<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78929_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Gedragscode voor politiek ambtsdragers van de gemeente Woerden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Woerdense Courant 24 december 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode politiek ambtsdragers</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/51</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling wordt verlengd tot 1 januari 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Gedragscode voor politiek ambtsdragers van de gemeente
            Woerden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Woerden,</al><al> gelezen het voorstel d.d. 2 mei 2006 van</al><al> - burgemeester;</al><al> gelet op het bepaalde in de Gemeentewet artikel 15, artikel 41c en artikel
                        69;</al><al> gezien het advies van de raadscommissie Bestuur en Veiligheid;</al><al> besluit;</al><al> vast te stellen de "Verordening Gedragscode voor politiek ambtsdragers van
                        de gemeente Woerden” </al><al> De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad een gedragscode voor de
                        burgemeester (artikel69), de wethouders (artikel 41c) en de raadsleden
                        (artikel 15) vast te stellen. De wettelijke verplichting zou niet de enige
                        reden moeten zijn waarom deze Gedragscode wordt vastgesteld. Ook
                        overwegingen met betrekking tot transparantie, betrouwbaar handelen en
                        aanspreekbaar zijn voor de burgers en organisaties in Woerden zijn
                        overwegingen die uw raad er toe zouden moeten brengen deze Gedragscode vast
                        te stellen. Politiek ambtsdragers (waaronder in deze Gedragscode ook de
                        burgemeester wordt verstaan) zijn werkzaam in het openbaar bestuur en zijn
                        gehouden om het algemeen belang te dienen. Zij zijn er voor alle burgers.
                        Burgers en organisaties wenden zich voorveel aangelegenheden tot de
                        gemeente, waarbij de gemeente vaak een monopoliepositie heeft. Dat stelt
                        hoge eisen aan de kwaliteit van de bestuurders. Wanneer de integriteit ter
                        discussie staat, wordt het vertrouwen in en de legitimiteit van het bestuur
                        aangetast. De uitgangspunten en gedragsregels die voor de politieke
                        ambtsdrager worden daarom uitdrukkelijk benoemd.</al><al> Het doel van deze code is om een houvast te bieden bij het bepalen van de
                        waarden en normen</al><al> inzake integriteit in het openbaar bestuur. De code is ook bedoeld als
                        uitingsvorm waarop politiek</al><al> ambtsdragers in Woerden - niet alleen onderling maar ook naar de
                        samenleving toe –aanspreekbaar willen zijn.De code zal dan ook publiekelijk
                        bekend worden gemaakt.</al><al> De code bevat uitgangspunten en regels voor zowel de burgemeester, de
                        wethouders, de raadsleden en fractieassistenten. De code kan tevens als
                        richtsnoer gelden voor organen binnen de gemeente waarvoor de raad of het
                        college (mede) verantwoordelijkheid draagt. Het college wil daaromtrent een
                        stimulerende rol vervullen.</al><al> De code geeft niet per definitie uitgangspunten en regels die rechtskracht
                        hebben, maar heeft vooral bestuurlijke en politieke betekenis. Politiek
                        ambtsdragers zijn op de naleving van de Gedragscode aanspreekbaar en wanneer
                        zij zich er niet aan houden, kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren
                        en hun positie. Om de Gedragscode stevigheid te geven, is deze gegoten in de
                        vorm van een verordening die door de raad is vastgesteld. In het kader van
                        deregulering en dergelijke hebben wij andere vormen van vastlegging, zoals
                        een convenant, overwogen. Gezien de aard en strekking van het onderwerp is,
                        bij nadere beschouwing, de vorm van een verordening ons de beste weg
                        gebleken. Wel kent de verordening een horizonsbepaling. De afzonderlijke
                        politieke ambtsdragers krijgen een exemplaar uitgereikt, welke zij voor
                        gezien tekenen. Dat exemplaar wordt door de griffier of de
                        gemeentesecretaris gearchiveerd.</al><al> Naast deze code bestaan er voorschriften die in de wet of elders geregeld
                        zijn, bijvoorbeeld over</al><al> fraude, valsheid in geschrifte en over nevenfuncties. Dergelijke
                        voorschriften zijn niet in deze code opgenomen, maar zijn uiteraard tevens
                        bepalend voor het functioneren van de politiek ambtsdragers. Hier wordt
                        verwezen naar onder meer de Gemeentewet, artikel 14 en 41a
