<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR79649_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening regelende het marktwezen in de gemeente Loppersum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>1991-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149 en 151</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1991-03-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1991-03-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding is bij benadering, datum bekendmaking onbekend</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening regelende het marktwezen in de gemeente Loppersum</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 maart 1991; gelet
                        op artikel 149 en artikel 151 van de gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende:</al><al><vet>VERORDENING REGELENDE HET MARKTWEZEN </vet><vet>IN DE GEMEENTE
                        LOPPERSUM"</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>markt: </vet>de warenmarkt die wordt gehouden op vrijdag van
                                13.00 tot 18.00 uur (voor 17.00 uur niet inpakken);</al></li><li nr="b."><al><vet>marktterrein: </vet>de gehele oppervlakte openbare of voor het
                                publiek toegankelijke grond, welke bij besluit van de raad voor het
                                uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen;</al></li><li nr="c."><al><vet>standplaats: </vet>de op en voor de duur van een markt door
                                burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van
                                de markthandel;</al></li><li nr="d."><al><vet>vaste plaats: </vet>een standplaats die tot wederopzegging
                                beschikbaar wordt gesteld aan de vergunninghouder;</al></li><li nr="e."><al><vet>dagpraats: een </vet>standplaats die per marktdag beschikbaar
                                wordt gesteld;</al></li><li nr="f."><al><vet>vergunninghouder of standplaatshouder: </vet>ieder aan wie door
                                burgemeester en wethouders een vergunning is afgegeven om gedurende
                                een markt een standplaats in te nemen;</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Wijziging marktdagen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in de Winkelsluitingswet 1976 wordt op
                                algemeen erkende christelijke feestdagen, op Nieuwjaarsdag, de dag
                                waarop de verjaardag van de Koningin wordt gevierd en op door
                                burgemeester en wethouders op grond van bijzondere gelegenheden
                                daartoe aangewezen dagen geen markt gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Bij het samenvallen van een marktdag met een der in het vorige lid
                                bedoelde dagen, kunnen burgemeester en wethouders voor het houden
                                van de markt een andere dag aanwijzen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, indien dringende redenen hiertoe
                                noodzaken, tijdelijk een andere plaats voor het houden van de markt
                                aanwijzen.</al></li><li nr="4."><al>Een besluit als bedoeld in lid 1, 2 en 3 wordt aan vergunninghouders
                                of standplaats-houders tijdig bekendgemaakt. Daarnaast wordt door
                                burgemeester en wethouders in een ter plaatse verschijnend dag-,
                                nieuws of huis-aan-huisblad van het besluit of de zakelijke inhoud
                                hiervan kennisgeving gedaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen ten aanzien van de markt:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afmetingen van de standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling en indeling van de markt;</al></li><li nr="d."><al>welk gedeelte van de markt eventueel bestemd wordt voor het
                                    plaatsen van verkoopwagens.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het aantal standplaatsen per
                            artikelengroep vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen grotere vaste plaatsen toewijzen dan
                            de standaardmaat van de op de markt in gebruik zijnde kramen,
                            overeenkomstig door hen tevoren vast te stellen regelen en bekend te
                            maken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het is verboden op het marktterrein ruimte in te nemen zonder vergunning van
                        burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op het
                            marktterrein kramen, tafels en dergelijke te plaatsen of op te slaan of
                            gebruik te maken van verkoopwagens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeesteren wethouders kunnen aan deze vergunning voorwaarden
                            verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Is verboden voor de verlichting van een standplaats gebruik te maken
                            van andere dan elektrische verlichting, alsmede elektrische energie te
                            betrekken van een ander dan degene, die door burgemeester en wethouders
                            voor het leveren van elektriciteit is aangewezen, dan wel zelf hierin te
                            voorzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van dit verbad ontheffing verlenen
                            onder door hen te stellen voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden artikelen, welke krachtens een besluit van
                                burgemeester en wethouders niet op de markt verhandeld magen worden,
                                op de markt in voorraad te houden, uit te stallen, ten verkoop aan
                                te bieden of te verkopen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, indien hen dit in het belang van
                                de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt,
                                de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn
                                verbieden.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Toewijzing en bezetting van standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De standplaatsen op een markt worden als regel als vaste plaatsen
                                toegewezen.</al></li><li nr="2."><al>Een vrijgekomen vaste plaats wordt als dagplaats beschouwd en blijft
                                als zodanig aangemerkt, zolang zij niet ais vaste plaats is
                                toegewezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toewijzing van standplaatsen geschiedt bij door burgemeester en
                            wethouders af te geven vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een andere standplaats in te nemen dan de plaats
                            waarvoor de vergunning is afgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Een ieder, die een standplaats op een markt inneemt of wenst in te nemen,
                        dient zich tegenover burgemeester en wethouders te kunnen legitimeren door
