<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78553_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel inzet bevoegdheden wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (Wet MBVEO)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">13 oktober 2010 Woerdense Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel inzet bevoegdheden wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (Wet MBVEO)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe beleidsregel</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/780</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel inzet bevoegdheden wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en
            Ernstige Overlast (Wet MBVEO)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De burgemeester van Woerden,</al><al/><al>overwegende dat voor de toepassing van artikel 172a en artikel 172b
                        Gemeentewet;</al><al> een beleidsregel wenselijk is wat betreft de bevoegdheden bij
                        herhaaldelijke groepsgerelateerde en/of individuele overlast;</al><al/><al>gelet op de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet en 4:81 Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al/><al>besluit;</al><al/><al>vast te stellen "Beleidsregel aanpak overlast"</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>De bevoegdheden op grond van 172a Gemeentewet en 172b
                            Gemeentewet</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 172a eerste lid Gemeentewet kan de burgemeester aan
                            een persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare
                            orde heeft verstoord óf bij groepsgewijze verstoring van de openbare
                            orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere
                            verstoring van de openbare orde de volgende maatregelen opleggen:</al><al> 1. groepsverbod;</al><al> 2. gebiedsverbod;</al><al> 3. meldingsplicht.</al><al/><al>Ingevolge artikel 172b Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om aan een
                            persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die de leeftijd
                            van 12 jaren nog niet heeft bereikt en herhaaldelijk groepsgewijs de
                            openbare orde verstoort en bij ernstige vrees voor verdere verstoring
                            van de openbare orde een bevel geven zorg te dragen dat de
                            minderjarige:</al><al>1. zich in bepaalde delen van de gemeente niet ophoudt, zonder
                            begeleiding van die persoon die gezag over hem of haar uitoefent;</al><al> 2. zich tussen 20.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends niet
                            bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de
                            minderjarige wordt begeleid door de persoo ndie het gezag over hem of
                            haar uitoefent.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Toepassing bevoegdheden</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Groepsverbod</titel></kop><al>1. Een overlastgever krijgt het bevel zich niet op te houden in of
                                in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente,
                                dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente met meer dan
                                drie personen.</al><al> 2. Het groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar
                                de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op
                                openbare orde in een bepaald gebied noodzakelijk wordt geacht, wordt
                                ook dit gebied aangewezen.</al><al> 3. Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie
                                maanden.</al><al> 4. De maatregel wordt uitgebreid ten nadele van betrokkene of
                                verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding
                                geven. In beginsel wordt een groepsverbod verlengd indien de
                                maatregel voor de eerste keer wordt overtreden. De maatregel kan
                                worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten en omstandigheden er
                                voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten.</al><al> 5. Indien sprake is van een persoon onder de 24 jaren wordt een
                                groepsverbod alleen opgelegd indien minder vergaande middelen en/of
                                de hulpverlening als integrale persoongebonden aanpak zijn
                                geprobeerd.</al><al> 6. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens drie
                                maanden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Gebiedsverbod</titel></kop><al>7. Een overlastgever krijgt het bevel zich niet te bevinden in of in
                                de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente,
                                dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente. Indien dit
                                noodzakelijk is wordt een looproute aangegeven.</al><al> 8. Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied
                                waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk
                                op openbare orde in een bepaald gebied noodzakelijk wordt geacht,
                                kan ook dat gebied worden aangewezen.</al><al> 9. Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie
                                maanden.</al><al> 10. De maatregel kan worden uitgebreid ten nadele van betrokkene of
                                verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding
                                geven. De maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten
                                en omstandigheden er voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling
                                is uitgesloten.</al><al> 11. Indien sprake is van een persoon onder de 24 jaren wordt een
                                gebiedsverbod alleen opgelegd indien minder vergaande middelen en/of
                                hulpverlening als integrale persoonsgerichte aanpak zijn
                                ingezet.</al><al> 12. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens drie
                                maanden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Meldingsplicht door de burgemeester van Woerden</titel></kop><al>13. Aan de persoon die voor de tweede maal een gebiedsverbod
                                overtreedt, een persoon bij de eerste overtreding van het
                                gebiedsverbod een leidende rol heeft gehad, kan een meldingsplicht
                                worden opgelegd. De tijdstippen en plaats worden nader, per
