<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR79674_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaatsen Barneveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Barneveldse Krant, 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaatsen Barneveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging">Wet op de lijkbezorging </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artikelen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr 07-97b</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Voorwaarden voor het plaatsen van voorwerpen op algemene begraafplaatsen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaatsen Barneveld</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>vast te stellen de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen
                        Barneveld</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaats: gemeentelijke begraafplaatsen De Plantage te
                                    Barneveld, Diepenbosch te Voorthuizen, Kootwijk, Veluwegaard te
                                    Kootwijkerbroek en Westerveld te Terschuur.</al></li><li nr="b."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    begraven en begraven houden van één, twee of drie stoffelijke
                                    overschotten;</al></li><li nr="c."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke
                                    overschotten;</al></li><li nr="d."><al>particuliere urnenruimte: een ruimte waarvoor aan een natuurlijk
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet houden van één of twee asbussen;</al></li><li nr="e."><al>asbus/ urn: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="f."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="g."><al>bedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf of
                                    naamplaatje/ zwerfkei op een urnenruimte;</al></li><li nr="h."><al>beheerder: de beleidsmedewerker begraafplaatsen van de gemeente
                                    Barneveld, afdeling BOR (Beheer Openbare Ruimte) of de degene
                                    die hem vervangt;</al></li><li nr="i."><al>rechthebbende: hij of zij, die mag bepalen wie er in het
                                    particuliere graf wordt begraven en zorg draagt voor het
                                    onderhoud;</al></li><li nr="j."><al>belanghebbende of contact persoon: hij of zij, die belang heeft
                                    bij een particulier graf maar geen rechthebbende is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Openstelling Gemeentelijke Begraafplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De begraafplaatsen zijn dagelijks toegankelijk voor bezoekers
                                    gedurende een half uur voor zonsopgang tot een half uur na
                                    zonsondergang.</al></li><li nr="2."><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kan de
                                    toegang tijdelijk worden gesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet
                                    voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders
                                    dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van
                                    as.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Ordemaatregelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen
                                    personen verboden, anders dan met toestemming van het college,
                                    werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de
                                    begraafplaatsen te verrichten.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op de begraafplaatsen: </al><lijst><li nr="a."><al>met motorvoertuigen te rijden. Het vervoer van
                                            materialen kan in overleg met en ter beoordeling van de
                                            beheerder plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>te fietsen;</al></li><li nr="c."><al>loslopende honden mee te voeren;</al></li><li nr="d."><al>op de graven te lopen of de begraafplaatsen te
                                            verontreinigen;</al></li><li nr="e."><al>te gaan zitten anders dan op de daarvoor aangebrachte
                                            banken;</al></li><li nr="f."><al>reclame te maken voor handel of bedrijf, of artikelen
                                            ter verkoop aan te bieden. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod genoemd in de
                                    aanhef en onder a en b. van het tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen,
                                    genoemd in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van
                                    de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de
                                    beheerder.</al></li><li nr="5."><al>Degenen, die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde
                                    aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de
                                    beheerder zich van de begraafplaats verwijderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Opgravingen en ruimingen</titel></kop><al>Het opgraven van stoffelijke overschotten, het ruimen van graven en
                            urnenruimten is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen
                            aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 VOORSCHRIFTEN VOOR LIJK- EN ASBEZORGING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten
                                van het graf of urnenruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene, die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of
                                    as wil doen verstrooien geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van
                                    de werkdag voorafgaande aan die waarop de begrafenis of
                                    bijzetting zal plaatsvinden kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                    geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.
