<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78257_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening van de gemeente Heiloo 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heiloo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heiloo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Heiloo 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/geldigheidsdatum_03-01-2011">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13-4940</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiële verordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt in werking per 5 maart 2013, met dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening van de gemeente Heiloo 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Heiloo; gelezen het raadsvoorstel van 29 januari 2013;
                        gelet op artikel 212 van de Gemeentewet besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>de verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid,
                                alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                                financiële organisatie van de gemeente Heiloo te noemen de
                                “Financiële verordening van de gemeente Heiloo 2013” vast te
                                stellen;</al></li><li nr="2."><al> de “Financiële verordening van de gemeente Heiloo 2011” vastgesteld
                                op 12 december 2011 gelijktijdig in te trekken;</al></li><li nr="3."><al> te besluiten dat over het jaar 2012 al conform artikel 10 van de
                                “Financiële verordening gemeente Heiloo 2013” gehandeld wordt. De
                                toepassing van dit artikel heeft hierdoor ook betrekking op de
                                jaarrekening 2012.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>sector</vet>: Iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie die als zodanig is ingesteld; </al></li><li nr="b."><al><vet>administratie</vet>: Het systematisch verzamelen,
                                    vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve
                                    van het besturen, het functioneren en het beheersen van
                                    (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Heiloo en ten
                                    behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
                                </al></li><li nr="c."><al><vet>financiële administratie</vet>: Het onderdeel van de
                                    administratie dat omvat het systematisch verwerken van
                                    financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de
                                    gemeente Heiloo, teneinde te komen tot een goed inzicht in: </al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie; </al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer; </al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting </al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden; </al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van de verantwoording daarover
                                        </al></li></lijst></li><li nr="d."><al><vet>administratieve organisatie</vet>: Het stelsel van
                                    organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en
                                    het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en
                                    ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de
                                    verantwoordelijke leiding; </al></li><li nr="e."><al><vet>financieel beheer</vet>: Het uitoefenen van bestuur over en
                                    toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten
                                    van de gemeente Heiloo; </al></li><li nr="f."><al><vet>rechtmatigheid</vet>: Het in overeenstemming zijn met
                                    geldende wet- en regelgeving. Het in overeenstemming zijn met de
                                    geldende interne regelgeving wordt in overleg met de accountant
                                    bepaald;</al></li><li nr="g."><al><vet>doelmatigheid</vet>: Het realiseren van bepaalde prestaties
                                    met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="h."><al><vet>doeltreffendheid</vet>: De mate waarin de beoogde
                                    maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk wordt
                                    behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Begroten en verantwoorden</titel></kop><paragraaf><kop><label>Kaderstellen</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad stelt een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten;</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt, daar waar mogelijk, per programma indicatoren
                                voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de
                                te leveren goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat vast en
                                kan slechts bij raadsbesluit gewijzigd worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt medio juni een brief aan over de kaders voor het
                                volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze brief
                                worden de bevindingen betrokken uit de rapportage van de
                                begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld
                                in artikel 8. Het college biedt met de programmabegroting een
                                meerjarenperspectief aan. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad stelt de programmabegroting en het meerjarenperspectief vóór
                                15 november vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Uitvoering</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                        eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                        productraming;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                        investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd
                                        bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële
                                        positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden
                                        dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde
                                        programma onder druk komt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                overschreden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Beheersing en interne controle</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                                rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                                college maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een
