<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77744_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Welstandsnota</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Rotonde 17-5-2013 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Welstandsnota</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WONINGWET">Woningwet, art. 12a, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-05-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013/10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Welstandsnota</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>A:</nr><titel>Algemeen</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Welstandsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>De welstandsnota zoals die voor u ligt is opgesteld in het kader van
                                de per 1 januari 2003 herziene Woningwet. De nota beschrijft het
                                welstandsbeleid van de gemeente Eemnes en dient als toetsingskader
                                voor de welstandstoetsing in het kader van een
                                bouwplanprocedure.</al><al> De gemeente Eemnes heeft in de aanvangsfase samengewerkt met de
                                gemeenten Baarn en De Bilt. Er heeft afstemming plaats gehad ten
                                aanzien van de ruimtelijk samenhangende buitengebieden en de
                                bebouwing die daar in voorkomt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Doel en opbouw van de welstandsnota</titel></kop><al>Een welstandsnota is, kort gezegd, het beleidsdocument dat moet
                                voorzien in de criteria die burgemeester en wethouders hanteren bij
                                het beoordelen van een bouwaanvraag op welstandsvereisten: “Het
                                uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel op
                                zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten
                                ontwikkeling daarvan, mogen niet in strijd zijn met redelijke eisen
                                van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a,
                                eerste lid, onderdeel a.” (Artikel 12 herziene Woningwet per 1
                                januari 2003)</al><al> Artikel 12a vervolgt letterlijk: “De gemeenteraad stelt een
                                welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval
                                de criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen
                                bij hun beoordeling: ……”.</al><al> De juridisch-technische weergave van wat er van de welstandsnota
                                verwacht wordt zal niet iedereen tegemoetkomen in het sentiment dat
                                rond dit fenomeen bestaat, onomstreden is welstand nooit geweest.
                                Toch kan het geen kwaad het doel van de nota in juridische zin
                                voorop te stellen. Het weigeren van een aanvraag om bouwvergunning
                                wegens ‘strijd met redelijke eisen van welstand’ is ingrijpend. Dat
                                zo’n oordeel goed is onderbouwd en de criteria democratisch zijn
                                vastgesteld, dat het in alle openheid tot stand komt en dat er op te
                                anticiperen valt, dat is de achtergrond van de wijziging van de
                                Woningwet. De welstandsnota moet daaraan invulling geven op een
                                wijze die de gevraagde duidelijkheid verschaft.</al><al> Daarnaast is het opstellen van de welstandsnota uiteraard ook een
                                goede gelegenheid om het ruimtelijk kwaliteitsbeleid als geheel
                                tegen het licht te houden en de plaats van welstand daarbij
                                duidelijk te maken. De achtergronden daarvoor worden in dit eerste
                                hoofdstuk van deel A (Algemeen) geschetst. Hoofdstuk 2 van dit deel
                                geeft een algemeen overzicht van de uitvoering van het beleid en de
                                daarin opgetreden of optredende veranderingen. Een overzicht van het
                                beschikbare instrumentarium voor de welstandsnota is te vinden in
                                hoofdstuk 3.</al><al>Deel B (Beleidsregels) omvat de specifieke beleidskeuzen van de
                                gemeente Eemnes. In hoofdstuk 4 komen de criteria voor kleine
                                bouwwerken (loketcriteria) aan de orde. Daarna volgen in hoofdstuk 5
                                de objectcriteria voor veel voorkomende objecten in het
                                buitengebied, zoals (agrarische) bedrijfsbebouwing en
                                burgerwoningen. In hoofdstuk 6 moet de nadere ruimtelijke analyse
                                van het buitengebied een antwoord moet geven op de vraag of (en zo
                                ja, hoe) er aanleiding is om de welstandscriteria naar (deel-)gebied
                                te differentiëren. In hoofdstuk 7 wordt nader op de kern Eemnes
                                ingegaan. Daarbij worden de te onderscheiden deelgebieden beschreven
                                en van gebiedsgerichte criteria voorzien.</al><al> Hoofdstuk 8 bevat de procedurevoorschriften bij nieuwe projecten,
                                terwijl in hoofdstuk 9 de toepassing van de excessenregeling wordt
                                belicht. De algemene welstandscriteria worden in hoofdstuk 10
                                aangegeven. Dan volgt de Welstandskaart waarop de onderscheiden
                                welstandsgebieden binnen de gemeente Eemnes zijn weergegeven
                                (hoofdstuk 11).</al><al>Tot slot zijn in deel C bijlagen toegevoegd die het gebruik van de
                                nota kunnen vergemakkelijken zoals het samen met de gemeenten Baarn
                                en De Bilt opgestelde ruimtelijke kader van de gemeente, de
                                monumentenlijst, een lijst van gebruikte begrippen, een
                                literatuurlijst en de volledige tekst van de algemene
                                welstandscriteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Aanleiding en achtergronden</titel></kop><al>Wie in Nederland iets wil bouwen of verbouwen van enig formaat heeft
                                daarvoor een bouwvergunning nodig. Burgemeester en wethouders mogen
                                (en moeten!) die bouwvergunning verlenen als het bouwwerk voldoet
                                aan: het bouwbesluit, het bestemmingsplan, de bouwverordening én aan
                                redelijke eisen van welstand.</al><al> Het is dus een wettelijk vereiste dat een bouwplan naar uiterlijke
                                verschijningsvorm voldoet aan hetgeen daarover is bepaald in de
                                Woningwet en wat er in het kort op neerkomt dat een bouwplan moet
                                worden getoetst op zijn visuele kwaliteit, op zichzelf en in relatie
                                tot zijn omgeving. Daar is het algemeen belang mee gediend want de
                                buitenkant van het gebouw is de binnenkant van stad of dorp.</al><al> Dat was voorheen vooral een kwestie van advisering door de
                                welstandscommissie op basis van tamelijk globale criteria in de
                                gemeentelijke bouwverordening:</al><al> - de aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de
                                karakteristiek van de reeds aanwezige bebouwing, de openbare ruimte,
                                het landschap dan wel de stedenbouwkundige context;</al><al> - massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en
                                kleurstelling;</al><al> - samenhang in het bouwwerk of de bouwwerken voor wat betreft de
                                onderlinge relatie tussen de samenstellende delen ervan.</al><al> Dat zijn algemene omschrijvingen waaraan de welstandscommissie
                                misschien wel maar de indiener van een bouwplan niet veel houvast
                                heeft. De adviezen van de welstandscommissie riepen dan ook geregeld
                                weerstand op omdat niet duidelijk was hoe en waarom er op een
                                bouwaanvraag negatief (of positief) werd geadviseerd. De regering
                                heeft zich dan ook afgevraagd of het niet mogelijk was om
                                duidelijker en van tevoren aan te geven waarover een plan zou kunnen
                                struikelen of niet.</al><al>De herziening van de Woningwet, die op 1 januari 2003 van kracht is
                                geworden probeert op die vraag een antwoord te geven. Enerzijds door
                                een groot aantal kleinere bouwwerken ‘bouwvergunningsvrij’ te
                                verklaren, waarmee daarvoor de welstandstoets vervalt en voor de
                                kleinere bouwwerken, die niet aan de voorwaarden voor
                                vergunningsvrij bouwen voldoen, zogenaamde ‘loketcriteria’ (voor
                                iedereen begrijpelijke richtlijnen) voor te schrijven. Anderzijds
                                worden de gemeenten geacht ook hun overige welstandscriteria, die
                                dan met name voor de reguliere bouwvergunning zullen gelden, neer te
                                leggen in een door de gemeenteraad vast te stellen welstandsnota.
                                Alleen op grond van deze criteria mogen bouwaanvragen door
                                burgemeester en wethouders worden getoetst na een advies van de
                                welstandscommissie. Ontbreekt zo’n nota dan is welstandstoetsing
                                zelfs in het geheel niet meer mogelijk. Begrijpelijkerwijs heeft de
                                gemeente ervoor gekozen het niet zover te laten komen. Het besef dat
                                ruimtelijke kwaliteitszorg ook een taak van de gemeentelijke
                                overheid is en dat de welstandstoets daarin een belangrijke rol kan
                                vervullen is de laatste jaren sterk gegroeid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Relatie met overig ruimtelijk beleid</titel></kop><al>Welstand is onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk
                                kwaliteitsbeleid. Weliswaar een belangrijk onderdeel omdat het een
                                wettelijke basis heeft maar het kan niet de andere inspanningen op
                                dat gebied vervangen. Voldoen aan redelijke eisen van welstand wil
                                immers zeggen dat een zeker minimum aan zorg en zorgvuldigheid bij
                                de totstandkoming van een bouwwerk is besteed aan de visuele
                                kwaliteit.</al><al/><al> Schema 1: Welstandsnota in relatie tot andere ruimtelijke
                                plannen</al><al/><al>Adequate plannen voor een goede ruimtelijke ordening zoals
                                bestemmingsplannen en beeldkwaliteitplannen blijven dus onverminderd
                                van belang. Dat geldt ook voor een doeltreffend sectorbeleid zoals
                                het monumenten- en archeologiebeleid, of een rolluiken- of
                                reclameverordening. Ook een stimuleringbeleid op het gebied van
                                architectuur of het opdrachtgeverschap kan niet worden gemist als
                                het gemeentelijk streven verder gaat dan ‘redelijke eisen van
                                welstand’. In feite vormt juist dit overige beleid de achtergrond
                                voor welstandsbeoordeling. In het bovenstaande schema is aangegeven
                                hoe de criteria voor welstandstoetsing worden opgebouwd vanuit het
                                ruimtelijke ordeningsbeleid aan de ene kant en het sectorbeleid aan
                                de andere kant.</al><al> Tegen die achtergrond is nog wel een vertaalslag nodig voor het
                                vaststellen van welstandscriteria. Het is gewenst om van tevoren te
                                weten hoe zwaar het belang is dat aan de visuele kwaliteit wordt
                                gehecht: de mate waarin. Tevens moet er geanticipeerd kunnen worden
                                op de aspecten die bij de beoordeling aan de orde zullen komen: de
                                wijze waarop.</al><al> De criteria worden weliswaar in belangrijke mate ontleend aan de
                                stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke context
                                maar zijn zelf bouwkundig en situatief van aard; het gaat om het
                                bouwwerk en de plaatsing ervan. Daarbij mag de welstandstoets niet
                                in het vaarwater van het bestemmingsplan terecht komen. Het
                                bestemmingsplan regelt, voor zover nodig voor een goede ruimtelijke
                                ordening, de functie, de bouwplaatsen en de afmetingen van
                                bouwwerken. Welstandscriteria mogen de geboden ruimte in het
                                bestemmingsplan niet wezenlijk beperken. Als het bestemmingsplan
                                alternatieve mogelijkheden biedt, bijvoorbeeld in de plaatsing van
                                een bouwwerk of een zekere afwisseling in de goothoogte dan kan een
                                negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen
                                stedenbouwkundige of architectonische oplossing afbreuk doet aan de
                                ruimtelijke beleving. Dit gebeurt dan uiteraard op basis van de
                                welstandscriteria.</al><al>In de welstandsnota kan worden verwezen naar welstandscriteria die
                                zijn opgenomen in andere documenten zoals beeldkwaliteitsplannen.