                        (onafhankelijkheid), artikel 15 en 41b (nevenfuncties) en artikel 28 in
                        combinatie met artikel 2.4 van de Algemene wet bestuursrecht (niet deelnemen
                        aan stemmingen bij mogelijke vooringenomenheid en/of
                        belangenverstrengeling).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al>Integer handelen is niet alleen te vatten in regels, voorschriften en
                            deze Gedragscode. Het gaat ook om de uitgangspunten die voor dat
                            handelen worden gehanteerd. Daarom worden eerst de waarden genoemd die
                            een politiek ambtsdrager als toetssteen moet gebruiken om zijn handelen
                            aan te meten.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Betrouwbaarheid</titel></kop><structuurtekst><al>Op een politiek ambtsdrager moet men kunnen rekenen. Die houdt zich
                                aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van
                                zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn
                                gegeven.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Openheid</titel></kop><structuurtekst><al>Het handelen van een politiek ambtsdrager is transparant, zodat
                                optimale verantwoording mogelijk is en controlerende instanties
                                volledig inzicht hebben in het handelen en zijn beweegredenen
                                daarbij.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Onafhankelijkheid</titel></kop><structuurtekst><al>Het handelen van een politiek ambtsdrager wordt gekenmerkt door
                                onafhankelijkheid, dat wil zeggen dat er geen vermenging plaatsvindt
                                van het publiek belang en het persoonlijk belang of dat van derden
                                en dat ook iedere schijn van vermenging wordt vermeden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Zorgvuldigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager is zodanig dat alle
                                organisaties en burgers op gelijke wijze met respect worden bejegend en dat alle belangen op correcte
                                wijze worden afgewogen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Dienstbaarheid</titel></kop><structuurtekst><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager is altijd en volledig
                                gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daarvan onderdeel
                                zijn.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Functionaliteit</titel></kop><structuurtekst><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager heeft een herkenbaar
                                verband met de functie en is voor degenen met wie hij contact heeft
                                uitdrukkelijk benoemd.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>De uitgangspunten die zijn genoemd in afdeling I worden nu uitgewerkt in
                            een algemeen</al><al> toetsingskader voor bestuurlijk handelen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>1. Onder bestuurder wordt verstaan: burgemeester of wethouder.</al><al> 2. Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en
                            wethouders.</al><al> 3. Onder raadslid wordt verstaan: raadslid of fractieassistent.</al><al> 4. Onder presidium wordt verstaan: het periodiek overleg van raadsleden
                            over de huishouding en</al><al> agendavorming van de raad. Het presidium kan zelf bepalen of het
                            presidium of een commissie</al><al> uit het presidium de in deze gedragscode opgedragen toetsende rol
                            vervult.</al><al> 5. Deze Gedragscode geldt voor bestuurders, raadsleden en
                            fractieassistenten, tezamen genoemd politiek ambtsdrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belangenverstrengeling</titel></kop><al>1. Een politiek ambtsdrager doet opgave van zijn financiële belangen in
                            ondernemingen en</al><al> organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De
                            opgave is openbaar</al><al> en door derden te raadplegen.</al><al> 2. Een politiek ambtsdrager voorkomt bij zijn handelen te allen tijde
                            (de schijn van) bevoordeling van zichzelf dan wel derden. Een bestuurder
                            vertegenwoordigt de gemeente in onderhandelingen en zakelijke gesprekken
                            altijd in het bijzijn van een ambtenaar.</al><al> 3. Een politiek ambtsdrager onthoudt zich van deelname aan
                            besluitvorming over een aanbieder van diensten, werken of leveringen aan
                            de gemeente, waarmee hij persoonlijke betrekkingen heeft.</al><al> 4. Een politiek ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten,
                            werken of leveringen aan de</al><al> gemeente geen aangeboden faciliteiten of diensten, waar geen redelijke
