verspreiding reguleren, mits er geen sprake is
                            van een algemeen verbod of algemeen vergunningstelsel met betrekking tot
                            een zelfstandig middel van bekendmaking. Er moet in elk geval gebruik
                            van enige betekenis overblijven. Onder omstandigheden kan dit betekenen
                            dat de overheid zelf voorzieningen ten behoeve van de verspreiding
                            beschikbaar stelt, zoals aanplakborden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6.Wettelijk kader</titel></kop><structuurtekst><al>Er is een aantal juridische middelen om reclame-uitingen te reguleren,
                            te weten:</al><lijst><li nr=" · "><al><cursief>Grondwet</cursief></al></li><li nr=""><al>Vrijheid van meningsuiting (plakken en kladden) </al></li><li nr=" · "><al><cursief>Woningwet, Bouwverordening en –besluit</cursief></al></li><li nr=""><al>Bouwvergunningplichtige reclame. </al></li><li nr=" · "><al><cursief>Monumentenwet 1988/ monumentenverordening
                                        2001</cursief></al></li><li nr=""><al>Reclame op rijks- en/ of gemeentelijke monumenten. </al></li><li nr=" · "><al><cursief>Algemene Plaatselijke Verordening (APV)</cursief></al><al>Niet bouwvergunningplichtige reclame op of aan panden en reclame
                                    op of aan de weg. </al></li><li nr=" · "><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al></li><li nr=""><al>De jurisprudentie wordt besproken bij de hier bovengenoemde
                                    wetgeving.</al></li></lijst><al/><al>Op grond van artikel 4.7.2 vierde lid onder a van de APV staat vermeld,
                            dat reclame binnen bepaalde randvoorwaarden moet voldoen aan redelijke
                            eisen van welstand. Burgemeester en wethouders dienen daartoe advies te
                            vragen aan de Welstandcommissie alvorens een besluit te nemen inzake een
                            vergunningaanvraag. De advisering geschied door de welstandscommissie
                            “Het Oversticht“. Voor bouwvergunningplichtige reclames gelden de
                            welstandsregels zoals gesteld in de Woningwet.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6.1 Grondwet</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 7 eerste lid Grondwet (vrijheid van meningsuiting)
                            heeft niemand voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of
                            gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de
                            wet. In het vierde lid staat dat het eerste lid niet van toepassing is
                            op het maken van handelsreclame. Er moeten dus mogelijkheden worden
                            gecreëerd voor het uiten van gevoelens of gedachten, niet zijnde
                            handelsreclame, zodat het gevoerde reclamebeleid van de gemeente niet in
                            strijd is met artikel 7 Grondwet. </al><al/><al>De Hoge Raad constateerde dat een gemeentelijk plakverbod in strijd is
                            met artikel 7 Grondwet als wordt vastgesteld dat de vrije
                            plakmogelijkheden in de gemeente, bezien naar aantal, oppervlakte en
                            plaats, zodanig onvoldoende zijn dat van enig reëel gebruik van het
                            onderhavige middel van bekendmaking geen sprake kan zijn.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6.2 Woningwet en Bouwverordening</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 1 eerste lid Woningwet wordt onder bouwen verstaan: </al><al>“het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
                            veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of
                            gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van
                            een standplaats.”</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6.2.1 Bouwvergunningplichtige reclame</titel></kop><structuurtekst><al>Indien een reclameconstructie aan te merken is als “bouwwerk” in de zin
                            van artikel 40 Woningwet, is voor het plaatsen van deze constructie een
                            bouwvergunning vereist. De bouwaanvraag wordt dan getoetst aan:</al><lijst><li nr="-"><al>het bestemmingsplan;</al></li><li nr="-"><al>de Bouwverordening/het Bouwbesluit;</al></li><li nr="-"><al>Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="-"><al>redelijke eisen van welstand (artikel 12 Woningwet).</al><al/></li></lijst><al>Uit de jurisprudentie blijkt dat er al snel wordt aangenomen dat iets
                            kan worden aangemerkt als een bouwwerk, namelijk als er sprake is van
                            een constructie van enige omvang (Voorzitter ARRS 13/11/91 Duiven). </al><al>In artikel 1.1 APV wordt een bouwwerk omschreven als:<cursief>
                                ”</cursief>elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                            of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of
                            indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun
                            vindt in of op de grond”. </al><al>In de definitie zoals die is neergelegd in de gemeentelijke
                            bouwverordening is daar nog aan toegevoegd de zinsnede <vet>"en bedoeld
                                is om </vet><vet>aldaar</vet><vet> te functioneren”</vet>. Deze
                            toevoeging maakt discussie omtrent wat wél en wat niet nog als bouwwerk
                            moet worden aangemerkt, alsmede wat tot een bouwwerk behoort aanzienlijk
                            duidelijker. </al><al><cursief>Ook overigens is het gewenst beide definities op elkaar af te
                                stemmen, zodat geadviseerd wordt
                                </cursief><cursief>separaat</cursief><cursief> aan het vaststellen
                                van dit beleid de APV zodanig te wijzigen, dat de definitie van een
                                bouwwerk in overeenstemming wordt gebracht met die uit de
                                bouwverordening.</cursief></al><al/><al>De afdeling bestuursrechtspraak Raad van State heeft op 22 mei 1997
                            bepaald dat een reclamebord van 2,5 bij 3,5 m met het opschrift “te
                            koop/ te huur “ bevestigd aan een kantoorpand moet worden aangemerkt als
                            een bouwwerk.</al><al/><al><vet><cursief>Niettegenstaande dat zullen reclameborden welke niet
                                    evident als bouwwerk zijn aan te merken in het kader van het in
                                    deze notitie geformuleerde beleid worden aangemerkt als
                                    reclame-uitingen als bedoeld in art 4.7.2.
                                    </cursief></vet><vet><cursief>van</cursief></vet><vet><cursief>
                                    de APV.</cursief></vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6.3 Monumentenwet</titel></kop><structuurtekst><al>Voor het aanbrengen van reclame op een beschermd Rijksmonument is op
                            grond van artikel 11 tweede lid, de artikelen 12 en 13 Monumentenwet
                            1988 en voor een gemeentelijk monument op grond van art 10m van de
                            monumentenverordening een vergunning benodigd van het college van
                            burgemeester en wethouders. Toetsingscriterium is daarbij het
                            landschapsschoon. Indien er sprake is van een bouwwerk gelden tevens de
                            daarop betrekking hebbende toetsingscriteria.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6.4 Algemene Plaatselijke Verordening (APV)</titel></kop><structuurtekst><al>De APV treedt pas in werking als een hogere regeling (zoals de eerder
                            genoemde wetten) niet in dit onderwerp voorziet. Eerst moet dus
                            beoordeeld worden of andere wetten niet van toepassing zijn.</al><al/><al>Er zijn verscheidenene artikelen van de APV die toepasbaar zijn op het
                            reclamebeleid, te weten:</al><al>Artikel 2.1.5.1 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg </al><al>Artikel 2.1.6.3 Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp</al><al>Artikel 2.4.2 Plakken en kladden</al><al>Artikel 4.4.1 Verontreiniging van de weg en van terreinen van de
                            weg</al><al>Artikel 4.4.4 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</al><al>Artikel 4.7.2 Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames en
                            dergelijke</al><al>Artikel 4.7.2.a Verwijzingsborden</al><al>Artikel 4.7.3 Aanschrijving</al><al>Artikel 5.1.6 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al/><al>De drie belangrijkste artikelen worden ter verduidelijking hieronder
                            globaal besproken. In bijlage II treft u deze drie artikelen aan. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.1</nr><titel>APV</titel></kop><al>In dit artikel zijn voorschriften opgenomen voor <onderstreept>het
                                gebruik van de weg</onderstreept>. Het artikel is met name
                            geschreven voor niet-zuiver commerciële reclame. Het eerste lid vermeldt
                            dat het verboden is zonder vergunning van burgemeester en wethouders de
                            weg of een weggedeelte daarvan anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                            bestemming daarvan. In het tweede lid wordt een aantal uitzonderingen op
                            deze hoofdregel genoemd. </al><al>Het derde lid geeft voorschriften voor de vormgeving en constructie van
                            de reclame. Het vijfde lid vermeldt de weigeringsgronden voor het
                            verlenen van een vergunning. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>APV</titel></kop><al>Artikel 2.4.2 APV is een uitwerkingvan artikel 7 eerste lid
                            Grondwet. Het eerste lid verbiedt <onderstreept>de weg of een gedeelte
                                van onroerend goed dat vanaf de weg</onderstreept> zichtbaar is te
                            bekrassen of bekladden. Het tweede lid werkt deze hoofdregel uit. Het
                            vierde lid vermeldt dat op speciale plaklocaties alleen meningsuitingen
                            en bekendmakingen, geen betrekking hebbende op handelsreclame mogen
                            worden aangebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.2</nr><titel>APV en 4.7.2a</titel></kop><al>Op grond van artikel 4.7.2 het eerste lid is het verboden zonder
                            vergunning <onderstreept>handelsreclame</onderstreept> te maken
                                <onderstreept>op een onroerend goed dat vanaf een voor het publiek
                                toegankelijke plaats zichtbaar is</onderstreept>. In het tweede lid
                            wordt een aantal uitzonderingen op deze hoofdregel genoemd. Het derde
                            lid vermeldt dat het bepaalde in het eerste lid niet geldt voor zover de
                            Woningwet, Monumentenwet of artikel 2.1.5.1 APV van toepassing is. Het
                            vierde lid beschrijft de weigeringsgronden voor het verlenen van een
                            vergunning. </al><al>Artikel 4.7.2a ziet met name op reglementering inzake
                            verwijsborden.</al><al/><al>Beide artikelen bieden een vangnet voor regulering van alle reclames,
                            welke niet onder de beschreven wetten kunnen worden gerangschikt. Door
                            in twijfelgevallen, betreffende de toepasselijkheid van de relevante
                            wetten (zoals deze in de aanhef van dit hoofdstuk zijn vermeld) terug te
                            vallen op deze artikelen van de APV wordt discussie vermeden en
                            inadequate toepassing van het beleid vermeden. Dit is dan ook de reden
                            om zoals onder 6.2.1. hiervoor werd aangegeven in twijfelgevallen altijd
                            voor toepassing van deze beide artikelen te kiezen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7.Toelaten of verbieden van verschillende reclamevormen</titel></kop><structuurtekst><al>Omdat er vele vormen zijn waarop men reclame kan uiten wordt er een
                            onderscheid gemaakt naar de vorm van reclame. Bij elk van deze vormen
                            moet een keuze worden gemaakt: toelaten of verbieden. Bij deze keuze
                            wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds commerciële, niet-zuiver
                            commerciële en ideële reclame en anderzijds tussen plaatselijke,
                            regionale en landelijke reclame. De doelstelling, zoals geformuleerd in
                            paragraaf 3.1 is criterium voor de te maken keuze. Economische aspecten
                            zijn ondergeschikt aan deze doelstelling, dit neemt echter niet weg dat
                            ze wel worden betrokken in de te maken keuze. </al><al/><al>Reclamevormen die niet in dit hoofdstuk worden besproken moeten aan de
                            hand van de hoofdstukken 3 tot en met 7 op eenzelfde wijze worden
                            beoordeeld. Tevens moeten de in dit beleid geformuleerde richtlijnen
                            worden meegewogen in de beoordeling.</al><al/><al>Niet alleen de gemeente voert een beleid met betrekking tot reclame, ook
                            de provincie Overijssel heeft richtlijnen opgesteld voor bewegwijzering
                            en objectverwijzing. Deze richtlijnen zijn meegewogen in de beoordeling
                            van diverse reclamevormen om tot een zo uniform mogelijk beleid in de
                            provincie te komen. </al><al>Voor het gehele gebied zijn grotendeels dezelfde regels opgesteld, in
                            bepaalde gevallen wordt er een onderscheid gemaakt, omwille van het
                            karakter van het landschap / de omgeving. Omdat het buitengebied een
                            landelijk karakter heeft, is het wenselijk om een zeer terughoudend
                            reclamebeleid te voeren. In andere gemeenten wordt reclame in het
                            buitengebied zelfs in zijn geheel verboden. In Steenwijkerland is dit
                            niet het geval, omdat er in het buitengebied ook
                            bedrijven/winkels/horeca gevestigd zijn die reclame maken. Als tweede
                            reden kan worden aangevoerd dat niet alle reclame-uitingen afbreuk doen
                            aan het karakter van het buitengebied.</al><al>In de volgende paragrafen wordt een lijst van mogelijke reclamevormen
                            opgesteld, waarbij wordt aangeven welke reclamevormen waar wel en niet
                            wenselijk worden geacht. Om een overzicht te krijgen van wel en niet
                            toegestane reclamevormen en om verschillend beleid te kunnen opstellen
                            voor het buitengebied, de woongebieden en bedrijventerreinen zijn de
                            reclamevormen ingedeeld in de volgende vier groepen:</al><lijst><li nr="1."><al>binnen randvoorwaarden in het gehele gebied toegestane
                                    reclamevormen:</al><lijst><li nr="-"><al>toegestane bouwvergunningplichtige reclame;</al></li><li nr="-"><al>toegestane niet-bouwvergunningplichtige reclame;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>binnen randvoorwaarden toegestaan, met uitzondering van het
                                    buitengebied en/of de beschermde stads-en dorpsgezichten;</al></li><li nr="3."><al>binnen randvoorwaarden alleen toegestaan op
                                    bedrijventerreinen;</al></li><li nr="4."><al>niet toegestane reclamevormen.</al><al/></li></lijst><al>Het is van groot belang om te bepalen wie waarvoor verantwoordelijk is,
                            anders komt de uitvoering van het reclamebeleid in gevaar. Op basis van
                            de hierboven vermelde indeling is gekozen om de verantwoordelijkheid
                            voor het reclamebeleid neer te leggen bij twee afdelingen, te
                            weten:</al><lijst><li nr="-"><al>VROM (bouw- en woningtoezicht): bouwvergunningplichtige reclame
                                    + vergunningplichtige reclame op grond van de APV voorzover deze
                                    een permanent karakter dragen</al></li><li nr="-"><al>VROM (Toezicht en Handhaving) voor een adequate preventieve en
                                    repressieve controle, overeenkomstig de in de bijlage nader
                                    omschreven werkwijze.</al></li><li nr="-"><al>Publiekszaken: vergunningplichtige reclame op grond van de APV
                                    voorzover deze een tijdelijk karakter dragen (evenementen
                                    etc.)</al><al/></li></lijst><al>Algemene ondersteuning van het beleid moet worden verleend door clusters
                            die raakvlakken hebben met het reclamebeleid, zoals de cluster Toezicht
                            en Handhaving die het preventieve en repressieve toezicht dient uit te
                            voeren overeenkomstig de in de bijlage verwoorde werkwijze.</al><al>Een goede communicatie tussen verschillende afdelingen en clusters is
                            van groot belang, met name tussen de afdelingen VROM en Publiekszaken .
