<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78693_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Castricum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad van Castricum, 14-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Castricum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidieverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels: subsidiëring scouting 2004, subsidiëring scouting 2004, peuterspeelzaalwerk 2008, jeugdsubsidies sport 2003, sport gehandicapten 2005 en subsidie kunstzinnige vorming in het basisonderwijs.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Castricum</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Castricum</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7
                        november 2006, nr. 92 inzake de Algemene subsidieverordening</al><al>gezien het advies uit de carrousel van 30 november 2006</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Castricum</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>a. Accountantsverklaring : een schriftelijke verklaring omtrent de
                            getrouwheid onderscheidenlijk een mededeling van een RA- of
                            AA-accountant inhoudende dat van onjuistheden over deaangereikte
                            financiële stukken niet is geblekenb. Activiteit : het geheel van
                            producten, geleverd door een instelling ter verwezenlijking van de
                            doelstellingen van het gemeentelijk beleid c. Awb : de Algemene wet
                            bestuursrechtd. Beleidsregel : een, bij besluit van het college, per
                            deelterrein vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen
                            verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de
                            vaststelling van feitene. Boekjaar : het kalenderjaar, lopende van 1
                            januari tot en met 31 decemberf. College : het college van burgemeester
                            en wethouders van de gemeente Castricumg. Instelling : een
                            rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie zonder winstoogmerk
                            gevestigd in de gemeente Castricum die zich als hoofddoel stelt de
                            behartiging van de door de gemeente erkende belangen van ideële en/of
                            materiële aardh. Raad : de gemeenteraad van de gemeente Castricumi.
                            Subsidie : een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 Awb te weten: “de
                            aanspraak of financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met
                            het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als
                            betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten”j.
                            Subsidiebeschikking : een schriftelijk besluit tot subsidievaststelling
                            waarbij een omschrijving van de te organiseren activiteiten, de hoogte
                            van het subsidiebedrag en de eventuele subsidieverplichtingen worden
                            bekend gemaaktk. Subsidieontvanger : elke rechtspersoon met volledige
                            rechtsbevoegdheid die zich de behartiging van door het gemeentebestuur
                            erkende belangen van ideële en/of materiële aard ten doel steltl.
                            Subsidieplafond : het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak
                            tenhoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens
                            een bepaald wettelijk voorschriftm. Uitvoeringsovereenkomst : een
                            overeenkomst die door de gemeente en een instelling kan worden gesloten
                            ter uitvoering van desubsidiebeschikking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen
                                subsidie kan worden verstrekt: a. algemeen bestuur;b. openbare orde
                                en veiligheid;c. verkeer, vervoer en waterstaat;d. economische
                                zaken;e. onderwijs;f. cultuur en recreatie;g. sociale voorzieningen
                                en maatschappelijke dienstverlening;h. volksgezondheid en milieu;i.
                                ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.Het college kan nadere
                                regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de
                                doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals
                                bedoeld in het eerste lid worden omschreven. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>1. Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente te
                                verstrekken subsidies voor activiteiten op beleidsgebieden die het
                                belang van de gemeente en/of diens inwoners dienen, voor zover in
                                een afzonderlijke verordening of bij krachtensandere wettelijke
                                voorschriften niet anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt op basis van deze verordening per deelterrein
                                beleidsregels vast.De beleidsregels bepalen tenminste:a. wat de
                                grondslagen zijn voor de berekening van de subsidie;b. welke,
                                eventuele, specifieke voorschriften bij het vaststellen van
                                toepassing zijn</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Subsidie wordt slechts verstrekt voor de bekostiging van
                                activiteiten die, naar het oordeel van het college, van belang zijn
                                voor de gemeente Castricum en/of haar inwoners</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij verzoeken om incidentele of waarderingssubsidies subsidies kan
                                het college bepalen dat deze verordening van toepassing is op het
                                verstrekken van subsidies aan (groepen van) natuurlijke
                                personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Subsidievormen</titel></kop><al>Bij het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening kunnen
                            de volgende subsidievormen met de hierna aangegeven betekenis worden
                            onderscheiden:a. Incidentele subsidie : een eenmalige subsidie voor een
                            investering of voor een activiteit die het karakter heeft van een
                            evenement of van een nieuwe opzet of werkwijze(was projectsubsidie)b.
