<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR79397_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerfondsverordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsklok 18-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerfondsverordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=art 147 en 149">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerfondsverordening 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Parkeerfondsverordening gemeente Oisterwijk 2010</al><al>De raad van de gemeente Oisterwijk; </al><al>gelezen het voorstel van het college van Oisterwijk van 8 december 2009,
                        nr. .., inzake de evaluatie en aanpassing van de
                        Parkeerfondsverordening;</al><al>gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet, artikel 2.5.30 van de
                        Bouwverordening;</al><al>gezien het advies van de commissie Ruimtelijke Zaken;</al><al>overwegende dat uit de evaluatie is gebleken dat de
                        Parkeerfondsverordening 2007 aanpassing behoeft;</al><al>besluit vast te stellen de Parkeerfondsverordening gemeente Oisterwijk
                        2010:</al><al><cursief>overwegende dat:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>bij bouwplannen of wijzigingen van de bestemming voldoende
                                parkeerplaatsen ingevolge de Bouwverordening dienen te worden
                                aangelegd op eigen terrein. Indien hieraan niet voldaan kan
                                worden, kan het college ontheffing verlenen van artikel 2.5.30
                                Bouwverordening. Voorwaarde is dat op andere wijze in het
                                parkeren wordt voorzien: door gebruikmaking van restcapaciteit
                                op of langs de openbare weg of, als er niet voldoende vrije
                                parkeerplaatsen in de omgeving zijn, doordat de gemeente de
                                parkeerplaatsen die niet op eigen terrein kunnen worden
                                aangelegd in de nabijheid van het plan realiseert. De
                                initiatiefnemer dient hiervoor een storting te doen in het
                                Parkeerfonds. </al></li><li nr="2."><al>als de Bouwverordening niet van toepassing is, maar de
                                stedenbouwkundige voorschriften uit het bestemmingsplan, voor
                                het bepalen van de benodigde parkeerplaatsen de normen uit
                                onderhavige Parkeerfondsverordening gemeente Oisterwijk 2010
                                analoog worden toegepast.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Door de gemeente Oisterwijk wordt een reserve geadministreerd onder de
                            naam Parkeerfonds. Het Parkeerfonds heeft tot doel om te zorgen voor
                            voldoende parkeerplaatsen, ook als dit binnen een bouwplan niet past.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik Parkeerfonds</titel></kop><al>Het Parkeerfonds geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente
                            Oisterwijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beheer van het Parkeerfonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gelden van het Parkeerfonds worden door het college beheerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is uitsluitend aan het college om besluiten te nemen over het
                                doen van uitgaven uit het Parkeerfonds.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college neemt bij de te nemen beslissingen de in de volgende
                                artikelen geformuleerde regels in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inkomsten van het Parkeerfonds</titel></kop><al>Het Parkeerfonds bevat de volgende gelden en inkomsten:</al><lijst><li nr="·"><al>Gelden die zijn betaald op grond van een met de gemeente
                                    Oisterwijk gesloten overeenkomst met betrekking tot het voorzien
                                    in parkeergelegenheid zoals bedoeld in artikel 2.5.30 (lid 4)
                                    van de Bouwverordening gemeente Oisterwijk.</al></li><li nr="·"><al>Overige gelden die bij besluit van het college uitdrukkelijk
                                    zijn of worden bestemd voor storting in het Parkeerfonds.</al></li><li nr="·"><al>Rente-inkomsten over de onder sub a en b van dit artikel
                                    genoemde gelden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitgaven ten laste van het Parkeerfonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten laste van het Parkeerfonds worden uitgaven gedaan ten behoeve
                                van de nakoming van de op de gemeente Oisterwijk rustende
                                verplichtingen die voortvloeien uit de onder artikel 7, lid 3
                                bedoelde overeenkomsten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het Parkeerfonds worden uitgaven gedaan die bijdragen
                                aan het optimaliseren van de benutting van de openbare
                                parkeercapaciteit en/of aan de uitbreiding van de openbare
                                parkeercapaciteit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte bijdrage aan het Parkeerfonds</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het aantal parkeerplaatsen waarvoor een storting in het
                                    Parkeerfonds verschuldigd is zal worden vastgesteld door het
                                    aantal op eigen terrein gerealiseerde of nog te realiseren
                                    parkeerplaatsen in mindering te brengen op de totale hoeveelheid
                                    voor het bouwplan te realiseren parkeerplaatsen (de
                                    parkeerplaatsverplichting). </al></li><li nr="2."><al>Voor het bepalen van de te realiseren parkeercapaciteit worden
                                    de parkeernormen van de gemeente Oisterwijk gehanteerd (zie
                                    bijlage 1). Daarbij wordt rekening gehouden met de
                                    gebiedsindeling (zie bijlage 2) en de berekeningsaantallen (zie
                                    bijlage 3). Bij meerdere functies morgen de
                                    aanwezigheidspercentages worden toegepast (zie bijlage 4). Bij