                        middel van een door een officiële instantie afgegeven, van een
                        goedgelijkende foto voorzien, identiteitsbewijs. Hij moet dit
                        identiteitsbewijs op eerste aanvrage tonen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die voor een standplaats in aanmerking wil komen, dient
                            burgemeester en wethouders te verzoeken hem in te schrijven op een door
                            hen daartoe aangelegde lijst. BIJ inschrijving op deze lijst worden,
                            naast de datum van inschrijving, de artikelen of groepen van artikelen
                            vermeld, die door de gegadigde krachtens vergunning van burgemeester en
                            wethouders mogen worden verhandeld. De betrokkene wordt daarvan een
                            schriftelijk bewijs verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Om voor Inschrijving op de In het eerste lid bedoelde lijst in
                            aanmerking te komen, dient men handelingsbekwaam te zijn en aangetoond
                            te hebben dat men voldoet aan de in artikel 12, lid 1, sub a. en c.,
                            vermelde vereisten, onverminderd het bepaalde In artikel 12, lid 2 en
                            3.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde In het vorige lid, kan een wettig kind van
                            een vaste standplaatshouder, dat bij voortduring zijn ouder op diens
                            vaste plaats bijstaat, op de in het eerste lid bedoelde lijst warden
                            ingeschreven indien het voldoet aan de in artikel 12, lid 5, sub a.,
                            vermelde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inschrijving op grond van het voorgaande lid wordt doorgehaald zodra
                            inschrijving op de in artikel 13, lid 2, <vet>bedoelde </vet>lijst kan
                            plaatsvinden. Het feitelijk gebruik van rechten die uit inschrijving op
                            bedoelde lijst voortvloeien blijft uitgesloten, zolang de aanspraken als
                            bedoeld in artikel 14, lid 3, bestaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een inschrijving op grond van het bepaalde in lid 3 kan worden gewijzigd
                            in een inschrijving op grond van het bepaalde in lid 2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor een vaste plaats in aanmerking te komen is vereist dat de
                            aanvrager een handelingsbekwaam natuurlijk persoon is en aantoont:</al><lijst><li nr="a."><al>dat hij voldaan heeft aan alle publiekrechtelijke verplichtingen
                                    op het gebied van bedrijfsuitoefening en
                                    bedrijfsorganisatie;</al></li><li nr="b."><al>dat hij van het uitoefenen van handel zijn hoofdberoep
                                    maakt;</al></li><li nr="c."><al>dat hij voldoende verzekerd is tegen vorderingen tot
                                    schadevergoeding, waartoe hij als gebruiker van een
                                    verkoopinrichting op een markt krachtens wettelijke
                                    aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens
                                    aan derden toegebrachte schade. Betrokkene dient burgemeester en
                                    wethouders jaarlijks het bewijs over te leggen dat de door hem
                                    ter zake verschuldigde premie is voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeesteren wethouders kunnen van het bepaalde in lid 1, onder
                            b. en c., in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een marktkoopman wordt geacht aan het in Ik 1, onder c., genoemde te
                            hebben voldaan, indien hij een geldig bewijs van lidmaatschap overlegt
                            van een organisatie die voor haar leden een collectieve verzekering als
                            bedoeld in lid 1, sub.c., heeft afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvrager behoort bovendien op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst
                            te zijn ingeschreven. Burgemeester en wethouders kunnen van deze
                            bepaling ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde In lid
                            1, onder a., b. en c., indien de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>persoonlijk voldoet aan de bij de toepasselijke
                                    vestigingsregeling gestelde eisen ter verkrijging van een
                                    vestigingsvergunning als bedoeld in de Vestigingswet Bedrijven
                                    of de Vestigingswet Detail-handel;</al></li><li nr="b."><al>op de plaatselijke markt in de uitoefening van de markthandel
                                    werkzaam zal zijn uit naam van een rechtspersoon die voldoet aan
                                    de in lid 1, onder a., b. en c. gestelde eisen;</al></li><li nr="c."><al>van het bedrijven van handel zijn hoofdberoep maakt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Van de toewijzing van een vaste plaats wordt door burgemeester en
                                wethouders aan de standplaatshouder <vet>een </vet>schriftelijke
                                vergunning afgegeven, vermeldende:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voornamen, geboortedatum en -plaats alsmede
                                        woonplaats en adres;</al></li><li nr="b."><al>een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats
                                        met vermelding van het nummer daarvan;</al></li><li nr="c."><al>de artikelen of groep van artikelen, welke door de
                                        standplaatshouder op de hem toegewezen standplaats mogen
                                        worden verkocht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Vergunninghouder van vaste plaatsen worden met vermelding van en in
                                volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste
                                plaats is toegewezen, op een doorlopend te nummeren lijst
                                ingeschreven.</al></li></lijst><al>Bij deze Inschrijving worden tevens de artikelen of de groep van artikelen
                        als bedoeld in lid 1, onder c, vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de toewijzing van vaste plaatsen, waartoe op gezette tijden, doch
                            tenminste eenmaal per jaar wordt overgegaan, komen daarvoor allereerst
                            in aanmerking de vergunninghouders van vaste plaatsen die aan
                            burgemeester en wethouders de wens te kennen hebben gegeven van
                            standplaats te willen veranderen, zulks in volgorde waarin zij op de in
                            artikel 13, lid 2, bedoelde lijst zijn ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Daarvoor komen in aanmerking degenen die zich op de in artikel 11, lid
