<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77944_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Klachtenregeling intimidatie provincie Gelderland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2007/25</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klachtenregeling intimidatie provincie Gelderland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-03-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006-012102</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>klachten, personeelsregelingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Klachtenregeling intimidatie provincie Gelderland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 10 november 1998, nr. BD98.13324 (Provinciaal Blad nr. 1998/123 van 1998). In werking getreden op 1 december 1998. Laatstelijk gewijzigd bij besluit van Gedeputeerde Staten van 23 maart 2007, nr. 2006-012102 (Provinciaal Blad nr. 2007/25 van 27 maart 2007). Op 28 maart 2007 in werking getreden.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. </titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Klager: de persoon die zich wendt tot de daartoe aangewezen vertrouwenspersoon met een klacht over intimidatie, dan wel een klacht over intimidatie indient bij de klachtencommissie;</al></li><li nr="b."><al> Beklaagde: de persoon tegen wie de klacht is gericht;</al></li><li nr="c."><al> Intimidatie: verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag in of voortvloeiend uit de werksituatie, dat door klager als ongewenst wordt ervaren en waardoor een onderdrukkende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd.</al><al/><al>
    Onder intimidatie wordt niet begrepen discriminatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. </titel></kop><al>Deze regeling is van toepassing op een ieder die werkzaam is in dienst bij de provincie Gelderland of werkzaam is onder toezicht van de provincie Gelderland.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. </titel></kop><al>Een ieder die met intimidatie wordt geconfronteerd kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht indienen bij de klachtencommissie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taken en bevoegdheden vertrouwenspersoon</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Gedeputeerde staten wijzen een vertrouwenspersoon aan.</al></li><li nr="2."><al> De vertrouwenspersoon heeft in ieder geval de volgende taken:
    </al><lijst><li nr="a."><al> het fungeren als aanspreekpunt voor personen die met intimidatie worden geconfronteerd;</al></li><li nr="b."><al> het opvangen en het verlenen van de nazorg aan die personen;</al></li><li nr="c."><al> het adviseren van klagers over eventueel verder te ondernemen stappen;</al></li><li nr="d."><al> het op verzoek van de klager ondernemen van stappen gericht op het zoeken naar een oplossing;</al></li><li nr="e."><al> het op verzoek begeleiden van personen die overwegen een klacht in te dienen bij de klachtencommissie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> De vertrouwenspersoon treedt terug indien zich een klacht aandient waarbij zijn onpartijdigheid in het geding zou kunnen zijn; in dat geval wijzen gedeputeerde staten zo mogelijk een andere vertrouwenspersoon aan.</al></li><li nr="4."><al> De vertrouwenspersoon neemt ten aanzien van alle met een klacht samenhangende informatie verkregen van klager strikte geheimhouding in acht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Klachtencommissie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Gedeputeerde Staten stellen een klachtencommissie intimidatie in, bestaande uit:</al><al/><al>
    - een onafhankelijk voorzitter;</al><al/><al>
    - een lid aangewezen door de Ondernemingsraad, niet zijnde een personeelslid van de provincie Gelderland;</al><al/><al>
    - een extern lid, deskundig met betrekking tot de problematiek van intimidatie.</al></li><li nr="2."><al> Voor elk lid kan een plaatsvervangend lid worden benoemd.</al></li><li nr="3."><al> De klachtencommissie wordt bijgestaan door een door gedeputeerde staten aangewezen secretaris.</al></li><li nr="4."><al> Leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een klacht indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding zou kunnen zijn.</al></li><li nr="5."><al> Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing op de secretaris van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De klachtencommissie is belast met het onderzoek van een bij haar ingediende klacht en het daaromtrent uitbrengen van advies aan gedeputeerde staten.</al></li><li nr="2."><al> Het advies omvat in ieder geval een uitspraak met betrekking tot de gegrondheid van de klacht alsmede een voorstel voor de te nemen beslissing naar aanleiding van de klacht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Klachtenprocedure</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een klacht wordt schriftelijk door de klager ingediend bij de klachtencommissie en bevat:
    </al><lijst><li nr="a."><al> de omschrijving van de confrontatie met intimidatie;</al></li><li nr="b."><al> de naam van de beklaagde of de namen van de beklaagden;</al></li><li nr="c."><al> de beschrijving van de door de klager ondernomen stappen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> De schriftelijke stukken die betrekking hebben op de ondernomen stappen worden aan de klachtencommissie overgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7a </titel></kop><al>Na ontvangst van een klacht kunnen Gedeputeerde Staten een onderzoek instellen naar de mogelijkheid het geschil door middel van mediation op te lossen. Indien mediation leidt tot een vaststellingsovereenkomst zijn artikel 8 en 9 niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het door klager ingediende klaagschrift kan door de beklaagde(n) worden ingezien.</al></li><li nr="2."><al> De voorzitter van de commissie kan in verband met de behandeling van de klacht alle gewenste inlichtingen inwinnen of doen inwinnen.</al></li><li nr="3."><al> De voorzitter kan bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en deze deskundigen zo nodig uitnodigen daartoe op de zitting te verschijnen.</al><al/><al>
    Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van gedeputeerde staten vereist.</al></li><li nr="4."><al> De klachtencommissie stelt klager en beklaagde in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken, tenzij de commissie van oordeel is dat de klacht kennelijk ongegrond is.</al></li><li nr="5."><al> Van de hoorzitting wordt een beknopt verslag gemaakt.</al></li><li nr="6."><al> De zittingen van de klachtencommissie zijn niet openbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De klachtencommissie brengt binnen acht weken nadat de klacht is ingediend een gemotiveerd advies uit aan gedeputeerde staten.</al></li><li nr="2."><al> Gedeputeerde staten nemen binnen zes weken na ontvangst van het in het vorige lid genoemde advies een beslissing.</al></li><li nr="3."><al> Indien Gedeputeerde Staten in afwijking van het advies van de klachtencommissie beslissen, wordt bij de beslissing aangegeven waarom van het advies is afgeweken.</al></li><li nr="4."><al> De beslissing wordt aan de klager en de beklaagde medegedeeld; een afschrift van het verslag van de zitting en van het advies van de klachtencommissie wordt gezonden aan de klager, de beklaagde en de vertrouwenspersoon.</al><al/><al>
    Een afschrift van de beslissing wordt aan de klachtencommissie gezonden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10. </titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 december 1998.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. </titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtenregeling intimidatie provincie Gelderland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Gedeputeerde Staten van Gelderland
 </al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>