                                    Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het
                                    stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven
                                    moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden
                                    gedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het openen van een graf ter begraving van een stoffelijk
                                    overschot of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van
                                    een graf of urnenruimte, alsmede het bedienen van de
                                    hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van
                                    de begraafplaats en - indien hiertoe aanleiding is - op
                                    aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden
                                    kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van het personeel van
                                    de begraafplaats geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien
                                    zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande
                                    werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar
                                    hebben gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze
                                    bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de
                                    aanwijzingen van het personeel van de begraafplaat- sen op te
                                    volgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Over te leggen stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Begraving mag slechts plaatsvinden indien van tevoren het bewijs
                                    "verlof tot begraven" en een document waarop het
                                    identiteitskenmerk met naam, overlijdens- en geboortedatum van
                                    de overledene is vermeld, is afgegeven aan de beheerder van de
                                    begraafplaats.</al></li><li nr="2."><al>Indien de begraving/ plaatsing van een asbus in een particulier
                                    graf of urnenruimte of de verstrooiing van as op een
                                    verstrooiingsplaats zal plaatsvinden, dient van te voren
                                    een</al></li><li nr="verklaring"><al>van het crematorium aan de beheerder te worden overgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Indien de begraving van een stoffelijk overschot in een
                                    particulier graf of plaatsing van</al></li><li nr="een"><al>urn in een urnenruimte zal plaatsvinden, dat niet op naam staat
                                    van de overledene of degene die in de uitvaart/bijzetting
                                    voorziet, dient een schriftelijke of mondelinge verklaring van
                                    instemming van de rechthebbende van het graf aan de beheerder of
                                    uitvaartverzorger te worden (door)gegeven.</al></li><li nr="4."><al>Begraving in een particulier graf of bijzetting in een
                                    urnenruimte, waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke
                                    termijn van tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder
                                    gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met minimaal
                                    tien jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Tijden van begraving en asbezorging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: maandag tot en
                                    met zaterdag van 10.00 uur tot 15.00 uur</al></li><li nr="2."><al>Tijdens algemene feestdagen als bedoeld in artikel 3 van de
                                    Algemene termijnenwet kan alleen na goedkeuring van de beheerder
                                    worden begraven of as bezorgd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                    afwijken.</al></li><li nr="4."><al>Bij de beheerder wordt een begrafenistijd vastgelegd. Bij
                                    overschrijding van meer dan een kwartier van de afgesproken tijd
                                    wordt een extra recht geheven.</al></li><li nr="5."><al>Op de zaterdag en algemene feestdagen wordt een extra recht
                                    geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Gebruik van kisten en lijkhoezen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>a. Op grond van het Besluit op de lijkbezorging 2013 dient een
                                    kist of ander omhulsel vervaardigd te zijn van biologisch
                                    afbreekbare materialen</al></li><li nr=""><al>b. Op grond van het Besluit op de lijkbezorging 2013 dient een
                                    lijkhoes vervaardigd te zijn van biologisch afbreekbare
                                    materialen. Hiervoor zijn aanvullende bepalingen opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of
                                    objecten bij te sluiten die niet tot de kist of het stoffelijk
                                    overschot behoren, anders dan kleine verteerbare
                                    grafgiften.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN EN
                            URNENRUIMTEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 Indeling graven en urnenruimten</titel></kop><al>1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven door de
                            beheerder:</al><al>a. particuliere graven voor onbepaalde tijd</al><al>b. particuliere graven voor een periode van 30 jaar</al><al>c. particuliere graven voor een periode van 15 jaar</al><al>d. algemene graven</al><al>e. particuliere kindergraven</al><al>f. algemene kindergraven</al><al>g. particuliere urnenruimten in de urnenmuur op begraafplaats Barneveld
                            of particuliere</al><al>urnengraven in de urnenheuvel op begraafplaats Voorthuizen voor een
                            periode van 20</al><al>jaar.</al><al>2. Op de begraafplaats Kootwijk, in het Oosterbos te Barneveld en in het
                            Johannabos te Voorthuizen zijn aangewezen plaatsen voor het verstrooien
                            van as.</al><al>3. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
                            stoffelijke overschotten en</al><al>hoeveel asbussen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven of
                            urnenruimten. Zij</al><al>bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere
                            graven en urnenruimten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Uitgifte van graven en urnenruimten</titel></kop><al>1. De graven en urnenruimten worden slechts voor directe begraving/
                            bijzetting en in volgorde van ligging uitgegeven. Een uitzondering
                            hierop wordt gemaakt voor de graven uitgegeven voor onbepaalde tijd.