                            1, bedoelde lijst hebben laten inschrijven, zulks in volgorde van hun
                            Inschrijving op deze lijst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die op grond van artikel 11, lid 3, op de in het tweede lid van
                            dit artikel bedoelde lijst is ingeschreven, kan geen vaste plaats worden
                            toegewezen zo lang het recht van zijn ouder op een vaste plaats
                            bestaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor de markt een indeling per artikelengroep geldt, wordt
                            hiermee rekening gehouden bij toepassing van het bepaalde in de
                            voorgaande leden, overeenkomstig daar burgemeester en wethouders tevoren
                            vast te stellen en bekend te maken regelen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degenen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, kunnen alleen dan
                            voor een vaste plaats in aanmerking komen, indien zij zich tenminste
                            drie maanden voor het bereiken van genoemde leeftijd als gegadigde op de
                            in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst hebben doen inschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>vergunning voor een vaste </vet>plaats wordt
                                Ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de vergunninghouder, behoudens het
                                        bepaalde in lid 4 van dit artikel;</al></li><li nr="c."><al>wanneer niet langer wordt voldaan aan een of meer van de
                                        eisen, gesteld in artikel 12, lid 1, onverminderd het
                                        bepaalde in artikel 12, lid 2 en 3;</al></li><li nr="d."><al>indien de vergunninghouder niet tenminste eenmaal per twee weken en
                                tenminste negen maal per kwartaal zijn plaats op de markt inneemt,
                                zulks met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 19, 20 en
                                21.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning voor een vaste plaats wordt eveneens
                                        ingetrokken van degene die, na het bereiken van de 70-jarige
                                        leeftijd gedurende een tijdvak van vierentwintig
                                        achtereenvolgende maanden, van zijn recht op het Innemen van
                                        een vaste plaats persoonlijk geen of nagenoeg geen gebruik
                                        heeft kunnen maken.</al></li><li nr="3."><al>Indien het bepaalde in de beide voorgaande leden toepassing
                                        vindt, wordt de inschrijving op de in artikel 13, lid 2,
                                        bedoelde lijst van vergunninghouders doorgehaald.</al></li><li nr="4."><al>Bij het overlijden van de vergunninghouder wordt de
                                        vergunning voor de vaste plaats overgeschréven op de
                                        overblijvende echtgenoot, indien een daartoe strekkend
                                        verzoek binnen één maand na het overlijden bij burgemeester
                                        en wethouders wordt ingediend. Indien de aanvrager bedoeld
                                        in de voorgaande alinea, vergunning heeft voor een andere
                                        plaats op dezelfde markt, wordt de vergunning voor die
                                        plaats ingetrokken. De inschrijving op de lijst bedoeld In
                                        artikel 13, lid 2, wordt dienovereenkomstig gewijzigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor een dagplaats in aanmerking te komen, dient aanvrager op de in
                            artikel 11, lid 1, bedoelde lijst te zijn ingeschreven. Toewijzing van
                            dagplaatsen geschiedt door burgemeester en wethouders af te geven
                            vergunning in volgorde van de datum van inschrijving op deze lijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die op grond van het bepaalde in artikel 11, lid 3, op de in het
                            voorgaande lid <vet>bedoelde </vet>lijst is Ingeschreven, kan geen
                            dagplaats worden toegewezen zo lang zijn ouder vergunninghouder van een
                            vaste plaats is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor de markt een regeling per artikelengroep geldt, wordt
                            hiermee rekening gehouden bij toepassing van het bepaalde in het eerste
                            lid, overeenkomstig door burgemeester en wethouders vast te stellen en
                            bekend te maken regelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>De inschrijving op de in artikel 11, lid 1, bedoelde lijst van gegadigden
                        voor <vet>een </vet>dagplaats wordt <vet>doorgehaald:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de ingeschrevene;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de ingeschrevene;</al></li><li nr="c."><al>wanneer niet langer wordt voldaan aan één of meer van de eisen,
                                bedoeld in artikel 11, lid 2oflid3;</al></li><li nr="d."><al>wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste plaats is
                                afgegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden
                            ingenomen; hij mag de standplaats derhalve niet aan een ander afstaan of
                            in gebruik geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunninghouders van vaste plaatsen, die wegens ziekte verhinderd zijn
                            hun standplaats te bezetten dienen dit te melden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij langdurige afwezigheid van een vergunninghouder wegens ziekte, dient
                            ten bewijze van deze reden van verhindering iedere drie 'maanden een
                            geneeskundige verklaring te worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Degenen, bedoeld In artikel 13, lid 2 die wegens vakantie een markt
                                niet kunnen bezoeken, dienen daarvan tijdig onder opgave van de duur
                                van de vakantie met Inachtneming van het hierna in lid 2 bepaalde,
                                mededeling te doen.</al></li><li nr="2."><al>De in artikel 15, lid 1, onder d., vervatte regeling inzake de
                                verplichting tot een regelmatige bezetting van een toegewezen vaste
                                plaats teneinde de vergunning voor de vaste plaats te behouden,
                                blijft per kalenderjaar ten hoogste vier marktdagen buiten werking,
                                indien de rechthebbende, na te hebben voldaan aan het in lid 1
                                genoemde voorschrift, wegens vakantie afwezig is.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbenden als hierboven bedoeld, kunnen op
                                buitenwerking-stelling van de in lid 2 aangeduide regelingen alleen dan aanspraak maken, indien zij op de
