<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77806_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Vlaardingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013-62, 25-09-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Vlaardingen 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-09-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-09-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>688174</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening artikel 212 Gemeentewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Vlaardingen;</al><al/><al> gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al/><al> gelezen het advies van de commissie voor Bestuurlijke organisatie,
                        Financiën en Veiligheid;</al><al/><al> besluit vast te stellende volgende verordening:</al><al/><al> Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Vlaardingen. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. dienst:</al><al> het organisatieonderdeel dat rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid
                            valt van het College van Burgemeester en Wethouders. Vlaardingen kent de
                            volgende organisatie-onderdelen: - dienst Concern Ondersteuning</al><al> - dienst Stadswerk</al><al> - dienst Welzijn</al><al> - Concernstaf </al><al> b. administratie:</al><al> het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                            Vlaardingen en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet
                            worden afgelegd.</al><al> c. financiële administratie:</al><al> het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                            verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                            (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Vlaardingen, teneinde te
                            komen tot een goed inzicht in: 1. de financieel-economische
                            positie;</al><al> 2. het financiële beheer ;</al><al> 3. de uitvoering van de begroting;</al><al> 4. het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al> 5. alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. </al><al> d. administratieve organisatie:</al><al> het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand
                            brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke
                            en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                            leiding.</al><al> e. financieel beheer:</al><al> het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen
                            en het uitoefenen van rechten van de gemeente Vlaardingen.</al><al> f. rechtmatigheid</al><al> het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder
                            gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten.</al><al> g. doelmatigheid</al><al> het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                            inzet van middelen.</al><al> h. doeltreffendheid</al><al> de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook
                            daadwerkelijk worden behaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><structuurtekst><al> Kaderstellen</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Financiële positie</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>1. Het college beziet jaarlijks bij de begroting of het actualiseren van
                            de vigerende nota lokale heffingen noodzakelijk is. Deze nota behandelt
                            in ieder geval:</al><al>- de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en
                            heffingen;</al><al>- de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                            bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</al><al>- de kostendekkendheid van de heffingen;</al><al>- de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al><al>- het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al><al>2. De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                            bijbehorende vaststellings- publicatiedata waarin tarieven, heffingen en
                            prijzen zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een
                            actueel overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                            verstrekte dienst. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden nadat de
                            nota is aangeboden.</al><al>3. Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                            heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad per
                            verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente
                            verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in
                            rekening worden gebracht en per verordening het totaal van de geraamde
                            kosten van de erin genoemde door de gemeente verstrekte diensten.</al><al>4. Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                            volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                            rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de) lokale
                            lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en
                            bedrijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><al>1. Het college beziet jaarlijks bij de begroting of het actualiseren van
                            de vigerende nota weerstandsvermogen en risicomanagement noodzakelijk
                            is. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen
                            van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen
                            of anderszins. In de nota wordt tevens de gewenste weerstandscapaciteit
                            bepaald. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden nadat de nota is
                            aangeboden.</al><al>2. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                            begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en een
                            inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het college
                            brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en actualiseert de
                            risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>1. Het college beziet jaarlijks bij de begroting of het actualiseren van
                            de beheerplannen (kades en glooiingen, groenvoorzieningen, waterbodems,
                            wegen, civieltechnische kunstwerken, straatreinigingsplan, baggerplan en
                            speelruimteplan) openbare ruimte noodzakelijk is. Deze beheerplannen
                            geven het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde
                            onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en
                            straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig
                            budgettair beslag. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden nadat de
                            nota is aangeboden.</al><al>2. Het college beziet ten minste eens in de vier jaar of het
                            actualiseren van de vigerende nota rioleringsplan noodzakelijk is. De
                            nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het
                            beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering alsmede de
                            kwaliteit van het milieu en eveneens de normkostensystematiek en het
                            meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden
                            nadat de nota is aangeboden.</al><al>3. Het college beziet jaarlijks of de vigerende nota onderhoud gebouwen
                            geactualiseerd moet worden en biedt deze alsdan aan ter behandeling en
                            vaststelling door de raad. De nota bevat de voorstellen voor het te
                            plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen
                            en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.
                            De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden nadat de nota is
                            aangeboden.</al><al>4. Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande
                            onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan openbaar groen,
                            water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering, gebouwen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Ontvangen subsidies</titel></kop><al>Het college beziet jaarlijks bij de begroting of er een
                            (geactualiseerde) nota met betrekking tot de te ontvangen subsidies
                            waarop de gemeente rekent in relatie tot de voorgenomen investeringen,
                            herstructureringen en grote projecten moet worden vervaardigd en stelt
                            deze als dan vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al> 1. Het college beziet jaarlijks bij de begroting of de vigerende nota
                            bedrijfsvoering geactualiseerd moet worden en stelt deze als dan vast.