                            Andere afdelingen mogen niet zonder overleg met de afdeling VROM en/of
                            Publiekszaken activiteiten ondernemen die in dit reclamebeleid worden
                            geregeld. </al><al>Bekendheid van het beleid binnen de gehele organisatie is daarom
                            noodzakelijk .</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7.1 Binnen randvoorwaarden in het gehele gebied toegestane reclamevormen</titel></kop><structuurtekst><al>Deze paragraaf wordt onderverdeeld in bouwvergunningplichtige reclame en
                            niet-bouwvergunningplichtige reclame. Het onderscheid hangt in een
                            aantal gevallen af van de constructie van het bouwwerk. Reclamevormen
                            die zowel bouwvergunningplichtig als niet-bouwvergunningplichtig kunnen
                            zijn, worden ingedeeld in de categorie waarin ze naar verwachting in de
                            gemeente Steenwijkerland het meeste voorkomen. Allereerst zijn hieronder
                            de richtlijnen benoemd waaraan de diverse vormen van reclameuitingen
                            zullen worden getoetst. Deze richtlijnen dienen in acht te worden
                            genomen onafhankelijk of de vergunningplicht via de bouwvergunning wordt
                            afgedaan dan wel via art 4.7.2. van de APV.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>I. Algemene richtlijnen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Reclames dienen in hun maat, vorm, kleur, lichtintensiteit en
                                    sfeer rekening te houden met de stedenbouw-kundige en
                                    architectonische situatie. Ook aan de grafische vormgeving
                                    worden kwaliteitseisen gesteld. Het reclameobject dient aan
                                    technische en constructieve eisen te voldoen.</al></li><li nr="2."><al>Alle reclamevoorstellen worden aan de Welstandscommissie
                                    voorgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Reclames dienen functiegebonden te zijn. Dit betekent dat de
                                    reclame een relatie moet hebben met de situering en/of de
                                    functie van het object waarop het is aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Tijdelijke reclames voor een periode van ten hoogste twee
                                    aaneengesloten weken per jaar kunnen in afwijking van het
                                    voorgaande worden toegestaan. Vooraf moet contact worden
                                    opgenomen met de cluster bouw- en woningtoezicht van de afdeling
                                    VROM.</al></li><li nr="5."><al>Illegale (zonder vergunning geplaatste) reclames komen niet in
                                    aanmerking voor een overgangsregeling en hiervoor zal alsnog een
                                    vergunning moeten worden aangevraagd, waarbij de vastgestelde
                                    criteria als leidraad dienst zullen doen. Bij de beoordeling van
                                    de toelaatbaarheid van dergelijke reclame’s zal de tijdsduur
                                    waarin de reclame zonder vergunning aanwezig was mede in
                                    ogenschouw worden genomen.</al></li><li nr="6."><al>Reclame dient bij voorkeur aangebracht te worden, waar het
                                    pand/perceel specifieke reclamemogelijkheden te bieden heeft,
                                    zoals op reclamevelden.</al></li><li nr="7."><al>Reclame dient zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de
                                    vormgeving van het gebouw/perceel.</al></li><li nr="8."><al>Het uitzicht op verkeersborden en straatnaamborden mag niet
                                    belemmerd worden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>II. Richtlijnen omtrent het uiterlijk van reclame en verwijzingsborden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Vanwege de architectonische kenmerken van een gebouw geniet open
                                    belettering de voorkeur. Maat- en kleurstelling van de
                                    belettering moeten passen binnen het architectonisch
                                    gegeven.</al></li><li nr="2."><al>Lichtreclames met interval-verlichting (uitgezonderd
                                    lichtkranten) worden niet toegestaan met uitzondering van
                                    plaatsing op bedrijventerreinen, mits er geen flikkerend licht
                                    ontstaat. </al></li><li nr="3."><al>Reclameborden of lichtbakken mogen binnen stedelijk gebied (*)
                                    niet meer dan 2/3 van één gevel beslaan, ook al zijn de panden
                                    (gedeeltelijk) samengevoegd.</al></li><li nr="4."><al>In de overige gebieden zijn lichtreclames niet toegestaan en
                                    dienen de afmetingen van reclameborden in redelijke verhouding
                                    te staan ten opzichte van het object waarop of waaraan zij
                                    worden aangebracht. De welstandscommissie ziet op dit aspect.
                                </al></li><li nr="5."><al>De oppervlakte van reclameborden die haaks op een gevel staan
                                    mag niet groter zijn dan 0,64 m2 (0,8 x 0,8 m). Vorm en maat
                                    moeten passen binnen het architectonisch beeld van gevel en
                                    straatprofiel.</al></li><li nr="6."><al>Borden : donker fond en lichte belettering.</al></li><li nr="7."><al>Geen reclameaanduidingen op bruggen en vonders.</al></li><li nr="8."><al>Geen vergunningmogelijkheid voor reclame-uitingen welke in
                                    eerdere saneringsacties of vergunningaanvragen niet de toets der
                                    kritiek hebben kunnen doorstaan.</al></li><li nr="9."><al>Geen vergunning voor activiteiten welke bestemmingsplantechnisch
                                    of volgens enige andere wettelijke bepaling niet zijn
                                    toegestaan.</al></li><li nr="10."><al>Gunstig welstandsadvies.</al></li><li nr="11."><al>Afmetingen welke voldoen aan de betreffende richtlijnen in de
                                    APV.</al></li><li nr="12."><al>Geen verwijzingen indien een adequaat vanwege de overheid of
                                    andere instantie gerealiseerd verwijzingsbordensysteem
                                    voorhanden is.</al></li><li nr="13."><al>Reclames uitsluitend op het terrein van de betreffende
                                    inrichting zelf.</al></li><li nr="14."><al>Géén plaatsnamen of verwijzingen daartoe in te tekst van de
                                    reclame.</al></li></lijst><al>(*) Onder stedelijk gebied wordt binnen de werkingssfeer van deze
                            richtlijnen verstaan uitsluitend de stedelijke bebouwing van Steenwijk,
                            voorzover niet gelegen binnen de binnenstad zoals aangegeven op de bij
                            deze richtlijnen behorende kaart, de kernen Oldemarkt, Blokzijl en
                            Vollenhove.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>III.Richtlijnen omtrent de plaats van reclame</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Reclameobjecten dienen dicht bij de commerciële functie te
                                    worden aangebracht en dienen te worden beperkt tot de ruimte van
                                    de voorgevel tussen de begane grond en de eerste
                                    verdieping.</al></li><li nr="2."><al>Aan panden met het uiterlijk van een winkelpand mag uitsluitend
                                    één reclamebord vlak tegen de gevel en één uithangbord loodrecht
                                    op de gevel worden geplaatst. Bij een hoekpand of vrijstaand
                                    pand moet afhankelijk van de situatie worden beoordeeld waar
                                    reclame kan worden geplaatst.</al></li><li nr="3."><al>Reclames buiten het bouwsilhouet, bijvoorbeeld op daken of
                                    dakgoten zijn niet toegestaan.</al></li><li nr="4."><al>Reclames aan blinde gevels zijn alleen toegestaan als de
                                    stedenbouwkundige en architectonische context dit toelaat en
                                    indien zij esthetisch bijzonder goed zijn verzorgd.</al></li><li nr="5."><al>Reclame op zonneschermen, luifels en markiezen is niet
                                    toegestaan.</al></li><li nr="6."><al>Borden van aanbouw, te huur en/of te koop dienen zoveel mogelijk
                                    de architectuur van het pand/perceel waarop ze worden
                                    aangebracht te respecteren. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>IV. Richtlijnen voor reclame op bedrijventerreinen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Reclame dient bij voorkeur aangebracht te worden, waar het
                                    gebouw specifieke reclamemogelijkheden biedt.</al></li><li nr="2."><al>Reclame dient zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de
                                    vormgeving van het gebouw.</al></li><li nr="3."><al>Het uitzicht op verkeersborden en straatnaamborden mag niet
                                    belemmerd worden.</al></li><li nr="4."><al>De reclame moet in beginsel binnen de contouren van het pand
                                    blijven, tenzij de gevelreclame een onafscheidelijk deel
                                    uitmaakt van het architectonisch concept of daar geen afbreuk
                                    aan doet.</al></li><li nr="5."><al>Op een zichtlocatie is gevelreclame gericht op de weg
                                    toegestaan, indien de stedenbouwkundige en architectonische
                                    context dit toelaat en mits de gevel qua uitstraling is
                                    afgestemd op die zichtlocatie en de reclame een geïntegreerd
                                    onderdeel uitmaakt van die gevel. </al></li><li nr="6."><al>Reclame-aanduidingen op gebouwen waarin meerdere ondernemingen
                                    zijn gehuisvest dienen voor wat betreft kleurstelling en
                                    vormgeving zo veel mogelijk op elkaar te worden afgetemd.</al></li><li nr="7."><al>Langs de rijksweg is alleen gevelreclame toegestaan als het pand
                                    aan die zijde ontsloten is door de openbare weg.</al></li><li nr="8."><al>Borden van aanbouw, te huur en/of te koop dienen zoveel mogelijk
                                    de architectuur van het gebouw waarop ze worden aangebracht te
                                    respecteren. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>V. Richtlijnen voor reclame binnen beschermde stads en dorpsgezichten</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Gunstig oordeel van de welstandscommissie, welke voor dit
                                    onderdeel dient te worden uitgebreid met het deskundige lid op
                                    het gebied van de monumentenzorg. </al></li><li nr="2."><al>Extra aandacht dient te worden besteed aan de specifieke
                                    stedenbouwkundige en architectonische context waarin de
                                    reclame-uiting zal worden geplaatst</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7.1.1 Toegestane (in beginsel) bouwvergunningplichtige reclamevormen</titel></kop><structuurtekst><al>Alle reclame-uitingen die in deze paragraaf worden genoemd moeten in
                            beginsel voldoen aan de vereisten voor bouwvergunningplichtige reclame.
                            De artikelen 2.1.5.2 juncto 4.7.2 APV zijn in beginsel niet van
                            toepassing. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Billboards (groot affichebord) </titel></kop><structuurtekst><al>Alle reclame-uitingen die in deze paragraaf worden genoemd
                                    moeten in beginsel voldoen aan de vereisen voor
                                    buwvergunningplichtige reclame. De artikelen 2.1.5.2 juncto
                                    4.7.2 APV zijn in beginsel niet van toepassing.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ib35e287e-08dc-4d65-9982-b79ed5c000f7" naam="i22217ib35e287e-08dc-4d65-9982-b79ed5c000f7.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="3.7cm"/></plaatje></al><al>Om te kunnen beoordelen of een billboard op de betreffende
                                    locatie gewenst is zijn de volgende stedenbouw-kundige
                                    richtlijnen opgesteld:</al><lijst><li nr="-"><al>de stedelijke ruimte mag door billboards niet verstoord
                                            worden, dat wil zeggen het overzicht over de geleding
                                            van de ruimte mag niet worden aangetast;</al></li><li nr="-"><al>kwetsbare of karakteristieke locaties moeten worden
                                            vermeden;</al></li><li nr="-"><al>integratie is van belang waar het bijvoorbeeld gaat om
                                            een blinde gevelwand, een viaduct, of een </al><al> parkeerterrein;</al></li><li nr="-"><al>de groenvoorzieningen mogen niet visueel worden
                                            aangetast;</al></li><li nr="-"><al>de maat en schaal van de billboards moeten in
                                            overeenstemming zijn met de afmeting van de omgeving.
