<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR79950_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:creator><dcterms:modified>2001-06-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Altena Nieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Woudrichem 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.nl">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.nl">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.nl">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-04-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr. 050 agendapunt 10 raadsvergadering 23 april 2001</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>vervangt exploitatieverordening gemeente Woudrichem 1995. Daar de exploitativerordening binnenkort zal worden ingetrokken is op dit moment slechts volstaan met een pdf-bestand van de regeling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Woudrichem;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 april 2001, nr.
                        050;</al><al>Gezien het advies van de commissies RBEZ en MWSZ ;</al><al>Gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de
                        Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende verordening, houdende de voorwaarden waaronder
                        de gemeentemedewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden (exploitatieverordening).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen
                                            van gronden:</cursief> het door of met medewerking van
                                        de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut,
                                        waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende
                                        zaken gebaat worden.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Exploitatiegebied:</cursief> een als zodanig
                                        aangewezen gebied, waarbinnen de onroerende zaken zijn
                                        gelegen die gebaat worden door de voorzieningen van openbaar
                                        nut die door of met medewerking van de gemeente worden
                                        getroffen.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Exploitant:</cursief> de eigenaar of rechthebbende
                                        van een in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak
                                        welke als gevolg van het door of met medewerking van de
                                        gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt
                                        gebaat.</al></li><li nr="d."><al><cursief>Kostenbegroting:</cursief> begroting van kosten en
                                        opbrengsten op basis waarvan de door een exploitant
                                        verschuldigde exploitatiebijdrage wordt vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad kan gebieden aanwijzen die als exploitatiegebied
                                zullen gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend:</al><al/><lijst><li nr="1."><al> De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder
                                    vermelde werken enwerkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al> het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
                                            afgraven;</al></li><li nr="b."><al> riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al> wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet-
                                            en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze
                                            voorzieningen van openbaar nut en kunstwerken verband
                                            houdende werken;</al></li><li nr="d."><al> plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al> openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al> het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut betreft en voorzover de daarmee verband
                                            houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                                            verhaald;</al></li><li nr="g."><al> het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                            maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al> alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden
                                    buiten het exploitatiegebied, voorzover de binnen het
                                    exploitatiegebied liggende onroerende zaken hierdoor direct
                                    danwel indirect worden gebaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalbesluit vastgesteld,• waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de
                                        daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van
                                        de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                        vorige volzin kan in het besluit, zoals bedoeld in het
                                        eerste lid, worden bepaald dat de kostenbegroting op een
                                        later tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot
                                        vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                        overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zoveel mogelijk
                                plaatsvindt via gronduitgifte. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening. Tevens wordt bepaald dat,
                                ingeval op enigerlei wijze niet kan worden gekomen tot het aangaan
                                van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze
                                verordening, het kostenverhaal in daarvoor in aanmerking komende
                                gevallen kan plaatsvinden door middel van de vaststelling van een
                                baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al> Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten,
                                        te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied
                                                gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
                                                vermeerderd met de waarde van de opstallen, die voor
                                                de verwezenlijking van de bestemming niet
                                                gehandhaafd kunnen worden en met de kosten van
                                                vrijmaken van opstallen - met inbegrip van de zich
                                                in de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                                                leidingen en kabels - persoonlijke rechten en
                                                lasten, eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijke
                                                lasten alsmede de kosten van
                                                schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding en
                                                -beheer en toezicht. Onder deze kosten wordt ten
                                                minste verstaan: de kosten verband houdende met het
                                                opstellen van structuur- en bestemmingsplannen, het
                                                opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                                wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
                                                verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                                alsmede van overige planologische maatregelen voor
                                                zoveel deze nodig zijn voor het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het
                                                exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                                van openbaar nut, voor zover deze verband houden met
                                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het exploitatiegebied,
                                                alsmede de daarmee verband houdende kosten van
                                                onderzoeken, voorbereiding en toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voor zover
                                                dit rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
                                                gronden kan worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                lasten verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                                grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                        opbrengsten, bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al> doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al> verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al> bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen
                                                van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                                baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al> overige bijdragen. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al> De wijze van toerekening van de totale onder sub I. en 2.
