<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78833_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het burgerinitiatief Baarn 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Baarns Weekblad, Gemeentenieuws, 6-1-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op het burgerinitiatief Baarn 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-06-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10RV000050</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het burgerinitiatief Baarn 2011 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lijst><li nr="1.1"><al>In deze verordening wordt onder een burgerinitiatief verstaan: een
                                voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of een
                                voorstel op de agenda van de vergadering van de raad te
                                plaatsen.</al></li><li nr="1.2"><al>Het burgerinitiatief is een activiteit van een of meer burgers:</al><lijst><li nr="-"><al>gericht op bevordering van het algemeen belang</al></li><li nr="-"><al>die een meerwaarde heeft voor de gemeenschap</al></li><li nr="-"><al>die in het publiek domein plaatsvindt</al></li><li nr="-"><al>waarbij de overheid op enig moment een rol speelt</al></li><li nr="-"><al>maar waarbij de initiatiefnemers ‘geestelijk eigenaar’ van
                                        het initiatief blijven.</al></li></lijst></li></lijst><al>Toelichting</al><al>In deze modelbepalingen is ervoor gekozen de term "burgerinitiatief " te
                        hanteren ter aanduiding van het voorstel (of onderwerp) dat door een burger
                        bij de raad kan worden ingediend. Naar keuze zijn hier twee alternatieve
                        begripsomschrijvingen opgenomen voor de invulling van deze term. De eerste
                        gaat er van uit dat een burger bij dit middel alleen concrete voorstellen
                        kan indienen bij de raad. Een voorbeeld hiervan kan zijn het voorstel om de
                        winkels op bepaalde zondagen open op te stellen. Het tweede alternatief is
                        ruimer. Het biedt de mogelijkheid dat burgers een onderwerp bij de raad
                        aandragen, zonder dat een concreet voorstel is bijgevoegd. Te denken valt
                        hier aan de wens om in de raad over de problematiek in een bepaalde
                        achterstandswijk te discussiëren. Uiteraard staat het burgers ook bij het
                        tweede alternatief vrij om een concreet voorstel in te dienen. Het is aan de
                        raad om te beslissen of het nadere uitwerking door de indieners
                        behoeft.</al><al>Essentieel voor het burgerinitiatief is dat de initiatiefnemers ‘geestelijk
                        eigenaar’ blijven. De rol van de overheid is slechts faciliteren. Het is
                        voor de politiek niet mogelijk een voorstel zonder toestemming van de
                        initiatiefnemers aan te passen of (onherkenbaar) te veranderen. De burgers
                        zullen hun eigen idee dus altijd kunnen blijven herkennen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="2.1"><al>De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn
                                vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een
                                geldig verzoek is ingediend.</al></li><li nr="2.2"><al>Een verzoek is niet ontvankelijk indien het:</al><al> een onderwerp als bedoeld in <onderstreept>artikel 4</onderstreept>
                                bevat, of</al><al> niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in <onderstreept>artikel
                                    5</onderstreept>.</al></li></lijst><al>Toelichting</al><al>Uit dit artikel volgt dat de raad een burgerinitiatief op de agenda van een
                        raadsvergadering moet plaatsen indien er sprake is van een geldig verzoek,
                        ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich in dat
                        geval dus moeten uitspreken over het burgerinitiatief. Van een geldig
                        verzoek is sprake als (a) het onderwerp van het burgerinitiatief niet in
                            <onderstreept>artikel 4</onderstreept> is uitgezonderd en (b) aan de in
                            <onderstreept>artikel 5</onderstreept> gestelde procedurele voorwaarden
                        wordt voldaan. In <onderstreept>artikel 3</onderstreept> (zie hierna) wordt
                        nader omschreven wanneer een persoon initiatiefgerechtigd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="3.1"><al>Initiatiefgerechtigd zijn alle ingezetenen en/of
                                belanghebbenden.</al></li><li nr="3.2"><al>Voor de beoordeling of iemand belanghebbende is, is de situatie op
                                de dag van indiening van het verzoek bepalend.</al></li></lijst><al>Toelichting</al><al>De keuze voor deze ruime definitie van initiatiefgerechtigden ligt voor de
                        hand. Het gaat om de kwaliteit van het initiatief; nadere criteria kunnen
                        dan onnodig belemmerend werken. Bij indiening van een burgerinitiatief kan
                        worden getoetst of de indiener/initiatiefnemer voldoet aan de vereisten van
                        een initiatiefgerechtigde. Het verzoek vindt immers formeel op dat moment
                        plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment wordt voldaan aan de
                        vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn wordt geregeld