                            vergoeding tegenover</al><al> staat, aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de
                            aanbieder kunnen beïnvloeden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nevenfuncties</titel></kop><al>1. Een politiek ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die strijdig
                            kunnen zijn met het belang van de gemeente.</al><al> 2. Een politiek ambtsdrager meldt al zijn nevenfuncties en geeft
                            daarbij aan of de functie wel of niet bezoldigd is.</al><al> 3. De kosten die een politiek ambtsdrager maakt in verband met een
                            nevenfunctie uit hoofde van</al><al> zijn ambt, worden niet vergoed door de gemeente, tenzij deze bij de
                            organisatie waar de</al><al> nevenfunctie wordt uitgeoefend niet voor vergoeding in aanmerking
                            komen.</al><al> 4. Een bestuurder of raadslid die een nevenfunctie wil vervullen anders
                            dan uit hoofde van zijn ambt, bespreekt dit voornemen in het college
                            respectievelijk de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Informatie</titel></kop><al>1. Een politiek ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met de
                            informatie waar hij uit hoofde van zijn functie over beschikt. Hij maakt
                            daarbij aan derden duidelijk wat zijn functie is.</al><al> 2. Een politiek ambtsdrager houdt geen informatie achter, tenzij hij
                            daartoe gehouden is op grond</al><al> van de Wet openbaarheid bestuur of de Gemeentewet.</al><al> 3. Een politiek ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten behoeve
                            van zijn persoonlijke</al><al> betrekkingen gebruik van informatie, waarover hij in zijn hoedanigheid
                            van politiek ambtsdrager</al><al> beschikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Geschenken en uitnodigingen</titel></kop><al>1. Een politiek ambtsdrager is zich voortdurend bewust van zijn positie
                            ten opzichte van zijn omgeving. Als hij (met inachtneming van lid 2 en 3) geschenken
                            aanneemt, aanbiedingen of uitnodigingen aanvaardt, zal hij te allen tijde voorkomen dat zijn
                            onafhankelijke positie daardoor wordt beïnvloed of de schijn daarvan wordt gewekt.</al><al> 2. Aanbiedingen en uitnodigingen kunnen door bestuurders worden gemeld
                            in het college en door raadsleden het presidium. Bestuurders en raadsleden betrekken bij hun
                            beslissing het standpunt van respectievelijk college of het presidium.</al><al> 3. Als een bestuurder of raadslid twijfelt of aanvaarding van een
                            geschenk zijn onafhankelijke positie in het gedrang kan brengen, meldt
                            hij dit in respectievelijk het college of het presidium. Er worden dan
                            afspraken gemaakt over wat met het betreffende geschenk wordt
                            gedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Representatiekosten</titel></kop><al>Op het doen van uitgaven voor activiteiten door een bestuurder in het
                            kader van representatie zijn van toepassing de 'Richtlijnen
                            representatie' zoals deze na vaststelling van deze verordening komen te
                            gelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Declaraties</titel></kop><al>1. Een politiek ambtsdrager declareert geen kosten die al op een andere
                            wijze worden vergoed.</al><al> 2. Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vast te stellen
                            administratieve procedure.</al><al> 3. Gemaakte kosten worden binnen drie maanden gedeclareerd.</al><al> 4. De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke
                            administratieve afhandeling en registratie van declaraties van
                            bestuurders; de gemeentesecretaris tekent voor akkoord. De</al><al> griffier is dat voor de raadsleden; de griffier tekent voor
                            akkoord.</al><al> 5. In geval van twijfel omtrent een declaratie wordt deze voorgelegd
                            aan de burgemeester. Zonodig gaat de declaratie ter besluitvorming aan
                            het college, dan wel het presidium indien het raadsleden betreft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reizen</titel></kop><al>1. Een bestuurder die het voornemen heeft om uit hoofde van zijn functie
                            een verre reis (is meer dan250 kilometer vanaf Woerden) te maken, heeft
                            toestemming nodig van het college.</al><al> 2. Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft
                            informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                            beleidsoverwegingen en de geraamde kosten.</al><al> 3. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van
