<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77977_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Leerlingenvervoer gemeente Vlaardingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 46, 22-05-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening leerlingenvervoer Gemeente Vlaardingen 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP DE EXPERTISECENTRA">Wet op de expertisecentra, art. 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS">Wet op het primair onderwijs, art. 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-05-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>615598</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening leerlingenvervoer Gemeente Vlaardingen 2002.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Leerlingenvervoer gemeente Vlaardingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Vlaardingen,</al><al/><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Vlaardingen d.d. 13
                        mei 2003 R.nr. 25.1;</al><al/><al> gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de
                        Wet op de expertisecentra, en artikel 4 van de Wet op het voortgezet
                        onderwijs, </al><al/><al> besluit vast te stellen de volgende: Verordening Leerlingenvervoer gemeente
                        Vlaardingen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder</al><al> a. school: * een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als
                            bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Stb. 1998,495);</al><al> * een school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal
                            onderwijsof voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de
                            expertisecentra (Stb. 1998, 496);</al><al> * een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het
                            voortgezet onderwijs (Stb. 1998,512);</al><al> * een school voor speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in deel II
                            van de Wet op het voortgezet onderwijs. b. ouders: de ouders, voogden of
                            verzorgers van de leerling;</al><al> c. leerling: een leerling van een school als bedoeld onder a;</al><al> d. woning: de plaats waar de leerling feitelijk zijn hoofdverblijf
                            heeft;</al><al> e. afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de
                            kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;</al><al> f. vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen
                            de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in
                            aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens het
                            schoolplan, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige
                            leerling die aansluiting onmogelijk maakt; g. openbaar vervoer: voor een
                            ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per trein,
                            metro, tram, bus, veerdienst of auto;</al><al> h. aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi,
                            treintaxi of bustaxi;</al><al> i. eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets of fiets;
                            j. reistijd: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de
                            woning en de aanvang van de schooldag volgens het schoolplan, minus
                            maximaal 10 minuten indien en voorzover de leerling het schoolgebouw met
                            bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan het schoolplan
                            aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de
                            schooldag volgens het schoolplan en de aankomst bij de woning;</al><al> k. toegankelijke school: * voor basisscholen en speciale scholen voor
                            basisonderwijs: de basisschool van de verlangde godsdienstige of
                            levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school of de speciale
                            school voor basisonderwijs waarop de leerling is aangewezen van de
                            verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de
                            openbare school;</al><al> * voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en scholen voor
                            voorgezet onderwijs: de school van de soort waarop de leerling is
                            aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke
                            richting dan wel de openbare school van de soort waarop de leerling is
                            aangewezen; l. inkomen: het ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting
                            2001 (Stb. 2000, 215) vastgestelde vastgestelde gecorrigeerde
                            verzamelinkomen van de ouders in het tweede kalenderjaar voorafgaande
                            aan het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt
                            gevraagd;</al><al> m.opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de
                            leerling gebruik kan maken van het vervoer; commissie voor de
                            begeleiding: de commissie die is ingesteld door het bevoegd gezag van n.
                            een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,
                            niet zijnde een instelling, of de bevoegde gezagsorganen van twee of
                            meer scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,
                            niet zijnde instellingen, die hetzelfde regionaal expertisecentrum in
                            stand houden;</al><al> o. vervoersvoorziening: een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de
                            door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en
                            zo nodig diens begeleider; * de verstrekking van een abonnement of
                            strippenkaart voor de leerling en zonodig diens begeleider, of</al><al> * aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet
                            verzorgen. p. permanente commissie leerlingenzorg: de commissie als
                            bedoeld in artikel 23 van de Wet op het primair onderwijs; toelatings-
                            en begeleidingscommissie: de aan een speciale school voor basisonderwijs
                            verbonden commissie die ten behoeve van een leerling een
                            behandelingsplan opstelt;</al><al> r. samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband als bedoeld in
                            artikel 18 van de Wet het primair onderwijs;</al><al> s. regionale verwijzingscommissie: de commissie als bedoeld in artikel
                            10g van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al> t. opdc: orthopedagogisch en –didactisch centrum als bedoeld in artikel
                            10h, derde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al> u. ambulante begeleiding: de begeleiding door een personeelslid van een
                            school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            expertisecentra van leerlingen die zijn geplaatst op een basischool of
                            leerlingen die zijn geplaatst op een school voor voortgezet onderwijs en
                            naar het oordeel van het bevoegd gezag zonder die begeleiding zouden
                            zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal
                            onderwijs; v. commissie voor de indicatiestelling: de commissie als
                            bedoeld in artikel 28c van de Wet op de expertisecentra;</al><al> w. commissie leerlingenvervoer: de commissie ingesteld door het
                            Bestuurlijk Onderwijs Overleg Vlaardingen, bestaande uit een door
                            burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar en de directeuren van de
                            Vlaardingse speciale scholen voor basisonderwijs en school voor
                            (voortgezet) speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen, met
                            tot taak het geven van advies als bedoeld in artikel 11 lid 3 van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten
                                vervoerskosten</titel></kop><al> 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van
                            in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een
                            vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze
                            verordening.</al><al> 2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt het
                            dat de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de
                            vervoerskosten toekomt, hun kinderen van het aldus verzorgde vervoer
                            gebruik laten maken tegen betaling van een bijdrage tot ten hoogste het
                            bedrag dat de ouders ingevolge het bepaalde in deze verordening moeten
                            bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in
                            de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de
                            aanspraak op bekostiging vervallen.</al><al> 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de
                            verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun
                            kinderen.</al><al> 4. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de
                            bekostiging op aanvraag verstrekt aan de leerling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school</titel></kop><al> 1. Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand
                            tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de
                            leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen
                            school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de
                            ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.</al><al> 2. Indien ouders bekostiging van de vervoerskosten aanvragen voor het
                            bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen
                            dan in artikel 11of 15 is bepaald, terwijl een of meer scholen van
                            dezelfde onderwijssoort dichterbij de woning zijn gelegen, ontstaat
                            slechts aanspraak op bekostiging naar eerstgenoemde school als door de
                            ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben
                            tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs
                            van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is
                            aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.</al><al> 3. Voor de leerlingen die een school voor (voortgezet) speciaal
                            onderwijs uit cluster 4 bezoekt geldt als dichtstbijzijnde toegankelijke
                            school, de school die door de commissie voor de indicatiestelling is
                            geadviseerd. Dit is van toepassing zolang de leerling zijn woonplaats
                            heeft in het gebied van het regionaal expertisecentrum waaraan
                            voornoemde commissie is verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitbetaling van de bekostiging</titel></kop><al>Het college bepaalt bij het verstrekken van bekostiging van de
                            vervoerskosten de wijze en het tijdstip van de uitbetaling, alsmede de
                            tijdsduur van de vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><al> 1. Een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten wordt gedaan
                            door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de
                            ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde
                            gegevens.</al><al> 2. De aanvraag wordt, indien het een aanvraag voor het eerstvolgende
                            schooljaar betreft, voor 1 juni voorafgaand aan dat schooljaar
                            ingediend.</al><al> 3. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk
                            is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te
                            verstrekken.</al><al> 4. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                            van alle benodigde gegevens.</al><al> 5. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten
                            hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk
                            in kennis.</al><al> 6. In spoedeisende gevallen kan het college een tijdelijke voorziening
                            treffen vooruitlopend op het definitieve besluit.</al><al> 7. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend wordt deze getroffen,
                            onverminderd het bepaalde in lid 6 van dit artikel: a. met ingang van
                            het nieuwe schooljaar indien de aanvraag voor 1 juni is ingediend;</al><al> b. met ingang van de door de ouders verzochte datum als het een
                            aanvraag gedurende het schooljaar betreft, met dien verstande dat de
                            datum waarop bekostiging wordt verstrekt niet ligt voor de datum van
                            ontvangst van de aanvraag door het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Doorgeven van wijzigingen</titel></kop><al> 1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op
                            de verstrekte bekostiging van de vervoerskosten, onder vermelding van de
                            datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het
                            college.</al><al> 2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de
                            verstrekte bekostiging, vervalt de aanspraak op bekostiging en verstrekt
                            het college al dan niet opnieuw bekostiging van de vervoerskosten.</al><al> 3. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid en
                            het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt,
                            waardoor blijkt dat ten onrechte bekostiging is verstrekt, vervalt de
                            aanspraak op bekostiging van de vervoerskosten terstond en verstrekt het
                            college al dan niet opnieuw bekostiging van de vervoerskosten toe. Het
                            college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.</al><al> 4. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden
                            teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuwe
                            verstrekking van bekostiging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Peildatum leeftijd leerling</titel></kop><al>Voor het verstrekken van bekostiging op basis van artikel 12 is bepalend
                            de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de
                            bekostiging betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Andere vergoedingen</titel></kop><al>De aanspraak op bekostiging wordt verminderd met de aanspraak op een
                            toelage, voorzover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op
                            de reiskosten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN DE LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR
                            PRIMAIR ONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bekostiging voor de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale
                                school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt bekostiging
                            verstrekt van de kosten van het vervoer over de afstand tussen de woning
                            dan wel de opstapplaats en:</al><al>a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school
                            voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool
                            waarvan de leerling afkomstig is, of</al><al>b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a
                            bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor
                            de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar
                            de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Permanente commissie leerlingenzorg</titel></kop><al> 1. Het college neemt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                            leerlingenvervoer de beslissing in acht van de permanente commissie
                            leerlingenzorg over de toelating van de leerling op een speciale school
                            voor basisonderwijs.</al><al> 2. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                            leerlingenvervoer eventuele adviezen van de permanente commissie
                            leerlingenzorg, dan wel van de toelatings- en begeleidingscommissie of
                            de directeur van de school, die voor de beoordeling van die aanvraag van
                            belang zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                                fiets</titel></kop><al> 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                            voor basisonderwijs bezoekt of een speciale school voor basisonderwijs
                            bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer,
                            indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem
                            toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.</al><al> 2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                            bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de
                            leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder
                            begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets.</al><al> 3. In aanvulling op lid 1 kan het college aan de ouders van een
                            leerling die een speciale school voor basisonderwijs bezoekt bekostiging
                            verstrekken op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de
                            afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer
                            dan 2, maar niet meer dan 6 kilometer bedraagt, op basis van advies van
                            de commissie leerlingenvervoer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een
                                begeleider</titel></kop><al> 1. Indien aanspraak bestaat op een in artikel 11 bedoelde vergoeding,
                            bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van
                            een begeleider, indien de leerling jonger dan negen jaar is, en door de
                            ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de
                            leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de
                            fiets gebruik te maken.</al><al> 2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                            komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider
                            voor bekostiging in aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al> Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                            vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs
                            of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, indien voldaan wordt
                            aan het afstandscriterium van artikel 11, en 1. de leerling met
                            gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan
                            anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50%
                            of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht,
                            of:</al><al> 2. openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van
                            burgemeester en wethouders al dan niet onder begeleiding gebruik kan
                            maken van het vervoer per fiets.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al> 1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                            het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf
                            te vervoeren of te laten vervoeren.</al><al> 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf
                            vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><al> 1. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien
                            aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                            openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;</al><al> 2. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto,
                            afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op
                            bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde
                            in het vierde lid.</al><al> 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling
                            tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, en bedrag op basis van
                            een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling
                            binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al> 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                            ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen
                            bekostiging ontvangen, afgeleid van de reisregeling binnenland, wordt
                            door het college geen bekostiging verstrekt.</al><al> 5. Indien aanspraak bestaat op een bekostiging van de vervoerskosten en
                            het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling
                            gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan
                            de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets,
                            afgeleid van de reisregeling binnenland.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN DE LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR
                            (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                                fiets</titel></kop><al> 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                            voor(voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de
                            kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de
                            dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer
                            bedraagt.</al><al> 2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                            bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel
                            bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan
                            niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan
                            wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.</al><al> 3. In aanvulling op lid 1 kan het college aan de ouders van een
                            leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs voor zeer
                            moeilijk lerende kinderen bezoekt, bekostiging verstrekken op basis van
                            de kosten van het openbaar vervoer, fiets of bromfiets, indien de
                            afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer
                            dan 2, maar niet meer dan 6 kilometer bedraagt, op basis van advies van
                            de commissie leerlingenvervoer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Commissie voor de begeleiding</titel></kop><al> 1. Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een
                            leerling op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                            deskundigen te betrekken.</al><al> 2. Als de commissie voor begeleiding binnen vier schoolweken na
                            verzending van de adviesaanvraag geen advies heeft uitgebracht of niet
                            schriftelijk om verlenging van de adviestermijn met ten hoogste twee
                            weken heeft verzocht, wordt door het college het besluit genomen zonder
                            het advies van de commissie voor de begeleiding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van
                                een begeleider</titel></kop><al> 1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 15,
                            bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van
                            een begeleider, indien door de ouders ten behoeve van het college
                            genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling, gelet op zijn lichamelijke,
                            verstandelijke of zintuiglijke handicap of leeftijd, niet in staat is
                            zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.</al><al> 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                            deskundigen te betrekken.</al><al> 3. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                            komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één
                            begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al> 1. Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van
                            aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor
                            (voortgezet) speciaal onderwijs, indien voldaan wordt aan het
                            afstandscriterium van artikel 15, en</al><al> 1. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn
                            lichamelijk, verstandelijke of zintuiglijke handicap of
                            ontwikkelingsproblematiek niet in staat is - ook niet onder begeleiding
                            - van openbaar vervoer gebruik te maken, of</al><al> 2. de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of
                            terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast
                            vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan
                            worden teruggebracht, of</al><al> 3. openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van
                            het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het
                            vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer
                            per bromfiets.</al><al> 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                            deskundigen te betrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al> 1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                            het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf
                            te vervoeren of te laten vervoeren.</al><al> 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf
                            vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><al> 1. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien
                            aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het
                            openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;</al><al> 2. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto,
                            afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op
                            bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde
                            in het vierde lid.</al><al> 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één leerling
                            tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, bekostiging van een bedrag
                            op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de
                            Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al> 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                            ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen
                            een bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland,
                            wordt door burgemeester en wethouders geen bekostiging verstrekt.</al><al> 5. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                            college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling
                            gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het
                            college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van een
                            kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid van de
                            Reisregeling binnenland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bekostiging vervoerskosten</titel></kop><al> 1. Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de kosten
                            van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor
                            (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, in het geval de afstand van de
                            woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school
