<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78720_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgings- rechten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Streekblad, 09-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening lijkbezorgingsrechten 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>148-6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgings- rechten 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgings- rechten 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Waterland,</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>Besluit:</al><al/><lijst><li nr="I."><al>tot vaststelling van de volgende Verordening op de heffing en
                                invordering van lijkbezorgings- rechten 2011:</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>begraafplaats:</vet> de gemeentelijke begraafplaatsen te Broek
                                in Waterland, Ilpendam, Marken, Monnickendam - Kloosterstraat,
                                Monnickendam - Kloosterdijk, Uitdam, Watergang en Zuiderwoude:</al></li><li nr="b. "><al><vet> eigen graf:</vet> een graf, waar voor 20 jaar, het uitsluitend
                                recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het doen begraven van maximaal twee lijken;</al></li><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                        zonder urn;</al></li><li nr="-"><al>het (doen) uitstrooien van as;</al><al>verlenging van het grafrecht is telkens mogelijk voor 10
                                        jaar;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al><vet>algemeen graf:</vet> een graf, bij de gemeente in beheer,
                                waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken,
                                voor maximaal 20 jaar, zonder dat het uitsluitend recht tot begraven
                                is verleend;</al></li><li nr="d."><al><vet>eigen kindergraf:</vet> een graf waar, voor 20 jaar, het
                                uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven van maximaal
                                twee lijken van kinderen tot 12 jaar, verlenging van het grafrecht
                                is telkens mogelijk voor 10 jaar:</al></li><li nr="e."><al><vet>algemeen kindergraf:</vet> een graf, bij de gemeente in beheer,
                                waarin voor maximaal 20 jaar gelegenheid wordt geboden tot het doen
                                begraven van lijken van kinderen tot 12 jaar zonder dat het
                                uitsluitend recht tot begraven is verleend:</al></li><li nr="f. "><al><vet> eigen urnengraf:</vet> een graf waar, voor 20 jaar, het
                                uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het doen bijzetten van maximaal twee asbussen met of zonder
                                        urn,</al></li><li nr="-"><al>het (doen) uitstrooien van as:</al><al>verlenging van het grafrecht is telkens mogelijk voor 10
                                        jaar;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al><vet>algemeen urnengraf:</vet> een graf bij de gemeente in beheer,
                                waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van een
                                asbus, met of zonder urn, voor 20 jaar zonder dat het uitsluitend
                                recht tot begraven is verleend zonder de mogelijkheid tot het
                                plaatsen van een gedenkteken;</al></li><li nr="h."><al><vet>asbus: </vet>een bus ter berging van crematie-as;</al></li><li nr="i."><al><vet>urn: </vet>een voorwerp(vaas) ter berging van as of een
                                asbus;</al></li><li nr="j."><al><vet>eigen urnenkeldertje:</vet> een betonnen keldertje met
                                afneembaar deksel waar, voor 20 jaar, het uitsluitend recht is
                                verleend tot het plaatsen van maximaal twee asbussen met of zonder
                                urn, verlenging van grafrecht is telkens mogelijk voor 10 jaar;</al></li><li nr="k."><al><vet>strooiveld:</vet> een permanent daartoe aangewezen ruimte op de
                                begraafplaats bestemd voor het (doen) uitstrooien van
                                crematie-as;</al></li><li nr="l."><al><vet>uitstrooien van crematie-as:</vet> het op verzoek uitstrooien
                                van crematie-as op het strooiveld van de begraafplaats of op/in een
                                graf;</al></li><li nr="m."><al><vet>gedenkplaatje:</vet> een op het monument bij het strooiveld aan
                                te brengen gedenkplaatje uitgevoerd in de standaard maten 22 x 10 x
                                2 cm</al></li><li nr="n."><al><vet>eigengedenkplaats:</vet> plaats om overledenen te gedenken,
                                waarop een uitsluitend recht is verleend voor een periode van 20