                            derden worden altijd</al><al> besproken in het college en onder meer getoetst op het risico van
                            belangenverstrengeling. Het</al><al> gemeentelijk belang is doorslaggevend voor de besluitvorming.</al><al> 4. De kosten van eventueel meereizende ambtenaren komen ten laste van
                            de gemeente.</al><al> 5. Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                            niet toegestaan. Het</al><al> meereizen van derden op eigen kosten wordt in dat geval bij de
                            besluitvorming van het college</al><al> betrokken.</al><al> 6. Het verlengen van reizen voor privé-doeleinden is toegestaan, mits
                            dit is betrokken in de</al><al> besluitvorming van het college. De extra reis- en verblijfkosten komen
                            volledig voor rekening van</al><al> de bestuurder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gebruik gemeentelijke eigendommen</titel></kop><al>1. Gebruik van gemeentelijke eigendommen voor privé-doeleinden is niet
                            toegestaan.</al><al> 2. Bestuurders dan wel raadsleden kunnen op basis van een overeenkomst
                            ter zake voor zakelijk</al><al> gebruik een mobiele telefoon en/of een computer in bruikleen ter
                            beschikking krijgen.</al><al> 3. Overigens zijn de voorschriften van toepassing die zijn of worden
                            vastgelegd bij het gebruik van gemeentelijke eigendommen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Klachten</titel></kop><al>1. Wanneer een politiek ambtsdrager klachten heeft over de integriteit
                            van een bestuurder, raadslid of ambtenaar, bespreekt hij deze met de
                            burgemeester.</al><al> 2. Wanneer een politiek ambtsdrager klachten heeft over de integriteit
                            van de burgemeester,</al><al> bespreekt hij deze met de plaatsvervangend voorzitter van de raad.</al><al> 3. Een burger of organisatie kan klachten over de integriteit van
                            politiek ambtsdragers bij de</al><al> burgemeester indienen. Klachten over de integriteit van de burgemeester
                            zelf kunnen worden</al><al> ingediend bij de plaatsvervangend voorzitter van de raad.</al><al> 4. De burgemeester respectievelijk de plaatsvervangend voorzitter van
                            de raad stellen een</al><al> procedure van behandeling van deze klachten vast.</al><al> 5. Indien de inhoud van de klacht daartoe aanleiding geeft wordt deze
                            besproken in het college</al><al> respectievelijk de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>1. In gevallen waarin de Gedragscode niet voorziet of waarbij de
                            toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium
                            dan wel het college.</al><al> 2. Jaarlijks wordt door de burgemeester in het Burgerjaarverslag
                            verantwoording afgelegd over de uitvoering en toepassing van deze
                            verordening.</al><al> 3. Deze verordening wordt per 1 januari 2010 ingetrokken tenzij in
                            2009, op grond van een te houden evaluatie, wordt besloten om deze al
                            dan niet in gewijzigde vorm te continueren. (NB. bij raadsbesluit van 16
                            december 2009 is de geldigheidsduur van deze verordening verlengd tot 1
                            januari 2011)</al><al> 4. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                            nadat deze is vastgesteld en kan worden aangehaald als “Gedragscode
                            politiek ambtdragers'".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 juni 2006,</ondertekening><ondertekening> de Griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening> W. Hooghiemstra mr. H.W. Schmidt</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al>Artikel 2 Belangenverstrengeling</al><al> Dit artikel is de uitwerking van het uitgangspunt onafhankelijkheid.</al><al> Om te voorkomen dat belangenverstrengeling ontstaat of de schijn daarvan gewekt
                    wordt, is in dit</al><al> artikel een aantal concrete normen vastgelegd.</al><al> In het eerste lid is vastgelegd dat een politiek ambtsdrager zijn financiële
                    belangen in ondernemingen en organisaties meldt. Bij een financieel belang moet
                    gedacht worden aan het zijn van eigenaar, aandeelhouder, of stille vennoot van
                    een bedrijf. Niet alle financiële belangen hoeven te worden gemeld. Het gaat
                    alleen om die bedrijven waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen
                    onderhoudt.</al><al> De gemelde financiële belangen worden openbaar gemaakt, op dezelfde wijze als
                    nevenfuncties</al><al> openbaar worden gemaakt.</al><al> Het tweede lid schrijft voor dat een bestuurder de gemeente niet mag
                    vertegenwoordigen in</al><al> onderhandelingen en zakelijke gesprekken zonder een ambtenaar aan zijn zijde.