                        marktdag, voorafgaande aan hun afwezigheid wegens vakantie, de hun toegewezen vaste
                        plaats hebben bezet.</al></li><li nr="4."><al>De <vet>rechthebbenden </vet>als bedoeld in lid 2 hebben voorts, tot
                        behoud van hun eerderomschreven rechten, de verplichting op de eerste marktdag, volgend op
                        die, waarop zij - binnen het in lid 2 gestelde maximum aantal marktdagen - wegens
                        vakantie afwezig waren, hun vaste plaats weer in te nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>In bijzondere omstandigheden kan door burgemeester en wethouders aan
                                hen, die zijn ingeschreven op de in artikel 13, lid 2, bedoelde
                                lijst op schriftelijk verzoek tijdelijk ontheffing worden verleend
                                van de verplichting om zelf op hun vaste plaats aanwezig te
                                zijn.</al></li><li nr="2."><al>In het geval bedoeld in het eerste lid van dit artikel, alsmede in
                                die, bedoeld in artikel 19 en en in artikel 20, kunnen burgemeester
                                en wethouders de vergunninghouder van een vaste plaats vergunning
                                verlenen zich te laten vervangen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Overige maatregelen van orde</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel/></kop><al>Het is verboden vroeger dan 1 uur voor de aanvang van de markt goederen of
                        waren ter markt aan te voeren.</al><al>De aanvoer moet zijn beëindigd om 13.00 uur, behoudens bijzondere
                        omstandigheden, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders. De
                        afvoer moet zijn beëindigd en de voertuigen moeten verwijderd zijn uiterlijk
                        ... uur na de sluitingstijd van de markt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van
                        de markt te blijven innemen. Burgemeesteren wethouders kunnen in
                        bijzondere gevallen, te hunner beoordeling, van deze bepaling ontheffing
                        verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Het is verboden rij- en voertuigen, waarmede goederen of waren ter markt
                        worden of zijn aangevoerd, op de markt aanwezig te hebben op een andere
                        plaats dan die, welke door burgemeester en wethouders is aangewezen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>Het is de standplaatshouder verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich behoudens ontheffing van burgemeester en wethouders langer dan 30
                        minuten van zijn uitstalling te verwijderen; gedurende deze tijd mag hij
                        zijn standplaats niet onbeheerd achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>op het marktterrein op een andere dan voor de markt bestemde tijd
                                goederen of waren te koop aan te bieden, te verkopen of af te
                                leveren;</al></li><li nr="c."><al>meer ruimte in te nemen dan hem is toegewezen;</al></li><li nr="d."><al>de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te
                                verplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op
                                enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren;</al></li><li nr="f."><al>zich, behoudens ontheffing van burgemeester en wethouders, aan de
                                voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop aanbieden,
                                verkopen of afleveren van goederen of waren;</al></li><li nr="g."><al>op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te hebben dan
                                die, waarvoor vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunninghouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn
                                standplaats, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders,
                                steeds een goed verzorgd aanzien biedt.</al></li><li nr="2."><al>Hij dient zijn kraam aan de voorzijde tussen verkoopblad en grond
                                met zeilen af te schermen.</al></li><li nr="3."><al>Tijdens de markt dient hij zijn afval, verpakkingsmaterialen e.d.,
                                zelf in te zamelen.</al></li><li nr="4."><al>Alvorens hij het marktterrein verlaat, dient hij zijn standplaats en
                                de onmiddellijke omgeving daarvan schoon op te leveren en het afval
                                in de stortplaatsen of anderszins te deponeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tijdens de markt op het marktterrein gebruik te maken
                            van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het
                            geluid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het op de standplaats aanwezig hebben van radiotoestellen, grammofoons,
                            bandrecorders en dergelijke toestellen, anders dan ten verkoop, is
                            evenmin toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van de in het
                            eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verfenen, onder door
                            hen te stellen voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de vergunninghouder verboden verwarmingstoestellen en/of bak- en
                            kookinstallaties te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde
                            verbod ontheffing verlenen onder door hen vast te stellen
                            voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Vergunninghouders aan wie tevens vergunning is verleend op hun standplaats
                        geringe eet- en drinkwaren voor de konsumptie gereed te maken, dienen aan de
                        voorzijde van hun kraam of verkoopgelegenheid een tweetal korven of bakken
                        van voldoende grootte te plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Vergunninghouders zijn verplicht gedurende de tijd dat zij hun goederen of
                        waren ten verkoop aanbieden, op een duidelijk zichtbare plaats aan hun
                        marktkraam of verkoopgelegenheid een bord ter breedte van 40 centimeter en
                        ter hoogte van 20 centimeter te hebben, waarop duidelijk leesbaar de
                        voorletters en de naam van de rechthebbende op de betreffende standplaats
                        zijn aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit prijsaanduiding goederen, dient,
                        indien de ten verkoop aangeboden goederen of waren geprijsd worden, de
                        prijsaanduiding tot generlei misverstand aanleiding te kunnen geven en voor
                        het publiek duidelijk leesbaar te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>De vergunninghouder wie tevens vergunning is verleend tot de verkoop van
                        eet- en drinkwaren, is verplicht, onverminderd het bepaalde in de
