<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR80801_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Soester Courant 29-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Soest</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">De artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van het Besluit inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 10-39</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inburgering</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING WET INBURGERING </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Soest;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 november 2010,
                        nr. RV 10-39 ;</al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f
                        en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van het Besluit
                        inburgering;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Soest;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                            taalkennisvoorziening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op</al></li></lijst><al> de begrippen die in deze verordening worden gebruikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</titel></kop><al>1.Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de
                            vrijwillige inburgeraars</al><al> op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                            rechten en plichten uit </al><al> hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot de
                            voorzieningen;</al><al>2.Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                            inburgeringsplichtigen en de vrijwillige</al><al> inburgeraars in ieder geval gebruik van de volgende middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>Schriftelijk voorlichtingsmateriaal;</al></li><li nr="b."><al>Gemeentelijke website;</al><lijst><li nr="3."><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de vier jaren
                                            de doeltreffendheid en doelmatigheid van</al></li></lijst></li></lijst><al> De informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en de
                            vrijwillige inburgeraars en </al><al> rapporteert daarover aan de raad.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij
                            voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende
                            criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>het hebben van een afstand tot de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>het bevorderen van de participatie;</al></li><li nr="c."><al>het hebben van een opvoedingstaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>1.Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de voorziening
                            aan geestelijke</al><al> bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
                            omstandigheden en de </al><al> maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige;</al><al>2.Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling wordt</al><al> aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de voorziening op de
                            voorziening gericht op </al><al> arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>1.Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                            lid, van de wet schriftelijk.</al><al> Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige
                            in de gemeentelijke</al><al> basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven;</al><al>2.In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die
                            wordt aangeboden en</al><al> worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de voorziening
                            worden verbonden;</al><al>3.De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen
                            twee weken het college</al><al> schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt;</al><al>4.Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                            college binnen vier weken</al><al> na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de
                            voorziening, </al><al> overeenkomstig het gedane aanbod.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><al>1.Op verzoek van de inburgeraar kan het college een voorziening
                            aanbieden in de vorm van een</al><al> persoonlijk inburgeringsbudget aan inburgeraars die: </al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van het inburgeringsexamen al beheersen en met een
                                    individueel traject sneller</al><al> hun voorziening kunnen afronden; </al></li><li nr="b."><al>specifieke wensen hebben ten aanzien van hun voorziening en/of
                                    niet passen binnen het</al><al> reguliere aanbod.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan aan andere inburgeraars dan bedoeld
                                            onder a en b van het eerste lid een</al></li></lijst></li></lijst><al> persoonlijk inburgeringsbudget aanbieden, indien daartoe naar het
                            oordeel van het college </al><al> aanleiding bestaat. </al><al>3.Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                            volgen van een (duaal)</al><al> inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: </al><al>-naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op
                            en toe te leiden naar</al><al> het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                            II; en </al><al>-wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende
                            vereisten:</al><al>a. ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al><lijst><li nr="b."><al>beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het
                                    gebied van het verzorgen van</al><al> inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. </al><lijst><li nr="4."><al>Het college keurt het voorstel van de
                                            inburgeringsplichtige voor het volgen van een</al></li></lijst></li></lijst><al> taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening:</al><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van
                                    de Nederlandse taal te</al><al> laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden
                                    van een mbo-opleiding op</al><al> niveau 1 of 2; en </al></li><li nr="-"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de
                                    volgende vereisten:</al></li></lijst><al>a. ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al><lijst><li nr="b."><al>beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het
                                    gebied van het verzorgen van</al><al> inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. </al><lijst><li nr="5."><al>Als het college de voorziening in de vorm van een
                                            persoonlijk inburgeringsbudget heeft</al></li></lijst></li></lijst><al> vastgesteld, sluit het college, de inburgeringsplichtige, of een andere