                                Die moeten dan wel voldoen aan dezelfde eisen: vaststelling in de
                                vorm van beleidsregels door de gemeenteraad, inspraak conform de
                                gemeentelijke inspraakverordening enzovoort. Verwerking van die
                                criteria in de welstandsnota zelf verdient de voorkeur. Omgekeerd
                                geldt dat waar in een gemeentelijke verordening naar een
                                welstandstoets wordt verwezen, zoals in de reclame- of
                                terrassenverordening, de welstandsnota daarop toegesneden criteria
                                moet bevatten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Vaststelling en evaluatie</titel></kop><al>De criteria worden opgenomen in een door de gemeente vast te stellen
                                welstandsnota. Burgemeester en wethouders én de welstandscommissie
                                leggen ten minste eenmaal per jaar een verslag voor aan de
                                gemeenteraad. Op grond daarvan kan tot bijstelling van het
                                welstandsbeleid en/of de -criteria worden besloten.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering van het beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Toetsing van bouwaanvragen</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders is verplicht om
                                vergunningplichtige bouwwerken te toetsen aan redelijke eisen van
                                welstand. De onlangs herziene Woningwet is op dat punt niet
                                veranderd. Nieuw is dat deze toets plaats heeft aan de hand van in
                                een welstandsnota vastgelegde criteria. Bovendien is bij het
                                ontbreken van zo’n door de gemeenteraad vast te stellen nota
                                welstandstoetsing niet meer mogelijk. In geval van een reguliere
                                bouwvergunning zijn burgemeester en wethouders verplicht om een
                                advies te vragen aan een onafhankelijke welstandscommissie. Bij een
                                lichte bouwvergunning is dat wettelijk facultatief.</al><al>Ook nieuw is de gefaseerde vergunningverlening waarbij aan
                                vergunningaanvragers van reguliere bouwvergunningen de mogelijkheid
                                wordt geboden om in een vroeg planstadium op basis van voorlopige
                                schetsen een besluit van burgemeester en wethouders te vragen over
                                een bouwplan. Dat is het vastleggen van de inmiddels gegroeide
                                praktijk van vooroverleg met de welstandscommissie met dat verschil
                                dat daar nu ook rechten aan kunnen worden ontleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Het welstandsadvies</titel></kop><al>Het welstandsadvies op een bouwaanvraag dient tot stand te komen in
                                een openbare vergadering van de welstandscommissie en dient, zeker
                                in het geval van een negatief advies, voldoende te worden
                                gemotiveerd.</al><al> Burgemeester en wethouders kunnen, mits met redenen omkleed,
                                incidenteel afwijken van dat advies. Dat kan zijn omdat zij van
                                oordeel zijn dat de welstandscommissie de van toepassing zijnde
                                criteria niet juist heeft geïnterpreteerd of toegepast. Dat is dus
                                een afwijking op welstandsgronden waarvoor burgemeester en
                                wethouders de eigen welstandscommissie eerst de mogelijkheid bieden
                                voor een heroverweging en daarna een second opinion kunnen vragen
                                aan een andere commissie. Een afwijking om andere redenen is nu ook
                                mogelijk: burgemeester en wethouders hebben volgens artikel 44 lid 1
                                van de herziene woningwet de mogelijkheid om bij strijd van een
                                bouwplan met redelijke eisen van welstand toch de bouwvergunning te
                                verlenen, indien zij menen dat daarvoor andere redenen zijn,
                                bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Ook deze
                                afwijking moet in de beslissing op de bouwaanvraag deugdelijk worden
                                gemotiveerd.</al><al> Burgemeester en wethouders kunnen, ook op advies van de
                                welstandscommissie, eveneens incidenteel afwijken van de gebieds- en
                                objectgerichte welstandscriteria. Dit kan gebeuren bij plannen die
                                niet voldoen aan de vastgelegde criteria maar toch voldoen aan
                                redelijke eisen van welstand. De welstandsnota moet daarvoor
                                voldoende duidelijkheid geven over het te voeren algemene ruimtelijk
                                kwaliteitsbeleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>De welstandscommissie</titel></kop><al>De wettelijke taak van de welstandscommissie is het uitbrengen van
                                adviezen aan burgemeester en wethouders ten aanzien van de vraag of
                                het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarvoor een aanvraag
                                om bouwvergunning is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van
                                welstand. Het welstandsadvies is gebaseerd op de in deze
                                welstandsnota genoemde criteria.</al><al> De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van de
                                werkzaamheden voor de gemeenteraad.</al><al>Samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie
                                worden overigens geregeld in de gemeentelijke bouwverordening
                                waarbij in ieder geval de wijze van openbaarheid van vergaderen, de
                                verslaglegging van adviezen en de benoemingstermijn (maximaal drie
                                jaar met eenmaal een herbenoeming van drie jaar).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Beleidsinstrumenten</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>B:</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Loketcriteria</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>In het ‘Besluit bouwvergunningsvrije en
                                licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken’ (Bblb) zijn alle
                                bouwwerken opgesomd die onder bepaalde voorwaarden
                                bouwvergunningsvrij, en dus ‘welstandsvrij’ zijn en welke bouwwerken
                                licht-bouwvergunningplichtig zijn en waarvoor de lichte en verkorte
                                procedure geldt. Bovendien is voor een aantal nauwkeurig benoemde
                                kleine bouwwerken aangegeven dat daarvoor ‘loketcriteria’ moeten
                                worden opgesteld, dat zijn zodanig helder geformuleerde
                                welstandsregels dat zij voor iedereen begrijpelijk zijn en in
                                principe aan het loket van bouw- en woningtoezicht kunnen worden
                                getoetst.</al><al> Het gaat om de volgende bouwwerken:</al><al> 1. aan- of uitbouwen;</al><al> 2. bijgebouwen of overkappingen;</al><al> 3. kozijn- of gevelwijzigingen;</al><al> 4. dakkapellen;</al><al> 5. erf- of perceelafscheidingen;</al><al> 6. dakramen;</al><al> 7. zonnecollectoren of zonnepanelen;</al><al> 8. (schotel)antennes;</al><al> 9. zonweringen of (rol)luiken.</al><al> Alleen de eerste vijf categorieën vallen onder de eis dat hiervoor
                                ‘loketcriteria’ beschikbaar moeten zijn. De gemeente Eemnes hecht er
                                echter aan dat ook enkele andere veel voorkomende kleine bouwwerken
                                onder dit regime kunnen worden afgewikkeld.</al><al>Wanneer een bouwvergunning moet worden aangevraagd is het
                                bestemmingsplan op de eerste plaats maatgevend voor wat betreft
                                afmetingen, voorgevelrooilijnen enzovoort. Als dat geen bezwaar
                                oplevert, dan zal het bouwplan door een gemandateerd ambtenaar
                                namens burgemeester en wethouders aan de loketcriteria voor welstand
                                worden getoetst. Voldoet het daar niet aan dan wordt de indiener van
                                de bouwaanvraag in overweging gegeven die aan te passen zodat de
                                ambtenaar alsnog een positief welstandsoordeel kan geven. Indien een
                                bouwwerk niet voldoet aan de loketcriteria, omdat sprake is van een
                                bijzonder ontwerp of van een bijzondere situatie, zoals aan een
                                monument of in het beschermd dorpsgezicht, dan kan het bouwplan
                                voorgelegd worden aan de welstandscommissie. Dat is ook het geval
                                als er twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de loketcriteria.
                                Bovendien zijn er voor voorkantsituaties van bijgebouwen of
                                overkappingen en erf- of perceelafscheidingen geen loketcriteria
                                opgenomen; deze worden steeds aan de welstandscommissie voorgelegd.
                                De welstandscommissie maakt bij de beoordeling van het bouwplan
                                –voor zover van toepassing– gebruik van de loketcriteria, de
                                objectcriteria, de gebiedsgerichte en algemene
                                welstandscriteria.</al><al/><al>Systematiek</al><al> De opzet van de loketcriteria volgt de benadering die bij de
                                wetswijziging is gehanteerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt
                                tussen de voor- en achterkant van woningen. Voorkant is de voorgevel
                                en de zijgevel, voor zover gelegen aan de weg of openbaar groen.