                        warenwetgeving, zijn goederen of waren op zodanige wijze uit te stallen, dat
                        zij voldoende beschermd zijn tegen verontreiniging door stof, vuil of
                        anderszins.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de IJkwet en het IJkreglement, is de
                            vergunninghouder die zijn goederen of waren per maat of gewicht
                            verkoopt, verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn meet- of
                            weegwerktuigen in deugdelijke staat verkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het weegwerktuig moet zodanig aan de naar het publiek gekeerde zijde van
                            de standplaats zijn geplaatst of aangebracht, dat het daarop bij de
                            weging aangegeven gewicht steeds voor het publiek duidelijk leesbaar
                            is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>Behoudens het bepaalde in artikel 2 is het verboden zich op marktdagen met
                        een voertuig op het marktterrein te bevinden of een voertuig op het
                        marktterrein aanwezig te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met
                                goederen of waren ten verkoop rondte lopen of te rijden.</al></li><li nr="2."><al>Van het bepaalde in het eerste lid kan door burgemeester en
                                wethouders ontheffing worden verleend, voor zoveel betreft de
                                verkoop van alkoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten
                                behoeve van de vergunninghouders.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Straf- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel/></kop><al>Degene die in strijd handelt met het bij of krachtens deze verordening
                        bepaalde of zich aan wangedrag of bedrog op de markt schuldig maakt, het
                        marktpersoneel in de uitoefening van zijn taak belemmert, dan wel direkt of
                        Indirekt de orde op de markt verstoort of in gevaar brengt, een en ander ter
                        beoordeling van bu emeester en wethouders, kan, onverminderd het bepaalde in
                        de artikelen 37 en 38 door burgemeester en wethouders gelast worden zich met
                        zijn goederen of waren ogenblikkelijk van de markt te verwijderen, aan welke
                        last onmiddellijk gevolg dient te worden gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor een vaste plaats, al
                        dan niet voorwaardelijk, intrekken of de inschrijving op de in artikel 11,
                        lid 1, bedoelde lijst doorhalen, dan wel de standplaatsvergunning telkens
                        voor ten hoogste twee achtereenvolgende marktdagen intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                                overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>van de plaats gebruik wordt gemaakt, strijdig met het doel, waarvoor
                                zij is bestemd;</al></li><li nr="c."><al>de vergunninghouder zich schuldtig maakt aan wangedrag of
                                bedrog;</al></li><li nr="d."><al>de vergunninghouder niet of niet tijdig het marktgeld voldoet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5, 7, <vet>22,
                            </vet><vet>24, 34, </vet>35 van deze verordening wordt gestraft met een
                        geldboete van de tweede kategorie of hechtenis van ten hoogste 2
                        maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><lid><lidnr>.</lidnr><al>Dit artikel is komen te vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald ais "Marktverordening". </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel/></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag, volgende op die waarop
                        zij is bekendgemaakt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Loppersum, gehouden op 18 maart 1991, nr. 10a.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, sekretaris.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>1 <vet><onderstreept>Artikelsgewiize
                            toelichting</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>Ad artikel 1.</vet></al><al>Ter bevordering van de duidelijkheid zijn in het eerste artikel definities
                        gegeven van de meeste in de verordening gebruikte algemene begrippen.</al><al>Ingevoegd is het begrip "vergunninghouder', teneinde meer uniformiteit met
                        andere gemeentelijke verordeningen te bewerkstelligen (zie ook de
                        toelichting bij artikel 9).</al><al/><al><vet>Ad artikel 2.</vet></al><al>De verordening is afgestemd op de bepalingen In de Winkelsluitingswet. In
                        voorkomende gevallen kan een andere-marktdag worden aangewezen.</al><al>Met nadruk wordt erop gewezen, dat slechts dringende redenen tot het
                        verplaatsen van de markt mogen leiden. Te denken valt bijvoorbeeld aan het
                        verrichten van bestratings- en rioleringswerkzaamheden op het
                        marktterreln.</al><al>De ervaring heeft geleerd, dat marktverplaatsingen de kooplieden sterk in
                        hun omzet benadelen. Het is dus ten enenmale onjuist de markt te verplaatsen
                        terwille van een gebeurtenis welke men op de marktdag op het marktterrein
                        wil laten plaatsvinden. Uiteraard dienen zowel kooplieden ais publiek
                        vroegtijdig van een en ander in kennis te worden ge<sup>g</sup>eid.</al><al/><al><vet>Ad artikel 3.</vet></al><al>Het aantal kooplieden dat een plaats op de markt moeten Innemen behoort
                        dusdanig te zijn,dat er enerzijds een gezonde konkurrentie bestaat en dat
                        anderzijds de kooplieden een redelijke omzet op de markt kunnen behalen. Uit
                        dien hoofde zuilen burgemeester en wethouders het totaal aantal op de markt
                        toe te laten kooplieden aan een maximum moeten binden; dit maximum behoort
                        te worden vastgesteld in overleg met de instanties welke de belangen van de
                        ambulante handel behartigen, waarbij uiteraard ook de belangen van de
                        burgerij niet uit het oog mogen worden verloren.</al><al>Het tweede lid van dit artikel schept de mogelijkheid een beperkt aantal
                        kooplieden voor alle of voor een aantal branches toe te laten. Op deze wijze
                        kan bereikt worden, dat op de markt een zo groot mogelijke verscheidenheid
                        aan branches aanwezig is en kan voorkomen worden, dat teveel kooplieden van
                        één artikelgroep op de markt optreden.</al><al>In de tekst van de verordening is met opzet niet het woord "branche'
                        gebruikt. Op gesaneerde markten komt het immers dikwijls voor dat kooplieden
                        slechts bepaalde artikelen uit een branche verkopen, terwijl andere
                        kooplieden, ingeschreven voor dezelfde branche, doch met een ander