                    Zou een bestuurder dergelijke gesprekken alleen voeren dan is hij kwetsbaar voor
                    suggesties van bevoordeling. Dat voorgesteld wordt een ambtenaar aanwezig te
                    laten zijn, is daarom ter bescherming van de bestuurder.</al><al> Het derde en vierde lid lijken vanzelfsprekend, maar worden toch nadrukkelijk
                    vastgelegd. Normen en waarden die verband houden met integriteit zijn er immers
                    niet alleen voor een politiek ambtsdrager om de grenzen aan te geven, maar ook
                    voor de burger. Het derde lid is streng geformuleerd: ook wanneer een politiek
                    ambtsdrager van mening is dat hij zijn persoonlijke betrekkingen goed kan
                    scheiden van zijn verantwoordelijkheid als lid van het gemeentebestuur, moet hij
                    zich toch onthouden van stemming. De schijn van belangenverstrengeling kan ook
                    schadelijk zijn voor de gemeente, maar ook voor de politiek ambtsdrager
                    zelf.</al><al> Artikel 3 Nevenfuncties</al><al> In artikelen 12, 41b en 67 van de Gemeentewet worden regels gesteld over
                    nevenfuncties. Deze</al><al> bepaling is een aanvulling op de wet. Transparantie over nevenfuncties is
                    belangrijk in het kader van de uitgangspunten onafhankelijkheid en
                    dienstbaarheid. Het dienen van het gemeentelijk belang wordt zo belangrijk
                    geacht, dat dit de eerste prioriteit moet zijn van al diegenen die deel uitmaken
                    van het gemeentelijk bestuur. Daarom bevat lid 1 de regel dat een nevenfunctie
                    van een politiek ambtsdrager niet strijdig mag zijn met het belang van de
                    gemeente. Nevenfuncties die een politiek ambtsdrager al vervult op het moment
                    dat hij aantreedt moeten worden gemeld middels de geloofsbrieven. Wil een
                    bestuurder of raadslid gedurende zijn termijn een nevenfunctie aanvaarden, die
                    niet uit hoofde van zijn ambt vervuld moeten worden, dan dient hij dit eerst te
                    bespreken in het college respectievelijk de raad. Er kan dan collectief een
                    afweging worden gemaakt of de nevenfunctie verenigbaar is met het dienen van het
                    gemeentelijk belang.</al><al> In aanvulling op de Gemeentewet wordt niet alleen gevraagd dat alle
                    nevenfuncties gemeld worden, maar ook dat daarbij wordt aangegeven of deze
                    bezoldigd zijn. Hiermee wordt aangesloten op de landelijke discussie over
                    bijverdiensten van bestuurders. Er wordt overigens niet gevraagd aan te geven
                    hoeveel er verdiend wordt, maar alleen of de nevenfunctie bezoldigd is.</al><al> De Gemeentewet schrijft voor dat nevenfuncties openbaar gemaakt worden. Naast
                    de ter inzage</al><al> legging op het gemeentehuis zal er tevens op internet een pagina worden
                    ingericht waar dit te</al><al> raadplegen is.</al><al> Lid 3 bevat een aanvulling op de Gemeentewet die wel aangeeft wat er met de
                    verdiensten van</al><al> zogenaamde qualitate qua functie moet gebeuren, maar niets regelt over de
                    kosten die in dat verband gemaakt worden.</al><al> Artikel 4 Informatie</al><al> In dit artikel worden de uitgangspunten openheid en betrouwbaarheid uitgewerkt.