                                Achterkant is de achtergevel en de zijgevel die niet aan de weg of
                                openbaar groen grenst.</al><al>Per categorie wordt eerst een definitie opgenomen van het bouwwerk
                                en van de condities waaronder het vergunningsvrij gebouwd mag
                                worden. Passen ze niet binnen die voorwaarden dan zijn ze in de
                                meeste gevallen licht-bouwvergunningplichtig en moeten aan de
                                loketcriteria voor die bouwwerken worden getoetst. Dat geldt ook als
                                ze bij of aan een monument gebouwd worden of in het beschermd
                                dorpsgezicht liggen.</al><al> Eerst wordt vermeld of de zogenaamde trendsetterregeling van
                                toepassing is. Dat is het geval als een zelfde bouwwerk in dezelfde
                                omstandigheden al is vergund of als er al een goedgekeurd ontwerp
                                voor is gemaakt. De gemeente gebruikt deze trendsetters als
                                welstandstoets. In sommige gevallen, zoals bij alle dakkapellen of
                                bij een aan- of uitbouw aan de voorgevel, is de trendsetter
                                verplicht gesteld.</al><al> Dan volgen de welstandscriteria, als er geen trendsetter aanwezig
                                is. Naar inhoud hebben deze, indien van toepassing, betrekking op de
                                plaatsing, de vorm, de maatvoering, de detaillering en het
                                materiaal- en kleurgebruik.</al><al>Indien gewenst worden de loketcriteria bijgesteld bij de
                                gebiedsgerichte criteria. Daaraan zal in het bijzonder behoefte
                                bestaan bij beeldbepalende elementen of bij een afwijkende
                                bebouwingstypologie. De gebiedsgerichte criteria kunnen minder of
                                meer eisen inhouden voor het betreffende bouwwerk op een bepaalde
                                locatie. In het geval van dakkapellen aan een hallenhuisboerderij
                                heeft ook een nuancering van de objectcriteria plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Aan- of uitbouwen</titel></kop><al>Omschrijving</al><al> Aan- en uitbouwen zijn bouwwerken die in een directe verbinding
                                staan met het (hoofd)gebouw waaraan zij worden gebouwd. Een aanbouw
                                is een toevoeging van een afzonderlijke ruimte, terwijl een uitbouw
                                een vergroting van een bestaande ruimte is. Het gebruik ervan moet
                                direct gerelateerd zijn aan de woonfunctie.</al><al/><al>Vergunningsvrij</al><al> Het bouwen van een op de grond staande aan- of uitbouw van één
                                bouwlaag aan een bestaande woning of een bestaand woongebouw, die
                                strekt tot vergroting van het woongenot, is bouwvergunningsvrij ,
                                mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken:</al><al>1. gebouwd aan:</al><al> a. de oorspronkelijke achtergevel op meer dan 1 m van de weg of het
                                openbaar groen;</al><al> b. een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerde
                                oorspronkelijke zijgevel op meer dan 1 m van het voorerf, en meer
                                dan 1m van het naburige erf.</al><al> 2. niet hoger dan:</al><al> a. 4 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein,</al><al> b. 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van die woning of
                                dat woongebouw;</al><al> c. de woning of het woongebouw en</al><al> 3. gebouwd binnen de breedte van de gevel waaraan de aan- of
                                uitbouw wordt gebouwd;</al><al> 4. minder dan 2,5 m diep;</al><al> 5. zij- of achtererf door dat bouwen voor niet meer dan 50%
                                bebouwd;</al><al> 6. niet gebouwd aan een woning of woongebouw als bedoeld in artikel
                                45, eerste lid, van de wet, aan een woonwagen als bedoeld in artikel
                                1, eerste lid, onderdeel e, van de wet of aan een woning of
                                woongebouw die of dat niet voor permanente bewoning is bestemd.</al><al> Een lichte bouwvergunning is vereist indien het bouwen van een aan-
                                of uitbouw, die overigens voldoet aan de omschrijving en kenmerken
                                om vergunningsvrij gebouwd te kunnen worden, plaatsvindt:</al><al> a. in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een Provinciale of gemeentelijke
                                monumentenverordening, of</al><al> b. in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de
                                monumentenwet 1988.</al><al>Een lichte bouwvergunning is voorts vereist voor het bouwen van een
                                aan- of uitbouw die niet voldoet aan de onder bouwvergunningsvrij
                                genoemde kenmerken, met dien verstande dat:</al><al> a. de hoogte van de aan- of uitbouw, gemeten vanaf het aansluitend
                                terrein, minder is dan 5 m;</al><al> b. de bruto oppervlakte van de aan- of uitbouw minder is dan 50
                                m².</al><al>In alle andere gevallen is voor aan- of uitbouwen een reguliere
                                bouwvergunning vereist.</al><al/><al/><al/><al/><al> AAN- OF UITBOUWEN</al><al> aan de ACHTERGEVEL en de niet openbaar gelegen ZIJGEVEL</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar
                                niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen
                                daarvan vrijstelling te verlenen.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                                hetzelfde bouwblok danwel bij gelijke woningen in een vergelijkbare
                                situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een positief
                                welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die
                                het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en
                                waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al>Plaatsing direct aan en binnen de oorspronkelijke achter- of
                                zijgevel, 1 m terug van de voorgevelrooilijn.</al><al>Vorm - plat afgedekt;</al><al> - gevelindeling evenwichtig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al> Maatvoering - tot 3 m uit de oorspronkelijke achter- of
                                zijgevel;</al><al> - niet hoger dan:</al><al> a) 4 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein,</al><al> b) 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping en 0,30 m onder
                                de gootlijn en</al><al> c) de woning of het woongebouw;</al><al> - daktrim, bovendorpel of boeiboord minder dan 0,25 m.</al><al> Detaillering zorgvuldig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>Materiaal - overeenkomstig het hoofdgebouw;</al><al> - op de erfgrens: een gemetselde gevel.</al><al> Kleur overeenkomstig het hoofdgebouw.</al><al>Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al>Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al><al> AAN- OF UITBOUWEN</al><al> aan de VOORGEVEL en de openbaar gelegen ZIJGEVEL</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar
                                niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen
                                daarvan vrijstelling te verlenen.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                                hetzelfde bouwblok danwel bij gelijke woningen in een vergelijkbare
                                situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een positief
                                welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die
                                het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en
                                waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>A. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria (*):</al><al> Plaatsing gebouwd aan:</al><al> - de oorspronkelijke voorgevel;</al><al> - een naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspronkelijke
                                zijgevel, 1 m terug van de voorgevellijn.</al><al>Vorm - plat afgedekt;</al><al> - rechthoekige hoofdvorm;</al><al> - gevelindeling evenwichtig en afgestemd op het hoofdgebouw;</al><al> - kozijnhoogte en hoogteplaatsing gelijk aan het oorspronkelijke
                                raam en zonder vergroting van de oorspronkelijke
                                gevelopening(en).</al><al> -</al><al> Maatvoering - niet hoger dan:</al><al> a) 4 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein,</al><al> b) 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping en 0,30 m onder
                                de gootlijn, en</al><al> c) de woning of het woongebouw;</al><al> - diepte aan de voorgevel minder dan 1 m en aan de zijgevel minder
                                dan 3 m;</al><al> - daktrim, bovendorpel of boeiboord minder dan 0,25 m;</al><al> Detaillering zorgvuldig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>Materiaal - overeenkomstig het hoofdgebouw;</al><al> - aan voorgevel: rondom van glas voorzien en een gemetselde
                                borstwering;</al><al> - op de erfgrens: een gemetselde gevel.</al><al> Kleur overeenkomstig het hoofdgebouw.</al><al> Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al>(*) Indien voor een aan- of uitbouw aan de voorgevel een
                                trendsetter, zoals bedoeld onder A of B beschikbaar is, moet deze
                                gevolgd worden.</al><al>Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan de
                                welstandscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Bijgebouwen of overkappingen</titel></kop><al>Omschrijving</al><al> Bijgebouwen zijn op zichzelf staande gebouwen, zoals een schuur,
                                een garage of een ander bijgebouw bij een (hoofd)gebouw. Bij
                                overkappingen zal het vrijwel altijd om carports gaan.</al><al/><al>Vergunningsvrij</al><al> Het bouwen van een op de grond staand bijgebouw van een bouwlaag of
                                een op de grond staande overkapping van een bouwlaag bij een
                                bestaande woning of bestaand woongebouw, dat of die strekt tot
                                vergroting van het woongenot, is bouwvergunningsvrij indien voldaan
                                wordt aan de volgende kenmerken:</al><al>1. gebouwd op:</al><al> a. het achtererf op meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen,
                                of</al><al> b. een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerd zijerf op
                                meer dan 1m van het voorerf, en</al><al> c. indien de bruto-oppervlakte van het bijgebouw of de overkapping
                                meer is dan 10 m²: meer dan 1 m van het naburige erf,</al><al> 2. niet hoger dan 3 m gemeten vanaf het aansluitend terrein,</al><al> 3. zij- of achtererf door dat bouwen voor niet meer dan 50%
                                bebouwd,</al><al> 4. de totale bruto-oppervlakte van de op het erf aanwezige
                                bouwvergunningsvrij gebouwde bijgebouwen en overkappingen minder dan
                                30 m², en</al><al> 5. niet gebouwd bij een woning of woongebouw als bedoeld in artikel
                                45, eerste lid, van de wet, bij een woonwagen als bedoeld in artikel
                                1, eerste lid, onderdeel e, van de wet of bij een woning of bij een
                                woning of woongebouw die of dat niet voor permanente bewoning is
                                bestemd.</al><al>Voor het bouwen van een op de grond staand bijgebouw van een
                                bouwlaag of een op de grond staande overkapping van een bouwlaag die
                                voldoet aan de onder bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken is
                                niettemin een lichte bouwvergunning vereist indien dat bouwen
                                plaatsvindt:</al><al> a. in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> b. in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in
                                monumentenwet 1988.</al><al>Een lichte bouwvergunning is voorts vereist voor het bouwen van een
                                bijgebouw of overkapping dat of die niet voldoet aan de onder
                                bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken, met dien verstande dat:</al><al> a. de hoogte van het bijgebouw of de overkapping, gemeten vanaf het
                                aansluitend terrein, minder is dan 5 m;</al><al> b. de bruto-oppervlakte van het bijgebouw of de overkapping minder
                                is dan 50 m².</al><al>in alle andere gevallen is een reguliere bouwvergunning
                                vereist.</al><al> BIJGEBOUWEN OF OVERKAPPINGEN</al><al> op het ACHTERERF, het niet openbaar gelegen ZIJERF en het openbaar
                                gelegen ZIJERF</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar
                                niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen
                                daarvan vrijstelling te verlenen.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand bijgebouw of een
                                bestaande overkapping in hetzelfde bouwblok danwel bij gelijke
                                woningen in een vergelijkbare situatie, dat/die minder dan 5 jaar
                                geleden met een positief welstandsadvies zijn vergund, of</al><al>B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die
                                het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en
                                waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al>Plaatsing op het achter- of zijerf, 1m achter de voorgevelrooilijn
                                en 1m van de weg of het openbare groen.</al><al>Vorm - plat afgedekt;</al><al> - gevelindeling evenwichtig en afgestemd op het hoofdgebouw;</al><al> - op het openbaar gelegen zijerf: een rechthoekige hoofdvorm.</al><al> Maatvoering - hoogte:</al><al> a) indien op meer dan 1m van de erfgrens maximaal 3 m, of</al><al> b) indien op minder dan 1m van de erfgrens, 2,25 m plus de afstand
                                tot de erfgrens.</al><al> Detaillering zorgvuldig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>Materiaal - aan het hoofdgebouw geplaatst of op minder dan 3m
                                afstand daarvan, overeenkomstig het hoofdgebouw;</al><al> - in de andere gevallen: hout of overeenkomstig het
                                hoofdgebouw.</al><al> Kleur - aan het hoofdgebouw geplaatst of op minder dan 3m afstand
