<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR79753_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Delegatiebesluit in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-10-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws jrg 6. , nr 20, d.d. 7-10-2008, p.2</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Delegatiebesluit WRO</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Ruimtelijke Ordening, art. 3:10 en 6:12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 156</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Wet Bestuursrecht, afdeling 10.1.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2008086</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>delegatiebesluit</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Delegatiebesluit in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Artikel</vet></al><al/><al>Nr.RB.2008086</al><al>de Raad van de gemeente Heerhugowaard; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 augustus 2008 </al><al/><al>en gelezen de side letter van 9 september 2009 </al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 3.10 en artikel 6:12 van de Wet ruimtelijke
                        ordening, artikel 156 van de Gemeentewet, en afdeling 10.1.2 van de Algemene
                        wet bestuursrecht; </al><al/><al>besluit </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><lijst><li nr="1."><al>de besluitvorming om medewerking te verlenen middels een
                                projectbesluit als bedoeld in artikel 3:10 Wro te delegeren aan het
                                college van burgemeester en wethouders, tenzij er sprake is van een
                                gevoelige en/of grootschalige voorziening danwel een speerpunt van
                                beleid als bedoeld in dit raadsbesluit; </al></li><li nr="2."><al>de weigering om medewerking middels een projectbesluit als bedoeld
                                in artikel 3:10 Wro te delegeren aan het college van burgemeester en
                                wethouders; </al></li><li nr="3."><al>de besluitvorming als bedoeld in artikel 6:12 lid 1 en 2, bij een
                                besluit als bedoeld in artikel 3.10, vierde lid Wro
                                (projectbesluit), te delegeren aan burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="4."><al>aan de delegatie de voorwaarde te verbinden dat het college de
                                commissie Stadsontwikkeling per kwartaal informeert over de
                                toepassing van het delegatiebesluit; </al></li><li nr="5."><al>het delegatiebesluit na 1 jaar te evalueren; </al><al/></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 23 september 2008 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Agendanr. : 20 </al><al>Voorstelnr. : RB.2008086 </al><al/><al>Onderwerp : Delegatiebesluit projectbesluiten </al><al/><al>Aan de Raad, </al><al/><al>Heerhugowaard, 12 augustus 2008 </al><al/><al><onderstreept>Beknopt voorstel </onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>de besluitvorming om medewerking te verlenen middels een projectbesluit
                            als bedoeld in artikel 3:10 Wro te delegeren aan het college van
                            burgemeester en wethouders, tenzij er sprake is van een gevoelige en/of
                            grootschalige voorziening danwel een speerpunt van beleid als bedoeld in
                            dit raadsbesluit; </al></li><li nr="2."><al>de weigering om medewerking middels een projectbesluit als bedoeld in
                            artikel 3:10 Wro te delegeren aan het college van burgemeester en
                            wethouders; </al></li><li nr="3."><al>de besluitvorming als bedoeld in artikel 6:12 lid 1 en 2, bij een
                            besluit als bedoeld in artikel 3.10, vierde lid Wro (projectbesluit), te
                            delegeren aan burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="4."><al>aan de delegatie de voorwaarde te verbinden dat het college de commissie
                            Stadsontwikkeling per kwartaal informeert over de toepassing van het
