<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77749_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Rotonde 14-6-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013-11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2011, incl.eigen bijdrage regeling voor woonhuisaanpassingen en vervoer</al><al>Beleidsregels behorende bij de Voorzieningenverordening</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening individuele voorzieningen Wmo 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5354</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes
            2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeente Eemnes stelt de volgende verordening vast: Verordening
                        voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2011</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder:</al><al> a. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al><al> b. Compensatieplicht: de algemene verplichting van het college om
                            personen met beperkingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g,
                            onderdeel 4°, 5° en 6° Wmo, een zodanige uitgangspositie te verschaffen
                            dat zij in aanvaardbare mate zelfredzaam zijn en in staat tot
                            maatschappelijke participatie;</al><al> c. Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren
                            van activiteiten;</al><al> d. Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of
                            gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen,
                            aantoonbare beperkingen ondervindt bij de maatschappelijke
                            participatie;</al><al> e. Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in
                            artikel 1, eerste lid, onder b van de wet;</al><al> f. Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk of
                            financiële vermogen van personen om zelf voorzieningen te treffen die
                            maatschappelijke participatie mogelijk maken;</al><al> g. Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
                            maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het
                            normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen;
                            het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij
                            regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten
                            van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om
                            op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;</al><al> h. Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis
                            van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een
                            snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die
                            een persoon ondervindt;</al><al> i. Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt
                            aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt
                            of niet aanwezig is;</al><al> j. Eigen bijdrage: een door het college vast te stellen bijdrage, die
                            bij de verstrekking van een voorziening in natura en/of een
                            persoonsgebonden budget voor rekening van de aanvrager komt;</al><al> k. Eigen aandeel: een door het college vast te stellen eigen aandeel in
                            de kosten, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming
                            voor rekening van de aanvrager komt;</al><al> l. Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in
                            bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt
                            verstrekt;</al><al> m. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of
                            meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in
                            deze verordening en het Financieel besluit maatschappelijke
                            ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn;</al><al> n. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een
                            voorziening die mede afhankelijk kan worden gesteld van het
                            inkomen;</al><al> o. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het
                            gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de
                            aanvrager behorend;</al><al> p. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen
                            voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die
                            persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een
                            dergelijke voorziening;</al><al> q. Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam
                            gemeenschappelijk een woning bewoont;</al><al> r. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een
                            persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college
                            verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget
                            verschuldigd is;</al><al> s. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Eemnes;</al><al> t. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes: de door het
                            college vast te stellen regels ter uitwerking van het in deze
                            verordening gestelde;</al><al> u. Aanvrager: de persoon voor wie de voorziening is bedoeld;</al><al> v. Inkomen: het netto inkomen van de aanvrager indien de aanvrager geen
                            echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, tweede tot en met zevende lid
                            van de wet, het gezamenlijk netto inkomen van de ouders of pleegouders
                            van de aanvrager indien de aanvrager jonger is dan 18 jaar en geen
                            echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, tweede tot en met zevende lid
                            van de wet, het gezamenlijk netto-inkomen van de aanvrager en zijn
                            echtgenoot indien de belanghebbende een echtgenoot heeft in de zin van
                            artikel 1, tweede tot en met zevende lid van de wet;</al><al> w. Netto inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32, eerste lid,
                            juncto artikel 31, tweede lid van de Wet werk en bijstand;</al><al> x. Sociaal minimum: de van toepassing zijnde normen, genoemd in
                            paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per
                            kalenderjaar, waarbij deze normen voor een aanvrager 21 jaar of ouder
                            doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder
                            is, en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de
                            toeslag, genoemd in artikel 25, tweede lid van de Wet werk en bijstand,
                            en de normen van een alleenstaande of gehuwde, die in een inrichting
                            verblijft, eerst zijn verhoogd met de bedragen, genoemd in artikel 23,
                            tweede lid van de Wet werk en bijstand;</al><al> y. Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente
                            bewoning, waar de aanvrager zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of
                            zal hebben en op welk adres de aanvrager in de gemeentelijke
                            basisadministratie ingeschreven staat of zal staan, dan wel het
                            feitelijk woonadres indien de aanvrager met een briefadres in de
                            gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan.</al><al> z. Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte van een woongebouw, niet
                            behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de
                            woning van de aanvrager vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken
                            dan wel waarvan de aanvrager anderszins gebruik kan maken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toekennings- en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voor