                                        </al></li></lijst><al>Voorbeelden van locaties waar een billboard onder zorgvuldige
                                    afweging van de hierboven gestelde criteria eventueel zou kunnen
                                    staan zijn: entree van de bebouwde kom/langs invalsroutes,
                                    parkeerterreinen en blinde gevels.</al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Promotieborden</titel></kop><al>Deze borden worden geplaatst door de Stichting Steenwijk
                                    Promotie, dan wel door door de gemeente erkende plaatselijke
                                    belangenorganisaties. Op deze borden worden aangekondigd:
                                    manifestaties, evenementen, activiteiten en dergelijke die
                                    binnen de gemeente Steenwijkerland plaatsvinden. De borden
                                    kunnen worden geplaatst op in- en uitvalswegen, maar mogen geen
                                    gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid. Tevens mag de
                                    stedelijke ruimte niet verstoord worden, dat wil zeggen het
                                    overzicht over de geleding van de ruimte mag niet worden
                                    aangetast.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i55c8dfdb-6dfe-4902-8c17-aa8904201af7" naam="i22216i55c8dfdb-6dfe-4902-8c17-aa8904201af7.jpg" type="foto" breedte="7.1cm" hoogte="6.9cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><titel>Gevelreclame</titel></kop><al>De richtlijnen voor gevelreclame zijn grotendeels overgenomen
                                    van het reclamebeleid voor de binnenstad van Steenwijk. De
                                    richtlijnen omtrent het uiterlijk (II) en de plaats (III) van
                                    reclame zoals onder de aanhef van deze paragraaf is aangegeven
                                    gelden niet voor bedrijventerreinen. Voor bedrijventerreinen
                                    zijn aparte richtlijnen opgesteld (IV), de algemene richtlijnen
                                    (I) blijven echter van toepassing. De richtlijnen voor
                                    bedrijventerreinen zijn algemeen gesteld, omdat de gebouwen zeer
                                    verschillend qua vorm en afmeting kunnen zijn. Voor de
                                    beschermde stads-en dorpsgezichten gelden zwaardere
                                    welstandseisen, tot uitdrukking gebracht doordat de
                                    welstandscommissie voor dit soort situaties met het deskundige
                                    lid omtrent de monumentenzorg moet worden uitgebreid (V). </al><al>Afhankelijk van maat en constructie van de gevelreclame dient
                                    hierbij altijd van te voren beoordeeld te worden of van een
                                    evidente bouwconstructie sprake is, waarvoor een bouwvergunning
                                    noodzakelijk wordt geacht. In twijfelgevallen dient voor de vorm
                                    van de reclamevergunning overeenkomstig art 4.7.2. van de APV
                                    gekozen te worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Logoborden</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i97a23fce-2d85-445d-88ce-acb80526ed4b" naam="i22218i97a23fce-2d85-445d-88ce-acb80526ed4b.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="4.1cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><titel>Prijzenborden</titel></kop><al>Deze borden staan vaak bij tankstations en informeren
                                    automobilisten over brandstofprijzen. De volgende criteria
                                    moeten in acht worden genomen:</al><lijst><li nr="-"><al>plaatsing is alleen toegestaan op eigen terrein;</al></li><li nr="-"><al>per tankstation is slechts één bord toegestaan per zijde
                                            toegestaan;</al></li><li nr="-"><al>alleen feitelijke prijsinformatie is toegestaan (geen
                                            aanbiedingen en dergelijke);</al></li><li nr="-"><al>de stedelijke ruimte mag door prijzenborden niet
                                            verstoord worden, dat wil zeggen het overzicht over de
                                            geleding van de ruimte mag niet worden aangetast;</al></li><li nr="-"><al>de groenvoorzieningen mogen niet visueel worden
                                            aangetast;</al></li><li nr="-"><al>prijzenborden dienen in hun maat, vorm, kleur,
                                            lichtintensiteit en sfeer rekening te houden met de
                                            schaal van de omgeving en de stedenbouwkundige en
                                            architectonische situatie. Ook aan de grafische
                                            vormgeving worden kwaliteitseisen gesteld. Het
                                            reclameobject dient aan technische en constructieve
                                            eisen te voldoen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Werk-in-uitvoeringsbord</titel></kop><al>Uit jurisprudentie blijkt dat een reclamebord van 2,5 bij 3,5 m
                                    moet worden aangemerkt als bouwwerk. Een werk-in-uitvoeringsbord
                                    van een dergelijke omvang is bouwvergunningplichtig. Op grond
                                    van art 45 Ww kan voor een bouwwerk dat voorziet in een
                                    tijdelijke behoefte en vergunning worden afgegeven met een
                                    instandhoudingstermijn van ten hoogste 5 jaar. Deze
                                    instandhoudingstermijn kan dan gekoppeld worden aan de
                                    feitelijke duur van het betreffende werk.</al><al>Voor werk-in-uitvoeringsborden is op grond van artikel 4.7.2
                                    tweede lid sub d APV geen vergunning benodigd, mits aan de
                                    volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al><plaatje><illustratie id="id29da5e6-6878-445e-8adf-35f2fc92023a" naam="i22219id29da5e6-6878-445e-8adf-35f2fc92023a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="4.0cm"/></plaatje></al><al/><al>De hierboven beschreven voorwaarden uit de APV worden op grond
                                    van dit reclamebeleid op alle werk-in-uitvoeringsbord toegepast.
                                    Borden kleiner dan 2,5 bij 3,5 m. zijn in beginsel niet
                                    bouwvergunningplichtig, een en ander afhankelijk van omvang en
                                    constructie. </al></artikel><artikel><kop><titel>Verkoopborden (makelaarsborden)</titel></kop><al>Een reclamebord van 2,5 bij 3,5 m moet worden aangemerkt als
                                    bouwwerk.</al><al>Een verkoopbord van een dergelijke omvang is derhalve
                                    bouwvergunningplichtig. Op grond van artikel 4.7.2 tweede lid
                                    sub c APV is geen vergunning benodigd voor aankondigingen van
                                    openbare verkoping, aankondigingen ter verkoop, verhuur of
                                    verpachting van een onroerende zaak, voor zolang deze feitelijke
                                    betekenis hebben. <cursief>“Borden kleiner dan 2,5 bij
                                        </cursief><cursief>3,5 m</cursief><cursief>. zijn in
                                        beginsel niet
                                        </cursief><cursief>bouwvergunningplichtig</cursief><cursief>,
                                        een en ander afhankelijk van omvang en
                                        constructie”.</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>7.1.2 Toegestane niet-bouwvergunningplichtige reclamevormen</titel></kop><al>Voor de reclamevormen die in deze paragraaf worden beschreven is
                                    in beginsel geen bouwvergunning benodigd. Vaak moet echter aan
                                    de hand van de omvang en constructie worden bepaald of de
                                    betreffende reclame bouwvergunningplichtig is. Indien
                                    redelijkerwijs geen bouwvergunning kan worden vereist wordt
                                    toepassing gegeven aan art 4.7.2. van de APV</al></artikel><artikel><kop><titel>Plattegrond-informatiekasten</titel></kop><al>Deze borden kunnen twee verschillende functies hebben:
                                    reclame-affichering en stadsplattegrondinformatie. Op grond van
                                    artikel 3 lid 3 onder e van het Besluit bouwvergunningsvrije en
                                    licht bouwvergunningsplichtige bouwwerken van 13 juli 2002
                                    kunnen borden die grotendeels informatie verschaffen ten behoeve
                                    van het verkeer worden aangemerkt als straatmeubilair. Uit
                                    jurisprudentie blijkt dat bij grotere afmetingen (van ruim 2 m
                                    hoog en ongeveer 1 m breed) slechts dan sprake is van
                                    straatmeubilair, indien de hoofdfunctie is gelegen in het bieden
                                    van informatie ten behoeve van het verkeer, althans in direct
                                    verband staat met het gebruik van de weg.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i99863072-da12-4746-a458-45aeb2b24214" naam="i22220i99863072-da12-4746-a458-45aeb2b24214.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="3.4cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><titel>Verwijsborden</titel></kop><al>Objectverwijzing wordt in deze beleidsnotitie reclame besproken
                                    omdat objectverwijzing in veel gevallen moet worden aangemerkt
                                    als reclame. Ook het vermelden van alleen een naam op een bord
                                    wordt beschouwd als een publieke aanprijzing en derhalve
                                    aangemerkt als reclame. Ook hier kan worden gesteld dat
                                    verwijsborden van beperkte omvang en constructie kunnen worden
                                    aangemerkt als straatmeubilair ten dienste van het
                                    wegverkeer.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i09d20773-44b3-434b-a540-a916efed2e08" naam="i22221i09d20773-44b3-434b-a540-a916efed2e08.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="3.8cm"/></plaatje></al><al/><al>In de gemeente Steenwijkerland wordt er gebruik gemaakt van
                                    ANWB-objectbewegwijzeringsborden of Look-a- likes. Dit zijn
                                    blauwe borden met een wit veld, in het witte veld wordt met een
                                    symbool en zwarte letters een object aangegeven. De borden
                                    worden gestapeld op een staalconstructie geplaatst (zie figuur
                                    6). Deze borden sluiten goed aan bij de andere bestaande
                                    bewegwijzering. Ingeval er gebrek is aan ruimte zal er gebruik
                                    worden gemaakt van kleine masten met armen, die ook in de
                                    binnenstad van Steenwijk worden gebruikt.</al><al>Voor het beschermde dorpsgezicht van Giethoorn is een dergelijk
                                    systeem aanwezig beheerd door de plaatselijke VVV. De
                                    kleurstelling daarvan (witte letters op een donkergroen fond) is
                                    echter aangepast aan de bijzondere karakteristiek van het
                                    beschermde dorpsgezicht.</al><al/><al>Er is een aantal objecten die voor verwijzing in aanmerking
                                    komen, deze worden hieronder beschreven en vervolgens worden er
                                    criteria opgesteld waaraan objectverwijzing moet voldoen. Andere
                                    regels gelden voor objectbewegwijzeringsborden op
                                    bedrijventerreinen, deze worden besproken in paragraaf 7.3.</al><al/><al>Verwijzing is toegestaan ten behoeve van:</al><lijst><li nr="-"><al>toeristisch- recreatieve objecten ((mini)campings,
                                            jachthavens, archeologische/geologische objecten, musea
                                            en dergelijke);</al></li><li nr="-"><al>motels, hotels en weggebonden restaurants;</al></li><li nr="-"><al>openbare gebouwen/instanties (gemeentehuis, brandweer,
                                            politie, bibliotheek, VVV, station, stadswerf);</al></li><li nr="-"><al>zalencentrum, congrescentrum, partycentrum,
                                            ressortcentrum, groepsverblijven;</al></li><li nr="-"><al>begraafplaatsen en crematoria;</al></li><li nr="-"><al>sportverenigingen en –locaties, scouting;</al></li><li nr="-"><al>verzorgingstehuizen;</al></li><li nr="-"><al>parkeerplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>voor Giethoorn tevens t.b.v. de lokale bedrijven via het
                                            systeem beheerd door de VVV als hiervoor
                                            omschreven.</al></li><li nr="-"><al>objecten met legale bestaande bewegwijzering
                                            (overgangsregeling).</al><al/></li></lijst><al>Algemene criteria:</al><lijst><li nr="-"><al>verwijzing om <onderstreept>uitsluitend</onderstreept>
                                            commerciële motieven is niet toegestaan;</al></li><li nr="-"><al>oude bewegwijzeringsborden die niet voldoen aan de
                                            criteria moeten worden verwijderd;</al></li><li nr="-"><al>illegaal geplaatste borden worden gesommeerd te worden
                                            verwijderd overeenkomstig de nader daaromtrent vast te
                                            stellen werkwijze;</al></li><li nr="-"><al>slechts de ANWB- objectbewegwijzeringsborden of
                                            look-a-likes zijn toegestaan Voor Giethoorn uitsluitend
                                            de VVV-borden;</al></li><li nr="-"><al>afzonderlijke verwijzing is niet toegestaan indien de
                                            mogelijkheid bestaat borden gestapeld op een constructie
                                            aan te brengen;</al></li><li nr="-"><al>er worden niet meer dan zeven borden op een constructie
                                            gestapeld;</al></li><li nr="-"><al>de verwijzing mag de verkeersveiligheid niet negatief
                                            beïnvloeden;</al></li><li nr="-"><al>de verwijzing mag de bruikbaarheid of instandhouding van
                                            de weg niet onaanvaardbaar belemmeren;</al></li><li nr="-"><al>de verwijzing vindt alleen plaats bij aansluitingen met
                                            andere wegen en ter plaatse van de bestemming;</al></li><li nr="-"><al>een vooraanduiding wordt alleen geplaatst indien de
                                            wegsituatie daartoe aanleiding geeft.</al><al/></li></lijst><al>Verwijzing van tankstations:</al><lijst><li nr="-"><al>een verkooppunt wordt in principe niet aangeduid, tenzij
                                            de verkeersveiligheid dit vereist;</al></li><li nr="-"><al>naar een links van de weg gelegen verkooppunt mag alleen
                                            worden verwezen, indien dit geen gevaar oplevert voor de
                                            verkeersveiligheid;</al></li><li nr="-"><al>Iundien de verkeersveiligheid dit vereist kunnen
                                            voorwaarschuwingsborden op een afstand van 300 m voor
                                            het begin van de inrit worden geplaatst</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Abri’s </titel></kop><al>Abri’s worden op grond van artikel 3 lid 3 onder e van het
                                    Besluit bouwvergunningsvrije en licht bouwvergunningsplichtige
                                    bouwwerken van 13 juli 2002 aangemerkt als straatmeubilair en
                                    zijn daarom in beginsel niet bouwvergunningplichtig. De rechter
                                    heeft echter bepaald dat de constructie van de abri bepaalt of
                                    de abri moet worden aangemerkt als gebouw en al dan niet
                                    lichtvergunningplichtig is.</al><al>De hoofdfunctie van een abri is een wachtlokatie voor
                                    busreizigers, reclame op de abri is een nevenfunctie.</al><al>Er wordt daarom een onderscheid gemaakt tussen
                                    vergunningverlening voor de abri en de reclame aangebracht op de
                                    abri. Artikel 4.7.2 eerste lid APV bepaalt dat er zonder
                                    vergunning geen handelsreclame mag worden gemaakt. Op grond van
                                    tweede lid sub e is eerste lid niet van toepassing op
                                    inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht
                                    ten dienste van dat vervoer. Hierbij moet gedacht worden aan
                                    informatie over vertrektijden. Reclame niet ten dienste van het
                                    vervoer is onderworpen aan een vergunning op grond van de APV.
                                    Abri’s zijn niet vergunningplichtig, maar de reclame aangebracht
                                    op de Abri’s wel. Vergunningverlening dient derhalve plaats te
                                    vinden op grond van art 4.7.2. van de APV.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i350debb9-55f0-4a7b-97ed-52fc4968c2e7" naam="i22222i350debb9-55f0-4a7b-97ed-52fc4968c2e7.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="4.3cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><titel>Vlaggen</titel></kop><al>Hoofdregel: Op grond van artikel 2.1.5.1 APV leden 1 juncto 2 is
                                    het verboden zonder vergunning de weg of een weggedeelte te
                                    gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan.</al><al/><al>Uitzondering: Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij
                                    geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen
                                    en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt. </al><al/><al>Voor niet zuiver commerciële doeleinden is het in beginsel
                                    toegestaan om gedachten of gevoelens te openbaren door middel
                                    van vlaggen. Vlaggen van commerciële aard zijn
                                    vergunningplichtig op grond van de art 4.7.2. van de APV. </al><al>Op grond van de jurisprudentie kan een vlag ook worden
                                    aangemerkt als bouwwerk. Criteria daarbij zijn: omvang,
                                    constructie, en tijdelijkheid van het reclamemiddel. In
                                    twijfelgevallen wordt in Steenwijkerland echter de figuur van
                                    art 4.7.2. van de APV gekozen als vergunningsplatform.</al><al><cursief>Aangezien het optreden tegen vlaggen van commerciële
                                        aard </cursief><cursief>met name</cursief><cursief> in de
                                        recreatiecentra schier onbegonnen werk is wordt met het
                                        optreden daartegen in principe terughoudendheid betracht,
                                        behoudens in evident extreme situaties. </cursief></al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Uitstallingen</titel></kop><al>Op grond van de APV is het verboden zonder vergunning van
                                    burgemeester en wethouders winkelwaar uit te stallen,
                                    verkooprekken en reclameborden te plaatsen op de weg of een
                                    weggedeelte (hierna: uitstallingen). In het gebied buiten de
                                    binnenstad van Steenwijk werd tot op heden nagenoeg geen
                                    aandacht geschonken aan de uitstallingen. Praktijk is, dat
                                    overal in de kleine kernen in de gemeente uitstallingen zijn
                                    geplaatst zonder vergunning. Hiertegen werd ook niet opgetreden.