                        assortiment, op een bepaald moment eveneens overgaan tot verkoop van de
                        reeds door eerstgenoemden aangeboden artikelen; daarbij beroepen de laatsten
                        zich dan op de branche waarvoor zij staan ingeschreven.</al><al>Door nu van artikelgroep te spreken worden burgemeester en wethouders in
                        staat gesteld tot een duidelijke afbakening van het door elke koopman te
                        voeren assortiment.</al><al>Het bepaalde in het derde lid maakt het mogelijk een koopman een grotere
                        plaats toe te wijzen dan de ruimte, welke door Mn enkele kraam wordt
                        ingenomen.</al><al/><al><vet>Ad artikel 6.</vet></al><al>Mede met het oog op de veiligheid van de kooplieden en van het publiek is
                        het gewenst, dat voor de stroomlevering en voor het aanbrengen van de
                        verlichtingsarmaturen een terzake bevoegde instantie of een erkende firma
                        wordt aangewezen.</al><al/><al><vet>Ad artikel 8.</vet></al><al>Deze verordening gaat er van uit, dat in principe alle plaatsen op een
                        warenmarkt periodiek ais vaste plaatsen worden toegewezen.</al><al/><al><vet>Ad artikel 9.</vet></al><al>Het toewijzen van een standplaats is in feite het verlenen van een
                        vergunning tot het innemen van een standplaats. Op advies van de Vereniging
                        van Nederlandse Gemeenten (V.N.G.) Is besloten dit ook formeel in de
                        verordening te verwoorden.</al><al>Mede om die reden is de term standplaatshouder grotendeels vervangen door
                        vergunninghouder.</al><al/><al><vet>Ad artikel 11.</vet></al><al>Voor het goed funktioneren van de markt is een deugdelijke registratie van
                        de marktkooplieden noodzakelijk. Deze registratie dient te geschieden zodra
                        zij zich voor de eerste maal op een markt ais gegadigde voor een plaats
                        melden.</al><al>Aangezien van het begin af aan moet vaststaan welke artikelen de
                        marktkooplieden op hun plaats magen verkopen, dient zulks bij de registratie
                        te warden vermeld. De bepalingen in de leden 3 en volgende, maken een
                        beperkte mate van "erfopvolging' mogelijk, zonder dat deze opvdging kan
                        worden beschouwd als een vermogensbestanddeel.</al><al>Opbouw van anciënniteit via de wachtlijst wordt nu mogelijk voor kinderen
                        die hun ouders op de markt assisteren en die later dat bedrijf willen
                        voortzetten. Uitdrukkelijk is gekozen voor het beginsel van het verwerven
                        van een plaats op de markt en niet voor het verkrijgen van de plaats,
                        waarmee de standplaats van de ouders wordt bedoeld.</al><al/><al><vet>Ad artikel 12.</vet></al><al>Voornamelijk ter bescherming van de bonafide ambulante handelaar is in dit
                        artikel een aantal voorwaarden opgenomen, waaraan een koopman dient te
                        voldoen om voor een vaste plaats In aanmerking te kunnen komen. Aangezien
                        handelsbekwaamheid moeilijk kan worden aangetoond, is dit vereiste weliswaar
                        in de aanhef van het eerste lid opgenomen, doch niet als een door de koopman
                        aan te tonen hoedanigheid.</al><al>ad 5 Is opgenomen aangezien in de loop der jaren een niet onaanzienlijk
                        aantal marktkooplieden als rechtsvorm voor hun ondememing de besloten
                        vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft gekozen.</al><al>Een strikte toepassing van de in het eerste lid van artikel 12 opgenomen
                        eisen betekent dat iemand, die niet zelf als ondernemer, maar als
                        vertegenwoordiger van een rechtspersoon op de markt wil opereren, niet voor
                        een plaats in aanmerking kan komen. Daar hij geen zelfstandig ondernemer is,
                        kan hij immers niet aan de eisen veldoen.</al><al>Deze situatie is ongewenst, aangezien zowel een natuurlijk persoon die
                        namens een rechtspersoon de markthandel wil uitoefenen, als ook deze
                        rechtspersoon, niet voor een plaats in aanmerking kan komen. Door deze
                        bepaling wordt de mogelijkheid voor deze Wegode van bedrijven opengesteld,
                        zonder het met de bepaling in het eerste lid beoogde doel te
                        frustreren.</al><al/><al><vet>Ad artikel 13.</vet></al><al>Om aan de houders van vaste plaatsen de nodige rechtszekerheid te
                        verschaffen is het gewenst hun een vergunning voor die plaats te
                        verstrekken, zodat blijkt dat zij hun plaats rechtens bezetten. Voor de op
                        deze vergunning te vermelden omschrijving van de plaats, ware zo mogelijk
                        gebruik te maken van een nummering.</al><al/><al><vet>Ad artikel 14.</vet></al><al>Dit artikel regelt de toewijzing van vaste plaatsen op een warenmarkt, welke
                        toewijzing periodiek behoort te geschieden. Aangezien niet alle
                        standplaatsen dezelfde mogelijkheden bieden, is het vanzelfsprekend dat in
                        eerste aanleg aan vergunninghouders van een vaste standplaats de gelegeheid
                        wordt geboden een naar hun oordeel betere standplaats te verkrijgen. Na hen
                        kunnen de overige gegadigden voor <vet>een </vet>standplaats in de
                        gelegenheid worden gegeid een keuze te doen uit de dan nog beschikbare
                        plaatsen. De volgorde van inschrijving op de lijst, bedoeld in artikel 11
                        van deze verordening is hierbij bepalend. Vanzelfsprekend dient de kategorie
                        bedoeld in artikel 11, lid 3, e.v. (assisterende kinderen) van toewijzing
                        van een vaste plaats te worden uitgesloten zo lang daar nog geen behoefte
                        aan bestaat.</al><al>Indien burgemeester en wethouders toepassing hebben gegeven aan het bepaalde
                        in het tweede lid van artikel 3 van deze verordening, zal bij de toewijzing
                        van vaste plaatsen met de door hen vastgestelde branche-indeling rekening
                        dienen te worden gehouden.</al><al>Het bereiken van de fis-jarige leeftijd wordt vrij algemeen in ons land
                        aanvaard als het tijdstip waarop men zijn arbeid kan beëindigen. Een ieder
                        komt op die leeftijd in ieder geval voor een uitkering krachtens de Algemene
                        Ouderdomswet en dikwijls nog voor een pensioen in aanmerking.</al><al/><al><vet>Ad artikel 15.</vet></al><al>Voor de noodzakelijke kontinuiteit in de bezetting van de marktplaatsen Is
                        het van groot belang vergunninghouders van vaste plaatsen aan een
                        verschijningsplicht te binden. Om deze reden is in het eerste lid onder d.