                                        van dit artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de
                                        onroerende zaken in het exploitatiegebied naar de mate van
                                        de baat, die de onroerende zaken hebben van het samenhangend
                                        geheel van voorzieningen van openbaar nut, zoals bedoeld in
                                        artikel 2 van deze verordening. De mate van baat wordt
                                        aangeduid met inachtneming van hetgeen hieromtrent in
                                        artikel 6 is bepaald. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan, dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt gemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid onder 1. sub a. is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar nut niet
                                geschikt worden voor bebouwing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden welke zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de onroerende zaken, waar
                                mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door de burgemeester en wethouders te bepalen
                                grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in baat. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, voor wat betreft de in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente,
                                indien dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad besluit tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst na vaststelling van een kostenbegroting
                                zoals bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                                        aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de gemeente
                                        als opdrachtgever en de exploitant als aannemer worden
                                        aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op de door
                                        de exploitant uit te voeren werken geschieden door of
                                        vanwege de gemeente.</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                        vastgesteld op een proformabedrag van f 10,-- (€ 4,54),
                                        zulks met inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid
                                        is bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 1. onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen. Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde
                                deskundige geen overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen
                                deskundigen tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de
                                meeste gerede partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de
                                kantonrechter in het kanton waartoe de gemeente behoort, kan
                                verzoeken deze deskundige te benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage, zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid sub d. bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:- de
                                        inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant
                                        behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit
                                        artikel is van overeenkomstige toepassing;- het in de
                                        kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals bedoeld
                                        inartikel 5, eerste lid sub 1. onder b. tot en met f., voor
                                        zover de uitvoering van dedaarmee verband houdende werken en
                                        werkzaamheden voor risico en rekening komtvan de exploitant.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b. sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door exploitant aan de gemeente worden afgestaan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan de gemeenteraad verzoeken tot het verlenen
                                van medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning, zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten van de in
                                artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut verstrekt. Tevens
                                wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te
                                dienen bij de gemeenteraad voor medewerking met betrekking tot het
                                in exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist binnen zes maanden na ontvangst van de
                                aanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek van
                                exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                                overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de in
                                exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor
                                een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al> de door exploitant aangegeven
                                (bouw)werkzaamheden zouden leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al> het
                                treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel overeenkomstig
                                een bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of
                                herinrichting;</al></li><li nr="d."><al> het in exploitatie brengen van grond anderszins tot
                                grote kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
                                riolering etc.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al> ingeval
                                de procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnd
                                bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier
                                weken na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan of
                                herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al> ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede
                                lid genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen
                                worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                weggenomen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalbesluit, zoals bedoeld in artikel 4, is
                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend. Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant
                                tevens een ontwerpovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalbesluit, zoals bedoeld in
                                artikel 4, is genomen, zal, indien exploitant een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden bepaald, dat
                                met betrekking tot de uitvoering van de in deze overeenkomst
                                genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is genomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst tot stand gekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening vinden, voor zover mogelijk,
                            overeenkomstige toepassing bij de kostprijsberekening van de door de
                            gemeente in exploitatie te brengen gronden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitvoering verordening</titel></kop><al>De gemeenteraad kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, met
                            uitzondering van de vaststelling van het in artikel 4 genoemd
                            kostenverhaalbesluit, onder nader te stellen regels overdragen aan het
                            college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig,
                                op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval
                                geldt daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen
                                tot een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de
                                vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt
                                op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                kostenverhaalbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft de "Exploitatieverordening gemeente Woudrichem
                                1995" van toepassing tot twee jaren nadat de ten behoeve van dat
                                exploitatiegebied getroffen en/ofte treffen voorzieningen van
                                openbaar nut geheel zijn voltooid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                "Exploitatieverordening gemeente Woudrichem 1995" van toepassing tot
                                op de aanvraag is beslist, met dien verstande dat, indien tot het
                                treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt besloten,
                                laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot twee jaren
                                nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn
                                voltooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die, waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de "Exploitatieverordening gemeente
                                Woudrichem 1995", zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 29 mei
                                1995, met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de
                                gevallen zoals bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Woudrichem 2001".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Woudrichem in zijn openbare
                        vergadering van 23 april 2001.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,,</ondertekening><ondertekening>Voorzitter.</ondertekening><ondertekening>Secretaris.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>