                                    scholen wordt bijlage 5 gebruikt. Tenslotte wordt voor de
                                    begrenzing van de parkeerruimte in de omgeving gebruik gemaakt
                                    van bijlage 6. </al></li><li nr="3."><al>Voor de storting in het Parkeerfonds kan ontheffing worden
                                    verleend indien naar oordeel van het college het belang van
                                    realisatie van het bouwplan zwaarder weegt dan het voldoen van
                                    de storting in het Parkeerfonds.</al></li><li nr="4."><al>In de navolgende tabel zijn de tarieven voor de stortingen in
                                    het Parkeerfonds opgenomen (prijspeil 2010).</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="70*"/><colspec colname="col2" colwidth="30*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>situatie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>storting Parkeerfonds</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.realisatie van minder parkeerplaatsen op eigen
                                                terrein dan de parkeerplaatsverplichting, gebruik
                                                van restcapaciteit op of langs de openbare weg is
                                                mogelijk</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 10.000,- per parkeerplaats</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.realisatie van minder parkeerplaatsen op eigen
                                                terrein dan de parkeerplaatsverplichting, gebruik
                                                van restcapaciteit op of langs de openbare weg is
                                                  <onderstreept>niet</onderstreept> mogelijk</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 20.000,- per parkeerplaats</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>5.Het college draagt zorg voor de jaarlijkse indexering van de onder
                            artikel 6, lid 4 opgenomen tarieven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen initiatiefnemer en gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De initiatiefnemer van het bouwplan, verplicht zich door
                                ondertekening van een “overeenkomst tot storting in het
                                Parkeerfonds” om een bedrag, te berekenen op grond van het bepaalde
                                in artikel 6 van deze verordening, te storten in het
                                Parkeerfonds.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeente Oisterwijk zal na ontvangst van een door beide partijen
                                ondertekende overeenkomst overgaan tot de besluitvorming inzake het
                                bouwplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. De gemeente Oisterwijk gebruikt de storting in het Parkeerfonds
                                voor het optimaliseren van de benutting van de openbare
                                parkeercapaciteit en/of voor de uitbreiding van de openbare
                                parkeercapaciteit (situatie 1).</al><al>b.De gemeente Oisterwijk verplicht zich binnen 2 jaar na gereedkomen
                                van het bouwplan het aantal parkeerplaatsen aan te leggen dat niet
                                gerealiseerd kan worden op of langs de openbare weg (situatie
                                2).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente Oisterwijk binnen 2 jaar niet aan de verplichting
                                conform artikel 6, lid 3 heeft voldaan, heeft initiatiefnemer van
                                het bouwplan, het recht tot restitutie van het gestorte bedrag
                                inclusief wettelijke rente en indexering. Initiatiefnemer dient
                                hiertoe een schriftelijk verzoek in bij het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijzigen of opheffen van het Parkeerfonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alleen de raad kan besluiten tot het wijzigen of opheffen van het
                                Parkeerfonds.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan slechts tot opheffing overgaan indien alle
                                verplichtingen uit de met initiatiefnemers van bouwplannen gesloten
                                overeenkomsten zijn nagekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na afwikkeling van de met initiatiefnemers van bouwplannen
                                gesloten overeenkomsten nog enig batig saldo mocht resteren zal dit
                                worden overgeboekt naar de algemene middelen van de gemeente
                                Oisterwijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking oude Parkeerfondsverordening</titel></kop><al>De Parkeerfondsverordening gemeente Oisterwijk 2007 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De Parkeerfondsverordening gemeente Oisterwijk 2007 blijft van
                            toepassing op aanvragen die zijn ontvangen voor de inwerkingtreding van
                            de Parkeerfondsverordening 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De Parkeerfondsverordening gemeente Oisterwijk 2010 treedt in werking
                            met ingang van 26 februari 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Parkeerfondsverordening gemeente
                            Oisterwijk 2010".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 februari
                        2010.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Nelleke van Wijk Hans Janssen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting Parkeerfondsverordening gemeente Oisterwijk
                            2010</vet></al><al/><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al/><tussenkop>Aanleiding:</tussenkop><al>Bij een bouwplan of functiewijziging dienen voldoende parkeerplaatsen te
                            worden aangelegd op eigen terrein. Als dit niet lukt kan het college
                            ontheffing verlenen. Voorwaarde is dat op andere wijze in het parkeren
                            word voorzien: door gebruikmaking van restcapaciteit op of langs de
                            openbare weg of, als er niet voldoende vrije parkeerplaatsen in de
                            omgeving zijn, doordat de gemeente de parkeerplaatsen die niet op eigen
                            terrein kunnen worden aangelegd in de nabijheid van het plan realiseert.