                        in <onderstreept>artikel 5</onderstreept>. Daarnaast kan de raad overwegen
                        om vast te leggen op welke wijze de controle van de initiatiefgerechtigdheid
                        plaatsvindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr=""><al>4.1Een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op:</al></li><li nr="-"><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het
                                gemeentebestuur;</al></li><li nr="-"><al>een vraag over het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="-"><al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                                bestuursrecht;</al></li><li nr="-"><al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet
                                bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of</al></li><li nr="-"><al>een onderwerp waarover korter dan vier jaar voor indiening van het
                                burgerinitiatief door de raad een besluit is genomen, tenzij nieuwe
                                argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden.</al><lijst><li nr="4.2"><al>Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet
                                        behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder
                                        de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door de raad,
                                        eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden
                                        naar het college van burgemeester &amp; wethouders.</al></li><li nr="4.3"><al>Het college van burgemeester &amp; wethouders of de
                                        burgemeester zal binnen een maand na de doorzending van het
                                        initiatief, zoals bedoeld in lid 2, de raad bij brief
                                        informeren over de voorgenomen afdoening ervan. Een
                                        afschrift van deze brief wordt gelijktijdig verzonden aan
                                        degene die het initiatief heeft ingediend. </al></li></lijst></li></lijst><al>Toelichting</al><al>Het is weinig efficiënt om de raad te belasten met de beraadslaging over een
                        onderwerp waarover de raad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heft.
                        Daar komt bij dat de afstand tussen burger en bestuur alleen maar zou worden
                        vergroot als de burger na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te
                        horen krijgt dat de raad niets met het burgerinitiatief kan doen, omdat hij
                        "er niet over gaat". Een vraag over gemeentelijk beleid kan ook geen
                        onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan andere
                        wegen open, zoals het spreekrecht in een commissie- of raadsvergadering of
                        het spreekuur van een wethouder. Ook moet voorkomen worden dat het
                        burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure
                        doorkruist. Met het oog hierop kan worden bepaald dat het burgerinitiatief
                        geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van
                        het gemeentebestuur kan inhouden. Tenslotte is het evenmin de bedoeling dat
                        zaken, die recent nog in de raad aan de orde zijn geweest, opnieuw onderwerp
                        van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de
                        besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren. Daarbij kan een raad
                        zelf bepalen welke termijn hij daarvoor geschikt acht. Denkbaar is dat wordt
                        gekozen voor de huidige raadsperiode. Lid e zou dan kunnen luiden: e. Een
                        onderwerp waarover tijdens de raadsperiode – waarin indiening van het
                        voorstel plaatsvindt – door de raad een besluit is genomen. Het is aan de
                        initiatiefnemer om aan te tonen dat het initiatief een nieuw voorstel
                        betreft dat nog geen onderwerp van een raadsbesluit is geweest. Een
                        burgerinitiatief dat wordt doorgestuurd naar college van burgemeester en
                        wethouders is geen burgerinitiatief meer volgens de definitie van
                            <onderstreept>artikel 1</onderstreept> van deze verordening. Lid 3 is
                        bedoeld om te voorkomen dat college of burgemeester een initiatief om die
                        reden terzijde kan schuiven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="5.1"><al>Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de
                                        agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk
                                        ingediend bij de voorzitter van de raad. Formulieren voor
                                        indiening van een burgerinitiatief zijn bij de griffie
                                        verkrijgbaar en kunnen – na invulling – weer bij diezelfde
                                        griffie worden ingediend. De griffie zal de initiatiefnemer
                                        gedurende de verdere procedure adviseren en begeleiden.</al></li><li nr="5.2"><al>Het verzoek bevat ten minste:</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatief;</al></li><li nr="-"><al>een toelichting op het burgerinitiatief, en</al></li><li nr="-"><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de
