<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR78056_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nota monumenten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">2006, 04. 1-3-2006. Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nota monumenten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET BESTUURSRECHT">Algemene Wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=MONUMENTENVERORDENING VLAARDINGEN 2000">Monumentenverordening Vlaardingen 2000, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-02-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-03-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VLD/2008/20262</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nota Monumenten </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Inleiding </al><al> Voor u ligt de Nota Monumenten van de gemeente Vlaardingen. Er is alle
                        reden toe om lokaal monumentenbeleid als een serieuze gemeentelijke taak op
                        te vatten. De Markt en directe omgeving en het daaraan grenzende havengebied
                        geven de centrumbezoekers van binnen en (ver) buiten de gemeente direct
                        inzicht in een rijk cultureel verleden. En dat rijke verleden is soms niet
                        eens zo ver weg: van de huidige ca.55 rijksmonumenten stamt maar liefst
                        circa de helft uit het industriële tijdperk van rond de vorige
                        eeuwwisseling. Naast al deze rijksmonumenten zijn er 17 gemeentelijke
                        monumenten. De be-scherming van deze objecten staat niet op zich, maar is
                        stevig ge-fundeerd op de gemeentelijke verordeningen inzake monumenten en
                        (restauratie)subsidies. Reden genoeg om een aantal specifieke as-pecten van
                        lokaal monumentenbeleid op een rij te zetten.</al><al> De nota bestaat daarom uit twee delen, het beleidsmatige deel A en een deel
                        B dat per wijk of buurt de cultuurhistorische achtergrond duidt. Deel A kent
                        hierdoor een informatief karakter. U kunt bijvoorbeeld als monumenteigenaar
                        of als geïnteresseerde in cultuurhistorie de betrokken regelgeving of
                        subsidiemogelijkheden erop naslaan. Monumentenbeleid in Vlaardingen krijgt
                        hiermee de samenhang die het, gezien de niet geringe geschiedenis van onze
                        stad, toekomt. In de beschrijvingen van deel B zult u deze waardevolle
                        historie zeker op-merken. Deze informatie zal bijvoorbeeld ook worden
                        gebruikt als input bij het wijzigen en opstellen van
                        bestemmingsplannen.</al><al> Een nota dus niet voor in de kast maar vooral om mee te werken! Met deze
                        nota zal de betrokkenheid en de bekendheid met de gemeentelijke
                        monumentenzorg zeker worden vergroot.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>A</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Historie en monumenten in vogelvlucht</titel></kop><structuurtekst><al>Vlaardingen heeft ten opzichte van de meeste andere Hollandse steden een
                            lange geschiedenis. De geschiedenis is te verdelen in enkele perioden en
                            elke periode heeft sporen nagelaten. Wanneer die sporen herkenbaar zijn,
                            vormen zij een tastbare herinnering aan het verleden. Zo vormen zij
                            “monumenten” [Monument, van Lat. monére, doen herinneren] in de ware
                            betekenis van het woord.</al><al> De eerste bewoning in dit gebied dateert uit 5000 en 4000 jaar geleden.
                            De kreken en de Maasmond vormden een aantrekkelijk vestigingsgebied.
                            Deze nederzettingen zijn als archeologische vindplaatsen bewaard
                            gebleven.</al><al> Pas rond 700 na Chr. wordt de bewoning permanent. Vanaf dat moment is
                            er sprake van een min of meer continue bewoning van Vlaardingen. De stad
                            krijgt al snel een handelskarakter en valt in de smaak bij de graven van
                            Holland. Mogelijk vestigden zij hier hun Grafelijk Hof aan de
                            Markt.</al><al> Van deze oudste periode zijn geen zichtbare herinneringen
                            overge-bleven. Alle restanten bevinden zich onder de grond als
                            archeologische waarden.</al><al> De periode daarna (de late Middeleeuwen) worden gekenmerkt door
                            ontginning en ontwatering. De polders ontstaan, met enkele oude
                            bewoningsplekken met boerderijen als ontginningsbases. Ook de afwatering
                            via de Vlaardingse Vaart krijgt zijn vorm. Het water wordt ingeperkt
                            door dijken en kaden. Hiermee is de structuur van de stad en het Ambacht
                            bepaald. Tastbare herinneringen aan deze periode zijn vooral te zien in
                            de historisch-geografische structuren. De boerderijen –vaak op
                            woonheuvels gebouwd- zijn te beschouwen als de opvolgers van deze eerste
                            ontginningsboerderijen.</al><al> In de 17de eeuw ontwikkelt Vlaardingen zich vooral tot een welvarende
                            vissers- en handelsstad, omringd door buitenplaatsen. Het oude centrum
                            herbergt nog vele panden uit deze bloeiperiode. Van de buitenplaatsen
                            zijn alleen nog restanten.</al><al> In de 19de eeuw krijgt Vlaardingen met de opkomst van de
                            industrialisatie nieuwe impulsen. De Koningin Wilhelminahaven, de
                            restanten van de nieuwe nutsvoorzieningen en het industrieel erfgoed
                            zijn er de resultaten van. Het zijn niet alleen de monumenten die aan
                            deze periode herinneren, maar ook de structuur van de 19de eeuwse stad
                            toont deze ontwikkeling. Het gaat dan met name om de Oostwijk en de
                            aangren-zende gebieden.</al><al> Na 1900 groeit de stad gestaag. In het gebied van de voormalige
                            gemeente Vlaardinger Ambacht komen steeds meer nieuwe wijken. Elke wijk
                            ademt de tijdgeest uit de periode van het ontwerp, en heeft zo een eigen
                            karakter. Enkele naoorlogse wijken zijn toonbeelden van
                            stedenbouwkundige visie en kregen nationale en internationale aandacht.
                            Met name dergelijke wijken en objecten van naoorlogse bouwkunst worden
                            meer en meer gewaardeerd. In dergelijke wijken liggen kansen voor
                            Vlaardingen om tastbare herinneringen en mo-numenten te zoeken die deze
                            periode weerspiegelen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Doel van monumentenbeleid</titel></kop><structuurtekst><al> Waarom Monumentenbeleid</al><al> Vele eeuwen hebben bijgedragen aan het karakter van Vlaardingen. Zij
                            hebben daarmee in belangrijke mate de eigen identiteit van de gemeen-te
                            bepaald. Binnen het grote geheel van het hedendaagse Vlaardingen speelt
                            de oude kern met zijn historische kwaliteit op diverse manieren een
                            belangrijke rol. Door de, in vergelijking tot andere Zuid-Hollandse
                            gemeenten, hoge ouderdom is de historie zo belangrijk, dat de stad vol
                            is van verhalen die deels door elkaar lopen.</al><al> De oude kern bepaalt voor veel inwoners de waardering voor hun stad.
                            Daarom komen de zorg en het geld die door de overheid en door
                            particulieren aan de ‘gezondheidszorg’ van het stadshart worden besteed
                            ten goede aan de hele gemeente.</al><al> De historie houdt overigens niet op bij de grenzen van de oude kern.
                            Het grotere stadsgebied is het resultaat van ontwikkelingen, opvattingen
                            en beslissingen uit het verleden. De wijken buiten de oude kern dragen
                            het stempel van de tijd waarin ze zijn ontstaan. Het karakter werd mede
                            bepaald door de sociale omstandigheden en door de visie op bouwen en
                            wonen in die tijd. Voor de historische kwaliteit van de stad is het van
                            belang dat er een continuïteit van de kenmerkende uitingen van die
                            vroegere opvattingen bewaard blijft. Dit vraagt om een voortdurende
                            (her)interpretatie van de historische waarden.</al><al> De historische kenmerken van de stad oefenen aantrekkingskracht uit op
                            bewoners en gebruikers zoals toeristen en bewoners uit de streek/regio.
                            Vooral de belangstelling voor cultuurhistorisch toerisme neemt sterk toe
                            door demografische ontwikkelingen. Hierbij moet men denken aan de
                            toenemende vergrijzing en oudere bevolking met een hoog opleidings- en
                            inkomensniveau.</al><al> Het plezier waarmee mensen in Vlaardingen vertoeven, vervult een rol in
                            de economie van de stad, wat uiteindelijk de hele gemeenschap ten goede
                            komt. Daarnaast is ook de positieve invloed die een karak-teristieke
                            historische stad op het vestigings- en investeringsklimaat uitoefent een
                            economische factor van niet te onderschatten betekenis.</al><al> De gemeente heeft een belangrijke – maar niet de enige –
                            verant-woordelijkheid voor het goed beheren van de kwaliteiten die
                            Vlaar-dingen aan zijn historische waarde ontleent. Een grote rol is
                            weggelegd voor eigenaren van waardevolle objecten, waaronder beschermde
                            monumenten. Zonder een betrokken eigenaar is er geen effectief
                            monumentenbeleid mogelijk. De gemeente moet de voorwaarden en een
                            gunstig klimaat scheppen waarin ieder kan bijdragen aan dit beheer. Het
                            gaat om een vorm van kwaliteitszorg in de hele gemeente. Deze zorg kan
                            een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteiten die Vlaardingen
                            heeft, zowel aan haar eigen inwoners en ‘gebruikers’ als aan anderen.
                            Voor het goed beheren van deze, in een groeiproces van vele eeuwen tot
                            stand gekomen kwaliteiten is continuïteit van essentieel belang, willen
                            we ook in de toekomst daarvan de vruchten kunnen (laten) plukken. Het
                            zou een slechte zaak zijn om deze continuïteit te doorbreken. De
                            rekening daarvoor zal later zowel in financiële zin als in de vorm van
                            een onherstelbaar waardeverlies, gepresenteerd worden. Ruimtelijke
                            kwaliteit</al><al> Monumenten dragen onmiskenbaar bij aan de kwaliteit van de ge-bouwde
                            omgeving, oftewel aan de ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteit en de
                            duurzaamheid van de monumenten wordt mede bepaald door: - De
                            gebruikswaarde</al><al> - De belevingswaarde</al><al> - De toekomstwaarde</al><al> - De samenhang</al><al> - De gaafheid</al><al> - De diversiteit in vorm en categorie. Door te spreken over de
                            ruimtelijke kwaliteit wordt een object of een complex in relatie
                            gebracht met zijn omgeving. Daarmee wordt het ook nodig om na te denken
                            over de beleidsinstrumenten die beschikbaar zijn om deze ruimtelijke
                            kwaliteit te bevorderen. Monumentenzorg is één van die instrumenten,
                            naast onder meer ruimtelijke ordening, architectuurbeleid,
                            welstandstoezicht en de inrichting van de stedelijke ruimte.</al><al> Deze brede benadering is een aantal jaren geleden geïntroduceerd, en is
                            in Vlaardingen in ontwikkeling.</al><al> De monumentenwet, en de daaruit voortvloeiende regelingen zijn geënt op
                            een objectgerichte en individualistische benadering. De bescherming en
                            instandhouding van individuele objecten zal ook in de toekomst van
                            belang zijn, want zonder delen is er geen geheel. Een verdere
                            verbetering in de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit wordt
                            daarnaast eveneens wenselijk geacht.</al><al> De basis van de zorg voor de ruimtelijke ontwikkeling ligt in de wet-
                            en regelgeving. Immers, zonder een wettelijk kader is er ook geen
                            effectieve bescherming en sturing mogelijk. De wetgeving op het gebied
                            van de kwaliteit van de ruimte is over een aantal wetten versnipperd: -
                            De wet op de Stads- en dorpsvernieuwing</al><al> - De monumentenwet 1988</al><al> - De wet op de ruimtelijke ordening</al><al> - De woningwet Elk van deze wetten behandelt een specifiek onderdeel
                            van de kwali-teitszorg, zonder dat er veel dwarsverbanden worden gelegd.
                            Door de steeds verder gaande decentralisatie heeft de gemeente de
                            mo-gelijkheid om verschillende beleidsterreinen te integreren.</al><al> Het Centrum wordt beschouwd als een consolidatiegebied. Dat wil zeggen
                            dat het ruimtelijk beleid gericht is op de handhaving van de bestaande
                            structuur, en wellicht het herstellen waar die structuur in de zestiger
                            en zeventiger jaren is aangetast.</al><al> Maar ook buiten het centrum is in de loop van de laatste anderhalve
                            eeuw een structuur ontstaan met een historisch karakter die belangrijk
                            is. De benadering van de ontwikkeling vanuit historisch perspectief kan
                            worden aangeduid als het beschermen van de structuren. Dit houdt in het
                            aangeven van kaders en het scheppen van randvoorwaarden waarbinnen
                            ontwikkeling mogelijk is, zonder dat de monumentale waarde van het
                            gebied of van de objecten wordt aangetast.</al><al> Met name de beleving van de openbare ruimte is een essentieel
                            onder-deel van de ruimtelijke kwaliteit. Voor de openbare ruimte gaat
                            het om de eenheid. De gebruiker ervaart vooral de samenhang (of het
                            gebrek aan samenhang) tussen ruimte, gebruik en verkeer.</al><al> Een vergelijkbaar verhaal geldt evenzeer voor de buitengebieden. Hier
                            is het de historisch geografische structuur die zorgt voor het karakter
                            en de verscheidenheid in het landschap. De bebouwing voegt zich op een
                            logische wijze naar het landschap. Ook hier is het de structuur en de
                            continuïteit die de kwaliteit bepalen. In het landelijk gebied zal ook
                            de integratie van de beleidsterreinen van belang zijn.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>De middelen voor monumentenbeleid</titel></kop><structuurtekst><al> Ruimtelijke ontwikkelingen worden in deel B uitgebreid behandeld.</al><al> Hieronder zal een aantal instrumenten worden geschetst die de
                            mo-gelijkheid bieden om op structuurniveau de ruimtelijke kwaliteit te
                            sturen en te bewaken: - Het provinciaal toetsingskader, bestaande uit
                            streekplan, Nota Planbeoordeling en Cultuurhistorische
                            Hoofdstructuur;</al><al> - Het gemeentelijke bestemmingsplan;</al><al> - Door het rijk aangewezen beschermde stads- en dorpsgezichten;</al><al> - Door de gemeente aangewezen beschermde stads- en dorpsgezichten Het
                            doel is de verschillende monumentale categorieën adequaat te belichten
                            en zo mogelijk te beschermen. Te denken valt hierbij aan objecten,
                            structuren en specifieke elementen zoals archeologische waarden en zelfs
                            roerende objecten. Provinciaal toetsingskader</al><al> De provincie geeft richtlijnen aan gemeenten over bijvoorbeeld de
                            inrichting van bestemmingsplannen. De provincie stelt zich over het
                            algemeen terughoudend op. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor
                            de uitvoering van het beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening.
                            De provincie heeft een controlerende functie en beziet of deze plannen
                            wel of niet overeenkomen met het provinciaal beleid. Het toetsingskader
                            voor gemeentelijke plannen wordt gevormd door het streekplan en de Nota
                            Planbeoordeling (NP). In beide documenten wordt gebruik gemaakt van, en
                            verwezen naar de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de
                            provincie Zuid-Holland. De achtergrond van de CHS en de inhoud voor
                            Vlaardingen, komt aan de orde in deel B bij de inventarisaties.
                            Afwijking van het toetsingskader kan betekenen dat de provinciale
                            goedkeuring voor een bestemmingsplan of een bestemmingsplanwijziging
                            niet zal worden gegeven.</al><al> In de NP 2002 is veel ruimte ingeruimd voor cultuurhistorie, en het
                            behoud van natuur en landschap. Hierbij speelt de cultuurhistorische
                            waarde van de panden, en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit een
                            belangrijke rol. Ook de vrije windvang van traditionele molens en het
                            behoud van archeologische waarden wordt geregeld. De NP is recent
                            vervangen door de nota ‘Regels voor Ruimte’. Hierin worden dezelfde
                            zaken geregeld, echter meer geconcentreerd op hoofdlijnen. In deze
                            nieuwe NP wordt ingespeeld op de tendens om steeds minder gedetailleerde
                            regelgeving op te leggen aan gemeenten. Het loslaten van deze
                            regelgeving betekent dat de provinciale “wakende functie” vermindert.
                            Het bestemmingsplan</al><al> Het bestemmingsplan is het belangrijkste instrument van de lokale
                            overheid op het gebied van de ruimtelijke ordening. In het
                            bestem-mingsplan worden bestemmingen en waar nodig voorschriften gegeven
                            over het gebruik van de grond en opstallen.</al><al> Het bestemmingsplan wordt door de gemeente vastgesteld en door de
                            provincie getoetst. Eén van de toetsingscriteria is de mate waarin het
                            bestemmingsplan de aanwezige cultuurhistorische waarden voldoende
                            beschermt. Hierbij wordt de CHS als leidraad gebruikt.</al><al> Het bestemmingsplan wordt door de gemeente vastgesteld en heeft een
                            bindende werking voor zowel de overheid als de burger. De be-langrijkste
                            onderdelen van een bestemmingsplan zijn de plankaart en de
                            bestemmingsvoorschriften. Op de plankaart worden de verschillende
                            bestemmingen aangeduid. De bestemmingsvoorschriften geven aan wat de
                            bestemmingen inhouden en wat er wel en niet mag. Op deze manier kan de
                            overheid ruimtelijke activiteiten sturen. Het opstellen van een
                            bestemmingsplan is niet eenvoudig, en vergt veel tijd.</al><al> Bij het maken van een bestemmingsplan doet zich het dilemma voor dat de
                            actuele situatie moet worden vastgelegd waarbij tevens voor de toe-komst
                            voldoende ‘speelruimte’ dient over te blijven. Met andere woorden, het
                            spanningsveld tussen een globaal bestemmingsplan en een gedetailleerd
                            bestemmingsplan. Een conserverend bestem-mingsplan legt veel vast:
                            volumes, goot- en nokhoogten, rooilijnen etc. Dit geeft in principe
                            bescherming aan de structuur van een wijk. In de praktijk gaan
                            dergelijke bestemmingsplannen vaak samen met een ruimhartig
                            vrijstellingenbeleid, waardoor veel afwijkingen mogelijk worden
                            gemaakt.</al><al> Over het algemeen zijn de nieuwere bestemmingsplannen meer
                            ont-wikkelingsgericht dan de oude bestemmingsplannen.
                            Ontwik-kelingsgericht wil zeggen flexibeler, eenvoudiger en
                            toegankelijker waardoor de bruikbaarheid van deze plannen beter wordt.