                            Waarderingssubsidie : een subsidie, waarbij aan een instelling een
                            bedragaan financiële middelen wordt verstrekt voor activiteiten zonder
                            deze naar aard en inhoud te willen beïnvloeden en waarbij geen verband
                            bestaat tussende kosten die de instelling maakt en de omvang van de
                            subsidie (was activiteitensubsidie)c. Budgetsubsidie : een subsidie voor
                            een of meerdere jaren waarbij hetsubsidiebedrag is gerelateerd aan met
                            desubsidieontvanger overeengekomen niveau van activiteiten, producten
                            en/ of prestaties en daarbij horende prioriteitstelling in devorm van
                            een uitvoeringsovereenkomst (al bestaand)d. Structurele subsidie : een
                            jaarlijks terugkerende subsidie voor activiteitenmet een duurzaam
                            karakter</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. De raad stelt jaarlijks in het kader van de begrotingsbehandeling
                                de begroting vast, waarmee gelijk de subsidieplafonds vastgesteld
                                zijn en daarmee de budgetten die voor subsidiering beschikbaar
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college besluit op een aanvraag voor een subsidie en stelt de
                                subsidie vast overeenkomstig het gestelde in deze verordening en met
                                inachtneming van de door het college vastgestelde
                                beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten als bedoeld in
                                artikel 4:54 van deAwb verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor zover subsidie wordt verstrekt ten laste van de gemeentelijke
                                begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het
                                college de voorwaarde stellen dat de raad voldoende financiële
                                middelen beschikbaar stelt en dat goedkeuring wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Van de voorwaarde, genoemd in lid 1, wordt melding gemaakt in de
                                beschikking tot subsidieverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidie verstrekking kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35
                            van de Awb genoemde gevallen geweigerd c.q. opgeschort worden, indien
                            gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:a. de activiteiten van de
                            aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede
                            zullen komen aan ingezetenen van de gemeente;b. de activiteiten van
                            aanvragen strijdig zijn met het gemeentelijk beleid en het
                            collegeprogrammac. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen
                            worden aan het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;d. de
                            aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd
                            zijn met de wet, internationale verdragen erkende rechten van de mens,
                            het algemeen belang of de openbare orde;e. de aanvrager activiteiten
                            ontplooit gericht op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van
                            religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard;f. de aanvrager ook
                            zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, uit eigen middelen of
                            uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten
                            te dekken;g. in het beoogde doel/ de voorgenomen activiteit(en) reeds op
                            andere wijze is voorzien;h. de instelling gelieerd is aan een
                            commerciële instelling die dezelfde of vergelijkbare activiteiten
                            biedt;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Evaluatieplicht</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders doen eens in de vier jaar verslag over de
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van de structurele en
                            budgetsubsidies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Democratisering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bestuur van een instelling betrekt deelnemers, vrijwilligers,
                                cliënten en beroepskrachten bij het beleid van de instelling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde betrokkenheid wordt geregeld in de
                                statuten, het huishoudelijk reglement of een afzonderlijke
                                bestuursbesluit van de instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Antidiscriminatie</titel></kop><al>De activiteiten van een instelling die subsidie ontvangt, staan open
                            voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, godsdienst,
                            leeftijd, levensovertuiging, sekse of seksuele voorkeur. Deze
                            verplichting geldt als er sprake is van een activiteit die op een door
                            het gemeentebestuur erkende doelgroep is gericht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Toegankelijkheid accommodaties voor lichamelijk
                                gehandicapten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de instelling die subsidie ontvangt,
                            verplichten ervoor te zorgen dat de gebruikte accommodatie bereikbaar,
                            toegankelijk en bruikbaar is voor gehandicapten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een instelling die in aanmerking wenst te komen voor een
                                waarderings, budget of structurele subsidie, dient hiertoe een
                                schriftelijk verzoek in, bij het college van burgemeester en
                                wethouders, voor 1 mei van het jaar voorafgaande aan dat,waarvoor
                                het subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag van een incidentele subsidie dient uiterlijk 8 weken
                                voordat met de activiteit een begin wordt gemaakt bij burgemeester
                                en wethouders te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Subsidieverlening in enig jaar geeft geen afdwingbaar recht voor
                                volgende jaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Verplichte informatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:a. een activiteitenplan en
                                een prestatieplan; voor een waarderingssubsidie kan ontheffing
                                hiervan worden verleend;b. een begroting;c. een opgave van eventueel
                                bij anderen aangevraagde subsidie voor dezelfde activiteiten, met
                                daarbij de stand van zaken met betrekking tot beoordeling van die
                                aanvraag;d. een financieel overzicht en verantwoording over het
                                laatste voorgaande boekjaar, inclusief balans, in geval van
                                subsidies boven de € 25.000 voorzien van een accountantsverklaring;
                                e. een opgave van de te heffen contributies en bijdrage of te
                                hanteren tarieven</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij een eerst aanvraag om subsidie verstrekt de subsidievrager
                                tevensa. een oprichtingsakte – of stichtingsakte;b. de statuten;c.