                            minder bedraagt dan is bepaald in artikel 15, indien burgemeester en
                            wethouders van oordeel zijn dat de lichamelijke, verstandelijke of
                            zintuiglijke handicap van de leerling dat vereist.</al><al> 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de commissie voor begeleiding of het advies van andere deskundigen
                            te betrekken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>BEPALINGEN OMTRENT WEEKEINDE- EN VAKANTIEVERVOER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bekostiging van de kosten van het weekeinde en vakantievervoer
                                aan de in de gemeente wonende ouders</titel></kop><al>Het college bekostigt desgewenst de kosten van het weekeind‑ en
                            vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling
                            die, met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet)
                            speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het
                            bepaalde in deze Titel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde en vakantievervoer </titel></kop><al> 1. Het college verstrekt aan de ouders bekostiging van de kosten van
                            het weekeinde- en vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per
                            weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de
                            leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voorzover de
                            weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde
                            schoolvakanties.</al><al> 2. Het college bekostigt de kosten van het vakantievervoer van de
                            leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer,
                            gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling
                            verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voorzover de vakantie
                            voorkomt in het schoolplan van de school die de leerling bezoekt.</al><al> 3. Titel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing, met
                            uitzondering van artikel 16, artikel 17,tweede lid, artikel 18, eerste
                            lid onder b; artikel 18, tweede lid; en artikel 20.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>EIGEN BIJDRAGE EN VERGOEDING NAAR FINANCIELE DRAAGKRACHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><al> 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
                            een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen
                            tezamen meer bedraagt dan € 20.450,-- wordt slechts bekostiging
                            verstrekt voorzover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten
                            van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven
                            gaan.</al><al> 2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
                            het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van
                            een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school
                            voor basisonderwijs bezoekt per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk
                            is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde
                            afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan €
                            20.450,--.</al><al> 3. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
                            lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
                            zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid,
                            van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden
                            worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het
                            daadwerkelijk gebruik ervan.</al><al> 4. Het bedrag van € 19.900 genoemd in het eerste en tweede lid, wordt
                            met ingang van 1 januari 2003 jaarlijks aangepast aan de wijziging die
                            het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
                            ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond
                            op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van
                            het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 19.900.</al><al> 5. Het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing op
                            het tweede en elk volgend kind uit hetzelfde gezin dat een drempelbedrag
                            verschuldigd is.</al><al> 6. Deze bepaling is niet van toepassing voor wie ingevolge titel 6 een
                            vervoersvoorziening is verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Financiële draagkracht</titel></kop><al> 1. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                            toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, wordt
                            de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële
                            draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.</al><al> 2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
                            het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de
                            woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs
                            meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële
                            draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de
                            kosten van het vervoer.</al><al> 3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de
                            bijdrage als bedoeld in het tweede lid zijn afhankelijk van de hoogte
                            van het belastbaar inkomen van de ouders in de zin van de Wet op de
                            inkomstenbelasting 2001 en bedragen: Inkomen in euro Eigen bijdrage in
                            euro</al><al> per 1 januari 2003 per 1 januari 2003</al><al> 0 - 27.500 nihil</al><al> 27.500 - 33.000 100</al><al> 33.000 - 38.500 415</al><al> 38.500 - 43.500 780</al><al> 43.500 - 50.000 1.135</al><al> 50.000 - 55.000 1.500</al><al> 55.000 en verder per € 4.500,-- extra inkomen wordt de eigen bijdrage
                            steeds opgehoogd met € 365,--. 4. De inkomensbedragen, genoemd in het
                            derde lid, worden met ingang van 1 januari 2003 jaarlijks aangepast aan
                            de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen
                            werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het
                            voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van €
                            500.</al><al> 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden
                            met ingang van 1 Januari 2003 jaarlijks aangepast aan de wijziging die
                            het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het
                            onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari
                            van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van €
                            5.</al><al> 6. Deze bepaling is niet van toepassing voor wie ingevolge titel 6 een
                            vervoersvoorziening is verstrekt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>6</nr><titel>BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN GEHANDICAPTE LEERLINGEN VAN
                            SCHOLEN VOOR PRIMAIR ONDERWIJS EN VOORTGEZET ONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met
                                begeleiding</titel></kop><al> 1. Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van
                            openbaar vervoer met begeleiding aan de ouders van de leerling die een
                            basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor
                            voortgezet onderwijs bezoekt en vanwege een lichamelijke, verstandelijke
                            of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer
                            gebruik kan maken. Ten aanzien van een leerling van een speciale school
                            voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht.</al><al> 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of
                            het advies van andere deskundigen te betrekken.</al><al> 3. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                            komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één
                            begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al><al> 4. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                            bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel
                            bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan
                            niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan
                            wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Bekostiging op basis van kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al> 1. Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van
                            aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool,
                            speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet
                            onderwijs bezoekt, indien</al><al> 1. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn
                            lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is –
                            ook niet onder begeleiding – van het openbaar vervoer gebruik te maken.