                                handtekening(en) van de initiatiefnemer(s).</al><lijst><li nr="5.3"><al>Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van
                                        het in bijlage 1 van deze verordening opgenomen model.</al></li><li nr="5.4"><al>Het verzoek gaat vergezeld van een lijst met 50 namen,
                                        adressen, geboortedata en handtekeningen van 50
                                        verschillende initiatiefgerechtigden die het initiatief
                                        ondersteunen.</al></li><li nr="5.5"><al>Indien er meerdere rechtsgeldige initiatieven zijn over
                                        hetzelfde onderwerp, zullen dergelijke initiatieven
                                        gezamenlijk geagendeerd worden.</al></li></lijst></li></lijst><al>Toelichting</al><al>Het ligt voor de hand om het burgerinitiatief bij de voorzitter van de raad
                        te laten indienen. Zolang de burgemeester nog voorzitter van de raad is,
                        ontvangt hij in die hoedanigheid de voorstellen. Om de voortgang van het
                        burgerinitiatief ordelijk te laten verlopen, is het onvermijdelijk dat aan
                        het verzoek een aantal minimumeisen wordt gesteld. Het is uit praktische
                        overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid
                        raadzaam, dat indiening van een burgerinitiatief plaatsvindt door middel van
                        een standaardformulier. Op dit formulier zal de initiatiefnemer naast het
                        voorstel en een toelichting in ieder geval zijn personalia moeten aangeven.
                        Ter voorkoming van fraude met namen kan gevraagd worden naar personalia,
                        zoals adressen en geboortedata. Op grond van deze gegevens kan de gemeente
                        onderzoeken of het initiatief de steun van voldoende daartoe gerechtigde
                        personen heeft. Zie het voorbeeld "Verzoek Burgerinitiatief" in
                            <onderstreept>bijlage1</onderstreept>. Er dient gebruik gemaakt te
                        worden van een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata
                        en handtekeningen van tenminste 50 (aantal) initiatiefgerechtigden die het
                        verzoek ondersteunen. Zo is er enerzijds het voorbeeld van Amersfoort waar
                        één persoon een voorstel kan indienen en ondersteunende handtekeningen niet
                        nodig zijn. Argumenten vóór: het gaat om laagdrempeligheid en om de
                        kwaliteit (niet kwantiteit) van het initiatief. Argument tegen: het
                        (theoretische) risico dat de raad overspoeld kan worden door individuele
                        initiatieven die hij moet agenderen. Daarnaast is er het risico van meerdere
                        initiatieven over hetzelfde onderwerp. In dit geval zou de raad een bepaling
                        kunnen opnemen dat hij dergelijke initiatieven, niet afzonderlijk, maar
                        gezamenlijk agendeert / behandelt. In de praktijk is gebleken, dat van een
                        toevloed niet of nauwelijks sprake is. Anderzijds is er het voorbeeld van de
                        gemeente Heerlen, die onderscheid maakt tussen initiatieven die betrekking
                        hebben op een buurt of subbuurt en initiatieven die een gemeentebreed
                        karakter dragen. Het laatste type initiatieven dient door een bepaald
                        percentage verzoekgerechtigden ondersteund te worden. Voor "buurt of
                        subbuurt initiatieven" gelden in Heerlen verschillende percentages,
                        afhankelijk van de omvang van het aantal verzoekgerechtigden in de betrokken
                        buurt of subbuurt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Een initiatiefgerechtigde kan zich wenden tot de griffier met een verzoek om
                        ambtelijke bijstand. Deze bijstand kan worden verleend door de griffier of
                        door een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door
                        deze kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken een of meer
                        ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>7.1 De raad agendeert het burgerinitiatief voor zijn eerstvolgende
                        vergadering na de datum van indiening van het initiatief, indien het voldoet
                        aan de vereisten zoals gesteld in <onderstreept>artikel 5</onderstreept>. Er
                        dient ten minste twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het
                        burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het
                        burgerinitiatief wordt beslist.</al><lijst><li nr="7.2"><al>De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit
                                voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De
                                initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze
                                vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader
                                toe te lichten.</al></li><li nr="7.3"><al>Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een
                                besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door
                                kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een