                                individueel geval, bepaald.</al><al> 14. De meldingsplicht wordt opgelegd voor drie maanden, dan wel de
                                duur van het evenement.</al><al> 15. De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in de gemeente
                                waar betrokkene woonachtig is, tenzij de aard van de omstandigheden
                                zich hier tegen verzet. Hiervan is onder meer sprake indien de
                                burgemeester van de plaats waar de persoon woonachtig</al><al> is geen toestemming heeft gegeven voor de melding. Het oordeel van
                                de burgemeester van die gemeente wordt verkregen door de afdeling
                                Bestuurs en management ondersteuning, cluster OOV (na 1 januari 2010
                                afdeling samenleving). De nader te bepalen plaats van melding worden
                                geregeld in de werkafspraken.</al><al> 16. De burgemeester legt niet eerder een meldingsplicht op dan er
                                vooraf afstemming heeft plaatsgevonden met de wijkchef van de
                                politie.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel>Intergemeentelijke meldingsplicht (verzoek andere
                                gemeenten)</titel></kop><structuurtekst><al>17. De burgemeester van Woerden geeft niet eerder toestemming aan de
                                burgemeester van de verzoekende gemeente, om een ordeverstoorder in
                                de gemeente Woerden zich te laten melden, voordat de politie over
                                het ingediende een positief advies heeft gegeven. De toestemming kan
                                mondeling worden gegeven.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Begeleidingsplicht minderjarige tot 12 jaar</titel></kop><al>18. Een persoon die gezag uitoefent over een minderjarige die de
                                leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt en herhaaldelijk
                                groepsgewijs overlast pleegt krijgt een bevel opgelegd dat de
                                minderjarige zich niet mag ophouden tussen 20.00 uur ’s avonds en
                                06:00 uur ’s ochtends zonder zijn begeleiding. De maatregel wordt
                                slechts opgelegd indien de integrale persoonsgerichte aanpak is
                                ingezet of deze is geweigerd.</al><al> 19. De begeleidingsplicht wordt in beginsel opgelegd voor de
                                avonduren. Indien dit noodzakelijk wordt geacht, kan het bevel
                                worden uitgebreid met het bevel dat de minderjarige zich op een
                                aangewezen gebied niet zonder begeleiding mag begeven.</al><al> 20. De begeleidingsplicht wordt opgelegd voor de duur van drie
                                maanden en kan niet worden verlengd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Dossiervorming en verslaglegging</titel></kop><al>21. Voor het opleggen van een maatregel levert de politie een
                                deeldossier aan bij de afdeling Bestuurs en management
                                ondersteuning, cluster OOV (na 1 januari 2010 afdeling samenleving).
                                Dit dossier dient in ieder geval te bevatten:</al><al> • het verzoek tot het nemen van een bestuurlijke maatregel;</al><al> • de contactgegevens van de behandelend politieambtenaar;</al><al> • de contactgegevens van de ordeverstoorder en bevat ten minste de
                                naam, leeftijd, woonplaats (adres) en telefoonnummer en indien nodig
                                de gegevens van de persoon die het gezag over de minderjarige
                                uitoefent;</al><al> • de registraties van minimaal twee ordeverstorende
                                gedragingen;</al><al> • de registraties (of sfeerrapportages) en eventuele informatie
                                waaruit de vrees voor de verstoring van de openbare orde
                                blijkt;</al><al> • een duidelijke omschrijving van het gebied waarvoor het verbod
                                geldt en indien van toepassing de tijdstippen en plaats voor een
                                meldingsplicht;</al><al> • indien sprake is van een verzoek tot verlening van de maatregel,
                                de registraties waaruit de hernieuwde vrees voor de verstoring van
                                de openbare orde aannemelijk blijkt. Indien sprake is van een
                                jeugdige onder de 24 jaar en bij andere groepen indien noodzakelijk,
                                wordt het dossier voorzien van een gemeentelijke oplegnotitie. Door
                                overige betrokken instanties, (zoals hulpverlening, jongerenwerk,
                                etc.) wordt het dossier aangevuld met de volgende registraties:</al><al> • indien sprake is van groepsgerelateerde overlast, mutaties
                                waaruit blijkt dat deze persoon onderdeel uitmaakt van de (BEKE)
                                groep, sfeerrapportages;</al><al> • aanvullende informatie over de maatregelen die reeds zijn genomen
                                en welke hulpverlening al dan niet is ingezet ten behoeve van deze
                                persoon, zoals jeugdzorg, etc.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Zienswijzen</titel></kop><al>22. De betrokkene aan wie mogelijk een maatregel wordt opgelegd
                                wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze schriftelijk kenbaar
                                te maken binnen een week na ontvangst van het voornemen. Indien
                                sprake is van een minderjarige wordt ten minste</al><al> de ouders of voogd van de minderjarige uitgenodigd voor een
                                zienswijzengesprek. Gelet op artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht
                                wordt van de mogelijkheid tot het horen van belanghebbende afgeweken
                                indien de vereiste spoed zich hiertegen verzet en het beoogde doel
                                niet wordt bereikt indien de belanghebbende van tevoren in kennis is
                                gesteld. Dit kan het geval zijn bij evenementen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Bekendmaking besluit</titel></kop><al>23. Het besluit wordt aan de betrokkene persoonlijk uitgereikt. Dit
                                kan zowel door politie als door gemeentebode gedaan worden. Indien
                                sprake is van een minderjarige wordt het besluit ten minste aan de
                                ouders of voogd van de minderjarige uitgereikt. Het verbod treedt in
                                werking op het moment dat het besluit de betrokkene heeft bereikt.