                            Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs
                            neemt het college artikel 9 in acht. Of:</al><al> 2. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en de
                            leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school en
                            terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast
                            vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan
                            worden teruggebracht, of:</al><al> 3. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en
                            openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het
                            college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer
                            per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per
                            bromfiets.</al><al> 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of
                            het advies van andere deskundigen te betrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al> 1. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                            het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf
                            te vervoeren of te laten vervoeren.</al><al> 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die één leerling zelf
                            vervoeren of laten vervoeren:</al><al> 1. een bedrag op basis van de kosten van openbaar vervoer indien
                            aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van openbaar
                            vervoer, behoudens hetbepaalde in het vijfde lid;</al><al> 2. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto,
                            afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak bestaat op
                            bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde
                            in het vierde lid.</al><al> 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                            verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling
                            tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, bekostiging van een bedrag
                            op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de
                            Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al> 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                            ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen
                            bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt
                            door het college geen bekostiging verstrekt.</al><al> 5. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                            college desgewenst toestaat dan wel van oordeel is dat de leerling
                            gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, bekostigt het
                            college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding
                            voor de fiets of bromfiets, afgeleid van de Reisregeling
                            binnenland.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouders afwijken
                            van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben
                            gevraagd aan de permanente commissie leerlingenzorg, de commissie voor
                            de begeleiding, de regionale verwijzingscommissie of andere
                            deskundigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><al> 1. Voor een leerling als bedoeld in artikel 6 voor wie in het
                            schooljaar 2001 – 2002 krachtens de Wet Rea een vervoersvoorziening werd
                            verstrekt, niet zijnde een voorziening in de vorm van een bruikleenauto
                            of een voorziening deel uitmakend van of samenhangend met een
                            leefvervoervoorziening, blijft indien de ouders dat wensen, zo nodig in
                            afwijking van artikel 3 aanspraak bestaan op een gelijkwaardige
                            voorziening van en naar de school die de leerling in schooljaar 2001 –
                            2002 bezocht.</al><al> 2. Voor de leerling van leerwegondersteunend onderwijs of
                            praktijkonderwijs die in het schooljaar 2001 – 2002 een
                            vervoersvoorziening kreeg naar een school voor speciaal voortgezet
                            onderwijs, leerwegondersteunend onderwijs, praktijkonderwijs of een
                            opdc, blijft aanspraak bestaan op een vervoersvoorziening van en naar
                            school of opdc die de leerling in het schooljaar 2001 – 2002 bezocht,
                            indien de afstand van de woning naar de school meer dan zes kilometer
                            bedraagt. Titel 5 is van overeenkomstige toepassing.</al><al> 3. De bepalingen in titel 6 zijn voor de eerste maal van toepassing in
                            het schooljaar 2002 – 2003. Op het vervoer van leerlingen voorafgaand
                            aan het schooljaar 2002 – 2003 en daarop betrekking hebbende geschillen,
                            blijven de regelingen die voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze
                            verordening luiden van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na het verstrijken van
                            een termijn van zes weken na de datum waarop zij is bekendgemaakt.</al><al> 2. Op die dag wordt de Verordening leerlingenvervoer Gemeente
                            Vlaardingen 2002 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als:</al><al> Verordening leerlingenvervoer Gemeente Vlaardingen 2003.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Besloten in de vergadering van 04-06-2003.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>