                                van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
                                huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.</al></li><li nr="7.4"><al>Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
                                gedaan aan de initiatiefnemer.</al></li><li nr="7.5"><al>De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen
                                inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.</al></li><li nr="7.6"><al>Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit
                                in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en
                                beroep open staat.</al></li></lijst><al>Toelichting</al><al>De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad zijn voorstel spoedig
                        toetst aan de vereisten en een besluit neemt over de behandeling. Hierin
                        voorziet het eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te
                        lang is, maar ook niet zo kort dat er onvoldoende tijd is om het voorstel te
                        kunnen controleren. Verzoeken waarover de raad niet bevoegd is, kan de raad
                        doorzenden naar het college of de burgemeester als portefeuillehouder. Met
                        het derde tot en met vijfde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor
                        transparantie bij de afhandeling van een burgerinitiatief door de raad. Op
                        grond van het vijfde lid wordt de indiener / initiatiefnemer altijd
                        schriftelijk meegedeeld wat er met het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan
                        dus een inhoudelijk besluit zijn of de mededeling dat het verzoek is
                        afgewezen. Wordt het verzoek tot plaatsing van het burgerinitiatief door de
                        raad afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de zin van de Algemene
                        wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep op de rechter openstaan.
                        Besluit de raad het burgerinitiatief te agenderen, dan is er sprake van een
                        voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (artikel
                        6:3 Awb). Afhankelijk van de inhoud van de beslissing op het initiatief
                        zelf, zal er sprake zijn van een besluit in de zin van de Algemene wet
                        bestuursrecht dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Zo zal bijvoorbeeld
                        bezwaar en beroep openstaan indien de raad, het college of de burgemeester
                        naar aanleiding van het burgerinitiatief besluit een subsidie toe te kennen
                        voor een bepaald project. Een ander voorbeeld is het besluit om een
                        verordening op bepaalde punten aan te passen. Tegen een dergelijk besluit
                        staan geen bezwaar en beroep bij de rechter open (artikel 8:2 Awb). In deze
                        modelbepalingen is ervoor gekozen in het midden te laten hoe raad, college
                        of burgemeester verder met het burgerinitiatief omgaat. Bedoeld is niet dat
                        de raad altijd plenair het voorstel inhoudelijk moet behandelen. Het ligt
                        wel voor de hand dat in de raadsvergadering wordt beslist over het te volgen
                        traject, maar een besluit over een burgerinitiatief kan uiteraard ook in een
                        raadscommissie inhoudelijk worden voorbereid. Ook kan de raad van mening
                        zijn dat nader onderzoek moet worden gedaan. De indiener / initiatiefnemer
                        zal hoe dan ook steeds over het vervolgtraject worden ingelicht en waar
                        nodig en mogelijk erbij worden betrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>8.1 De burgemeester brengt in het burgerjaarverslag, voor zover dat wordt
                        uitgebracht, verslag uit over de werking van het recht van burgerinitiatief
                        in de praktijk.</al><al>Toelichting</al><al>De raad kan ervoor kiezen om in een regeling over het burgerinitiatief de
                        burgemeester te verplichten om jaarlijks een verslag over het
                        burgerinitiatief uit te brengen. Hierbij valt te denken aan getalsmatige
                        gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen
                        burgerinitiatieven), en aan een beknopt overzicht van de inhoud van de
                        burgerinitiatieven, de besluiten van de raad over de burgerinitiatieven en
                        de motivatie op grond waarvan de raad tot deze besluiten is gekomen. In het
                        wetsvoorstel met betrekking tot de dualisering van het gemeentebestuur wordt
                        de burgemeester verplicht een burgerjaarverslag op te stellen. De
                        burgemeester kan er dan voor kiezen het verslag over het burgerinitiatief
                        hierin op te nemen. Uit de inventarisatie is gebleken dat dit in veel
                        gemeenten al gebeurt. Een burgemeester is niet meer verplicht om een
                        burgerjaarverslag uit te brengen. Voor zover het door de burgemeester wordt
                        uitgebracht, zal melding maken van de praktijk van eventuele
                        burgerinitiatie(f)/ven in Baarn.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>22 december 2010</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>