                            delegatiebesluit; </al></li><li nr="5."><al>het delegatiebesluit na 1 jaar te evalueren; </al></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al>Op 1 juli 2008 treedt een nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening in werking. De wet
                    kent een aantal nieuwe ruimtelijke besluiten en brengt wijzigingen aan in de
                    bestaande instrumenten. Zo worden de mogelijkheden om incidenteel af te kunnen
                    wijken van het bestemmingsplan ingrijpend gewijzigd. </al><al><vet>Huidige systematiek</vet></al><al>De huidige mogelijkheid om incidenteel af te wijken van het bestemmingsplan is
                    opgenomen in artikel 19 van de WRO. Er kan op basis van dit artikel vrijstelling
                    verleend worden. Deze vrijstellingsmogelijkheid is opgesplitst in drie
                    categorieën. Artikel 19 lid 3 WRO bevat de basis voor een aantal gevallen
                    waarbij de besluitvorming rechtstreeks door de wetgever is toegewezen aan ons
                    college. Artikel 19 lid 2 WRO bevat de mogelijkheid voor Gedeputeerde Staten om
                    de besluitvorming voor een aantal gevallen toe te wijzen aan ons college. Voor
                    alle overige gevallen geldt artikel 19 lid 1 WRO. In beginsel is de gemeenteraad
                    dan bevoegd, maar u kunt dit delegeren. </al><al><vet>Nieuwe systematiek </vet></al><al>Het afwijken van het bestemmingsplan is op basis van de nieuwe wet uitsluitend
                    mogelijk op basis van een ontheffingsmogelijkheid op basis van de wet of op
                    basis van een projectbesluit. Het onderscheid tussen artikel 19 lid 1 en 2 is
                    opgeheven. Dit heeft tot gevolg dat uw gemeenteraad het bevoegd orgaan is bij
                    bouwwerken met een geringe ruimtelijke impact, zoals bijvoorbeeld uitbouwen en
                    garages met een hoogte van meer dan 5,0 meter. </al><al><vet>Knelpunt bij de nieuwe systematiek</vet></al><al>Om te voorkomen dat de raadsagenda volstroomt en aanvragers lang moeten wachten
                    op besluitvorming stellen wij voor om een delegatiebesluit te nemen en de
                    besluitvorming ons college te delegeren. </al><al><vet>Wenselijkheid projectbesluiten </vet></al><al>Hoewel het verstandig is om een delegatiebesluit te nemen, dient er ook
                    stilgestaan te worden bij de vraag of het wel wenselijk is om veel met
                    projectbesluiten te werken. Er zijn immers ook andere mogelijkheden, zoals
                    postzegelbestemmingsplannen. Deze vraag is relevant omdat het projectbesluit van
                    de nodige procedurele eisen en voorwaarden is voorzien. </al><al>Het projectbesluit moet gevolgd worden door een bestemmingsplan of
                    beheersverordening waar het projectgebied in is opgenomen. Dat betekent een
                    dubbele procedure. Ook moet het ontwerpbesluit naar diverse instanties worden
                    verzonden. Niet alleen moet er meer werk worden verricht, er zijn ook meer
                    kosten mee gemoeid. Alleen al de kosten voor de advertenties in de Staatscourant
                    (2x voor het projectbesluit, 2x voor het bestemmingsplan dat er op volgt) zijn
                    behoorlijk hoog. De uitgestelde legesinvordering werkt ook kostenverhogend
                    doordat de administratie moet worden bijgehouden van uitgestelde leges en kosten
                    door renteverlies, wat in ontwikkelingsgebieden bij andere met name grote(re)
                    ontwikkelingen leiden tot een aanzienlijke inkomstenderving. De uitgestelde
                    leges betekent ook een risico: de rechtspersoon van de initiatiefnemer kan
                    failliet gegaan zijn of niet willen betalen of de speciaal voor het project
                    opgerichte rechtspersoon (bijv. een ontwikkelingsmaatschappij) kan worden
                    opgeheven. Uit bovenstaande moet geconcludeerd worden dat het projectbesluit in
                    vergelijking met een directe herziening van het bestemmingsplan een onhandig