                                zover:</al><al> a. deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied
                                van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de
                                woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het
                                ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden
                                aangaan op te heffen of zoveel mogelijk te verminderen;</al><al> b. deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst
                                adequate voorziening kan worden aangemerkt;</al><al> c. deze in overwegende mate op het individu is gericht.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><al> a. indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen
                                gebruikelijk is;</al><al> b. indien de aanvrager niet woonachtig is in de Eemnes;</al><al> c. voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van
                                aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand
                                aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt
                                aangevraagd;</al><al> d. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt,
                                tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door
                                het college;</al><al> e. indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze
                                verordening voorafgaande “Verordening voorzieningen gehandicapten
                                Eemnes ” is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de
                                voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of
                                verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen;</al><al> f. voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op
                                een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale
                                woningbouw;</al><al> g. indien een voorziening niet noodzakelijk is vanwege
                                redelijkerwijs van de aanvrager zelf of van anderen in diens
                                omgeving, zoals familieleden of huisgenoten, te vergen medewerking
                                aan een oplossing voor het zich voordoende probleem;</al><al> h. indien de noodzaak tot het treffen van een voorziening het
                                gevolg is van een tekortschietend besef in de
                                verantwoordelijkheid.</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Geen woonvoorziening wordt toegekend:</al><al> a. indien de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het
                                gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij
                                het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek
                                inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen geen
                                aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig
                                was;</al><al> b. indien de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij
                                daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het
                                college;</al><al> c. indien deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in
                                gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen;</al><al> d. indien de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op
                                basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was
                                dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van
                                een onverwacht optredende noodzaak;</al><al> e. indien de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen,
                                verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het
                                gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar of woont in een
                                AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken
                                van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het
                                normale gebruik van de woning zijn ondervonden;</al><al> f. indien er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen
                                de ondervonden beperkingen en één of meer bouwkundige of
                                woontechnische kenmerken van de door de aanvrager bewoonde
                                woning;</al><al> g. indien de beperkingen niet in de woning zelf, waaronder ook de
                                toegankelijkheid van de woning moet worden begrepen, worden
                                ondervonden;</al><al> h. voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van
                                de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
                                materialen.</al><al/></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor vervoer van en naar de
                                arbeidsplaats, vervoer van en naar een onderwijsinstelling of
                                vervoer van medische aard indien recht op een tegemoetkoming in de
                                kosten bestaat of indien anderszins een tegemoetkoming in de kosten
                                wordt verstrekt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Keuzevrijheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                                financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bij wet verplichte keuze tussen een voorziening in natura en een
                                persoonsgebonden budget wordt niet geboden indien:</al><al> a. er een ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal
                                hebben bij het omgaan met het persoonsgebonden budget;</al><al> b. de voorzienbare duur van de noodzakelijkheid van de voorziening
                                korter is dan de normale afschrijvingstermijn van de geïndiceerde
                                voorziening;</al><al> c. er sprake is van bezwaren van overwegende aard.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><al>Indien een voorziening in natura wordt verstrekt is de
                            bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst
                            gemeente Eemnes van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de
                                toepasselijke voorwaarden als genoemd in het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes in de beschikking
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor
                                een voorziening vast overeenkomstig het bepaalde in het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de
                                wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:</al><al> a. een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien
                                van individuele voorzieningen;</al><al> b. de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van
                                de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken
                                voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een bedrag voor
                                instandhoudingskosten, zoals is bepaald in het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de
                                omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin
                                aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget
                                te verwerven voorziening dient te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget
                                ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de
                                aanvrager, diens wettelijk vertegenwoordiger of, indien hiervoor
                                door een van beiden een machtiging is afgegeven, op de rekening van
                                een derde.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget
                                verstrekt is, dan wel na afloop van een deel van de periode waarop