                            Deze graven kunnen vooraf gekocht worden echter wel in volgorde van
                            ligging.</al><al>2. In afwijking van het eerste lid kan het college bij een bijzonder
                            omstandigheid een particulier graf of urnenruimte toewijzen anders dan
                            voor directe begraving/ bijzetting en buiten de volgorde van
                            uitgifte.</al><al>3. Op de begraafplaats Kootwijk worden de nieuwe graven slechts
                            uitgegeven voor het begraven van personen die in de Basisregistratie
                            personen van Barneveld onder Kootwijk zijn ingeschreven/ ingeschreven
                            hebben gestaan of voor personen die naar het oordeel van het college
                            voor Kootwijk van betekenis zijn geweest.</al><al>4. Op de nieuw uit te geven graven wordt door de beheerder een bordje
                            met de naamgegevens</al><al>van de overledene geplaatst. Betreffend bordje blijft gedurende maximaal
                            één jaar na de</al><al>datum van begraven voor het graf staan, waarna dit weer door de
                            beheerder wordt</al><al>verwijderd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Maatvoering</titel></kop><al>1. De grafruimte heeft een lengte van 2 meter en een breedte van 1
                            meter. Voor de kindergraven is dit een lengte van 1.40 meter en een
                            breedte van 70 cm.</al><al>2. Bij algemene graven bestemd voor het begraven van stoffelijke
                            overschotten van kinderen jonger dan de leeftijd van 13 jaar, wordt de
                            vereiste grootte van de grafruimten naar omstandigheden door de
                            beheerder bepaald.</al><al>3 Een urnenruimte is bestemd voor de plaatsing van één of twee asbussen.
                            De afmeting van de</al><al>urnenruimten in de urnenmuur is 32 cm x 32 cm, de diepte is 30 cm en van
                            de urnenruimten/</al><al>graven in de urnenheuvel is 34 cm x 34 cm, de diepte is 25 cm.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Particuliere graven, kindergraven en
                                urnenruimten</titel></kop><al>1. Het college verleent het uitsluitend recht op een particulier graf of
                            urnenruimte:</al><al>a. voor onbepaalde tijd;</al><al>b. voor een termijn van dertig jaar;</al><al>c. voor een termijn van veertig jaar (alleenstaanden);</al><al>d. voor een termijn van twintig jaar (kindergraven en
                            urnenruimten).</al><al>2. De termijn begint op de datum waarop het graf of urnenruimte wordt
                            uitgegeven.</al><al>3. Het in het eerste lid (onder b,c en d) van dit artikel bedoelde recht
                            wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met telkens een termijn
                            van vijf, tien, vijftien of twintig jaar, mits de aanvraag vóór het
                            verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.</al><al>Ook kan tussentijdse verlenging plaatsvinden met maximaal twintig jaar
                            bij het overlijden van de laatste ouder.</al><al>4. Een recht als in dit artikel genoemd, kan slechts aan één
                            rechthebbende worden verleend.</al><al>Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk
                            indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al><al>5. De rechthebbende is verplicht om adreswijzigingen aan de beheerder
                            door te geven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Algemene graven</titel></kop><al>In de algemene graven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen
                            aantal stoffelijke overschotten worden begraven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Algemene kindergraven</titel></kop><al>1. Algemene kindergraven worden bestemd voor de begravingen van
                            stoffelijke overschotten van kinderen tot de leeftijd van 13 jaar.</al><al>2. Het college bepaalt hoeveel stoffelijke overschotten in een
                            kindergraf worden begraven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><al>1. Het recht op een particulier graf cq. kindergraf of urnenruimte kan
                            op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de
                            echtgeno(o)te of levenspartner, de vader of de moeder dan wel een
                            bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op
                            aanvraag van de rechthebbende ten name van een ander dan de
                            vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige
                            redenen bestaan.</al><al>2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het particuliere graf of
                            urnenruimte worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of
                            levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde
                            graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen twee jaren na het