                            Het maken van flexibeler plannen heeft als nadeel dat de overheid
                            invloed kwijt raakt, omdat de burger vrijer is in het ontplooien van
                            ruimtelijke acti-viteiten.</al><al> De komende jaren worden bestemmingsplannen voor de gemeente Vlaardingen
                            opgesteld of herzien. Hierbij zal onder andere ook gebruikt worden
                            gemaakt van de karakteristieken uit deze nota. De nota is hiermee een
                            van de beleidsinstrumenten die beschikbaar zijn om de ruimtelijke
                            kwaliteit van Vlaardingen te bevorderen. Door het rijk aangewezen
                            beschermde stads- en dorpsgezichten</al><al> Stads- en dorpsgezichten zijn groepen van onroerende zaken die van
                            al-gemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke
                            of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of
                            cultuurhis-torische waarde en in welke groepen zich één of meer
                            monumenten bevinden. Het beschermd stads- en dorpsgezicht is de
                            belangrijkste beschermingsvorm van de ruimtelijke kwaliteit voor: - een
                            structuur;</al><al> - een aantal objecten in relatie tot de omgeving. De Monumentenwet 1988
                            geeft de mogelijkheid aan de rijksoverheid (de minister van VROM samen
                            met de staatssecretaris van OC&amp;W) om stads- en dorpsgezichten te
                            beschermen. Het verzoek hiertoe gaat uit van de staatssecretaris van
                            OC&amp;W. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) bereidt het
                            besluit voor. Er is overleg met de betreffende gemeente- en
                            provinciebesturen, de Rijksplanologische Dienst en de Raad voor de
                            Cultuur. Het besluit moet worden gepu-bliceerd in de Staatscourant.</al><al> Het gevolg van de aanwijzing tot beschermd stads- en dorpsgezicht is,
                            dat de gemeente een ruimtelijke toekomstvisie voor het gebied moet
                            ontwikkelen, waarbij de karakteristieke structuur en cultuurhistorische
                            waarden belangrijk worden meegewogen. De rijksoverheid schrijft niet
                            voor hoe die toekomstvisie moet zijn. Deze kan variëren van
                            reconstru-erend via behoudend tot dynamisch. Bij het opstellen van deze
                            visie zullen de geschiedenis van het gebied (historische geografie of
                            stedenbouwkundige ontwikkeling) en de actuele kwaliteiten een rol
                            moe-ten spelen. Uiteindelijk zal die visie vorm krijgen, en de
                            gemeenteraad zal een bestemmingsplan met een beschermend karakter moeten
                            vast-stellen voor dit gebied. Tijdens de bestemmingsplanprocedure heeft
                            een ieder de mogelijkheid tot het geven van zijn zienswijze en tot
                            inspreken en eventueel bezwaar en beroep. De feitelijke bescherming van
                            het stads- en dorpsgezicht wordt dus ontleend aan het beschermende
                            bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan wijkt op enkele punten af van het
                            gewone bestemmingsplan: - op formeel en procedureel gebied geldt dat het
                            bestemmingsplan nadrukkelijk als doel moet hebben het beschermen van het
                            gezicht, en dat er bij de totstandkoming aanvullende eisen zijn in de
                            vorm van het horen van de Raad voor de Cultuur en GS;</al><al> - op inhoudelijk gebied is er een verschil in gedetailleerdheid tussen
                            een gewoon en een beschermend bestemmingsplan. Er is een gedetailleerde
                            kaart en er zijn strenge bestemmingsvoorschriften. Die kunnen de vorm
                            van de gebouwde en de onbebouwde ruimte vastleggen door het stellen van
                            eisen aan de rooilijnen, nokrichting, nokhoogte, dakvorm, breedte van
                            het perceel, de bijgebouwen, de dakkapellen, en het profiel van straten
                            en pleinen, beplanting, straatmeubilair etc.;</al><al> - Voor de eigenaar van een rijksmonument maakt het niet uit of zijn
                            pand wel of niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht is gelegen. Hij
                            heeft bij elke verbouwing naast een gewone bouw-vergunning een
                            monumentenvergunning nodig. De eigenaar van een pand zonder monumentale
                            status in het beschermde stads- en dorpsgezicht zal ervaren dat bij de
                            aanvraag van een bouw-vergunning de bouwplannen ook worden getoetst op
                            de instand-houding van de monumentale waarde van het gezicht als geheel.
                            Er is dus geen sprake van individuele bescherming van het pand, wel van
                            bescherming van het grotere verband;</al><al> - Voor bouwactiviteiten in een door het rijk beschermd stads- en
                            dorpsgezicht in de periode dat het beschermende bestemmingsplan nog niet
                            gereed is, geldt een speciale regeling. In een beschermd stads- en
                            dorpsgezicht is het slopen van een pand alleen toegestaan met een
                            sloopvergunning, afgegeven door het college van Burgemeester en
                            Wethouders. Voor kleine bouwactiviteiten in een beschermd stads- en
                            dorpsgezicht die elders vergunningvrij zijn, geldt de lichte
                            bouwvergunning. Voor kleine bouwactiviteiten die elders licht
                            vergunningplichtig zijn, geldt de reguliere bouwvergunningsprocedure. Er
                            zijn meer dan 300 door het Rijk beschermde gezichten in Nederland.</al><al> De RDMZ heeft de formele procedure voor de aanwijzing van een door het
                            rijk aangewezen stads- en dorpsgezicht in de gemeente Vlaardingen nog
                            niet gestart. Wel is een groot deel van de Vlaardingse kern door de
                            provincie Zuid-Holland voorgedragen om als zodanig te worden aangewezen
                            met het verzoek om de gemeente een eerste oordeel over deze voordracht
                            te geven. Over de inhoud en omvang van de aanwijzing vindt nog overleg
                            plaats tussen de gemeente en RDMZ alvorens de gemeente een advies over
                            de voordracht zal uitbrengen. Doel van de aanwijzing is een aantal
                            wijken te behouden die de ontwikkeling van de stad door de eeuwen heen
                            goed weergeven. Het zal nog enkele jaren kosten voordat de gemeente met
                            het Rijk hier invulling aan zal kunnen geven. De prioriteit ligt de
                            komende zes jaar (2005-2012) bij het actualiseren van de
                            bestemmingsplannen. De Cultuurhistorische structuurkaart</al><al> Er zijn verscheidene mogelijkheden om de structuur van een gebied te
                            behouden. Het is niet voor elk gebied noodzakelijk om een beschermd
                            stads- en dorpsgezicht aan te wijzen, of vele gemeentelijke monumenten
                            te selecteren en aan te wijzen. Overbescherming of dubbele bescherming
                            moet worden voorkomen. De bestaande CHS en de inventarisatie van diverse
                            wijken, zoals beide weergegeven in deel B zijn een aanzet. Deze
                            informatie zal moeten worden verwerkt op een cultuurhistorische
                            structuurkaart en een cultuurhistorische waardenkaart. De schaal van
                            deze kaart moet passen bij de schaal van het gebied.</al><al> De gemeente Vlaardingen heeft daarmee een de beschikking over een
                            sturingsinstrument bij de beoordeling voor planontwikkeling. Hierdoor
                            zullen de cultuurhistorische elementen bij planontwikkeling een
                            onder-deel van het besluitvormingsproces worden.</al><al> Cultuurhistorische verkenningen en – effectrapportages (CHER)</al><al> De CHER bepaalt het effect van ruimtelijke ingrepen op de
                            cultuur-historie. Bij een CHER vindt een uitgebreide inventarisatie
                            plaats van alle cultuurhistorische objecten, zowel archeologisch,
                            landschappelijk als bouwkundig. Op grond van deze inventarisatie wordt
                            een complete beschrijving gemaakt van alle aanwezige cultuurhistorische
                            waarden in een plangebied. De CHER geeft daarna randvoorwaarden hoe deze
                            waarden bij de uitvoering van de plannen kunnen worden ontzien,
                            instandgehouden, versterkt of zorgvuldig ingepast. De gemeente zal
                            alleen in bijzondere gevallen opdracht geven tot het laten opstellen van
                            een CHER. Voorbeeld van een cultuurhistorische structuurkaart Voorbeeld
                            van een cultuurhistorische structuurkaart: de CHS van de provincie
                            Zuid-Holland. Op deze kaart zijn alle archeologische waarden,
                            landschappelijke waarden (lijnen en vlakken) en stedenbouwkundige
                            waarden gecombineerd weergegeven. Eveneens vermeld zijn molenbiotopen,
                            eendenkooien.</al><al> Beknopte legenda:</al><al> Rood: waarde zeer hoog</al><al> Oranje: waarde hoog</al><al> Geel: waarde redelijk hoog</al><al> Overige gebieden hebben een basiswaarde. </al><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Bescherming van cultuurhistorische objecten</titel></kop><structuurtekst><al> Inleiding</al><al> Nadat in het vorige hoofdstuk de structuren zijn besproken, staan
                                in dit hoofdstuk de objecten centraal. In deel B is een overzicht
                                gegeven van alle door het rijk aangewezen rijksmonumenten en de door
                                de gemeente aangewezen gemeentelijke monumenten. In dit hoofdstuk
                                komt aan de orde hoe de gemeente Vlaardingen deze monumenten
                                beschermt en of deze bescherming uitgebreid of verbeterd moet
                                worden. Om monumenten te beschermen bestaan zowel juridische als
                                financiële instrumenten. Deze instrumenten worden door zowel het
                                rijk als door de gemeente verstrekt.</al><al> De gemeenten vervullen een rol op het gebied van rijksmonumenten
                                omdat vele taken zijn gedecentraliseerd van rijk naar gemeente.
                                Daarnaast hebben de gemeenten ook een grote eigen
                                verantwoordelijkheid op het gebied van het behoud van het erfgoed.
                                Dit kan door het behoud van erfgoed te integreren in de
                                bestemmingsplannen en door het aanwijzen van gemeentelijke
                                monumenten. Het gemeentelijk monumentenbeleid heeft dus zowel
                                betrekking op rijksmonumenten als op gemeentelijke monumenten.
                                Afhankelijk van de aard en de ambitie van de gemeente zal het lokale
                                monu­menten­beleid een grotere of minder grote rol spelen. Deze rol
                                kan actief of passief worden ingevuld, maar het is niet mogelijk dat
                                een ge­meente in Nederland ‘niets’ aan monumenten doet. Actuele
                                beschermingsniveaus</al><al> Rijksmonumenten</al><al> Als we ons verdiepen in de bescherming van rijksmo­nu­men­ten is
                                een definitie van het begrip monument op zijn plaats. Zie voor deze
                                definitie artikel 1 van de Monumen­tenwet (1988): - alle vóór
                                tenminste vijftig jaar vervaardigde za­ken welke van algemeen belang
                                zijn wegens hun schoon­heid, hun be­tekenis voor de wetenschap of
                                hun cul­tuurhistori­sche waarde;</al><al> - terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aan­wezige
                                zaken . Kortom, het gaat om waardevolle zaken die min­stens vijf­tig
                                jaar oud zijn en van algemeen belang geacht wor­den. Op grond van de
                                definitie kunnen ook archeologisch waardevolle gebieden als
                                rijksmonument worden beschermd.</al><al> Al­leen objecten die zijn ingeschreven in het
                                ‘mo­numen­ten­register’ van de Rijksdienst voor de Mo­numenten­zorg
                                (RDMZ) vallen onder de bescherming van de Monumen­ten­wet 1988. Deze
                                lijst is geautomatiseerd en openbaar, en wordt de
                                Ob­jec­ten­data­bank (ODB) genoemd. Of een pand als monument staat
                                ingeschreven, is ook vermeld in de gegevens van het kadaster. Als
                                iemand een pand koopt dat op de rijks­monumentenlijst staat, staat
                                dat in de eigendomsakte.</al><al> In de ODB staan alle rele­van­te gege­vens ver­meld: adres,
                                ka­das­trale ge­gevens, oorspronkelijke functie van het monu­ment
                                (woon­huis, kerk etc.) en de ‘redenge­vende om­schrij­ving’. In deze
                                om­schrijving staat wat de cul­tuurhisto­rische redenen zijn
                                ge­weest om het pand in het regis­ter op te nemen. In de prak­tijk
                                blijkt dat deze om­schrijvingen vaak onvol­le­dig of gebrek­kig
                                zijn. In geval van restauraties of subsidieaanvragen worden de
                                om­schrijvingen wel eens aange­past. Bij de RDMZ loopt nu een
                                project om de gegevens van ob­jec­ten van vóór 1850 te
                                ­ac­tua­li­seren.</al><al> In Nederland zijn ca. 50.000 be­scherm­de rijks­mo­nu­men­ten
                                aanwezig. Deze rijksmonumenten zijn onder te ver­delen in
                                categorieën zoals woonhuizen (33.000), boer­de­rijen (6.500), kerken
                                (3.700), mo­lens (1.200), open­bare gebou­wen zoals stadhuizen
                                (1.400), ver­dedigings­werken (800) en kastelen (900) en
                                archeologische monumen­ten (1400). De oorspronkelijke functie
                                bepaalt de categorie. In de periode 1999-2004 zijn ruim 12.000
                                monu­men­ten uit de periode 1850-1940 aan de lijst toegevoegd. Deze
                                aanwijzing was het gevolg van de MIP inventarisatie van jongere
                                bouwkunst. Op grond van het leeftijdscriterium van vijftig jaar,
                                komen nu ook objecten en complexen uit de voor Vlaardingen
                                belangrijke periode met naoorlogse bouwkunst in aanmerking voor de
                                aanwijzing tot rijksmonument. Het rijk heeft echter recent besloten
                                tot het instellen van een moratorium voor de aanwijzing van
                                rijksmonumenten. Voordat er nieuwe rijksmonumenten kunnen worden
                                aangewezen dienen eerst de selectiecriteria voor rijksmonumenten
                                opnieuw te worden vastgesteld.</al><al> De gemeente Vlaardingen heeft thans 56 rijksmonumenten. Voor een
                                overzicht, zie deel B. Gemeentelijke monumenten</al><al> Op grond van de Monumentenverordening Vlaardingen 2000 heeft het
                                college de bevoegdheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen. In
                                deze verordening is ook de aanwijzingsprocedure geregeld. Het
                                college van B&amp;W kan gemeentelijke monumenten aanwijzen, al dan
                                niet op verzoek van een belanghebbende. De subcommissie Monumenten
                                van de geïntegreerde Welstand- en monumenten commissie (kort:
                                monumentencommissie) dient over de aanwijzing te adviseren.</al><al> In de Monumentenverordening worden geen concrete selectiecriteria
                                aangegeven waaraan gemeentelijke monumenten dienen te voldoen. Over
                                gemeentelijke monumenten wordt, evenals bij rijksmonumenten, slechts
                                gesteld dat het moet gaan om: - Een zaak van algemeen belang vanwege
                                schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                waarde.</al><al> - Een terrein dat van algemeen belang is vanwege de daar aanwezige
                                zaak zoals hiervoor genoemd. In tegenstelling tot de rijksmonumenten
                                geldt voor gemeentelijke monumenten niet het leeftijdscriterium van
                                vijftig jaar. Dat betekent dat de gemeente dus ook jongere
                                monumenten mag aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. De
                                monumenten zijn niet beperkt tot onroerende objecten. Ook een
                                roerend (b.v. een varend monument) kan als gemeentelijk monument
                                worden aangewezen.</al><al> In de periode 2000-2004 zijn 17 gemeentelijke monumenten
                                aangewezen, waarvan twee terreinen als gemeentelijk archeologisch
                                monument. Zie het Overzicht monumenten in de gemeente
                                Vlaardingen.</al><al> De huidige gemeentelijke monumentenlijst is samengesteld uit een
                                selectie van de panden uit de MIP inventarisatie. Vanuit de MIP
                                inventarisatie zijn allereerst een aantal panden geselecteerd als
                                rijksmonument. Enkele panden die toen onvoldoende waardevol bleken,
                                zijn gemeentelijk monument geworden. Ook een aantal oudere
                                monumenten en archeologische monumenten zijn opgenomen.</al><al> Van de aangewezen panden zijn beschrijvingen beschikbaar. De
                                beschrijvingen zijn gebaseerd op veldwerk, en zijn voorzien van een
                                deugdelijke motiveringsregel. Een adequate beschrijving is vereist
                                volgens de monumentenverordening en is noodzakelijk voor het
                                beoordelen van bouwplannen. Alleen zo is bekend is waarom een pand
                                tot monument is gemaakt.</al><al> In Vlaardingen kunnen rijksmonumenten niet de status van
                                gemeentelijk monument krijgen. Als een gemeentelijk monument wordt
                                aangewezen als rijksmonument, wordt dit monument afgevoerd van de
                                lijst met beschermde gemeentelijke monumenten.</al><al> In de Monumentenverordening Vlaardingen 2000 zijn artikelen
                                opgenomen die de ‘voorbescherming’ van een, door het college van
                                burgemeester en wethouders aan te wijzen, pand regelt. Zo kan sloop
                                tijdens de aanwijzingsprocedure worden voorkomen.</al><al> Deel B geeft een overzicht van objecten in de gemeente Vaardingen
                                die naar de huidige inzichten als waardevol worden beschouwd. Dit
                                betreft een quick-scan. Burgemeester en wethouders bepalen
                                uitein­de­lijk welke panden gemeentelijk monument worden en wel­ke
                                niet.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Juridisch en financieel instrumentarium </titel></kop><structuurtekst><al> Monumentenwet 1988</al><al> De Monumentenwet 1988 regelt voor rijksmonumenten en stads- en
                                dorpsgezichten de aanwijzing en waarborgt het behoud door te eisen
                                dat veranderingen (ook sloop en restauraties) worden gekoppeld aan
                                een speciale monumentenvergunning. Dit geld zowel voor gebouwde
                                monumenten als voor archeologische monumenten of terreinen zoals
                                historische tuinen en parken. Het zwaartepunt ligt echter op de
                                bescherming van de individuele rijksmonumenten. Hierbij wordt
                                onderscheid gemaakt tussen gemeenten met en gemeenten zonder een
                                monumentenverordening en een monumentencommissie. Vlaardingen heeft
                                beide en is daarom een ‘bevoegde’ gemeente. Op grond van de
                                Monumentenwet 1988 heeft het college van B&amp;W daarom bevoegdheden
                                tot: - het verlenen van monumenten­ver­gun­nin­gen;</al><al> - het verlenen van bouwvergunningen/sloopvergunnin­gen, in sommige
                                gevallen ook van rijksmonumenten;</al><al> - het berekenen van subsidiabele kosten van een
                                res­taura­tieplan;</al><al> - het uitvoeren van behoefteramingen, dus het in­venta­riseren van
                                de res­tauratiebehoefte van rijks­monumenten;</al><al> - het begeleiden van restauraties, in de vorm van het voeren van
                                toezicht en handhaving op de verleende monumentenver­gunningen. De
                                Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft in het vergunningtraject
                                een adviserende rol. Deze rol moet overigens niet onderschat worden.
                                Ook het college van GS heeft een adviserende rol in het
                                vergunningtraject, voor zover het gaat om monumenten buiten de
                                bebouwde kom.</al><al> Bij de aanwijzing van rijksmonumenten ligt het initiatief in de
                                regel bij een belanghebbende die daartoe een verzoek kan indienen.