                                het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt over de
                                besteding hiervan aan het college, volgens de voorschriften zoals
                                vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                Eemnes, verantwoording afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Na ontvangst van de bescheiden wordt door het college beoordeeld of
                                er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele
                                terug te vorderen of te verrekenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de
                                wet is de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd of wordt de
                                financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De omvang van de verschuldigde eigen bijdrage als bedoeld in het
                                eerste lid wordt vastgesteld op de maximale inkomensafhankelijke
                                eigen bijdrage binnen de kaders van artikel 4.1, eerste lid en
                                artikel 4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, zoals
                                gepubliceerd in het Staatsblad.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De omvang van het eigen aandeel in de kosten bij de toekenning van
                                een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt
                                vastgesteld op het maximale inkomensafhankelijke eigen aandeel
                                binnen de kaders van artikel 4.1, eerste lid en 4.2 van het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning, zoals gepubliceerd in het
                                Staatsblad.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom
                                wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing
                                van een woning die eigendom is van de aanvrager, wordt gedurende een
                                periode van maximaal 39 maal vier weken een eigen bijdrage in
                                rekening gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van een
                                financiële tegemoetkoming gedurende die periode een met toepassing
                                van het in lid 3 vastgesteld bedrag in mindering gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is geen eigen aandeel verschuldigd
                                voor voorzieningen als bedoeld in artikel 15 onder a., b. en f. en
                                artikel 26 onder a., b., c en d van deze verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vormen van hulp bij het huishouden </titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
                            ziekte of gebrek inclusief chronisch psychische en psychosociale
                            problemen bij het voeren van een huishouden, te verstrekken voorziening
                            kan bestaan uit:</al><al> a. een algemene voorzieningen waaronder algemene hulp bij het
                            huishouden;</al><al> b. hulp bij het huishouden in natura;</al><al> c. een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het
                            huishouden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Primaat van de algemene hulp bij het huishouden </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8, onder a vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien</al><al> a. aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek inclusief
                                chronisch psychische en psychosociale problemen, of</al><al> b. problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg</al><al> het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke activiteiten
                                onmogelijk maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en
                                adequaat kan oplossen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8, onder b en c vermelde
                                voorzieningen in aanmerking worden gebracht indien</al><al> a. de in het eerste lid genoemde voorziening een onvoldoende
                                oplossing biedt of</al><al> b. niet beschikbaar is.</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in artikel 2, eerste lid, onder a is
                                voor de verlening van hulp bij het huishouden in verband met
                                revalidatie geen langdurige noodzaak vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><al>In afwijking van het gestelde in artikel 9 komt een persoon als bedoeld
                            in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de wet niet
                            in aanmerking voor hulp bij het huishouden als tot de leefeenheid waar
                            deze persoon deel van uitmaakt een of meer meerderjarige huisgenoten
                            behoren die in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10A</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>De bepalingen in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op hulp bij het
                            huishouden in hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede
                            woningen, vakantiewoningen, hobbyruimten, recreatiewoningen,
                            kamerverhuur en specifiek op gehandicapten,en ouderen gerichte
                            woongebouwen voor wat betreft hulp bij het huishouden in
                            gemeenschappelijke ruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Omvang van de hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De omvang van de voorziening hulp bij het huishouden wordt afgerond op
                            halve uren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Omvang van het persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De bedragen in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt,
                            worden jaarlijks door het college vastgesteld en vastgelegd in het
                            Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vormen van individuele woonvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
                            ziekte of gebrek inclusief chronisch psychische en psychosociale
                            problemen bij het normale gebruik van een woning, te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit:</al><al> a. een algemene woonvoorziening;</al><al> b. een woonvoorziening in natura;</al><al> c. een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                            woonvoorziening;</al><al> d. een financiële tegemoetkoming in de kosten van een
                            woonvoorziening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Primaat van algemene woonvoorziening en recht op individuele
                                woonvoorzieningen </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13, onder a genoemde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek inclusief chronisch
                                psychische en psychosociale problemen een aanpassing aan de woning
                                noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit snel en
                                adequaat kan oplossen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13, onder b, c en d
                                genoemde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
                                aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek inclusief
                                chronisch psychische en psychosociale problemen een aanpassing
                                noodzakelijk maken en de in het vorige lid genoemde oplossing niet
                                aanwezig is of niet tot een snelle en adequate oplossing leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Soorten individuele woonvoorzieningen</titel></kop><al>De in artikel 13 genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit:</al><al> a. een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
                            herinrichtingskosten;</al><al> b. een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke
                            huisvesting of dubbele woonlasten;</al><al> c. een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening;</al><al> d. een niet-bouwkundige of niet-woontechnische woonvoorziening;</al><al> e. een uitraasruimte;</al><al> f. inspectie/keuring, onderhoud en reparatie van een
                            woonvoorziening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Primaat van de verhuizing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als genoemd in artikel
                                15, onder a in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare
                                beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek inclusief chronisch
                                psychische en psychosociale problemen het normale gebruik van de
                                woning belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als genoemd in artikel
                                15, onder c en d in aanmerking worden gebracht wanneer de in het
                                eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de
                                goedkoopst adequate voorziening is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als genoemd in artikel
                                15, onder e in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een
                                op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
                                inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen aanwezige
                                gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen
                                het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze
                                persoon tot rust kan komen en wanneer de in het eerste lid genoemde
                                voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate
                                voorziening is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Primaat van de losse woonunit</titel></kop><al>Indien een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening of een
                            uitraasruimte bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing
                            van een woning, kan het college een herplaatsbare losse woonunit
                            verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard
                            bestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>De bepalingen in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen
                            van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
                            tweede woningen, vakantiewoningen, hobbyruimten, recreatiewoningen,
                            kamerverhuur en specifiek op gehandicapten,en ouderen gerichte
                            woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke
                            ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder
                            noemenswaardige meerkosten meergenomen kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hoofdverblijf </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn
                                hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan of waarin
                                de voorziening wordt getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één
                                woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een</al><al> AWBZ-instelling.</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aanvraag voor de in het tweede lid bedoelde woonvoorziening dient
                                te worden ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning
                                staat.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in
                                het tweede lid bedoelde woonruimte tot een maximum bedrag vastgelegd
                                in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager
                                de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Terugbetaling bij verkoop</titel></kop><al>De eigenaar-bewoner die krachtens deze verordening een woonvoorziening
                            heeft ontvangen, die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij
                            verkoop van deze woning binnen een periode van 20 jaar na gereedmelding
                            van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het
                            college te melden. De meerwaarde van de woning dient volgens het in het
                            Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes door het college
                            vastgelegde afschrijvingsschema te worden terugbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20A</nr><titel>Tijdelijke huisvesting of dubbele woonlasten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college verleent een financiële tegemoetkoming als genoemd in
                                artikel 15, onder b voor de periode dat de huidige woonruimte als
                                gevolg van een bouwkundige of woontechnische aanpassing niet bewoond
                                kan worden en de aanvrager voor dubbele woonlasten komt te staan dan
                                wel de nog te betrekken woning als gevolg van de woningaanpassing
                                nog niet bewoond kan worden en de aanvrager voor dubbele woonlasten
                                komt te staan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De maximale termijn waarvoor het college een financiële
                                tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid verleent, bedraagt vier
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college verleent slechts een financiële tegemoetkoming als
                                bedoeld in het eerste lid, indien de persoon met beperkingen
                                redelijkerwijs niet kan vóórkomen dat hij deze kosten heeft.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt
                                betaald aan de hoofdbewoner of de eigenaar van de huisvesting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20B</nr><titel>Verplichtingen en voorwaarden </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvrager is verplicht de door het college aangewezen personen
                                toegang te verstrekken tot de woonruimte waar de bouwkundige of
                                woontechnische woonvoorziening moet worden of wordt verricht, waar
                                de uitraasruimte moet worden of wordt gerealiseerd dan wel waar
                                vanuit wordt verhuisd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvrager is verplicht de door het college aangewezen personen
                                toegang te verstrekken tot de woonruimte als bedoeld in het eerste
                                lid om te controleren of de bouwkundige of woontechnische
                                woonvoorziening of de uitraasruimte is uitgevoerd conform het
                                besluit dan wel is verhuisd naar een adequate woning.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aanvrager is verplicht aan het college inzicht te bieden in
                                bescheiden en tekeningen die betrekking hebben op de bouwkundige of
                                woontechnische woonvoorziening en de uitraasruimte.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De aanvrager is verplicht de getroffen woonvoorzieningen die niet in
                                bruikleen of in huur zijn verstrekt toereikend te verzekeren.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Degene aan wie de financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald is
                                gedurende een periode van 5 jaar verplicht alle rekeningen en
                                betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle
                                beschikbaar te houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20C</nr><titel>Verwerven van grond</titel></kop><al>Voor zover het treffen voor voorzieningen als bedoeld in artikel 15 c of
                            e van de verordening, tot gevolg heeft dat extra grond moet worden