                                aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid
                                van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                gemeentelijke regelingen. De meest relevante bedrijfsonderdelen
                                en/of bedrijfsprocessen worden minimaal eens per 2 jaar
                                getoetst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een
                                aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid
                                van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                gemeentelijke regelingen. Ieder bedrijfsonderdeel van de gemeente
                                wordt minimaal eens in de vier jaar getoetst.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in
                                het tweede lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor
                                herstel van de tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Rapportage en Verantwoording</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse
                                beleidsrapportage en begrotingswijzigingen over de realisatie van de
                                begroting van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende
                                tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>de eerste begrotingswijzigingen vóór 15 juni van het lopende
                                        begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>de tweede begrotingswijzigingen vóór 15 november van het
                                        lopende begrotingsjaar;</al></li><li nr="c."><al>de beleidsrapportage vóór 15 september van het lopende
                                        begrotingsjaar;</al></li><li nr="d."><al>voor specifiek door de raad aan te wijzen programma’s en
                                        projecten of paragrafen, wordt minimaal eenmaal per vier
                                        maanden een rapportage aangeboden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inrichting van de rapportages sluit aan bij de programma-indeling
                                van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De begrotingswijzigingen gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft
                                de baten als de lasten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Inde beleidsrapportage wordt indien hier aanleiding toe is aandacht
                                besteed aan afwijkingen van:</al><lijst><li nr="a."><al>inkomsten uit de algemene uitkering gemeentefonds;</al></li><li nr="b."><al>de renteontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="c."><al>resultaten uit grondexploitaties;</al></li><li nr="d."><al>realisatie op begrote subsidieverwachtingen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                                een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
                                en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het
                                betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke
                                verplichtingen, inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 250.000</al></li><li nr="b."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €
                                        100.000;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter
                                        dan € 100.000. Dit geldt niet voor grondtransacties waarvoor
                                        een specifiek kader is vastgesteld;</al></li><li nr="d."><al>de raad kan krachtens deze verordening verplichtingen aan
                                        deze lijst toevoegen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar
                                de programma verantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>wat was daarvoor nodig;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten waren;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                        gestelde doelen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of
                                de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><paragraaf><kop><label>Kaderstellen</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                programmabegroting vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de
                                investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering en afschrijving van activa</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 5 jaar
                                afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De materiële vaste activa met economisch nut worden lineair
                                afgeschreven in maximaal:</al><lijst><li nr="a."><al>40 jaar: nieuwbouw en grote renovaties woonruimten,
                                        schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="b."><al>45 jaar: rioleringen; </al></li><li nr="c."><al>30 jaar: renovaties, restauraties en aankoop woonruimten,
                                        kantoren, bedrijfsgebouwen en schoolgebouwen; </al></li><li nr="d."><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="e."><al>30 jaar: grond-, weg- en waterbouwkundige werken; </al></li><li nr="f."><al>20 jaar: zware transportmiddelen;</al></li><li nr="g."><al>10 jaar: aanhangwagens; personenauto’s; lichte
                                        motorvoertuigen; </al><al>automatiseringsapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>niet: gronden en terreinen.</al></li></lijst><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet
                                geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst
                                genoemden worden altijd geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden ten
                                laste van de exploitatie gebracht. Indien hiervan bij raadsbesluit
                                wordt afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over de
                                verwachte levensduur van het actief of een kortere door de raad aan
                                te geven tijdsduur.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college draagt zorg voor en legt vast de verdere uitwerking van
                                bovengenoemde artikelen in een nota activabeleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting gebruikers;</al></li><li nr="b."><al>onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="c."><al>hondenbelasting;</al></li><li nr="d."><al>rioolrechten;</al></li><li nr="e."><al>afvalstoffen- en reinigingsheffingen;</al></li><li nr="f."><al>leges en rechten </al></li></lijst><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van