                                Het rijk heeft de verantwoording voor de uitvoering van de procedure
                                en neemt het uiteindelijke besluit tot het al dan niet aanwijzen van
                                een rijksmonument. Hier heeft de gemeenteraad een adviserende rol.
                                Slechts in uitzonderlijke gevallen neemt het rijk zelf het
                                initiatief. Op dit moment is de staatssecretaris voor Cultuur en
                                Media zich aan het herbezinnen over het toekomstige selectie- en
                                aanwijzingsbeleid van rijksmonumenten en geldt op dit moment een
                                aanwijzingsstop.</al><al> Door decentralisatie zijn er veel verantwoordelijkheden op
                                monumentengebied bij de gemeenten neergelegd. Deze tendens zet zich
                                door. Op toekomstige ontwikkelingen wordt verderop ingegaan. De
                                gemeentelijke monumentenverordening</al><al> Het gemeentelijk monumentenbeleid is vastgelegd in de
                                Monumentenverordening Vlaardingen 2000. De bevoegdheden op
                                monumentengebied van het college, en de monumentencommissie danken
                                hun rechtsgeldigheid aan deze verordening.</al><al> De monumentenverordening is breed opgezet en regelt de aanwijzing
                                van en de vergunningverlening bij: - Gemeentelijke monumenten</al><al> - Archeologische monumenten</al><al> - Archeologische meldingsgebieden</al><al> - Stads- en dorpsgezichten De verordening legt ook enkele zaken
                                vast voor de vergunningverlening bij rijksmonumenten. Er is eveneens
                                een artikel over schadevergoeding. Daarnaast is ook de samenstelling
                                en de taak van de monumentencommissie geregeld.</al><al> Ten opzichte van andere gemeenten is de verordening van de gemeente
                                Vlaardingen opvallend compleet, met name omdat ook de omgang met
                                archeologie en de stads- en dorpsgezichten zijn vastgelegd. De
                                verordening heeft, in tegenstelling tot de verordeningen die op het
                                VNG model zijn gebaseerd ook een passage over de ‘voorbescherming’.
                                Hierdoor is een monument waarvoor de aanwijzingsprocedure loopt,
                                gevrijwaard van sloopdreiging gedurende de periode van de
                                procedure.</al><al> De monumentenverordening zal binnen afzienbare termijn worden
                                aangepast aan de actualiteit (Woningwet en dualisme) en het VNG
                                model voor een monumentenverordening.</al><al> Gemeentelijke monumentencommissie</al><al> De monumentencommissie moet het college van B&amp;W adviseren over
                                zaken die van belang zijn uit oogpunt van monumentenzorg. Op grond
                                van de Monumentenwet 1988 is een dergelijke commissie verplicht om
                                als gemeente monumentenvergunningen te mogen verlenen. De commissie
                                is ingesteld op grond van de Monumentenverordening 2000 en
                                samengesteld uit (restauratie)architecten en in voorkomende gevallen
                                archeologen. De commissie mag gevraagd en ongevraagd adviseren. De
                                commissie bestaat uit tenminste drie leden. De benoeming heeft de
                                raad gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Bij
                                de samenstelling van de leden is geregeld dat rekening moet worden
                                gehouden met hun deskundigheid.</al><al> In de verordening is ook de wijze van adviseren en de daarbij
                                behorende termijnen geregeld.</al><al> Op grond van jurisprudentie gebaseerd op de Monumentenwet 1988
                                worden eveneens eisen gesteld aan de monumentencommissie. Deze eisen
                                beperken zich tot ‘onafhankelijkheid’ en ‘deskundigheid’. Met
                                onafhankelijkheid wordt bedoeld onafhankelijkheid van de
                                gemeentelijke organisatie en politieke onafhankelijkheid.</al><al> In Vlaardingen functioneert de monumentencommissie als subcommissie
                                van de geïntegreerde welstands- en monumentencommissie. De taken van
                                de commissie zijn hoofdzakelijk het op verzoek van B&amp;W adviseren
                                over gevraagde monumentenvergunningen aan rijks- en gemeentelijke
                                monumenten. Daarnaast heeft de commissie een adviserende taak bij
                                het aanwijzen en het afvoeren van gemeentelijke, archeologische en
                                rijksmonumenten, en het verstrekken van gemeentelijke
                                subsidies.</al><al> Bij de monumentencommissie valt het volgende op: - Na de invoering
                                van het dualisme is het niet meer logisch dat de raad een commissie
                                instelt, of de leden benoemt van een commissie, die tot taak heeft
                                om het college te adviseren. Ook op dit punt zal de
                                Monumentenverordening 2000 worden aangepast.</al><al> - De monumentenverordening stelt dat de commissie binnen acht weken
                                na een adviesvraag moet adviseren. Gezien de termijnen die gesteld
                                zijn in de vernieuwde woningwet is deze periode voor licht
                                vergunningplichtige bouwplannen te lang.</al><al> - Door de keus voor een geïntegreerde welstands- en
                                monumentencommissie met twee subcommissies is er een structureel
                                raakvlak gecreëerd. Dit verkleint de kans op tegenstrijdige adviezen
                                van de welstandscommissie en de monumentencommissie aan het college. </al><al> De procedure tot verlening van monumentenvergunningen wordt in de
                                bijlage in stroomschema’s weergegeven. Financieel
                                instrumentarium</al><al> Om de eigenaar van een monument te ondersteunen bij de
                                instandhouding van monumenten te zijn er door rijk, provincie en
                                gemeente diverse regelingen in het leven geroepen. Elk van deze
                                regelingen kent een speciale doelgroep. Hieronder worden zij in het
                                kort genoemd. In de bijlage wordt op elke regeling dieper ingegaan
                                Tabel 1 Communicatie</al><al> De communicatie met de burgers vindt plaats volgens de vastgestelde
                                procedures tot bijvoorbeeld verlening van monumentenvergunningen en
                                subsidies. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de reguliere
                                communicatiekanalen, zoals Groot Vlaardingen en de internetsite. Ook
                                zal per (her)-ontwikkelingsproject gecommuniceerd worden over de
                                mogelijke belangen van monumentenzorg.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>B</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Inventarisaties/onderzoeken</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Rijksmonumenten</titel></kop><structuurtekst><al>De geschiedenis van overheidswege begint in het midden van de 19e
                                eeuw. Door de industriële revolutie veran­dert Ne­der­land van een
                                agrarische samenleving in een land van industrialisa­tie en
                                ur­bani­satie. De steden trekken dan veel nieuwe inwoners aan en
                                barsten -bijna letter­lijk- uit hun voegen. Stadsmuren en
                                stadspoor­ten worden ge­sloopt, wallen geslecht en grachten
                                ge­dempt. Wat in de weg staat moet wijken. Na een aarzelende en
                                incidentele start wordt uiteindelijk vanaf 1903 en 1933 van
                                rijkswege een inven­tarisa­tie uitgevoerd naar te beschermen
                                mo­numenten van vijftig jaar en ouder. In de praktijk komt dat neer
                                op de monu­menten van vóór 1850. Door de eco­nomische crisis van de
                                jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog komt er van monu­mentenzorg
                                niet veel te­recht. Pas in 1961 ­wordt de eer­ste Monumentenwet
                                aangenomen. Na de vaststelling van deze Monumentenwet wordt een
                                landelijke inventarisatie uitgevoerd, die ongeveer 10 jaar duurde.
                                Monumenten in spé worden vooral beoordeeld op hun schoonheid van de
                                gevels. Er zijn meer dan voldoende gebouwen uit de periode voor 1850
                                te vinden. De aangemerkte objecten dienen van nationaal belang te
                                zijn om als monument aangemerkt te worden. Tot voor kort dateren de
                                opgenomen gebouwen uit de periode voor 1850. Hierin is verandering
                                gekomen met de inventarisatie, selectie en aanwijzing van monumenten
                                uit de periode 1850-1940 die onlangs is afgerond
                                (MIP-inventarisatie). Zie hier voor de onderstaande
                                toelichting.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Gemeentelijke monumenten</titel></kop><structuurtekst><al> Vele gemeenten willen het lokale monumentenbeleid vorm­geven en het
                                opstellen van een gemeentelijke monumenten­lijst speelt daarin een
                                grote rol. Op deze wijze kan de gemeente aangeven welke objecten van
                                lokaal monumentaal belang zijn. Voordat tot de opstelling van een
                                gemeentelijke monumen­ten­lijst kan wor­den over­gegaan is het nodig
                                om een over­zicht te hebben van de waardevolle bebouwing. Vooraf
                                worden diverse onderzoeken gedaan: - literatuuronderzoek;</al><al> - onderzoek van bestaande inventarisatielijsten;</al><al> - veldwerk, waarbij het inventarisatiegebied fotogra­fisch wordt
                                vastgelegd;</al><al> - archiefonderzoek, naar bouwjaar, architect en be­stemming van
                                interessante objecten. Deze quick-scan voorziet reeds in de eerste
                                drie punten van dit voorbereidende werk. De interessante panden die
                                volgen uit deze inventarisatie worden bouwtech­nisch be­schreven.
                                Vast­gelegd wordt: - de omschrijving van het pand, ongeveer op
                                dezelfde manier als in het M.I.P.;</al><al> - eventueel de bouwtechnische staat;</al><al> - cultuurhistorische waardering met motivatie. Deze gegevens kunnen
                                worden opgenomen in een register, een mooi monumentenboekje en/of
                                een database.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>M.I.P.</titel></kop><structuurtekst><al> De eerste rijksmonumenten dateren alle van voor 1850. Inmid­dels
                                zijn er vele panden van na 1850 die tenminste vijftig jaar oud zijn
                                en die door zeldzaamheid, gaaf­heid, ken­merkendheid of
                                representatie van een bouwstijl het be­hou­den waard zijn. Om deze
                                achterstand in te halen werd in 1986 het Monu­men­ten
                                In­ventarisatie Project (MIP) ­ge­start.</al><al> Doel van dit MIP was om voor de periode 1850 - 1940 voor heel
                                Neder­land: - overzicht te krijgen in jongere bouwkunst en
                                stedenbouw;</al><al> - kennis en waardering te bevorderen voor stads- en
                                dorps­gezich­ten en monumenten;</al><al> - materiaal te verzamelen wat kan dienen als informa­tiebron voor
                                publicaties over architectuurhistorie, bouwhisto­rie, histori­sche
                                geografie en industriële archeologie;</al><al> - bouwstenen te verzamelen voor rijk, provincies en gemeen­ten
                                ­zodat hiermee be­leid ontwikkeld kan worden op het ge­bied van
                                ruimtelijke ordening, planologie, stadsont­wikke­ling en
                                mo­nu­mentenzorg;</al><al> - informatie te verzamelen voor rijk, provincie en ge­meenten ­die
                                kan die­nen voor de ver­dere selectie en registratie en be­scherming
                                van monumenten en stads- en dorps­gezichten. De MIP-inventarisatie
                                is opgestart vanuit het rijk, en de coördina­tie en de uitvoering
                                was gedelegeerd aan de pro­vincies en de vier grootste steden.
                                Uiteindelijk is deze inventarisatie per gemeente uitgevoerd en zijn
                                er totaal 165.000 objecten beschreven. In Zuid-Holland is voor het
                                MIP gekozen voor het tijdvak 1800-1945. In Vlaardingen ging het om
                                ca. 600 objecten. Het Monumenten Selectie Project (MSP) was het
                                vervolg op de MIP en bedoeld om een se­lec­tie te maken uit de
                                MIP-inventarisatie. De geselecteerde objecten zijn toegevoegd aan de
                                rijks­monumentenlijst.</al><al> Ook het MSP is een samenwerking tussen rijk (RDMZ), provincies en
                                gemeenten. In deze procedure werd een op grond van uni­for­me en
                                cen­trale richt­lij­nen een ‘indicatieve lijst’ (IL) samengesteld.
                                Op basis van de IL maakte de provincie een selectie. De gemeenteraad
                                maakte een inhoudelijke afweging en een be­langenafweging op basis
                                van deze IL. De objecten op deze potentiële lijst van
                                rijksmonumenten zijn door de staatssecretaris van OC&amp;W als
                                mo­nu­ment aan­ge­we­zen. Na aanwijzing volgde de Mo­nu­men­ten
                                Registratie Pro­cedure (MRP). Uiteindelijk zijn via de MRP ruim
                                10.000 objecten daadwerkelijk als rijksmo­numenten aangemerkt. Dat
                                is 6,5% van de
                                ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­MIP-inven­tarisatie. In 2000 is
                                het MSP af­gerond. De MRP is inmiddels ook geheel afgerond. In
                                Vlaardingen zijn op deze wijze objecten toegevoegd aan de lijst van
                                beschermde rijksmonumenten Een ‘MIP-monu­ment’ is dus geen beschermd
                                monument. Wel wordt de MIP-lijst ge­bruikt om hieruit te putten voor
                                rijks-, provin­ciale en ge­meente­lijke monumenten. In
                                bestem­mingsplan­nen kunnen de MIP-objecten opgenomen worden als
                                beeld­be­pa­len­de pan­den. Deze panden ontlenen hun status niet aan
                                de MIP-ver­mel­ding, maar aan het ver­volg dat aan de MIP-lijst kan
                                worden gegeven.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Inventarisatie Vooroorlogse- en naoorlogse bouwkunst Rivierzone
                                Vlaardingen</titel></kop><structuurtekst><al>Deze inventarisatie, waarvoor door de gemeente Vlaardingen in
                                2001opdracht is gegeven, omvat de vooroorlogse en naoorlogse
                                bouwkunst in de gemeente Vlaardingen in het gebied ruwweg tussen de
                                spoorlijn en de kade van de Nieuwe Waterweg. De inventarisatie,
                                uitgevoerd door drs. K.Z. Messchaert, architectuurhistorica te
                                Amsterdam, is tot stand gekomen op basis van veldwerk, archief- en
                                literatuuronderzoek. In deze inventarisatie zijn totaal 35 objecten
                                opgenomen, die geselecteerd zijn aan de hand van de “Handleiding
                                Selectie en Registratie Jongere Stedebouw en Bouwkunst” van de
                                Rijksdienst voor de Monumentenzorg uit 1991. De rapportage is zeer
                                gedetailleerd en geeft van elk in de rapportage opgenomen panden een
                                beschrijving en waardering met foto’s en tekeningen, afkomstig uit
                                het Stadsarchief of het Bouw- en Woningtoezichtarchief Vlaardingen.
                                Tevens in een overzichtskaart bijgevoegd, waarin de locatie van de
                                onderzochte panden staat aangegeven.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Inventarisatie Buitenhaven en Kon. Wilhelminahaven</titel></kop><structuurtekst><al>Deze inventarisatie, waarvoor door de gemeente Vlaardingen in 2002
                                opdracht is gegeven, omvat de vooroorlogse en naoorlogse bouwkunst
                                in de gemeente Vlaardingen, specifiek in twee havengebieden, ruwweg
                                gelegen tussen de spoorlijn en de kade van de Nieuwe Waterweg. De
                                havengebieden zijn de Buitenhaven (1896) en de Kon. Wilhelminahaven
                                (1904). Deze inventarisatie is een vervolgopdracht, die uitgevoerd
                                is door drs. K.Z. Messchaert, architectuurhistorica te Amsterdam. De
                                inventarisatie is tot stand gekomen op basis van veldwerk, archief-
                                en literatuuronderzoek. In deze inventarisatie zijn totaal 57
                                objecten opgenomen, die geselecteerd zijn aan de hand van de
                                “Handleiding Selectie en Registratie Jongere Stedebouw en Bouwkunst”
                                van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg uit 1991. De rapportage is
                                zeer gedetailleerd en geeft van elk in de rapportage opgenomen
                                panden een beschrijving en waardering met foto’s en tekeningen,
                                afkomstig uit het Stadsarchief of het Bouw- en Woningtoezichtarchief
                                Vlaardingen. Daarnaast is een inleiding gewijd aan het ontstaan van
                                beide havengebieden. Tevens in een overzichtskaart bijgevoegd,
                                waarin de locatie van de onderzochte panden staat aangegeven.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Inventarisatie Wederopbouw</titel></kop><structuurtekst><al>Deze rapportage omvat de inventarisatie van gebouwen en structuren
                                uit de periode 1945-1965 in Vlaardingen. De inventarisatie is
                                uitgevoerd in 2001 op initiatief van A.J. van Bommel en R.R. Wijk,
                                destijds leden van de Vlaardingse monumentencommissie. Alle
                                relevante uitingen van de naoorlogse bouwkunst in zowel de bestaande
                                stad als de uitbreidingswijken van Vlaardingen zijn opgenomen. Deze
                                rapportage bevat naast een korte beschrijving met foto’s een
                                inleiding over het na-oorlogse Vlaardingse stedenbouwkundige beleid
                                en de rol van wethouder T. de Bruijn met zijn architect W. van
                                Tijen. De na-oorlogse periode is voor Vlaardingen een proeftuin van
                                variaties op één stedenbouwkundig concept gebleken. Ook is een korte
                                biografie van elke in de rapportage genoemde architect bijgevoegd.
                                In de rapportage is grofweg het gebied ten zuiden van de rijksweg
                                A20 geïnventariseerd en het zuidelijk deel van de wijk Holy.</al><al>Deze inventarisatie zal als leidraad worden gebruikt bij de
                                aanwijzing van gemeentelijke monumenten uit deze periode. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Molens, gemalen en andere waterstaatkundige elementen in
                                Midden-Delfland, een inventarisatie van hun cultuurhistorische
                                waarden</titel></kop><structuurtekst><al>In augustus 1983 verzocht de werkgroep Historie en Landschap van de
                                Midden-Delfland Vereniging aan de directeur-hoofdingenieur van de
                                Provinciale Waterstaat in Zuid-Holland de mogelijkheden te
                                onderzoeken om een inventarisatie te verrichten naar de
                                waterstaatkundige elementen en molens in het reconstructiegebied
                                Midden-Delfland. Dit verzoek leidde ertoe dat in januari 1984
                                Gedeputeerde Staten Midden-Delfland aanwees als proefgebied voor een
                                inventarisatie van deze elementen. G. Ottevanger, werkzaam bij het
                                bureau Molens en Monumenten van Provinciale Waterstaat werd
                                aangewezen om het onderzoekswerk te verrichten. De inventarisatie
                                bevat niet alleen molens en gemalen maar er is ook aandacht besteed
                                aan (kleine) waterstaatkundige elementen, die herinneren aan het
                                vroegere vervoer over water, zoals trekpaden, bruggen en overtomen.