                                daarvan, overeenkomstig het hoofdgebouw;</al><al> - in de andere gevallen: een gedekte kleur of overeenkomstig het
                                hoofdgebouw.</al><al> Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al> Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Kozijn- of gevelwijzigingen</titel></kop><al>Van een gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen
                                van een kozijn, venster, deur of gevelpaneel in de buitenmuur van
                                een gebouw.</al><al/><al>Vergunningsvrij</al><al> Het veranderen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel
                                van een bestaande woning, bestaand woongebouw of een bij een
                                bestaande woning of een bestaand woongebouw behorend bijgebouw is
                                bouwvergunningsvrij mits wordt voldaan aan de volgende
                                kenmerken:</al><al>1. Niet aangebracht in de voorgevel van een woning of woongebouw of
                                een naar de weg of het openbaar groen gekeerde zijgevel van een
                                woning of woongebouw, en</al><al> 2. De bestaande gevelopening wijzigt niet.</al><al> Een lichte bouwvergunning is vereist wanneer een gevelwijziging die
                                overigens voldoet aan de kenmerken om bouwvergunningsvrij te worden
                                plaatsvindt:</al><al> a. In, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> b. In een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in
                                monumentenwet 1988.</al><al>Een lichte bouwvergunning is voorts vereist indien de gevelwijziging
                                niet voldoet aan de onder bouwvergunningsvrij genoemde
                                kenmerken.</al><al> KOZIJN- OF GEVELWIJZIGINGEN</al><al> In de ACHTERGEVEL en niet openbaar gelegen ZIJGEVEL</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. de gevelwijziging is overeenkomstig een bestaande gevelwijziging
                                in hetzelfde bouwblok dan wel bij gelijke woningen in een
                                vergelijkbare situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een
                                positief welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. de gevelwijziging is overeenkomstig het ontwerp van de architect,
                                die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt
                                en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al>Plaatsing in de achtergevel of niet openbaar gelegen zijgevel van
                                een woning, woongebouw of een daarbij behorend bijgebouw.</al><al>Vorm</al><al> Maatvoering</al><al> Detaillering</al><al> Materiaal,</al><al> Kleur vorm, maatvoering, detaillering, materiaal en kleur zijn
                                welstandsvrij voor wat betreft de achtergevel op de begane grond en
                                bijgebouwen. Voor de gevels op de verdieping(en) en de zijgevel
                                geldt hetgeen voor de voorgevel en de openbaar gelegen zijgevel is
                                bepaald.</al><al> Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al> Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al><al/><al>KOZIJN- OF GEVELWIJZIGINGEN</al><al> In de VOORGEVEL en de openbaar gelegen ZIJGEVEL</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. de gevelwijziging is overeenkomstig een bestaande gevelwijziging
                                in hetzelfde bouwblok dan wel bij gelijke woningen in een
                                vergelijkbare situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een
                                positief welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. de gevelwijziging is overeenkomstig het ontwerp van de architect,
                                die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt
                                en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria (*):</al><al>Plaatsing in de voorgevel van en woning of woongebouw of een naar de
                                weg of het openbaar groen gekeerde zijgevel.</al><al>Vorm - zonder aantasting van de bestaande gevelopening;</al><al> - bij vervanging van een garagedeur door een pui: geen gemetselde
                                borstwering;</al><al> - bij vervanging van raamkozijnen: gelijke kozijnen gelijktijdig
                                vervangen;</al><al> - kozijnindeling gerelateerd aan de bestaande kozijnindeling;</al><al> - gevelindeling evenwichtig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al> Maatvoering - profielmaten gelijk of nagenoeg gelijk aan bestaande
                                kozijnonderdelen;</al><al> - nieuwe gevelopeningen in de zijgevel;</al><al> - maximaal 1 m² voor een raam;</al><al> - maximaal 2,3 m² voor een deur.</al><al> Detaillering zorgvuldig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>Materiaal overeenkomstig de bestaande kozijnen.</al><al>Kleur overeenkomstig het hoofdgebouw.</al><al>Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al> (*) Indien voor een kozijn- of gevelwijziging aan de voorgevel een
                                trendsetter, zoals bedoeld onder A of B beschikbaar is, moet deze
                                gevolgd worden.</al><al>Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Dakkapellen</titel></kop><al>Omschrijving</al><al> Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de
                                lichtinval te verbeteren en het bruikbaar vloeroppervlak te
                                vergroten, zonder de nok van het gebouw waarop de dakkapel geplaatst
                                wordt te verhogen.</al><al/><al>Vergunningsvrij</al><al> Het bouwen van een dakkapel op een bestaand gebouw is
                                bouwvergunningsvrij indien wordt voldaan aan de volgende
                                kenmerken:</al><al>1. Gebouwd op het achterdakvlak of een niet naar de weg of het
                                openbaar groen gekeerd zijdakvlak;</al><al> 2. Afstand tot de voorgevel meer dan 1 m;</al><al> 3. Voorzien van een plat dak;</al><al> 4. Zijwanden ondoorzichtig;</al><al> 5. Hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder dan 1,5
                                m;</al><al> 6. Onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1m boven de
                                dakvoet;</al><al> 7. Bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok;</al><al> 8. Zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak,
                                en</al><al> 9. Niet gebouwd op een woning of woongebouw als bedoeld in artikel
                                45, eerste lid, van de wet, op een woonwagen als bedoeld in artikel
                                1, eerste lid, onderdeel e, van de wet of op een woning of
                                woongebouw die of dat niet voor permanente bewoning is bestemd.</al><al/><al>Voor het bouwen van een dakkapel die voldoet aan de onder
                                bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken, is niettemin een lichte
                                bouwvergunning vereist indien dat plaatsvindt:</al><al> a. In, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> b. In een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in
                                monumentenwet 1988.</al><al>Een lichte bouwvergunning is voorts vereist indien de dakkapel niet
                                voldoet aan de onder bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken.</al><al> DAKKAPELLEN</al><al> in het ACHTERDAKVLAK of niet openbaar gelegen ZIJDAKVLAK</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar
                                niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen
                                daarvan vrijstelling te verlenen.</al><al> Bij aan-één-gebouwde woningen met zadelkap (bijvoorbeeld
                                Herderstasje 2 tot en met 24, Roodzwenk 2 tot en met 34,
                                grachtenwoningen aan de Willemserf en Reijerserf) is een dakkapel
                                alleen aan één zijde van de woning toegestaan.</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwplan is overeenkomstig een bestaande dakkapel in
                                hetzelfde bouwblok dan wel bij gelijke woningen in een vergelijkbare
                                situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een positief
                                welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. de dakkapel is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die
                                het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en
                                waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria (*):</al><al>Plaatsing - onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1m boven de
                                dakvoet;</al><al> - bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok;</al><al> - de afstand meer dan 0,75 m tot het midden van de woningscheidende
                                bouwmuren of de eindgevel en bij vrijstaande en
                                twee-onder-één-kapwoningen meer dan 1,5 m tot de eindgevel, bij
                                hoekkepers aan de bovenkant en bij kilkepers aan de onderkant van de
                                dakkapel gemeten;</al><al> - de afstand tot kilkepers en hoekkepers bedraagt minimaal 0,75
                                m;</al><al> - bij meer dan één dakkapel: regelmatige rangschikking op een
                                horizontale rij met een minimale tussenruimte van 0,75 m;</al><al> - geen dakkapellen op het bovenste deel van een hoogopgaand dakvlak
                                of mansardekap;</al><al> - geen dakkapellen boven elkaar;</al><al> - geen dakkapellen op dakvlakken met een hellingshoek kleiner dan
                                30°;</al><al> - niet op een aan- of uitbouw of op een bijgebouw.</al><al> Vorm - plat afgedekt;</al><al> - rechtopgaande zijkanten;</al><al> - zijwanden ondoorzichtig;</al><al> - geen borstwering;</al><al> - indeling evenwichtig en afgestemd op het hoofdgebouw;</al><al> - passend bij de vormgevingskarakteristiek van het pand.</al><al> Maatvoering - niet meer dan 2/3 van de breedte van het dakvlak tot
                                een maximum van 3.60 m, tenzij de vormgevingskarakteristiek van het
                                pand zich hier tegen verzet;</al><al> - niet meer dan 2/3 van de oppervlakte van het dakvlak gebruikt
                                voor dakkapellen, dakramen, zonnepanelen en andere dakdoorbrekingen
                                gezamenlijk;</al><al> - hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder dan 1,5
                                m;</al><al> - boeiboord niet hoger dan 0,25 m;</al><al> - overstekken niet meer dan 0,1 m.</al><al/><al>Detaillering zorgvuldig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>Materiaal overeenkomstig het hoofdgebouw.</al><al>Kleur overeenkomstig het hoofdgebouw, of in de kleur van de
                                dakbedekking.</al><al> Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al>(*) Indien voor een dakkapel een trendsetter, zoals bedoeld onder A
                                of B beschikbaar is, moet deze gevolgd worden.</al><al>Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al><al> DAKKAPELLEN</al><al> In het VOORDAKVLAK of het openbaar gelegen ZIJDAKVLAK</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar
                                niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen
                                daarvan vrijstelling te verlenen, met dien verstande dat geen
                                dakkapellen zijn toegestaan op het voordakvlak van de volgende
                                woningen c.q. straten:</al><al> - Akkerpad 1 t/m n29</al><al> - Haagwinde 22 tot en met 46;</al><al> - Zilverschoon 1 tot en met 39;</al><al> - Zegge 1 tot en met 29;</al><al> - twee-onder-één-kap-woningen Zeeltweg, Zonnebaarsweg, Forelweg,
                                Wolfstedelaan en Eemlustlaan 51 en 53;</al><al> - appartementengebouw Wolfstedelaan 62 t/m 76;</al><al>Voor de overige situaties geldt dat het bouwwerk in ieder geval niet
                                in strijd is met redelijke eisen van welstand als aan de
                                onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwplan is overeenkomstig een bestaande dakkapel in
                                hetzelfde bouwblok dan wel bij gelijke woningen in een vergelijkbare
                                situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een positief
                                welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. de dakkapel is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die
                                het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en
                                waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria (*):</al><al>Plaatsing - onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1m boven de
                                dakvoet;</al><al> - bovenzijde meer dan 1,0 m onder de daknok;</al><al> - zijkant meer dan 0,75 m tot het midden van de woningscheidende
                                bouwmuren of de eindgevel en bij vrijstaande en
                                twee-onder-één-kapwoningen meer dan 1,5 m tot de eindgevel (bij
                                hoekkepers aan de bovenkant en bij kilkepers aan de onderkant van de
                                dakkapel gemeten);</al><al> - de afstand tot kilkepers en hoekkepers bedraagt minimaal 0,75
                                m;</al><al> - geen dakkapellen op het bovenste deel van een hoogopgaand
                                dakvlak, of mansardekap;</al><al> - geen dakkapellen boven elkaar;</al><al> - geen dakkapellen op dakvlakken met een hellingshoek kleiner dan
                                30°;</al><al> - niet op een aan- of uitbouw of op een bijgebouw.</al><al> Vorm - plat afgedekt;</al><al> - zijwanden ondoorzichtig;</al><al> - overstekken maximaal 0,1 m;</al><al> - boeiboord maximaal 0,25 m;</al><al> - geen borstwering;</al><al> - indeling evenwichtig en afgestemd op het hoofdgebouw;</al><al> - passend bij de vormgevingskarakteristiek van het pand.</al><al/><al>Maatvoering - één per dakvlak;</al><al> - niet meer dan 2/3 van de breedte van het dakvlak tot een maximum
                                van 3.60 m, tenzij de vormgevingskarakteristiek van het pand zich
                                hier tegen verzet;</al><al> - hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder dan 1,5
                                m;</al><al> niet meer dan 50% van de oppervlakte van het dakvlak gebruikt voor
                                dakkapellen, dakramen, zonnepanelen en andere dakdoorbrekingen
                                gezamenlijk.</al><al> Detaillering zorgvuldig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>Materiaal hout.</al><al>Kleur (gebroken) wit of overeenkomstig het hoofdgebouw.</al><al>Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al> (*) Indien voor een dakkapel een trendsetter, zoals bedoeld onder A