                                het historische percentage van oninbaarheid. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van
                                de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 2
                                genoemde programmabegroting een overzicht of paragraaf aan van de
                                reserves en voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Daarin worden mutaties in reserves en voorzieningen
                                weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Heiloo wordt een systeem van kostentoerekening
                                gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten
                                alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen
                                met de door de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de doorbelasting van overheadkosten wordt een verdeelsleutel op
                                basis van toegerekende fte’s toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                                reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                inclusief de voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
                                volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                        uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een AA
                                        rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende rating
                                        agency, of bij instellingen voor wiens waardepapieren een
                                        solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                                        vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de
                                        hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd intact
                                        is.</al></li><li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                        financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1
                                        jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                        financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten
                                        van middelen of het verlenen van garanties luiden in
                                        euro;</al></li><li nr="f."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                        wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de
                                        kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te worden
                                        overschreden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
                                zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college zendt het besluit financieringsstatuut ter kennisgeving
                                aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie
                                van bezittingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en
                                de (crediteuren)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de vier
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college
                                maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de
                                controle en eventuele plannen van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke
                                subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke
                                subsidies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het jaarlijks op te stellen subsidieboek worden de uitgangspunten
                                van de nota vertaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="1."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de diensten; </al></li><li nr="2."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts;</al></li><li nr="3."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="4."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving;</al></li><li nr="5."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="6."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante weten regelgeving;</al></li><li nr="2."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="1."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    diensten;</al></li><li nr="2."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleid- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="3."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="4."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de diensten van de gemeente;</al></li><li nr="5."><al>de te maken afspraken met de sectoren over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="6."><al>de regels voor de verlening van decharge over het gevoerde
                                    beheer van de sectoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken, leveringen
                            en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming
                            met nationale en Europese wet- en regelgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels ter zake van de Europese Unie en de
                            subsidieverordening van de gemeente Heiloo.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking per 5 maart 2013, met dien
                                verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                                uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                                behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                                begrotingsjaar <cursief>2013 </cursief>voldoen aan de bepalingen van
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in plaats van de “Financiële verordening
                                gemeente Heiloo 2011” vastgesteld door de raad op 12 december
                                2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                                verordening gemeente Heiloo 2013”.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Heiloo in de openbare
                        vergadering van4 maart 2013.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>op de artikelen van de verordening artikel 212 Gemeentewet</nr></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop></divisie><al>Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting waarin
                    de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt. De raad legt op basis van
                    dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting
                    vast.</al><al>In het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 was de indeling van de
                    begroting in functies verplicht voorgeschreven. In het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten is dat niet meer zo. De gemeente bepaalt
                    nu zelf het aantal en de inhoud van de programma’s van de begroting en kan
                    daardoor de begrotingsopzet aanpassen aan de eigen politiek-bestuurlijke wensen.
                    Zo kan een gemeente programma's indelen naar doelgroepen of indelen volgens de
                    pijlers van het grote stedenbeleid. Omdat er een politiek-bestuurlijke keuze ten
                    grondslag ligt aan de indeling van de programma’s, stelt de raad de indeling
                    vast. Meestal zal die vaststelling voor enkele jaren gelden, bijvoorbeeld voor
                    een gehele raadsperiode. Indien daartoe aanleiding is, kan de raad de indeling
                    wijzigen.</al><al>Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen: wat willen we bereiken, wat gaan
                    we daar voor doen en wat mag dat kosten? Vooral voor de eerste twee vragen
                    zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand van die indicatoren
                    kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen. Ook dienen zij om de raad de
                    gelegenheid te bieden zijn controlerende functie in te vullen door de uitkomsten
                    en resultaten van de programma's te beoordelen. In het dualistisch bestel moet
                    de raad de w-vragen zelf beantwoorden; hij kan dat niet overlaten aan het
                    college en/of de ambtelijke organisatie.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop></divisie><al>De raad stelt de programmabegroting vast. Ter uitvoering van de begroting stelt
                    het college - zoals geregeld in het Besluit begroting en verantwoording – een
                    productenraming op. Het college is vrij in het aantal producten en de indeling
                    daarvan. De productraming is in de systematiek van het besluit geen onderdeel
                    van de begroting. De raad kan van oordeel zijn dat hij bij de programmabegroting
                    en verantwoording een overzicht wil hebben van welke producten er bij de
                    programma’s horen. Dit wordt geregeld in het eerste lid.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop></divisie><al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting. Artikel
                    4 gaat over het meerjarige budgettaire kader. Dat vormt, zoals in de meeste
                    gemeenten gebruikelijk is, de grondslag voor de eigenlijke begroting. Gegeven
                    het grote belang van het budgetrecht van de raad, is het logisch dat de raad
                    expliciet een budgettair kader vaststelt. Als voorbereiding op het
                    meerjarenperspectief en de volgende programmabegroting wordt in juni een
                    kaderbrief aangeboden waarin minimaal de verwachte effecten van de meicirculaire
                    over de uitkering gemeentefonds worden vertaald om de verwachte financiële
                    bandbreedte voor de komende jaren aan te geven. Het meerjarenperspectief wordt
                    gelijk met de begroting voor de raad ter vaststelling geagendeerd.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop></divisie><al>In artikel 5 legt de raad het college een aantal eisen op die voor een goede
                    uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In het eerste lid wordt bepaald
                    dat het college de rechtmatigheid, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van
                    de uitvoering dient te waarborgen. Lid 2 stelt eisen voor de onderwerpen die van
                    belang zijn voor de opstelling van de productenraming. Lid 3 doet hetzelfde voor
                    de uitvoering van de programma’s van de begroting. In het duale stelsel geeft de
                    raad geen nadere uitvoeringsregels om aan de prestatie-eis te voldoen. Deze
                    uitvoeringsregels zijn aan het college.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop></divisie><al>De raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne controle.
                    Daarmee verkrijgt de raad de zekerheid dat het college aan de eisen genoemd in
                    met name artikel 5, eerste lid, zal kunnen voldoen. De verordening geeft in het
                    eerste en tweede lid aan het college de opdracht voor de inrichting van de
                    financiële organisatie verschillende maatregelen te treffen op het gebied van
                    interne controle, bijvoorbeeld een adequate functiescheiding. Voor een goede
                    interne controle zijn echter aanvullende onderzoeken nodig. In het tweede lid
                    van artikel 6 geeft de raad aan, welke onderzoeken hij nodig acht om de eisen
                    van controle te waarborgen en met welke frequentie deze onderzoeken moeten
                    worden uitgevoerd. Met de meest relevante bedrijfsonderdelen en/of
                    bedrijfsprocessen worden die onderdelen of processen bedoeld die
                    verantwoordelijk zijn voor de grootste geldstromen. Het derde en vierde lid
                    regelen dat het college op grond van de uitkomsten van de onderzoeken bij
                    tekortkomingen maatregelen tot herstel treft en dat de raad over de uitkomsten
                    van de onderzoeken en de eventuele maatregelen tot herstel op de hoogte wordt
                    gebracht. De genoemde onderzoeken in dit artikel omvatten niet de interne
                    onderzoeken van het college naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                    gevoerde bestuur. Regels voor deze interne onderzoeken zijn opgenomen in de
                    verordening artikel 213a Gemeentewet.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop></divisie><al>Artikel 7 formaliseert een belangrijk onderdeel van deplanning en control van de
                    raad. De raad geeft namelijk aan de aard van de informatie die het college
                    standaard dient te verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis van
                    deze informatie kan de raad de uitvoering van de begroting volgen en besluiten
                    of bijsturing nodig is. </al><al>Artikel 7, <cursief>tweede lid</cursief>, regelt wanneer de raad tussentijds
                    over de stand van zaken in het lopende begrotingsjaar moet worden geïnformeerd.
                    In dit lid is gekozen voor twee begrotingswijzigingen en één beleidsrapportage.