                            partij een overeenkomst </al><al> met het inburgeringsbedrijf. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>1.De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt
                            in ten hoogste <cursief>12</cursief></al><al> maandtermijnen betaald;</al><al>2.Het college legt in de beschikking tot toekenning van een voorziening
                            de termijnen van betaling</al><al> vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene
                            bijstand, wordt</al><al> dat in de beschikking vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als</al></li></lijst><al> tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt
                            bepaald;</al><al>e.het melden indien door relevante omstandigheden niet aan de
                            verplichtingen in de beschikking</al><al> kan worden voldaan;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een voorziening bevat in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II</al></li></lijst><al> moet zijn behaald;</al><lijst><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling; en</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de</al></li></lijst><al> inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><al>1.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                            inburgeringsplichtige of de persoon</al><al> Ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat
                            deze</al><al> inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                            het onderzoek, bedoeld </al><al> in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al><al>2.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                            inburgeringsplichtige geen of</al><al> onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem
                            vastgestelde </al><al> voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de
                            verplichtingen, bedoeld in </al><al> artikel 8 van deze verordening.</al><al>3.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                            inburgeringsplichtige niet binnen de</al><al> In artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door
                            het college op grond van </al><al> Artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het
                            inburgeringsexamen heeft </al><al> behaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000 indien de
                            inburgeringsplichtige niet binnen </al><al>de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet
                            vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige
                            inburgeraars</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan hij
                            bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende
                            criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>het hebben van een afstand tot de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>het bevorderen van de participatie;</al></li><li nr="c."><al>het hebben van een opvoedingstaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>1.Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar,
                            uitgezonderd geestelijke</al><al> bedienaren, de samenstelling van de voorziening. De voorziening wordt
                            afgestemd op het </al><al> startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                            maatschappelijke positie </al><al> van de vrijwillige inburgeraar.</al><al>2.Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling wordt</al><al> aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de voorziening op de
                            voorziening gericht op </al><al> arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><al>1.Op verzoek van de inburgeraar kan het college een voorziening
                            aanbieden in de vorm van een</al><al> persoonlijk inburgeringsbudget aan inburgeraars die: </al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van het inburgeringsexamen al beheersen en met een
                                    individueel traject sneller</al><al> hun voorziening kunnen afronden; </al></li><li nr="b."><al>specifieke wensen hebben ten aanzien van hun voorziening en/of
                                    niet passen binnen het</al><al> reguliere aanbod.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan aan andere inburgeraars dan bedoeld
                                            onder a en b van het eerste lid een</al></li></lijst></li></lijst><al> persoonlijk inburgeringsbudget aanbieden, indien daartoe naar het
                            oordeel van het college </al><al> aanleiding bestaat. </al><al>3.Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor het
                            volgen van een (duaal)</al><al> inburgeringsprogramma goed, indien dit programma:</al><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                    bereiden op en toe te leiden naar</al><al> het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede
                                    taal I of II; en</al></li><li nr="-"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de
                                    volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>beschikken over een keurmerk van de
                                            brancheorganisatie;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op
                                            het gebied van het verzorgen van</al><al> inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. </al><lijst><li nr="4."><al>Het college keurt het voorstel van de
                                                  vrijwillige inburgeraar voor het volgen van
                                                  een</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al> taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening:</al><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van
                                    de Nederlandse taal te</al><al> laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden
                                    van een mbo-opleiding op </al><al> niveau 1 of 2; en </al></li><li nr="-"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de
                                    volgende vereisten:</al></li></lijst><al>a. ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al><lijst><li nr="b."><al>beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het
                                    gebied van het verzorgen van</al><al> inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. </al><lijst><li nr="5."><al>Als het college de overeenkomst met de vrijwillige
                                            inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede</al></li></lijst></li></lijst><al> lid, van de wet, waarin de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget is</al><al> opgenomen, heeft gesloten, sluiten het college, de vrijwillige
                            inburgeraar, of een andere partij </al><al> een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>1.De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt
                            in ten hoogste 12</al><al> termijnen betaald.</al><al>2.Het college legt in de overeenkomst de termijnen van betaling vast.