                    instrument is dat veel kosten en administratie met zich meebrengt. </al><al>Wij zijn er dan ook voorstander van om voor projecten met enige omvang primair
                    te kiezen voor het verlenen van medewerking middels het opstellen van een
                    (postzegel)bestemmingsplan. Pas als er een bewuste reden is om hiervan af te
                    wijken wordt medewerking verleend middels een projectbesluit. Dat kan gaan om
                    zeer kleine gevallen, zeer spoedeisende gevallen of als er bijvoorbeeld een
                    bestemmingsplan is waarvan een klein deel nog aangevochten wordt en waardoor de
                    ontwikkeling van de overige gebieden, die niet ter discussie staan, grote
                    vertraging dreigen op te lopen. Er kan dus, ondanks de wens om zoveel mogelijk
                    te werken met bestemmingsplannen alsnog een reden zijn om te kiezen voor een
                    projectbesluit. Voor dergelijke gevallen is het verstandig om te delegeren. </al><al><vet>Algemene insteek delegatiebesluit </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Hoofdregel is dat medewerking wordt verleend middels een
                            bestemmingsplan. </al></li><li nr="2."><al>Daarvan kan in voorkomende gevallen worden afgeweken door medewerking te
                            verlenen middels een projectbesluit. Om te voorkomen dat er onnodige
                            lange besluitvormingstrajecten ontstaan wordt voorgesteld om de
                            besluitvorming omtrent projectbesluiten te delegeren aan ons college
                            tenzij er sprake is van: </al><al>a.<cursief>Afwijking van de speerpunten van beleid uit het
                                structuurbeeld </cursief></al></li></lijst><al>In het structuurbeeld zijn de drie gebieden die specifiek zijn aangeduid als
                    speerpunt. Deze gebieden vragen om bijzondere aandacht. Het gaat om het
                    landelijk gebied, de bestaande stad en de Broekhornpolder. Bestaat de wens om
                    medewerking te verlenen aan een project dat op onderdelen afwijkt van dit door
                    de gemeenteraad vastgestelde kaderstellend ruimtelijk beleid, dan is de
                    gemeenteraad ook in eerste instantie degene die een besluit dient te nemen over
                    het project dat daar op onderdelen van afwijkt. Dit om te voorkomen dat door de
                    afwijking de oorspronkelijke beleidsdoelen worden doorkruist. Er kan natuurlijk
                    altijd per specifiek geval voorgesteld worden om, indien de gemeenteraad
                    medewerking wenst te verlenen, de verdere besluitvorming te delegeren. </al><al>b.<cursief>Grootschalige projecten </cursief></al><al>Initiatieven van een zodanige omvang dat een besluit van de gemeenteraad op zijn
                    plaats is. Daarbij wordt rekening gehouden met de relatie met de omgeving.
                    Daarbij is rekening gehouden met de relatie met de omgeving. Indien er sprake is
                    van een onbebouwde omgeving, zoals bij het buitengebied, dan is er eerder sprake
                    van een grootschalig project. </al><al>c.<cursief>Gevoelige projecten. </cursief></al><al>Initiatieven met een sterk merkbare gevolgen voor de omgeving, door bijvoorbeeld
                    licht, geluid, stankoverlast, externe veiligheid of als het gaat om
                    voorzieningen met een grote parkeerbehoefte. Bij dergelijke projecten moet
                    gedacht worden aan: </al><lijst><li nr="·"><al>grote windturbines van bijvoorbeeld 40 meter of hoger (vanwege
                            geluid/slagschaduw/zicht) </al></li><li nr="·"><al>vestiging van bedrijven die onder het Besluit Externe Veiligheid vallen
                        </al></li><li nr="·"><al>grote winkelvoorzieningen (vanwege de parkeerbehoefte) </al></li></lijst><al>Om onduidelijkheid te voorkomen zijn de grootschalige en gevoelige projecten
                    nader uitgewerkt. </al><lijst><li nr="3."><al>Als een project past binnen een (ontwerp)bestemmingsplan, dat minimaal
                            voor de inspraak ter visie is gelegd, of vastgestelde structuurvisie,
