<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78937_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2012/206</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, artt. 145 en 220</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PS2012-455</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu, belastingen, nazorg stortplaatsen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Regeling fonds nazorg stortplaatsen Gelderland</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>PROVINCIALE STATEN VAN GELDERLAND</al><al>Gezien het Voorstel 2012-455 van Gedeputeerde Staten inzake de voorstellen
                        tot uitvoering van de nazorgbepalingen van de Wet Milieubeheer in de
                        provincie Gelderland; Gelet op de artikelen 145 juncto 105, 220, 220a, 221
                        en 227 tot en met 232h van de provinciewet en artikel 15.44 van de Wet
                        milieubeheer;</al><al>BESLUITEN</al><al>Vast te stellen (gewijzigde) Verordening nazorgheffing stortplaatsen
                        Gelderland 1999:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> wet: de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al> sluitingsverklaring: de verklaring als bedoeld in artikel 8.47,
                                    derde lid, van de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onder de naam nazorgheffing wordt een directe provinciale belasting
                                geheven ter zake van het drijven van een stortplaats in de zin van
                                artikel 8.49 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De in het eerste lid genoemde nazorgheffing wordt geheven ter
                                bestrijding van de kosten die zijn gemoeid met: </al><lijst><li nr="a."><al> de in artikel 8.49, eerste lid, van de wet bedoelde zorg
                                        voor de in de provincie Gelderland gelegen
                                        stortplaatsen;</al></li><li nr="b."><al> een voor de provincie Gelderland geldende verplichting tot
                                        afdracht aan een fonds als bedoeld in artikel 15.48 van de
                                        wet;</al></li><li nr="c."><al> de inventarisatie door de provincie Gelderland van plaatsen
                                        waar in de provincie Gelderland afvalstoffen zijn gestort en
                                        waar dat storten vóór 1 september 1996 is beëindigd, en het
                                        onderzoek naar en systematische controle van de
                                        aanwezigheid, aard en omvang van eventuele verontreiniging
                                        aldaar;</al></li><li nr="d."><al> de dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel
                                        6:176, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Belastingplicht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.</titel></kop><al>De nazorgheffing wordt geheven van degene die een stortplaats
                            drijft.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.</titel></kop><al>De nazorgheffing wordt geheven als tijdvakbelasting. Het
                            belastingtijdvak is gelijk aan de periode die ligt tussen het tijdstip
                            van ingang van de nazorgheffing en het tijdstip van sluiting van de
                            stortplaats als bedoeld in de sluitingsverklaring.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Maatstaf en berekening van de heffing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De nazorgheffing wordt zodanig vastgesteld dat uit de opbrengst van
                                de heffing en de daarover verkregen rentebaten en
                                beleggingsopbrengsten de kosten kunnen worden bestreden, die naar
                                verwachting gemoeid zullen zijn met de uitvoering van het in artikel
                                8.49, derde en vierde lid, van de Wet milieubeheer, bedoelde
                                nazorgplan waarmee Gedeputeerde Staten hebben ingestemd, of indien
                                geen nazorgplan geldt, de in artikel 8.49, eerste lid, van die wet
                                bedoelde zorg voor die stortplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het bedrag van de nazorgheffing wordt als volgt opgebouwd: </al><lijst><li nr="a."><al> een basisbedrag berekend volgens de in de bij deze
                                        verordening behorende en daarvan deel uitmakende bijlage
                                        “Berekening van nazorgkosten en nazorgheffing provincie
                                        Gelderland”, voor de kosten bedoeld in artikel 2, aanhef en
                                        onderdelen a, b en d; en</al></li><li nr="b."><al> een opslag, uitsluitend voor de niet-bedrijfsgebonden
                                        stortplaatsen, voor de kosten bedoeld in artikel 2, aanhef
                                        en onderdeel c.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De opslag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt €
                                0,9075 per ton gestort afval gedurende de jaren 1999 tot en met
                                2002. </al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wijze van heffing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.</titel></kop><al>De nazorgheffing wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.</titel></kop><al>De verschuldigde nazorgheffing wordt betaald binnen 30 dagen na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Kwijtschelding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.</titel></kop><al>Bij de invordering van de nazorgheffing wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Nadere regels</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de
                            heffing en invordering van de nazorgheffing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inwerkingtreding, ingang van heffing en citeertitel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende
                                op de dag van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin dit besluit
                                is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De datum van ingang van de heffing is 25 maart 1999.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999".</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale Staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland
                        1999</titel></kop><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al>BEREKENING VAN NAZORGKOSTEN EN NAZORGHEFFING PROVINCIE GELDERLAND.</al></divisie><divisie><kop><titel>Berekening van het basisbedrag, genoemd in artikel 5, lid 2,
                            onderdeel a van de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland
                            1999, voor bedrijfsgebonden stortplaatsen, niet bedrijfsgebonden
                            stortplaatsen en depots voor baggerspecie.</titel></kop><al>De berekening van het basisbedrag, genoemd in artikel 5, lid 2, onderdeel a,
                        voor bedrijfsgebonden stortplaatsen, niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen en
                        depots voor baggerspecie vindt plaats door toepassing van het
                        RINAS-rekenmodel.</al><al>Bij de berekening van het basisbedrag voor bedrijfsgebonden stortplaatsen,
                        niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen en depots voor baggerspecie worden de
                        navolgende gegevens en waarden gebruikt: de gegevens uit het nazorgplan, dat
                        de instemming heeft van Gedeputeerde Staten. Indien en voorzover een
                        nazorgplan niet de instemming heeft van Gedeputeerde Staten kunnen de
                        gegevens ambtshalve door de inspecteur worden vastgesteld; - het
                        inflatiepercentage is 2; - het rentepercentage (de rekenrente) is 4,6; - een
                        toeslag voor onvoorziene kosten van 10% over het totaal van de jaarlijkse
                        nazorgkosten; - een toeslag voor ontwerp en directiekosten van maximaal 12%
                        over de periodieke vervangingskosten; - de opslag voor het afdekken van
                        risico’s bedraagt 10% op alle nazorgkosten; - de apparaatskosten bedragen
                        structureel een bedrag van € 5.000,-- per stortplaats met een doelvermogen
                        van meer dan € 100.000,--; - de levensduur/vervangingsperiode van de
                        bovenafdichting bedraagt maximaal 75 jaar; - alle prijzen zijn exclusief
                        omzetbelasting.</al></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>