                                Dit heeft geresulteerd in een lijvig rapport, waarin de diverse
                                elementen uitgebreid belicht worden. De inventarisatie heeft zich –
                                wat Vlaardingen betreft - niet alleen beperkt tot het huidige
                                buitengebied, maar ook de nog aanwezige elementen binnen de bebouwde
                                kom worden belicht. Dit onderzoek is van belang geweest voor het
                                “Reconstructiegbied Midden-Delfland”.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>De ontwikkeling van de Midden Delflandse boerderij, een onderzoek
                                in het kader van de reconstructie van Midden-Delfland</titel></kop><structuurtekst><al>Door de ontwikkelingen en de ruilverkavelingen neemt het aantal
                                (historische) boerderijen sterk af. Voordat al deze boerderijen weg
                                zijn heeft de Reconstructiecommissie Midden-Delfland opdracht
                                gegeven voor een inventarisatie en onderzoek naar boerderijen in dit
                                gebied. Voor dit onderzoek is de heer C.S.T.J. Huijts aangetrokken,
                                die al eerder onderzoek in dit gebied heeft verricht. De
                                inventarisatie is in de zomer van 1983 uitgevoerd met het doel de
                                (algemene) ontwikkeling van boerderijen in Midden Delfland te
                                onderzoeken. Hierbij is gebruik gemaakt van de aanwezige kennis
                                vanuit de historische vereniging. Daarnaast is het project
                                ondersteund door het S.H.B.O en de Rijksdienst voor de
                                Monumentenzorg. De rapportage bestaat uit een beschrijving van de
                                ontwikkeling van het landschap, de bevindingen van het onderzoek
                                naar thema’s en de beschrijvingen van de individuele boerderijen in
                                het gebied Dit onderzoek is van belang geweest voor het
                                “Reconstructiegbied Midden-Delfland”. Verder moeten de niet in het
                                onderzoek van Huijts genoemde boerderij aan de Surinamesingel en het
                                boerderijcomplex Hoogstad aan de inventarisatie worden
                                toegevoegd.</al><al>‘Vergeten’ objecten die niet in de genoemde inventarisaties zijn
                                genoemd, moeten in de toekomst alsnog worden opgenomen. Voorbeelden
                                hiervan zijn het brandspuithuisje aan de Willem Beukelszoonstraat en
                                de winkel De Zeeman aan de Hoogstraat.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Cultuurhistorische Hoofdsstructuur (CHS)</titel></kop><structuurtekst><al>Doel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) is om aan
                                overheid en plannenmakers een een­voudig overzicht aan te bieden van
                                de cultuurhistorische waarden in de provincie. De kaarten zullen op
                                meerdere terreinen dienen als onderlegger voor beleid van de
                                overheid. Enkele voorbeel­den: bij het verdelen van de provinciale
                                subsidies voor het bevor­deren van de ruimtelijke kwaliteit wordt
                                prioriteit ge­geven aan gebieden die zeer hoog of hoog zijn
                                gewaardeerd.</al><al>Bij de provinciale toetsing van gemeen­te­lijke bestemmings­plannen
                                wordt extra gelet op de in­vloed van die plannen op hoog of zeer
                                hoog gewaar­deerde ge­bieden. Verder zijn de CHS kaarten ook een
                                bron van noodzakelijke informatie. Als bij ruimtelijke planvorming
                                deze informatie in een vroeg­tij­dig sta­dium be­kend is, kan worden
                                ge­streefd naar samengaan van de cultuurhistorie en de ruimtelijke
                                ordening.</al><al>Bij dit project, de Cultuur­historische Hoofd­struc­tuur (CHS), is
                                per regio een set kaarten gemaakt. Een eerste experi­ment in de
                                Rijnstreek leerde dat de daar ge­bruik­te opzet te ge­de­tailleerd
                                was. Vervol­gens werden de andere regio’s vol­gens een nieuwe opzet
                                onder de loep genomen, waaronder de regio Delfland en Schieland. De
                                CHS-kaar­ten geven informatie over ar­cheo­lo­gie, histo­rische
                                geo­gra­fie (land­schap), en de his­to­ri­sche bouwkunde
                                (nederzet­tin­gen). Aan elk van deze drie dis­ciplines zijn twee
                                kaarten gewijd, één met kenmerken en één met waar­den. Bij deze
                                kaarten gaat het om de hoofdza­ken: structu­ren, patro­nen en
                                terreinen, pas­send bij de schaal van de kaarten, 1:50.000. Voor
                                indivi­duele objecten of monu­menten is de kaart niet be­doeld. De
                                structuren worden in drie klassen gewaar­deerd: re­delijk hoog, hoog
                                en zeer hoog. In de waarde­ring zijn de as­pecten zeldzaam­heid,
                                gaafheid, en samen­hang met de omge­ving betrokken.</al><al>De kaarten voor het gebied van Delfland en Schieland zijn in 2002
                                vastgesteld. Opval­lend is de grote cultuurhistorische waarde van
                                het Midden Delflandgebied, als een “mini” groen hart in de
                                verstedelijking.</al><al/><al>De CHS is de basis geweest voor de provinciale kaart ‘Topgebieden
                                cultureel erfgoed in Zuid-Holland’. Hierin staat Midden-Delfland
                                (waarvan ook delen van Vlaardingen deel uitmaken) aangegeven als
                                ‘Topgebied, tevens Belvedèregebied’.</al><al>Deze kaart wordt (standaard) als bijlage gebruikt bij provinciaal
                                beleid zoals Streekplannen of de nota ‘Regels voor Ruimte’. De
                                status is een toetsingskader voor bestemmingsplannen.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Europese studie haven- en industrieverleden Vlaardingen</titel></kop><structuurtekst><al>De Rijksdienst voor de Monumentenzorg zet samen met een aantal
                                Europese partners uit België, Hongarije, Denemarken en Engeland een
                                studie op met als doel na te gaan hoe de verschillende landen cq.
                                steden omgaan met cultuurhistorisch waardevolle industriële en/of
                                havengebieden. Aanleiding om Vlaardingen te benaderen voor deze
                                studie is het haven- en industrieverleden van Vlaardingen. </al><al>De gemeente verkrijgt hierdoor extra deskundigheid en een
                                internationaal forum bij ontwikkelingen in deze gebieden. Het
                                betreft een participerend onderzoek waaraan de gemeente haar
                                medewerking zal verlenen.</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Karakteristieken</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Vlaardingen algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Vlaardingen ligt tussen de gemeente Schiedam in het oosten,
                            de gemeente Midden-Delfland in het noorden, Maassluis in het westen en
                            de Nieuwe Waterweg in het zuiden. De gemeente bestaat voor het grootste
                            gedeelte uit een stedelijk gebied dat doorsneden wordt door de rijksweg
                            A20. De wijk Holy ligt als enige wijk ten noorden van de A20. De overige
                            wijken liggen allen ten zuiden van de rijksweg. Vlaardingen wordt vanuit
                            het noorden doorsneden door de Vlaardinger Vaart. Deze vaart voert het
                            overtollige water vanuit de in de meer in het binnenland gelegen polders
                            af via de Oude Haven en de Buitenhaven naar de Nieuwe Waterweg.</al><al/><al>Na-oorlogse bouwkunst</al><al/><al>De na-oorlogse periode is een zeer belangrijke tijdsperiode voor
                            Vlaardingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Vlaardingen nauwelijks
                            geraakt. De zich ontwikkelende industrie in het havengebied zorgen
                            echter voor een tekort aan woningen. Onder het bestuur van toenmalig
                            wethouder De Bruijn werden in Vlaardingen grootscheepse
                            uitbreidingsplannen ontwikkeld. De wethouder had daarvoor de hulp
                            ingeroepen van architect W. van Tijen, één van de beroemde architecten/
                            stedenbouwkundigen van de Moderne architectuur. Deze architect heeft een
                            stedenbouwkundig concept (basisprincipe) bedacht voor de Indische Buurt,
                            waarvan de uitbreiding als eerste ter hand werd genomen. Daarna volgden
                            de andere wijken met een zelfde basisprincipe, bestaand uit een centrale
                            strip met de buurtvoorzieningen, waar de woningen om heen gegroepeerd
                            zijn. Dit principe is in alle wijken goed herkenbaar op alle niveaus.
                            Dus niet alleen de woonbuurt met de voorzieningen, maar ook de wijken
                            die bestaan uit een aantal woonbuurten. De woonbuurten zijn ook aan een
                            centrale strip gelegd. Eigenlijk is Vlaardingen in de na-oorlogse
                            periode een proeftuin geweest, die nationale maar ook internationale
                            belangstelling kreeg. Er is zelfs een speciale uitgave van het
                            architectuurtijdschrift “Forum” aan Vlaardingen gewijd.</al><al/><al>Wijkindeling</al><al>De wijkindeling volgt min of meer de groei van de stad Vlaardingen en
                            het dorp Vlaardinger Ambacht. Vlaardingen is ontstaan op een oeverwal
                            langs de kreek de Vlaarding bij de uitmonding in de Nieuwe Maas. Het
                            water en de oorspronkelijke bedijkingen en de ingedijkte polders vormen
                            de eerste grenzen van de huidige wijken.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Centrumwijk</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="if4f8a687-f3e2-40ea-a370-023b9f5743ab" naam="i19522if4f8a687-f3e2-40ea-a370-023b9f5743ab.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Vlaardingen dankt haar naam aan het veenriviertje de Vlaarding, waaraan
                            zich in de vroege middeleeuwen nabij de uitloop van de Nieuwe Maas een
                            kern heeft ontwikkeld. Deze kern, bestaande uit de kerkring (Markt) en
                            een daarop uitkomende straat (Hoogstraat) vervangt de iets noordelijker
                            gelegen oudere kern op de oeverwal, die door een overstroming is
                            verwoest. De eerste waterkering van de Nieuwe Maas (Maassluissedijk)
                            sluit vanuit het westen aan op de kerkring. De bebouwing strekt zich uit
                            langs deze kern met de achterzijde naar de Oude Haven gekeerd. Deze kern
                            breidt zich later uit ook naar het zuiden en naar de overzijde van de
                            haven. Deze laatste bebouwing behoort echter bij de Oostwijk. Hierdoor
                            ontstaan dubbele, aaneengesloten bebouwde wanden met kleinschalige
                            bebouwing van twee lagen hoog. Aan de haven is de bebouwing drie lagen
                            hoog. De gegroeide structuur wordt gekenmerkt door een perceelsgewijze
                            opzet en variatie en er is sprake van een grote diversiteit in
                            architectuurstijlen. De resultaten hiervan zijn sterk afwisselende
                            straatwanden, waarin de afzonderlijke bouwmassa’s een sterk effect
                            hebben op de beeldkwaliteit. Rond de kerk is de oorspronkelijke
                            bebouwing goed bewaard gebleven. Langs de haven zijn soms nieuwere
                            invullingen te vinden. Het gevelbeeld naar het noorden (Kortedijk) is
                            meer open en geeft de groei van de stad langs de historisch aan gelegde
                            structuur aan. Er wordt nog steeds gebouwd aan de stad. In 1963 is het
                            grootschalige winkelcentrum Liesveld aangebracht in de bestaande
                            kleinschalige noord-zuid gerichte structuur. Een vervolg daarop is de
                            aanleg van het Liesveld viaduct (1969), die de infrastructurele
                            problemen van de binnenstad op moet lossen. Op dit moment worden
                            bouwwerkzaamheden uitgevoerd tussen de Kortedijk en het Buizengat. Hier
                            is een groot deel van de oorspronkelijke bebouwing verdwenen om plaats
                            te maken voor nieuwe ontwikkelingen.</al><al/><al>Centrumgebied, aantallen monumenten, etc.</al><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="i4ccabf0a-4948-4c38-9653-a4fb7ad7335b" naam="i19523i4ccabf0a-4948-4c38-9653-a4fb7ad7335b.jpg" type="foto" breedte="12.1cm" hoogte="6.9cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>De kleinschalige centrumwijk vormt de ruggengraat van de stad. Het is
                            een historisch gegroeide structuur met een grote diversiteit aan vormen,
                            detailleringen. De structuur ontleent aan de vermelding in de CHS een
                            bescherming. </al><al>Behalve de aangewezen monumenten en de aanwezige inventarisaties worden
                            een aantal structuren in deze wijk in de Cultuurhistorische
                            Hoofdstructuur (CHS) aangemerkt als met een hoge tot zeer hoge waarde.
                            Ook wordt in de CHS de aanwijzing de Centrumwijk als van rijkswege
                            beschermd stadsgezicht in voorbereiding genoemd.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Oostwijk</titel></kop><structuurtekst><al>De Oostwijk wordt begrensd door de spoordijk aan de zuidzijde, de op een
                            dijklichaam gelegen Westlandseweg en het Oranjepark aan de noordzijde en
                            de Oude Haven en het Buizengat aan de westzijde. Dit gebied bestond,
                            voordat enige planmatige bebouwing aanwezig was, uit twee polders,
                            gescheiden door een boezem. De noordelijke polder Louweland ligt tegen
                            de dijk, waarop de huidige Westlandseweg zich bevindt. De andere polder
                            Buitenweide ligt ten zuiden van de genoemde boezem. Binnen deze wijk
                            zijn vier gebiedsdelen te herkennen, nl. de Oostwijk zelf, het Hof en
                            het Oranjepark, de brandweerkazerne en het stationsgebied “Vlaardingen
                            –Oost”.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ief207f35-e8e1-424e-9805-6d1202be2b34" naam="i19524ief207f35-e8e1-424e-9805-6d1202be2b34.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek Oostwijk</al><al>De Oostwijk is onder te verdelen in een oostelijk en een westelijk
                            gedeelte. Het westelijke gedeelte tot aan de Binnensingel kenmerkt zich
                            door een rechthoekig stratenpatroon met variabele straatprofielen, die
                            rechthoekige gesloten bouwblokken omsluiten. De breedte van het
                            straatprofiel geeft de rangorde van de weg aan. Centrale weg in deze
                            wijk is de Schiedamseweg, die het tracé volgt van een oude weg vanuit
                            het centrum van Vlaardingen richting Schiedam. Deze weg scheidt het
                            gebied in een zuidelijk en noordelijk gedeelte. Dit noordelijke gedeelte
                            met uitzicht op het Oranjepark, de bebouwing rondom de Schiedamseweg en
                            de haaks daarop staande Binnensingel zijn duidelijk bedoeld voor de
                            beter gesitueerden. De bebouwing is over het algemeen twee lagen hoog en
                            bezit een kap.</al><al>Tegen de zuidelijke rand van de wijk is de oorspronkelijke bebouwing
                            over het algemeen één bouwlaag hoog. Deze woningen waren vooral voor de
                            arbeiders. Architectuur van de gevels in baksteen met lijst- en
                            topgevels in neo-renaissance-detaillering. Het direct tegen de spoordijk
                            gelegen gedeelte van de wijk is gebouwd nadat de tot dan toe aanwezige
                            touwslagerij is verdwenen. Van deze bebouwing is echter ook al weer veel
                            verdwenen om plaats te maken voor nieuwe bebouwing van minimaal drie
                            bouwlagen hoog en daterend uit het begin van de 80-er jaren van de 20ste
                            eeuw. Van deze bebouwing ontbreekt elke kleinschaligheid. Dit heeft het
                            patroon van de bouwblokken drastisch veranderd. Wel is enig historisch
                            groen gehandhaafd als herinnering aan de oude verkaveling.</al><al>Het oostelijke gedeelte van de Oostwijk is beduidend jonger en kenmerkt
                            zich door hetzelfde rechthoekige stratenpatroon maar met ruimere
                            straatprofielen, waarin openbaar groen zijn intrede doet. De bebouwing
                            is langs de randen aaneengesloten, terwijl langs de Schiedamseweg
                            (half)vrijstaande villa’s zijn geplaatst. De bebouwing van de randen
                            zijn twee à drie lagen hoog en bezitten een kap of plat dak. De villa’s
                            zijn twee bouwlagen hoog en bezitten soms zeer karakteristieke
                            kapvormen. Architectuur van de gevels in baksteen met eenvoudige lijst-
                            en topgevels, waarvan de detaillering in rationalistische of
                            expressionistische stijl is uitgevoerd. Aan het eind van de
                            Schiedamseweg, nabij het station Vlaardingen Oost, is een restant
                            aanwezig van een Joodse begraafplaats.</al><al/><al>Oostwijk, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i897f6c00-9424-4b15-8aea-39a695226591" naam="i19525i897f6c00-9424-4b15-8aea-39a695226591.jpg" type="foto" breedte="12cm" hoogte="6.8cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aangewezen monumenten en de aanwezige inventarisaties is deze
                            wijk in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) aangemerkt als kern
                            met een zeer hoge waarde. Ook wordt in de CHS de aanwijzing als van
                            rijkswege beschermd stads- en dorpsgezicht in voorbereiding genoemd (in
                            samenhang met Centrumwijk).</al><al>De kwaliteit van de architectuur in de wijk ligt hoog. Het zou echter te
                            ver voeren om alle panden afzonderlijk te beschermen.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Het Hof en oranjepark</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i2adc049b-8036-469e-a2be-1db6b00324ff" naam="i19526i2adc049b-8036-469e-a2be-1db6b00324ff.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek Het Hof en het Oranjepark</al><al>Park met aanleg in Engelse Landschapstijl uit 1914, waarin de aanwezige
                            restanten van de formele tuinaanleg, behorende bij het Hof, zijn
                            opgenomen. Deze buitenplaats voor de Ambachtsheer is in 1612 aangelegd.