                                het huishoudelijk reglement;d. opgave van haar
                                bestuurssamenstelling;e. motivering van de aanvraag;f. overzicht van
                                haar financiële situatie op dat moment</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen:a. Een aanvraagformulier
                                vaststellen die moet worden gebruikt voor het aanvragen van de
                                subsidie;b. richtlijnen vaststellen waaraan de aanvraag moet
                                voldoen;c. binnen een door hen te bepalen termijn overlegging van
                                andere stukken of anderszins nadere informatie verlangen, indien zij
                                dat voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij een incidentele subsidie voor een investering verstrekt de
                                subsidieontvanger naast het in het 1e en 2e lid genoemde stukken
                                tevens:a. een plan tot investering en financieringb. een
                                kostenspecificatie of raming van de voorgenomen investeringc. de
                                raming van de gevolgen voor de exploitatie</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat één of meer van de in
                                het 1e en 2e lid vermelde stukken niet verstrekt behoeven te
                                worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag voor een
                                budget- en eenstructurele subsidie bij het vaststellen van de
                                begroting in ieder geval voor 31 december van het jaar voorafgaand
                                aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag voor een
                                incidentele subsidie binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag
                                .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Vorming reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders geven goedkeuring aan de vorming van
                            voorzieningen en reserves.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Uitvoering van activiteiten</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren die in
                            de subsidiebeschikking en/of uitvoeringsovereenkomst vermeld staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>De subsidieontvanger, waarmee een uitvoeringsovereenkomst is aangegaan,
                            verstrekt burgemeester en wethouders informatie betrekking hebbende op
                            de lopende exploitatie en de verrichte prestaties / activiteiten. 1.in
                            de maand volgend op de afsluiting van een boekjaar (vóór 31 januari);
                            2.via een tussentijdse rapportage vóór 15 juli; 3.tussentijds indien
                            feiten en ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Besluiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. De subsidieontvanger mag geen besluiten nemen, zonder voorafgaand
                                overleg met burgemeester en wethouders of met door of namens hen
                                aangewezen personen over: • het wijzigen van de doelstelling; • het
                                ontbinden van zijn rechtspersoon; • het doen van aangifte tot zijn
                                faillissement of het aanvragen van surséance van betaling; • het
                                aangaan van overeenkomsten waarbij hij zich verbindt tot en met
                                inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij
                                hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich
                                voor een derde sterk maakt; • het aangaan van risicovolle
                                beleggingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. De subsidieontvanger mag geen verpanding op gemeentelijke
                                subsidies en/of vorderingen aangaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Inzage administratie</titel></kop><al>De subsidieontvanger verleent op verzoek van burgemeester en wethouders
                            aan door hen aangewezen personen inzage in de administratie en verstrekt
                            de inlichtingen die voor de beoordeling van de doelmatigheid en
                            rechtmatigheid van de besteding van subsidie van belang kunnen
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>Indien door of namens de rijks- of provinciale overheid na overleg met
                            burgemeester en wethouders onderzoeken worden ingesteld, verleent de
                            subsidieontvanger daaraan de nodige medewerking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Verzekering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht voldoende te zijn verzekerd tegen
                                het risico vanwettelijke aansprakelijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht zijn (on)roerende goederen
                                voldoende te verzekeren tegen het risico van brand, storm en
                                inbraak.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De subsidieontvanger is tevens verplicht vrijwilligers die bij hem