                                of B beschikbaar is, moet deze gevolgd worden.</al><al>Een bouwaanvraag in de in hoofdstuk 7 omschreven deelgebieden
                                Beschermd Dorpsgezicht, Wakkerendijk/Meentweg en Laarderweg wordt
                                steeds aan de welstandscommissie voorgelegd.</al><al> Een bouwaanvraag in de overige deelgebieden zal door een
                                gemandateerd ambtenaar aan de loketcriteria worden getoetst. Indien
                                een bouwwerk niet voldoet aan de loketcriteria kan de bouwaanvraag
                                worden voorgelegd aan welstandscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Erf- of perceelafscheidingen</titel></kop><al>Omschrijving</al><al> Tuinmuren, hekwerken, schuttingen en allerhande kant- en klare
                                afscheidingen zoals vlechtschermen kunnen als erf- of
                                perceelafscheidingen worden gebruikt</al><al/><al>Vergunningsvrij</al><al> Het bouwen van een erfscheiding is bouwvergunningsvrij mits wordt
                                voldaan aan de volgende kenmerken:</al><al>1. Niet hoger dan 1 m;</al><al> 2. Niet hoger dan 2 m en gebouwd:</al><al> a. op een erf of perceel waarop reeds een gebouw staat;</al><al> b. meer dan 1 m achter de voorgevelrooilijn;</al><al> c. meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen.</al><al> Voor het bouwen van een erfafscheiding die voldoet aan de onder
                                bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken, is niettemin een lichte
                                bouwvergunning vereist indien dat plaatsvindt:</al><al> a. In, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> b. In een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in
                                monumentenwet 1988.</al><al>Een lichte bouwvergunning is voorts vereist indien de erfafscheiding
                                niet voldoet aan de onder bouwvergunningsvrij genoemde
                                kenmerken.</al><al> ERF- OF PERCEELAFSCHEIDINGEN</al><al> op het ACHTERERF, het niet openbaar gelegen ZIJERF en het openbaar
                                gelegen ZIJERF</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar
                                niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen
                                daarvan vrijstelling te verlenen.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwplan is overeenkomstig een bestaande erf- of
                                perceelsafscheiding in hetzelfde bouwblok danwel bij gelijke
                                woningen in een vergelijkbare situatie, die minder dan 5 jaar
                                geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. de erfafscheiding is overeenkomstig het ontwerp van de architect,
                                die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt
                                en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al>Plaatsing - op de erfgrens;</al><al> - tot 1 m achter de voorgevelrooilijn.</al><al> Vorm - enkelvoudige, rechte vormgeving (geen toogvormen of
                                diagonaal aangebrachte delen);</al><al> - horizontale of verticale geleding;</al><al> - in één lijn.</al><al> - geen diversiteit aan vormgevingsprincipes binnen een erf- of
                                perceelsafscheiding;</al><al> Maatvoering maximaal 2 m hoog.</al><al>Detaillering zorgvuldig en afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>Materiaal - natuurlijk materiaal, zoals steen of hout of een hek van
                                smeedijzer;</al><al> - open gaas- of hekwerk, als drager voor beplanting.</al><al> Kleur aardkleuren, groen of zwart.</al><al>Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al> Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Dakramen</titel></kop><al>Omschrijving</al><al> Een dakraam vervangt een gedeelte van het gesloten dakvlak door een
                                in hetzelfde vlak liggend venster, ter vergroting van de
                                lichtinval.</al><al/><al>Vergunningsvrij</al><al> Het bouwen van een dakraam in een bestaand gebouw is
                                bouwvergunningsvrij als voldaan wordt aan de volgende
                                kenmerken:</al><al>1. onderzijde meer dan 0,5 m boven de dakvoet;</al><al> 2. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok, en</al><al> 3. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak.</al><al>Voor het bouwen van een dakraam in een bestaand gebouw die voldoet
                                aan de onder bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken is niettemin een
                                lichte bouwvergunning vereist indien dat bouwen plaatsvindt:</al><al> a. in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> b. in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in
                                monumentenwet 1988.</al><al> Een lichte bouwvergunning is voorts vereist voor het bouwen van een
                                dakraam dat niet voldoet aan de onder bouwvergunningsvrij genoemde
                                kenmerken.</al><al>De voorwaarden voor het vergunningsvrij bouwen van een dakraam zijn
                                in het Bblb zo ruim gesteld dat er geen behoefte is aan
                                loketcriteria voor dakramen die niet voldoen aan de kenmerken om
                                vergunningsvrij gebouwd te kunnen worden. Volstaan wordt met een
                                trendsetterregeling, voor zowel de voor- als achterkant.</al><al> DAKRAMEN</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het dakraam is overeenkomstig een bestaande gevelwijziging in
                                hetzelfde bouwblok danwel bij gelijke woningen in een vergelijkbare
                                situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een positief
                                welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. het dakraam is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die
                                het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en
                                waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven.</al><al> Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Zonnecollectoren of zonnepanelen</titel></kop><al>Omschrijving</al><al> Met een zonnecollector wordt warmte opgewekt, die via een warm
                                wateropslag meestal gebruikt wordt voor het verwarmen van water voor
                                huishoudelijk gebruik. Met een zonnepaneel wordt elektriciteit
                                opgewekt voor de elektriciteitsvoorziening van een bouwwerk.</al><al> Vergunningsvrij</al><al> Het bouwen van een collector voor warmteopwekking of van een paneel
                                voor de opwekking van elektriciteit uit daglicht op of aan een
                                bouwwerk ten behoeve van de warmtevoorziening of de
                                elektriciteitsvoorziening van het gebruik van dat bouwwerk of van op
                                hetzelfde perceel gelegen andere bouwwerken is bouwvergunningsvrij
                                indien aan de volgende kenmerken wordt voldaan:</al><al>1. Bij plaatsing:</al><al> a. op een schuin dakvlak:</al><al> 1. binnen het vlak van het dak;</al><al> 2. in of direct op het dakvlak, en</al><al> 3. hellingshoek gelijk aan hellingshoek op een dakvlak:</al><al> b. op een dakvlak:</al><al> 1. afstand tot dakranden tenminste gelijk aan hoogte collector of
                                paneel, en</al><al> 2. hellingshoek ten hoogste 35°, en</al><al> 2. Indien de collector niet een geheel vormt met de installatie
                                voor het opslaan van water of indien het paneel niet een geheel
                                vormt met de installatie voor het omzetten van de opgewekte
                                elektriciteit: die installatie in dat bouwwerk is geplaatst.</al><al/><al>Voor het bouwen van een zonnecollector of zonnepaneel die voldoet
                                aan de onder bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken is niettemin een
                                lichte bouwvergunning vereist indien dat bouwen plaatsvindt:</al><al> a. In, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> b. In een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in
                                monumentenwet 1988.</al><al>Een lichte bouwvergunning is voorts vereist voor het bouwen van een
                                zonnecollector of zonnepaneel die niet voldoet aan de onder
                                bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken.</al><al>Indien de zonnecollector of het zonnepaneel niet op of aan een
                                bouwwerk wordt geplaatst of de energie- of warmtevoorziening is niet
                                bedoeld voor dat bouwwerk of andere bouwwerken op hetzelfde perceel,
                                dan is een reguliere bouwvergunning vereist.</al><al>De voorwaarden voor het vergunningsvrij bouwen van een
                                zonnecollector of zonnepaneel zijn in het Bblb dermate ruim gesteld
                                dat er geen behoefte is aan loketcriteria voor zonnecollectoren of
                                zonnepanelen die niet voldoen aan de kenmerken om vergunningsvrij
                                gebouwd te kunnen worden. Volstaan wordt met een
                                trendsetterregeling, voor zowel de voor- als achterkant.</al><al> ZONNECOLLECTOREN OF ZONNEPANELEN</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. de zonnecollector of het zonnepaneel zijn overeenkomstig een
                                bestaande collector of bestaand paneel in hetzelfde bouwblok danwel
                                bij gelijke woningen in een vergelijkbare situatie, die/dat minder
                                dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies zijn vergund,
                                of</al><al>B. de zonnecollector of het zonnepaneel zijn overeenkomstig het
                                ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan
                                het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies
                                is gegeven.</al><al> Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>(Schotel)antennes</titel></kop><al>Omschrijving</al><al> In de bouwregelgeving rond antennes wordt onderscheid gemaakt
                                tussen een aantal soorten antennes:</al><al> - antennes ten behoeve van mobiele communicatie. Dit betreft de
                                zogenaamde gsm-antennes;</al><al> - C2000 antennes. Dit zijn antennes ten behoeve van de communicatie
                                tussen hulpdiensten, zoals politie, brandweer en ambulances;</al><al> - overige antennes. Onder deze categorie vallen schotelantennes en
                                andere antennes voor de ontvangst van radio of tv-signalen en
                                sprietantennes, zoals bijvoorbeeld voor 27 mc zendinstallaties.</al><al> Voor de loketcriteria wordt uitsluitend ingegaan op de laatste
                                categorie.</al><al/><al>Vergunningsvrij</al><al> Het bouwen van ‘overige antennes’, als hierboven omschreven, is
                                bouwvergunningsvrij als voldaan wordt aan de volgende
                                kenmerken:</al><al>1. De antenne-installatie achter het voorerf is geplaatst;</al><al> 2. Indien het een schotelantenne betreft:</al><al> a. De doorsnede van de antenne minder is dan 2 m, en</al><al> b. De hoogte van antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet,
                                minder is dan 3 m, of</al><al> 3. Indien het een andere antenne betreft dan bedoeld onder 2°: de
                                hoogte van de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, of
                                indien deze is bevestigd aan de gevel, gemeten vanaf het punt waarop
                                de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruist, minder is dan 5
                                m.</al><al> Voor het bouwen van een antenne die voldoet aan de onder
                                bouwvergunningsvrij genoemde kenmerken is niettemin een lichte
                                bouwvergunning vereist indien dat bouwen plaatsvindt:</al><al> a. In, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> b. In een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in
                                monumentenwet 1988.</al><al>Een lichte bouwvergunning is voorts vereist voor het bouwen van een
                                antenne die niet voldoet aan de onder bouwvergunningsvrij genoemde
                                kenmerken, met dien verstande dat de hoogte, gemeten vanaf de voet
                                van de antenne, of indien de antenne is geplaatst op een
                                antennedrager, gemeten vanaf de voet van de antennedrager, minder is
                                dan 40 m.</al><al>In alle andere gevallen is voor een antenne een reguliere
                                bouwvergunning vereist.</al><al> (SCHOTEL)ANTENNES</al><al> op het ACHTERERF en het niet openbaar gelegen ZIJERF</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar
                                niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen
                                daarvan vrijstelling te verlenen.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande antenne in een
                                vergelijkbare situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een
                                positief welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al>Plaatsing op het achter- of zijerf, 1 m achter de
                                voorgevelrooilijn.</al><al>Vorm een spriet of staafantenne, of een schotelantenne.</al><al>Maatvoering - hoogte: bij woningen: spriet of staafantennes tot 5 m,
                                gemeten vanaf het punt waarop de antenne het dakvlak kruist,
                                schotelantennes tot 3 m, gemeten van de voet van de
                                antennedrager.</al><al> - Diameter bij woningen: diameter schotelantennes niet groter dan 2
                                m.</al><al> Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al> Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al><al> (SCHOTEL)ANTENNES</al><al> op het VOORERF en het openbaar gelegen ZIJERF</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar
                                niet tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen
                                daarvan vrijstelling te verlenen.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande antenne in een
                                vergelijkbare situatie, die minder dan 5 jaar geleden met een
                                positief welstandsadvies is vergund, of</al><al>B. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al>Plaatsing - op het zijerf, 1 m achter de voorgevelrooilijn.</al><al> Vorm - een spriet of staafantenne, of een schotelantenne.</al><al> Maatvoering - hoogte maximaal 3 m, gemeten vanaf de voet van de