                                    Derhalve is een impliciet gedoogdbeleid gegroeid. </al><al/><al>Uitstallingen zijn vandaag de dag niet met weg te denken uit het
                                    straatbeeld. Een beleid waarin helemaal geen uitstallingen meer
                                    worden toegestaan lijkt thans niet opportuun. Toch is het een
                                    goede zaak van gemeentezijde de grenzen aan te geven. Hierbij
                                    zijn de belangrijkste argumenten hinder voor voetgangers en
                                    rolstoelgebruikers zoveel mogelijk tegen te gaan en de
                                    verkeersveiligheid. Door het onder voorwaarden toestaan van
                                    uitstallingen wordt tevens tegemoetgekomen aan de behoefte van
                                    ondernemers om de aandacht te vestigen op hun producten. </al><al>De meest geëigende weg om de uitstallingen te reguleren is: </al><lijst><li nr="1."><al>het vaststellen van beleidsregels waarin de voorwaarden
                                            voor het toestaan van uitstallingen zijn
                                            vastgelegd;</al></li><li nr="2."><al>het toepassen van het vergunningenstelsel in artikel
                                            2.1.5.1. APV. Ondernemers die uitstallingen willen
                                            plaatsen moeten een vergunning aanvragen. De vergunning
                                            kan worden geweigerd, wanneer niet aan de in de
                                            beleidsregels opgenomen voorwaarden wordt voldaan. Dit
                                            kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer een trottoir niet
                                            breed genoeg is. In de kleine kernen zal hier nog wel
                                            eens sprake van zijn;</al></li><li nr="3."><al>het verlenen van vergunningen voor onbepaalde tijd, die
                                            slechts opnieuw moeten worden verleend, indien de
                                            tenaamstelling wijzigt of de inhoud van de vergunning
                                            wijzigt.</al><al/></li></lijst><al>Mede vanuit oogpunt van beperking van administratieve lasten is
                                    er voor gekozen een bepaling in de APV op te nemen op grond
                                    waarvan uitstallingen verboden zijn, indien niet wordt voldaan
                                    aan de hieronder opgenomen beleidsregels. Vergunningen zijn dan
                                    niet langer noodzakelijk, zolang aan de regels wordt voldaan..
                                    De APV zal op dit punt worden aangepast.</al><al/><al>Beleidsregels die gelden voor het toestaan van
                                    uitstallingen:</al><lijst><li nr="1."><al>In de uitstalling mogen alleen artikelen wordt
                                            uitgestald die tot het branchepatroon van de winkel
                                            behoren.</al></li><li nr="2."><al>De uitstalling mag slechts bestaan uit verplaatsbare
                                            objecten.</al></li><li nr="3."><al>De uitstalling moet binnen de strook van 1,50 meter
                                            gemeten vanuit de voorgevel blijven of blijven binnen de
                                            in de vergunning vermelde breedte van de strook.</al></li><li nr="4."><al>De vrije doorloopruimte op trottoirs bedraagt maximaal
                                            1,50 meter. Bij wijziging van het straatprofiel of de
                                            functie van het trottoir kan wijziging of intrekking van
                                            de vergunning plaatsvinden.</al></li><li nr="5."><al>De uitstalling moet geplaatst worden voor de eigen gevel
                                            en mag nimmer breder zijn dan de eigen gevel.</al></li><li nr="6."><al>De uitstalling mag slechts aanwezig zijn tijdens
                                            openingstijden van het bedrijf.</al></li><li nr="7."><al>Aan de uitstalling mogen zich geen scherp uitstekende
                                            delen bevinden.</al></li><li nr="8."><al>De uitstalling mag de verkeersveiligheid niet in gevaar
                                            brengen.</al></li><li nr="9."><al>Het ophangen van goederen aan luifel, zonnescherm en
                                            dergelijke is verboden.</al></li><li nr="10."><al>Bij de uitstalling los geplaatste reclameborden mogen
                                            niet groter zijn dan 1,20 meter hoog en 0,80 meter
                                            .</al></li><li nr="11."><al> De uitstalling moet op eerste aanzegging worden
                                            verwijderd, indien dit noodzakelijk is voor de
                                            uitvoering van werken van openbaar nut, in het belang
                                            van de openbare orde of veiligheid dan wel ter
                                            realisering van gemeentelijke plannen. Hierbij bestaat
                                            geen aanspraak op schadevergoeding.</al></li><li nr="12."><al>De door politie, brandweer of daartoe aangewezen
                                            ambtenaren gegeven aanwijzingen over de uitstallingen
                                            moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd.</al></li><li nr="13."><al>De vergunninghouder dient te voorkomen dat de gemeente
                                            alsmede derden als gevolg van het gebruikmaken van de
                                            vergunning schade lijden<cursief>.</cursief> Voor
                                            eventuele schade, voortvloeiende uit het uitstallen van
                                            winkelwaar c.q. het plaatsen van reclameborden kan de
                                            gemeente Steenwijkerland nimmer aansprakelijk worden
                                            gesteld.</al></li><li nr="14."><al>In de gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien,
                                            beslissen burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Reclame- en strooibiljetten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.4.4, eerste lid, APV regelt, dat degene die op de weg reclame-
                            of strooibiljetten of dergelijke geschriften onder het publiek
                            verspreidt, verplicht is de door het publiek op de plaats van uitreiking
                            weggeworpen biljetten te verwijderen. Het tweede lid bepaalt, dat deze
                            verplichting niet geldt voor verspreiding van dergelijke biljetten
                            vanuit een luchtvaartuig.</al><al/><al>Bij overtreding van het artikel lijkt het strafrechtelijk handhaven de
                            meest aangewezen weg. Het hanteren van bestuursrechtelijke middelen,
                            zoals intrekken vergunning of het toepassen van bestuursdwang is in deze
                            gevallen niet mogelijk of biedt onvoldoende soulaas.</al><al>Met de opsporing van strafbare feiten zijn belast de politie of de
                            buitengewone opsporingsambtenaren. </al><al/><al>Overtreding van artikel 4.4.4 is strafbaar op grond van artikel 6.1,
                            eerste lid, APV en kan worden gestraft met hechtenis van ten hoogste die
                            maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verkiezingsreclame</titel></kop><structuurtekst><al>In de gemeente Steenwijk worden tijdens verkiezingen speciale
                            verkiezingsborden geplaatst. Uitsluitend verkiezingspamfletten mogen op
                            deze borden worden geplaatst. In verkiezingstijd mogen op eigen terrein
                            ook borden worden geplaatst. Op gemeentegrond mag behalve dan op de
                            aangewezen verkiezingsborden geen verkiezingsreclame worden
                            gemaakt.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>7.2 Binnen randvoorwaarden toegestaan, met uitzondering van het buitengebied</label></kop><al>Ook in deze paragraaf wordt een onderscheid gemaakt tussen
                            bouwvergunningplichtige reclame en niet-bouwvergunningplichtige reclame.
                            Het onderscheid hangt in een aantal gevallen af van de constructie van
                            het bouwwerk. Reclamevormen die zowel bouwvergunningplichtig als
                            niet-bouwvergunningplichtig kunnen zijn, worden ingedeeld in de
                            categorie waarin ze naar verwachting in de gemeente Steenwijkerland het
                            meeste voorkomen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7.2.1 Toegestane bouwvergunningplichtige reclamevormen</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i9e96cc7f-96e3-489d-98fd-46e4fc99ee3c" naam="i22224i9e96cc7f-96e3-489d-98fd-46e4fc99ee3c.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.4cm"/></plaatje></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7.2.2 Toegestane overige reclamevormen</titel></kop><artikel><kop><titel>Spandoeken (Vergunningverlening taak Publiekszaken)</titel></kop><al>Op grond van artikel 2.1.5.1 APV is het verboden zonder vergunning
                            spandoeken en dergelijke te bevestigen boven de weg. Spandoeken worden
                            veelal gebruikt door verenigingen en charitatieve instellingen ter
                            ondersteuning van campagnes / collectes. Voor bevestiging boven
                            gemeentegrond moeten de volgende criteria in acht worden genomen:</al><lijst><li nr="-"><al>vergunning wordt alleen verleend voor ideële reclames;</al></li><li nr="-"><al>een vergunning wordt afgegeven voor een bepaalde termijn
                                    (maximaal twee weken), voor bepaalde aangevraagde locaties en
                                    voor maximaal 20 stuks per activiteit; </al></li><li nr="-"><al>spandoeken mogen in geen enkel geval de verkeersveiligheid in
                                    gevaar brengen;</al></li><li nr="-"><al>Spandoeken moeten op hun laagste punt minimaal 4,2 m boven het
                                    wegdek worden geplaatst;</al></li><li nr="-"><al>Spandoeken mogen alleen binnen de bebouwde kom worden geplaatst
                                    / bevestigd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aankondigingsborden (Vergunningverlening taak Publiekszaken)</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 2.1.5.1 van de APV kan er een vergunning worden
                            verleend voor aankondigingsborden. Om deze vorm van reclame goed te
                            kunnen reguleren is ervoor gekozen om bepaalde straten aan te wijzen
                            waar aankondigingsborden zijn toegestaan, met een maximum aantal per
                            plaats. Daarnaast zijn er de volgende algemene regels opgesteld:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>aankondigingsborden zijn alleen binnen de bebouwde kom
                                    toegestaan. De borden zijn niet geschikt voor het gebied buiten
                                    de bebouwde kom, omdat zij door hun “kleine” formaat
                                    automobilisten ernstig kunnen afleiden en daardoor de
                                    verkeersveiligheid in gevaar brengen;</al></li><li nr="-"><al>gebruik is alleen toegestaan voor niet zuiver commerciële
                                    doeleinden;</al></li><li nr="-"><al>gebruik is alleen toegestaan voor activiteiten die plaats hebben
                                    in de gemeente Steenwijkerland en activiteiten die uitstraling
                                    hebben c.q. van belang zijn voor bewoners en bezoekers van
                                    Steenwijkerland;</al></li><li nr="-"><al>een vergunning wordt afgegeven voor een bepaalde termijn
                                    (maximaal twee weken);</al></li><li nr="-"><al>voor eenzelfde activiteit wordt maar één keer per kwartaal een
                                    vergunning afgegeven;</al></li><li nr="-"><al>in bepaalde gevallen kan een doorlopende vergunning worden
                                    afgegeven, bijvoorbeeld voor het theaterseizoen van De
                                    Meenthe;</al></li><li nr="-"><al>de minimumafstand tussen de reclames dient 50 m te zijn;</al></li><li nr="-"><al>de borden dienen een net uiterlijk te hebben en op/in metalen
                                    constructies rond lantaarnpalen te worden geplaatst
                                    (driehoeksborden).</al></li><li nr="-"><al>plaatsing is niet toegestaan binnen een afstand van 100 m van
                                    een rotonde, voetgangersoversteekplaats, kruising of andere
                                    aansluiting met een openbare weg;</al></li><li nr="-"><al>plaatsing mag geen schade toebrengen aan de weg, gevaar
                                    opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig
                                    en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="-"><al>plaatsing rondom verkeersborden of bomen is verboden;</al></li><li nr="-"><al>plaatsing is alleen mogelijk langs de wegen vermeld in de tabel.
                                    In het algemeen is gekozen voor doorgaande wegen;</al><al/></li></lijst><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="23*"/><colspec colname="col2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colwidth="50*"/><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al><vet>Plaats</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al><vet>Totaal per activiteit</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al><vet>Toegestane straten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Steenwijk</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>8</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Vendelweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Meppelerweg (ten westen van rotonde)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Tramlaan</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Stationsstraat</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Eesveenseweg (tussen spoorlijn en rotonde
                                                Oostermeenthe)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Gagelsweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Middenweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Tuk</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>4</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Tukseweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Steenwijkerwold</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>4</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Oldemarktseweg ²</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Gelderingen ²</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Ten Holtheweg ²</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Eesveen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>2</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Jhr. Mr. Dr. H.A. van Karnebeeklaan</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Eesveenseweg ¹</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Willemsoord</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>2</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Steenwijkerweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Paasloregel</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Kon. Wilhelminalaan</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Zuidveen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>2</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Zuidveenseweg ¹</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Vollenhove</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>10</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Invalsweg langs buitenhaven, tot Seidel
                                                Gasthuisstraat.</al><al>Voorpoort</al><al>Weg van Rollecate</al><al>Aan Boord</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Oldemarkt</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>13</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Frieseweg</al><al>Ossenzijlerweg</al><al>Kruisstraat</al><al>Kerkstraat</al><al>Koningin Julianaweg</al><al>Marktplein</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Kalenberg</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>6</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Kalenberg zuid (nabij kern)</al><al>Nieuweweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Blankenham</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>2</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Kerkbuurt</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Ossenzijl</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>8</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Hoogeweg</al><al>Hoofdstraat</al><al>Ossenzijlerweg</al><al>Lageweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Kuinre</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>7</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Sasplein</al><al>Vijverpark</al><al>Punterweg</al><al>Bouwdijk</al><al>Slijkenburgerdijk</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Scheerwolde</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>4</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Koningin Julianaweg</al><al>Scheerwoldeweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>St Jansklooster</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>2</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Kloosterweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Wetering</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>6</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Wetering-Oost</al><al>Scheerwoldeweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Dwarsgracht</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>2</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>De Rietlanden</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Giethoorn</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>4</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Beulakerweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Belt-Schutsloot</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>4</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Belterweg</al><al>Noorderweg</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Wanneperveen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>4</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Veneweg (vanaf Blauwe Hand- Dinxterveen)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Blokzijl</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>5</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Kuinderstraat (alleen nabij het busstation)</al><al>Bierkade</al><al>Oude Verlaat</al><al>Vollenhoofse Dijk</al><al>Prins Mauritsstraat</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al><vet>Totaal</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al><vet>99</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>¹ Dit zijn provinciale wegen, voor het plaatsen van aankondigingsborden
                            op deze wegen kan op grond van het reclamebeleid een vergunning worden
                            afgegeven, zolang de provincie Overijssel zich er niet tegen verzet. </al><al>² aankondigingsborden mogen niet worden geplaatst op het dorpsplein. </al><al/><al>De bovenstaande tabel moet worden aangepast als de wegsituatie
                            verandert, of als nieuwe wegen in aanmerking komen voor het plaatsen van
                            aankondigingsborden.</al><al/><al>Teneinde het tijdig verwijderen van de borden in de hand te kunnen
                            houden werd daarvoor in het v.m. beleid van de gemeente Steenwijk het
                            systeem van een borgsom gebruikt. Vooraf werd een borgsom van ƒ 750,00
                            betaald die werd teruggegeven als alle borden op tijd waren verwijderd.