                                werkzaam zijn te verzekeren tegen het risico van wettelijke
                                aansprakelijkheid en ongevallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Vergoeding vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Awb en
                                ingeval van fusie of het aangaan van een vorm van samenwerking is de
                                subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders een vergoeding van
                                de vermogenswaarden verschuldigd, voor zover deze vermogenswaarden
                                zijn opgebouwd door middel van gemeentelijke subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, -vaststelling of
                                -beëindiging.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
                                dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
                                beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
                                schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijk deskundige.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieontvanger dient binnen 12 weken na afloop van de
                                activiteiten, de investering of van het tijdvak waarvoor een
                                subsidie is verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling zoals
                                bedoeld in artikel 4:44 van de Awb in, tenzij bij de
                                subsidieverlening een andere termijn is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen acht
                                weken, nadat de aanvraag daartoe ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid vermelde
                                termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Van deze verlenging
                                doen zij mededeling aan de subsidieontvanger die de aanvraag tot
                                vaststelling heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De subsidie kan geheel of gedeeltelijk ambtshalve worden vastgesteld
                                binnen 12 weken, na afloop van de activiteiten of van het tijdvak
                                waarvoor subsidie is verleend, tenzij bij de subsidieverlening een
                                andere termijn is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Gegevens bij de aanvraag tot vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. De subsidieontvanger voldoet aan de in artikel 4:45, eerste lid
                                van de Awb bedoelde verplichting door een door het bestuur
                                gewaarmerkt verslag van de activiteiten te overleggen. Het verslag
                                bevat in ieder geval: 1. een beschrijving van de aard van de
                                activiteiten; 2. een vergelijking tussen de nagestreefde en
                                gerealiseerde prestaties en doelstellingen en een toelichting op de
                                verschillen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidieontvanger voldoet aan de in artikel 4:45, tweede lid van
                                de Awb Bedoelde verplichting door een door het bestuur gewaarmerkte
                                rekening van baten en lasten en een balans met een toelichting
                                daarop te overleggen. Dit verslag is ingedeeld volgens de richtlijn
                                “Organisaties zonder winststreven van de Raad voor de
                                Jaarverslaglegging”.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien zulks naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig
                                is, legt de subsidieontvanger naast de in het eerste en tweede lid
                                genoemde gegevens, tevens een verklaring van een accountant
                                over.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van één of
                                meer onderdelen van het eerste of tweede lid, indien naleving
                                daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden of daarmee geen
                                aantoonbaar belang is gediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Directe vaststelling</titel></kop><al>In geval van een erkenningssubsidie vindt vaststelling van het subsidie
                            direct plaats bij de subsidieverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Lagere vaststelling</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 4:46 Awb het
                            subsidiebedrag lager vaststellen indien: 1. de activiteiten waarvoor
                            subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; 2. de
                            subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen; 3. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                            heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot
                            een andere beschikking op de aanvraag tot subsidie zou hebben geleid; 4.
                            de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit
                            wist of behoorde te weten; 5. de exploitatie daartoe aanleiding geeft.
