<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR80025_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Raad van de gemeente Noordenveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordenveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordenveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Krant, 30-03-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Raad van de gemeente Noordenveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-09-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Raad van de gemeente Noordenveld </intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Raad van de gemeente Noordenveld; </al><al>gelezen het voorstel van het presidium van 26 februari 2004; </al><al>overwegende dat het wenselijk is om regels te stellen met betrekking tot de
                        orde in de vergaderingen van de gemeenteraad van Noordenveld en dat de
                        Gemeentewet de vaststelling van een Reglement van Orde voor de vergaderingen
                        en andere werkzaamheden van de Raad voorschrijft; </al><al>gelet op de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; </al><al>BESLUIT: </al><al>vast te stellen het navolgende Reglement van Orde voor de vergaderingen van
                        de Raad van de gemeente Noordenveld </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de Raad of diens vervanger</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft</al></li><li nr="d."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het Reglement van Orde;</al></li><li nr="d."><al>wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de gemeenteraad
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de Raad daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De Raad kan het College verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter, de fractievoorzitters en de
                                voorzitter van de raadscommissie. De griffier of zijn vervanger is
                                in elke vergadering van het presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de Raad aan, dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium organiseert de werkzaamheden voor de Raad zoals het
                                opstellen van de begroting van de Raad, het beheer van uitgaven van
                                de Raad en de aanstelling van het griffiepersoneel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium zijn openbaar, tenzij het
                                presidium op voorstel van de voorzitter of een lid anders besluit,
                                conform de procedure zoals die geldt voor de Raad. Van een
                                vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag
                                opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij het presidium
                                anders beslist.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de Raad stelt de Raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de Raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden van de Raad en de processen-verbaal van de
                                stembureaus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                schriftelijk verslag uit aan de Raad en doet daarbij een voorstel
                                voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de Raad op om in de eerste vergadering van de Raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de Raad op voor de vergadering van de Raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Fractie</titel></kop><al>1. a. Leden van de Raad kunnen zich verenigen tot een groep, fractie
                            genaamd. </al><al>b.Zij doen hiervan schriftelijk mededeling aan de voorzitter, onder
                            vermelding van de naam van de fractie en de namen van degenen die als
                            voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger zullen
                            optreden.</al><al>2. a. Indien: </al><lijst><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                                    optreden;</al></li><li nr="-"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                                    fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                    mededeling gedaan aan de voorzitter.</al><lijst><li nr="b."><al>Met de onder a. beschreven veranderde situatie wordt
                                            rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende
                                            vergadering van de Raad na de mededeling daarvan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijd van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Tijd en plaats van vergaderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen vinden in de regel plaats op de laatste
                                    donderdag van de maand, vangen aan om 20.00 uur en worden
                                    gehouden in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Raad kan op voorstel van de voorzitter of van een lid
                                    besluiten de vergadering te verdagen als er in redelijkheid niet
                                    voldoende tijd blijkt te zijn om de nog te behandelen
                                    onderwerpen, die de orde van de dag uitmaken, naar behoren te
                                    behandelen. Als regel zal de vergadering dan verdaagd worden
                                    naar de eerstvolgende maandag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt – spoedeisende vergaderingen uitgezonderd –
                                    ten minste zeven dagen vóór een vergadering de leden een
                                    schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, tijd en plaats
                                    van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de Raad verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 10, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                    aanvang van de vergadering aan de leden van de Raad
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stellen de
                                    voorzitter en de griffier de voorlopige agenda van de
                                    vergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvang van de vergadering stelt de Raad de agenda vast.
                                    Op voorstel van een lid van de Raad of de voorzitter kan de Raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de Raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar de commissie of aan het College nadere inlichtingen of
                                    advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de Raad of van de voorzitter kan de
                                    Raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De wethouders</titel></kop><al>De wethouders worden geacht in de vergadering aanwezig te zijn en
                                desgevraagd aan de beraadslagingen deel te nemen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. De voorzitter maakt van de ter inzage legging
                                    melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 13.