                            dan is de besluitvorming in verband met een projectbesluit per definitie
                            gedelegeerd, ook als er sprake is van een gevoelig of grootschalig
                            project. Het gaat dan immers om de uitvoering van reeds genomen
                            (raads)besluiten. </al></li><li nr="4."><al>De bovengenoemde wijze van delegeren komt overeen met de wijze waarop
                            Gedeputeerde Staten op dit moment de categorieën van gevallen heeft
                            bepaald waarvoor vrijstelling ex artikel 19 lid 2 WRO verleend kan
                            worden. Als gekozen wordt voor de omgekeerde variant (vastleggen wat wel
                            gedelegeerd wordt waarbij alle overige gevallen bij de gemeenteraad
                            blijven), dan is de kans groot voordeel dat kleinere gevallen die niet
                            voorzien zijn, onbedoeld alsnog de langere weg naar de gemeenteraad
                            moeten bewandelen. </al></li><li nr="5."><al>Er wordt rekening gehouden met monitoring en evaluatie. Per kwartaal
                            wordt er een lijst met de genomen projectbesluiten ter kennisname
                            aangeboden aan de commissie SO, na 1 jaar wordt het delegatiebesluit
                            geëvalueerd. </al></li></lijst><al/><al><vet>Gevoelige en/of grootschalige voorzieningen </vet></al><al/><al><cursief>Structuurbeeld Heerhugowaard 20052015 </cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Projecten waaraan medewerking wordt verleend die in strijd zijn met het
                            in het structuurbeeld opgenomen beleid ten aanzien van het landelijk
                            gebied, de bestaande stad en de Broekhornpolder worden gezien als
                            gevoelig. </al></li><li nr="-"><al>Als het project in strijd is met het beleid uit het structuurbeeld, maar
                            in overeenstemming is met een recenter ruimtelijk besluit, dan is het
                            geen gevoelig of grootschalig project. </al><al/></li></lijst><al><cursief>Wonen </cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Ontwikkeling van woningbouw binnen de bebouwde kom wordt gezien als
                            grootschalig indien er meer dan 10 nieuwe woningen worden gerealiseerd.
                        </al></li><li nr="-"><al>Herontwikkeling van woningbouw binnen de bebouwde kom wordt gezien als
                            grootschalig indien er meer dan 10 extra woningen worden gerealiseerd of
                            als er meer dan 20 bestaande woningen bij het project betrokken zijn.
                        </al></li><li nr="-"><al>Een ontwikkeling buiten de bebouwde kom wordt gezien als grootschalig
                            indien er 2 of meer woningen worden toegevoegd. </al><al/></li></lijst><al><cursief>Werken (bedrijven/winkels/maatschappelijke/recreatieve voorzieningen)
                    </cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Nieuwe projecten worden als grootschalig gezien indien het
                            brutovloeroppervlak meer dan 2.000 m2 bedraagt of het benodigde perceel
                            groter is dan 5.000 m2. </al></li><li nr="-"><al>Herontwikkeling waarbij het gebruik wijzigt indien het bestaande
                            brutovloeroppervlak meer dan 2.000 m2 bedraagt of het bestaande perceel
                            groter is dan 5.000m2. </al></li><li nr="-"><al>Herontwikkeling waarbij het gebruik gelijk blijft wordt beschouwd als
                            grootschalig indien het bruto vloeroppervlak met meer dan 2.000 m2
                            toeneemt of het perceel vergroot wordt met meer dan 5.000m2. </al></li><li nr="-"><al>(Her)ontwikkeling van nietagrarische bedrijvigheid buiten de bebouwde
                            kom wordt gezien als gevoelig indien het brutovloeroppervlak meer dan
                            500 m2 bedraagt of met 500 m2 toeneemt. </al></li><li nr="-"><al>Nieuwe of bestaande agrarische bedrijvigheid buiten de bebouwde kom