                            overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander
                            dan in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien
                            daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al><al>3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                            overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen
                            de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, kan burgemeester
                            en wethouders het grafrecht op een eigen graf laten vervallen.</al><al>4. Indien de rechthebbende van een graf of urnenruimte zijn
                            adreswijzigingen niet heeft</al><al>doorgegeven (artikel 12, lid 5) waardoor de adresgegevens in de
                            administratie niet bekend</al><al>zijn en het adres niet te achterhalen is, kan het grafrecht door
                            burgemeester en wethouders</al><al>worden opgeheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Afstand doen van graven en urnenruimte</titel></kop><al>1. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk</al><al>afstand doen ten behoeve van het recht op het particulier graf of
                            urnenruimte. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester
                            en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.</al><al>2. Wordt tot verlenging van de rechten niet overgegaan dan wordt na een
                            schriftelijke</al><al>verklaring van de rechthebbende alle voorwerpen die zich op het graf of
                            urnenruimte</al><al>bevinden door het personeel van de begraafplaats verwijderd en
                            vernietigd.</al><al>3. Reageert de rechthebbende van een graf of urnenruimte -bij het
                            verstrijken van de</al><al>graftermijn- niet op de aanschrijving van de mogelijkheid tot verlenging
                            van de grafrechten</al><al>en daarna nogmaals op een toegestuurde herinnering dan vervalt het
                            grafrecht en worden de</al><al>voorwerpen die zich op het graf bevinden ambtshalve door het personeel
                            van de</al><al>begraafplaats verwijderd.</al><al>4. De rechthebbende van het graf of urnenruimte is verantwoordelijk om
                            de door het college</al><al>gedane aanschrijving en eventuele herinnering van de mogelijkheid tot
                            verlenging van</al><al>grafrechten aan de overige familieleden bekend te maken.</al><al>5. De familieleden kunnen bij het in gebreke blijven hiervan,
                            burgemeester en wethouders</al><al>hiervoor niet aansprakelijk stellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5 GRAFBEDEKKINGEN/ NAAMPLAATJE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17 Vergunning en bepaling eigendomsrecht grafbedekkingen/
                                naamplaatje</titel></kop><al>1. Rechthebbenden van particuliere graven mogen een grafbedekking,
                            gedenkteken</al><al>aanbrengen. Voor algemene graven en urnenruimten in de urnenmuur is een
                            naamplaatje</al><al>toegestaan met een vaste afmeting en opstelling, genoemd in de regeling
                            onder lid 3 van dit</al><al>artikel. Op de urnengraven in de urnenheuvel is slechts het plaatsen van
                            een zwerfkei</al><al>mogelijk.</al><al>2. Voor het hebben van een grafbedekking, gedenkteken, grafmonument en
                            naamplaatje is de schriftelijke vergunning nodig van burgemeester en
                            wethouders.</al><al>3. Een aanvraag hiervoor dient te worden ingediend onder overlegging van
                            een tekening met een opgave van de afmetingen en vermelding van het te
                            gebruiken materiaal. De aanvraag wordt getoetst aan de door burgemeester
                            en wethouders vastgestelde verordening "Voorwaarden voor het plaatsen
                            van voorwerpen op gemeentelijke begraafplaatsen”.</al><al>4. Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><al>a. niet voldaan wordt aan de in het derde lid gestelde regels;</al><al>b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                            begraafplaats;</al><al>c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al><al>d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al><al>5. Bij plaatsing van het gedenkteken is grafnummer in het monument
                            gegraveerd. Een vaste plaats is hiervoor aangewezen. In eerste instantie
                            aan de linkerkant van de voorband van het voetstuk en indien dit niet
                            mogelijk is linksonder op de staande steen.</al><al>Het college kan in bijzondere gevallen hiervan afwijken.</al><al>6. Gedenktekenen of beplantingen worden geacht voor rekening en risico
                            van de rechthebbende van particuliere graven, urnenruimten of
                            belanghebbende van ruimten in algemene graven te zijn aangebracht.
