<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>80088_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
                2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-07-26+02:00</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2012, 42,
                11-04-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting Vlaardingen
                2011</dcterms:alternative><dcterms:issued>2012-03-29+02:00</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>tarieventabel</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk> VLD/2012/2294</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en
                        wethouders van , R.nr. ;</al><al> Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al> Besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering
                        van precariobelasting 2011</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> Deze verordening verstaat onder:</al><al> a gemeentewater: een voor de openbare dienst bestemd gemeentewater;</al><al> b dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een
                        dag als een hele dag wordt aangemerkt;</al><al> c jaar: kalenderjaar;</al><al> d kwartaal: een tijdvak van drie achtereenvolgende kalendermaanden binnen
                        één jaar;</al><al> e maand: een tijdvak dat aanvangt op een bepaalde datum van een maand en
                        eindigt op de dag, voorafgaande aan diezelfde datum van de volgende
                        maand;</al><al> f week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al> Onder de naam 'precariobelasting' wordt belasting geheven voor het hebben
                        van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                        gemeentegrond of gemeentewater.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al> 1 De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die één of
                        meer voorwerpen heeft onder, op of boven de voor openbare dienst bestemde
                        gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder,
                        op of boven -voor de openbare dienst bestemde- gemeentegrond worden
                        aangetroffen.</al><al> 2 Ingeval van vergunningverlening wordt de belasting voor het hebben van
                        voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond
                        geheven van degene, aan wie de daartoe vereiste vergunning is verleend of
                        van de opvolger in de vergunning.</al><al> 3 Onder de in de vorige leden bedoelde belastingplichtige wordt mede
                        begrepen</al><al> a. degene wiens werken in, onder of op openbare grond defect zijn geraakt
                        waardoor zonken of gaten zijn ontstaan, waardoor de bestrating of de
                        wegbedekking hersteld moet worden, tenzij dit defect is veroorzaakt door
                        schuld of nalatigheid van derden;</al><al> b. degene door wiens schuld of nalatigheid de onder sub a bedoelde
                        beschadiging is ontstaan, als gevolg waarvan herstelwerkzaamheden zijn
                        uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al> Géén belasting wordt geheven voor:</al><al> a het gebruik of genot door de gemeente van de voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond en voor het hebben onder, op of boven die grond van
                        voorwerpen, welke aan de gemeente in eigendom toebehoren en bij haar in
                        feitelijk gebruik zijn;</al><al> b brievenbussen, telefooncellen en niet tot reclame dienende voorwerpen
                        houdende aanwijzingen voor het publiek;</al><al> c het hebben van plat, niet verder dan 0,30 meter uitstekend, tegen de
                        gevel van het perceel waar het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend
                        aangebrachte naamborden of borden, die uitsluitend vermelden de naam, het
                        beroep of de aard van het bedrijf en geen grotere oppervlakte hebben dan 12
                        dm²;</al><al> d - het hebben van straatversieringen en verlichting ter gelegenheid van
                        speciale gelegenheden;</al><al> - het hebben van uithangtekens ter gelegenheid van Sinterklaas en Kerstmis,
                        wanneer hiermee geen reclame wordt gemaakt voor bepaalde winkels of
                        artikelen;</al><al> e wegwijzers, palen, masten, verkeersaanwijzingen, verkeersspiegels en
                        dergelijke voorwerpen;</al><al> f voorwerpen, waarvan de aanwezigheid ingevolge een wettelijk voorschrift,
                        een overeenkomst of anderszins rechtens kosteloos of tegen een bij of
                        krachtens zodanig voorschrift te bepalen vergoeding moet worden
                        gedoogd;</al><al> g voorwerpen of inrichtingen in het belang van het reizigersverkeer binnen
                        de gemeente Vlaardingen aangebracht of geplaatst door het rijk, de provincie
                        of een gemeente, noch voor het hebben door die lichamen en door
                        waterschappen, voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak
                        noodzakelijke voorwerpen of inrichtingen;</al><al> h voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het
                        toegankelijk maken van een eigendom;</al><al> i het met vergunning van burgemeester en wethouders hebben van voorwerpen
                        ter aankondiging van bazars, collecten enzovoorts, uitsluitend gebezigd ten
                        behoeve van liefdadige of daarmede gelijk te stellen doeleinden;</al><al> j lichtroosters, bordessen, stoeptreden, stoepen, pilasters, plinten,
                        kozijndorpels, gevelversieringen, bloembakken, goten, regenpijpen,
                        puilijsten, goot- of kroonlijsten, hijsbalken, lampen, dakgoten,
                        voetschrappers en spionnetjes;</al><al> k vlaggen en vlaggenstokken zonder reclame of handelsnaam;</al><al> l het hebben van een zonnescherm of markies;</al><al> m het hebben van halteborden voor tram- en busondernemingen mits hierop
                        geen reclameopschriften worden gevoerd;</al><al> n de belasting als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven terzake van het
                        gebruik van een gemeentebezitting of het hebben van een voorwerp, indien en
                        voor zover ter zake daarvan al uit hoofde van een privaatrechtelijke
                        overeenkomst of een andere gemeentelijke belastingverordening een bedrag
                        wordt gevorderd;</al><al> o het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond in het kader van:</al><al> - activiteiten op nationale feestdagen zoals Koninginnedag en