                            wordt gezien als gevoelig indien deze niet binnen de bestaande
                            wijzigingsbevoegdheid van het vigerende bestemmingsplan past. </al><al/></li></lijst><al><cursief>Verkeer </cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Ingrepen in de hoofdwegenstructuur indien deze in strijd zijn met de
                            beleidsvisie “hoofdwegenstructuur Heerhugowaard herzien”. </al></li><li nr="-"><al>De aanleg van nieuwe en wijziging van bestaande stroomwegen en aanleg
                            van nieuwe gebiedsontsluitingswegen (wegen met een maximale snelheid van
                            50km/u of meer). </al><al/></li></lijst><al><cursief>Groen, water, (cultuur)landschap </cursief></al><al>-Projecten die veranderingen tot gevolg hebben in de Provinciale Ecologische
                    Hoofdstructuur en het Waarderhout (de belangrijke onderdelen van de groene en
                    blauwe loper) worden gezien als gevoelige projecten. </al><al/><al><cursief>Milieu </cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Projecten met sterke milieugevolgen voor de omgeving op het gebied van
                            geluid (inrichtingen die vallen onder artikel 2.4 van het IVB) worden
                            gezien als gevoelig. </al></li><li nr="-"><al>Projecten die de nieuwvestiging inhouden van een voorziening die onder
                            het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen valt, wordt gezien als
                            gevoelig. </al></li><li nr="-"><al>Het aanbrengen van grote windmolens (masten van 40 meter hoog of hoger)
                            worden vanwege de effecten van onder andere slagschaduw en geluid gezien
                            als gevoelig project. </al><al/></li></lijst><al><cursief>Gebruikswijziging buiten de bebouwde kom </cursief></al><al>-Overige wijzigingen van het gebruik van bouwwerken of gronden buiten de
                    bebouwde kom (al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten), voor
                    zover niet genoemd in de bovenstaande punten, worden gezien als
                    gevoelig/grootschalig: </al><lijst><li nr="·"><al>indien het brutooppervlakte groter is dan 1500 m2, </al></li><li nr="·"><al>indien het aantal woningen met meer dan 2 toeneemt, </al><al/></li></lijst><al><cursief>Uitzondering voor geringe uitbreidingen van bestaande voorzieningen
                    </cursief></al><al>-Projecten zijn niet gevoelig of grootschalig indien het project wat gebruik
                    betreft voorzien is in het geldende bestemmingsplan, maar er slechts sprake is
                    van een beperkte mate van overschrijding van de maximale bouwmogelijkheden.
                    Daarbij dient bijvoorbeeld gedacht te worden aan (geringe) overschrijdingen van
                    de rooilijn, overschrijdingen van het bouwvlak, bouwhoogte, maximale volume,
                    dakhellingen en dergelijke. </al><al/><al><vet>Korte toelichting gevoelige en/of grootschalige voorzieningen </vet></al><al><cursief>Wonen</cursief></al><al>In verband met de toenemende schaalvergroting in de landbouw wordt regelmatig
                    verzocht om bestaande stolpboerderijen te kunnen splitsen. Bij een dergelijke
                    splitsing is er sprake van het toevoegen van één woning in het buitengebied. Een
                    dergelijke ingreep wordt op basis van het delegatiebesluit niet gezien als
                    grootschalig of gevoelig. </al><al><cursief>Verkeer </cursief></al><al>Verkeer en de daarmee gepaard gaande uitstraling is vaak onderwerp van
                    discussie. Dat wil echter niet zeggen dat er sprake is van een grootschalig of
                    gevoelig project. In het kader van dit delegatiebesluit zijn alleen de aanleg of
                    wijziging van de grotere wegen en (hoofd)wegenstructuur grootschalig en/of
                    gevoelig. De aanleg van nieuwe of wijziging van bestaande erftoegangswegen (30
                    km/uregime) en de wijziging van bestaande gebiedsontsluitingswegen worden niet
