<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78218_8</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Buren 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.stadburen.nl">De Stad Buren d.d. 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/geldigheidsdatum_16-12-2013"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z13-27064, RV/13/00380</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Buren 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de gemeenteraad
                                    de grenzen heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 20a van de
                                    Wegenverkeerswet, bij hun besluit van 27 mei 2008;</al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening gemeente Buren ;</al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li>
              <li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen (verdagen).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid
                                (plaatsen van voorwerpen op of aan de weg), artikel 2:11 (aanleggen
                                van een weg) of artikel 4:11 (kapontheffing).</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:9</nr>
              <titel>Lex silencio positivo van toepassing in model per artikel
                                vermeld</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al>
            <al/>
            <al>2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                            publieke functie ervan</al>
            <al>2:11 Aanleggen van een weg</al>
            <al>2:64 Bijen</al>
            <al>4:11a Kapvergunning </al>
            <al>4:18 Recreatief nachtverblijf kampeerterreinen</al>
            <al>5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al>
            <al>5:6 Kampeermiddelen e.a. </al>
            <al>5:8 Parkeren van grote voertuigen</al>
            <al>5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al>
            <al>5:13 Inzameling van geld of goederen</al>
            <al>5:16 Vrijheid van meningsuiting</al>
            <al>5:36 Verboden plaatsen as te verstrooien</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:10</nr>
              <titel>Lex silencio positivo niet van toepassing in model per artikel
                                vermeld</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al>
            <al/>
            <al>2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al>
            <al>2:12 Maken van een uitweg</al>
            <al>2:25 Vergunning evenement</al>
            <al>2:29 Sluitingstijden horeca</al>
            <al>2:45 Betreden plantsoenen</al>
            <al>2:72 Verkoop vuurwerk</al>
            <al>3:4 Vergunning escortbedrijf </al>
            <al>4:6 Overig geluidhinder</al>
            <al>5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Openbare orde</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>Degene die op een openbare plaats:</al><lijst>
                      <li nr="a."><al> aanwezig is bij een voorval waardoor
                                                  ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                                  ontstaan;</al></li>
                      <li nr="b."><al> bij een tot toeloop van publiek aanleiding
                                                  gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden
                                                  ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li>
                      <li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                  samenscholing, </al><al/></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
                <al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op
                                    betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                    levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare
                                    manifestaties.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Betoging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in
                                    artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft
                                    daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 120 uur
                                    voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                    burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen
                                    en uitstallingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoeld gebruik, voor zover dit een activiteit
                                    betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of
                                    onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994, of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten verboden zijn bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Buren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li>
                  <li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onverminderd artikel 1:8 kan een vergunning als bedoeld in het
                                    eerste lid worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving; </al></li>
                  <li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994, de Waterschapskeur of de Gelderse Wegenverordening van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:13</nr>
                <titel>Plaatsen geocache</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Begripsbepalingen:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>Geocaching is een buitensport/spel waarbij gebruik
                                                gemaakt wordt van een GPS-ontvanger of telefoon met
                                                deze functie om ergens ter wereld een zogenaamde
                                                cache te vinden;</al></li>
                    <li nr="b."><al>Cache is de ‘schat’ die hoort bij het spel
                                                geocaching. De cache is meestal een doos waarin zich
                                                voorwerpen bevinden.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het is toegestaan een cache te plaatsen, mits aan de
                                        volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>Het is verboden in de grond te graven:</al></li>
                    <li nr="b."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan
                                                gemeentelijke eigendommen waaronder bestrating,
                                                groenvoorzieningen, wegmeubilair e.d.;</al></li>
                    <li nr="c."><al>In het geval de locatie zich op particulier terrein
                                                bevindt, dient toestemming van de eigenaar of
                                                beheerder verkregen te worden;</al></li>
                    <li nr="d."><al>Caches mogen alleen op locaties verborgen worden
                                                waar deze geen gevaar opleveren in het kader van de
                                                verkeersveiligheid of anderszins.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het college behoudt zich het recht voor om caches die
                                        overlast of gevaar opleveren, te verwijderen zonder dit te
                                        melden.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:24</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest of wedstrijd op of aan de weg;</al></li>
                  <li nr="e."><al>markten die, al dan niet met enige beperking, in een
                                            voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats worden
                                            georganiseerd of toegelaten, waar ter plaatse aanwezige
                                            goederen worden verhandeld (snuffelmarkt e.d.);</al></li>
                  <li nr="f."><al>het plaatsen van een kraam, tafel of enig ander
                                            dergelijk middel in een voor het publiek toegankelijk
                                            gebouw om goederen aan te bieden, te verkopen of te
                                            verstrekken, tenzij er gebruik wordt gemaakt van een
                                            ruimte die uitsluitend geheel en voortdurend dan wel
                                            nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik is als winkel
                                            in de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De burgemeester stelt nadere regels vast.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De vergunning kan voor een periode van maximaal vijf jaar worden