                            Daarbij geldt dat te allen tijde een beroep gedaan kan worden op het
                            exploitatiesaldo van enig verslagjaar. Deze terugbetalingsverplichting
                            van de instelling aan de gemeente dient in de jaarrekening van de
                            instelling opgenomen te worden in de toelichting op de balans, winst en
                            verliesrekening en/of in de afzonderlijke paragraaf ‘niet uit de balans
                            blijkende verplichtingen’. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen met in achtneming van de artikelen
                            4:48 tot en met 4:51 Awb de subsidieverlening intrekken of ten nadele
                            van de subsidieontvanger wijzigen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Betaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten als bedoeld in
                                artikel 4:54 van de Awb verlenen. De instelling dient hiervoor een
                                gemotiveerd schriftelijk verzoek in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien er geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot
                                bevoorschotting, kunnen burgemeester en wethouders bij de
                                subsidieverlening bepalen dat het subsidiebedrag in gedeelten wordt
                                uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Betalingstermijn</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling
                            betaald. Bij verrekening vindt betaling dan wel terugvordering binnen
                            zes weken plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen op grond van en met inachtneming van
                            het bepaalde in artikel 4:57 Awb onverschuldigd betaalde
                            subsidiebedragen en voorschotten terugvorderen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Toezicht en controle</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan ambtenaren of andere personen aanwijzen die met het
                                toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                                verordening zijn belast</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Door het college aangewezen ambtenaren en andere personen hebben
                                desgevraagd inzage in administratieve en financiële bescheiden van
                                de subsidieontvanger, daaronder begrepen adviezen van externe
                                deskundigen. Zij ontvangen alle inlichtingen die voor een juiste
                                uitoefening van hun functie in het algemeen, en voor de beoordeling
                                van de gesubsidieerde activiteiten in het bijzonder,nodig zijn</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De accountant, door het college aangewezen, heeft de bevoegdheid tot
                                hercontrole op de verrichte werkzaamheden van de controlerend
                                accountant van de subsidieontvanger. De subsidieontvanger draagt er
                                zorg voor dat zijn accountant hiermee instemt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Als de administratie door een derde wordt gevoerd, is de
                                subsidieontvanger ook verplicht alle medewerking te verlenen en
                                zonodig toestemming te geven voor inzage bij deze derde.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Instellingen die een jaarlijkse subsidie ontvangen van €25.000,00 of
                                meer, laten het financiële verslag vergezeld gaan van een
                                accountantsverklaring.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>Het college kan ontheffing verlenen van de bepalingen van deze
                            verordening, voorzover deze geen betrekking hebben op de verplichte
                            bepalingen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht en voorzover
                            toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheid van overwegende
                            aard .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel/></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, waarin naar
                            het oordeel van het college toepassing van deze verordening zal leiden
                            tot een onbillijkheid van overwegende aard, afwijken van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel/></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger ook andere
                            verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel
                            van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007 en
                                wordt aangehaald onder de titel “ Algemene subsidieverordening
                                gemeente Castricum”;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>met ingang van deze datum wordt de Subsidieverordening 2002
                                ingetrokken;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>de verordening genoemd in lid 2 blijft van toepassing voor zover dat
                                voor de afwikkeling van subsidie verstrekt op basis van deze
                                verordening noodzakelijk is.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Castricum in zijn vergadering
                        van 30 november 2006</al></slotformulering><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening>mr V.H. Hornstra</ondertekening><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>A. Emmens-Knol</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Derde tranche Awb De derde tranche Awb regelt de subsidieverhouding tussen de
                    overheid als publieksrechtelijk orgaan en de burger. De Awb regelt niet het
                    subsidiebeleid van de gemeente, evenmin wordt de gemeente beperkt om te bepalen
                    voor welke activiteiten subsidie wordt verstrekt. De bepalingen in de derde
                    tranche zijn aanvullend op de bepalingen die in de eerste tranche van de Awb
                    zijn vastgelegd t.a.v. besluiten van publiekrechtelijke organen. De hoofdregel
                    van de subsidietitel van de luidt dat een wettelijke grondslag is vereist voor
                    het verstrekken van subsidie (zogenaamde wettelijke subsidies). De wetgever
                    beoogt hiermee de rechtszekerheid van de subsidieaanvrager en de
                    subsidieontvanger en de doelmatigheid van de overheidsuitgaven te verbeteren.
                    Dewettelijke grondslag voor gemeentelijke subsidies wordt gevormd door een
                    (algemene) subsidieverordening. Het gemeentelijk subsidiebeleid bepaalt
                    vervolgens de beleidsterreinen/ activiteiten die voor subsidie in aanmerking
                    kunnen komen. In aanvulling op de algemene subsidieverordening worden nadere
                    regels gesteld voor bepaalde beleidsterreinen en activiteiten. Voor gemeenten
                    bevat de Awb als uitzondering op de hoofdregel de mogelijkheid van zogenaamde
                    buitenwettelijke subsidies. Dit zijn subsidies die niet op basis van een
                    verordening worden verstrekt. Het gaat om subsidies op basis van een
                    begrotingspost. Verder betreft het incidentele subsidies. Deze
                    subsidieverordening geldt voor alle door de gemeente te verstrekken subsidies.