                                jaar; verlenging voor telkens mogelijk voor 10 jaar:</al></li><li nr="o."><al><vet>grafbedekking:</vet> gedenkteken en beplanting op een graf of
                                gedenkplaats;</al></li><li nr="p."><al><vet>beheerder:</vet> ambtenaar belast met de dagelijkse leiding van
                                de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="q."><al><vet>rechthebbende:</vet> de rechthebbende op een eigen graf, een
                                eigen urnengraf, een eigen urnenkeldertje of een gedenkplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de
                        gemeentelijke begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van
                        diensten in verband met de algemene begraafplaats, overige begraafplaatsen
                        of de lijkbezorging<cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve
                        van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen,
                        werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.3 van de tabel is
                            het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt
                            afgekocht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in de bij deze verordening behorende tabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tabel
                            genoemde eenheid voor een volle eenheid aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tabel,
                            worden geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Andere rechten als die bedoeld in de tabel worden geheven door middel
                            van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is
                            vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de
                            jaarlijks verschuldigde rechten.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tabel,
                            zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit
                            later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            zijn de rechten onder 4.2 van de tabel verschuldigd voor zoveel twaalfde
                            gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar,
                            na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld onder 4.2 van de
                            tabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
                            volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 7,90 worden niet geheven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ontheffing wordt niet verleend indien deze minder dan € 7,90
                            bedraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>Andere rechten dan die bedoeld onder 4.2 en 4.3 van de tabel zijn
                        verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het
                        gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De rechten worden niet geheven voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het lichten van overblijfselen van een lijk of asbus op rechterlijk
                                gezag;</al></li><li nr="b."><al>het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de
                                overleden moeder in één kist worden begraven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de
                            tabel, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand</al><al>die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Andere rechten moeten worden betaald binnen twee maanden na de
                            dagtekening van de</al><al> schriftelijke kennisgeving. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De verordening lijkbezorgingsrechten 2010 van 5 november 2009 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze Verordening kan worden aangehaald als de "Verordening
                                lijkbezorgingsrechten 2011".</al></li></lijst><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Waterland, </ondertekening><ondertekening>gehouden op 25 november 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>(Drs. E.G.H. Dijk) </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>(Mr. E.F. Jongmans)</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al/><tussenkop>Tabel 2011 behorende bij de "Verordening </tussenkop><tussenkop> lijkbezorgingsrechten Waterland 2011"</tussenkop><al/><tussenkop>Hoofdstuk 1 Grafrecht</tussenkop><al>1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen </al><al>1.1 begraven en begraven houden, of de uitgifte van een </al><al>1.1 gedenkplaats wordt geheven:</al><al>1.1.1 voor een algemeen graf gedurende 20 jaar € 882,00</al><al>1.1.2 voor een algemeen graf gedurende 20 jaar</al><al> van een persoon van 0 tot 12 jaar € 393,00</al><al>1.1.3 voor een eigen graf gedurende 20 jaar € 1.598,00</al><al>1.1.4 voor een eigen graf gedurende 20 jaar</al><al> van een persoon van 0 tot 12 jaar € 791,00</al><al>1.2 Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen</al><al>1. bijgezet houden van asbussen en urnen wordt geheven:</al><al>1.2.1 in een eigen graf voor een periode </al><al> van 20 jaar € 1.598,00</al><al>1.2.2 in een algemeen urnengraf voor een periode</al><al> van 20 jaar € 235,00</al><al>1.2.3 in een eigen urnengraf voor een periode</al><al> van 20 jaar € 445,00</al><al>1.2.4 in of op een eigen urnenkeldertje voor een periode</al><al> van 20 jaar € 745,00</al><al>1.3 Voor het verlengen van de onder 1.1.3 en 1.1.4 bedoelde rechten</al><al> voor een periode van 10 jaar wordt geheven:</al><al>1.3.1 voor een eigen graf € 791,00</al><al>1.3.2 voor een eigen graf</al><al> van een persoon van 0 tot 12 jaar € 398,00</al><al>1.3.3 voor een eigen urnengraf € 224,00</al><al>1.3.4 voor een urnenkeldertje € 384,00</al><al/><tussenkop><cursief>Hoofdstuk 2
