<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR79107_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Fraudebestrijding bijstandsuitkeringen (verordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2005-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Altena</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening fraudebestrijding bijstandsuitkeringen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De exacte publicatiedatum van deze regeling kan niet meer worden achterhaald.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Fraudebestrijding bijstandsuitkeringen (verordening)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld door de gemeenteraad op 31 maart 2005</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Aalburg;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="c."><al>bijstand: de bijstand zoals genoemd onder artikel 5 onder b
                                        van de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="d."><al>alleenstaande: de persoon genoemd in artikel 4 onder a van
                                        de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="e."><al>alleenstaande ouder: de persoon genoemd in artikel 4 onder b
                                        van de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="f."><al>gezin: de personen genoemd in artikel 4 onder c van de Wet
                                        Werk en Bijstand;</al></li><li nr="g."><al>recidive: het binnen een periode van één jaar weer
                                        verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht;</al></li><li nr="h."><al>benadelingsbedrag: het netto bedrag aan bijstand dat ten
                                        onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald;</al></li><li nr="i."><al>inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 17,
                                        1e lid, 2e lid en 4e lid van de Wet werk en bijstand en de
                                        artikelen 28, 2e lid en 29, 1e lid van de Wet structuur
                                        uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;</al></li><li nr="j."><al>afstemmingsverordening: de verordening gebaseerd op artikel
                                        8, 1e lid onder b van de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="k."><al>wettelijke rente: de rente, als bedoeld in het Burgerlijk
                                        Wetboek: BW 6:19 en BW 6:20.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Terugvordering van bijstand voor zover deze ten onrechte of tot een
                                te hoog bedrag is uitbetaald als gevolg van het niet nakomen van de
                                inlichtingenplicht genoemd in artikel 1 onder i van deze verordening
                                geschiedt door of namens het college met inachtneming van de
                                bepalingen van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 7 van de Afstemmingsverordening Wet, Werk en Bijstand 2004
                                Aalburg is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Terugvordering van ten onrechte of tot een te hoog betaald bedrag
                                aan bijstand vindt niet plaats indien dit belanghebbende niet te
                                verwijten valt. Bij de toepassing van dit artikel zullen altijd de
                                belangen van eventueel tot het gezin behorende kinderenworden
                                meegewogen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>De wijze van terug- en invordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Terugvordering geschiedt, voor zover de bijstand: </al><lijst><li nr="a."><al>ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;</al></li><li nr="b."><al>in de vorm van een geldlening is verstrekt en de uit de
                                        geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet
                                        behoorlijk worden nagekomen;</al></li><li nr="c."><al>voortvloeit uit gestelde borgtocht;</al></li><li nr="d."><al>ingevolge artikel 52 WWB in de vorm van een voorschot is
                                        verstrekt en nadien is vastgesteld dat geen recht op
                                        bijstand bestaat;</al></li><li nr="e."><al>anderszins onverschuldigd is betaald voor zover
                                        belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen,
                                        waaronder begrepen: - de belanghebbende naderhand met
                                        betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend,
                                        over in aanmerking te nemen middelen beschikt of kan
                                        beschikken; - bijstand is verleend met een bepaalde
                                        bestemming en naderhand door de belanghebbende vergoedingen
                                        tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die
                                        bestemming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij niet tijdige betaling en nadat cliënt in gebreke is gesteld,
                                wordt het nog te betalen bedrag onderscheidenlijk de te betalen
                                bedragen verhoogd met de wettelijke rente. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het benadelingsbedrag gedurende het lopende kalenderjaar niet
                                volledig kan worden ingevorderd, zal het resterende deel, met
                                toepassing van artikel 58, vierde lid, WWB, na afloop van het
                                desbetreffende kalenderjaar worden verhoogd met de verschuldigde
                                loonbelasting, de premies volksverzekeringen, alsmede met de
                                ziekenfondspremie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het benadelingsbedrag minder bedraagt dan € 100,-- wordt van
                                terugvordering afgezien, tenzij sprake is van recidive. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Terugvordering, als bedoeld in het eerste lid, onder e, vindt niet