                            De bebouwing hiervan werd in 1830 gesloopt. Het park werd door de
                            gegoede burgerij gebruikt om te flaneren, een uitje voor de
                            zondagmiddag.</al><al>Van de oorspronkelijke tuinaanleg, behorende bij het Hof, resteert de
                            gedeeltelijke omgrachting van het moestuinperceel. Het park bezit
                            inmiddels een volwassen bomenopstand, die in combinatie met paden,
                            aangelegde waterpartijen en weideachtige gazons zorgen voor pittoreske
                            doorkijkjes. De nu aanwezige in landschappelijke stijl aangelegde
                            waterpartijen zijn het restant van de boezem tussen het Louweland en de
                            Buitenweide. In de afgezette gedeelten van de weideachtige gazons graast
                            kleinvee. In het park dat pas in 1935 is afgerond zijn twee bebouwde
                            objecten aanwezig, te weten een horecagelegenheid en een
                            kinderopvang.</al><al/><al>Oranjepark, monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i8fe9c686-f6f5-4c69-9853-7a471e31f6af" naam="i19527i8fe9c686-f6f5-4c69-9853-7a471e31f6af.jpg" type="foto" breedte="12.1cm" hoogte="6.9cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aanwezige inventarisaties is het park in de
                            Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) aangemerkt als nederzettingskern
                            met een zeer hoge waarde. Ook wordt in de CHS de aanwijzing als van
                            rijkswege beschermd stads- en dorpsgezicht in voorbereiding genoemd in
                            (samenhang met Centrumwijk).</al><al>In de MIP-inventarisatie worden de parkstructuur en een tuinvaas
                            vermeld, die tot op heden niet verder in procedure genomen zijn. In het
                            bestemmingplan kan m.b.t. de Oostwijk het park als groengebied
                            gehandhaafd worden. Naast bescherming is onderhoud van het groene gebied
                            nodig. Dit onderhoud zorgt dat de structuur in stand blijft en dat het
                            park niet verwildert. Het park is een levende structuur, waarin dus ook
                            elementen kunnen sterven. Het vervangen van de dode elementen door jonge
                            exemplaren houdt de structuur overeind.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Brandweerkazerne</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i8ed8ecff-3e59-44ef-95c5-4d99f034ba43" naam="i19528i8ed8ecff-3e59-44ef-95c5-4d99f034ba43.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek Brandweerkazerne</al><al>Dit complex van gebouwen is ontworpen door architect Jac. Van der Vlis
                            en gebouwd in 1959. Het complex bestaat uit een brandweerkazerne met een
                            slangentoren en een complex met woningen, werkplaatsen en
                            stallingruimten van het voormalige Gemeentelijke Energie Bedrijf. Het
                            complex dat in gecombineerde functies voorziet, sluit een binnenterrein
                            af dat toegankelijk is via een aan de Hoflaan gelegen poort. De poort is
                            opgenomen in de bebouwing van het complex aan de Hoflaan. Het complex is
                            een zeer karakteristieke uiting van de Delftse School in zijn vormen,
                            materiaalgebruik en detaillering. Aan de achterzijde sluit het complex
                            aan op het Oranjepark met een groenstrook, waarin de ronde watertoren
                            geplaatst is. Dit gebied is vanaf de 19de eeuw in gebruik geweest bij de
                            gemeente. De voorgangers van het voormalige Gemeentelijke Energie
                            Bedrijf waren er gevestigd.</al><al/><al>Brandweerkazerne, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="ibd42feaa-0787-4ddf-a5a2-eb9b27798025" naam="i19529ibd42feaa-0787-4ddf-a5a2-eb9b27798025.jpg" type="foto" breedte="11.9cm" hoogte="6.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al> Behalve de aanwezige inventarisaties is dit complex in de
                            Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) aangemerkt als nederzettingskern
                            met een zeer hoge waarde. Ook wordt in de CHS de aanwijzing als van
                            rijkswege beschermd stads- en dorpsgezicht in voorbereiding genoemd. Het
                            complex en de watertoren zijn opgenomen in de inventarisatie van de
                            na-oorlogse periode vanwege de architectuurhistorisch en
                            cultuurhistorisch hoge waarde ervan. In het concept stedenbouwkundig
                            plan zal slechts een deel van dit complex bewaard blijven. </al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Station “Vlaardingen-Oost” </titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i45e6f028-aeeb-4f49-9a1d-e9156a24153a" naam="i19530i45e6f028-aeeb-4f49-9a1d-e9156a24153a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek Stationsgebied “Vlaardingen – Oost”</al><al>Het stationsgebied ligt aan het oostelijke uiteinde van de Oostwijk,
                            waar de spoordijk en de Westlandseweg, overgaand in de Schiedamsedijk,
                            elkaar kruisen. Naast deze kruising is het station Vlaardingen – Oost
                            aangelegd. Het glazige, één bouwlaag hoge stationsgebouw met platdak,
                            ontworpen door architect K. van der Gaast, vormt samen met de perrons en
                            het viaduct één geheel. Dit complex dateert geheel uit 1956. Het viaduct
                            is behandeld als een moderne stadspoort. In de balustrade van dit
                            viaduct zijn reliëfs aangebracht met thema’s over de moderne
                            geïndustrialiseerde stad. Ook het stadswapen is als reliëf aangebracht.
                            Direct naast het station is een flink torenachtig blok geplaatst als
                            landmark ten behoeve van dit station. Deze kantorenflat maakt een zeer
                            grove indruk naast het met zorg gedetailleerde stationsgebouw. De
                            aansluitende moderne bebouwing zorgt voor de overgang naar de
                            oorspronkelijke bebouwing uit de late jaren ’30 aan de
                            Schiedamseweg.</al><al> Stationsgebied, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i01294f62-68ea-4715-9d90-22272778c1f1" naam="i19531i01294f62-68ea-4715-9d90-22272778c1f1.jpg" type="foto" breedte="12cm" hoogte="6.8cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aanwezige inventarisaties is het stationsgebied ten noorden
                            van de spoorlijn, behorende bij de Oostwijk is in de Cultuurhistorische
                            Hoofdstructuur (CHS) aangemerkt als onderdeel van een nederzettingskern
                            met een zeer hoge waarde. Ook wordt in de CHS de aanwijzing als een van
                            rijkswege beschermd stads en dorpsgezicht in voorbereiding genoemd (in
                            samenhang met Centrumwijk). Het stationsgebouw is opgenomen in twee
                            inventarisaties, terwijl het spoorwegviaduct daarin ontbreekt. Dit lijkt
                            als één geheel ontworpen en markeert de toegang van de moderne stad
                            Vlaardingen vanuit het oosten.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel> Wijk Vlaardinger Ambacht</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i81c0b322-4d31-4707-8233-c96b2aae4ab5" naam="i19532i81c0b322-4d31-4707-8233-c96b2aae4ab5.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>De wijk Vlaardinger Ambacht ligt ten noorden van de op een dijklichaam
                            gelegen Westlandseweg. De wijk wordt verder begrensd door de Van
                            Hogendorplaan aan de oostzijde, de Vlaardinger Vaart aan de westzijde en
                            de rijksweg A20 aan de noordzijde. Deze wijk bestaat uit het
                            oorspronkelijke dorp Vlaardinger Ambacht, waarvan de kern rondom de
                            hoofdstraat (Emaus) is gelegen. Deze hoofdstraat is echter een
                            voorzetting van de Kortedijk vanuit de stad Vlaardingen en loopt als
                            Kethelweg door naar het buurtschap Kethel. Aan deze weg staat nog
                            verspreid de oorspronkelijke veelal één-laagse bebouwing met als centrum
                            het voormalige raadhuis in neo-renaissancestijl van de opgeheven
                            gemeente Vlaardinger Ambacht. Tussen de oorspronkelijke bebouwing zijn
                            rijke vrijstaande huizen op grote kavels gebouwd, daterend uit ca.
                            1900.</al><al>De bloemenbuurt, ten zuiden van het centrum, is een knusse wijk met vrij
                            smalle straatprofielen en huiskamerachtige pleinruimten. De door het
                            statenpatroon ontstane bouwblokken zijn gesloten en twee lagen hoog. De
                            verkaveling is vrij smal. De hoeken van deze bouwblokken zijn enigszins
                            verhoogd en van een bijzondere vormgeving voorzien. Vaak bezaten deze
                            hoeken ook afwijkende functies, waaronder detailhandel. In de
                            aaneengesloten straatwanden zijn diverse stijluitingen uit het begin van
                            de 20ste eeuw herkenbaar.</al><al>De twee buurten ten noorden van het centrum (Oranjebuurt en de
                            Vogelbuurt) zijn ruimer opgezet. Deze wijken bezitten bredere
                            straatprofielen en voortuinen met open bouwblokken. De bebouwing van de
                            blokken ligt in onderbroken of aaneengesloten stroken langs de straten.
                            De stroken zijn bebouwd met aan elkaar geplaatste, vrijstaande of
                            halfvrijstaande woningen van maximaal twee bouwlagen hoog met een kap.
                            In deze woonbuurten is de stijl van het Interbellum herkenbaar. De
                            buurten bezitten geen voorzieningen.</al><al>Tussen de laatst genoemde wijken is een groene zone aanwezig, waarin
                            zich restanten van de kreek de Vlaarding bevinden. Terzijde van deze
                            kreekrestanten is een kerkgebouw geplaatst, waarvan de toren een zeer
                            markant punt is in de stad. De toren is zichtbaar vanaf de Oude
                            Havenbrug in het zuiden, vanaf de Holysingel in het noorden en de
                            Sportlaan in het oosten.</al><al/><al>Vlaardinger Ambacht, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="ifce55bbf-908d-4064-83ae-a5ae3c71eddb" naam="i19533ifce55bbf-908d-4064-83ae-a5ae3c71eddb.jpg" type="foto" breedte="12cm" hoogte="6.9cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aangewezen monumenten en de aanwezige inventarisaties is deze
                            wijk is in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) aangemerkt als
                            kern met een redelijk hoge waarde.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Vettenoordwijk</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="if123c341-573a-4619-b84f-90c8bfbe2331" naam="i19534if123c341-573a-4619-b84f-90c8bfbe2331.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>De Vettenoordwijk ligt ten zuidwesten van de centrumwijk en wordt
                            omsloten door de Maassluissedijk in het noorden, de Van Beethovensingel
                            in het oosten en de Parallelweg in het zuiden. Deze wijk is in twee
                            gedeelten onder te verdelen. Het oostelijke deel bezit de typische laat
                            19de eeuwse verkaveling met gesloten rechthoekige bouwblokken, die ook
                            in de Oostwijk zichtbaar is. De bebouwing, aansluitend tegen de
                            centrumwijk is één laag hoog met kap terwijl de bebouwing aan de
                            volgende straten twee lagen hoog is en een kap bezit. Deze straten
                            worden gekenmerkt door simpele en gelijke detailleringen in
                            neo-renaisssancestijl. Door grootscheepse renovaties zijn veel
                            bouwblokken, behalve de hoekbebouwing, met één bouwlaag verhoogd.</al><al>Het westelijke deel van deze wijk, daterend uit de 30-er jaren van de
                            20ste eeuw, is vanuit een centraal vijfhoekig plein opgezet. Vanuit dit
                            plein (Mendelssohnplein) lopen straten radiaalgewijs naar de randen van
                            de wijk en sluiten aan op de hoofdverbindingswegen. De bouwblokken zijn
                            gesloten en zijn overwegend twee lagen hoog en bezitten een kap. De aan
                            het plein gelegen bebouwing is echter vier bouwlagen hoog en bezit een
                            flauwhellende kap. Deze centrale bebouwing dateert uit 1948 en is
                            ontworpen door de bekende architect Jan Wils, terwijl de daarbuiten
                            gelegen bebouwing uit de elders genoemde wijkopzet dateert. Ook elders
                            in de wijk is gesaneerd en zijn een aantal blokken van vier bouwlagen
                            hoog met een flauwhellende kap geplaatst.</al><al/><al>Vettenoordwijk, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i1034c43a-b6d6-4415-a7f7-36f6fb62ab7f" naam="i19535i1034c43a-b6d6-4415-a7f7-36f6fb62ab7f.jpg" type="foto" breedte="12cm" hoogte="7.0cm"/></plaatje></al><al>Bescherming</al><al>Behalve de aangewezen monumenten en de aanwezige inventarisaties is het
                            Mendelssohnplein van deze wijk in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur
                            (CHS) aangemerkt als nederzettingskern met een redelijk hoge
                            waarde.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Noordwestelijke centrumwijk</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i3a5fbf6c-4db6-4a0c-be89-b65380d9f95a" naam="i19536i3a5fbf6c-4db6-4a0c-be89-b65380d9f95a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Deze wijk ten noordwesten van het centrum, liggend tegen de centrumwijk,
                            wordt omsloten door de Maassluissedijk in het zuiden, de Burg.
                            Pruissingel in het westen en de Westlandseweg in het noorden. Deze wijk
                            bezit een typische laat 19de eeuwse verkaveling met gesloten
                            rechthoekige bouwblokken, die ook in de Oostwijk zichtbaar is. De straat
                            profielen zijn vrij smal en er is geen ruimte voor (openbaar) groen in
                            de straat. De bebouwing van de bouwblokken wordt van zuid naar noord
                            gezien steeds hoger. In het zuidelijke deel is de bebouwing achter de
                            randbebouwing van twee bouwlagen hoog met kap aan de Maasluissedijk één
                            bouwlaag hoog met kap. Verder naar het noorden gaat deze over in twee
                            bouwlagen met kap tot maximaal drie bouwlagen met platdak. De lage
                            bebouwing wordt gekenmerkt door simpele detailleringen van
                            neorenaissancestijl. De hogere bebouwing bezit meer rationalistische of
                            expressionistische detaillering. Vooral in het zuidelijke gedeelte van
                            de wijk hebben diverse saneringen plaatsgevonden, waarbij de nieuw
                            geplaatste blokken met zeker twee bouwlagen verhoogd zijn.</al><al/><al>Noordwestelijke centrumwijk, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i0ee53b53-aae4-4e50-b7d6-32e7496194cd" naam="i19537i0ee53b53-aae4-4e50-b7d6-32e7496194cd.jpg" type="foto" breedte="12.1cm" hoogte="7.0cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Er is alleen een aantal objecten tijdens de M.I.P. geïnventariseerd,
                            waaronder een badhuis. Wij stellen voor de uit de inventarisatie
                            opgenomen objecten verder te onderzoeken.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Industriewijk Vettenoordsepolder:</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i0fe981f0-b2c3-4973-840c-afd3ef9e1885" naam="i19538i0fe981f0-b2c3-4973-840c-afd3ef9e1885.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>De industriële wijk Vettenoordsepolder ligt ingeklemd tussen de Van
                            Beethovensingel, Maassluissedijk en de spoordijk Rotterdam - Hoek van
                            Holland. Deze wijk is aangelegd in de na-oorlogse periode voor kleinere
                            bedrijfsmatige activiteiten. De wijk bezit een rechthoekig
                            stratenpatroon, waarin veelal loodsachtige bebouwing staat. Vooral aan
                            de noordelijke rand staan de bedrijfsgebouwen dicht opeen. Aan de
                            zuidelijke rand is de loodsachtige bebouwing verder uiteen geplaatst. De
                            bebouwing van de bouwblokken binnen het rechthoekige stratenpatroon is
                            eenvoudig en lijken onwillekeurig op het terrein geplaatst te zijn.</al><al/><al>Industriewijk Vettenoordsepolder, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i8a0e9377-4d48-4b38-aac2-6cbd3ffce378" naam="i19539i8a0e9377-4d48-4b38-aac2-6cbd3ffce378.jpg" type="foto" breedte="12.1cm" hoogte="6.8cm"/></plaatje></al><al/><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aanwezige inventarisaties in de wijk is de noordelijke en
                            westelijke rand (Maassluissedijk) opgenomen in de Cultuurhistorische
                            Hoofdstructuur (CHS) als historisch landschappelijke lijn met een hoge
                            waarde. De in de inventarisatie opgenomen objecten uit de na-oorlogse
                            periode bevinden zich vooral in het zuidelijke deel van de wijk.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel> Indische Buurt</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="id5717f8d-b3ff-4aa0-9efd-7512c19e9281" naam="i19540id5717f8d-b3ff-4aa0-9efd-7512c19e9281.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Deze wijk wordt omsloten door de Marathonweg in het westen, de
                            Westlandseweg in het noorden, de Burg. Pruissingel in het oosten een de
                            Maassluissedijk c.q. Marnixlaan in het zuiden. In deze wijk is het
                            principe voor de nieuwere uitbreidingswijken van Vlaardingen ontwikkeld.
                            Vanuit de aan weerszijden aanwezige hoofdwegen kan de centrale dubbele
                            weg bereikt worden. Op de strook tussen beide wegen zijn de centrale,
                            wijkgerichte voorzieningen geplaatst, zoals kerk, buurtcentrum en
                            winkels. Toch heersen verschillende sferen rondom deze centrale strip.
                            Het zuidelijke gedeelte bezit een tuindorpachtige, rustige sfeer met
                            veel groen en water. Dit water is een tot gracht veranderde wetering,
                            die het water vanuit de westelijke polders afvoerde op de Nieuwe Maas.
                            De rechthoekige structuur is symmetrisch langs een grachtdeel aangelegd
                            en blijkt in de 30-er jaren van 20ste eeuw gerealiseerd te zijn. De open
                            bouwblokken zijn voorzien van twee lagen hoge bebouwing met kap, waarvan
                            de nok evenwijdig aan de voorgevel ligt. Er zijn stroken van één
                            bouwlaag hoog, die echter beëindigd worden met bebouwing van twee lagen
                            hoog. Het noordelijke gedeelte inclusief de centrale strip is een
                            uitbreiding uit de na-oorlogse periode en is ontworpen door Architect W.