                                De gedragingen en aanwijzingen waarop de beschikking is gebaseerd
                                worden in het besluit opgenomen. Bij een meldingsplicht worden ook
                                de tijden en de plaats waar de betrokkene zich moet melden vermeld.
                                Bij de meldingsplicht wordt een kopie van het besluit afgegeven op de locatie waar de betrokkene zich moet
                                melden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>24. De burgemeester informeert het Openbaar Ministerie als een
                                maatregel wordt voorbereid en opgelegd. Het Openbaar Ministerie
                                informeert de burgemeester als een gedragsaanwijzing wordt
                                opgelegd.</al><al> 25. De burgemeester informeert de instantie die de bestuurlijke
                                maatregel tegen een betrokkene heeft verzocht binnen 5 werkdagen
                                over het voorgenomen besluit.</al><al> 26. Indien een andere instantie dan de politie overweegt een
                                maatregel te verzoeken tegen een persoon, dient de politie
                                geconsulteerd te worden op haalbaarheid en handhaafbaarheid.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Relatie burgemeester en Officier van Justitie</titel></kop><al>27. Op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering is de
                                Officier van Justitie (OvJ) bevoegd een gedragsaanwijzing te geven
                                indien tegen betrokkene tegen wie ernstige bezwaren bestaan in geval
                                van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare orde
                                ernstig wordt verstoord en waarbij grote vrees bestaat voor
                                herhaling. Dit betekent dat indien sprake is van ordeverstorend
                                gedrag, zijnde een strafbaar feit en vervolging is ingesteld de OvJ
                                als eerste bevoegd is een maatregel te treffen. Indien sprake is van
                                ordeverstorend gedrag, niet zijnde een strafbaar feit, treedt de
                                burgemeester op.</al><al/><al>Indien de OvJ besluit geen gedragsaanwijzing te geven (zoals een
                                meldingsplicht, gebiedsverbod of groepsverbod) of in zijn geheel
                                geen maatregel treft, beoordeelt de burgemeester of hij gelet op de
                                bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat een
                                maatregel oplegt. Gedegen afstemming tussen beide is hiervoor
                                noodzakelijk.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Inwerkingtreding beleidsregel</titel></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in de
                            Woerdense courant.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>De beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel inzet bevoegdheden
                            wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (Wet
                            MBVEO)</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld op 28 september 2010.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al>Op 6 juli 2010 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Maatregelen
                    Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (WMBVEO). Deze beleidsregel
                    ziet toe op het toepassen van de burgemeestersbevoegdheden bij herhaaldelijk
                    ordeverstorend gedrag op grond van deze wet. De aanvullende bevoegdheden richten
                    zich op het vroegtijdig kunnen stoppen, het preventief ingrijpen en het
                    doorbreken van het ordeverstorend gedrag van een individu of van een groep. Het
                    gaat om nieuwe bevoegdheden uit de Gemeentewet, artikelen 172a en 172b, op basis
                    waarvan de</al><al> burgemeester (preventief) kan ingrijpen bij ordeverstorend gedrag in bepaalde
                    wijken of gebieden waar de openbare orde onder druk staat, of ten behoeve van
                    het ordelijk verloop van evenementen, waaronder voetbalwedstrijden.</al><al>Voor zover het jeugdoverlast betreft vergt de toepassing van deze bevoegdheden
                    een andere afweging. In deze beleidsregel wordt daar waar nodig afzonderlijk op
                    ingegaan gelet op het specifieke karakter van deze problematiek.</al><al> Naast deze nieuwe bevoegdheden blijft het mogelijk gebiedsontzeggingen op grond
                    van de Algemene Plaatselijke Verordening Woerden 2007(hierna: APV) op te leggen
                    voor eenmalige ordeverstorende gedragingen.</al><al> Aanleiding aanpassing Gemeentewet</al><al> Aanleiding voor de uitbreiding van de Gemeentewet is de toenemende mate van
                    herhaaldelijke vormen van ordeverstorend gedrag, waarbij de huidige bestuurlijke
                    en strafrechtelijke instrumenten onvoldoende toereikend zijn gebleken om de
                    overlastgevende situatie of het geweld te beëindigen. De gevolgen van de
                    overlast zijn voor de omgeving ingrijpend. Mensen voelen zich bedreigd en
                    onveilig, wat bepalend is voor hun veiligheidsbeleving. Maatschappelijk is het
                    onaanvaardbaar dat niet vroegtijdig en direct kan worden opgetreden tegen dit
                    soort ordeverstorend gedrag. Met de toevoeging van artikel 172a in de
                    Gemeentewet kan de burgemeester een gebiedsverbod, een groepsverbod en/of een
                    meldingsplicht opleggen aan de personen die herhaaldelijk de orde verstoren. Op
                    grond van artikel 172b Gemeentewet kan de burgemeester ook een soortgelijk bevel