                            De initiatiefnemer dient hiervoor een storting te doen in het
                            Parkeerfonds. Dit wordt geregeld met de Parkeerfondsverordening.</al><al>De basis voor de Parkeerfondsverordening is gelegen in de
                            bouwverordening. </al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 2.5.30, lid 1 bepaalt dat indien de omvang of de
                                    bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve
                                    van het parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte
                                    zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder
                                    het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort (…).</al></li><li nr="·"><al>In lid 4a van dat artikel staat dat het college ontheffing kan
                                    verlenen indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere
                                    omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.</al></li><li nr="·"><al>In lid 4b staat dat het college ontheffing kan verlenen als op
                                    andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.</al></li></lijst><al>Deze bepalingen van de bouwverordening zijn alleen van toepassing,
                            indien het bestemmingsplan geen (andersluidende) normen met betrekking
                            tot parkeren bevat. </al><al>Op grond van het overgangsrecht bij de Wro blijft artikel 2.5.30
                            Bouwverordening gelden voor alle bestemmingsplannen die nog onder de
                            oude WRO zijn vastgesteld.</al><al>Het gaat om het bouwplan waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft.
                            Dit betekent dat als het bouwplan voorziet in een uitbreiding van een
                            bestaand gebouw, alleen de parkeerruimte die in verband met de
                            uitbreiding noodzakelijk is moet worden beoordeeld. </al><al>Als de Bouwverordening niet van toepassing is, maar de stedenbouwkundige
                            voorschriften uit het bestemmingsplan, worden indien nodig voor het
                            bepalen van de benodigde parkeerplaatsen de normen uit onderhavige
                            Parkeerfondsverordening gemeente Oisterwijk 2010 analoog toegepast. Dit
                            betekent dat in dit geval geen storting in het Parkeerfonds kan worden
                            afgedwongen. De normen uit de Parkeerfondsverordening zijn bedoeld als
                            nadere uitwerking van mogelijk vage normen in de
                            bestemmingsplannen.</al><al><vet> 2. Bepalen parkeerbehoefte</vet></al><al><cursief>Parkeernormen</cursief></al><al>In bijlage 1 zijn de parkeernormen voor de gemeente opgenomen. Op basis
                            van de parkeernormen kan de parkeerbehoefte voor een bouwplan of
                            wijziging van de bestemming worden bepaald (afronding naar boven).</al><al><cursief>Gebiedsindeling</cursief></al><al>Voor de parkeernormen wordt onderscheid gemaakt naar centrum,
                            schil/overloopgebied en rest). In bijlage 2 is de gebiedsindeling op
                            kaart weergegeven.</al><al><cursief>Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen</cursief></al><al>In een woonwijk met veel garages met dubbele opritten zijn in theorie
                            voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk
                            wordt een groot gedeelte van het theoretische aanbod niet voor parkeren
                            gebruikt. Om deze reden wordt onderscheid gemaakt in theoretische- en
                            berekeningsaantallen. Voor het bepalen van het parkeeraanbod dient
                            uitgegaan te worden van de berekeningsaantallen uit bijlage 3.</al><al><cursief>Aanwezigheidspercentages – bij meerdere functies</cursief></al><al>Vaak is gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen mogelijk. Hierdoor is
                            het niet noodzakelijk de som van het aantal parkeerplaatsen van de
                            diverse voorzieningen in een gebied aan te leggen, maar volstaat een
                            deel. Hiervoor zijn in bijlage 4 aanwezigheidspercentages
                            opgesteld.</al><al><cursief>Aandeel bezoekers </cursief></al><al>De parkeernomen zijn inclusief bezoekersparkeren. Bij de parkeernormen
                            in bijlage 1 is het aandeel bezoekers apart weergegeven. Dit is nodig om
                            te bepalen welke parkeerplaatsen voor bewoners, werkers en/of bezoekers
                            zijn en daarmee of deze wel/niet vrij toegankelijk dienen te zijn. </al><al><cursief>Omgang ‘oude’ parkeersituatie</cursief></al><al>De parkeerbelasting van de huidige (of oude) situatie op de openbare
                            parkeerplaatsen mag in mindering worden gebracht op het nieuw aan te
                            leggen aantal parkeerplaatsen. Voor de berekening van de
                            parkeerbelasting van de huidige (of oude) situatie wordt gebruik gemaakt
                            van de parkeernormen van de gemeente (zie bijlage 1).</al><al>Uit jurisprudentie volgt dat geen rekening gehouden hoeft te worden met
                            een bestaand tekort. Alleen de toename van de behoefte als gevolg van
                            het bouwplan telt. (bijvoorbeeld: uitspraak van 6 februari 2008: nr.