                    Een politiek</al><al> ambtsdrager beschikt uit hoofde van zijn functie over veel informatie. De
                    overheid dient transparant en open te werken, daarom schrijft de Wet
                    openbaarheid van bestuur voor dat in beginsel alle bestuurlijke informatie
                    openbaar is. Tegelijkertijd geeft die wet ook ruimte informatie vertrouwelijk te
                    behandelen als de privacy daardoor geschonden wordt of in die wet genoemde
                    belangen zich tegen openbaarmaking verzetten. Op dit snijvlak moet een politiek
                    ambtsdrager zich bewegen en dat is niet altijd gemakkelijk.Daar geeft de
                    gedragscode een handvat.</al><al> Voorop staat dat bestuurlijke informatie in principe openbaar is. Informatie
                    die een burger of bedrijf verstrekt, in bijvoorbeeld een zakelijk gesprek of
                    onderhandeling, valt niet onder bestuurlijke informatie en moet daarom
                    vertrouwelijk behandeld worden. In ieder geval is het niet de bedoeling dat een
                    politiek ambtsdrager informatie, die hij uit hoofde van zijn functie heeft,
                    gebruikt buiten zijn functie.</al><al> Artikel 5 Geschenken en uitnodigingen</al><al> Door een geschenk of uitnodiging te aanvaarden kan een politiek ambtsdrager
                    zijn onafhankelijkheidverliezen. Een bedrijf dat bijvoorbeeld een uitnodiging
                    voor een golfclinic verstuurt of een kistje wijn laat bezorgen doet dat om de
                    relatie met de gemeente of die bestuurder of dat raadslid te versterken.</al><al> Zo bezien moet ieder geschenk en elke uitnodiging met de nodige zorgvuldigheid
                    beoordeeld worden. Of die politiek ambtsdrager zich daardoor daadwerkelijk laat
                    beïnvloeden doet dan minder terzake;voor de buitenwereld kan al snel het beeld
                    ontstaan dat van beïnvloeding sprake is. Dat beeld is op zichzelf al schadelijk,
                    zowel voor de gemeente als voor de betrokken politiek ambtsdrager.</al><al> In het eerste lid staat de hoofdregel: de onafhankelijke positie van een
                    politiek ambtsdrager moet</al><al> worden gewaarborgd. Beïnvloeding en zelfs de schijn daarvan moet worden
                    vermeden. Als een</al><al> politiek ambtsdrager het aannemen van een geschenk of uitnodiging in dit licht
                    onverstandig acht, zou hij moeten weigeren.</al><al> Een aanbieding of uitnodiging kan worden gemeld, dit wordt aan de
                    verantwoordelijkheid van de</al><al> politiek ambtsdrager overgelaten. Bestuurders melden dit bij het college en
                    raadsleden bij het</al><al> presidium. Een geschenk wordt gemeld wanneer een politiek ambtsdrager twijfelt
                    over het</al><al> aanvaarden daarvan. De beslissing of het geschenk aanvaard kan worden, wordt
                    dan in het college of het presidium genomen.</al><al> Artikel 6 Representatiekosten</al><al> De 'Richtlijnen representatie' moet nog worden opgesteld.</al><al> Artikel 7 Declaraties</al><al> Een raadslid declareert geen kosten bij de gemeente tenzij er vooraf
                    besluitvorming door de Raad heeft plaatsgevonden. Declaraties worden afgewikkeld
                    volgens een daartoe vast te stellen</al><al> administratieve procedure. Een declaratie wordt ingediend inclusief een
                    betalingsbewijs en waarbij aangegeven wordt wat de functionaliteit van de
                    uitgave is. De gemeentesecretaris respectievelijk de griffier is
                    verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie
                    van declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld
                    door een daartoe aangewezen ambtenaar.</al><al> Artikel 8 Reizen</al><al> Een bestuurder zal uit hoofde van zijn functie geregeld reizen maken. Dat voor
                    dienstreizen gemaakte kosten worden vergoed is terecht, maar er zijn situaties
                    waar gemaakte kosten vragen kunnen oproepen in het kader van integriteit.