                    geven aan de ouders of voogd van een persoon die de leeftijd van 12 jaar nog
                    niet heeft bereikt. Overtreding van de verboden is strafbaar gesteld op grond
                    van artikel 184 Wetboek van Strafrecht en wordt door het Openbaar Ministerie
                    (hierna: OM) in beginsel vervolgd. Het OM toetst of een maatregel genomen door
                    de burgemeester gelet op de proportionaliteit en subsidiariteit in dat stadium
                    mogelijk was.</al><al>Met deze bevoegdheden kan de burgemeester preventief ingrijpen als personen zich
                    herhaaldelijk ordeverstorend gedragen, zowel individueel als groepsgewijs. De
                    toepassing van deze bevoegdheden is mede afhankelijk van de context waarin de
                    ordeverstorende handelingen worden gepleegd gelet op het beoogde effect van de
                    maatregel.</al><al/><al>Samenhang overige bevoegdheden uit de Algemene Plaatselijke Verordening </al><al/><al>Artikel 172a Gemeentewet doorkruist niet wat bij gemeentelijke verordening is
                    bepaald. Dit betekent dat de huidige instrumenten tegen overlast en baldadigheid
                    uit de APV blijven bestaan, zoals de gebiedsontzeggingen. Ook de inzet op grond
                    van samenscholing en ongeregeldheden (artikel 2.1.1 APV en 2.4.10 a APV) en de
                    maatregelen tegen overlast en baldadigheid waaronder openlijk drankgebruik
                    (artikel 2.4.8 lid 1 APV) blijven onverminderd van kracht.</al><al>De toepassing van artikel 172a Gemeentewet en 2.10. APV is verschillend. Op
                    grond van artikel 172a Gemeentewet kan een gebiedsverbod worden opgelegd voor de
                    duur van drie maanden. Het huidige instrument op grond van de APV maakt het
                    mogelijk na een waarschuwing bij lichte ordeverstorende gedragingen direct een
                    gebiedsontzegging voor zeer korte duur op te leggen. Op grond van de APV kan
                    derhalve direct worden opgetreden op het moment dat een maatregel op dat moment,
                    in dat gebied noodzakelijk wordt geacht voor het herstel van de openbare orde.
                    Een gebiedsontzegging is daarom mogelijk bij een op dat moment manifesterend
                    probleem, mits de betrokkene eerder is gewaarschuwd.</al><al>De bevoegdheden op grond van artikel 172a en 172b uit de Gemeentewet kunnen
                    alleen worden ingezet als de overtredingen een herhaaldelijk karakter hebben,
                    waarbij tevens sprake moet zijn van een ernstige vrees voor een verdere
                    verstoring van de openbare orde. Het mandateren van deze aanvullende
                    bevoegdheden is niet toegestaan. De bevoegdheden zijn daardoor feitelijk niet
                    geschikt om in een acuut zich manifesterend openbare orde probleem in te zetten.
                    Hiervoor blijven de APV, bestuurlijk ophouden en het noodrecht (artikelen 172,
                    175-176a Gemeentewet) de meest geëigende instrumenten.</al><al>De bevoegdheden op grond van de Gemeentewet worden dan ingezet op het moment dat
                    de maatregelen op grond van de APV geen effect sorteren of niet toereikend
                    worden geacht, gelet op de ervaringen of het karakter van de problematiek en er
                    ernstige vrees bestaat voor een verdere verstoring van de openbare orde.</al><al/><al>De bevoegdheden op grond van 172a Gemeentewet</al><al> Op grond van artikel 172a eerste lid Gemeentewet kan de burgemeester aan een
                    persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft
                    verstoord óf bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol
                    heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde de
                    volgende maatregelen opleggen:</al><al> 1. gebiedsverbod;</al><al> 2. groepsverbod;</al><al> 3. meldingsplicht.</al><al>Ingevolge artikel 172b Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om aan een persoon
                    die het gezag uitoefent over een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog
                    niet heeft bereikt en herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde verstoort en
                    bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven
                    zorg te dragen dat de minderjarige:</al><al> 1. zich in bepaalde delen van de gemeente niet ophoudt, zonder begeleiding van
                    diepersoon die gezag over hem of haar uitoefent;</al><al> 2. zich tussen 20.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends niet bevindt op
                    voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt begeleid
                    door de persoondie het gezag over hem of haar uitoefent.</al><al/><al>Voorwaarden bevoegdheden op grond van 172a en 172b Gemeentewet</al><al> De burgemeester kan gebruik maken van zijn bevoegdheden indien voldaan is aan
                    de volgende voorwaarden:</al><al> • het gaat om een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde;</al><al> • er is een ernstige vrees voor verdere verstoringen van de openbare orde;</al><al> • de overlast is gepleegd door het individu of door een groep; en bij 12
                    minners</al><al> • groepsgewijze ordeverstorende gedragingen.</al><al/><al>Definitie van gehanteerde termen</al><al> Ordeverstorende gedragingen</al><al> Een wettelijke definitie van het begrip ‘verstoring van de openbare orde’ is
                    niet te geven. Of sprake is van een verstoring van de openbare orde en daarmee
                    ordeverstorend gedrag hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval en
                    de intensiteit van de gedragingen.</al><al>Het gaat om een afwijking van de normale gang van zaken in de publieke ruimte.