                                    verleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De vergunning die voor een periode van meer dan 1 jaar is
                                    verleend, vervalt van rechtswege indien zich wijzigingen
                                    voordoen die betrekking hebben op de organisatie, activiteiten,
                                    de locatie of de omvang van het evenement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Indien een aanvraag om vergunning of ontheffing voor een
                                    evenement wordt ingediend minder dan tien weken voor het
                                    tijdstip waarop het evenement plaatsvindt, kan het bevoegde
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor de door hem aan
                                    te wijzen categorieën evenementen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>openbare inrichting: </al><lijst>
                        <li nr="1."><al>een hotel, restaurant, pension, café,
                                                  cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                  clubhuis;</al></li>
                        <li nr="2."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden bereid of verstrekt.</al></li>
                      </lijst></li>
                    <li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de
                                                inrichting liggend deel van de openbare inrichting
                                                waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                                waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                                geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                                worden bereid of verstrekt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                        besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel
                                        daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                        waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                        verstrekt</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28</nr>
                <titel>Exploitatie horecabedrijf</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren waar
                                    middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet
                                    (zullen) worden bereid, bewerkt, verkocht, verstrekt,
                                    vervaardigd of aanwezig (zullen) zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren indien de
                                    vestiging of exploitatie in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan en/of het bepaalde in artikel 1:8.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de exploitatie
                                    van een openbare inrichting niet toegestaan, indien naar het
                                    oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon-
                                    en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                    beïnvloed.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Bij de toepassing van het derde lid houdt burgemeester rekening
                                    met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare
                                    inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de
                                    openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter
                                    plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                    exploitatie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>De burgemeester kan nadere regels stellen voor de exploitatie
                                    van een openbare inrichting.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>Het is verboden een terras te plaatsen of te exploiteren op
                                    grond dat niet behoort tot het horecabedrijf en/of op
                                    gemeentegrond.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8</lidnr>
                <al>Op de weg mogen terrasschotten of parasols niet zijn voorzien
                                    van reclame, tenzij het gaat om een product dat in de openbare
                                    inrichting wordt verkocht. De reclame-uiting mag uitsluitend
                                    worden aangebracht op het niet-transparante deel van het
                                    terrasschot.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9</lidnr>
                <al>Drankverstrekking moet direct en uitsluitend vanuit (het
                                    besloten deel van) de openbare inrichting plaatsvinden; het is
                                    verboden tappunten te plaatsen op het terras.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10</lidnr>
                <al>Het is verboden op een terras versterkte of levende muziek ten
                                    gehore te (laten) brengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>11</lidnr>
                <al>Het terras moet onmiddellijk aansluiten aan (het besloten deel
                                    van) de openbare inrichting of in de onmiddellijke nabijheid van
                                    (het besloten deel van) de openbare inrichting zijn
                                    gelegen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>12</lidnr>
                <al>De exploitant van de openbare inrichting is gehouden te doen en
                                    te laten hetgeen redelijkerwijs van hem gevergd kan worden om
                                    hinder en overlast, veroorzaakt door in de inrichting en/of op
                                    het terras aanwezige bezoekers en/of door komende en
                                    vertrekkende bezoekers, te voorkomen of te beperken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>13</lidnr>
                <al>Een vrije doorgang van tenminste 2 meter naar en van de openbare
                                    inrichting moet gegarandeerd zijn voor hulpverleningsdiensten
                                    zoals brandweer en ambulance.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>14</lidnr>
                <al>Brandkranen moeten vrij toegankelijk zijn. In een straal van
                                    0.75 meter mogen geen voorwerpen worden geplaatst.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden deze voor
                                    bezoekers geopend te hebben, of bezoekers toe te laten of te
                                    laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur
                                    en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 07.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De burgemeester kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen en voor een afzonderlijke openbare
                                    inrichting een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren
                                    vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben of
                                    aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag
                                    tot en met vrijdag van 23.00 uur tot 07.00 uur en op zaterdag en
                                    zondag van 24.00 uur tot en met 07.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De burgemeester kan voor een bij een openbare inrichting
                                    behorend terras een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren
                                    vaststellen dan bepaald met toepassing van het tweede lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:31</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de orde te verstoren</al></li>
                <li nr="b."><al> zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid</al></li>
                <li nr="c."><al> op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
                                        personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die
                                        aanwezig zij te op h</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:32</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor
                                de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                drank- en horecawet</nr>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34a</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li>
                <li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li>