                            van Tijen in samenwerking met G. Rietveld. Van dit stedenbouwkundig plan
                            is een gedeelte gerealiseerd. Dit gedeelte is veel minder ruim en er is
                            veel minder groen aanwezig. De open bouwblokken bezitten woningen,
                            gebouwd in stroken van twee bouwlagen hoog met een flauwhellende kap. In
                            de uiterste noordelijke hoek is een geheel andere sfeer aanwezig. In een
                            parkachtige aanleg zijn(half)vrijstaande villa’s geplaatst om een groen
                            binnen terrein (Van Heutszpark). De bebouwing tussen deze wijk en de
                            Burg. Pruissingel is inmiddels gesaneerd en heeft plaatsgemaakt voor een
                            bastide-achtig wooncomplex.</al><al/><al>Indische Buurt, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i689df41a-2b86-4e7c-89d1-d9e2512a0d5e" naam="i19541i689df41a-2b86-4e7c-89d1-d9e2512a0d5e.jpg" type="foto" breedte="12.1cm" hoogte="7.0cm"/></plaatje></al><al>Bescherming</al><al>Behalve de aanwezige inventarisaties is het zuidelijke deel van deze
                            wijk is in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) aangemerkt als
                            nederzettingskern met een redelijk hoge waarde.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Hoogstad</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i91604181-644d-4c63-a9a2-6bf46563fb75" naam="i19542i91604181-644d-4c63-a9a2-6bf46563fb75.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Deze betrekkelijk kleine wijk ligt ingeklemd tussen de Rijksweg A20,
                            Burg. Heusdenslaan en de Westlandseweg. Dit gebied wordt gedomineerd
                            door een nieuw schoon bedrijventerrein, die de reeds bestaande bebouwing
                            van het complex “Hoogstad” in een hoek wegdrukt. De bedrijfsgebouwen
                            benaderen het complex van af de westelijke zijde zeer dicht. Het complex
                            Hoogstad is een complex van gebouwen, bestaand uit een boerderij met
                            bijgebouwen en een vrijstaand herenhuis. De zuidelijke en de oostelijke
                            zijde van het complex liggen redelijk vrij, maar worden ingeperkt door
                            de aangelegde wegen.</al><al/><al>Wijk Hoogstad, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="ie971e2cf-c1e3-4e3a-b8fb-06341de64c56" naam="i19543ie971e2cf-c1e3-4e3a-b8fb-06341de64c56.jpg" type="foto" breedte="12.1cm" hoogte="6.9cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>De wijk bezit als geheel geen bescherming. Het complex “Hoogstad” is
                            opgenomen in de lijst van gemeentelijke (archeologische) monumenten. Dit
                            is een bescherming alleen van het bodemarchief.</al><al/><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Westwijk</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="ibe11110f-ac58-45ea-a6fb-32697539121b" naam="i19544ibe11110f-ac58-45ea-a6fb-32697539121b.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>De Westwijk wordt omsloten door de Rijksweg A20 in het noorden, de
                            Marathonweg in het oosten en de spoorlijn Rotterdam – Hoek van Holland
                            met het station Vlaardingen-West in het zuiden. Deze wijk grenst tegen
                            het westelijke buitengebied van de gemeente Vlaardingen met een
                            recreatiegebied. Hier is een houtwal als coulisse tegen de wijk
                            geplaatst. Vanuit deze wijk zijn er fiets en wandelverbindingen met dit
                            gebied. Het stedenbouwkundig plan van de wijk is van de hand van
                            architect W. van Tijen. Dit plan is gebaseerd op het plan voor de
                            uitbreiding van de Indische buurt. Hij heeft een paar elementen uit de
                            bestaande structuur overgenomen en die verwerkt in de opzet van de
                            nieuwe wijk. De structuur met de centrale voorzieningen met daar omheen
                            de woonbuurten gegroepeerd is duidelijk herkenbaar. De woonbuurten zelf
                            zijn ook weer volgens het systeem ingedeeld. De in de Indische Buurt
                            genoemde wetering is ook hier aanwezig en is getransformeerd tot een
                            waterpartij door de groene zone van deze wijk. Tegen het westelijke
                            uiteinde van deze groene long bevinden zich de centrale voorzieningen,
                            zoals winkels, kerk(en) buurtcentrum en de scholen e.d. De woonbuurten
                            zijn ruim opgezet en worden door het rechthoekige stratenpatroon
                            ingedeeld in bouwblokken met open bebouwing in stroken. Voor het
                            bouwblok is een aantrekkelijke variatie van hoogbouw en laagbouw bedacht
                            die in elk bouwblok herhaald wordt (stempelplannen).</al><al/><al>Doordat verschillend architecten aan de architectonische uitwerking van
                            het stedenbouwkundig plan hebben gewerkt, is tussen de verschillende
                            delen van de wijk voldoende variatie. Tussen deze bebouwing in stroken
                            is voldoen de (openbaar) groen aanwezig.</al><al/><al>Westwijk, aantallen monumenten etc.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i56fcdbea-dd64-4bb4-bb15-6e046f294ba7" naam="i19545i56fcdbea-dd64-4bb4-bb15-6e046f294ba7.jpg" type="foto" breedte="10.9cm" hoogte="6.2cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aangewezen monumenten en de aanwezige inventarisaties is de
                            wijk in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) is de gehele
                            aangemerkt als nederzettingskern met een redelijk hoge tot hoge waarde.
                            In het zuidelijke gedeelte bevinden zich ook nog een aantal locaties met
                            een hoge archeologische waarde. Ten behoeve van stedenbouwkundige
                            ontwikkelingen in deze wijk zal de niet meer in gebruik zijnde RK
                            Willibrorduskerk worden geamoveerd.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel> Buitengebied ten westen van de Westwijk</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="ic77ed974-e12f-4eee-a184-c538b7f8ccde" naam="i19546ic77ed974-e12f-4eee-a184-c538b7f8ccde.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Open slagenlandschap tot aan de grens met de gemeente Maassluis. Dit
                            open landschap wordt aan de zuidzijde doorsneden door de spoorlijn
                            Rotterdam – Hoek van Holland en begrensd door het dijklichaam aan de
                            Nieuwe Waterweg. In dit open land staan verspreid diverse boerderijen,
                            die samen een lint vormen dat de kreekrug volgt. Boerderijen, waarvan de
                            gebouwen dicht bij elkaar staan en worden omzoomd door bomen.</al><al/><al> Westelijke buitengebied, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i6e3c8c61-54eb-4f51-a3a2-3f74ed65cddf" naam="i19547i6e3c8c61-54eb-4f51-a3a2-3f74ed65cddf.jpg" type="foto" breedte="11cm" hoogte="6.3cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aangewezen monumenten en de aanwezige inventarisaties zijn
                            diverse structuren en locaties in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur
                            (CHS) aangemerkt met een hoge tot zeer hoge waarde De uit de
                            inventarisaties afkomstige objecten kunnen nader onderzocht worden.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Industriewijk Rivierzone</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i55577f2e-794a-4f4f-906f-a09ea98c2229" naam="i19548i55577f2e-794a-4f4f-906f-a09ea98c2229.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al> Karakteristiek</al><al>Deze wijk ten zuiden van de spoorlijn Rotterdam – Hoek van Holland
                            bestaat uit verschillende gedeelten. Door de Maassluissedijk wordt aan
                            het westelijke eind een noordelijk gedeelte afgescheiden, waarop schone
                            bedrijvigheid heerst. Dit gedeelte bezit een rechthoekige structuur met
                            brede straatprofielen. Binnen de bouwblokken staan eenvoudige
                            rechthoekige bedrijfsgebouwen, waarop vele reclame-uitingen zijn
                            aangebracht. In dit gedeelte zijn restanten van oudere groenstructuren
                            opgenomen.</al><al>In het gebied ten zuiden van de Maassluissedijk, overgaand in de
                            Deltaweg worden industriële activiteiten ontplooid. Deze activiteiten
                            worden in oostelijke richting steeds schoner. De bebouwingsstructuur
                            geeft in dezelfde richting een verdichting te zien. Het toppunt van deze
                            verdichting bevindt zich bij de buitenhaven en de Kon. Wilhelminahaven,
                            die als apart gebied worden behandeld. Bepalend voor het westelijke
                            (vervuilende) deel van het gebied is de kantoortoren van de E.N.C.K. (nu
                            Hydro Agri) en de scheiding van de bedrijfsterreinen door open zones. De
                            schone industrie wordt geflankeerd door een schoolcomplex ten noorden en
                            een parkachtige woonwijk met een boulevard ten zuiden daarvan. Deze
                            parkachtige wijk met een uitloper naar de Buitenhaven is zeer geschikt
                            voor recreatieve doeleinden De parkachtige sfeer wordt omgeven door hoge
                            woongebouwen en heeft uitzicht op het water.</al><al> Het gebied rondom de Vulcaanhaven is uitgestrekt en lijkt geen
                            structuur te bezitten. Vanaf de hoofdweg lopen secundaire wegen het
                            gebied in, die doodlopen op de havenkades. De kantoorachtige bebouwing,
                            grenzend aan de hoofdweg, bezit een solide uitstraling met aandacht voor
                            detaillering. De daar achter gelegen bebouwing getuigt van een druk
                            havengebied met diverse opslagruimten, tanks, havenkranen, enz.</al><al/><al>Rivierzone, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i29ec9901-eacc-4565-b7e9-de0c5b1117ec" naam="i19549i29ec9901-eacc-4565-b7e9-de0c5b1117ec.jpg" type="foto" breedte="10.9cm" hoogte="6.3cm"/></plaatje></al><al>Bescherming</al><al>Binnen deze wijk zijn geen objecten als beschermd monument opgenomen. De
                            bebouwing is wel geïnventariseerd. Uit de twee inventarisaties zijn vele
                            objecten opgenomen, die verder onderzocht kunnen worden. In het vast te
                            stellen stedenbouwkundig plan is er voor het schoolcomplex geen plaats
                            meer ingeruimd.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Havengebied Buitenhaven en Kon. Wilhelminahaven</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i35f97ae7-9da7-4acf-8ead-5cfda1dddaa5" naam="i19550i35f97ae7-9da7-4acf-8ead-5cfda1dddaa5.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Dit havengebied is het oudste gedeelte van het havengebied buiten de
                            beschermende dijken aan de zuidelijke rand van de stad Vlaardingen. De
                            Buitenhaven en de bredere Kon. Wilhelminahaven zijn van 1896 tot 1904
                            als één haven aangelegd. In 1926 werden zij van elkaar gescheiden,
                            waardoor het huidige Visserijplein ontstond. Bij de aanleg van de nieuwe
                            verbinding met de Nieuwe Waterweg is de Kon. Wilhelminahaven ook verder
                            uitgebreid naar het oosten. De rondom de havens liggende kaden zijn zeer
                            breed en bezitten aaneengesloten bebouwing van diverse pakhuizen en
                            havenkantoren met een rijke baksteenarchitectuur. Veel gebouwen, vooral
                            aan de Oosthavenkade bieden een verwaarloosde aanblik. De achterzijde
                            van de gebouwen aan de noordzijde van de Kon. Wilhelminahaven staan
                            direct aan de Vulcaanweg. Dit havengebied is nu ontdekt door allerlei
                            kleine bedrijven, die zich hier gevestigd hebben. Ook zijn enige
                            uitgaanscentra aan de haven neergestreken. Aan de Westhavenkade zijn nog
                            restanten van bedrijvigheid herkenbaar. De bebouwing direct aan de kade
                            kenmerkt zich door een combinatie van wonen met bedrijvigheid.</al><al/><al>Buitenhaven en Kon Wilhelminahaven, aantal monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i75d80dd5-8719-4aa9-a6e4-59a1a45485ad" naam="i19551i75d80dd5-8719-4aa9-a6e4-59a1a45485ad.jpg" type="foto" breedte="11.1cm" hoogte="6.4cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aangewezen monumenten en de aanwezige inventarisaties worden
                            diverse structuren en locaties in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur
                            (CHS) aangemerkt met een redelijk hoge tot zeer hoge waarde. Ook wordt
                            in de CHS de aanwijzing als een van rijkswege beschermd stads- en
                            dorpsgezicht in voorbereiding genoemd.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Wijk Babberspolder</titel></kop><structuurtekst><al>De wijk Babberspolder ligt ten zuiden en ten oosten van de wijk
                            Vlaardinger Ambacht en wordt aan de Noordelijke en oostelijke zijde
                            begrensd door de Rijkswegen A20 en A4 en aan de zuidelijke zijde
                            begrensd door de spoorlijn en de Westlandseweg. De Van Hogendorplaan
                            deelt het gebied in een oostelijk en westelijk gedeelte. Voor het gehele
                            gebied heeft architect W. van Tijen het stedenbouwkundig plan ontworpen.
                            Vanwege de reeds aanwezige bebouwing van Vlaardinger Ambacht is het plan
                            nooit voltooid. De aansluiting tussen beide wijken (Goudsesingel) is
                            niet goed op elkaar afgestemd, vanwege de grote verschillen in structuur
                            en opbouw van de wijken.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Buurt Babberspolder – Oost</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="if5156ea7-7d3a-4e08-be0b-0cc873d2cfce" naam="i19552if5156ea7-7d3a-4e08-be0b-0cc873d2cfce.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Wijk ingeklemd tussen de Van Hogendorplaan en de rijkswegen A20 en A4.
                            Aan de zuidzijde wordt deze wijk begrensd door de spoorlijn Rotterdam –
                            Hoek van Holland. Langs de A4 is een brede groenstrook opgenomen, waarin
                            op diverse locaties sportterreinen zijn gelegen. Deze wijk is zeer
                            planmatig opgezet, naar ontwerp van architect W. van Tijen, naar
                            voorbeeld van de Indische Buurt. De wijk tot aan de Kethelweg, bestaat
                            uit vier woonbuurten, die van elkaar gescheiden zijn door een strip,
                            waarin de voorzieningen voor bijzondere buurtgerichte activiteiten,
                            zoals religie, verenigingsleven en scholen zijn aangebracht. De
                            woonbuurten zijn opgedeeld in langwerpige open bouwblokken met bebouwing
                            in stroken. Deze stroken zijn ten opzichte van elkaar gerangschikt,
                            zodat een openbaar groen binnengebied ontstaat. De bebouwing van de
                            blokken bestaan uit flatgebouwen met ingebouwde of aangehangen (open)
                            trappenhuizen. De bebouwing is twee tot vier lagen hoog. De woonbuurten
                            worden aan de rand met de groenstrook beschermd met vier lagen hoge
                            portiekflats. De strip is ook een groene zone, waarin de bijzondere
                            bebouwing als losse elementen zijn geplaatst. De Van Hogendorplaan
                            bestaat uit een doorgaande hoofdverbindingsweg met parallel daaraan een
                            ondergeschikte nevenweg. Aan de laatste weg kan geparkeerd worden vlak
                            bij het centraal gelegen winkelcentrum en geeft toegang tot de
                            woonstraten. De groenstrook is alleen met voetpaden vanuit de
                            woonstraten te bereiken. De eerste bouwblokken met woningen zijn
                            inmiddels gesloopt.</al><al>Ten noorden van de Kethelweg ligt nog een klein deel van de wijk, waar
                            volgens het stedenbouwkundig plan van architect van Tijen
                            (half)vrijstaande villa’s en woonhuizen zouden worden geplaatst. Een
                            deel van het stratenplan is wel overgenomen, waarbij aansluiting gezocht
                            is met de aan de overzijde van de Van Hogendorplaan gelegen Vogelbuurt.
                            Langs de noordelijke rand van deze wijk bevindt zich hoogbouw met veel
                            openbaar groen, in combinatie met sportvelden, als afscherming met de
                            aan die zijde gelegen doorgaande wegen. Ten zuiden van deze rug ligt
                            woonbebouwing van twee bouwlagen hoog met een kap en één bouwlaag hoge
                            bungalows. Een deel van dit gebied is reeds gesaneerd.</al><al/><al>Babberspolder Oost, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="if5004035-b262-4b34-bd6e-4f93eb34712d" naam="i19553if5004035-b262-4b34-bd6e-4f93eb34712d.jpg" type="foto" breedte="11cm" hoogte="6.2cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aanwezige inventarisatie is het grootste gedeelte van deze
                            wijk in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) aangemerkt als
                            nederzettingskern met een redelijk hoge waarde.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Buurt Babberspolder – West</titel></kop><structuurtekst><al>Karakteristiek</al><al>Deze wijk kent nu al verschillende sferen. Het meest zuidelijke deel is
                            nog opgezet volgens het ontworpen stedenbouwkundig plan. Een
                            rechthoekige structuur van smalle straten, waar één hoofdweg door heen
                            loopt. In dit deel van de wijk is veel openbaar groen. De bouwblokken in
                            deze wijk zijn rechthoekig en open, waarbij veel blokken twee bouwlagen
                            hoog zijn en afgedekt worden met een kap. Langs de randen van de wijk is
                            echter meer hoogbouw geplaatst, die de ingesloten laagbouw beschermt.
                            Het gebied tussen deze wijk en de rafelige rand met de wijken van
                            Vlaardinger Ambacht is bijna geheel vernieuwd. De moderne en hogere
                            bebouwing dateert uit de laatste jaren voor de eeuwwisseling. Hierbij is
                            het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan ook aangetast. Slechts enkele
                            gebouwen hebben de sanering overleefd.</al><al/><al>Babberspolder West, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i6c440592-7d5d-4ffb-9d7f-6a45194a1822" naam="i19554i6c440592-7d5d-4ffb-9d7f-6a45194a1822.jpg" type="foto" breedte="10.9cm" hoogte="6.2cm"/></plaatje></al><al>Bescherming</al><al>Binnen deze wijk zijn geen objecten als beschermd monument opgenomen. De
                            bebouwing is wel geïnventariseerd. Uit de inventarisatie na-oorlogse
                            periode is één object opgenomen dat verder onderzocht kan worden.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Sportpark Vijfsluizen</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="ib5e3a5a8-fdc9-4653-a60f-e7bf4cbee99e" naam="i19555ib5e3a5a8-fdc9-4653-a60f-e7bf4cbee99e.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Het sportpark “de Vijfsluizen” is een driehoekig terrein dat begrensd
                            wordt door de rijksweg A4 in het oosten, de invalsweg vanuit Schiedam
                            met de aansluiting op de rijksweg in het zuiden en de spoorlijn
                            Rotterdam – Hoek van Holland in het noorden. Dit sportpark is een groene
                            zone, die een voortzetting is van de genoemde groenstrook van de wijk
                            Babberspolder – Oost. Dit sportpark, aangelegd in Engelse landschapstijl
                            met grillig verloop van waterpartijen, boogbruggen en wandelpaden, bezit
                            een aantal sportvelden aangelegd met bijbehorende accommodatie.</al><al/><al>Vijfsluizen, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="if8aeabd9-0a04-493c-bc65-585addded113" naam="i19556if8aeabd9-0a04-493c-bc65-585addded113.jpg" type="foto" breedte="10.9cm" hoogte="6.2cm"/></plaatje></al><al/><al>In lijn met het advies van de meerderheid van de raadscommissie voor
                            Stedelijke Ontwikkeling en Beheer (SOB) dient de procedure te worden
                            gestart voor de aanwijzing van het hoofdgebouw Cincinnati als monument.
                            Het gebouw op het terrein van Sportpark Vijfsluizen verdient volgens het
                            advies niet de status van monument. De eventuele aanwijzing als monument
                            dient wel te passen in de ontwikkeling van de plannen voor het gebied,
                            met name met betrekking tot de Rivierzone.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Wijk Holy</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i3115ed90-3be5-4160-8630-a1826850636a" naam="i19557i3115ed90-3be5-4160-8630-a1826850636a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Geheel nieuwe wijk ten noorden van de rijksweg A20 bestaande uit twee
                            gedeelten: het zuidelijke gedeelte met een orthogonale structuur en het
                            noordelijke gedeelte, waar deze structuur vrijer is. Op de grens van het
                            noordelijke en zuidelijke gedeelte is een groenstrook aanwezig,
                            kennelijk bedoeld als toekomstig tracé voor de ontsluiting van de wijk
                            en mogelijk ook van de nieuw te bouwen wijk in de Broekpolder. Over dit
                            tracé is het huidige winkelcentrum t.b.v. de wijk aangebracht. Beide
                            wijkgedeelten bezitten een eigen wijkcentrum, waarin de overige
                            voorzieningen zijn aangebracht. Om het zuidelijke gedeelte van de wijk
                            is een ruime groenstrook aangehouden tot aan de (geplande) rijkswegen en
                            de Vlaardinger Vaart. De groenstrook langs de geplande rijksweg bevat
                            diverse sportcomplexen. De bouwblokken zijn open, ruim en rechthoekig.