                            Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast en andere
                            van buitenkomende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en
                            terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting of
                            opgraving en eventuele gevolgschade voor derden, is voor risico en
                            rekening van de rechthebbende/ belanghebbende.</al><al>7. Rechthebbenden van particuliere graven, urnenruimten en
                            belanghebbenden van ruimten in</al><al>algemene graven zijn verplicht de – door welke omstandigheden ook – aan
                            een gedenkteken</al><al>of beplanting toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen,
                            indien de</al><al>beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van burgemeester en
                            wethouders het</al><al>uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.</al><al>8. Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel
                            of vernieuwing heeft plaatsgevonden, zijn burgemeester en wethouders
                            bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of
                            beplanting over te gaan, voor rekening van de rechthebbende of
                            belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Beplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplantingen op een graf of urnenruimte, die in een
                            verwaarloosde staat verkeren, kunnen door de beheerder worden verwijderd
                            zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse
                            bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt
                            zijn, door de beheerder van de begraafplaats worden verwijderd. Linten,
                            siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter
                            beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren
                            een mondelinge of schriftelijke aanvraag heeft ingediend bij de
                            beheerder.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Verwijdering grafbedekking/ naamplaatje</titel></kop><al>1. De grafbedekking of naamplaatje op de urnenruimte kan na het
                            verstrijken van de termijn door het college worden verwijderd.</al><al>2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking/ naamplaatje
                            wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop
                            de grafbedekking/ naamplaatje zal worden verwijderd op een op het te
                            ruimen graf/ urnenruimte te plaatsen bordje of als mededeling in het
                            publicatiebord door het college bekend gemaakt, tenzij het adres van de
                            rechthebbende c.q. contactpersoon bij burgemeester en wethouders bekend
                            is. In dat geval maken zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde
                            tijdstip per brief hun voornemen bekend.</al><al>3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college
                            ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking/ naamplaatje na
                            verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan
                            wie de vergunning als bedoeld in artikel 17 was verleend.</al><al>De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde
                            termijn.</al><al>4. De grafbedekking/ naamplaatje vervalt aan de gemeente indien:</al><al>a. geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn
                            waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken;</al><al>b. de grafbedekking/ naamplaatje niet binnen 12 weken, nadat deze van
                            het graf/ urnenruimte is verwijderd, is afgehaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Onderhoud door de rechthebbende</titel></kop><al>1. De rechthebbende is verplicht de bedekking en beplanting goed te
                            onderhouden of te herstellen.</al><al>2. Voor het onderhoud dient men gebruik te maken van milieu vriendelijke
                            middelen.</al><al>3. Indien de bedekking niet wordt onderhouden, kan het college de
                            verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring , die aan de
                            rechthebbende wordt toegezonden met de</al><al>mededeling om alsnog binnen één jaar in het onderhoud te voorzien.</al><al>4. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het derde lid, niet
                            bevestigd wordt, maakt de beheerder van de begraafplaats de verklaring
                            bekend bij het graf en in het publicatiebord bij de ingang van de
                            begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die
                            periode in het onderhoud is voorzien.</al><al>5. Indien toepassing is gegeven aan het derde en vierde lid en niet
                            alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien , vervalt het recht op
                            het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld
                            in het derde respectievelijke vierde lid, is verstreken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>1. De rechthebbende op een particulier graf voor een periode van dertig
                            jaar kan aan burgemeester en wethouders verzoeken het onderhoud door de
                            gemeente te laten verrichten.</al><al>2. Onder het in het eerste lid bedoelde door de gemeente te verrichten
                            onderhoud wordt verstaan:</al><al>a. het schoonhouden van het totale grafwerk m.u.v. de losse
                            voorwerpen;</al><al>b. het zo nodig schuren van het totale grafwerk;</al><al>c. het in ordelijke staat houden, snoeien en opbinden van
                            beplanting;</al><al>d. het wieden van onkruid;</al><al>e. het rechtleggen bij eventuele verzakking van het gedenkteken;</al><al>f. alle andere werkzaamheden welke geacht kunnen worden tot het normaal