                <li nr="-"><al>horecalokaliteit,</al></li>
                <li nr="-"><al>inrichting,</al></li>
                <li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li>
                <li nr="-"><al>sterke drank,</al></li>
                <li nr="-"><al>slijtersbedrijf, en</al></li>
                <li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al><al/></li>
              </lijst>
              <al>wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en horecawet.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34b</nr>
                <titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een paracommercieel rechtspersoon kan, onverminderd het bepaalde
                                    in artikel 2:29, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken
                                    vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop
                                    van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de
                                    statutaire doelen van de rechtspersoon.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersonen betrokken zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34f</nr>
                <titel>Verbod ‘happy hours’ </titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                                periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar
                                gewoonlijk wordt gevraagd.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:36</nr>
                <titel>Kennisgeving exploitatie</titel>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:38</nr>
                <titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:40</nr>
                <titel>Speelautomaten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>In laagdrempelige inrichtingen zijn geen kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Maatregelen tegen overlasten baldadigheid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:41</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:42</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:43</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:44</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen of
                                    vermommingsmiddelen te vervoeren, bij zich te hebben of te
                                    dragen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken, het achterlaten van sporen te
                                    voorkomen en/of herkenning bij het plegen van voornoemde
                                    strafbare feiten te voorkomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:45</nr>
                <titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:47</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op openbare plaatsen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:48</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:49</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:50</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:57</nr>
                <titel>Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat
                                    begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze
                                    aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale
                                    hulphond.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht te
                                    voorkomen dat die hond zich ontdoet van uitwerpselen op binnen
                                    de bebouwde kom gelegen openbare plaatsen, zoals bedoeld in
                                    artikel 1:1 onder a, en de buiten de bebouwde kom gelegen
                                    begraafplaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het eerste
                                    lid niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod wordt opgeheven indien de eigenaar, houder of
                                    verzorger van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                    onmiddellijk worden opgeruimd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al> De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht
                                    tijdens het verblijf met die hond op een plaats als bedoeld in
                                    het eerste lid, in het bezit te zijn van een zakje dat geschikt
                                    is voor de verwijdering van uitwerpselen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Onder ruimen als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: het
                                    afvoeren van de uitwerpselen naar het huisperceel van degene als
                                    bedoeld in het eerste lid, alsmede het deponeren van de
                                    uitwerpselen in een hondenpoepbak of afvalbak.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod doen of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door middel van een stevige riem zodanig rond de hals is
                                            aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                            niet mogelijk is; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen in de
                                            korf aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekte uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:64</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden bijen te houden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Vuurwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:71</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:72</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73</nr>
                <titel>Gebruiken van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebiedenen
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:75</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden), 2:3
                                (betoging op openbare plaats), 2:10 (plaatsen van voorwerpen op of
                                aan de weg), 2:11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                weg), 2:16 (openen straatkolk e.d.), 2:47 (hinderlijk gedrag op
                                openbare plaatsen), 2:48 (verboden drankgebruik), 2:49 (verboden
                                gedrag in of bij gebouwen), 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek
                                toegankelijke ruimten) en 2:73 (gebruiken van vuurwerk) van deze
                                Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:76</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een (raam)prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen
                                        een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><al>i) de exploitant; </al><al>ii) de beheerder;</al><al>iii) de prostituee;</al><al>iv) het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al><al>v) toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2;</al><al>vi) andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                                vaststellen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:4</nr>
                <titel>Escortbedrijven</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen
                                    zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van het escortbedrijf; </al></li>
                  <li nr="d."><al>een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij
                                            de Kamer van Koophandel.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:5</nr>
                <titel>Bezoekersverbod escortbedrijf</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een escortbedrijf voor bezoeker geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bedrijfsruimte van het escortbedrijf te gebruiken als
                                            seksinrichting, of;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het escortbedrijf te exploiteren als
                                            seksinrichting.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:6</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li>
                  <li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en
                                            met 249, 250a (oud), 252, 273a, 300 tot en met 303, 416,
                                            417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                            Strafrecht;</al></li>
                  <li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van
                                            de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li>
                  <li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:7</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe te zien dat