                        Bevrijdigingsdag;</al><al> - niet-commerciële jeugdevenementen en jeugdactiviteiten;</al><al> - niet-commerciële culturele evenementen;</al><al> - niet-commerciële nautische evenementen;</al><al> - evenementen en activiteiten voor goede doelen en niet-commerciële
                        liefdadigheidsinstellingen;</al><al> - plaatsgebonden niet-commerciële activiteiten ter promotie van de stad of
                        ter bevordering van de sociale samenhang in de stad of in een wijk;</al><al> - propaganda voor politieke partijen;</al><al> p het hebben van een balkon, erker, uitbouw of luifel e.d.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarieven</titel></kop><al> 1 De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven,
                        opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al><al> 2 Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een in
                        de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al><al> 3 Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief toegepast zou
                        kunnen worden wordt alleen het hoogste tarief daarvan geheven.</al><al> 4 Wanneer de berekening plaatsvindt per dag, week of maand kan nooit een
                        hoger tarief opgelegd worden dan het maximale tarief per week, maand of
                        jaar.</al><al> 5 Bij de berekening van de belasting worden waarden op hele bedragen naar
                        boven afgerond.</al><al> 6 De oppervlakte ingenomen door bouwsteigers waardoor het verkeer doorgang
                        kan blijven vinden geldt voor de berekening van de belasting als voor de
                        helft ingenomen of aan het verkeer onttrokken.</al><al> 7 Bij het plaatsen op openbare grond van voorwerpen van welke aard ook,
                        wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen of aan
                        het verkeer onttrokken.</al><al> 8 Bij het uitspreiden, uithangen of uitstallen van goederen en bij
                        letterreclame boven openbare grond is de ruimte tussen deze goederen en
                        letters ook ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al> 1 Indien de belasting wordt geheven naar kwartaal en jaartarieven is het
                        belastingtijdvak het kwartaal, respectievelijk het jaar waarin gemeentegrond
                        ter beschikking wordt gesteld.</al><al> 2 Voor de belasting die wordt geheven naar dag, week en maandtarieven is
                        het belastingtijdvak respectievelijk een dag, een week of een maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al> 1 De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al><al> 2 Indien de heffing niet kan geschieden op de in het vorige lid bedoelde
                        wijze, wordt de belasting geheven door middel van een schriftelijke,
                        gedagtekende kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al> 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                        moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede
                        maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                        vermeld.</al><al> 2 In afwijking van het gestelde onder 1 geldt, zolang de verschuldigde
                        bedragen door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven,
                        dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na
                        de dagtekening van het aanslagbiljet overblijven waarbij de maand waarin het
                        aanslagbiljet is gedagtekend voor een volle maand wordt gerekend en de
                        laatste termijn vervalt in de maand november van dat kalenderjaar. De eerste
                        termijn vervalt op de laatste dag van de maand waarin het aanslagbiljet is
                        gedagtekend en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><al> 3 De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                        gestelde termijn.</al><al> 4 De bij wege van schriftelijke gedagtekende kennisgeving geheven belasting
                        dient uiterlijk te worden betaald acht dagen na de dagtekening van de
                        schriftelijke, gedagtekende kennisgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Teruggaaf</titel></kop><al> Voor de belasting welke volgens de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel per jaar wordt geheven wordt op een aanvraag als bedoeld in
                        artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend voor zoveel twaalfde
                        gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er nog volle
                        kalendermaanden overblijven na het tijdstip waarop het aanwezig zijn van
                        voorwerpen als bedoeld in artikel 2 in de loop van het jaar is
                        beëindigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al> Van de op grond van deze verordening geheven precariobelasting wordt geen
                        kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><al> 1 De 'Verordening precariobelasting Vlaardingen 2010' van 16 december 2009
                        (R.nr. 62.7) wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde
                        datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                        blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al><al> 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van
                        de bekendmaking.</al><al> 3 In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft,
                        indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het
                        vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken
                        verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende
                        belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van de
                        precariobelasting in die periode plaatsvindt.</al><al> 4 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al><al> 5 Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening precariobelasting
                        Vlaardingen 2011'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van
                        Vlaardingen, gehouden op december 2010. </al><al> De griffier, De voorzitter, </al><al> drs. E.W.K. Meurs mr. T.P.J. Bruinsma</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr></nr><titel>Bijlagen</titel></kop><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" naam="geconsolideerde tarieventabel precariobelasting" type="lijn" id="i119786"></illustratie></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>