                            De in de bouwblokken aanwezige stroken vormen een combinatie van
                            hoogbouw (10 bouwlagen) met laagbouw (2 bouwlagen met kap). Om het
                            noordelijke gedeelte van de wijk is een veel smallere groenstrook
                            aangehouden tot aan de (geplande) rijksweg. Aan de zijde van de
                            Vlaardinger Vaart is de groenstrook verdwenen en is de bebouwing
                            opgerukt tot aan het water. Wel zijn in dit wijkgedeelte een ruim park
                            met kinderboerderij en een begraafplaats opgenomen. De bouwblokken in
                            het noordelijke gedeelte zijn niet rechthoekig en bezitten alleen maar
                            laagbouw ( maximaal 2 bouwlagen met kap) met diverse kapvormen. Een
                            klein deel van het noordelijke gedeelte sluit qua structuur aan bij het
                            zuidelijke gedeelte.</al><al/><al>Wijk Holy, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="i331d8bbb-c3f3-423f-aa85-488ece696cde" naam="i19558i331d8bbb-c3f3-423f-aa85-488ece696cde.jpg" type="foto" breedte="11cm" hoogte="7.6cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aangewezen monumenten en de aanwezige inventarisaties zijn
                            diverse locaties en structuren in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur
                            (CHS) aangemerkt met een redelijk hoge tot hoge waarde.</al><al>De bebouwing is wel geïnventariseerd. In deze inventarisaties zijn
                            objecten opgenomen die verder onderzocht kunnen worden.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Buitengebied ten noorden van de wijk Holy</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="iada05eff-78ae-4eb1-b819-35ee92f7719a" naam="i19559iada05eff-78ae-4eb1-b819-35ee92f7719a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Open slagenlandschap tot aan de grens met de gemeente Midden-Delfland,
                            die gevormd wordt door de wetering de Zweth. In dit open land staan
                            verspreid enkele boerderijen. Boerderijen, waarvan de gebouwen dicht bij
                            elkaar staan en omzoomd worden door bomen. Langs de Vlaardinger Vaart
                            staan nog enkele kleine (arbeiders)huizen.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ie544ce46-0a8a-4f52-83f0-3019793d0e5a" naam="i19560ie544ce46-0a8a-4f52-83f0-3019793d0e5a.jpg" type="foto" breedte="11cm" hoogte="6.3cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>Behalve de aanwezige inventarisaties is de langs dit buitengebied
                            stromende Vlaardinger Vaart is samen met de kaden, groenstroken en
                            andere structuren in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS)
                            aangemerkt met een hoge waarde. De in de inventarisatie genoemde
                            objecten kunnen nader onderzocht worden</al><al>Voor dit gebied geldt de “Reconstructiewet Midden-Delfland 1997/2005”.
                            Wanneer dit in 2005 afloopt, is het noodzakelijk om met de ander
                            partijen in het Midden-Delflandgebied tot komen tot vervolgafspraken
                            m.b.t. het behoud, beheer en het veiligstellen en versterken van de
                            landschappelijke structuren. Dit noordelijke buitengebied van de
                            Gemeente Vlaardingen zou daar beter onder kunnen vallen, dan dat er in
                            een aparte bescherming voor dit betrekkelijk kleine buitengebied
                            voorzien wordt.</al><al>Verder zou in het bestemmingplan dit buitengebied als groen agrarisch
                            gebied gehandhaafd moeten blijven. Op grond van provinciaal beleid en
                            vanwege het feit dat dit een Belvedèregebied is, is het niet toegestaan
                            nieuwbouw te plegen.</al><al>Naast bescherming is onderhoud van het groene gebied nodig. Dit
                            onderhoud zorgt dat de structuur in stand blijft en dat het buitengebied
                            niet verwildert.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>Broekpolder</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i7365f336-affa-4798-b094-cd62a5ecaa69" naam="i19561i7365f336-affa-4798-b094-cd62a5ecaa69.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.7cm"/></plaatje></al><al/><al>Karakteristiek</al><al>Dit gebied ten noorden van de rijksweg A20 en westelijke van de
                            Vlaardinger Vaart heeft door de ophoging met (vervuild) havenslib een
                            volledig nieuwe structuur gekregen. De zuidelijke rand heeft zijn
                            oorspronkelijk structuur behouden. Dit gebied is ingericht als recreatie
                            gebied met veel groen, mogelijkheden voor (water)sport. Het gebied
                            functioneert als groene long net buiten de stedelijke omgeving van
                            Vlaardingen.</al><al/><al>Broekpolder, aantallen monumenten etc.</al><al><plaatje><illustratie id="ifbd504cb-734c-4b56-be60-d22e79c14139" naam="i19562ifbd504cb-734c-4b56-be60-d22e79c14139.jpg" type="foto" breedte="10.9cm" hoogte="6.2cm"/></plaatje></al><al/><al>Bescherming</al><al>De langs dit buitengebied stromende Vlaardinger Vaart is samen met de
                            kaden en groenstroken in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS)
                            aangemerkt als historisch-landschappelijke lijn met een hoge waarde. Ook
                            de afscheiding met de zuidelijke rand wordt aangemerkt met een redelijk
                            hoge waarde. Het gebied bezit geen monumenten. In de
                            M.I.P.-inventarisatie worden twee objecten vermeld, die nader onderzocht
                            kunnen worden.</al><al/><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><titel>Chronologie en thema’s</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Monumenten zijn tastbare en –meestal- zichtbare herinneringen aan
                                een verdwenen periode. Zij hebben een zekere informatiewaarde omdat
                                zij ons herinneren aan het verleden.</al><al>Aan de hand van verschillende tijdsperioden wordt aangegeven wat de
                                belangrijkste ontwikkelingen voor Vlaardingen waren. Bij iedere stap
                                die we terugzetten in de tijd, neemt het aantal herinneringen en het
                                aantal kenmerkende zichtbare elementen uit die tijd af. Monumenten
                                verdwijnen door economische ontwikkelingen of door rampen, zoals een
                                stadsbrand. Ook economische ontwikkelingen zijn een onderdeel van de
                                geschiedenis, en rampen markeren vaak het begin van een nieuw
                                tijdperk.</al><al>In dit hoofdstuk worden enkele kenmerkende perioden uit de
                                Vlaardingse geschiedenis behandeld, en er wordt gezocht naar de
                                soorten van monumenten die daarover iets vertellen. Alle aanwezige
                                historische elementen hebben een betekenis en zouden veilig gesteld
                                moeten worden (bescherming). Helaas kan niet alles beschermd worden
                                en ook is niet alles waard om beschermd te worden. Door het
                                zichtbaar maken van deze karakteristieke thema’s worden de
                                belangrijkste perioden in de historie herkenbaar gehouden.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Onder het maaiveld (tot 1000 na Chr.)</titel></kop><structuurtekst><al>Maasmonding</al><al>Het vermoedelijk vrij brede deltagebied van de Maas staat in open
                                verbinding met de zee en bestaat vermoedelijk uit een gors- en
                                schorrenlandschap, dat bij hoog water onder loopt. In dit landschap
                                ontstaan ook kleine veenriviertjes (kreken), waarvan de Vlaarding er
                                één is, die uitmonden in de hoofdstroom van de delta van de
                                Maas.</al><al/><al>Eerste bewoning</al><al>De eerste nederzettingen en sporen van bewoning van het gebied
                                rondom het latere Vlaardingen liggen op oeverwallen en terpen langs
                                de Maas en op de afzettingen langs de veenriviertjes (kreken). De
                                oudste sporen van bewoning zijn aangetroffen in de bodem onder de
                                huidige Westwijk en zijn ca. 5000 jaar oud. Deze sporen uit de
                                Vlaardingtijd bezat een eigen cultuur. Jongere sporen van bewoning
                                (Late Bronstijd) zijn terug gevonden in de Vettenoordsewijk en de
                                Holierhoekse polder en zijn ca. 4000 jaar oud. De aangetroffen
                                nederzettingen in de Broekpolder uit de 4e eeuw v. Chr. zijn niet
                                alleen op de oeverwallen maar ook op het veen gesticht. Aan deze
                                bewoning kwam een eind door het stijgende waterpeil. De bewoners van
                                de nederzettingen leven voornamelijk van de landbouw, de visserij en
                                de jacht. Sporen van diverse bewoning zijn aangetroffen tijdens
                                werkzaamheden.</al><al>Vanaf ca. 700 na Chr. wordt het gebied opnieuw bewoond en krijgt de
                                bewoning een meer definitief karakter. Deze nieuwe nederzetting
                                bestaat uit een aantal verspreid liggende boerderijen en er wordt
                                een kerkje gesticht. De locatie van dit kerkje ligt vermoedelijk ten
                                westen van de Hoogstraat onder het winkelcentrum Liesveld. De
                                nederzetting ontwikkelt zich vanuit een agrarische gemeenschap naar
                                een gemeenschap met een handelskwartier. De overschotten uit de
                                landbouw en de visserij worden verhandeld en er ontstaat handel in
                                goederen. Dit trekt kooplui aan en er vormt zich een handelskwartier
                                direct aan de haven. De ontwikkeling van dit handelskwartier gaat
                                door en het dorp ontwikkelt zich tot kusthaven, mogelijk van
                                belangrijkere meer in het binnenlandgelegen handelssteden.</al><al/><al>Grafelijk Hof</al><al>Doordat Vlaardingen zeer gunstig lag aan het water aan een
                                doorgaande route van uit de rivier de zee op, stichtten de graven
                                van Holland nabij deze nederzetting een burcht en een hof. Nadat
                                Vlaardingen in de 12de eeuw verwoest werd door de overstromingen,
                                verloren de graven hun belangstelling voor Vlaardingen.</al><al>De burcht werd niet meer opgebouwd. De locatie van deze burcht is
                                niet bekend. Mogelijk ligt deze onder de huidige Markt.</al><al/><al>Nederzettingen en verbindingen</al><al>De nederzetting is gesticht bij de plaats waar één van de
                                hoofdkreken in de Maas uitmondt. De uitmonding ontwikkelt zich tot
                                een haven: een schuilplaats en aanlegplaats voor schepen. Er is
                                volop vis en schoon water om naast de jacht en de akkerbouw van te
                                leven. Vanwege de aanwezigheid van water en de haven, zullen
                                contacten ook via dit water gegaan zijn.</al><al/><al>Monumenten</al><al>Van deze periode zijn geen zichtbare restanten aanwezig, die een
                                monumentenstatus kunnen krijgen. Des te belangrijker is het
                                bodemarchief. Alle sporen zijn tijdens opgravingen bij werkzaamheden
                                aangetroffen en bieden met soms verrassende gezichtspunten. Soms
                                geeft dit bodemarchief zeer bijzondere restanten prijs zoals de
                                Vlaardingencultuur, behorend bij een agrarisch volk dat zich ca.
                                5000 jaar geleden in deze omgeving ophield en flink wat sporen
                                hebben achtergelaten. Of een stelsel van dammen en sluizen uit de
                                8ste eeuw om het water te beheersen.</al><al>Het bodemarchief is zeer waardevol voor deze periode, maar kan ook
                                eenvoudig verstoord worden. We dienen zeer voorzichtig met dit
                                kwetsbare bodemarchief om te gaan en in uiterste geval van
                                daadwerkelijke bedreiging tot onderzoek over te gaan. Daarbij worden
                                de gegevens zorgvuldig opgenomen en ingetekend. Het gehele
                                grondgebied van Vlaardingen is in de Cultuurhistorische Hoofd
                                Structuur aangemerkt met een grote tot zeer grote kans op
                                archeologische sporen. De gemeente Vlaardingen heeft echter maar
                                twee terreinen aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument.
                                Voor een gebied met zo’n hoge potentie zou bescherming van meer
                                archeologische terreinen recht doen aan deze potentie. Voorgesteld
                                wordt om een selectie te maken van onverstoorde, de op de
                                archeologische kaart geel ingekleurde terreinen (gebieden van hoge
                                archeologische waarde) en deze voor gemeentelijke bescherming als
                                archeologisch gemeentelijk monument in aanmerking te laten
                                komen.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>De structuur bepaald (1000 – 1600 na Chr.)</titel></kop><structuurtekst><al> Ontginningen</al><al> Het omliggende gebied buiten de nederzetting werd ontgonnen vanaf
                                de 11de eeuw door boerderijen te plaatsen op kavels die bepaald
                                werden door de loop van de kreken. Hierdoor ontstaat een zeer
                                onregelmatig patroon. De ontginningen hebben zich geconcentreerd
                                rond het zuidelijke gedeelte van de Holierhoekse polder en het
                                oostelijke gedeelte van de Aalkeet-Buitenpolder. Deze ontginningen
                                zijn alleen nog op oud kaartmateriaal te zien. De sporen in het
                                landschap zijn door de verstedelijking volledig uitgewist. Aan het
                                einde van de 11de eeuw worden de overige landerijen meer
                                systematisch ontgonnen onder invloed van de geestelijkheid van de
                                Abdij van Egmond. Dit resulteerde in een regelmatige zeer lange
                                strokenverkaveling. Deze strokenverkaveling is nog steeds zichtbaar
                                in de buitengebieden ten westen en ten noorden van de stad
                                Vlaardingen. Hierbij speelt de afwatering, natuurlijk of gegraven,
                                ook een grote rol. Deze ontginningen vinden plaats vanuit de in het
                                gebied gestichte boerderijen (mansions), die verspreid in de polders
                                liggen. Van vier, nu binnen de stad gelegen locaties is bekend dat
                                deze uit een ontginningsboerderij zijn ontstaan. Dit zijn de
                                buitenplaats Holy en het “Landje van Chardon”. Deze locaties zijn
                                inmiddels opgenomen als beschermd gemeentelijk (archeologisch)
                                monument. De derde locatie betreft de buitenplaats Hoogstad. Alleen
                                in de Aalkeet-Binnenpolder liggen de boerderijen op één lijn op de
                                daar aanwezige kreekrug. Afwatering</al><al> De afwatering van het gebied rond Vlaardingen gaat aanvankelijk
                                door natuurlijk verloop via de bestaande kreken, waaronder de
                                Vlaarding en de Poeldijkse Watering. Deze watering is, zij het door
                                vergraving nog steeds aanwezig in de Westwijk en de Indische Buurt.
                                Door de groei van Vlaardingen is de samenvloeiing naar het noorden
                                verlegd. Dit gegraven afvoerkanaal, Biersloot, komt uit in de reeds
                                gegraven Vlaardinger Vaart. De Biersloot is gedempt en omgevormd tot
                                straat met die naam. Deze straat vormt een deel van de scheiding
                                tussen de centrumwijk en de Noordwestelijke centrumwijk. Vlaardinger
                                Vaart</al><al> De Vlaardinger Vaart (Breevaart) wordt in het midden van de 13de
                                eeuw aangelegd als afwateringskanaal vanuit Naaldwijk, Rijswijk en
                                Schipluiden. Op deze vaart worden achtereenvolgens de Biersloot en
                                de rivier de Vlaarding met een zijlsloot aangesloten. In de 18de
                                eeuw wordt de Vaart voorzien van een jaagpad, zodat de Vaart ook
                                voor de trekvaart gebruikt kan worden. Het jaagpad is nog aanwezig
                                en functioneert als fiets- en/of wandelpad. Dijken en
                                dwarskaden</al><al> Aanvankelijk was er geen dijkbescherming rondom het gebied van
                                Vlaardingen. Het gebied lag hoog genoeg. Pas nadat in het midden van
                                de 12de eeuw het gebied vaak overstroomde en de oude nederzetting
                                Vlaardingen verwoest werd, werd begonnen met de aanleg van dijken.
                                De eerste dijken werden tussen de opgeworpen terpen aangelegd. De
                                dijken in Vlaardingen, bestaande uit de Maassluissedijk, Markt,
                                Hoogstraat en de Kortedijk behoren tot de oudste gedeelten van de
                                westelijke waterkering langs de Maas. Deze dijklichamen zijn
                                opgenomen in de stedelijke structuur en herkenbaar. De oostelijke
                                gedeelten van de waterkering is verschillende malen verlegd. Dit
                                traject liep aanvankelijk langs de Kortedijk over het tracé van de
                                huidige Kethelweg. Ook deze weg ligt vrij hoog. Stad
                                Vlaardingen</al><al> De door de overstromingen verwoeste nederzetting Vlaardingen wordt
                                in het midden van de 12de eeuw opnieuw op oeverwallen en opgeworpen
                                terpen opgebouwd. De terpen worden verbonden met dijken. De oudst
                                bekende rechten dateren van 1273. Door het verkrijgen van
                                stadsrechten (1327) en tolprivileges (1372) en verwerven van het
                                stapelrecht, krijgt de nederzetting als handelsplaats een nieuwe
                                impuls. Overschotten van de landbouw worden verhandeld. Overstroming
                                en verzanding</al><al> De Maas voert eerst voornamelijk water af via de Maasdelta. Dit
                                gebied raakt regelmatig onder water, waarbij de oude nederzetting
                                Vlaardingen verwoest wordt. Na de St. Elisabethsvloed verlegt de
                                waterafvoer zich via de ontstane Biesbosch en het Hollands Diep.
                                Alleen de Lek voert dan nog water af via de Nieuwe Maas. Hierdoor
                                verzandt de Maasdelta met alle gevolgen van dien voor de scheepvaart
                                en de economie. Monumenten</al><al> Uit deze periode zijn slechts (onderdelen van) structuren bewaard
                                gebleven. Bebouwing van deze structuren is geheel verdwenen.