                                tijdens de exploitatie van het escortbedrijf:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling)
                                        van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de
                                        Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en</al></li>
                <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:8</nr>
                <titel>Straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:9</nr>
                <titel>Seksinrichting</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een seksinrichting te vestigen of te
                                exploiteren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:10</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:11</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:12</nr>
                <titel>Beslissingstermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:13</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:6 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van het escortbedrijf in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in het escortbedrijf personen
                                            werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f
                                            van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of
                                            krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                            Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Voor in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd
                                    het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning worden geweigerd, dan
                                    wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste
                                    lid, achterwege gelaten, in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of –veiligheid;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li>
                  <li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:14</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:15</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Geluidhinder en verlichting</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li>
                <li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer delen van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit - uiterlijk
                                    om 01.00 uur van de volgende dag te worden beëindigd.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal twaalf incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit - uiterlijk
                                    om 01.00 uur van de volgende dag beëindigd met uitzondering van
                                    zaterdag op zondag. Dan blijft de eindtijd 24.00 uur. De
                                    geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>De geluidsnorm als bedoeld in het vijfde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit op een zodanige wijze toestellen of
                                    geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor
                                    de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:8</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:9</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Het bewaren van houtopstanden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:10a</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li>
                <li nr="2."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                        de stronk uitlopen;</al></li>
                <li nr="3."><al>vellen: het kappen, rooien, het verplanten, het snoeien van
                                        meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met
                                        inbegrip van kandelaberen, het verrichten van handelingen,
                                        zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige
                                        beschadiging of ernstige ontsiering van de boom ten gevolge
                                        kunnen hebben;</al></li>
                <li nr="4."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                        houtopstand;</al></li>
                <li nr="5."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></li>
                <li nr="6."><al>bomenlijst: de door het college vastgestelde ‘Lijst van
                                        waardevolle bomen gemeente Buren’ (klik op het pdf-icoon om
                                        de lijst te openen) <plaatje><illustratie id="ia403198f-89e7-4f13-81be-783185e953a3" naam="i119083ia403198f-89e7-4f13-81be-783185e953a3.jpg" breedte="0cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="36px" hoogte="0.0cm"/></plaatje> met daarop aangegeven beschermenswaardige
                                        houtopstanden;</al></li>
                <li nr="7."><al>bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de
                                        gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op
                                        basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:10b</nr>
                <titel>Lijst van waardevolle bomen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college stelt de lijst van waardevolle bomen vast en beheert
                                    en actualiseert deze lijst. De lijst bestaat uit een opsomming
                                    van beschermenswaardige houtopstanden, de locatie (kadastraal
                                    perceelsnummer), indien mogelijk voorzien van een goed
                                    herkenbare omschrijving en een foto van de houtopstand, de
                                    eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van opname.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>2. De eigenaar van een houtopstand die op de lijst van
                                    waardevolle bomen staat, is verplicht aan het college
                                    onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand
                                            anders dan door velling op grond van de verleende
                                            ontheffing;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk
                                            teniet kan gaan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De lijst van waardevolle bomen wordt door het college minimaal
                                    éénmaal per 10 jaar geactualiseerd.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11a</nr>
                <titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een houtopstand te vellen of te doen vellen,
                                    wanneer deze houtopstand voorkomt op de door het college vast te
                                    stellen Lijst van waardevolle bomen of wanneer deze houtopstand
                                    wordt beschermd krachtens de Boswet</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het college
                                    of ten behoeve van dunning, zulks onverminderd het bepaalde in
                                    de artikelen 4:11 d en 4:11 e.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan van het verbod in het eerste lid
                                    ontheffing verlenen indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen
                                            duurzaam behoud van de beschermde houtopstand; </al></li>
                  <li nr="b."><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet
                                            langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of
                                            schade;</al></li>
                </lijst>
                <al>en er geen passend alternatief voorhanden is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan aan de ontheffing voorschriften
                                    verbinden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11b</nr>
                <titel>Aanvraag ontheffing</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De ontheffing moet schriftelijk en gemotiveerd worden
                                    aangevraagd door of namens de zakelijk gerechtigde van de grond
                                    waarop zich de houtopstand zich bevindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Wanneer namens de Minister van Landbouw, Natuur en
                                    Voedselkwaliteit aan het college een afschrift is toegezonden
                                    van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de