                    Ordeverstorende gedragingen zijn in ieder geval strafbare gedragingen en
                    overtredingen van de APV. De ordeverstoorder krijgt een proces-verbaal voor deze
                    gedragingen. Daarnaast kunnen ook structurele ordeverstorende gedragingen die
                    niet direct strafbaar zijn gesteld onder deze begripsbeschrijving vallen. Dit
                    moet blijken uit een registratie van politie. Voorbeelden van ordeverstorende
                    gedragingen zijn:</al><al> – het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen;</al><al> – joelen;</al><al> – naroepen;</al><al> – bespugen;</al><al> – intimiderend overkomen;</al><al> – wildplassen;</al><al> – plakken en kladden;</al><al> – hinderlijk drankgebruik;</al><al> – vernieling van goederen;</al><al> – ingooien van ruiten;</al><al> – het aanbrengen van graffiti;</al><al> – openbare dronkenschap;</al><al> – schelden;</al><al> – vernielingen;</al><al> - opruiing;</al><al> – wet Mulder feiten.</al><al>Hierbij wordt opgemerkt dat voor jeugdoverlast en de groep 12 minners in het
                    bijzonder bij een groepsgewijze verstoring van de openbare orde een zwaardere
                    afweging dient te worden gemaakt bij de beoordeling of het kindgedrag als
                    overlastgevend kan worden aangemerkt. Joelen, stoeien en belletje trekken worden
                    in beginsel niet als overlastgevende aangemerkt. Daarnaast dienen jongeren (tot
                    24 jaar) zich ten minste twee maal schuldig te hebben gemaakt aan overlast
                    gerelateerde (strafbare) feiten wil</al><al> er sprake zijn van een “overlastgevende” jongeren. De wet Mulder feiten, worden
                    alleen dan meegenomen indien deze overtredingen een onevenredige druk leggen op
                    de openbare orde in een bepaald gebied, denk hierbij aan het op de stoep rijden
                    met een scooter.</al><al/><al>Herhaaldelijk</al><al> Volgens de Van Dale wordt onder herhaaldelijk “meer dan eens” verstaan. Dit
                    betekent dat sprake kan zijn van herhaaldelijk als een persoon meer dan één keer
                    de openbare orde heeft verstoord. Herhaaldelijk houdt ook verband met de periode
                    waarin de gedragingen hebben plaatsgehad. Om te kunnen spreken van herhaaldelijk
                    moeten de gedragingen binnen een afzienbare tijd plaatsvinden. Of sprake is van
                    een afzienbare tijd is weer afhankelijk van de context waarin de gedragingen
                    hebben plaatsgevonden. Bij evenementen die op jaarlijkse basis plaatsvinden is
                    een afzienbare tijd van 13 maanden redelijk, terwijl bij overlast door 12
                    minners in een bepaalde wijk een afzienbare tijd van 6 maanden redelijk is. Dit
                    zal per geval moeten worden beoordeeld. In ieder geval zijn ordeverstorende
                    gedragingen van langer dan 13 maanden geleden niet te kwalificeren als
                    herhaaldelijk en blijft handhaving op grond van de APV mogelijk, zoals het
                    inzetten van de gebiedsontzeggingen.</al><al/><al>Ernstige vrees</al><al> Ordeverstorend gedrag welke herhaaldelijk wordt gepleegd door het individu of
                    door groepen, binnen een afzienbare tijd, is ernstig gelet op het effect op de
                    openbare orde en het woon- en leefklimaat. De ernstige vrees kan daarnaast
                    worden afgeleid uit concrete aanwijzingen, bijvoorbeeld het feit dat een persoon
                    reeds in het verleden betrokken is geweest bij ernstige ordeverstoringen (al dan
                    niet bij eerdere edities van evenementen), door verklaringen van betrokkenen,
                    signalen of verwachtingen en overige voorzienbare omstandigheden zoals een
                    herhaling van omstandigheden die bij herhaling leiden tot ordeverstorend
                    gedrag.</al><al/><al>Groepsgerelateerde gedragingen en leidende rol</al><al> Er is sprake van een groep bij drie of meer personen, waar de overlastgever
                    onderdeel vanuit maakt. Als een persoon bij groepsgerelateerde overlast een
                    leidende rol heeft gehad, kan direct - na de eerste overtreding - een
                    bestuurlijke maatregel worden opgelegd. Het is moeilijke een leidende rol te
                    typeren. Aansluiting kan worden gezocht bij rechterlijke uitspraken over
                    openlijke geweldpleging in vereniging waar de leider niet zelf ordeverstorende
                    gedragingen pleegt, maar ‘actief’, medestanders mobiliseert, voorop loopt,
                    faciliteert, oproept (via sms, internet of anderszins) of op intimiderende wijze
                    een bijdrage levert aan in groepsverband plegen van ordeverstoring Zie arrest
                    Gerechtshof Amsterdam 30 juli 2009, Parketnummer: 21-004032-07. Van een leidende