                            200704660/1.</al><al><cursief>Halen en brengen bij scholen</cursief></al><al>Op basis van de parkeernormen voor basisonderwijs en
                            crèche/peuterspeelzaal/kinderdagverblijf kan het aantal parkeerplaatsen
                            voor werknemers worden bepaald. Hierbij is echter nog geen rekening
                            gehouden met de parkeerbehoefte voor het halen en brengen van kinderen
                            (ouders).</al><al>In bijlage 5 is een rekenmethode opgenomen voor het bepalen van het
                            aantal parkeerplaatsen ten behoeve van halen en brengen bij scholen,
                            crèches, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven.</al><al><vet> 3. Toepassing Parkeerfondsverordening</vet></al><al>In onderstaande tabel is de essentie van de Parkeerfondsverordening in
                            het kort weergegeven. Uitgangspunt is dat initiatiefnemers de
                            parkeerplaatsen niet op eigen terrein kunnen realiseren.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="19*"/><colspec colname="col3" colwidth="6*"/><colspec colname="col4" colwidth="42*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Situatie </al></entry><entry colname="col2"><al>Tarief </al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Verplichting gemeente</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wel ruimte in de omgeving</al><al><cursief>&lt; 85% bezette parkeerplaatsen binnen 100
                                                  (of
                                                  200</cursief><cursief><sup>1</sup></cursief><cursief>)
                                                  meter</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al> € 10.000,- </al><al>per parkeerplaats </al></entry><entry colname="col3"><al>nee</al></entry><entry colname="col4"><al>de storting geldt als bijdrage in de aanleg en het
                                                onderhoud van openbare parkeerplaatsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geen ruimte in de omgeving</al><al><cursief> 85% bezette parkeerplaatsen
                                                  binnen 100 (of
                                                  200</cursief><cursief><sup>1</sup></cursief><cursief>)
                                                  meter</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al> € 20.000,- </al><al>per parkeerplaats</al></entry><entry colname="col3"><al>ja</al></entry><entry colname="col4"><al>voorzien in de parkeerplaatsen die niet op eigen
                                                terrein kunnen worden gerealiseerd</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief><sup>1</sup></cursief><cursief>Begrenzing omgeving (= gebied
                                restcapaciteit)</cursief></al><al>Om te bepalen of gebruik kan worden gemaakt van restcapaciteit in de
                            omgeving wordt een functieafhankelijke begrenzing gehanteerd. Voor
                            woningen bijvoorbeeld geldt een begrenzing van 100m, voor horeca 200m
                            (gemeten vanaf het bouwplan). De begrenzing per functie is terug te
                            vinden in bijlage 6. </al><al>De parkeerbezetting in de omgeving wordt bepaald aan de hand van
                            uitgevoerde parkeeronderzoeken of, indien niet beschikbaar, aan de hand
                            van ter plaatse uitgevoerde parkeermetingen (op het drukste moment). </al><al><cursief>Verplichting gemeente</cursief></al><al>In geval van het ‘hoge’ tarief heeft de gemeente de verplichting om te
                            voorzien in de parkeerplaatsen die niet op eigen terrein kunnen worden
                            gerealiseerd. De parkeerplaatsen dienen binnen 2 jaar na verlening van
                            de vergunning/ontheffing te worden aangelegd. Ook bij een verplichting
                            voor de gemeente wordt uitgegaan van de begrenzing uit bijlage 6.</al><al><vet> 4. Bijlagen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Parkeernormen gemeente Oisterwijk</al></li><li nr="2."><al>Gebiedsindeling Oisterwijk</al></li><li nr="3."><al>Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen</al></li><li nr="4."><al>Aanwezigheidspercentages</al></li><li nr="5."><al>Rekenmethode voor halen en brengen bij scholen</al></li><li nr="6."><al>Begrenzing parkeerruimte omgeving</al></li><li nr="7."><al>Parkeerovereenkomst </al></li><li nr="8."><al>Proces ontheffing parkeren op eigen terrein</al></li></lijst><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>