                                    Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als aanvraag om
                                    ontheffing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11c</nr>
                <titel>Vervaltermijn ontheffing</titel>
              </kop>
              <al>De ontheffing als bedoeld in artikel 4:11 a vervalt, indien daarvan
                                niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de
                                ontheffing gebruik is gemaakt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11d</nr>
                <titel>Bijzondere ontheffingsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Een ontheffing als bedoeld in artikel 4:11 a treedt in werking
                                    zoals is bepaald in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
                                    dat wil zeggen na zes weken na afgifte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan aan de ontheffing het voorschrift
                                    verbinden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig door
                                    het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Indien een voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt
                                    opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn en
                                    op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                    vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan aan de
                                    ontheffing het voorschrift worden verbonden dat een geldelijke
                                    bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk
                                    herplantfonds.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan aan de ontheffing het voorschrift
                                    verbinden dat pas tot vellen van de houtopstand op en bij bouw-
                                    en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of
                                    reconstructie mag worden overgegaan op het moment dat andere
                                    ontheffingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk
                                    zijn geworden en de feitelijke en financiële voortgang van die
                                    werken voldoende gewaarborgd is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan aan de ontheffing voorwaarden verbinden
                                    die verband houden met het broedseizoen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11e</nr>
                <titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien een houtopstand die voorkomt op de ‘lijst van waardevolle
                                    bomen’ zonder ontheffing van het college is geveld, dan wel op
                                    andere wijze is teniet gegaan, kan het bevoegd gezag aan de
                                    zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                    zich bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                                    treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen
                                    te herplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen
                                    binnen een door hem te stellen termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, wordt een
                                    geldelijke bijdrage gestort in het gemeentelijk
                                    herplantfonds.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid wordt
                                    opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na
                                    herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                    vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien een houtopstand die voorkomt op de ‘lijst van waardevolle
                                    bomen’ ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het
                                    bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop
                                    zich de houtopstand zich bevindt dan wel aan degene die uit
                                    andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven
                                    aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn
                                    voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                                    weggenomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12a</nr>
                <titel>Afstand erfgrenslijn</titel>
              </kop>
              <al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                                vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en
                                heggen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12b</nr>
                <titel>Bestrijding van boomziekten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding
                                    van een boomziekte of voor vermeerdering van de
                                    ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien
                                    hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen
                                    de bij de aanschrijving vast te stellen termijn de boom te
                                    vellen en conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom
                                    direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte
                                    wordt voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in
                                    voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort
                                    betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het onder het tweede lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving
                                    biedt een basis voor de toepassing van een last onder
                                    bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden voor
                                    risico en rekening van aangeschrevene, door of namens het
                                    college kunnen worden verricht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12c</nr>
                <titel>Bescherming publieke bomen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden om bomen die publiek eigendom zijn:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li>
                  <li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de
                                            gemeente opgedragen boomverzorgende taken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke
                                    boom aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                                    ontheffing van het college.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:15</nr>
                <titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van artikel
                                2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist,
                                dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden
                                gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:18</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:19</nr>
                <titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Lozing en riolering</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:20</nr>
                <titel>Lozing en riolering</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Begripsomschrijving</al>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>rioleringssysteem: het systeem voor inzamelen en
                                            transport van vuilwater, hemelwater en grondwater;</al></li>
                  <li nr="b."><al>vuilwaterriool: de voorziening voor inzamelen en
                                            transport van huishoudelijk afvalwater;</al></li>
                  <li nr="c."><al>hemelwatersysteem: de voorziening voor inzamelen en
                                            verwerken van hemelwater;</al></li>
                  <li nr="d."><al>grondwatersysteem: de voorziening voor inzamelen en
                                            verwerken van grondwater; </al></li>
                  <li nr="e."><al>beheerder: het college of degene die door het college is
                                            gemandateerd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De beheerder bepaalt de keuze van een rioleringssysteem.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De eigenaar en de gebruiker van een perceel zijn verplicht om