                    rol kan dus sprake zijn indien de persoon anderen aanzet tot ongewenst gedrag
                    die de openbare orde verstoord. Dit kan zich uiten in concrete gedragingen zoals
                    het benaderen van anderen, het leggen van contact tussen leden van de groep, het
                    initiatief nemen, een vertrouwensrelatie en/of gezag hebben. Ook kan de
                    leidinggevende rol worden afgeleid uit verklaringen van getuigen of leden van de
                    groep. Aantonen van een leidende rol is afhankelijk van de concrete casus. Naast
                    de te treffen maatregelen van de burgemeester kan de ordeverstorende leider
                    worden vervolgd.</al><al/><al>Context van de gedragingen</al><al> Bij de juiste toepassing van de bevoegdheden is de context waarin de
                    gedragingen hebben plaatsgehad zeer relevant. De context is tevens bepalend voor
                    de subsidiariteit en proportionaliteit van de maatregel. De volgende
                    toepassingsgebieden worden onderscheiden.</al><al/><al>1. Overlast in bepaalde wijken</al><al> Gelet op de reikwijdte van de bevoegdheden, zoals groepsgerelateerde en
                    individuele overlast zijn de maatregelen goed toepasbaar bij de bestrijding van
                    onder andere straatdealers/drugsrunners, drugsverslaafden en veel-plegers, welke
                    in bepaalde gebieden in de gemeente een onaanvaardbare druk leggen op de
                    openbare orde en veiligheid. Indien sprake is van overlast veroorzaakt door
                    jeugd(groepen) wordt een andere afweging gemaakt.</al><al/><al>2. Overlast rond evenementen</al><al> In deze beleidsregel wordt van een evenement gesproken overeenkomstig de
                    definitie van artikel 2.2.1 van de APV. Dit betekent dat deze beleidsregel ook
                    van toepassing is op voetbalwedstrijden. Deze beleidsregel is daarnaast van
                    toepassing op betogingen en vergaderingen ingevolge de Wet openbare
                    manifestaties en samenkomsten en demonstraties die gelet op hun aard een
                    aantrekkende werking hebben op overlastgevende personen.</al><al>Woerden is een stad met een aantal jaarlijkse evenementen. De stad kent een
                    aanbod van gevarieerde en goed georganiseerde evenementen. De deelnemers en
                    bezoekers bevestigen dit beeld en zorgen voor een feestelijke sfeer. Om dit
                    beeld zo te houden is het belangrijk dat preventief wordt opgetreden tegen
                    relschoppers die het voor een grote groep welwillende bezoekers bederven.</al><al>Ongeregeldheden na bijvoorbeeld de bierfeste in 2009 en na de halve finale van
                    het WK voetbal 2010 leren dat ook in Woerden bepaalde groepen personen
                    evenementen bezoeken met het kennelijke doel de openbare orde te verstoren of te
                    bedreigen. Evenementen waarbij tegelijkertijd grote groepen personen in de stad
                    bijeenkomen, rechtvaardigen extra maatregelen ter voorkoming van
                    wanordelijkheden. Dit betekent dat naast een goede voorbereiding het mede van
                    belang is dat gerichte inzet plaatsvindt op bepaalde groepen/personen ter
                    bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat. De bevoegdheden op
                    grond van artikel 172a Gemeentewet kunnen aanvullende maatregelen bij
                    evenementen inhouden.</al><al/><al>3. Voetbalgerelateerde overlast</al><al> Woerden kent geen Betaald Voetbal Organisaties (BVO). Derhalve zal deze wet
                    weinig toepassingen kennen voor voetbalgerelateerde overlast. Dessalnietemin
                    ligt Woerden centraal tussen Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Utrecht en kan
                    daarmee een locatie zijn voor vooropgezette ontmoetingen tussen supporters zoals
                    in Beverwijk in 1997. In het verleden zijn er aanwijzingen geweest dat
                    supportersgroepen elkaar wilden treffen in Woerden. Tot op heden is dat nog niet
                    gebeurd. De maatregelen in de WMBVEO kunnen bij nieuwe aanwijzingen gebruikt
                    worden om preventief op te treden tegen dergelijke situaties.</al><al/><al>4. Jeugdoverlast</al><al> Jongeren verdienen een tweede kans. Van jongeren is in ieder geval sprake
                    indien de persoon of de personen de leeftijd van 24 jaar nog niet hebben
                    bereikt. Wat betreft de aanpak van jeugd of jeugdgroepen is het noodzakelijk dat
                    het inzetten van een maatregel een onderdeel moet vormen van een geïntegreerde,
                    persoonsgebonden aanpak. Bevoegdheden specifiek bij jeugdoverlast zullen pas