                            De nota wordt ter kennisgeving aan de raad gezonden. In de nota wordt
                            speciale aandacht geschonken aan de relatie tussen het gemeentelijke
                            organisatie en de inwoners van de gemeente.</al><al> 2. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                            tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                            bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd over de
                            bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering
                            alsmede over nieuwe ontwikkelingen.</al><al> In de rapportage wordt in ieder geval aandacht besteed aan: 1. het
                            aantal personeelsleden in dienst onderverdeeld naar leeftijd en
                            beloningsschaal;</al><al> 2. de instroom, uitstroom en het percentage ziekteverzuim van
                            personeel;</al><al> 3. de directe loonkosten;</al><al> 4. de personeelskosten;</al><al> 5. de kosten van inleenkrachten;</al><al> 6. de kosten van ingehuurde externen;</al><al> 7. de huisvestingskosten;</al><al> 8. de automatiseringskosten.. 3. Het college rapporteert in de
                            bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting en jaarstukken over de
                            voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid,
                            bedoeld in artikel 213a Gemeentewet, en de uitputting van de
                            bijbehorende budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>1. Het college beziet jaarlijks bij de begroting of devigerendenota
                            verbonden partijen geactualiseerd moet worden. De raad stelt de nota
                            vast binnen 2 maanden nadat de nota is aangeboden.</al><al>2 Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar
                            belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het financieel resultaat
                            en het financieel belang en de zeggenschap van de gemeente.</al><al>3. De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het aangaan
                            van nieuwe) participaties met name de condities waaronder het publiek
                            belang is gediend met behartiging door verbonden partijen, de taken,
                            verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en de
                            financiële voorwaarden.</al><al>4. In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande
                            verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden
                            partijen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al> 1. Het college beziet jaarlijks bij de begroting of de vigerende nota
                            grondbeleid geactualiseerd moet worden en biedt deze alsdan aan ter
                            behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht
                            besteed aan: 1. de relatie met de programma’s van de begroting;</al><al> 2. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                            gemeente;</al><al> 3. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al><al> 4. de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al><al> 5. de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                            erfpachtvergoedingen. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden nadat
                            de nota is ingediend.</al><al> 2. In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                            ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                            belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                            verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                            relaties van het grondbeleid met de programma’s.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><al>1.Hetcollege biedt tenminste eens in de vierjaar een (bijgestelde) nota
                            verstrekking gemeentelijke subsidies aan (Subsidieverordening). Deze
                            nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en
                            jaarlijks een overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.</al><al>2. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden na aanbieding van de nota
                            door het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Administratie</titel></kop><al> 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                            geval dienstbaar is voor: 1. het sturen en het beheersen van
                            activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de
                            diensten;</al><al> 2. het verstrekken van informatie over o.a. ontwikkelingen in de omvang
                            van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                            voorraden, vorderingen en schulden;</al><al> 3. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                            maken van kostencalculaties;</al><al> 4. het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                            beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                            regelgeving;</al><al> 5. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                            tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                            regelgeving;</al><al> 6. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                            daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al> Het college draagt er zorg voor dat: 1. de inrichting en de werking van
                            de financiële administratie voldoet aan het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten en andere relevante wet- en
                            regelgeving;</al><al> 2. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en
                            de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke
                            verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al> Het college draagt de zorg voor en legt in afzonderlijk besluiten de
                            regels vast met betrekking tot de financiële organisatie. Daarbij wordt
                            rekening gehouden met: 1. een eenduidige indeling van de gemeentelijke
                            organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan
                            de diensten</al><al> 2. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                            verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                            voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids-
                            en beheersorganen is gewaarborgd;</al><al> 3. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                            verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                            investeringskredieten;</al><al> 4. de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van leveringen
                            tussen de diensten van de gemeente;</al><al> 5. de te maken afspraken met de diensten over de te leveren prestaties,
                            de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van
                            rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van
                            middelen;</al><al> 6. de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde beheer
                            van de diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een nota) vast de interne
                            regels voor de inkoop en aanbesteding van leveringen, diensten en
                            werken. De regels waarborgen o.a. dat wordt gehandeld in overeenstemming
                            met de regels ter zake van de Europese Unie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 15 november 2003, met dien
                            verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Vlaardingen 2003”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de gemeenterad van Vlaardingen in zijn openbare
                        vergadering van 5 november 2003,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> E.J.Nevens mr.T.P.J.Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>