                            Indien overeen gekomen is</al><al> dat het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand,
                            wordt dat in de</al><al> overeenkomst, bedoeld in artikel 17 vastgelegd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                            bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet een of meer van de
                            volgende verplichtingen opnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als</al></li></lijst><al> tweede taal I of II op een tijdstip dat in de overeenkomst wordt
                            neergelegd; </al><al>e.het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                            omstandigheden niet aan de</al><al> verplichtingen in de overeenkomst kan worden voldaan;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid, van wet bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige
                                    inburgeraar;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of</al></li></lijst><al> II moet zijn deelgenomen; </al><lijst><li nr="d."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen, en</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                            in de overeenkomst niet of in onvoldoende nakomt, kan het college hem
                            een boete van ten hoogste € 500,- opleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            identificatieplicht. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitvoeringsregels en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                                stellen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere situaties kan het college afwijken van het in deze
                                verordening bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De verordening Wet inburgering Gemeente Soest 2007 wordt ingetrokken met
                            ingang van de</al><al>datum van inwerkingtreding, genoemd in artikel 22.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 en
                            heeft een terugwerkende kracht tot 1 januari 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            Gemeente Soest.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Soest, 16 december 2010</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.van Vliet MPM AA A. Noordergraaf</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                    derdelanden van 18 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                    verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de
                    eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). </al><al>Daarnaast is in de WI ook de vrijwillige inburgering geregeld. De bepalingen in
                    de wet over vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk geformuleerd
                    overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de inburgeringsplichtigen. </al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben
                    gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige
                    inburgeraars in de gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die
                    voortvloeien uit deze wet. </al><al>Daarnaast hebben gemeenten de taak aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                    inburgeraars die daarvoor op grond van de wet of het gemeentelijk beleid in
                    aanmerking komen een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te
                    bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een
                    inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringsplichtigen en
                    vrijwillige inburgeraars die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan
                    volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Omwille van leesbaarheid van de verordening wordt het begrip ‘voorziening’
                        gebruikt. Een voorziening kan zowel een (duale) inburgeringsvoorziening als
                        een taalkennisvoorziening inhouden. </al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en
                        de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                        informatievoorziening aan de</al><al>inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars wordt georganiseerd. Dit
                        artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. Er is voor gekozen om
                        hier alleen de kaders vast te stellen voor een adequate
                        informatievoorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college kan aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen voor een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19, eerste lid,
                        WI). Het college is echter verplicht een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een
                        inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren. </al><al>Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst bij voorrang een
                        voorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat het college de ruimte heeft
                        om in bepaalde gevallen ook een voorziening aan te bieden aan
                        inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die hij
                        heeft aangewezen. Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot
                        de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een
                        recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat
                        het college aan de groepen die hij aanwijst een voorziening kan aanbieden.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende (duale)
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de
                        totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid,
                        onderdeel b, WI). In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het
                        college de opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in
                        aanmerking komt, een op de persoon toegesneden voorziening samen te stellen.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is –
                        leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening. </al><al>Lid 3: Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking</al><al>(het tweede lid). Daarnaast zal het schriftelijke aanbod gebaseerd zijn op
                        de reeds eerder gemaakte mondelinge afspraken en daarmee geen verrassingen
                        meer mogen bevatten. Om die reden is gekozen voor een reactietermijn van
                        twee weken voor de inburgeringsplichtige.</al><al>Lid 4: Voor de uiterlijke reactietermijn van het college is een periode van
                        vier weken genomen om</al><al>daarmee risico`s in te perken in verband met het niet rechtmatig handelen
                        vanwege overschrijding van de termijn. Naar verwachting zal de werkelijke
                        reactietermijn veel korter zijn, want het afgeven van de beschikking is
                        feitelijk alleen nog een administratieve afhandeling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget</titel></kop><al>Op grond van artikel 19, tweede lid, WI kan het college de voorziening
                        aanbieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget als de
                        inburgeringsplichtige daarom verzoekt. Op grond van het vijfde lid van
                        artikel 19 WI moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen over de
                        procedure die door het college wordt gevolgd bij het behandelen van
                        verzoeken om een persoonlijk inburgeringsbudget en de criteria die worden
                        gehanteerd bij het toekennen van een persoonlijk inburgeringsbudget. </al><al>Het gaat dan om: </al><lijst><li nr="-"><al>Hoger opgeleide inburgeraars die in het PIB een mogelijkheid zien om
                                in vergelijking met een regulier inburgeringstraject in kortere tijd
                                toe te werken naar het inburgeringsexamen of een van de
                                inburgeringsplicht vrijstellend examen.</al></li><li nr="-"><al>Inburgeraars met een handicap waarbij het PIB de mogelijkheid biedt
                                om specifieke faciliteiten aan te vragen.</al></li><li nr="-"><al>Inburgeraars die vanwege wisselende werktijden niet deel kunnen
                                nemen aan een regulier inburgeringstraject.</al></li><li nr="-"><al>Inburgeraars die graag uit praktische overwegingen deel willen nemen
                                aan een inburgeringstraject in de gemeente waarin zij werken in
                                plaats van de gemeente waarin zij woonachtig zijn.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270.