                    Daarbij kan gedacht worden aan meereizende partners, of het plakken van vakantie
                    aan een dienstreis. Om deze vragen te voorkomen, worden in dit artikel regels
                    gesteld ten aanzien van het vergoeden van kosten voor reizen. Dit artikel is
                    grotendeels overgenomen van het VNG-model, met uitzondering van het eerste lid.
                    In deze gedragscode staat te lezen dat een bestuurder die het voornemen heeft om
                    uit hoofde van zijn functie een verre reis te maken, toestemming van het college
                    nodig heeft. Een verre reis is daarbij gedefinieerd als verder dan 250 km vanaf
                    Woerden. Het VNG-model spreekt alleen over buitenlandse reizen, daarmee wordt
                    echter miskent dat vanaf Woerden bepaalde bestemmingen in het buitenland
                    dichterbij zijn dan Nederlandse bestemmingen. Met het noemen van een bepaalde
                    afstand wordt deze discussie vermeden.</al><al> Een verre reis vereist toestemming van het college. Een reis dichtbij, hoeft
                    dus niet aan het college voorgelegd te worden, tenzij deze reis door derden
                    wordt betaald. Om de schijn van</al><al> belangenverstrengeling te voorkomen moeten reizen die door derden worden
                    betaald, altijd worden gemeld. Een bestuurder laat zich in principe alleen
                    vergezellen door ambtenaren. Reist een derde mee, dan vergoedt de gemeente niet
                    de kosten van die derde. Daarnaast is toestemming van het college daarvoor
                    vereist. Ook voor het verlengen van een dienstreis met vakantie vereist de
                    toestemming van het college. De kosten daarvan worden evenmin vergoed.</al><al> Artikel 9 Gebruik gemeentelijke eigendommen </al><al> De hoofdregel is dat privé-gebruik van gemeentelijke eigendommen is verboden.
                    Met deze regel wordt een duidelijk signaal afgegeven, niet alleen naar de
                    burger, maar ook naar de ambtelijke organisatie.</al><al> De reden voor deze strikte regeling is het bewustzijn van de bijzondere positie
                    als politiek</al><al> ambtsdrager en ambtenaar dat de gemeente het belastinggeld van de burger
                    uitgeeft. Het vertrouwen van de burger mag niet geschaad worden dat deze
                    middelen voor andere doeleinden aangewend worden.</al><al> Alleen bij nadere voorschriften kunnen uitzonderingen op deze hoofdregel worden
                    vastgelegd.</al><al> Artikel 10 Klachten</al><al> Een politiek ambtsdrager kan klachten die hij heeft over het niet-integer
                    handelen van een andere</al><al> bestuurder, raadslid of ambtenaar bij de burgemeester onder de aandacht
                    brengen. Als de klacht daar aanleiding toe geeft kan een ambtenaar disciplinaire
                    maatregelen worden opgelegd.</al><al> De burgemeester is echter niet bij machte maatregelen te treffen tegen
                    niet-integere bestuurders of raadsleden, daarom is in het vijfde lid bepaald dat
                    de burgemeester klachten kan bespreken in het college, als het gaat om een
                    bestuurder, of in de raad, als het gaat om een raadslid.</al><al> Klachten over de burgemeester zelf kunnen worden besproken met de
                    plaatsvervangende voorzitter van de raad.</al><al> Een burger die klachten heeft over het niet integer handelen van een ambtenaar,
                    kan zijn klacht via de reguliere klachtenregeling indienen bij de
                    klachtcoördinator van de gemeente. Besluitvorming vindt dan plaats in het
                    college.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>