                                antennedrager;</al><al> - diameter schotelantenne maximaal 1 m.</al><al> Materiaal en Kleur - in kleur achterliggende gevel of donker van
                                kleur.</al><al> Gebiedsgerichte criteria - dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al> Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Zonweringen of (rol)luiken</titel></kop><al>Omschrijving</al><al> Zonweringen zijn voorzieningen zoals markiezen of uitvalschermen om
                                gebouwen tegen zonlicht en warmte te beschermen. Rolhekken, luiken
                                en rolluiken zijn voorzieningen om vensters van gebouwen tegen
                                inbraak en vandalisme te beveiligen.</al><al/><al>Vergunningsvrij</al><al> Het bouwen van een zonwering, rolhek of rolluik bij woningen en
                                woongebouwen is bouwvergunningsvrij tenzij dat plaatsvindt:</al><al> - in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> - in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de
                                monumentenwet 1988.</al><al>Het bouwen van een rolhek, luik of rolluik bij andere gebouwen dan
                                woningen en woongebouwen is bouwvergunningsvrij mits voldaan wordt
                                aan de volgende kenmerken:</al><al> 1. het rolhek, luik of rolluik aan de binnenzijde van de uitwendige
                                scheidingsconstructie is geplaatst, en</al><al> 2. voor tenminste 90% uit glasheldere doorkijkopeningen
                                bestaat.</al><al>Het bouwen van een zonwering, rolhek, luik of rolluik, dat
                                bouwvergunningsvrij is, of voldoet aan de kenmerken om
                                vergunningsvrij gebouwd te mogen worden, is
                                licht-bouwvergunningplichtig indien dat plaatsvindt:</al><al> a. in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de monumentenwet
                                1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke
                                bouwverordening, of</al><al> b. in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in
                                monumentenwet 1988.</al><al>Een lichte bouwvergunning is voorts vereist voor een rolhek, luik of
                                rolluik dat niet voldoet aan de onder vergunningsvrij genoemde
                                kenmerken.</al><al>Een zonwering bij andere gebouwen dan woningen of woongebouwen is
                                regulier vergunningplichtig.</al><al>Zonwering en (rol)luiken of hekken zijn voor woningen en
                                woongebouwen alleen lichttvergunningplichtig indien gelegen in een
                                beschermd stads- of dorpsgezicht of aan en bij een beschermd
                                monument.</al><al> ZONWERING OF (ROL)LUIKEN</al><al> op het VOORERF of het openbaar gelegen ZIJERF</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen
                                van welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande zonwering of
                                bestaand rolhek, luik of rolluik in een vergelijkbare situatie, die
                                minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies zijn
                                vergund, of</al><al>B. de zonwering, het rolhek, luik of rolluik zijn overeenkomstig het
                                ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan
                                het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies
                                is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al>Plaatsing - aan woningen en woongebouwen: binnen de bestaande
                                gevelopening en achter de voorgevelrooilijn;</al><al> - aan andere gebouwen: een gesloten (rol)luik op 1m achter de
                                winkelpui.</al><al> Gebiedsgerichte criteria dit zijn basiseisen, per deelgebied kan
                                daarvan worden afgeweken, er kunnen minder of meer eisen worden
                                gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres
                                gelden.</al><al>Overig gemeentelijke rolluikenverordening op basis van APV.</al><al> Een bouwaanvraag zal door een gemandateerd ambtenaar aan de
                                loketcriteria worden getoetst. Indien een bouwwerk niet voldoet aan
                                de loketcriteria kan de bouwaanvraag worden voorgelegd aan
                                welstandscommissie.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Objectgerichte criteria</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>Bepaalde bebouwing in het buitengebied van de gemeente Eemnes komt
                                veelvuldig voor. Hiervoor is het opstellen van objectcriteria
                                relevant. Dat betreft de historische agrarische bebouwing,
                                hooibergen, de (agrarische) bedrijfsbebouwing, de agrarische
                                woningen en de burgerwoningen in het buitengebied.</al><al> Deze objectcriteria zijn in aanzet gezamenlijk met Baarn en De Bilt
                                opgesteld, op basis van analyse van het buitengebied die als bijlage
                                A is toegevoegd. Met de objectcriteria wordt in belangrijke mate
                                tegemoet gekomen aan de uitgesproken wens om de welstandstoetsing in
                                de buitengebieden op elkaar af te stemmen.</al><al>In het navolgende worden hiervoor objectgerichte criteria opgesteld,
                                die eventueel per deelgebied kunnen worden aangepast. Om die reden
                                wordt steeds verwezen naar de gebiedscriteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Object 'hallenhuisboerderij'</titel></kop><al>Objectbeschrijving</al><al> Het veel voorkomende boerderderijtype in de gemeente Eemnes is de
                                langhuisboerderij. Dit type heeft zich ontwikkeld uit het zogenaamde
                                hallenhuis. Kenmerkend voor deze boerderijen is dat het
                                woongedeelte, het voorhuis, en het werkgedeelte, het achterhuis,
                                onder één doorlopende kap zijn geplaatst. Een brandmuur scheidt
                                woonhuis- en schuurgedeelte van elkaar. De meeste
                                langhuisboerderijen dateren uit de negentiende eeuw, hoewel ook
                                regelmatig boerderijen uit de zeventiende en achttiende eeuw
                                voorkomen. Daarnaast zijn tot in de eerste helft van de twintigste
                                eeuw nog moderne varianten op het langhuistype gebouwd.</al><al>Uit het hallenhuis ontwikkelden zich eveneens de minder voorkomende
                                T- of dwarshuisboerderij, waarbij het voorste gedeelte van de
                                zijgevel is opgeheven tot het niveau van de voorgevel, en de
                                krukhuisboederij, waarvan slechts één zijgevel is opgehoogd en
                                verlengd zodat een L-vormig plattegrond is ontstaan.</al><al>De langhuisboerderij heeft een rechthoekig plattegrond, waarvan de
                                lengteas meestal evenwijdig aan de verkavelingsrichting is
                                gesitueerd. Het voorhuis is op de weg georiënteerd. De gevels zijn
                                veelal opgetrokken uit roodachtige baksteen en gemetseld in kruis of
                                halfsteen verband (één laag koppen afgewisseld met één laag
                                strekken). Ook komen geheel gepleisterde gevels voor, waarbij de
                                gevels (crème-)wit zijn en de plint donkergrijs of zwart. De
                                vensters worden beëindigd door een laag strekken, een segmentboog of
                                een rollaag. De kozijnen en het andere houtwerk zijn geverfd in
                                witte en/of donkergroene tinten.</al><al>De één bouwlaag hoge massa wordt gedekt door een fors zadeldak
                                waarvan de nokuiteinden eventueel zijn afgewolfd. Bij modernere
                                varianten komen mansardekappen voor. De daken zijn gedekt met riet,
                                pannen of een combinatie van beide. Vaak hebben rieten kappen een
                                gedeelte met pannen voor de opvang van regenwater. Met pannen
                                gedekte daken hebben windveren die in verscheidene gevallen
                                gedecoreerd zijn. De bakstenen schoorstenen zijn vaak midden op de
                                nok geplaatst. Tuitgevels, waarbij de geveltop wordt beëindigd door
                                de schoorsteen, komen regelmatig voor.</al><al> De voorgevels van de oudere boerderijen, uit de zeventiende en
                                achttiende eeuw, hebben een indeling bestaande uit vier of vijf
                                traveeën. In het midden bevinden zich twee vensters of een voordeur
                                met doorgaans aan de noordzijde een opkamer met kelderlicht en aan
                                de zuidzijde een klein venster. Op de zolderverdieping bevindt zich
                                een klein venster of een luik. De negentiende-eeuwse voorgevels
                                hebben een meer symmetrische indeling met beneden twee of vier
                                vensters van dezelfde afmeting met eventueel een centraal geplaatste
                                deur en één of twee vensters in de geveltop.</al><al>In de zijgevels bevinden zich een eventuele hoofdingang, een tweede
                                ingang naar de keuken en in sommige gevallen een zijbaander, dat is
                                een enkele of dubbele schuurdeur in één van de zijgevels. In het
                                midden van een oorspronkelijke achtergevel is een dubbele
                                schuurdeur, de achterbaander, geplaatst met aan weerszijden kleinere
                                mestdeuren. In de geveltop zit vaak een zolderluik. Achtergevels
                                zijn echter in veel gevallen gewijzigd, hetzij door de moderne
                                agrarische bedrijfsvoering, hetzij door functieverandering.</al><al>In de loop der tijd zijn op het erf verscheidene bijgebouwen
                                verschenen, met vaak één of twee hooibergen. Daarnaast zijn er
                                wagen- of veeschuren te vinden. Een enkele boerderij heeft een apart
                                melkhuisje. Op het erf bevindt zich ook nog redelijk vaak een
                                boomgaard en staan voor het voorhuis soms enkele leilinden.</al><al/><al> Hallenhuisboerderij aan de Wakkerendijk (nabij Landlust)</al><al> Hallenhuisboerderij aan de Meentweg (nabij Helena’s Hoeve)</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid</al><al> De langhuisboerderij is zeer karakteristiek voor het gebied van de
                                gemeente Eemnes. De panden zijn cultuurhistorisch van groot belang
                                en vele zijn aangewezen als Rijks- of gemeentelijk monument. In het
                                ter plaatse geldende bestemmingsplan Wakkerendijk/Meentweg (en de 1e
                                wijziging) zijn de bouwmogelijkheden nauwgezet vastgelegd. Daarbij
                                mogen de als ‘monument’ of ‘karakteristiek’ aangeduide panden in
                                beginsel niet worden uitgebreid met erkers of aanbouwen en dient
                                nieuwe bebouwing achter die bestaande geplaatst te worden. Soms
                                staat dit thans op gespannen voet met het vergunningsvrij
                                bouwen.</al><al>Reeds geruime tijd staat de langhuisboerderij onder druk door de
                                veranderingen in de landbouw. Het schuurgedeelte voldoet vaak niet
                                meer aan de eisen die een moderne bedrijfsvoering stelt. Daartoe
                                verrijst vaak achter de oude boerderij een nieuw bedrijfsgedeelte
                                dat, wat schaal, materiaalgebruik en detaillering betreft, afwijkt
                                van de oorspronkelijke agrarische bebouwing.</al><al>Ook verliest een groot aantal hallenhuisboerderijen de
                                oorspronkelijke functie. Veelal maakt de agrarische bedrijfsfunctie
                                plaats voor een woonfunctie en/of een niet-agrarische functie. Bij
                                verbouw, waarbij dan veelal sprake is, dienen de oorspronkelijke
                                kenmerken te worden gerespecteerd en als uitgangspunt te dienen. Het
                                is vooral van belang dat het oorspronkelijke onderscheid tussen het
                                woon- en bedrijfsgedeelte herkenbaar blijft.</al><al/><al>Objectcriteria</al><al> Ruimtelijke structuur</al><al> - De bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
                                de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
                                landschappelijke inrichting.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - Situering achter de brandmuur c.q. scheiding
                                woon/stalgedeelte;</al><al> - de bestaande plaatsing wordt gehandhaafd;</al><al> - de plaatsing van de bijgebouwen is ondergeschikt aan het
                                hoofdgebouw.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de hoofdvorm is enkelvoudig en rechthoekig en dient te worden
                                gerespecteerd;</al><al> - er worden forse zadeldaken toegepast, doorgaans met tuitgevels en
                                puntgevels. Ook komen soms mansardekappen en kappen met wolfeinden
                                voor.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - het oorspronkelijke onderscheid tussen woon- en bedrijfsgedeelte
                                moet herkenbaar blijven in de gevels;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een traditionele opbouw,
                                met een hiërarchische, evenwichtige opzet;</al><al> - gevels worden opgetrokken in roodachtige baksteen of zijn
                                (crème)wit gepleisterd; de plint van het voorhuis is zwart of
                                donkergrijs gepleisterd;</al><al> - kozijnen worden uitgevoerd in hout;</al><al> - kozijnen en ander houtwerk dienen in witte en/of donkergroene
                                tinten te worden geverfd;</al><al> - daken worden gedekt met riet of rode, grijs/gesmoorde gebakken
                                pannen;</al><al> - de kleuren van de luiken moeten aansluiten bij lokaal of
                                regionaal gebruik;</al><al> - bij de detaillering van gootlijsten, windveren, kozijnen e.d.