                    Een andere mogelijkheid is een tussenrapportage per kwartaal, waarmee wordt
                    aangesloten op cyclus voor het aanleveren van financiële informatie aan derden,
                    o.a. het CBS en de Europese Unie. In Heiloo wordt alleen voor specifiek
                    aangewezen programma’s, projecten en of paragrafen minimaal per vier maanden
                    gerapporteerd. Door het vastleggen van de data in het artikel kan de raad een
                    maximale termijn vastleggen, waarbinnen de begrotingswijzigingen moeten worden
                    samengesteld en opgeleverd.</al><al>In het <cursief>derde en vierde lid</cursief> van het artikel geeft de raad
                    kaders voor de inrichting van de begrotingswijzigingen. </al><al>In het <cursief>vijfde lid</cursief> geeft de raad aan waarover hij in elk geval
                    in de beleidsrapportage wil worden geïnformeerd indien hier aanleiding toe is.
                    De stand van zaken van - en prognose voor het lopende begrotingsjaar kan
                    overigens naast de jaarstukken van het afgelopen jaar mede een belangrijke basis
                    zijn voor het inzicht voor en het opstellen van de volgende begroting.</al><al>Het <cursief>zesde lid </cursief>gaat in op de informatieplicht van het college
                    voor nieuwe, niet in de begroting opgenomen activiteiten. De raad autoriseert
                    het college met het vaststellen van de begroting op hoofdlijnen het door het
                    college uit te voeren beleid. Hiermee worden alle afzonderlijke verplichtingen
                    die in de programma’s besloten liggen in materiële zin en dus ook financieel
                    geaccordeerd. Bij de uitvoering van de begroting geldt voor het college de
                    informatieplicht uit het vierde lid van artikel 169 Gemeentewet. Bij het aangaan
                    van verplichtingen of het uitoefenen van bevoegdheden door het college met
                    ingrijpende gevolgen voor de gemeente moet het college eerst het gevoelen van de
                    raad inwinnen. De raad schrijft nu in dit lid voor welke privaatrechtelijke
                    rechtshandelingen in ieder geval vooraf aan de raad moeten worden gemeld. De
                    raad perkt hiermee de beoordelingsvrijheid in van het college door zelf te
                    bepalen wat belangrijk genoeg is om vooraf aan de raad mee te delen. De raad
                    schept op deze wijze echter ook zekerheid voor het college. Het college weet
                    welke informatie hij in elk geval vooraf aan de raad moet mededelen. Het
                    voorkomt mogelijke misverstanden. Voor verschillende privaatrechtelijke
                    rechtshandelingen zijn in de verordening limietbedragen ingevuld. Bij de
                    rechtshandelingen boven deze limieten wordt het college verplicht vooraf het
                    gevoelen van de raad in te winnen. Beneden deze bedragen blijft overigens de
                    informatieplicht voor het college gelden, zoals neergelegd in artikel 169,
                    vierde lid, Gemeentewet, dat wil zeggen dat het college gehouden is de raad te
                    informeren over het gebruik van collegebevoegdheden indien er om welke reden dan
                    ook ingrijpende gevolgen zijn te verwachten. De raad oefent zijn budgetrecht uit
                    door bij de begrotingswijzigingen het financiële effect vast te stellen. Een
                    andere mogelijkheid voor de vormgeving van dit artikel zou zijn het uitdrukken
                    van de limieten in percentages van het begrotingstotaal. Het is wel zaak dat de
                    limietbedragen voldoende hoog zijn vastgesteld, zodat het college niet voor elke
                    gelegenheid eerst de raad moet raadplegen. Hierdoor zou tijd van de raad en het
                    college verloren gaan en de handelingsvrijheid van het college onnodig worden
                    beperkt. Voor het vast stellen van de limieten moet vanzelfsprekend rekening
                    worden gehouden met de specifieke kenmerken van de gemeente. De raad en het
