<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR79629_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening wet kinderopvang</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oostermoer, 13-10-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet kinderopvang (VWk) gemeente Tynaarlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet kinderopvang, art. 25</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-10-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvergadering, agendapunt 9, 28-09-2004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Paragraaf 2 van deze verordening treedt in werking op het moment dat artikel 23 van de Wet kinderopvang inwerking treedt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening wet kinderopvang</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 9</al><al/><al>Betreft: wet Kinderopvang</al><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen de voorstellen van het college van 31 augustus 2004 en 13 september
                        2004 en gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>gezien de brief van 18 augustus 2004 van de minister van Sociale Zaken en
                        Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, waarin hij
                        aankondigt artikel 6 eerste lid, onder k, artikel 6, eerste lid onder l, en
                        artikel 23 van de Wet kinderopvang vooralsnog per 2005 niet in werking te
                        laten treden;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en
                        de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van
                        kinderopvang bij verordening te regelen;</al><al/><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>de huidige verordening Kinderopvang en peuterspeelzaalwerk op 31
                                december 2004 in te trekken en</al></li><li nr="2."><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING WET KINDEROPVANG</vet></al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>het college: het college van burgemeester en
                                                wethouders;</al></li><li nr="b"><al>de wet: de Wet kinderopvang;</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.</nr><titel>VASTSTELLING NOODZAAK VAN KINDEROPVANG OP GROND VAN SOCIAAL-MEDISCHE INDICATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1.Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van
                                        kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als
                                        bedoeld in artikel 23 van de wet bevat in ieder geval de
                                        volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam van de partner en,
                                                  indien dit een ander adres is dan het adres van de
                                                  ouder: het adres van de partner;</al></li><li nr="c."><al>naam en geboortedatum van het kind of de
                                                  kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>overige gegevens die het college nodig acht om
                                                  te kunnen besluiten over de aanvraag van de
                                                  tegemoetkoming.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt
                                                met behulp van een door het college vastgesteld en
                                                beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag
                                                mede ondertekend door de partner.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na
                                        ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken
                                        verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in
                                        kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op
                                    grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval:
                                </al><lijst><li nr="a."><al>de geldigheidsduur van de indicatie;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt
                                    geacht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond
                                    van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van
                                    kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of</al></li><li nr="b."><al>de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld
                                    in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of l van de
                                    wet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3.</nr><titel>AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van
                                    kinderopvang bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en sofi-nummer van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de
                                            partner en, indien dit een ander adres is dan het adres
                                            van de ouder: het adres van de partner;</al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de
                                            kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming
                                            betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of
                                            gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen
                                            waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren
                                            kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de
                                            aanvangsdatum van de opvang;</al></li><li nr="e."><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt
                                            dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld
                                            in artikel 22 van de wet; </al></li><li nr="f."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                            besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van
                                    een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                    aanvraagformulier.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                    ondertekend door de partner.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4.</nr><titel>VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na
                                    ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen.
                                    Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet
                                    behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de
                                    wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop
                                    de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst
                                    is genomen.</al></li><li nr="2."><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de
                                    tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de
                                    kinderopvang zal plaatsvinden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een
                                    tegemoetkomingsjaar.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de
                                    tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren
                                    kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een
                                    ouder als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of
                                    tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het
                                    aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs
                                    noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en
                                    zorg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de
                                    kosten van kinderopvang bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de
                                    ouder behoort;</al></li><li nr="b."><al>de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                    tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar
                                    de kinderopvang plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor
                                    de tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald
                                    en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li><li nr="g."><al>de verplichtingen van de ouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in
                                    maandelijkse termijnen uitbetaald. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                                    bevoorschotting. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5.</nr><titel>VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode
                                    waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een
                                    overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze
                                    periode. </al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na
                                    ontvangst van het overzicht van de kosten vast. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling
                                    binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde
                                    voorschotten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>6.</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het
                                    bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling
                                    van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de
                                    vaststelling van een lagere tegemoetkoming.</al></li><li nr="2."><al>De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college,
                                    binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle
                                    gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de
                                    aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente
                                    van belang zijn.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>7.</nr><titel>slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet
                                    treedt deze verordening in werking 3 dagen na haar
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid treedt paragraaf 2 van deze
                                    verordening in werking op het moment dat artikel 23 van de Wet
                                    kinderopvang in werking treedt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet
                                    kinderopvang (VWk) gemeente Tynaarlo.</al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 28 september 2004</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>mr. H. W. Pannekoek, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>F.Haisma, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>