                                    water aan te bieden overeenkomstig het aanwezige en daarvoor
                                    bedoelde rioleringssysteem.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Als er een bovengrondse opvang van hemelwater is, dan moet het
                                    hemelwater bovengronds worden aangeboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Als er geen grondwatersysteem aanwezig is, dan geldt voor
                                    grondwater hetzelfde als voor hemelwater.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het lozen van
                                    hemelwater in het milieu of in het oppervlaktewater.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:4</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:5</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6</nr>
                <titel>Kampeermiddelen e.a.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:8</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:9</nr>
                <titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:11</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een berm, een
                                    park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting
                                    of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Collecteren</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:13</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goederen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een inzameling die in besloten kring gehouden
                                            wordt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor instellingen die voorkomen op het rooster van de
                                            Stichting Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF).</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De vergunning kan worden geweigerd voor de periode waarin een
                                    onder lid 3, onder b, genoemde instelling een inzameling houdt
                                    c.q. daartoe een intekenlijst aanbiedt.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Venten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:14</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onder venten wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:15</nr>
                <titel>Ventverbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    vóór 09.00 uur en na 21.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:16</nr>
                <titel>Vrijheid van meningsuiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Standplaatsen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    of vanuit een boomgaard, weiland of vanaf een erf te koop
                                    aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins
                                    aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke
                                    middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:18</nr>
                <titel>Innemen standplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De burgemeester kan het innemen van een standplaats tijdelijk of
                                    permanent verbieden;</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving;</al></li>
                  <li nr="d."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            –veiligheid;</al></li>
                  <li nr="e."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het innemen van de standplaats
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
                                            plaatse in gevaar komt;</al></li>
                  <li nr="f."><al>vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is in ieder geval verboden om een standplaats in te
                                    nemen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen 10 meter van de bochtstraal;</al></li>
                  <li nr="b."><al>als er in de directe nabijheid van die standplaats
                                            onvoldoende parkeergelegenheid aanwezig is;</al></li>
                  <li nr="c."><al>aan de N320, N834 en N835 als er op eigen terrein van de
                                            standplaatshouder geen parkeerruimte aanwezig is voor
                                            minimaal 4 auto’s.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De standplaatshouder is verplicht om de standplaats en de
                                    directe omgeving schoon te houden en schoon achter te
                                    laten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien gebruik wordt gemaakt van een standplaatsvoorziening die
                                    gedurende een langere periode blijft staan, bijvoorbeeld zoals
                                    gebruikelijk bij de zogenaamde fruitstalletjes, moet het
                                    bouwwerk zijn verwijderd binnen zeven dagen nadat de verkoop van
                                    producten is beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Een standplaats aan de N320, N834 en N835 mag uitsluitend worden
                                    ingenomen op de daartoe door de burgemeester aangewezen
                                    locaties.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Een ieder die het voornemen heeft een standplaats in te nemen,
                                    dient dit acht weken van te voren kenbaar te maken aan de
                                    gemeente door middel van een daartoe door de gemeente
                                    vastgesteld meldingsformulier.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:20</nr>
                <titel>Afbakeningsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>Het eerste lid van artikel 5:18 geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Openbaar water</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:24</nr>
                <titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:26</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:28</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:29</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:30</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:32</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:33</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li>
                  <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Verbod vuur te stoken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:34</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li>
                  <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, </al><al>voor zover dat geen gevaaroverlast of hinder voor de
                                            omgeving oplevert.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Verstrooiing van as</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:36</nr>
                <titel>Verboden plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen
                                            anders dan op de daartoe aangewezen plaatsen voor
                                            asverstrooiing.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de as bus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:37</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Betreden van speeltuinen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:38</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder speeltuin: alle terreinen die
                                door de inrichting van speeltoestellen en speelvoorzieningen of door
                                aanduiding met borden kennelijk bedoeld is voor het spelen van de
                                jeugd tot en met 10 jaar.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:39</nr>
                <titel>Verbod betreden speeltuinen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden om speeltuinen buiten de met borden aangegeven
                                tijden te betreden zonder toestemming van de eigenaar of beheerder
                                van de speeltuin.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens de artikelen in deze verordening
                            bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de politieambtenaren, werkzaam voor de
                                regio Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:3</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Buren 2012 wordt
                                ingetrokken</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:6</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            gemeente Buren 2014.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>