                                dient zorgvuldigheid te worden betracht en de bestaande detaillering
                                als uitgangspunt te worden genomen.</al><al/><al>In afwijking van de loketcriteria voor dakkapellen (paragraaf 4.4)
                                geldt dat op het achterdakvlak of het niet openbaar gelegen
                                zijdakvlak maximaal twee dakkapellen mogen worden geplaatst tot een
                                totale maximumbreedte van 3,60 m. Bovendien zijn de dakkapellen
                                uitsluitend toegelaten op het oorspronkelijke woongedeelte, of
                                direct achter de brandmuur van het oorspronkelijke woongedeelte.
                                Voorts zijn geen dakkapellen toegestaan op het pannengedeelte van
                                een rietgedekte boerderij.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Object 'hooiberg'</titel></kop><al>Bij veel oorspronkelijke boerderijen in Eemnes staat een hooiberg op
                                het erf, soms zelfs twee. Hooibergen zijn opslagruimten voor hooi en
                                stro. Aan een hooiberg ging het opslaan in schelven of mijten
                                vooraf, maar al in de 13e eeuw wordt van hooibergen gesproken. In
                                Eemnes zijn vooral hooibergen met vier roeden (staanders) gebouwd.
                                Er komen ook hooibergen met twee, drie, vier of juist vijf roeden
                                voor. Oorspronkelijk waren de roeden van eikenhout. De vierkant
                                gemaakte roeden konden een lengte tot wel 10 meter hebben. Later
                                werden de roeden ook van beton of ijzer gemaakt en werden ook ronde
                                roeden toegepast.</al><al> Voorts is sprake van een verstelbaar dak, met een hijsmechanisme.
                                Van oudsher betreft het vooral hooibergen met een rieten sporen kap.
                                Bij latere aanpassingen en nieuwe hooibergen zijn veelvuldig zinken
                                golfplaten toegepast.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid</al><al> Hooibergen zijn een karakteristiek en uiterst waardevol onderdeel
                                van het bebouwingsbeeld. Gaandeweg zijn er veel hooibergen
                                verwijderd, wat als een verarming van het bebouwingsbeeld wordt
                                ervaren. In het kader van het bestemmingsplan wordt onderzocht of de
                                hooibergen uitgezonderd kunnen worden van de aan- en
                                bijgebouwenregeling, waar een stimulans voor behoud van uit zal
                                gaan. Ook het terugbrengen van hooibergen is dan een aantrekkelijke
                                optie, met een nieuwe bergingsfunctie.</al><al/><al>Objectcriteria</al><al> Ruimtelijke structuur</al><al> - de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
                                de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
                                landschappelijke inrichting.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - achter de brandmuur van de boerderij op het voormalig erf.</al><al>Massa en vorm</al><al> - de hoofdvorm is vierkant, rechthoekig of een andere
                                veelhoek;</al><al> - de roeden vormen een herkenbaar onderdeel van het bouwwerk.</al><al> Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - de roeden worden in hout, ijzer of beton uitgevoerd;</al><al> - de zijwanden, met een maximale hoogte van 3 meter: in hout en met
                                een donkere kleurstelling;</al><al> - bij ijzeren of betonnen roeden wordt een zichtbaar
                                hijswerkmechanisme toegepast. Bij houten roeden wordt een
                                constructie van pennen toegepast om de kap op te hijsen;</al><al> - het dakvlak wordt in riet of een ander materiaal in grijze of
                                donkere tint uitgevoerd in een (golfplaten) profiel met matte, -niet
                                spiegelende-oppervlaktestructuur.</al><al/><al>Eventuele nadere bepalingen per gebied zijn te vinden in de
                                gebiedsbeschrijving en de -criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Object 'agrarische bedrijfsbebouwing'</titel></kop><al>Op een agrarisch bedrijf zijn meestal meerdere bedrijfsgebouwen
                                aanwezig: één of meer stallen en werktuigbergingen of schuren. Het
                                gaat voor het merendeel om grote, eenvoudige, rechthoekige
                                constructies met een zadeldak. De schuren of stallen kunnen
                                vrijstaand zijn maar ook gecombineerd, zowel onderling als via een
                                plat verbindingsstuk aan het woonhuis. De gebouwen zijn veelal in de
                                verkavelingsrichting van het landschap geplaatst, mede afhankelijk
                                van de ruimtelijke mogelijkheden van het perceel. Bij brede en
                                ondiepe kavels kunnen de bedrijfsgebouwen haaks staan op het
                                hoofdgebouw.</al><al>De meeste agrarische bedrijfsgebouwen zijn van oudsher gemetseld op
                                een simpele wijze met een oranje tot rode baksteen in halfsteens
                                verband, soms gedeeltelijk open of bedekt met een damwandprofiel.
                                Het nabij de openbare weg gesitueerde bedrijfsgebouw is veelal
                                voorzien van een metselwerk topgevel (soms tot de gootlijn), terwijl
                                het metselwerk dan ook overhoeks wordt toegepast. Aandacht is
                                vereist voor de grote toegangsdeuren; witte vlakken treden vaak
                                sterk in het zicht.</al><al>De daken waren vroeger met pannen of riet gedekt. In toenemende mate
                                zijn grijze of donkere vezelcementgolfplaten toegepast. Van belang
                                is dat een (golfplaten-)profiel herkenbaar is. Vlakke
                                sandwichpanelen hebben een meer industriële uitstraling, wat hier
                                ongewenst is.</al><al/><al> Bedrijfsschuren in de Maatpolder</al><al> Bedrijfsschuren (met twee schuren achter de achtergevelrooilijn)
                                aan de Geerenweg</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid</al><al> Stallen, schuren en andere bedrijfshallen kunnen een grote invloed
                                hebben op het bebouwingsbeeld. Ze kunnen een storende invloed hebben
                                wanneer opvallende vormen en kleuren worden toegepast. De gemeente
                                streeft naar een eenvoudige en zorgvuldige opzet, in onderlinge
                                samenhang.</al><al/><al>Objectcriteria</al><al> Ruimtelijke structuur</al><al> - de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
                                de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
                                landschappelijke inrichting.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - de plaatsing is terugliggend ten opzichte van de agrarische
                                bedrijfswoning.</al><al> Massa en vorm</al><al> - de hoofdvorm is enkelvoudig en rechthoekig;</al><al> - de nokrichting is in de verkavelingsrichting van het
                                landschap;</al><al> - de massaopbouw op het erf is in onderlinge samenhang;</al><al> - de gevelindeling is horizontaal;</al><al> - herhaling van eenvoudige vierkante of rechthoekige
                                gevelopeningen;</al><al> - er worden eenduidige en forse zadeldaken toegepast.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - de topgevel van een nabij de openbare weg gelegen bedrijfsgebouw
                                wordt tenminste tot de gootlijn voorzien van metselwerk. Bovendien
                                wordt het metselwerk in ieder geval overhoeks toegepast, over een
                                lengte van ten minste 8 meter. Daarnaast is ander materiaal is
                                toegestaan, mits in donkere tinten uitgevoerd en voorzien van een
                                profiel en een zichtbare metselwerkplint;</al><al> - toegangsdeuren worden in een donkere kleur uitgevoerd;</al><al> - de dakvlakken worden in pannen of riet uitgevoerd; ander
                                materiaal is toegestaan mits in grijze of donkere tinten uitgevoerd,
                                afwijkend van de gevelkleur en voorzien van een (golfplaten-)profiel
                                en met een matte, -niet spiegelende- oppervlaktestructuur;</al><al> - in de dakvlakken worden geen doorgaande verticale of horizontale
                                lichtbanen aangebracht.</al><al/><al>Eventuele nadere bepalingen per gebied zijn te vinden in de
                                gebiedsbeschrijving en de -criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Object 'agrarische bedrijfswoning'</titel></kop><al>In het buitengebied komen veel vrijstaande agrarische
                                bedrijfswoningen voor. De bedrijfswoning valt op door de prominente
                                ligging aan de straatzijde, met daarachter de bedrijfsgebouwen. De
                                woning kan ook geflankeerd zijn door later toegevoegde bijgebouwen
                                of wanneer een nieuw hoofdgebouw (zoals een tweede woning voor de
                                ‘rustende boer’) naast de oorspronkelijke bebouwing is neergezet.
                                Die bebouwing kan vrijstaand zijn of via een plat verbindingsstuk
                                verbonden aan het woonhuis.</al><al> Er is veelal sprake van een nokrichting haaks op de weg en van
                                zadeldaken met rode of donkere dakpannen. De opbouw van de massa is
                                eenvoudig met rechte lijnen en symmetrische opbouw van de gevels.