                    gezien als grootschalig of gevoelig. </al><al><cursief>Groen, water, (cultuur)landschap </cursief></al><al>Water vormt een belangrijke onderlegger voor andere ruimtelijke ingrepen, maar
                    er wordt zelden of nooit een project ingediend die uitsluitend gericht zijn op
                    wateraspecten. Projecten met uitsluitend gevolgen voor de waterhuishouding
                    worden niet gezien als grootschalig of gevoelig. Ten aanzien van archeologische
                    waarden, monumenten en andere cultuurhistorische waarden is van belang dat deze
                    waarden in het verleden niet een zodanige rol hebben gespeeld dat er door de
                    aanwezigheid sprake is geweest van grootschalige of gevoelige projecten. Er is
                    dan ook voor gekozen om geen speerpunten op dit punt te benoemen. </al><al><cursief>Milieu </cursief></al><al>Ten aanzien van bedrijven met gevolgen voor externe veiligheid is van belang wat
                    onder nieuwvestiging wordt verstaan. Het gaat uitsluitend om die gevallen
                    waarbij er voor het eerst een ruimtelijke afweging gemaakt moet worden in
                    verband met het BEVI. Projecten zijn gevoelig als het gaat om een nieuw bedrijf
                    dat zich vestigt, een bestaand bedrijf dat zodanig uitbreid of wijzigt dat het
                    bedrijf onder het BEVI komt te vallen, of bedrijven die door een aanpassing van
                    het BEVI onder de werking van dit besluit komen te vallen. </al><al>Indien een ander project gerealiseerd wordt binnen de groepsrisicocontour van
                    een bedrijf is er geen sprake van een gevoeligproject. Ook indien er sprake is
                    van wijziging/uitbreiding van bestaande bedrijvigheid, die al onder het BEVI
                    valt, is er geen sprake van een gevoelig project. </al><al/><al><vet>Delegatie van weigeringsbesluiten </vet></al><al>In de woningwet wordt vastgelegd dat aanvragen bouwvergunning die niet passen in
                    een bestemmingsplan, automatisch moeten worden opgevat als een verzoek om
                    ontheffing danwel het nemen van een delegatiebesluit. </al><al/><al>Dat kan betekenen dat als een verzoek wordt ingediend dat evident niet binnen
                    het beleid van de gemeente past, weigering uitsluitend mogelijk is indien de
                    gemeenteraad een besluit neemt. Om dit te voorkomen is delegatie van het besluit
                    om geen medewerking te verlenen middels een projectbesluit noodzakelijk. </al><al/><al>Delegatie van kostenverhaal bij projectbesluiten </al><al>Tenslotte is onder punt 3 nog een specifieke delegatie opgenomen. Het gaat om de
                    delegatie van de besluitvorming omtrent kostenverhaal (via een exploitatieplan
                    of via een overeenkomst) bij het verlenen van medewerking middels een
                    projectbesluit. </al><al/><al>De wetgever heeft het instrumentarium van kostenverhaal gekoppeld aan de
                    ruimtelijke besluitvorming. In het kader van bestemmingsplannen dient de raad
                    over het kostenverhaal te besluiten omdat dit samenhangt met het
                    bestemmingsplan, en de besluitvorming omtrent bestemmingsplannen is niet
                    delegeerbaar. Dat is echter niet het geval bij projectbesluiten. Omdat deze
                    besluitvorming te delegeren is, is ook de besluitvorming rond het kostenverhaal
                    te delegeren. </al><al/><al>In de huidige bestendige praktijk wordt het kostenverhaal door ons college
                    afgehandeld op basis van de door de raad vastgestelde kaders. Wij zien geen
                    aanleiding om op dit punt wijzigingen aan te brengen. Er wordt dan ook
                    voorgesteld om de besluitvorming omtrent kostenverhaal bij projectbesluiten te
                    delegeren aan ons college, ongeacht de vraag of er sprake is van een
                    grootschalig of gevoelig project. </al><al/><al>Burgemeester en wethouders van Heerhugowaard, </al><al>De secretaris, de burgemeester, </al><al/><al>Advies commissie </al><al>Bespreekstuk</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>