                    college zullen steeds de kosten (het offer) moeten afwegen die (dat) aan de
                    informatievoorziening is verbonden versus het nut, dus de toegevoegde waarde
                    ervan.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop></divisie><al>Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de
                    begrotingsuitvoering door het college, cq. de controle van de raad daarop. Basis
                    daarvoor is de productrealisatie. In het eerste lid wordt daarvoor een
                    kwaliteitseis gesteld. Het tweede lid is de tegenpool van artikel 2, lid 2.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De financiële positie</titel></kop></divisie><al>De raad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het
                    college voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen
                    moet volgen. Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe de raad bij het
                    vaststellen van de financiële positie in de programmabegroting, de
                    investeringskredieten autoriseert. De autorisatie van deze kredieten zou anders
                    als gevolg van het door gemeenten gehanteerde lasten en batenstelsel buiten de
                    boot vallen. Investeringen van gemeenten worden voornamelijk geactiveerd en
                    drukken zodoende in het jaar van aanschaf niet op de onder de programma’s
                    verantwoorde lasten.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop></divisie><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    “regels voor waardering en afschrijving activa”. Artikel 10 stelt de regels voor
                    de waardering en afschrijving van de vaste activa. De vaste activa worden
                    verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiële vaste activa en
                    financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld in de
                    kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten
                    verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De
                    materiële vaste activa worden onderverdeeld in materiële vaste activa met
                    economisch nut en materiële vaste activa met alleen maatschappelijk nut.</al><al>In het <cursief>derde lid </cursief>zijn de maximale afschrijvingstermijnen als
                    kader opgenomen. Hiervan kan naar beneden worden afgeweken. Reden hiervoor is
                    dat de afschrijvingstermijn van een actief overeen moet stemmen met verwachte
                    economische levensduur.</al><al>In het <cursief>vijfde lid</cursief> is aangegeven dat het college zorg dient te
                    dragen voor een nota activabeleid. In deze nota dient o.a. nader ingegaan te
                    worden op de te hanteren afschrijvingstermijnen en het moment van activeren en
                    afschrijven.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Waardering oninbare vorderingen</titel></kop></divisie><al>Artikel 11 geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de voorziening
                    voor oninbare vorderingen. Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening is
                    in dit artikel gekozen voor een scheiding in de bulkfacturen van de gemeente en
                    de overige facturen. Voor de bulkfacturen van gemeenten wordt een voorziening
                    getroffen op basis van een in te schatten percentage van oninbaarheid, omdat
                    individuele beoordeling ondoenlijk is. In gemeenten betreft het hier veelal
                    vorderingen facturen lokale heffingen en rechten.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop></divisie><al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de algemene
                    reserves en bestemmingsreserves. Hoe groot moet het eigen vermogen zijn om
                    risico’s op te vangen en gaan we een investering financieren door
                    belastingverhoging of door het interen op het eigen vermogen, zijn financieel
                    beleidsmatige vragen die thuishoren bij de raad. Artikel 11 bepaalt, dat het
                    college een overzicht of paragraaf over de reserves en voorzieningen aanbiedt.