                    worden ingezet indien deze geïntegreerde persoongerichte aanpak van minder
                    vergaande middelen en of de hulpverlening zijn ingezet of aangeboden en
                    geweigerd. Pas als jongeren deze kansen niet hebben aangegrepen om hun gedrag te
                    verbeteren is een harde aanpak wat nog rest.</al><al/><al>Toepassing van de bevoegdheden bij overlast</al><al> De bevoegdheden van de WMBVEO houden een beperking in van de bewegingsvrijheid
                    van het individu, hetgeen betekent het recht om zich zonder inmenging van de
                    overheid te verplaatsen (vrijheidsbeperking). Een juiste toepassing van de
                    bevoegdheden moet daarom zijn gewaarborgd. Dit betekent dat de maatregel een
                    legitiem doel moet dienen, waarbij tevens wordt voldaan aan de proportionaliteit
                    en subsidiariteit. In deze beleidsregel geeft de burgemeester aan op welke wijze
                    hij van de aanvullende bevoegdheden gebruik zal maken. Dit laat onverlet dat de
                    burgemeester een afwijkingsbevoegdheid heeft indien dit door de bijzondere
                    omstandigheden gelet op de openbare orde noodzakelijk is.</al><al> 1. Ordeverstorende gedragingen bij evenementen</al><al> Indien een persoon binnen 13 maanden herhaaldelijk ordeverstorend gedrag
                    vertoont tijdens evenementen kan een gebiedsverbod worden opgelegd voor de duur
                    van drie maanden, waarbinnen het verboden is om zich op een nader te bepalen
                    plaats te begeven. De plaats waar het ordeverstorende gedrag heeft
                    plaatsgevonden, is niet bepalend voor het gebied waarvoor het verbod wordt
                    opgelegd. Zo kan het verbod, gelet op de evenementenkalender, voor meerdere
                    gebieden tegelijkertijd in de stad gelden.</al><al>Daarnaast kan de burgemeester indien de feiten en omstandigheden dat
                    noodzakelijke maken bij evenementen een groepsverbod opleggen voor de duur van
                    een evenement, dan wel maximaal drie maanden.</al><al/><al>2. Ordeverstorende gedragingen in groepsverband</al><al> Indien een persoon herhaaldelijk orderverstorend gedrag vertoont en het
                    merendeel van de gedragingen in groepsverband hebben plaatsgevonden zal aan de
                    persoon een groepsverbod worden opgelegd. Als een persoon bij groepsgerelateerde
                    overlast een leidende rol heeft gehad, kan direct - na een eerste
                    ordeverstorende gedraging – een groepsverbod worden opgelegd. Indien bijzondere
                    omstandigheden van het geval dat noodzakelijk maken, zoals de geografische
                    ligging van het gebied, de bestaande druk op de openbare orde of de ernst van de
                    gedragingen kan direct een gebiedsverbod worden opgelegd.</al><al/><al>3. Ordeverstorende gedragingen door het individu</al><al> Indien een persoon herhaaldelijk individueel ordeverstorende gedragingen pleegt
                    zal aan die persoon een gebiedsverbod worden opgelegd. Indien bijzondere
                    omstandigheden van het geval dat noodzakelijk maken, zoals de handhaafbaarheid
                    van het opgelegde verbod kan direct een meldingsplicht worden opgelegd.</al><al/><al>4. Overtreding opgelegd bevel</al><al> Bij een eerste overtreding van het groepsverbod kan:</al><al> • het verbod verlengd worden met drie maanden indien de overtreding niet
                    gepaard gaat met ordeverstorende gedragingen of kan het gebied waarvoor het
                    groepsverbod geldt ten nadele van betrokkene worden uitgebreid.</al><al> • een gebiedsverbod worden opgelegd indien de overtreding van het groepsverbod
                    gepaard gaat met ordeverstorende gedragingen.</al><al>Bij een tweede overtreding van een groepsverbod zonder ordeverstorende
                    gedragingen wordt er een gebiedsverbod opgelegd voor de duur van drie
                    maanden.</al><al>Bij een tweede overtreding gaat de politie over tot aanhouding op grond van
                    artikel 184 Sr en gaat het OM over tot vervolging.</al><al/><al>Bij een eerste overtreding van het gebiedsverbod wordt het verbod:</al><al> • verlengd voor de duur van drie maanden indien geen sprake is van
                    ordeverstorende handelingen of kan het gebied worden uitgebreid;</al><al> • opleggen van een meldingsplicht indien naast de overtreding sprake is van
                    ordeverstorende handelingen.</al><al>Bij een tweede overtreding gaat de politie over tot aanhouding op grond van
                    artikel 184</al><al> Sr en gaat het OM over tot vervolging .</al><al/><al>5. Verlengingsmogelijkheden bij groepsgerelateerde en individuele overlast</al><al> De maatregelen worden voor de duur van drie maanden opgelegd. De maatregelen
                    kunnen worden verlengd of ten nadelen van betrokkene worden uitgebreid indien