                            Borden die niet tijdig waren verwijderd werden door de gemeente
                            verwijderd, de borgsom werd dan niet teruggegeven. Dit was echter een
                            zeer onbevredigend systeem, dat ook een zware wissel trok op de afdeling
                            financiën vanwege de daaraan gekoppelde betaalstroom. Gezocht werd dus
                            naar een eenvoudiger systeem, waarbij toch voldoende prikkel overblijft
                            voor de aanvrager om de borden tijdig te (doen) verwijderen.</al><al/><al>Daarvoor wordt de volgende werkwijze vastgesteld:</al><al/><al>Bij de aanvraag dient een éénmalige incasso-opdracht ten gunste van de
                            gemeente Steenwijkerland ten bedrage van € 350,-- te worden meegezonden,
                            waarbij betrokkene er mee instemt, dat de gemeente dit bedrag kan innen
                            indien binnen de daartoe in de vergunning gestelde termijn de borden
                            niet eigener beweging zijn verwijderd. De afdeling Publiekszaken, die de
                            betreffende vergunningen afgeeft bewaakt de termijnen en verifieert via
                            de cluster Toezicht en Handhaving van de afdeling VROM of betrokkene aan
                            de voorwaarden heeft voldaan. In bevestigend geval, wordt de
                            incassomachtiging aan betrokkene teruggestuurd. Indien (nog) niet aan de
                            voorwaarden is voldaan, wordt betrokken nog éénmaal schriftelijk in de
                            gelegenheid gesteld alsnog aan de voorwaarden te voldoen en bij in
                            gebreke blijven daarvan wordt de machtiging aan financiën ter hand
                            gesteld ter inning, waarna afd. Openbare Werken (BOR) gevraagd wordt de
                            borden van gemeentewege te verwijderen. De ingevorderde gelden dienen
                            ter bestrijding van de kosten en kunnen derhalve worden geboekt op het
                            bedrijfsbudget van Openbare Werken (BOR). </al><al>Op deze wijze houdt de gemeente het initiatief, wordt betrokkene
                            voldoende geprikkeld om tot verwijdering van de borden over te gaan,
                            worden onnodige geldstromen vermeden en is betaling van de kosten,
                            indien de gemeente zelf in actie moet komen verzekerd.</al><al/><al>Voorgesteld wordt dan ook, het meezenden van de bedoelde
                            incassoverklaring als indieningvereiste bij de vergunningaanvraag vast
                            te stellen, bij ontbreken waarvan de vergunningaanvraag buiten
                            behandeling wordt gelaten.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ibbf167b3-10e0-4b34-bc95-72fa5941960a" naam="i22225ibbf167b3-10e0-4b34-bc95-72fa5941960a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="5.5cm"/></plaatje></al><al>Artikel 2.4.2, tweede lid, APV verbiedt het zonder schriftelijke
                            toestemming van de rechthebbende op de weg of op een onroerende zaak die
                            vanaf de weg zichtbaar is, een aanplakbiljet of ander geschrift,
                            afbeelding of aanduiding, aan te plakken of op andere wijze aan te
                            brengen. </al><al>Voorts is in het artikel geregeld dat het college aanplakborden kan
                            aanwijzen, waarop zonder voorafgaande toestemming meningsuitingen en
                            bekendmakingen (ideële reclame) kunnen worden aangebracht.</al><al/><al> De gemeente Steenwijkerland beschikt heden ten dage over 2 plakzuilen
                            die beschikbaar zijn voor het aanplakken van meningsuitingen. (1 nabij
                            de locatie Gasthuispoort en 1 nabij de locatie Oosterpoort), beide in de
                            stad Steenwijk. In de voormalige gemeenten Brederwiede en IJsselham
                            waren geen aanplakzuilen aangewezen. </al><al>Formeel is het gebruik van deze zuilen beperkt tot ideële reclame.
                            Praktijk is dat ze ook veelvuldig worden gebruikt voor het aankondigen
                            van popconcerten, theatervoorstellingen, circussen e.d. </al><al>Er zijn geen ervaringsgegevens bekend over de mogelijkheden tot
                            aanplakken op eigendommen van particulieren.</al><al/><al>Het is raadzaam een zeer terughoudend beleid te voeren met betrekking
                            tot het verlenen van toestemming voor het aanbrengen van
                            aanplakbiljetten op objecten van de gemeente. Dit is vaak erg
                            ontsierend. Wanneer er voldoende mogelijkheden tot het aanplakken van
                            meningsuitingen en bekendmakingen zijn op aanplakzuilen, dan kan de
                            gemeente als eigenaar het gebruik van andere, potentiële plakobjecten
                            weigeren. </al><al>Discutabel is of het huidige aantal van 2 plakzuilen voldoende is. Dit
                            is onder andere afhankelijk van de mogelijkheid tot aanplakken op
                            particuliere eigendommen buiten Steenwijk. Is gebruik hiervan nagenoeg
                            niet mogelijk, dan is het aantal van 2 plakzuilen in een gemeente van
                            ruim 40.000 inwoners onvoldoende. De geldende norm is minimaal 1
                            plakzuil op 10.000 inwoners. </al><al>Voorlopig zullen geen plakzuilen worden bijgeplaatst: </al><al/><al>Indien vorenstaande tot preblemen aanleiding gaat geven kan worden
                            overwogen om </al><lijst><li nr="a."><al>op voorhand de norm van 1 op 10.000 inwoners hanteren en in 2
                                    andere grotere kernen een plakzuil plaatsen, of;</al></li><li nr="b."><al>elke kern van redelijke omvang van een eigen plakzuil te
                                    voorzien (<cursief>wellicht kan het koppengeld wijken en dorpen
                                        hiervoor worden aangewend).</cursief></al></li></lijst><al>Mocht deze situatie zich voordoen dan zullen daartoe afzonderlijke
                            voorstellen worden geformuleerd. </al><al/><al>De plakzuilen zijn gereserveerd voor ideële reclame. Feit is dat ze voor
                            het maken van reclame voor popconcerten, theatervoorstellingen,
                            kermissen en dergelijke ook veelvuldig worden gebruikt. Dit betreft de
                            niet zuiver commerciële reclame. Het bekendmaken van deze
                            reclame-uitingen is ook mogelijk door middel van zogenaamde
                            aankondigingsborden (sandwich-/driehoeksborden). Tegen dit oneigenlijke
                            gebruik wordt in principe niet handhavend opgetreden. Het gebruik van de
                            plakzuilen voor de niet zuiver commerciële reclame lijkt vooralsnog niet
                            bezwaarlijk. Het verruimen van de gebruiksmogelijkheden van de
                            plakzuilen voor deze bekendmakingen zal door het college nader worden
                            geregeld, door het bijstellen van de daartoe vastgestelde
                            gebruiksvoorschriften. Komen na verloop van tijd klachten binnen over
                            dit toch oneigenlijke gebruik van de plakzuilen, dan moet een en ander
                            heroverwogen worden. </al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>7.3</nr><titel>Binnen randvoorwaarden alleen toegestaan op bedrijventerreinen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Lichtkrant (bewegende letters op bord)</label></kop><al>Deze reclame is met name in het donker zeer opvallend en wordt als
                            storend ervaren in woongebieden en in het buitengebied. Op
                            bedrijventerreinen kan reclame door middel van een lichtkrant worden
                            toegestaan, mits de verkeersveiligheid door de lichtkrant niet in gevaar
                            wordt gebracht. Ook mag de lichtkrant geen ernstige hinder opleveren
                            voor andere bedrijven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Reclamemasten</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i25f721ba-9f6d-4f37-ac59-741a88f18a56" naam="i22226i25f721ba-9f6d-4f37-ac59-741a88f18a56.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="4.4cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><titel>Verwijsborden</titel></kop><al>Voor bedrijventerreinen worden speciale verwijsborden ontwikkeld door de
                            afdeling grond- en economische zaken, elk bedrijf krijgt de mogelijkheid
                            om op een legaal verwijsbord te komen. Andere verwijsborden worden niet
                            toegestaan, alle bestaande legale en illegale verwijsborden moeten
                            worden verwijderd. Verwijsborden van beperkte omvang en constructie
                            kunnen worden aangemerkt als straatmeubilair ten dienste van het
                            wegverkeer.</al></artikel><artikel><kop><titel>Reclamebord bij inrit</titel></kop><al>Deze borden worden toegestaan op alle bedrijventerreinen, maar kunnen
                            ook worden toegestaan bij bedrijven die niet op een bedrijventerrein
                            liggen. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de objecten in
                            beginsel niet bouwvergunningplichtig zijn en onder de werking van art
                            4.7.2 van de APV worden gebracht tenzij van een evidente bouwconstructie
                            sprake is. Deze borden kunnen niet worden aangemerkt als
                            straatmeubilair. </al><al>De borden moeten aan de volgende criteria voldoen:</al><lijst><li nr="-"><al>de oppervlakte dient van beperkte omvang te zijn in relatie tot
                                    het object waarop het betrekking heeft e.e.a. ter beoordeling
                                    door de welstandscommissie</al></li><li nr="-"><al>de hoogte bedraagt niet meer dan anderhalve meter boven het
                                    maaiveld;</al></li><li nr="-"><al>het object is geplaatst op eigen terrein, nabij de inrit van de
                                    bedrijfsvestiging;</al></li><li nr="-"><al>per inrit is één object toegestaan, ook ingeval er meerdere
                                    bedrijven worden ontsloten door een inrit;</al></li><li nr="-"><al>de richting waarin het object geplaatst wordt dient haaks op de
                                    wegrichting te worden gekozen.;</al></li><li nr="-"><al>de verkeersveiligheid mag door het object niet in gevaar worden
                                    gebracht.</al></li><li nr="-"><al>Een bord uitsluitend weergevende de naam van de bewoner of het
                                    bedrijf en niet groter dan 0,75 m2 en in één richting niet
                                    groter dan één meter is vergunningsvrij, mits dit niet hoger
                                    wordt geplaatst dan 1 m boven het maaiveld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.4</nr><titel>In principe niet toegestane reclamevormen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Lichtaffiche</label></kop><al>Lichtaffiches worden in beginsel niet toegestaan met uitzondering van
                            abri’s. Op deze manier wordt de plaatsing van abri’s gestimuleerd,
                            hetgeen ten goede komt aan het openbaar vervoer in de gemeente
                            Steenwijkerland.</al></artikel><artikel><kop><label>Reclamevitrines</label></kop><al>Reclamevitrines zijn, in beginsel, alleen geschikt voor locaties binnen
                            het stedelijk gebied. Het landelijk gebied leent zich niet voor deze
                            vorm van reclame. Reeds legaal aanwezige vitrine’s (met vergunning)
                            zullen gerespecteerd moeten worden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7.5 Reclame langs de A 32</titel></kop><structuurtekst><al>Langs de A32 wordt in beginsel geen enkele vorm van reclame wenselijk
                            geacht. Daarom wordt in dit hoofdstuk extra aandacht besteed aan reclame
                            langs de A32. In beginsel wordt elk reclame-object in welke vorm,
                            omvang, constructie en wijze van bevestiging dan ook verboden. </al><al>Uitzonderingen:</al><lijst><li nr="1."><al>werk-in-uitvoeringsborden onder voorwaarde dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de objecten zijn geplaatst bij of op de in uitvoering
                                            zijnde (bouw)werken of in de directe nabijheid
                                            daarvan;</al></li><li nr="-"><al>de objecten niet hinderlijk verlicht of aangelicht
                                            zijn;</al></li><li nr="-"><al>de objecten slechts feitelijke betekenis bevatten;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>gemeentelijke wervings- en promotieborden, gericht op de
                                    aantrekkelijkheid van het vestigingsklimaat of betrekking
                                    hebbend op de profilering van de gemeente;</al></li><li nr="3."><al>verwijsborden onder de hieronder beschreven voorwaarden.</al><al/></li></lijst><al>Rijkswaterstaat geeft op rijkswegen in Nederland bewegwijzering aan.
                            Bepaalde objecten die een groot aantal bezoekers trekken worden
                            aangegeven op deze borden, bijvoorbeeld het Ecodrome, Ponypark Slagharen
                            en het Thialf stadion. Objecten van kleinschalige aard komen niet in
                            aanmerking voor bewegwijzering door Rijkswaterstaat. Kleinere
                            bedrijven/instellingen dienen er zelf voor te zorgen dat bezoekers hen
                            weten te vinden. De vraag is of de gemeente bedrijven/instellingen moet
                            ondersteunen in bewegwijzering en in hoeverre zij dit moet doen.</al><al/><al>In 1996 heeft de v.m. gemeente Steenwijkeen groot aantal
                            borden langs de rijksweg laten verwijderen, de keuze is toen gemaakt om
                            bepaalde bedrijven/instellingen de mogelijkheid te geven langs de
                            rijksweg reclame te maken door middel van een verwijsbord. Aan bepaalde
                            bedrijven zijn toen ook toezeggingen gedaan die moeten worden nagekomen.