                    In deze paragraaf kan de raad het kader vaststellen voor de omvang van de
                    reserves. Kaders stellen voor voorzieningen is veelal niet aan de orde, omdat
                    voorzieningen een verplichtend karakter kennen.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop></divisie><al>In artikel 13 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2b Gemeentewet wordt geëist. De
                    grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk politieke
                    besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en de geraamde
                    kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In dit artikel
                    worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen gegeven.</al><al>Artikel 13, lid 1 bepaalt, dat naast de direct aan een product toe te rekenen
                    kosten ook de indirecte kosten die rechtstreeks samenhangen met de vervaardiging
                    van het product, worden meegenomen voor de kostprijsbepaling. De salariskosten
                    van de burgemeester hoeven dus niet te worden meegenomen voor de
                    kostprijsberekening van de rioolrechten. Het toe te rekenen deel van de overhead
                    moet dus wel worden meegenomen in de kostprijsberekening. Artikel 229b, lid 2,
                    Gemeentewet stelt, dat bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor
                    noodzakelijke vervanging van de betrokken activa voor bepaling van de geraamde
                    kostprijs en dus voor de bepaling van het tarief of de heffing mogen worden
                    meegenomen. Veel gemeenten hanteren daarnaast het mechanisme van
                    rentetoerekening over de reserves en de voorzieningen aan in gebruik zijnde
                    kapitaalgoederen. </al><al>Artikel 13, <cursief>lid 2</cursief> van de verordening bepaalt, dat deze beide
                    kosten ook daadwerkelijk worden meegenomen voor de berekening van de geraamde
                    kostprijs. Indien is gekozen voor het systeem van het toerekenen van bespaarde
                    rente (is in Heiloo het geval) dan is het verplicht deze rente als lasten mee te
                    nemen in de kostprijs. Op grond van <cursief>lid 3 </cursief>moeten ook worden
                    meegenomen de kosten compensabele BTW voor rioolrechten, reinigingsrechten en
                    afvalstoffenheffing. De begroting en jaarstukken zijn exclusief de compensabele
                    BTW. Voor dit soort heffingen is echter in de wet bepaald dat ze wel meegenomen
                    mogen worden in de kostprijsberekening, omdat de gemeente deze kosten wel heeft,
                    ook al wordt de BTW gecompenseerd. Het rentepercentage van de toerekening van
                    kapitaallasten is van invloed op de lasten, maar ook van invloed op de
                    kostprijs. Dit wordt in de gemeentelijke boekhouding bereikt door de zogenaamde
                    rente omslagmethode. Het rentepercentage dat wordt gehanteerd bij de
                    omslagmethode, is van invloed op de kostprijs. Het rentepercentage valt zodoende
                    onder het budgetrecht van de raad. Daarnaast is bij de renteomslag van de
                    kapitaallasten toerekening van de bespaarde rente over het eigen vermogen
                    toegestaan en in Heiloo toegepast. Artikel 13, <cursief>lid 4 </cursief>legt het
                    te hanteren rentepercentage voor de omslagrente van de kapitaallasten vast.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop></divisie><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. </al><al>In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel 212, <cursief>tweede lid
                        onder c.</cursief> Het gaat om de kaders voor het uitvoeren van de
                    financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie komt aan de orde
                    in de financieringsparagraaf in de begroting en de rekening zoals die in het
                    Besluit begroting en verantwoording is voorgeschreven. In dit artikel stelt de
                    raad doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het college gelden. Het
                    vierde lid van het artikel draagt het college op een financieringsstatuut
                    (treasurystatuut) op te stellen dat met name protocollen bevat voor de
                    dagelijkse uitvoering Onderwerpen die in zo’n besluit aan de orde komen zullen
                    met name betreffen het derivatenbeheer (indien van toepassing), het kasbeheer,
                    het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie. Onder het
                    risicobeheer vallen het renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het
                    koersrisicobeheer, het interne liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer
                    (indien van toepassing).</al><al>In het <cursief>tweede lid onder a </cursief>wordt gesproken van een vereiste
                    rating die een financiële instelling moet hebben. De regelgeving schrijft voor
                    dat het minimaal om een A-rating moet gaan. Gemeenten kunnen zelf een zwaardere
                    rating vaststelling, bijvoorbeeld AA zoals in Heiloo het geval is op verzoek van
                    de provincie. In onderdeel b wordt verder gesproken over een hoofdsomgarantie
                    voor uitzettingen. Dit is de minimumeis die volgens de regeling geldt. De
                    nominale waarde van de uitzetting blijft dan in ieder geval intact. Gemeenten
                    kunnen een nog lager risicoprofiel kiezen voor uitzettingen indien op de
                    hoofdsom een inflatiepercentage gezet wordt van bijvoorbeeld 2%. Dat is niet
                    gebruikelijk en wordt dan ook niet voorgesteld in Heiloo. De kasgeldlimiet en de
                    renterisiconorm zijn wettelijk geregeld (Wet financiering decentrale overheden,
                    artikel 3 en 4, respectievelijk 5 en 6). Overschrijding is niet toegestaan.