                                plaats, indien de desbetreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee
                                jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot
                                terugvordering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Aangifte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het benadelingsbedrag meer bedraagt dan € 6.000,-- wordt
                                proces-verbaal door of namens het college opgemaakt en aangifte
                                gedaan bij het Openbaar Ministerie. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Verantwoording college</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad bepaalt jaarlijks de onderwerpen waarover het college dient
                                te rapporteren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In ieder geval rapporteert het college aan de raad, binnen vier
                                maanden na afloop van het jaar, over: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal verrichte onderzoeken:</al></li><li nr="b."><al>het aantal terugvorderingen, alsmede het aantal waarbij, op
                                        grond van dringende redenen, is afgezien van
                                        terugvordering;</al></li><li nr="c."><al>het aantal gevallen waarbij sprake is van een
                                        benadelingsbedrag hoger dan € 6.000,--, waarvan
                                        proces-verbaal is opgemaakt en het aantal gevallen dat
                                        aangifte is gedaan;</al></li><li nr="d."><al>de in het desbetreffende kalenderjaar geïncasseerde
                                        bedragen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                college, dat tevens de bevoegdheid heeft om in dringende gevallen af
                                te wijken van het bepaalde in deze verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening wordt binnen 2 jaar na inwerkingtreding
                                geëvalueerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                                Fraudebestrijding Aalburg.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Aalburg op 31 maart
                        2005</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Op grond van het bepaalde in artikel 8a van de Wet werk en bijstand, dient de
                    gemeenteraad, in het kader van het financiële beheer, bij verordening regels te
                    stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand, alsmede
                    van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Artikel 212 van de Gemeentewet
                    is in deze van toepassing. Hierin wordt gesteld dat de door de raad vast te
                    stellen regels aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle
                    dienen te voldoen.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>In deze verordening wordt aangegeven hoe gehandeld dient te worden indien sprake
                    is van het ten onrechte verlenen van bijstand, als gevolg van het verwijtbaar,
                    niet nakomen van de inlichtingenverplichtingen. In artikel 7 van de
                    afstemmingsverordening is bepaald hoe het college handelt bij zeer ernstig
                    misdragen tegenover de medewerkers of het college van de degene die een
                    uitkering aanvraagt of ontvangt. Ook wordt in dit artikel bepaalt wanneer
                    aangifte wordt gedaan bij het Openbaar Ministerie. Het uitgangspunt is dat in
                    alle gevallen tot terugvordering wordt overgegaan, behalve wanneer het
                    benadelingsbedrag minder is dan € 100,--; bij recidive, ongeacht het
                    benadelingsbedrag, wordt altijd tot terugvordering overgegaan.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Afzien van terugvordering op grond van een dringende reden Er moet iets
                    bijzonders en uitzonderlijk aan de hand zijn, waardoor het opleggen van de
                    verlaging/korting voor belanghebbende tot onaanvaardbare gevolgen leidt.
                    Omstandigheden, die bij de overweging van de ernst van het feit, de mate van
                    verwijtbaarheid en de omstandigheden van persoon en gezin een rol spelen zijn in
                    deze situatie niet aan de orde, aangezien deze aspecten bij de beoordeling van
                    de hoogte van de verlaging/korting zijn meegenomen. Het gaat om incidentele
                    gevallen, waarbij een individuele afweging van alle relevante omstandigheden
                    dient plaats te vinden; van algemene of categoriale afwijkingen kan geen sprake
                    zijn. Bij dringende reden kan worden gedacht aan financiële redenen en
                    immateriële redenen. Doelmatigheidsoverwegingen in de zin van
                    kosten-batenafweging mogen geen rol spelen bij het besluiten af te zien van
                    terugvordering.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Hierin wordt aangegeven de manier waarop de ten onrechte verleende WWB-uitkering
                    wordt terug-en ingevorderd. Het uitgangspunt is dat in alle gevallen tot
                    terugvordering wordt overgegaan, behalve wanneer het benadelingsbedrag minder is
                    dan € 100,--; bij recidive, ongeacht het benadelingsbedrag, wordt altijd tot
                    terugvordering overgegaan.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Indien sprake is van een benadelingsbedrag van meer dan € 6.000,--wordt
                    proces-verbaal opgemaakt en aangifte gedaan. Dit bedrag is gebaseerd op de
                    aangifterichtlijn sociale zekerheid.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Hierin is opgenomen, dat de raad jaarlijks de onderwerpen bepaalt waarover
                    gerapporteerd dient te worden in het Verslag over de uitvoering.</al><al>De overige artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>