                                    Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden van de Raad en zo mogelijk in een openbare
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de Raad
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging op de voor afkondigingen
                                    in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, de aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende voorstellen kan inzien.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde van de vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de Raad
                                onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering
                                wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de Raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium
                                    bij iedere nieuwe zittingsperiode van de Raad aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris, notulist en overige personen, die voor de
                                    vergadering zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens
                                    de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt
                                de voorzitter mee, welk lid van de Raad als eerste de presentielijst
                                heeft getekend, bij welk lid de hoofdelijke stemming zal beginnen.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden aan de
                                    leden van de Raad toegezonden, gelijktijdig met de schriftelijke
                                    oproep. De ontwerpnotulen worden gelijktijdig aan de overige
                                    personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering worden de notulen van de vorige
                                    vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de wethouder, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de
                                    Raad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet
                                    duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een voorstel tot verandering dient ten minste 24 uur voor de
                                    betreffende vergadering schriftelijk bij de griffier te worden
                                    ingediend. De notulen moeten inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders,
                                            de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,
                                            alsmede van de leden die afwezig waren en overige
                                            personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen,
                                            voorstellen van orde, moties en amendementen en
                                            subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 24 door de Raad is toegestaan
                                            deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier
                                    ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de Raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het College aan de Raad, worden op een lijst
                                    geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de Raad toegezonden
                                    en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de Raad kan een ingekomen stuk in het
                                    Presidium worden behandeld. Het betreffende stuk wordt door de
                                    griffier op de agenda van het Presidium geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de Raad spreken vanaf de spreekplaats en richten
                                    zich tot de voorzitter. Leden die hierbij interrupties wensen te
                                    plaatsen doen dat vanaf hun zitplaats na hiervoor van de
                                    voorzitter toestemming te hebben gekregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                    leden van de Raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
                                    plaats spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de Raad voert slechts het woord na het aan de
                                    voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid
                                    van de Raad het woord vraagt over de orde van de
                                    vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de Raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter;</al></li><li nr="b."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="c."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de Raad of de voorzitter kan een voorstel doen over de
                                spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid van de Raad hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                            bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
                                            betoog zal afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien het betreffende lid hieraan geen
                                    gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering,
                                    waarin dit plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde, de vergadering
                                    voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de Raad
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een voorstel
                                    afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de Raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de Raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde Burgemeester en
                                    Wethouders of de leden de gelegenheid te geven tot onderling
                                    nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                    schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de Raad, de wethouders, de secretaris, de
                                    griffier of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één van de leden van de Raad genomen alvorens met de
                                    beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt
                                    een aanvang wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de Raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    Raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over een voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene bepalingen over stemmingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich op grond van de Gemeentewet van stemming te
                                    hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen.
                                    De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig
                                    artikel 17 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar
                                    de volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
                                    verplicht zijn stem uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen'
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van
                                    benoemingen, een voordracht of het opstellen van een voordracht
                                    of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie
                                    leden tot stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De Raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje
                                    hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld
                                    stembriefje wordt verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="-"><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de Raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de Raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijk besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen
                                beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de Raad, die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde – oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door de Raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de Raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                moties indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet aanhangig onderwerp vindt
                                plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn
                                behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de Raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de Raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds is
                                verzonden. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van
                                de daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de
                                Raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de
                                vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                                dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te worden
                                behandeld in de raadscommissie of voor advies naar het College dient
                                te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de Raad in welke
                                vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een initiatiefvoorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                College aan de Raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                                raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van
                                de Raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de Raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid terug aan het College moet worden gezonden, bepaalt de
                                Raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                                wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de Raad en de wethouders. Bij de
                                behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende
                                vergadering na het indienen van het verzoek wordt het verzoek in
                                stemming gebracht. De Raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de
                                vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de Raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de Raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schriftelijke vragen aan Burgemeester en Wethouders worden kort
                                en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting
                                worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of
                                mondelinge beantwoording wordt verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de voorzitter van de Raad ingediend. Deze
                                draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van
                                de overige leden van de Raad en het College worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het College de
                                vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij aangegeven
                                wordt de termijn, waarbinnen beantwoording plaats zal vinden. Dit
                                bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het College
                                aan de leden van de Raad medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
                                bedoeld in artikel 9 aan de leden van de Raad toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen over het door de
                                burgemeester of door het College gegeven antwoord, tenzij de Raad
                                anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de
                                artikelen 169, derde lid, en 180 van de Gemeentewet verlangt, wordt
                                een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het College of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift
                                toegezonden aan de Raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de Raad vaststelt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het verslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de Raad vaststelt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de Raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht voor het sluiten van
                                de vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen
                                bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de Raad gewenste
                                bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de
                                Commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de Raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 40, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de Raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de Raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                41, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de Raad een van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten
                            karakter van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de Raad
                                een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze
                                notulen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de Raad of over de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            Raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de Raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid-
                            danwel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van het reglement, beslist de Raad op voorstel van de
                            voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Inwerkingtreden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op 1 april 2004.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het Reglement van Orde voor de
                                    vergaderingen van de Raad van de gemeente Noordenveld,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 19 september 2002.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Roden, 25 maart 2004. </ondertekening><ondertekening>De Raad van de gemeente Noordenveld, </ondertekening><ondertekening>voorzitter, griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>