                    Gedeputeerde staten van de provincie moeten in hun hoedanigheid van
                    toezichthouder ingrijpen, maar kunnen onder bijzondere omstandigheden een
                    tijdelijke overschrijding tolereren. Bij overschrijding kan de gemeente worden
                    geconfronteerd met preventief toezicht op het sluiten van kortlopende
                    (kasgeldlimiet) of langlopende(renterisiconorm) leningen. De raad dient daarom
                    wanneer overschrijding dreigt terstond geïnformeerd te worden.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratie bezittingen en activa</titel></kop></divisie><al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een registratie van de
                    gemeentelijke bezittingen onontbeerlijk. Om te garanderen dat de registratie
                    actueel en juist is, wordt in dit artikel het college opgedragen periodiek de
                    registratie te controleren en bij afwijkingen maatregelen tot herstel te
                    treffen.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop></divisie><al>Een belangrijke uitgaande middelenstroom, die de kaderstellende rol en het
                    budgetrecht van de raad raakt, betreft de verstrekking van gemeentelijke
                    subsidies. Hiervoor is geen paragraaf bij de begroting en de jaarstukken
                    opgenomen. Artikel 4.16 Algemene wet bestuursrecht vereist dat een subsidie
                    slechts door een bestuursorgaan kan worden verstrekt op grond van een wettelijk
                    voorschrift. Het voorschrift moet regelen voor welke activiteiten subsidies
                    kunnen worden verstrekt. Voor incidentele gevallen met een subsidieduur van ten
                    hoogste vier jaar geldt het bovengenoemde vereiste niet. Gemeenteraden hebben in
                    de regel op grond van deze wettelijke bepaling een subsidieverordening
                    vastgesteld. Artikel 16 regelt, dat de raad periodiek een nota ontvangt waarin
                    het college het voorgenomen beleid uiteenzet voor de verstrekking van subsidies
                    en een overzicht van de toegekende subsidies. De nota wordt in de praktijk
                    eenmaal per raadsperiode aangeboden. De raad kan de nota altijd tussentijds
                    agenderen.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Administratie</titel></kop></divisie><al>In artikel 17 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet – inherent aan het dualisme – de regels en activiteiten
                    die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college. Deze
                    zal deze zaken wel in een besluit moeten vastleggen voor de aansturing van de
                    ambtelijke organisatie. Een en ander geldt ook voor artikel 18, 19 en 20.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop></divisie><al>Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van gemeenten. In het Besluit begroting en
                    verantwoording zijn onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en
                    verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële
                    administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële
                    verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan gedeputeerde staten, in hun
                    rol als toezichthouder, het rijk, CBS, de Europese Unie etc.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop></divisie><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders
                    voor het college, waaraan hij zich moet houden. In de onderdelen 1 en 2 worden
                    eisen gesteld aan de toedeling van taken aan organisatieonderdelen van de
                    gemeente en de toewijzing van functies aan functionarissen. In de onderdelen 3
                    t/m 6 worden eisen gesteld aan de budgettoedeling en de verantwoording
                    daarover.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop></divisie><al>De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn
                    belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen
                    hebben. Het hanteren van een protocol is naast de desbetreffende administratieve
                    aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid
                    kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Artikel
                    20 legt aan het college de zorg op om regels op te stellen voor de aanbesteding
                    van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van de Europese
                    Unie dient daarbij nageleefd te worden.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop></divisie><al>Een ander kwetsbare activiteit van gemeenten is de subsidieverlening en
                    steunverlening aan ondernemingen. Ook hiervoor is het hanteren van een protocol
                    te zien als een vorm van risicobeheersing. Daarnaast is op delen van deze
                    activiteit de Europese regelgeving inzake staatssteun van toepassing.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop></divisie><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet opgestelde verordening.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop></divisie><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke stukken
                    naar deze verordening kan verwijzen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>