                        bepaald, dat de vergunninghouder die zijn vaste plaats niet tenminste
                        éënmaal per twee weken en tenminste negen maai per kwartaal inneemt, zijn
                        recht op deze plaats verliest, hetgeen wil zeggen dat zijn vergunning wordt
                        ingetrokken.</al><al>Uiteraard dienen de rechten van de kooplieden, indien en voor zdang zij de
                        hun toegewezen plaats zelf blijven bezetten, onaangetast te blijven. Voor de
                        gevallen waarin zij op oudere leeftijd tengevdge van een - vaak
                        ongeneeslijke - ziekte of wegens ouderdom van hun plaats geen gebruik meer
                        maken, is in het tweede lid - aangezien hier de belangen van de jongere
                        kooplieden, die nog geen plaats op de markt hebben kunnen veroveren, in het
                        geding komen - de mogelijkheid geschapen na twee jaren de vergunning in te
                        trekken. Komt een stand plaatshouder(ster) te overlijden, dan moet het op
                        sociale overwegingen gerechtvaardigd worden geacht, dat zijn (haar)
                        vergunning voor een vaste plaats op de overblijvende echtgenote (echtgenoot)
                        kan worden overgeschreven.</al><al/><al><vet>Ad artikel 17.</vet></al><al>Evenals zulks voor de houders van vaste plaatsen in artikel 14 Is geschied,
                        zijn hier de redenen aangegeven, waarom een koopman van de lijst van
                        gegadigden voor een dagplaats dient te worden afgevoerd. Aangezien er van
                        wordt uitgeaan dat de gegadigden voor een dagplaats, op het tijdstip waarop
                        zij voor een vaste plaats in aanmerking komen, Inmiddels van het uitoefenen
                        van de markthandel hun hoofdberoep hebben gemaakt, is In lid d bepaald, dat
                        zij, indien zij weigeren een vaste plaats te aanvaarden, daarmee hun rechten
                        als gegadigden op een dagplaats verliezen.</al><al/><al><vet>Ad artikel 18, 19, 20 en 21.</vet></al><al>In artikel 18 is bepaald dat de vergunninghouder in principe verplicht is
                        zeil op zijn standplaats aanwezig te zijn. De uitzonderingen op dit beginsel
                        zijn geregeld in artikel 19 (verhindering wegens ziekte), in artikel 20
                        (verhindering wegens vakantie) en in artikel 21 (verhindering wegens andere
                        bijzondere omstandigheden). Deze regelingen behoeven geen nadere
                        toelichting.</al><al>In elk van deze gevallen kunnen burgemeester en wethouders'aan een houder
                        van een vaste plaats toestaan zich op zijn plaats te laten vervangen. Voor
                        de goede gang van zaken op de markt en in het belang van een verantwoorde
                        afministratie, is het wei noodzakelijk dat (de marktbeheerder) van elke
                        verhindering tot marktbezoek zo tijdig mogelijk mededeling dient te worden
                        gedaan.</al><al/><al><vet>Ad artikel 22.</vet></al><al>De op grond van het bepaalde in dit artikel op te nemen tijden zullen in
                        overleg met de instanties, die de belangen van de ambulante handei
                        behar-tigen vastgesteld moeten worden.</al><al/><al><vet>Ad artikel 23.</vet></al><al>Het moet zonder meer duidelijk worden geacht dat in het algemeen, in het
                        belang van de orde op de markt, de vergunninghouders niet kan worden
                        toegestaan de markt op willekeurige vóór de sluitingstijd gelegen momenten
                        te verlaten.</al><al/><al><vet>Ad artikel 25.</vet></al><al>Dit artikel geeft algemene aanwijzingen aan de marktkooplieden ten aanzien
                        van de wijze van bezetting van de standplaats, van de verkooptijden, van de
                        verkoopruimte, van de opstal waarvan verkocht mag worden, van de te verkopen
                        artikelen en van de plaats waar de koopman zich tijdens de markt-tijden
                        behoort te bevinden.</al><al/><al><vet>Ad artikel 26.</vet></al><al>Het behoeft geen betoog, dat het voor het aanzien van de warenmarkten
                        dringend noodzakelijk Is, dat de kooplieden er zorg voor dragen dat de
                        terreinen tijdens de markttijd schoon worden gehouden en dat zij na de
                        markttijd schoon warden opgeleverd.</al><al>Aangezien de kosten van het schoonmaken van de marktterreinen van grote
                        invloed zijn op de hoogte van de marktgeldtarieven, is hiermede ook het
                        eigenbelang van de kooplieden in hoge mate gediend.</al><al/><al><vet>Ad artikel 28.</vet></al><al>Het toelaten tot warenmarkten van kooplieden, die hun waren ter plaatse voor
                        de konsumptie gereedmaken, impliceert dat men hen toestaat van
                        verwarmingsapparaten gebruik te maken. In sommige gevallen zullen
                        elektrische ovens en kookplaten gebruikt worden, doch men is daarbij</al><al>-- afhankelijk van een aansluiting op het elektriciteitsnet en daarom zal
                        hier veelal gekomprimeerd gas in flessen worden gebruikt. Ook voor andere
                        doeleinden wordt op markten van gasflessen gebruik gemaakt. Het is duidelijk
                        dat hierbij gevaarlijke situaties kunnen optreden en derhalve is het gewenst
                        het gebruik van deze gasflessen aan voorwaarden te binden.</al><al/><al><vet>Ad artikel 29.</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen om zoveel mogelijk te voorkomen, dat de markt wordt
                        vervuild door zakjes en servetjes, waarin kleine eetwaren, die ter plaatsen
                        plegen te worden genuttigd, op de markt worden verkocht.</al><al/><al><vet>Ad artikel 30.</vet></al><al>Bij herhaling is gebleken dat de kopers op een markt er behoefte aan hebben
                        te weten bij wie zij hun Inkopen hebben gedaan. Zulks moet ook voor iedere
                        bonafide marktkoopman of koopvrouw van belang warden geacht. Het vormen van
                        een vaste klantenkring kan hierdoor tevens worden bevorderd. Vermelding van
                        adres en woonplaats wordt in verband met gevaar van inbraak bij de koopman,
                        die tijdens de markt immers van huis is, ongewenst geacht.</al><al/><al><vet>Ad artikel 31, 32 en 33.</vet></al><al>Deze artikelen zijn opgenomen om te voorkomen dat het aanzien van de markt
                        wordt geschaad door praktijken van kooplieden, die hetzij misleidende
                        prijsaanduidingen gebruiken, dan wel hun waren op minder hygiënische wijze
                        uitstallen of ondeugdelijke meet- of weegwerktuigen gebruiken.</al><al>Welliswaar zullen bepaalde overtredingen ook door andere instanties kunnen
                        worden gekonstateerd, doch het algemeen marktbelang vergt een snel en
                        doelmatig optreden. Dit wordt mogelijk gemaakt door de sankties die in de
                        artikelen 36 en 37 zijn gesteld op het niet nakomen van deze voorschriften.