                    Begraafrecht</cursief></tussenkop><al>2.1 Voor het begraven van een lijk wordt geheven:</al><al>2.1.1 van een persoon van 12 jaar of ouder € 525,00</al><al>2.1.2 van een persoon van 0 tot 12 jaar € 255,00</al><al>2.2 Voor het op verzoek laten begraven van een lijk op</al><al> een kerkelijke begraafplaats bij gebruikmaking van </al><al> van de diensten van de gemeente € 525,00</al><al>2.3 Voor het begraven op zaterdag wordt het begraafrecht</al><al>verhoogd met € 107,00</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en
                    urnen</tussenkop><al>3.1 Voor het bijzetten van een asbus in een eigen graf</al><al> of in een urnengraf wordt geheven € 224,00</al><al> voor het uitstrooien van crematie-as op het strooiveld </al><al> of een eigen graf wordt geheven: € 167,00</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 4 Grafbedekking en onderhoud</tussenkop><al>4.1 Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen</al><al> van voorwerpen of het aanbrengen van beplantingen</al><al> wordt geheven: € 19,40</al><al>4.2 Voor het geplaatst hebben van een voorwerp of</al><al> beplanting wordt per jaar geheven: € 28,50</al><al> De rechten als bedoeld onder 4.2 van dit artikel kunnen </al><al> telkenmale voor een periode van 10 jaar worden afgekocht</al><al> tegen betaling ineens van een bedrag van 7 (zeven) maal</al><al> van de in dat lid genoemd bedrag. € 199,50</al><al> voor het geplaatst hebben van een standaard gedenkplaatje </al><al> op het monument bij het strooiveld voor de duur van </al><al> 10 jaar wordt geheven € 132,00</al><al> voor het verlengen van het recht als bedoeld onder 4.4 </al><al> voor 10 jaar wordt geheven: € 107,00</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 5 Inschrijven en overboeken van eigen graven
                    en eigen urnenruimten</tussenkop><al>5.1 Voor het inschrijven en overboeken van eigen graven</al><al> in een daartoe bestemd register wordt geheven: € 17,30</al><al>5.2 Voor het inschrijven en overboeken van eigen urnen-</al><al> graven in een daartoe bestemd register wordt geheven: € 17,30</al><al/><tussenkop>Hoofstuk 6 Lichten en ruimen</tussenkop><al>6.1 Voor het lichten van een lijk wordt geheven: € 665,00</al><al>6.2 Voor het na lichting weer opnieuw begraven in</al><al> hetzelfde graf wordt geheven: € 830,00</al><al>6.3 Voor het na lichting weer opnieuw begraven in</al><al> een ander graf wordt geheven: € 1.052,00</al><al>6.4 Voor het lichten van een asbus uit een eigen graf</al><al> of uit een urnengraf wordt geheven: € 229,00</al><al>6.5 Voor het na lichting weer terugplaatsen van de</al><al> asbus in hetzelfde graf wordt voor een eigen graf </al><al> of voor een urnengraf geheven € 381,00</al><al>6.6 Voor het na lichting weer terugplaatsen van de</al><al> asbus in een ander graf wordt voor een eigen graf</al><al>of voor een urnengraf geheven € 381,00</al><al>6.7 Voor het ruimen of het lager in het graf brengen </al><al> van de stoffelijke resten op verzoek van belanghebbende </al><al> wordt geheven: € 565,00</al><al>6.8 Voor het ruimen of lichten door een speciaal daartoe</al><al>aangewezen bedrijf zullen de werkelijke kosten worden </al><al>doorberekend aan de aanvrager.</al><al>De aanvrager wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld</al><al>onder mededeling van de aan dit advies verbonden geraamde</al><al>kosten.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 7 Overige heffingen</tussenkop><al>7.1 Voor het luiden van de klok wordt geheven per keer € 55,95</al><al>7.2 Voor het gebruik van een baar wordt geheven € 15,25</al><al>7.3 Voor het gebruik van een doodskleed wordt geheven € 7,85</al><al>7.4 Voor het wegnemen en weer terugplaatsen van een</al><al> gedenksteen € 107,00</al><al>7.5 De kosten voor het afgeven van een verklaring van overlijden bij een</al><al> natuurlijke danwel niet-natuurlijke dood, welke door de gemeentelijke</al><al> lijkschouwer of arts bij de gemeente wordt gedeclareerd komen geheel </al><al> voor rekening van de opdrachtgever tot begraven of crematie van de </al><al> in de gemeente overledene.</al><al/><al/><al> Behorend bij besluitnummer 148-6 van 25 november 2010</al><al/><al> De griffier, </al><al> (Drs. E.G.H. Dijk) </al><al/><al>De voorzitter,</al><al>(Mr. E.F. Jongmans) </al></bijlage></regeling></body></cvdr>