                    Deze verordening bepaalt niet de verdeling van beschikbare subsidiebedragen bij
                    overschrijding van het subsidieplafond. In principe is de begroting het
                    beleidsinstrument voor bepaling van subsidies. Per beleidsveld kan een andere
                    wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebudget worden aangegeven. De
                    procedure en toezicht op de waarderingsbijdragen kan marginaal zijn. In principe
                    wordt ontheffing verleend wat betreft de artikelen 2.2 lid 1, 2.4 en 3.2. Deze
                    artikelen worden alleen van toepassing verklaard indien er aanleiding is om meer
                    inzicht te hebben in de financiële situatie van een organisatie. Wat betreft de
                    budgetsubsidies geeft de algemene subsidieverordening een aantal uitgangpunten
                    en regels. Daarnaast zal per instelling geregeld worden wat dat voor de
                    instelling betekent. Over het algemeen zal dit in de beschikking vastgelegd
                    worden. Budgetsubsidies zijn in de meeste gevallen structurele subsidies
                    waarvoor meerjarige raamovereenkomsten afgesloten kunnen worden, en jaarlijkse
                    uitvoeringsovereenkomsten. De Awb onderscheidt drie fasen in het subsidieproces:
                    1. de subsidieverlening; 2. de subsidievaststelling; 3. de uitbetaling. ad. A de
                    subsidieverlening Het subsidieproces begint met een aanvraag om subsidie. Op
                    deze subsidieaanvraag neemt de subsidieverstrekker (in dit geval de gemeente)
                    een besluit. Dit besluit wordt de beschikking tot subsidieverlening genoemd. In
                    de beschikking tot subsidieverlening moet óf een maximum bedrag worden opgenomen
                    óf de wijze waarop de subsidie wordt berekend met daarbij een maximumbedrag. De
                    beschikking geeft de aanvrager aanspraak op uitbetaling van subsidie, op
                    voorwaarde dat de aanvrager de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt en
                    de daaraan verbonden verplichtingen ook daadwerkelijk uitvoert. Zo nodig kunnen
                    aan de aanvrager voorschotten worden verstrekt voor de uitvoering van deze
                    activiteiten. Ad b. de subsidievaststelling Wanneer de activiteiten zijn
                    afgerond, dient de aanvrager een verzoek tot vaststelling van subsidie in. In
                    dit verzoek legt de aanvrager tevens rekening en verantwoording af. De
                    subsidieverstrekker stelt vervolgens de definitieve subsidie vast. Dit besluit
                    wordt de beschikking tot subsidievaststelling genoemd. Het bedrag van de
                    subsidievaststelling kan lager zijn dan het bedrag genoemd in de beschikking tot
                    subsidieverlening, indien de aanvrager bijvoorbeeld niet alle overeengekomen
                    producten c.q. activiteiten heeft geleverd. Punt is dat wel duidelijk moet zijn
                    vastgelegd wat de producten c.q. activiteiten dienen te zijn. De Awb biedt de
                    mogelijkheid om de subsidieverlening en subsidievaststelling samen te laten
                    vallen, bijvoorbeeld bij waarderingsbijdragen. In dat geval wordt meteen het
                    definitieve subsidiebedrag vastgesteld en is er geen sprake van een beschikking
                    tot subsidieverlening. Bij waarderingsbijdrage is de subsidiebeschikking ook de
                    subsidievaststelling, en gebeurt dus ineens. Ad c. de uitbetaling De beschikking
                    tot subsidievaststelling verplicht de subsidieverstrekker tot uitbetaling. Een
                    uitbetaling is een handeling naar burgerlijk recht en dus geen beschikking in de
                    zin van de Awb. Op uitbetalingen is dan ook het privaatrecht van toepassing. Bij
                    de uitbetaling vindt een verrekening met eventuele voorschotten plaats. In deze
                    fase van het subsidieproces vindt ook een eventuele terugvordering van
                    voorschotten en onverschuldigd betaalde subsidies plaats. De verordening volgt
                    de opbouw van de subsidietitel van de Awb en sluit aan bij de terminologie.
                    Reikwijdte verordening De algemene subsidieverordening omvat in principe alle
                    beleidsterreinen zoals opgenomen in de gemeentelijke (beleids)begroting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>