                            De volgende criteria zijn daarom opgesteld voor verwijsborden langs de
                            rijksweg:</al><lijst><li nr="1."><al>aan beide zijden van de Rijksweg wordt nabij de afslag centrum
                                    slechts één constructie geplaatst, waarop maximaal vijf
                                    verwijsborden per constructie worden toegestaan;</al></li><li nr="2."><al>per instelling is slechts één verwijsbord aan beide zijden van
                                    de rijksweg toegestaan;</al></li><li nr="3."><al>per instelling wordt de naam of het soort bedrijf toegestaan,
                                    niet beide;</al></li><li nr="4."><al>per instelling is slechts één pictogram per bord
                                    toegestaan;</al></li><li nr="5."><al>instellingen zijn verplicht een contract af te sluiten voor de
                                    duur van vijf jaar met de gemeente en een onderhoudscontract met
                                    het bedrijf dat de borden plaatst; instellingen zijn zelf
                                    verantwoordelijk voor wijzigingen;</al></li><li nr="6."><al>alleen in de gemeente Steenwijkerland gevestigde instellingen
                                    komen voor verwijzing in aanmerking;</al></li><li nr="7."><al>de voorziening moet een brede groep bezoekers aantrekken;</al></li><li nr="8."><al>de voorziening moet een bovenlokale functie vervullen;</al></li><li nr="9."><al>verwijzing is toegestaan voor:</al><lijst><li nr="-"><al>conferentie- en zalencentra met aanvullende
                                            activiteiten, zoals -slaap en eetgelegenheid,
                                            sportmogelijkheden, theater en evenementen;</al></li><li nr="-"><al>rijksweg gebonden hotels en motels;</al></li></lijst></li><li nr="10."><al>na een periode van vijf jaar wordt opnieuw bezien, welke
                                    bedrijven er in aanmerking komen voor bewegwijzering langs de
                                    Rijksweg. </al><al/></li></lijst><al>Instellingen die niet voldoen aan de hierboven gestelde criteria komen
                            niet in aanmerking voor verwijzing langs de Rijksweg. Instellingen die
                            wel in aanmerking komen voor bewegwijzering op andere wegen dan de
                            Rijksweg kunnen worden vermeld op plattegrond-informatiekasten nabij
                            afritten van de Rijksweg. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al>Bijlage I:</al><al/><al> Overzichtskaart Binnenstad Gemeente SteenwijK</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i0b0c6201-61e5-451a-97f2-e210aff76b6f" naam="i21838i0b0c6201-61e5-451a-97f2-e210aff76b6f.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.5cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage II: Artikelen 2.1.5.1 juncto 2.4.2 juncto 4.7.2
                    APV</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2.1.5.1 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de
                    weg</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg
                            of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming
                            daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of
                                    hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor
                                    commerciële doeleinden worden gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor
                                    voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:</al><lijst><li nr="-"><al>geen onderdeel zich minder dan (2,2) meter boven dat
                                            gedeelte bevindt; en</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook
                                            staat, zich op minder dan (0,5) meter van het voor het
                                            rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel verder dan (1,5) meter buiten de opgaande
                                            gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg
                            gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die
                            de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat
                            onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang,
                            de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan
                            gereinigd is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen;</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden
                            geopenbaard;</al></li><li nr="f."><al>benzinepompen als bedoeld in artikel 2.1.6.14 en standplaatsen als
                            bedoeld in artikel 5.2.3.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen
                            waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                            brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                            constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg,
                            gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig
                            en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder weg verstaan
                            hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></li><li nr="5."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                    oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig
                                    en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen
                                    voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in
                                    verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet
                            milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Woningwet, de Wet beheer
                            rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of het
                            Provinciaal wegenreglement van toepassing zijn of voor zover er sprake
                            is van een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, of terras als bedoeld
                            in artikel 2.3.1.2, vijfde lid, waarvoor vergunning is verleend.</al></li></lijst><al><vet>Commentaar</vet></al><al>Dit artikel geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid greep te houden op
                    situaties die hinder of gevaar kunnen opleveren of ontsierend kunnen zijn. Voor
                    de toepassing van dit artikel moet gedacht worden aan het plaatsen van
                    reclameborden of zuilen, containers, meubilair ten behoeve van terrassen
                    e.d.</al><al>Het begrip ‘weg’ in de APV is ruimer dan in de wegenverkeerswetgeving. Zie
                    hiervoor de toelichting bij artikel 1.1 , eerste lid. Aan artikel 2.1.5.1 liggen
                    als motieven ten grondslag de verkeersveiligheid en het gevaar of de hinder die
                    de stoffen of voorwerpen voor personen of goederen kunnen opleveren. Het artikel
                    beperkt zich niet tot het plaatsen, aanbrengen, of hebben van stoffen of
                    voorwerpen op de weg, maar strekt zich tevens uit tot aan of boven de weg.</al><al>Het plaatsen van inboedels op de weg gebeurt dikwijls in het kader van de
                    ontruiming van woningen. Het is echter in strijd met artikel 2.1.5.1. In de
                    VNG-ledenbrief, kenmerk 97/39, wordt ingegaan op het toepassen van bestuurswang
                    ten aanzien van op de weg geplaatste zaken. Ook het preventief optreden tegen
                    dergelijke overtredingen wordt in deze ledenbrief behandeld.</al><al>Artikel 2.1.5.1 heeft ook betrekking op het op of aan de weg plaatsen van
                    constructies (bij voorbeeld voor reclame), die zijn aan te merken als bouwwerken
                    en onder de op de Woningwet gebaseerde bouwvergunning vallen. De jurisprudentie
                    leert, dat er naast toetsing aan de redelijke eisen van welstand op grond van de
                    Woningwet geen plaats is voor toetsing aan het motief welstand op grond van
                    andere bepalingen zoals bij voorbeeld de APV, in casu artikel 2.1.5.1, vijfde
                    lid, sub b. </al><al>Een door de Woningwet beschermd belang (bescherming van de welstand) mag dan
                    niet worden meegewogen bij de beslissing over verlening van een vergunning als
                    bedoeld in artikel 2.1.5.1. In artikel 2.1.5.1, zesde lid, wordt dit tot
                    uitdrukking gebracht door te bepalen dat het in het eerste lid gestelde verbod
                    niet geldt voor zover de Woningwet van toepassing is. </al><al/><al>Aangenomen mag worden dat een te beperkend beleid met betrekking tot
                    reclameconstructies op grond van artikel 2.1.5.1 niet als redelijk kan worden
                    gekwalificeerd, nog daargelaten of dit in overeenstemming is met artikel 10 EVRM
                    (Pres. Rb Zwolle 29-10-1997, KG 1997, 389). Immers, dit kan betekenen dat er in
                    feite geen mogelijkheid van enige betekenis tot gebruik van het middel van
                    verspreiding en bekendmaking zou overblijven.</al><al>Wel kunnen volgens de President beleidscriteria in de vorm van restricties voor
                    wat betreft het aantal vergunningen (al dan niet per aanvrager per jaar), en de
                    locatie en duur van elke vergunning worden gesteld (Pres. Rb Zwolle 26-9-1997,
                    KG 1997, 338). Dit beleid kan worden onderbouwd met behulp van een
                    politierapport of welstandsadvies. Zie met betrekking tot de plaatsing van
                    reclames ook de toelichting bij artikel 4.7.2.</al><al>Gedragingen waarop artikel 2.1.5.1 zien, kunnen ook onder de reikwijdte van
                    artikel 5 van de WVW 1994 vallen. Dit artikel bepaalt dat het voor een ieder
                    verboden is zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of
                    kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan
                    worden gehinderd. Voor zover een hinderlijke gedraging plaatsvindt op de weg,
                    zoals omschreven in artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, is artikel 2.1.5.1
                    niet van toepassing. </al><al>Indien een evenement wordt gehouden, waartoe vergunning is verleend op basis van
                    artikel 2.2.2, dan hoeft geen vergunning te worden verleend op basis van artikel
                    2.1.5.1. Het zesde lid coördineert het voorkomen van een samenloop van beide
                    vergunningen. In het kader van een vergunning voor een evenement kan immers ook
                    de verkeersveiligheid worden gewaarborgd. </al><al>Dit laat echter onverlet dat voor het plaatsen van aankondigingsborden voor het
                    evenement wel een vergunning op basis van artikel 2.1.5.1. is vereist. </al><al/><al>Voor een terras behorende bij een horecabedrijf wordt door de burgemeester
                    vergunning verleend op basis van artikel 2.3.1.2., vijfde lid. Een vergunning op
                    basis van artikel 2.1.5.1. is daarmee overbodig geworden. Het zesde lid
                    coördineert de samenhang tussen beide artikelen.</al><al>Met betrekking tot het plaatsen van containers kan nog opgemerkt worden dat het
                    Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de
                    Verkeerstechniek (CROW) in 1998 richtlijnen heeft uitgebracht getiteld
                    ‘markering onverlichte obstakels’. Deze richtlijnen gaan in op het uniform
                    plaatsen en markeren van verplaatsbare onverlichte obstakels (waaronder vuil- en
                    opslagcontainers), inclusief mogelijke regelgeving met bijbehorende handhavings-
                    en controlemogelijkheden. Deze CROW uitgave is in de bibliotheek van de VNG
                    aanwezig.</al><al>Jurisprudentie</al><al/><al><vet>Terrassen</vet></al><al>Ten aanzien van een vergunningaanvraag die betrekking heeft op de ingebruikname
                    van de weg door bij een horecabedrijf behorende terrassen, beslist de
                    burgemeester. Artikel 2.3.1.2, vierde lid, geeft de hierbij behorende regeling.
                    Pres. Rb Middelburg 29-4-1997, KG 1997/239.</al><al>Weigering van een terrasvergunning wegens schaarse aanwezige ruimte kan niet
                    gerekend worden tot de limitatieve weigeringsgronden. Deze weigeringsgrond
                    strekt niet tot bescherming van het onbelemmerd gebruik van de openbare weg en
                    de verkeersveiligheid. JG 1997.0079.</al><al>Aan een terrasvergunning mag het voorschrift worden verbonden dat bij markten,
                    braderieën en evenementen, gedurende het tijdvak van een uur ervoor tot een uur
                    erna, van de vergunning geen gebruik mag worden gemaakt. Dit vergunningvereiste
                    dient immers ook het belang van een doelmatig gebruik en beheer van de weg. ABRS
                    17-6-1997, JG 1998.0027 en GS 1998, 148, 2 m.nt. H.Ph.J.A.M. Hennekens.</al><al/><al><vet>Reclame</vet></al><al>Driehoeksreclameborden. Het standpunt van burgemeester en wethouders dat artikel
                    2.1.5.1. alleen van toepassing is als ook de Woningwet van toepassing is, wordt
                    niet gehonoreerd. Pres. Rb Haarlem 27-10-1997, GS, 1998, 7069,3, m.nt. E.
                    Brederveld, KG 1997/388.</al><al>Weigering van vergunning voor het maken van reclame voor een voetbalwedstrijd,
                    aangezien deze reclame-uiting ontsierend zijn voor de omgeving. Het betreft
                    commerciële reclame; art. 7 Grondwet, art. 10 EVRM en art. 19 IVBPR niet van
                    toepassing. Artikel 10 EVRM en 19 IVBPR zijn alleen in het geding als de
                    verspreiding van reclame (en uiteraard andere meningsuitingen) zo zeer aan
                    banden zou worden gelegd dat de vrijheid reclame te maken zelf zou worden
                    aangetast. ABRS 23-12-1994, JG 95.0207, AB 1995, 163.</al><al>APV-bepaling biedt geen ruimte voor de weigering van een vergunning voor
                    reclameborden op basis van beleid volgens welk toestemming voor reclameborden
                    uitsluitend wordt verleend voor plaatselijke, niet-commerciële evenementen.
                    Artikel 2.1.5.1. kent een aantal limitatieve weigeringsgronden. De aard van de
                    reclame, commercieel of niet-commercieel, valt daar niet onder. Pres. Rb Breda
                    9-11-1994, JG 95.0137, KG, 1995, 20. Zie ook Pres. Rb Zwolle 26-9-1997 en
                    29-10-1997, resp. KG 1997, 338 en 389. Een soortgelijke uitspraak betreft Pres.
                    Rb ‘s Hertogenbosch 12-11-1998, KG 1999, 23. Weigering van vergunning voor
                    reclameborden, aangezien het geen reclame voor een zeer bijzonder evenement
                    betreft. Aard van een evenement is geen weigeringsgrond in de zin van artikel
                    2.1.5.1.</al><al>Aanschrijving tot het verwijderen van een spandoek in verband met de
                    strijdigheid van het gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan
                    overeenkomstig de bestemming daarvan. De onderhavige reclame-aanduiding is
                    gezien de bevestigingswijze en de constructie aan te merken als een ‘spandoek’. </al><al>Van een spandoek is niet alleen sprake wanneer een stoffen doek met opschrift
                    dwars over de weg is gespannen, maar ook als het aan een gevel is aangebracht.
                    Vz. ARRS 27-08-1993, JG 94.0054.</al><al/><al>Door het verlenen van ontheffingen voor de duur van één jaar hebben burgemeester
                    en wethouders duidelijk gemaakt dat het beleid ten aanzien van reclameborden en
                    verkooprekken gewijzigd kan worden. Het in het geheel niet bieden van ruimte
                    voor het verlenen van een ontheffing verdraagt zich niet met de APV. Vz. ABRS
                    3-1-1994, JG 94.0212.</al><al>Beleid dat inhoudt dat vergunningen voor uitstallingen in het kernwinkelgebied
                    worden geweigerd is redelijk, mede gelet op de hoge voetgangersstroom en een
                    onder consumenten gehouden enquête. ABRS 11-5-1998, JU 982110 (LOCI-databank).