                            onderhoud te behoren.</al><al>3. Onder onderhoud wordt niet verstaan herstel- of
                            vernieuwingswerkzaamheden, zoals timmer-, smeed-, metsel- of
                            steenhouwerswerk, alsmede de levering van de voor die werkzaamheden
                            benodigde materialen.</al><al>4. De graven uitgegeven voor onbepaalde tijd worden door de gemeente
                            onderhouden voor periode van 50 jaar waarna het onderhoud telkens met 10
                            jaar kan worden verlengd. Alle losse voorwerpen die eventueel op het
                            gedenkteken zijn of worden geplaatst vallen niet onder het onderhoud. De
                            urnenruimten in de urnenmuur en in de urnenheuvel worden door de
                            gemeente onderhoud voor een periode van 20 jaar waarna het onderhoud
                            telkens met 10 jaar kan worden verlengd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6 RUIMING VAN GRAVEN EN URNENNISSEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><al>1. Het voornemen van het college om een graf of urnenruimte te ruimen
                            wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop
                            het graf of urnenruimte geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf
                            of ruimte te plaatsen bordje of in het mededelingenbord ter kennis van
                            de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende c.q.
                            contactpersoon op het graf of urnenruimte aan hen bekend is. In dat
                            geval maken zij uiterlijk een jaar voor het bedoelde tijdstip per brief
                            hun voornemen bekend.</al><al>2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                            stoffelijke overschotten worden begraven en asbussen uit urnenruimten
                            verstrooid op het daartoe bestemd gedeelte van de gemeentelijke
                            begraafplaats te Kootwijk.</al><al>3. Nabestaanden van een overledene die op één van onze gemeente
                            begraafplaatsen begraven is kunnen gedurende de in het eerste lid
                            bedoelde termijn bij het college schriftelijk een aanvraag indienen om
                            bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen
                            voor herbegraving in een ander graf of te doen cremeren.</al><al>Nabestaanden van een overledene waarvan de asbus op één van onze
                            gemeente begraafplaatsen is bijgezet kunnen gedurende de in het eerste
                            lid bedoelde termijn bij het college schriftelijk een aanvraag indienen
                            om bij ruiming van de asbus, indien mogelijk, deze te doen begraven, te
                            plaatsen in een andere urnenruimte, de as te verstrooien of op een zelf
                            te bepalen plaats in eigen beheer te houden.</al><al>4. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                            aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer
                            in een grafruimte te doen begraven of te doen cremeren. Wanneer het hier
                            gaat om een bijgezette asbus in een urnenruimte kan de rechthebbende de
                            beheerder vragen deze ter beschikking te houden om elders te houden of
                            bij te zetten of te doen verstrooien.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 7 IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE
                            GRAFBEDEKKING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23 Lijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                    betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende
                                    kwaliteit heeft.</al></li><li nr="2."><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                    college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst
                                    te worden bijgeschreven.</al></li><li nr="3."><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                    verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid
                                    bedoelde lijst staan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 8 INRICHTING REGISTER</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt voorschriften vast voor het registreren van de
                                    begraven stoffelijke overschotten en de bezorgde as.</al></li><li nr="2."><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder van de
                                    begraafplaats of degene die hem vervangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25 Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De "Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaatsen Barneveld”,
                            vastgesteld 1 juli 2006 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Besluiten die genomen zijn krachtens de Beheersverordening
                                    Gemeentelijk Begraafplaatsen Barneveld uit 2006 gelden als
                                    besluiten genomen krachtens de nieuwe verordening.</al></li><li nr="2."><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend waarop
                                    nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
                                    toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen van deze verordening
                                    wordt gestraft met een geldboete.</al></li><li nr="2."><al>Overtredingen van de artikelen van deze verordening kan worden
                                    gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Aanhalingstitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als "Beheersverordening Gemeentelijke
                            Begraafplaatsen Barneveld"</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt op 1 januari 2014 in werking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2013, de raad
                        voornoemd, de griffier, de voorzitter</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>