                            verworven, verleent het college hiervoor een bijdrage die ten hoogste
                            overeenkomt met de bijdrage voor het aantal vierkante meters per vertrek
                            en een gedeelte van de buitenruimte bij de woning, zoals vermeld in
                            bijlage 1.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20D</nr><titel>Keuring/inspectie, onderhoud en reparatie </titel></kop><al>Het college kan voor een woonvoorziening die is verstrekt in het kader
                            van de Wmo, Wvg of RGSHG; een aanvullende woonvoorziening verlenen voor
                            de kosten van inspectie/keuring, onderhoud en reparatie als genoemd in
                            artikel 15, onder f en deze betrekking hebben op:</al><al> a. trapliften, woonhuisliften en hefplateauliften;</al><al> b. de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte
                            verstelbaar keukenblok, bad of wastafel;</al><al> c. elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van
                            deuren.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Vormen en soorten van vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
                            ziekte of gebrek inclusief chronisch psychische en psychosociale
                            problemen, bij het zich lokaal verplaatsen te verstrekken voorziening
                            kan bestaan uit:</al><al> a. een algemene vervoersvoorziening waaronder een collectieve
                            vervoersvoorziening;</al><al> b. een vervoersvoorziening in natura;</al><al> c. een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                            vervoersvoorziening;</al><al> d. een financiële tegemoetkoming te besteden aan een
                            vervoersvoorziening;</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Het recht op een algemene vervoersvoorziening </titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5
                            en 6 van de wet kan voor de in artikel 21 onder a. vermelde voorziening
                            in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond
                            van ziekte of gebrek inclusief chronisch psychische en psychosociale
                            problemen</al><al> a. het gebruik van het openbaar vervoer of</al><al> b. het bereiken van het openbaar vervoer</al><al> onmogelijk maken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Het primaat van de collectieve vervoersvoorziening</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5
                            en 6 van de wet kan voor de in artikel 21, onder b., c. en d. vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:</al><al> a. aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek inclusief
                            chronisch psychische en psychosociale problemen het gebruik van een
                            algemene voorziening waaronder een collectieve vervoersvoorziening als
                            bedoeld in artikel 21, onder a., onmogelijk maken, dan wel,</al><al> b. het gebruik van een algemene voorziening waaronder een collectieve
                            vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 21, onder a., zonder
                            aanvullende voorziening niet adequaat is, dan wel,</al><al> c. een algemene voorziening waaronder een collectieve
                            vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 21, onder a., niet aanwezig
                            is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>Indien het inkomen meer bedraagt dan 130% van het sociaal minimum, wordt
                            het bezit van een personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een
                            auto of een met een auto vergelijkbare individuele voorziening en de
                            daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking
                            komen voor verstrekking of vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Omvang in gebied en in kilometers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de
                                vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie
                                uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe
                                woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij
                                zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een
                                bovenregionaal contact dat uitsluitend door de aanvrager zelf
                                bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager
                                noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke
                                participatie door middel van lokale verplaatsingen met tenminste een
                                omvang per jaar van 1500 kilometer met een bandbreedte tot 2000
                                kilometer mogelijk maken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verplaatsen in en rond de woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Diverse typen rolstoelvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen, ten gevolge van
                            ziekte of gebrek inclusief chronisch psychische en psychosociale
                            problemen bij het verplaatsen in en om de woning dan wel voor
                            sportbeoefening, te verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al><al> a. een algemene voorziening waaronder een algemene
                            rolstoelvoorziening;</al><al> b. een rolstoelvoorziening in natura;</al><al> c. een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                            rolstoelvoorziening;</al><al> d. een financiële tegemoetkoming te besteden aan een
                            sportrolstoel;</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Primaat van algemene voorziening bij incidenteel rolstoelgebruik
                                of sportrolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 26, onder a. vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek inclusief chronisch
                                psychische en psychosociale problemen dagelijks zittend verplaatsen
                                in en om de woning noodzakelijk maken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 26, onder b. en c. vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek inclusief chronisch
                                psychische en psychosociale problemen dagelijks zittend verplaatsen
                                in en om de woning noodzakelijk maken en de in het eerste lid
                                genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt of niet
                                beschikbaar is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 26, onder d. vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek inclusief chronisch
                                psychische en psychosociale problemen sportbeoefening zonder
                                sportrolstoel onmogelijk maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners</titel></kop><al>In uitzondering op het gestelde in artikel 27, lid 2 komt een persoon
                            die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating
                            zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in
                            aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op
                            grond van de AWBZ.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Het verkrijgen van voorzieningen en motiveren van besluiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Gebruik aanvraagformulier</titel></kop><al>Een aanvraag dient te worden ingediend door middel van een door het
                            college ter beschikking gesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</titel></kop><al>De aanvraag dient te worden ingediend bij het loket Wonen Welzijn Zorg
                            van de gemeente Eemnes in welk loket zowel aanvragen voor voorzieningen
                            inzake de wet alsook aanvragen zorg inzake de Algemene Wet Bijzondere