                    uit nieuwe feiten en omstandigheden blijkt dat er hernieuwde vrees is voor het
                    verstoren van de openbare orde.</al><al>Nieuwe feiten en omstandigheden zijn onder andere het overtreden van de
                    opgelegde maatregel. Deze ernstige (hernieuwde) vrees kan ook worden afgeleid
                    uit ordeverstorende gedragingen in andere gebieden dan het gebied waar het
                    verbod voor geldt. De plaats waar het ordeverstorende gedrag heeft
                    plaatsgevonden, is niet bepalend voor het gebied waarvoor de maatregel wordt
                    opgelegd. De maatregel kan gelet op de druk op de openbare orde op een bepaald
                    gebied en gelet op de mobiliteit van (jeugd)groepen tegelijkertijd voor meerdere
                    gebieden in de stad gelden.</al><al>Indien de maatregel wordt verlengd terwijl de termijn van een eerder opgelegde
                    maatregel nog niet is verstreken gaat de nieuwe maatregel pas in na afloop van
                    de termijn van de eerder opgelegde maatregel. Gedurende de looptijd van een
                    maatregel kan slechts één keer een maatregel worden verlengd. Wanneer later
                    bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende
                    garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten, kan de bestuurlijke
                    maatregel worden opgeheven.</al><al/><al>6. Ordeverstorend gedrag door jeugd</al><al> Indien een jongere tot 24 jaar binnen een afzienbare tijd herhaaldelijk de
                    openbare orde heeft verstoord zal een groepsverbod, dan wel een gebiedsverbod
                    worden opgelegd. Hiervoor gelden de zelfde uitgangspunten als bij 2, 3, 4 en 5.
                    De jongere wordt eerst uitgenodigd op het politiebureau voor een gesprek.
                    Tijdens dit gesprek wordt hem een brief van de burgemeester overhandigd waarin
                    gewaarschuwd wordt voor toepassing van de maatregel indien het gedrag niet
                    verbeterd.</al><al>Bij een overtreding van een bevel, zal indien dit niet gepaard gaat met
                    ordeverstorende handelingen de maatregel worden verlengd met drie maanden.
                    Indien het bevel wordt overtreden en dit gepaard gaat met ordeverstorende
                    handelingen, zal de duur van de maatregel worden verlengd, tenzij de maatregel
                    een eventuele hulpverleningstraject in de wegstaat.</al><al/><al>7. Ordeverstorend gedrag door 12 minners</al><al> Indien een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt
                    binnen een termijn van zes maanden herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde
                    verstoord is sprake van herhaaldelijke overlast en wordt aan het ouderlijk gezag
                    van de minderjarige een bevel opgelegd, waarbij de minderjarige zich gedurende
                    een periode van drie maanden niet tussen 20.00 uur een 06.00 uur mag begeven op
                    voor het publiek toegankelijke plaatsen zonder begeleiding van het ouderlijk
                    gezag.</al><al>De maatregel wordt alleen dan opgelegd indien minder vergaande middelen én de
                    hulpverlening als integrale persoongebonden aanpak zijn ingezet. Indien het
                    bevel wordt overtreden zal de maatregel voor de resterende duur worden
                    uitgebreid met het bevel dat de minderjarige zich te allen tijde niet zonder het
                    ouderlijke gezag zich in een nader te bepalen gebied mag begeven. Indien de
                    minderjarige binnen zes maanden na het verstrijken van de maatregel opnieuw
                    overlastgevend gedrag vertoont zal opnieuw een maatregel worden opgelegd. In dat
                    geval zal aan de persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent:</al><al>• het bevel worden gegeven dat de minderjarige in een nader aan te wijzen gebied
                    zich niet mag ophouden zonder begeleiding van de persoon die gezag over hem
                    heeft, én</al><al> • het bevel worden gegeven dat de minderjarige tussen 20.00 uur en 06.00 uur
                    niet zonder begeleiding mag komen op voor het publiek toegankelijke
                    plaatsen.</al><al>Indien de persoon inmiddels de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt kan bij een
                    volgende overtreding binnen zes maanden na het aflopen van de maatregel direct
                    een gebiedsverbod worden opgelegd voor de periode van drie maanden.</al><al/><al>Wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding
                    gevenen voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten, kan de
                    bestuurlijkemaatregel worden opgeheven.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>