                    Hetzelfde geldt voor een beleid dat inhoudt dat objecten niet meer dan 40 cm uit
                    de voorgevel mogen worden geplaatst, welk beleid wordt ondersteund met een
                    welstandsadvies. ABRS 1-10-1998, JU 981188 (L0CI-databank).</al><al/><al><vet>Afvalcontainers</vet></al><al>Plaatsing van een bedrijfsafvalcontainer op de openbare weg is in strijd met de
                    bestemming. Bovendien komt het doelmatig en veilig gebruik van de weg in het
                    geding. ARRS 30-12-1993, JG 94.0213, GS, 1994, 6995,5 m.nt. H.Ph.J.A.M.
                    Hennekens. Afvalcontainers kunnen echter bouwwerken in de zin van de Woningwet
                    zijn waarvoor een bouwvergunning is vereist. Dit hangt af van de constructie,
                    omvang van de constructie en de plaatsgebondenheid. Artikel 8.2 APV, welk
                    artikel vergelijkbaar is met 2.1.5.1, blijft buiten toepassing. ABRS 29-1-1998,
                    GS 1998, 7054, 5 m.nt. J.M.H.F. Teunissen en MenR 1998, 54 m.nt. H.A.M.
                    Geest.</al><al/><al><vet>Handhaving</vet></al><al>APV-artikel kan gebruikt worden ten behoeve van een preventieve
                    bestuursdwangaanschrijving ten aanzien van op de weg geplaatste zaken naar
                    aanleiding van een ontruiming. Pres. Rb Haarlem 2-6-1997, JG 97.0163, m.nt. M.
                    de Jong. Lastgeving dat een woningbedrijf bij toekomstige ontruimingen de
                    goederen en afvalstoffen uiterlijk dezelfde dag voor 14.00 uur van de weg
                    verwijderd moet hebben is een primair besluit waartegen bezwaar openstaat. </al><al>Rb Haarlem 6-6-1997, GS 1998, 7086, 4 m.nt. H.Ph.J.A.M. Hennekens.</al><al/><tussenkop>Artikel 2.4.2 Plakken en kladden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf
                            de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op
                            de weg of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg
                            zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a"><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding,
                                    aan te plakken of op andere wijze aan te brengen;</al></li><li nr="b"><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                    afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                            gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aanplakborden aanwijzen voor het
                            aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken
                            voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al> Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het
                            aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, welke geen betrekking
                            mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is
                            verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering
                            terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst><al><vet>Commentaar</vet></al><al>Eerste lid</al><al>In het eerste lid is sprake van een absoluut verbod. In de term ‘bekladden’ ligt
                    reeds besloten dat het daarbij niet gaat om meningsuitingen als bedoeld in
                    artikel 7 van de Grondwet, artikel 10 EVRM en artikel 19 IVBPR.</al><al/><al>Tweede lid</al><al>Het aanbrengen van aanplakbiljetten op onroerend goed kan worden aangemerkt als
                    een middel tot bekendmaking van gedachten en gevoelens dat naast andere middelen
                    zelfstandige betekenis heeft en met het oog op die bekendmaking in een bepaalde
                    behoefte kan voorzien.</al><al>Op het in artikel 7 van de Grondwet gewaarborgde grondrecht zou inbreuk worden
                    gemaakt als die bekendmaking in het algemeen zou worden verboden of van een
                    voorafgaand overheidsverlof afhankelijk zou worden gesteld. Artikel 2.4.2 maakt
                    op dit grondrecht geen inbreuk, aangezien het hierin neergelegde verbod
                    krachtens het tweede lid uitsluitend een beperking van het gebruik van dit
                    middel van bekendmaking meebrengt, voor zover door dat gebruik eens anders recht
                    wordt geschonden. </al><al/><al>De eis dat ‘plakken’ slechts is toegestaan indien dit geschiedt met toestemming
                    van de rechthebbende, komt in het geval dat de gemeente die rechthebbende is,
                    niet neer op het afhankelijk stellen van dat aanplakken van een voorafgaand
                    verlof van de overheid als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet. De gemeente die
                    als eigenares van een onroerend goed toestemming verleent of weigert, handelt
                    namelijk in haar privaatrechtelijke hoedanigheid.</al><al>Artikel 2.4.2 verdraagt zich ook met artikel 10 EVRM en artikel 19 IVBPR,
                    aangezien de beperking in de uitoefening van het recht op vrije meningsuiting
                    dat uit de toepassing van artikel 2.4.2 kan voortvloeien, kan worden aangemerkt
                    als nodig in een democratische samenleving ter bescherming van de openbare orde. </al><al>Ingevolge het bepaalde in het vierde lid geldt het plakverbod niet voor het
                    aanbrengen van meningsuitingen op de door burgemeester en wethouders aangewezen
                    aanplakborden en overeenkomstig de door dit college gestelde nadere regels.</al><al>Uit het arrest van de Hoge Raad van 17 oktober 1989 (NJ 1990, 222) blijkt dat
                    pas wanneer op grond van de algemene ervaringsregelen aannemelijk is geworden
                    dat rechthebbenden op zodanige schaal zouden weigeren in te stemmen met
                    aanplakking dat in feite geen mogelijkheid tot gebruik van enige betekenis van
                    dit middel tot verspreiding aanwezig is, van de gemeenten een min of meer
                    voorwaardenscheppend beleid gevraagd wordt zodat aan het criterium ‘dat gebruik
                    van enige betekenis moet overblijven’, ook feitelijk inhoud kan worden gegeven.
                    Het hangt af van ‘bijzondere plaatselijke omstandigheden’ of er nog gesproken
                    kan worden van gebruik van enige betekenis. Deze zullen dan ook onderzocht
                    moeten worden, aldus de Hoge Raad in een uitspraak van 26 januari 1993 (NJ 1993,
                    534).</al><al/><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Verzoek om vergunning voor het aanbrengen van borden aan lantaarnpalen ten
                    behoeve van het plakken van affiches is terecht opgevat als verzoek om
                    toestemming van de gemeente als eigenares van de lantaarnpalen. Betreft een
                    privaatrechtelijke aangelegenheid. ARRS 30-12-1993, JG 94.0194, m.nt. J.M. van
                    den Bosch-van Os, AB 1994, 578 m.nt R.M. van Male.</al><al>Een projectie van een lichtreclame is te beschouwen als een een andere wijze van
                    aanbrengen dan aanplakken van een afbeelding of aanduiding als bedoeld in de
                    APV. Vz ARRS 13-12-1992, JG 93.0261, GS (1993) 6965,3 m.nt E. Brederveld.</al><al>Ter zake van een bepaling van de APV Amsterdam met ongeveer gelijkluidende
                    inhoud als art. 2.4.2 oordeelde de Hoge Raad dat ‘niet aannemelijk is geworden
                    dat ten gevolge van het (...) verbod geen mogelijkheid van enige betekenis tot
                    gebruik van het onderhavige middel van verspreiding en bekendmaking zou
                    overblijven’. De bepaling is niet in strijd met art. 10 lid 2 EVRM, aangezien
                    deze ‘presribed by law’ is en ‘necessary in a democratic society (...) for the
                    prevention of disorder’ en ‘protection of the (...) rights of others’. HR
                    1-4-1997, NJ 1997, 457.</al><al/><tussenkop>Artikel 4.7.2 Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke
                    reclames e.d.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak of een vaartuig alsmede
                            de hoofdgebruiker van die zaak of dat vaartuig verboden zonder
                            vergunning van burgemeester en wethouders deze zaak of het vaartuig of
                            een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te
                            laten voor het maken van handelsreclame met behulp van een opschrift,
                            aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of
                            vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar
                            is.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a"><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig
                                    gedeelte van een onroerende zaak of een vaartuig;</al></li><li nr="b"><al>opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere
                                    constructies, aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c"><al>opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op:</al><lijst><li nr="-"><al>openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of
                                            verpachting van een onroerende zaak of een vaartuig voor
                                            zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="-"><al> het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de
                                            onroerende zaak of het vaartuig wordt uitgeoefend of
                                            waarvoor die zaak of het vaartuig is bestemd, zomede op
                                            naamborden;</al><al>mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen
                                            grotere oppervlakte hebben dan 0,75 m2 en geen van alle
                                            een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,25
                                            meter en mits deze opschriften en aankondigingen zijn
                                            aangebracht op of aan een onroerende zaak of een
                                            vaartuig;</al></li></lijst></li><li nr="d"><al>opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in
                                    uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij
                                    het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn,
                                    mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in
                                    uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks
                                    voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="e"><al>opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van
                                    openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van
                                    dat vervoer;</al></li><li nr="f"><al>opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard,
                                    voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits van het
                                    aanbrengen ervan tevoren door of vanwege de rechthebbende of de
                                    hoofdgebruiker van de onroerende zaak schriftelijk kennisgeving
                                    is gedaan aan burgemeester en wethouders en dit college niet
                                    binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig
                                    bezwaar heeft doen blijken.</al><al> Zodanige opschriften en aankondigingen worden geacht hun
                                    tijdelijk karakter te hebben verloren, wanneer deze gedurende
                                    meer dan 9 weken op de onroerende zaak of het vaartuig aanwezig
                                    zijn.</al></li><li nr="g"><al>opschriften en aankondigingen op voer-, vaar- en luchtvaartuigen
                                    die niet uitsluitend of in hoofdzaak worden gebruikt voor
                                    reclame.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt voorts niet voor zover de
                            Woningwet, op de Wet Milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                            Monumentenwet, de gemeentelijke monumentenverordening of artikel 2.1.5.1
                            van toepassing is.</al></li><li nr="4"><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a"><al>indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                    omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="b"><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c"><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak of een
                                    vaartuig;</al></li><li nr="d"><al>indien de reclame betrekking heeft op een activiteit, die
                                    ingevolge de gebruiksbepalingen van een geldend bestemmingsplan
                                    is verboden;</al></li><li nr="e"><al>indien de reclame in strijd is met als zodanig geformuleerd
                                    beleid, vastgelegd in “Nadere regels” als bedoeld in artikel
                                    4.7.2b.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Commentaar</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Het aanbrengen van handelsreclame (commerciële reclame) aan een onroerende zaak
                    wordt in deze bepaling gebonden aan een vergunning van burgemeester en
                    wethouders.</al><al>Volgens vaste jurisprudentie behoren reclame-uitingen in de commerciële sfeer
                    niet tot het eigenlijke gebied van de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in
                    artikel 7 van de Grondwet. In het begrip handelsreclame ligt besloten dat het in
                    artikel 4.7.2 gaat om reclame, waardoor geen gedachten of gevoelens worden
                    geopenbaard. Zie ook de toelichting bij artikel 1.1. onder
                    “handelsreclame”.</al><al>Het in artikel 4.7.2 gecreëerde vergunningenstelsel is derhalve niet in strijd
                    met artikel 7 van de Grondwet. In artikel 7 van de herziene Grondwet wordt - in
                    aansluiting aan de geldende jurisprudentie - in het vierde lid de handelsreclame
                    met zoveel woorden van de vrijheid van drukpers uitgezonderd. </al><al>De bedoeling hiervan is uitsluitend die reclame-uitingen buiten de
                    grondwettelijke bescherming over het openbaren van gedachten of gevoelens te
                    houden, waaraan het ideële, maatschappelijke of politieke aspect ontbreekt. </al><al>De volgende vraag die zich opdringt is of artikel 4.7.2 ook in overeenstemming
                    is met artikel 10 EVRM en 19 IVBP. De bescherming van het recht op vrije
                    meningsuiting strekt zich in deze artikelen mede uit tot reclame. Deze vraag kan
                    ons inziens bevestigend worden beantwoord. Allereerst is het de vraag of artikel
                    10 EVRM überhaupt wel ziet op zuivere handelsreclame. Weliswaar heeft de HR dit
                    in algemene zin gesteld in een uitspraak van 13 februari 1987 (NJ 1987, 899),
                    het Europese Hof heeft zich hierover nog niet éénduidig uitgesproken (zie o.a.
                    EHRM 24 februari 1994, NJ 1994, 518). Wel mag er op grond van arresten van het
                    Europese Hof vanuit worden gegaan dat de bescherming ten aanzien van commerciële
                    reclame minder ver gaat dan de bescherming ten aanzien van andere uitingen gelet
                    op de strekking van het verdrag. Echter ook indien er vanuit wordt gegaan dat
                    alle handelsreclame onder artikel 10 EVRM en artikel 19 IVBPR valt, zijn
                    beperkingen zoals een vergunningstelsel mogelijk zolang deze voorzien zijn bij
                    wet. Hieronder worden ook gemeentelijke verordeningen verstaan naar algemeen
                    wordt aangenomen. Daarnaast dienen de beperkingen noodzakelijk te zijn in een
                    democratische samenleving ter bescherming van de in de artikel 10 EVRM en
                    artikel 19 IVBP genoemde belangen. Hieronder vallen onder andere het voorkomen
                    van wanordelijkheden en de bescherming van rechten van derden.</al><al>De rechtspraak lijkt deze visie te bevestigen. In een uitspraak van 23 december
                    1994 stelt de ABRS in een zaak waarin een driehoeksreclamebord wordt geweigerd
                    dat artikel 10 EVRM en artikel 19 IVBP alleen in het geding zijn als de
                    verspreiding van reclame zo zeer aan banden zou zijn gelegd dat de vrijheid om
                    reclame te maken zelf zou worden aangetast (JG 95.0207, AB 1995, 163). Ook is in
                    een uitspraak van de Hoge Raad ten aanzien van een aanplakverbod zonder
                    schriftelijke toestemming van de rechthebbende bepaald dat dit niet in strijd is
                    met artikel 10 EVRM en 19 IVBP aangezien het verbod bij wet is voorzien en
                    noodzakelijk in een democratische samenleving ter voorkoming van
                    wanordelijkheden en ter bescherming van rechten van derden (HR 1 april 1997, NJ
                    1997, 457).</al><al>Het voorgaande betekent dat zolang niet in een absoluut verbod, te absolute
                    beperkingen of restrictief beleid is voorzien en er een duidelijke noodzaak voor
                    de beperkingen bestaat, zodanig dat er feitelijk een mogelijkheid van enige
                    betekenis van het middel van bekendmaking overblijft, het vergunningenstelsel op
                    grond van artikel 4.7.2 houdbaar lijkt.</al><al>Uitzonderingen</al><al>Behalve ideële reclame is ook een aantal andere opschriften e.d. die kunnen
                    dienen tot het maken van handelsreclame uitgezonderd van de vergunningsplicht,
                    zie het tweede lid.</al><al>Voor al die uitgezonderde reclames geldt een stelsel van repressief toezicht.