                            Ziektekosten kunnen worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inlichtingen, onderzoek, advies en beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op een voorziening, de aanvrager:</al><al> a. op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college
                                te bepalen plaats en tijdstip en vragen te stellen;</al><al> b. door een of meer daartoe aangewezen adviesinstantie(s) of
                                deskundige(n) op te laten roepen in persoon te verschijnen op een
                                door de betreffende adviesinstantie of deskundige te bepalen plaats
                                en tijdstip om de aanvrager te onderzoeken.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college vraagt een daartoe aangewezen adviesinstantie of
                                deskundige om advies indien:</al><al> a. de gevraagde voorziening om medische redenen wordt
                                afgewezen;</al><al> b. het college dat voor het overige gewenst vindt.</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een aanvrager of diens wettelijk vertegenwoordiger is verplicht aan
                                het college of de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens
                                te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de
                                beoordeling van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een aanvrager is verplicht zich op verzoek van het college te
                                legitimeren met een geldig legitimatiebewijs op grond van de Wet op
                                de identificatieplicht niet zijnde een rijbewijs.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij de advisering als genoemd in het eerste lid wordt door de
                                adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de
                                International Classification of Functions, Disabilities and
                                Impairments, de zogenaamde ICF.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De beschikking vermeldt op welke wijze de genomen beschikking
                                bijdraagt aan het behouden en bevorderen van de zelfredzaamheid en
                                de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking of een
                                chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal
                                probleem.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Samenhangende afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te
                                stemmen op de situatie van de aanvrager wordt bij het onderzoek
                                inzake het advies indien van toepassing aandacht besteed aan:</al><al> a. de algemene gezondheidstoestand van de aanvrager;</al><al> b. de beperkingen die de aanvrager in zijn functioneren ondervindt
                                als gevolg van ziekte of gebrek inclusief chronisch psychische en
                                psychosociale problemen;</al><al> c. de woning en de woonomgeving van de aanvrager;</al><al> d. het psychisch en sociaal functioneren van de aanvrager;</al><al> e. de sociale omstandigheden van de aanvrager, waaronder de
                                financiële omstandigheden, het sociaal netwerk en de
                                mantelzorg.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de besluitvorming en de motivering van het besluit wordt door
                                het college bij deze bevindingen aangesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht aan het college mededeling te doen van feiten en
                            omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                            invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Heronderzoek</titel></kop><al>Het college kan periodiek een heronderzoek instellen naar het recht of
                            het voortduren van het recht op toegekende voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze
                                verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><al> a. niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of
                                verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening;</al><al> b. op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens
                                zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest,
                                een andere beslissing zou zijn genomen;</al><al> c. naderhand met betrekking tot de periode waarover een voorziening
                                is verstrekt een vergoeding of een andere vorm van compensatie voor
                                de beperkingen is ontvangen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                                persoonsgebonden budget anders dan voor een bouwkundige of
                                woontechnische woonvoorziening kan worden ingetrokken indien blijkt
                                dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na
                                uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel
                                waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                                persoonsgebonden budget voor een bouwkundige of woontechnische
                                woonvoorziening kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                                werkzaamheden niet binnen vijftien maanden na het besluit zijn
                                voltooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Terugvordering en verrekening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In het geval dat een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan
                                reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden
                                budget worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het geval dat het recht op een in eigendom verstrekte voorziening
                                is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte
                                gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een vordering kan worden verrekend met een (nog) te verstrekken
                                financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget, tenzij de
                                financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget niet
                                vatbaar is voor beslag of verrekening zou inhouden dat er in feite
                                geen zorg meer kan worden verleend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van
                            de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Indexering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan periodiek de in het kader van deze verordening en
                                het op deze verordening berustende Besluit maatschappelijke
                                ondersteuning gemeente Eemnes geldende bedragen verhogen of verlagen
                                conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal
                                Bureau voor de Statistiek.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De directeur van het Servicebureau|Gemeenten wordt op grond van deze
                                verordening gemandateerd tot het toepassen van de
                                prijsindexindexcijfer. Jaarlijks na bekendmaking van het
                                prijsindexcijfer, past het Servicebureau|Gemeenten, de normbedragen
                                aan en stuurt deze ter kennisgeving aan de gemeente. De gemeente
                                heeft uiterlijk twee manden de gelegenheid het voorstel te
                                verwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij mandatering blijft de gemeente zelf eindverantwoordelijke voor
                                het te nemen besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.</al><al>De Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Eemnes 2007 wordt ingetrokken per 1 januari 2011.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Eemnes/i231265.pdf">Toelichting Verordening WMO Eemnes</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>