                        Bij het bepalen van de</al><al>termijnen is aansluiting gezocht bij de maximale aflossingsbedragen bij
                        leningen van personen met een uitkering enerzijds en anderzijds het zoveel
                        mogelijk beperken van de administratieve belasting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Dit
                        artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in
                        het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                        voorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de
                        vaststelling van de voorziening deze verplichtingen vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van een voorziening is een beschikking. Dit
                        betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit
                        besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke
                        onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan verbonden
                        rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden
                        vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                        medewerking te verlenen aan de uitvoering van de voorziening (artikel 23,
                        eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen
                        van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene
                        (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt. </al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet. Deze termijn is drieënhalf jaar
                        (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) van deze
                        termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c). </al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                        termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                        plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                        bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 7 van de verordening.</al><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor inburgeringsplichtige
                        oudkomers. Indien het college een voorziening vaststelt voor een oudkomer,
                        dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop
                        de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel
                        22, tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen drieënhalf jaar ná deze datum
                        moet de betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende
                        overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De
                        boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en
                        géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                        bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                        mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het
                        college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder
                        de overtreding is gepleegd (artikel 5:46, tweede lid, Algemene wet
                        bestuursrecht). Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke
                        op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is,
                        gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                        inburgeringsplichtige.</al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en
                        inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                        (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens
                        te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een
                        bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op
                        grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van
                        een boete of maatregel op grond van een andere socialezekerheidswet of –
                        regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze samenloop. In dit
                        artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete
                        kan opleggen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                            overtreding</titel></kop><al>Dit artikel regelt de mogelijkheid om bij herhaling van de overtreding
                        genoemd in artikel 9 lid 3 een hogere boete op te leggen.</al></divisie><divisie><kop><label>Art</label><nr>12</nr><titel>t/m 14</titel></kop><al>Zie toelichting bij artikel 3, 4 en 6.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>Op grond van artikel 24e WI is de vrijwillige inburgeraar met wie een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is overeengekomen een eigen
                        bijdrage verschuldigd. De hoogte van deze bijdrage is geregeld in artikel
                        23, tweede lid, WI. Artikel 24f bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                        regels moet stellen over de eventuele inning van de eigen bijdrage door het
                        college en de mogelijkheid van betaling in termijnen. Artikel 15 van deze
                        verordening is de uitwerking van deze verplichting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>In dit artikel zijn de verplichtingen voor een vrijwillige inburgeraar
                        neergelegd die het college kan opnemen in de overeenkomst met een
                        vrijwillige inburgeraar. Het gaat om dezelfde verplichtingen als de
                        verplichtingen die het college kan opnemen in de beschikking waarmee een
                        voorziening voor een inburgeringsplichtige wordt vastgesteld (zie artikel 8
                        van de verordening). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar over het toekennen van een
                        voorziening bevat dezelfde onderwerpen als de beschikking tot het
                        vaststellen van een voorziening voor inburgeringsplichtigen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Op grond van artikel 24f moet de raad bij verordening regels stellen over de
                        niet-nakoming van de overeenkomst. In dit artikel legt de raad de sancties
                        vast die het college kan toepassen als de vrijwillige inburgeraar de
                        verplichtingen die zijn neergelegd in de overeenkomst niet nakomt. </al><al>Voor de eenduidigheid is er voor gekozen het maximale bedrag van de boetes
                        gelijk te laten zijn aan de bestuurlijke boetes die het college kan opleggen
                        als een inburgeringsplichtige de verschillende verplichtingen niet
                        nakomt.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="48*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="48*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Bijgewerkt t/m raadsbesluit</al><al>(RB + datum)</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Rb 10-39</al><al>16 december 2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Goedgekeurd door GS</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Publicatie of anderszins bekend gemaakt d.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>29-12-2010</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opmerkingen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Raadsbesluit is ondertekend, geen wijzigingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inwerking treding</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>1 januari 2011 (terugwerking 1/1/2010)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Intrekking</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>