                                Restanten hiervan zijn mogelijk nog in de grond aanwezig. De
                                structuren zijn niet beschermd. Tot deze structuren behoren: - De
                                dijklichamen, die in het centrum van Vlaardingen zichtbaar zijn;
                                Deze dijklichamen hebben nu veelal geen waterkerende functie en zijn
                                in principe vogelvrij.</al><al> - De Vlaardinger Vaart</al><al> - Het slagenlandschap in het westelijke en noordelijke
                                buitengebied.</al><al> - De structuur en verkaveling van de kerkring en het begin van de
                                Hoogstraat De genoemde structuren zijn niet beschermd, maar worden
                                in de CHS aangemerkt als belangrijke tot zeer belangrijke
                                historisch-landschappelijke lijnen. Monumenten die een goed beeld
                                geven van deze periode en van deze structuren, en die in aanmerking
                                kunnen komen voor een of andere vorm van bescherming zijn:</al><al> - De op de CHS geel ingekleurde terreinen van hoge archeologische
                                waarde uit deze periode.</al><al> - De boerderijen, zowel in het buitengebied als de inmiddels
                                ingebouwde boerderijen, de middeleeuwse boerderijplaatsen op
                                woonheuvels of terpen.</al><al> - De oudste bouwfase van de Grote Kerk behoort ook tot deze
                                periode.</al><al> De infrastructuur van het water (dijken en kaden) is het waard om
                                herkenbaar te houden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>De welvarende stad (1600 – 1800 na Chr.)</titel></kop><structuurtekst><al>Haven</al><al>Na de grote stadsband van 1574 werd de wederopbouw snel ter hand
                                genomen, waarbij ook enige uitbreidingen van de stad aan de
                                westelijke en de noordelijke zijde plaatsvonden. Daarna vindt ook de
                                uitbreiding in zuidelijke richting plaats langs de uitmonding van de
                                Vlaarding in de Nieuwe Maas. De welvaart blijft zich voorspoedig
                                ontwikkelen. Na 1756 komt een einde aan de voorspoed door de
                                blokkade van de Engelse vloot voor de Hollandse kust, waardoor het
                                onmogelijk was voor de Vlaardingse vissers om uit te varen. Ook
                                handelsschepen konden de Vlaardingse haven niet in of uit. Een
                                bijkomend probleem is de voortdurende verzanding van de waterwegen
                                naar open zee.</al><al/><al>Inpolderingen aan de Nieuwe Maas</al><al>De inpolderingen van buitendijkse riviergebieden vindt plaats ten
                                zuiden van de Maasluissedijk, het gebied “Buitenweide” en
                                “Louweland” aan de oostelijke zijde van de haven en de
                                “Vettenoordsepolder” aan de zuidzijde van de stad. Vooral de
                                havenzijde van de Vettenoordsepolder raakt snel bebouwd met
                                pakhuizen, en bebouwing t.b.v. visserij. De haven krijgt een kraan
                                (1625) en de handel bloeit. Agrarische producten worden niet meer
                                uitgevoerd, maar ingekocht.</al><al/><al>Buitenplaatsen</al><al>Voor de Ambachtsheer wordt in 1612 de buitenplaats “het Hof”
                                aangelegd op het net ingedijkte gebied ten oosten van de haven
                                (Buitenweide). De buitenplaats wordt in 1830 door de gemeente
                                aangekocht en de gebouwen gedeeltelijk gesloopt. De laatste
                                (bij)gebouwen worden in 1895 gesloopt bij de aankoop van de
                                particuliere gasfabriek. Van deze buitenplaats is alleen nog een
                                restant van de omgrachting van de moestuin aanwezig, die opgenomen
                                is in de aanleg van het Oranjepark. Behalve deze buitenplaats zijn
                                nog twee buitenplaatsen binnen de gemeente aanwezig geweest. De
                                buitenplaats “ t Nieuwlandt”, gelegen in de Babberspolder, is geheel
                                verdwenen onder de nieuwe structuur van de wijk Babberspolder.
                                Hetzelfde geldt voor de buitenplaats ‘Steenhuyse’. Van de
                                buitenplaats Holy resteren alleen het toegangshek en twee
                                gevelstenen. Deze zijn opnieuw opgesteld op het terrein van de
                                buitenplaats nabij het ziekenhuis.</al><al/><al>Monumenten</al><al>Uit deze periode is nog veel zichtbaar. Na de stadsbrand (1574) is
                                de stad in hoog tempo opgebouwd waarbij de bestaande structuur en
                                verkaveling en rondom de Kerkring en de Hoogstraat waarschijnlijk
                                gehandhaafd bleef. Veel objecten zijn op oude grondslag herbouwd en
                                vergroot. Vlaardingen groeit en breidt zich uit naar het zuiden met
                                de nodige inpolderingen, maar ook naar het noorden. De economische
                                bedrijvigheid uit zich vooral in de handel en de visserij. De beide
                                takken van bedrijvigheid bezitten elk hun specifieke bebouwing. Voor
                                de handel zijn dit vooral de pakhuizen en rederijkantoren, soms
                                gecombineerd met wonen. Deze objecten zijn in de lijst van
                                Rijksmonumenten meer vertegenwoordigd dan in de gemeentelijke
                                monumentenlijst. De visserij had vooral behoefte aan boten met
                                tuigage, kabels en netten. De opslag en verwerking van de vis vormt
                                een ander deel van deze bedrijfstak. Het visserijbedrijf lijkt
                                ondervertegenwoordigd in de monumentenlijsten. Hier ligt voor de
                                gemeentelijke lijst een kans om tot een evenwichtige en een voor
                                Vlaardingen typerende lijst van monumenten te komen.</al><al>Het is ook te overwegen om een of meer roerende monumenten aan te
                                wijzen, zoals schepen in de haven.</al><al>Van de Vlaardingse buitenplaatsen zijn alleen nog restanten over.
                                Het deels omgrachte moestuin-terrein van het Hof is onderdeel van
                                het Oranjepark (nog geen monumentenstatus). Van de buitenplaats Holy
                                zijn de toegangspoort en twee gevelstenen opnieuw opgesteld, maar
                                niet op zijn oorspronkelijke plek. Beide onderdelen moeten beschermd
                                worden. Daarbij dienen de genoemde onderdelen versterkt te worden
                                door het beter herkenbaar maken van de historische
                                ontwikkeling.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Veranderingen (1800 – 1900 na Chr.)</titel></kop><structuurtekst><al>Nutsvoorzieningen</al><al>De voorzieningen ten behoeve van het algemeen nut zijn in opkomst en
                                worden aangelegd. Daarvoor zijn fabrieken en installaties nodig. In
                                1859 wordt bij het terrein van “het Hof” een gasfabriek geplaatst.
                                Op het buitendijkse land ten zuiden van de nog aan te leggen
                                Oostwijk wordt de eerste installatie van het waterbedrijf met
                                watertoren aangelegd. Alleen een straatnaam in het gebied ten zuiden
                                van de Kon. Wilhelminahaven herinnert aan deze eerste installatie.
                                De tweede watertoren heeft achter de huidige Stadsgehoorzaal aan de
                                Emmastraat gestaan. De derde toren (1952) staat aan de rand van het
                                Oranjepark, nabij de brandweerkazerne. De buiten gebruik zijnde
                                toren is de laatste herinnering aan het zelfstandige waterbedrijf in
                                Vlaardingen.</al><al/><al>Industrialisatie</al><al>Nadat de economisch voorspoed is ingezakt, volgt een periode van
                                betrekkelijke armoede. Vlaardingen groeit economisch gezien niet,
                                zelfs de visserij ligt plat. Het duurt tot aan het einde van de 19de
                                eeuw voordat de visserij een impuls krijgt door de aanleg van de
                                Nieuwe Waterweg en enige vernieuwingen binnen het visserijbedrijf.
                                De Oude Haven raakt vol, niet allen vanwege de visserij maar ook
                                vanwege de op- en overslag van goederen. Uitbreiding van de
                                havencapaciteit is mede door de industriële ontwikkelingen vanaf
                                1880 noodzakelijk. Deze wordt aangelegd buiten de dan aanwezige
                                beschermende dijken aan de Nieuwe Waterweg. De Kon. Wilhelminahaven
                                wordt aangelegd (1896-1904), bereikbaar is via een doorvaart, waar
                                ook de Oude Haven op aansluit. Het interbellum wordt door het
                                gemeentebestuur en bedrijfsleven (bewust) aangegrepen om vaart
                                achter de ontwikkeling van industrie en handel te zetten. De stad
                                zou minder afhankelijk van de (eenzijdige economie van de visserij)
                                moeten worden. Ontwikkelingen volgen in hoog tempo, waardoor de
                                smalle toegang toe de nieuwe haven niet meer voldoet. Een nieuwe
                                toegang vanaf de Nieuwe Waterweg is noodzakelijk (1926), waarbij ook
                                de haven wordt vergroot. Vrij kort na de eerste aanleg van de haven
                                volgt de Vulcaanhaven (1913). Industrieën verdringen zich om een
                                plekje te bemachtigen tussen de haven en de in 1891 geopende
                                spoorlijn Rotterdam - Hoek van Holland. Na de uitbreidingen in
                                oostelijke richting volgen de uitbreidingen in westelijke richting
                                langs de oever van de Nieuwe Waterweg.</al><al/><al>Monumenten</al><al>Het ineenzakken van de economische voorspoed is zichtbaar in de
                                bebouwing. Er wordt niet veel gebouwd. Pas als de economische
                                omstandigheden opleven aan het einde van de negentiende eeuw krijgt
                                de bebouwing ook een impuls. De bebouwing is tweeledig. De
                                industrialisatie vereist nieuwe en grotere bedrijfshallen en
                                mogelijkheden om goederen op te slaan. De werkgelegenheid trekt
                                mensen van verschillende maatschappelijke klassen aan, die
                                gehuisvest moeten worden. Een tweede ontwikkeling is de voorzichtige
                                opstart van de nutsvoorzieningen. Van als deze initiatieven is bijna
                                niets meer over, behalve een watertoren en een deel van het
                                brandweerkazernecomplex, dat bij het inmiddels gefuseerde
                                Gemeentelijk Energie Bedrijf in gebruik was.</al><al>Deze ontwikkelingen zijn in de lijst van rijksmonumenten meer terug
                                te vinden dan in de gemeentelijke lijst. De structuren en rondom het
                                havengebied van de Kon. Wilhelminahaven zijn voldoende
                                geïnventariseerd, maar tot bescherming op grote schaal is nog niet
                                overgegaan.</al><al>Er liggen voldoende kansen om het voor Vlaardingen kenmerkende thema
                                “industrieel erfgoed’ in de gemeentelijke lijst van monumenten te
                                verwerken.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Uitbreiding en doorsnijding (1900 - 2000 na Chr.)</titel></kop><structuurtekst><al>Verstedelijking</al><al>Na de eerste voorzichtige uitbreidingen aan het einde van de 19de
                                eeuw in de Oostwijk en de Vettenoordsepolder worden na 1900 in hoog
                                tempo de gehele Oostwijk, de drie wijken rondom Vlaardinger Ambacht
                                en de wijk noordwestelijk van de centrumwijk gebouwd en een aanzet
                                gegeven voor de Indische buurt. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de
                                Indische buurt gecompleteerd, waarna de wijk Babberspolder en de
                                Westwijk volgen. Uiteindelijk volgt als laatste de wijk Holy.
                                Aanvankelijk zou na de voltooiing van de Westwijk de Noordwestwijk
                                (Broekpolder) ter hand worden genomen. Omdat de Broekpolder nog in
                                gebruik was voor de berging van havenslib, is er toen voor gekozen
                                om eerst de Noordoostwijk (Holywijk) te ontwikkelen, vooruitlopend
                                op de ontwikkeling van de Noordwestwijk.</al><al/><al>Het is aan de verandering van rijksbeleid (het groeikernbeleid) te
                                danken dat de bebouwing van de Broekpolder verder is getemporiseerd
                                (en uiteindelijk is afgelast). Bij al de uitbreidingen zijn
                                bestaande polderstructuren vrijwel geheel verdwenen.</al><al/><al>Monumenten</al><al>De verstedelijking zet in Vlaardingen vooral na de Tweede
                                Wereldoorlog door. Grote stukken buitengebied en polderland
                                verdwijnen onder nieuwe stedenbouwkundige structuren. Monumenten uit
                                deze periode zijn er nog niet, en de objecten en de structuren uit
                                deze periode worden bedreigd. Vlaardingen kan vanwege deze nieuwe
                                structuren, die nationale en internationale voorbeelden van
                                stedenbouwkunde waren, een toon zetten bij de aanwijzing van jonge
                                monumenten voor een gemeentelijke monumentenlijst.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><titel>Toekomst (na 2000)</titel></kop><structuurtekst><al>Verdichting stedelijk gebied</al><al>De grenzen van het stedelijk gebied zijn nu vastgelegd. De blijvende
                                vraag naar grotere en ruimere woningen houdt aan. Binnen het
                                stedelijke gebied worden naar oplossingen gezocht voor dit
                                vraagstuk. De laatste visie is vastgelegd in de “Ruimtelijke
                                Structuurschets Vlaardingen 2020”. In deze visie worden bestaande
                                structuren, bestemmingen en ruimte-indelingen opnieuw ingedeeld.
                                Hierbij komen de bestaande ruimtelijke indelingen en kwaliteiten van
                                de wijken uit van met name de na-oorlogse periode in het
                                geding.</al><al>Het is nog maar de vraag of deze ingrepen de monumenten van de
                                toekomst zullen opleveren. Ook is nog onduidelijk welke waardevolle
                                objecten en structuren zullen verdwijnen door deze ingrepen.</al><al>Hier is een ander onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van de
                                wijken gewenst, Hiervoor zijn landelijke onderzoeksmethodes
                                ontwikkeld.</al><al/><al>Open houden buitengebied</al><al>Met het aflopen van de werking van de reconstructiewet
                                Midden-Delfland breekt een nieuwe periode aan waarvoor ook nieuwe
                                oplossingen moeten worden gezocht. Met de aanwijzing als topgebied
                                cultureel erfgoed en als belvedèregebeid is het Vlaardingse deel van
                                Midden-Delfland gevrijwaard van bebouwing.</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><titel>Bronnen</titel></kop><structuurtekst><al> Gesprekken met: - C. Bot, wethouder belast met o.m. monumentenzorg</al><al> - C. Kruyt, directeur Dienst Stadswerk</al><al> - J. Plooij, plv. directeur Dienst Stadswerk</al><al> - C. Plokhooij, hoofd afdeling Ruimtelijke Ordening en Milieu</al><al> - J. Baris, hoofd sectie Vergunningen en Ontheffingen van de afdeling
                            Ruimtelijke Ordening en Milieu</al><al> - C. de Vries, adm. juridisch medewerker bouw- en monumentenzaken
                            afdeling Ruimtelijke Ordening en Milieu</al><al> - Ir H.C.A. de Kat, lid van de monumentencommissie Literatuur: - Kuiper
                            Compagnons Gemeente Vlaardingen Welstandsnota (Vlaardingen 2004)</al><al> - J. Stoelhorst Monument onbekend maakt monument onbemind (Stichting
                            Nationaal Contact Monumenten, Amsterdam 2004)</al><al> - J. Stoelhorst Monumentencommissies in beweging (Stichting Nationaal
                            Contact Monumenten, Amsterdam 2002)</al><al> - Vereniging voor Nederlandse Gemeenten Monumentenzorg lokaal op koers.
                            Een handreiking voor een gerichte aanpak van gemeentelijk
                            monumentenbeleid. (VNG uitgeverij, Den Haag 2000)</al><al> - Dorp, Stad en Land Gemeentelijke Monumentenbeleid in Zuid-Holland,
                            Ervaringen en aanbevelingen van Dorp, Stad en Land (Rotterdam 2001)</al><al> - Diverse auteurs, Monumenten Inventarisatie Project, Jongere bouwkunst
                            en stedebouw, 1800-1945, Vlaardingen deel 1 en 2 (Provinciaal Bestuur
                            van Zuid-Holland, ’s-Gravenhage 1995)</al><al> - Drs. K.Z. Messchaert, Inventarisatie vooroorlogse- en naoorlogse
                            bouwkunst Rivierzone Vlaardingen (Amsterdam 2001)</al><al> - Drs. K.Z. Messchaert, Inventarisatie gebouwen Koningin
                            Wilhelminahaven en Buitenhaven te Vlaardingen (Amsterdam 2002)</al><al> - A.J. van Bommel en R.R. Wijk, Inventarisatie Wederopbouw Vlaardingen
                            (Vlaardingen 2002)</al><al> - G. Ottevanger e.a., Molens, gemalen en andere waterstaatkundige
                            elementen in Midden Delfland, een inventarisatie van hun
                            cultuurhistorische waarden (Provinciale Waterstaat Zuid-Holland, Den
                            Haag 1985) - C.S.T.J. Huijts, De ontwikkeling van de Midden Delflandse
                            boerderij, een onderzoek in het kader van de reconstructie van
                            Midden-Delfland (Bureau van Uitvoering Midden Delfland, Maasland
                            1984)</al><al> - Provincie Zuid Holland, Cultuurhistorische Hoofdstructuur
                            Zuid-Holland, regio Delfland en Schieland (Provincie Zuid-Holland, Den
                            Haag 2002)</al><al> - Provincie Utrecht, Dienst Ruimte en Groen, Sector Recreatie, Erfgoed
                            en toerisme, Niet van Gisteren, Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de
                            provincie Utrecht, regio Delfland en Schieland (Provincie Utrecht,
                            2002)</al><al> - C. Postma, Korte geschiedenis van Vlaardingen (Vlaardingen 1958)</al><al> - H. van der Sloot, Vissen bij de vleet. (Stichting Vlaardingen 73,
                            Vlaardingen 1973)</al><al> - Stichting Boerderij &amp; Erf Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, Van
                            oud naar behoud, handboek boerderijherstel, suggesties, spelregels en
                            subsidies (2004)</al><al> - Niek de Boer en Ronald Lambert, Woonwijken, Nederlandse stedebouw
                            1945-1985 (uitgeverij 010, Rotterdam 1985)</al><al> - Leon van Meijel, De naoorlogse wijk in historisch perspectief: de
                            praktijk (VNG-uitgeverij, Den Haag 2001)</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><titel>Lijst met afkortingen</titel></kop><structuurtekst><al>Afkorting Betekenis</al><al> AMK Archeologische Monumenten Kaart</al><al> BRIM Besluit Rijkssubsidiering Instandhouding Rijksmonumenten</al><al> BROM Besluit Rijkssubsidiering Onderhoud Rijksmonumenten</al><al> BRRM Besluit Rijkssubsidiering Restauratie Rijksmonumenten</al><al> DSL Stichting Dorp, Stad en Land</al><al> ISV Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing</al><al> MIP Monumenten Inventarisatie Project</al><al> MW Monumentenwacht</al><al> NCM Nationaal Contact Monumenten</al><al> NRF Nationaal Restauratiefonds</al><al> OM Open Monumentendag</al><al> OZB Onroerende Zaak Belasting</al><al> PRUP Provinciaal Restauratie Uitvoeringsprogramma</al><al> RDMZ Rijksdienst voor de Monumentenzorg</al><al> ROB Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek</al><al> VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Besloten in de vergadering van 02-02-2006</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><al> 1. overzicht van subsidies voor monumenten</al><al> 2. procedure voor monumentenvergunningen</al><al> 3. Overzicht rijks- en gemeentelijke monumenten De volgende inventarisaties
                    zijn voorhanden: a. Monumenten Inventarisatie Project (M.I.P.)</al><al> b. Inventarisatie Vooroorlogse- en naoorlogse bouwkunst Rivierzone
                    Vlaardingen</al><al> c. Inventarisatie gebouwen Koningin Wilhelminahaven en buitenhaven te
                    Vlaardingen</al><al> d. Inventarisatie Wederopbouw Vlaardingen</al><al><plaatje><illustratie id="i4ed627c9-e886-44bf-bb99-c3addb25cc87" naam="i19563i4ed627c9-e886-44bf-bb99-c3addb25cc87.jpg" type="lijn" breedte="15.9cm" hoogte="10.7cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ideac9f64-cf83-4798-aebe-af3a9edc220b" naam="i19564ideac9f64-cf83-4798-aebe-af3a9edc220b.jpg" type="lijn" breedte="15.9cm" hoogte="11.1cm"/></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>