<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR79103_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening 1991</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommelander Courant; 10-04-1991</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening 1991</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet; artikel 168</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet; artikel 12 en 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1991-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1991-04-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening 1991</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 mei 1992;</al><al/><al>gelet op artikel 168 gemeentewet en artikel 12 en 15 van de
                        Monumentenwet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende:</al><al/><al><vet>'MONUMENTENVERORDENING 1991"</vet></al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE
                                BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al><vet>monumenten:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>alle </vet>zaken <vet>die </vet>van <vet>algemeen
                                            belang </vet>zijn wegens hun <vet>schoonheid, </vet>hun
                                            <vet>betekenis </vet>voor de wetenschap of hun
                                        kultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="b."><al>terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige
                                        zaken ais bedoeld onder a.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>gemeentelijke monumentenlijst: </vet>de lijst waarop zijn
                                vermeld de overeenkomstig deze verordening beschermde
                                monumenten.</al></li><li nr="3."><al><vet>beschermde gemeentelijke monumenten: </vet>onroerende
                                monumenten, die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening op
                                de gemeentelijke monumentenlijst zijn geplaatst.</al></li><li nr="4."><al><vet>beschermde rijksmonumenten:</vet></al><al>onroerende monumenten, die zijn ingeschreven In de Ingevolge de
                        Monumentenwet vastgestelde registers.</al></li><li nr="5."><al><vet>kerkelijke monumenten:</vet></al><al>onroerende monumenten, die eigendom zijn van een kerkgenootschap, kerkelijke
                        gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en die uitsluitend of
                        voor een overwegend deel worden gebruikt voor de uitoefening van de
                        eredienst.</al></li><li nr="6."><al><vet>monumentenkommissle:</vet></al><al>de door de raad ingestelde kommissie of aangewezen instantie, met als taak
                        burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren
                        over de toepassing van de Monumentenwet, deze verordening en de
                        monumentenzorg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het monument.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BESCHERMDE
                                GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>De plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van
                                belanghebbenden, besluiten onroerende monumenten als beschermd
                                gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst te
                                plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders besluiten over plaatsing van onroerende
                                monumenten op de gemeentelijke monumentenlijst, nadat de
                                monumentencommissie en de eigenaar zijn gehoord. In spoedeisende
                                gevallen kunnen zij hiervan afwijken.</al></li><li nr="3."><al><vet>Burgemeester </vet>en wethouders nemen met betrekking tot
                                kerkelijke monumenten geen beslissing tot plaatsing op de
                                gemeentelijke monumentenlijst dan na overleg met de eigenaar.</al></li><li nr="4."><al><vet>Burgemeester </vet>en wethouders doen binnen twee maanden nadat
                                de monumentencommissie is gehoord, schriftelijk mededeling van het
                                besluit in lid 2 aan degenen die als eigenaren en anderszins
                                zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan, aan de
                                ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is
                                verzocht, aan de verzoeker. Bij overschrijding van de termijn worden
                                burgemeester en wethouders geacht niet ta plaatsing op de
                                gemeentelijke monumentenlijst te hebben besloten.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders maken de plaatsing op de
                                    <vet>gemeentelijke </vet>monumentenlijst op de in de gemeente
                                gebruikelijke wijze bekend.</al></li><li nr="6."><al>De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding
                                aan, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving
                                van het monument.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek van
                                belanghebbenden in de gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen
                                aanbrengen.</al></li></lijst><al>indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van
                        ondergeschikte betekenis Is of indien de wijziging betreft het doorhalen van
                        de Inschrijving van een monument dat is teniet gegaan, blijft
                        overeenkomstige toepassing van artikel 3, leden 2 en 3, achterwege.</al><lijst><li nr="8."><al>Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in
                                artikel 6 van de Monumentenwet of die zijn geplaatst op een lijst
                                van monumenten, op grond van een monumentenverordening van de
                                provincie Groningen, worden door burgemeester en wethouders niet op
                                de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.</al></li><li nr="9."><al>Monumenten, die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst
                                worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel
                                6 van de Monumentenwet, worden geacht niet meer op de gemeentelijke
                                monumentenlijst te zijn geplaatst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>De gemeentelijke monumentenlijst ligt ter gemeentesekretarie voor een Ieder
                        ter inzage.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Vergunning tot wijziging of afbraak van beschermde
                            gemeentelijke monumenten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen,
                                te vernielen of af te breken.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of
                                in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te
                                        verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al><vet>een beschermd gemeentelijk </vet>monument te herstellen
                                        of te gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of
                                        in gevaar gebracht.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 5 moet
                                schriftelijk worden ingediend bij burgemeester en wethouders.