                        Teneinde strijd met (hogere) wetgeving te voorkomen, waardoor gevaar van
                        onverbindendverklaring van de artikelen 31, <vet>32 </vet>en <vet>33
                        </vet>door rechterlijke Instanties dreigt, is in elk van deze artikelen
                        verwezen naar de betreffende wetten.</al><al/><al><vet>Ad artikel 34.</vet></al><al>Het tijdens de markt op het marktterrein rijden met wagens, karren, auto's
                        e.d. is uiterst hinderlijk, zowel voor het publiek als voor de kooplieden,
                        wier bedrijf "in voile gang" is. in samenhang met artikel 24 zal de hierdoor
                        ontstane overlast tot een minimum worden beperkt.</al><al/><al><vet>Ad artikel 35.</vet></al><al>De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door de
                        marktkooplieden aan wie door het bevoegd gezag vergunning daartoe Is
                        verleend. Iedere andere wijze van verkopen op markten behoort verboden te
                        zijn. Een uitzondering op deze regel kan worden gemaakt voor degenen, die de
                        kooplieden van koffie, soepen e.d. voorzien.</al><al/><al><vet>Ad artikel 36, 37 en 38.</vet></al><al>Tegen overtredingen van de in deze verordening opgenomen bepalingen, alsmede
                        tegen handelingen die de orde op de markt op enigerlei wijze kunnen
                        verstoren, verdient voor wat de marktkooplieden betreft een administratieve
                        afhandeling de voorkeur.</al><al>Alleen met betrekking tot de voorschriften die ook door niet-kooplieden
                        kunnen worden overtreden, zijn in artikel 38 strafbepalingen opgenomen. In
                        het algemeen gesproken zal hier slechts in uitzonderingsgevallen gerbuik van
                        behoeven te worden gemaakt.</al><al/><al><vet>Ad artikel 39.</vet></al><al>Het is mogelijk dat burgemeester en wethouders niet zelf beslissingen op
                        grond van de verordening nemen, maar een ambtenaar opdragen namens hen te
                        beslissen.</al><al>In dit laatste geval is sprake van mandaat, hetgeen wil zeggen dat de
                        betreffende ambtenaar - dit zal veelal de marktmeester zijn - handelt als
                        ware hij het bevoegd gezag (burgemeester en wethouders). Deze konstruktie
                        behoeft geen instemming van het verordende gezag (i.c. de raad), aangezien
                        elke door de mandataris (de marktmeester) verrichte handeling aan de
                        mandators (burgemeester en wethouders) wordt toegerekend als hadden zij deze
                        zelf verricht.</al><al>Ook al laten burgemeester en wethouders in de mandaatskonstruktie in hun
                        naam een ambtenaar beslissingen nemen, zodra een bezwaarschrift wordt
                        Ingediend, zal in 9 van de 10 gevallen het kollege van burgemeester en
                        wethouders geheel zelf op het bezwaarschrift willen beslissen. Het
                        onderhavige artikel biedt daartoe de mogelijkheid en tegelijkertijd wordt
                        hiermee voor betrokkene de weg naar de AROB-rechter gemakkelijker gemaakt.
                        Immers, de bepalingen van dit artikel dwingen burgemeester en wethouders
                        binnen een bepaalde termijn een beschikking af te geven, waartegen
                        betrokkene op zijn beurt in beroep kan gaan bij de Afdeling Rechtspraak van
                        de Raad van State.</al><al>Dit artikel is dan ook vooral ingevoerd om enige strukturering aan de
                        bezwaarschriften-procedure te geven.</al><al>Juist omdat bij de nu voorgeschreven behandeling van een bezwaarschrift de
                        termijnen een belangrijke rol spelen, is in lid 2 bepaald dat een
                        ontvangstbewijs dient te worden afgegeven. Wordt derhalve door burgemeester
                        en wethouders of door de namens hen handelende instantie (AROB-kommissie
                        o.i.d.) verzuimd om (tijdig) een beschikking te geven, dan kan de bezwaarde
                        toch met succes zijn zaak voor de Raad van State bepleiten onmiddellijk na
                        verloop van de fatale termijn.</al><al>N.B.:</al><al>Het is mogelijk een ambtenaar op een andere wijze dan door middel van
                        mandaat bevoegdheden te verlenen, namelijk door
                                <vet><onderstreept>delegatie.</onderstreept></vet></al><al>Indien men kiest voor delegatie, worden de bevoegdheden die worden
                        gedelegeerd zelfstandig uitgeoefend door de gedelegeerde.</al><al>Delegatie vereist instemming van de raad (het hoogste en verordenende gezag
                        in de gemeente) en de gemeentewet schrijft in artikel 211 voor dat in geval
                        van delegatie beroep op het delegerende gezag (burgemeester en wethouders)
                        moet worden geregeld. Om nu de raad te laten Instemmen met delegatie aan de
                        marktmeester dient <vet>een </vet>daartoe strekkend artikel in de
                        verordening te worden ingevoegd.</al><al>Aangezien tevens het beroep op burgemeester en wethouders moet worden
                        geregeld, dient ook daartoe een artikel in de verordening te worden
                        opgenomen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>