                    Zie artikel 4.7.3. Géén uitzondering is overigens opgenomen voor opschriften
                    e.d. die worden aangebracht ter voldoening aan een wettelijke verplichting of
                    krachtens een wettelijke bevoegdheid. Zulks is niet nodig omdat dergelijke
                    opschriften e.d. geen betrekking hebben op handelsreclame.</al><al>Melding</al><al>Voor opschriften e.d. met een tijdelijk karakter (maximaal 9 weken) is een
                    systeem van melding bij burgemeester en wethouders in het leven geroepen.
                    Wanneer op die melding niet binnen twee weken door burgemeester en wethouders
                    wordt gereageerd, mag - in afwijking van het in het eerste lid gestelde
                    plaatsingsverbod - zonder vergunning tot plaatsing worden overgegaan.</al><al>Voor de praktische toepassing van dit stelsel is het wellicht mogelijk
                    beleidslijnen te ontwikkelen aangaande wijze van plaatsing, materiaalgebruik,
                    termijn verwijdering na afloop van de aangekondigde activiteit etc. Voor
                    regelmatig terugkerende evenementen, zoals sportwedstrijden, culturele
                    activiteiten e.d. zou met een éénmalige melding kunnen worden volstaan.</al><al>Afbakening met andere regelgeving</al><al>In het derde lid van artikel 4.7.2. wordt bepaald dat het in het eerste lid
                    gestelde verbod niet geldt voor zover de Woningwet, de op de Wet Milieubeheer
                    gebaseerde voorschriften, de Monumentenwet, de Provinciale
                    Landschapsverordening, de gemeentelijke monumentenverordening of artikel
                    2.1.5.1. van toepassing is.</al><al>Met de woorden ‘voor zover’ wordt tot uitdrukking gebracht dat een belang dat
                    meegenomen moet worden in het kader van de aangegeven regelgeving niet nogmaals
                    een rol mag spelen bij de besluitvorming omtrent de APV-vergunning. Indien een
                    reclameconstructie bijvoorbeeld is aan te merken als `bouwwerk’ in de zin van
                    artikel 40 Woningwet, is voor het plaatsen ervan een bouwvergunning vereist. Het
                    welstandsbelang wordt dan meegewogen bij de beslissing inzake de verlening van
                    de bouwvergunning en niet bij de beslissing inzake de verlening van de
                    APV-vergunning. Artikel 8, zesde lid, van de Woningwet bepaalt verder dat de
                    Bouwverordening voorschriften dient te bevatten omtrent het uiterlijk van
                    bestaande gebouwen zowel op zich zelf als in verband met de omgeving. Indien de
                    reclameconstructie een meldingplichtig bouwwerk is als bedoeld in artikel 42
                    Woningwet, kan krachtens het tweede lid door de Welstandscommissie worden
                    beoordeeld of de constructie voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Een
                    toetsing van de welstandseisen bij de beslissing omtrent de APV-vergunning is
                    ook in dit geval niet meer ter zake. </al><al>Een reclameconstructie kan ook aangebracht worden op een bestaand gebouw zonder
                    dat daarvoor een afzonderlijke bouwvergunning nodig is. Ingevolge het tweede lid
                    van artikel 12 Woningwet kunnen dergelijke constructies niet worden getoetst aan
                    welstandseisen. Het zou in strijd met het regime van de Woningwet zijn als op
                    basis van de APV dergelijke vergunningvrije bouwwerken wel aan een
                    welstandstoets zouden worden onderworpen.</al><al>Een en ander betekent niet dat naast het regime van de Woningwet geen plaats
                    meer is voor vergunningverlening op basis van de APV. Hinder- of gevaarsaspecten
                    welke verbonden zijn aan reclameconstructies aan gebouwen kunnen immers worden
                    geregeld in een vergunning ex artikel 4.7.2 APV.</al><al>De Wet milieubeheer geeft een regeling over de directe en indirecte hinder
                    vanuit vergunningplichtige inrichtingen. Inrichtingen in de zin van de Wet
                    milieubeheer zijn bijvoorbeeld horecabedrijven (Bijlage I, categorie 18 van het
                    Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. De afbakening ten opzichte
                    van de Wet milieubeheer is alleen noodzakelijk ten aanzien van lichtreclame.
                    Voorschriften over hinder veroorzaakt door lichtreclame aan de gevel van een
                    horecabedrijf en voorschriften aan het energieverbruik van de lichtreclame
                    moeten worden opgenomen in de milieuvergunning van het betreffende bedrijf of
                    worden gebaseerd op het Besluit horecabedrijven Wet milieubeheer. Hinder in de
                    zin van de Wet milieubeheer zal veelal samenvallen met het motief genoemd in het
                    vierde lid, onder c, van artikel 4.7.2: het voorkomen of beperken van overlast
                    voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Aan inrichtingen
                    die niet vallen onder de werking van de Wet milieubeheer, bijvoorbeeld
                    woonhuizen, kunnen voorschriften ten aanzien van reclame-uitingen worden
                    opgelegd op basis van artikel 4.7.2 van de model APV.</al><al>Voor het aanbrengen van reclame op een beschermd monument is ingevolge artikel
                    14 van de Monumentenwet 1988 vergunning nodig van burgemeester en wethouders,
                    dan wel van de minister van welzijn, volksgezondheid en cultuur indien deze op
                    grond van artikel 17 van de Monumentenwet beslist op de vergunningaanvraag.</al><al>In de meeste provincies geldt een verordening op het landschapsschoon, die het
                    aanbrengen van opschriften e.d. op onroerende zaken in bepaalde gedeelten van de
                    gemeente - doorgaans de landelijke gedeelten - bindt aan een vergunning van
                    gedeputeerde staten. Toetsingscriterium is daarbij het belang van het
                    landschapsschoon.</al><al>Het plaatsen van reclameborden op de weg, wordt gereguleerd door artikel
                    2.1.5.1. Verwezen wordt naar de toelichting en jurisprudentie bij dit artikel.
                    Het plaatsen van reclamevoertuigen op de weg wordt gereguleerd door artikel
                    5.1.6 van de model-APV.</al><al>Jurisprudentie</al><al>Reclameverordening onverbindend omdat het begrip ‘reclame’ zodanig ruim is
                    gedefinieerd dat daaronder niet alleen commerciële reclame is te verstaan. ARRS
                    22-1-1981, NG 1981.</al><al>Bewegende reclame achter een raam wordt in ABRS van 17-9-1998, AB 1998, 431 als
                    een zelfstandig verspreidingsmiddel aangemerkt. Dit verspreidingsmiddel wordt
                    echter door een verbodstelsel met de mogelijkheid van ontheffingen niet te
                    vergaand ingeperkt. Geen strijd met artikel 7 Grondwet.</al><al>Onderscheid commerciële reclame en reclame waardoor gedachten en gevoelens
                    worden geopenbaard. ARRS 20-8-1981, GS, 1982, 6692,3.</al><al>Bouwvergunning vereist voor een reclamebord met opschrift Te koop/Te huur omdat
                    de duur van de aanwezigheid ongewis is. ABRS 22-5-1997, JG 97.0180, m.nt.
                    L.A.J.F. Timmermans. Zie ook ABRS 3-4-1997, JG 970180 m.nt. L.A.J.F. Timmermans,
                    BR 1998, 2, p. 134 m.nt. J.W. Weerkamp.</al><al>Weigeringscriteria voor het plaatsen van een reclamebord in de APV (welstand,
                    verkeer en overlast) zijn limitatief. Indien reclamevergunning wordt geweigerd,
                    dient een weigering te zijn gebaseerd op één of meer van deze criteria. ABRS
                    24-9-1996, JG 97.0049.</al><al>Uit ABRS 12-8-1994, AB 1994, 681 blijkt dat weigering van een reclamevergunning
                    op grond van een beleid dat reclame uit een oogpunt welstand en landschapsschoon
                    niet in het buitengebied wordt toegestaan, niet houdbaar is. Welstandsaspecten
                    van de reclame moeten afzonderlijk worden onderzocht.</al><al>Weigering van een reclamevergunning op grond van een beleid om geen
                    reclameborden boven de pui-zone aan te brengen is niet onredelijk. Het feit dat
                    dit bord dient ter vervanging van een bestaand bord doet hieraan niet af. ABRS
                    23-4-1998 (LOCI-databank JU 991007)</al><al>Definitie van het begrip ‘handelsreclame’. Lichtborden op makelaarskantoor zijn
                    handelsreclame. ABRS 5-10-1995, JG 96.0031, GS, 1997, 7045,2 m.nt. E.
                    Brederveld. </al><al>Definitie van het begrip ‘handelsreclame’. Lichtborden met naamsaanduiding van
                    een bejaardeninstelling is geen handelsreclame. ABRS 20-7-1995, JG 96.0030, GS,
                    1997, 7045,3 m.nt. E. Brederveld.</al><al>Reclamebord op antieke wagens. Door het gebruik van de grond voor permanente
                    plaatsing van deze voertuigen is sprake van het ‘gebruik van een onroerende
                    zaak’. ARRS 10-6-1993, JG 94.0009.</al><tussenkop>Artikel 4.7.2a Verwijzingsborden </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak of een vaartuig alsmede
                            de hoofdgebruiker van die zaak of dat vaartuig verboden zonder
                            vergunning van burgemeester en wethouders deze zaak of het vaartuig of
                            een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te
                            laten voor het aanbrengen of laten aanbrengen van verwijzingsborden in
                            welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het
                            publiek toegankelijke plaats zichtbaar zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a"><al>verwijzingsborden in het inwendig gedeelte van een onroerende
                                    zaak of een vaartuig of een daartoe behorend terrein;</al></li><li nr="b"><al>verwijzingsborden aangebracht door of namens de overheid;</al></li><li nr="c"><al>verwijzingsborden van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits van het aanbrengen ervan
                                    tevoren door of vanwege de rechthebbende of de hoofdgebruiker
                                    van de onroerende zaak of het vaartuig schriftelijk kennisgeving
                                    is gedaan aan burgemeester en wethouders en dit college niet
                                    binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig
                                    bezwaar heeft doen blijken.</al><al> Zodanige verwijzingsborden worden geacht hun tijdelijk karakter
                                    te hebben verloren, wanneer deze gedurende meer dan 9 weken op
                                    de onroerende zaak of het vaartuig aanwezig zijn. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt voorts niet voor zover de
                            Woningwet, op de Wet Milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                            Monumentenwet, de gemeentelijke monumentenverordening of artikel 2.1.5.1
                            van toepassing is.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a"><al>indien het verwijzingsbord, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                    verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand;</al></li><li nr="b"><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c"><al> in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak of een
                                    vaartuig;</al></li><li nr="d"><al>indien de verwijzing op doelmatige wijze door of vanwege de
                                    gemeente heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden;</al></li><li nr="e"><al>indien meer dan één verwijzingsbord per bedrijf of beroep wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="f"><al>indien de afmetingen van het verwijzingsbord groter zijn dan 0,3
                                    m² en/of in één richting groter dan 1 m.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>Commentaar</vet></al><al>In de ingetrokken Verordening Landschapsschoon Brederwiede 1986 en later in de
                    Algemene plaatselijke verordening Brederwiede was een regeling opgenomen omtrent
                    het plaatsen van verwijzingsborden. Laatstgenoemde regeling is thans vervat in
                    dit artikel. Dit ter voorkoming van onder andere een toestand van wanorde,
                    waarbij en woud van borden kan ontstaan en er schade wordt toegebracht aan de
                    andere te beschermen belangen, zoals aangegeven onder de weigeringsgronden.</al><al/><al>De noodzaak tot het plaatsen van verwijzingsborden wordt bij een doelmatig, van
                    gemeentewege verzorgd, verwijzingssysteem niet of nauwelijks aanwezig
                    geoordeeld. Zeker in kwetsbare gebieden – waar met grote financiële offers van
                    de overheid een sanering van de verwijzingsborden heeft plaatsgevonden – wordt
                    het niet doelmatig gevonden aldaar nog met eigen verwijzingen te werken.</al><al/><al>Ook is het denkbaar dat er in bepaalde gedeelten van de voormalige gemeente
                    Brederwiede, waar nog geen doelmatig systeem van verwijzingsborden aanwezig is,
                    daarbij met de verlening van de vergunning rekening te houden. In afwachting van
                    de totstandkoming van een dergelijk systeem kan met tijdelijke vergunningen
                    worden gewerkt.</al><al/><al><cursief>Artikel 4.7.2b Stellen nadere regels </cursief></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen, in aanvulling op het bepaalde in de artikelen
                    4.7.2 en 4.7.2a, nadere regels stellen omtrent te maken handelsreclame of aan te
                    brengen verwijzingsborden. Deze regels kunnen ook betrekking hebben op de
                    afmetingen en de omvang van opschriften, aankondigingen en verwijzingsborden. </al><al><vet>Commentaar</vet></al><al><cursief>In met name aan te wijzen gedeelten van de gemeente, gedacht
                        is onder andere aan beschermde stads- en dorpsgezichten, bestaat de behoefte
                        om verdergaande regels te stellen aan reclame- en verwijzingsborden. Het
                        behoud van het landschapsschoon van de voormalige gemeente Brederwiede, dat
                        geheel is gelegen binnen de grenzen van het nationaal landschap
                        Noordwest-Overijssel, speelt daarbij een nog sterkere rol dan elders.
                    </cursief></al><tussenkop>Artikel 4.7.3 Aanschrijving</tussenkop><al/><al>Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede
                    lid van artikel 4.7.2, dan wel aangebracht voor een ander doel dan
                    handelsreclame, de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                    ernstige hinder voor de omgeving wordt veroorzaakt, zijn burgemeester en
                    wethouders bevoegd de rechthebbende onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de
                    onroerende zaak of het vaartuig aan te schrijven tot het treffen van maatregelen
                    ter voorkoming, ter beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder.
                    Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is
                    verplicht deze aanschrijving op te volgen.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>