                                Daarbij worden de door hen verlangde gegevens overgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Indien blijkt dat de aanvrager niet de verlangde gegevens heeft
                                overgelegd, stellen burgemeester en wethouders de aanvrager binnen
                                een maand na ontvangst van de aanvraag in de gelegenheid alsnog
                                binnen veertien dagen de door hen aan te geven ontbrekende gegevens
                                over te leggen.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval toepassing is gegeven aan het tweede lid en de aanvrager
                                niet binnen de in dat lid bedoelde termijn van veertien dagen de in
                                dat lid bedoelde ontbrekende gegevens heeft overgelegd, is de
                                aanvrager niet-ontvankelijk in zijn aanvraag met ingang van de dag,
                                volgend op de laatste dag van de in dat lid bedoelde termijn van
                                veertien dagen.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval toepassing Is gegeven aan het tweede lid en de aanvrager
                                naar het oordeel van burgemeester en wethouders de in het tweede lid
                                bedoelde ontbrekende gegevens in onvoldoende mate heeft overgelegd,
                                verklaren--zij de aanvrager binnen veertien dagen na de dag waarop
                                hij die gegevens heeft overgelegd niet-ontvankelijk.</al></li><li nr="5."><al>indien de aanvrager ontvankelijk is in zijn aanvraag, leggen
                                burgemeester en wethouders de aanvraag voor een ieder ter inzage. De
                                terinzagelegging wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt,
                                waarbij mededeling wordt gedaan van de mogelijkheid om binnen een
                                termijn van veertien dagen bezwaren in te dienen bij burgemeester en
                                wethouders.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders brengen de aanvraag en de daartegen
                                ingebrachte bezwaren terstond ter kennis van de
                                monumentenkommissie.</al></li><li nr="7."><al>Binnen twee maanden na afloop van de ~rentemijn brengt de
                                monumentenkommissie haar advies uit aan burgemeester en
                                wethouders.</al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning
                                binnen vier maanden na de indiening dan wel ontvankelijkverklaring
                                van de aanvraag.</al></li></lijst><al>Zij kunnen hun beslissing voor ten hoogste twee maanden verdagen; hiervan
                        doen zij de aanvrager onmiddellijk schriftelijk mededeling.</al><lijst><li nr="9."><al>Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het achtste lid
                                wordt de vergunning geacht te zijn verleend.</al></li><li nr="10."><al>Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van hun
                                besluit aan de monumentenkommissie en aan degenen die hun bezwaren
                                kenbaar hebben gemaakt.</al></li><li nr="11."><al>Een vergunning blijft buiten werking gedurende 30 dagen na de datum
                                waarop zij is verleend dan wei van rechtswege is verleend. indien
                                gedurende die termijn beroep is ingesteld op grond van de Wet
                                Administratieve Rechtspraak Overheidsbeschikkingen, blijft de
                                vergunning buiten werking totdat op dat beroep is beslist, tenzij
                                met toepassing van artikel 107 van de Wet op de Raad van State (Stb.
                                1986, 670) op een desbetreffend verzoek beslist wordt de schorsing
                                op te heffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot <vet>een </vet>kerkelijk
                        monument geen beslissing ingevolge de bepalingen van artikel 6 dan in
                        overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het betreft een
                        beslissing, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstoefening in dat
                        monument in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften
                                verbinden in het belang van de monumentenzorg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning kan voor <vet>een </vet>bepaalde tijd worden verleend.
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan dcor burgemeester en wethouders worden ingetrokken
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                        onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in
                                        artikel 8 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                        zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunninghouder wordt van het voornemen tot intrekking in kennis
                        gesteld en in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Het besluit tot
                        intrekking wordt met redenen omkleed en in afschrift gezonden aan de
                        monumentenkommissie.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BESCHERMDE
                                RIJKSMONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van de
                                aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument met de
                                ingediende bezwaren aan de monumentenkommissie na afloop van de
                                termijn van 14 dagen, genoemd in artikel 12, lid 8, van de
                                Monumentenwet.</al></li><li nr="2."><al>De monumentenkommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen twee maanden na de datum van verzending van het
                                afschrift.</al></li><li nr="3."><al>Bij overschrijding van de in lid 2 genoemde termijn wordt de
                                monumentenkommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SCHADEVERGOEDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van burgemeester en wethouders wijziging aan te
                                        brengen in de gemeentelijke monumentenlijst;</al></li><li nr="b."><al>de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning
                                        tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk
                                        monument te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan
                                        een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van
                                        een gemeentelijk monument; schade lijdt of ni lijden, die
                                        redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                                        te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn verzoek een
                                        naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de
                                verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel
                                49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>STRAFBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij, die handelt In strijd met artikel 5 van deze verordening wordt
                                gestraft met een geldboete van de tweede kategorie.</al></li><li nr="2."><al>Overtreding van artikel 5 van deze verordening kan bovendien worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>SLOT- EN
                                OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De opsporing van de in artikel 12 strafbaar gestelde feiten is,
                                naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening
                                genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door
                                burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze
                                verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die
                                in de aanwijzing zijn vermeld.</al></li><li nr="2."><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit
                                vereist, wordt hierbij de last verstrekt al dan niet besloten
                                ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen
                                de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker te betreden, aan
                                hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het
                                toezicht op de naleving <vet>van deze verordening.</vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke
                                monumenten treedt zij in werking op een door burgemeester en
                                wethouders te bepalen tijdstip.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                rijksmonumenten treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in
                                artikel 15, lid 2, van de Monumentenwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald <vet>als "Monumentenverordening
                            </vet><vet>1991".</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Loppersum, gehouden op 27 mei 1991, nr. 17.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter.</ondertekening><ondertekening> sekretaris.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>