                                Decoraties en ornamenten komen nauwelijks voor en het
                                materiaalgebruik bestaat uit (bak)steen met kozijnen van hout of
                                kunststof.</al><al/><al> Recente agrarische bedrijfswoning aan de Wakkerendijk (nabij
                                Landlust)</al><al> Recente bedrijfswoning met traditionele uitstraling langs de Eem in
                                de Maatpolder</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid</al><al> De agrarische bedrijfswoningen zijn functioneel gebonden aan het
                                buitengebied. Er hebben zich de afgelopen periode veel veranderingen
                                binnen de agrarische sector voorgedaan, waarbij nieuwe
                                bedrijfswoningen zijn verschenen. Er is een tendens waarneembaar
                                waarbij de bedrijfswoning ‘los komt’ van de overige agrarische
                                bebouwing, door de toepassing van afwijkende vormen en afwijkend
                                kleur- en materiaalgebruik. De identiteit van het agrarische
                                karakter van het gebied verandert daarmee. De gemeente Eemnes is
                                daarvan geen voorstander. De gemeente streeft dan ook naar het
                                herkenbaar houden van de (oorspronkelijke) agrarische functie van de
                                bebouwing. De welstandsbeoordeling richt zich dan ook op het
                                handhaven of het gericht veranderen en verbeteren van de
                                basiskwaliteit van het gebied.</al><al/><al>Objectcriteria</al><al> Ruimtelijke structuur</al><al> - de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
                                de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
                                landschappelijke inrichting.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - in de directe nabijheid van de weg;</al><al> - de bedrijfswoning is georiënteerd op de weg;</al><al> - de plaatsing van bijgebouwen en bedrijfsgebouwen is ondergeschikt
                                aan de woning.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de hoofdvorm is enkelvoudig en rechthoekig;</al><al> - aan- en uitbouwen zijn in de massa ondergeschikt aan de
                                bedrijfswoning en worden terughoudend vormgegeven;</al><al> - er worden eenduidige en forse kappen toegepast;</al><al> - de nokrichting is in de verkavelingsrichting van het
                                landschap.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - de hoofdmaterialen zijn natuurlijke materialen: (bak-)steen,
                                pleisterwerk, hout, dakpannen en riet;</al><al> - de hoofdkleuren zijn gedempte (aard-)kleuren;</al><al> - kozijnen van hout of ander materiaal met een aan houtprofielen
                                gerelateerde detaillering;</al><al> - kleurgebruik en detaillering van aan- en uitbouwen zijn afgestemd
                                op de hoofdmassa;</al><al> - materiaalgebruik en kleuren van bijgebouwen in de nabijheid van
                                de bedrijfswoning zijn afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al/><al>Eventuele nadere bepalingen per gebied zijn te vinden in de
                                gebiedsbeschrijving en de -criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Object 'niet agrarische woonbebouwing'</titel></kop><al>Objectbeschrijving</al><al> Op enkele plekken in het buitengebied zijn van oudsher
                                burgerwoningen aanwezig. Het aantal burgerwoningen neemt hier de
                                laatste jaren enigszins toe. Het gaat daarbij om toevoegingen en om
                                veranderingen waarbij agrarische functies plaats maken voor
                                woonfuncties. Het betreft veelal vrijstaande woningen die refereren
                                aan een boerderijstijl of villa’s met een historiserende maar ook
                                met een moderne architectuur.</al><al>De woningen hebben overwegend één bouwlaag en nooit meer dan twee
                                bouwlagen. Er komen veel verschillende dakvormen voor. De vormen van
                                de massa voornamelijk enkelvoudig en geometrisch. Detailleringen,
                                kleur- en materiaalgebruik zijn zeer divers.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid</al><al> Vooral de gebieden dicht bij de kernen hebben een grote
                                aantrekkingskracht, door de beschikbare ruimte en de extensieve
                                bebouwingsdichtheid. Het gemeentelijk beleid is gericht op het in
                                stand houden van extensieve karakter en de landschappelijke
                                karakteristieken van het buitengebied te behouden.</al><al/><al>Objectcriteria</al><al> Ruimtelijke structuur</al><al> - de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
                                met de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan
                                de landschappelijke inrichting.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - in de directe nabijheid van de weg;</al><al> - de woning is georiënteerd op de weg;</al><al> - de plaatsing van bijgebouwen is ondergeschikt aan het
                                hoofdgebouw.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de hoofdvorm is enkelvoudig en rechthoekig;</al><al> - aan- en uitbouwen worden terughoudend vormgegeven en met een aan
                                het hoofdgebouw ondergeschikte massa;</al><al> - er worden eenduidige en forse kappen toegepast;</al><al> - de nokrichting is in de verkavelingsrichting van het
                                landschap.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - de hoofdmaterialen zijn natuurlijke materialen: (bak-)steen,
                                pleisterwerk, hout, dakpannen en riet;</al><al> - de hoofdkleuren zijn gedempte (aard-)kleuren;</al><al> - kleurgebruik en detaillering van aan- en uitbouwen zijn afgestemd
                                op de hoofdmassa;</al><al> - kleur- en materiaalgebruik van bijgebouwen binnen 5 meter afstand
                                van het hoofdgebouw zijn afgestemd op het hoofdgebouw;</al><al> - bij verbouw worden bestaande details gerespecteerd.</al><al/><al>Eventuele nadere bepalingen per gebied zijn te vinden in de
                                gebiedsbeschrijving en de -criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Object 'dakopbouwen'</titel></kop><al>Objectbeschrijving</al><al> Op enkele plekken in Eemnes zijn dakopbouwen toegepast. Het gaat
                                daarbij om een uitbreiding van de woning waarbij de nok wordt
                                verhoogd. Veelal gebeurt dat bij woningen met een relatief flauwe
                                kap en een lage nokhoogte ten opzichte van de goothoogte. De ruimte
                                is daar niet aanwezig om een dakkapel te plaatsen. Anderzijds worden
                                dakopbouwen toegepast om een royale zolderverdieping te
                                verkrijgen.</al><al> Binnen Eemnes zijn met name in de omgeving van Graanoogst
                                dakopbouwen gerealiseerd.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid</al><al> Dakopbouwen worden door de gemeente als ongewenst ervaren omdat
                                deze de bestaande massaopbouw verstoren en kunnen leiden tot een
                                onevenwichtig aanzicht. De gemeente voert op dit punt een
                                terughoudend beleid; de geldende bestemmingsplannen staan het over
                                het algemeen ook niet toe. Vanuit het gelijkheidsbeginsel worden
                                dakopbouwen uitsluitend toegestaan op woningen waar in het verleden,
                                op hetzelfde woningtype en in dezelfde straat reeds dakopbouwen zijn
                                gerealiseerd, met een positief welstandsdvies. Met daarbij de
                                beperking dat deze trendsetterregeling zich beperkt tot seriematig
                                aaneengebouwde woningen. Daarnaast zijn dakopbouwen toegelaten in
                                die gevallen dat een ontwerp beschikbaar is waarvoor reeds een
                                positief welstandsadvies is gegeven.</al><al/><al>Objectcriteria</al><al> - het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakopbouw op een
                                seriematig aaneengebouwde woning van het zelfde type in de zelfde
                                straat, die met een positief welstandsadvies is vergund,</al><al> - de dakopbouw is overeenkomstig een ontwerp voor een dakopbouw op
                                de betreffende woning, waarvoor reeds een positief welstandsadvies
                                is gegeven.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Gebiedscriteria buitengebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>Analyse ruimtelijke hoofdstructuur</al><al> Het buitengebied van de gemeente Eemnes wordt begrensd door de
                                Goyergracht in het westen en de Eem in het oosten en door het
                                Eemmeer in het noorden en rijksweg A1 in het zuiden. De kern
                                (inclusief de gehele Laarderweg) en de lintbebouwing aan de
                                westzijde van de Wakkerendijk/Meentweg behoren niet tot het
                                buitengebied; dat komt in hoofdstuk 7 aan bod.</al><al>Met het oog op het formuleren van welstandsbeleid is het
                                buitengebied opgedeeld in twee karakteristieke landschappen. Dat
                                betreft het open polderlandschap (Noordpolder te Veld, Zuidpolder te
                                Veld, Binnendijk te Veld en Maatpolder) ten oosten van de
                                Wakkerendijk/Meentweg en een halfopen overgangsgebied ten westen
                                daarvan (Noordpolder te Veen, Zuidpolder te Veen en Binnendijk te
                                Veen). De bebouwing nabij Eembrugge wordt in een apart deelgebied
                                beschreven.</al><al>Markante lijnen en elementen in het buitengebied van de gemeente
                                Eemnes zijn de rijkswegen A1 en A27, de Eem, de
                                Wakkerendijk/Meentweg, de Goyergracht, de Eemnesser
                                Vaart/Buitenvaart en de Zomerdijk.</al><al> De ontstaansgeschiedenis en achtergrondinformatie hierover zijn te
                                vinden in bijlage A, waarin het samen met de gemeenten Baarn en De
                                Bilt opgestelde gebiedsdocument voor de buitengebieden is
                                opgenomen.</al><al>De welstandscriteria hebben betrekking op de ‘overige bebouwing’,
                                bebouwing die niet reeds via de loket- en objectcriteria is
                                geregeld. In dit verband kan een nuancering van die criteria plaats
                                hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Goyergrachtzone</titel></kop><al>Dit gebied (deelgebied 11 op de welstandskaart) bestaat uit de zone
                                tussen de Goyergracht en Wakkerendijk/Meentweg. Deze zone wordt aan
                                de zuidkant begrensd door de gemeentegrens met de gemeente Baarn en
                                in het noorden met die van de gemeente Blaricum.</al><al> De landschappelijke structuur is gevarieerd en relatief
                                kleinschalig, met een afwisseling tussen openheid en beslotenheid.
                                Boscomplexen, bosschages en beplanting op de perceelsgrenzen, een
                                boomkwekerij/tuincentrum en volkstuinen dragen bij aan het
                                kleinschalige karakter.</al><al/><al>Bebouwing</al><al> De bebouwing in dit deelgebied betreft vooral verspreide
                                woonbebouwing, bedrijven en incidentele boerderijen. Deze bevinden
                                zich op veelal kleinschalige kavels, enigszins verborgen ten
                                opzichte van de weg. De woonbebouwing is overwegend vrijstaand,
                                traditioneel van karakter, met een eenvoudige hoofdvorm. De
                                woonbebouwing bestaat uit één laag met een soms steile kap. De
                                daken, overwegend zadeldaken, zijn meestal gedekt met pannen in
                                oranje of antraciet. De bijgebouwen zijn achter of naast de
                                hoofdgebouwen gesitueerd, maar in ieder geval achter de voorgevel
                                van de woning. Bovendien zijn deze ondergeschikt van karakter door
                                hun kleurstelling en materiaal. Wanneer zij dichtbij de woning
                                staan, zijn zij qua kleur- en materiaalgebruik veelal daarop
                                afgestemd.</al><al>Damwandprofielen en golfplaten daken komen voor bij grotere
                                bedrijfshallen en loodsen. Zij hebben overwegend donkere tinten die
                                niet opvallen in het landschap.</al><al> In de zuidwest-oksel van knooppunt Eemnes bevindt zich
                                horecagelegenheid De Witte Bergen, met een grote mate van
                                zichtbaarheid vanaf rijksweg A1.</al><al> Met enige zorg wordt geconstateerd dat in het buitengebied
                                incidenteel afscheidingen worden gerealiseerd van materiaal dat
                                daarvoor niet bedoeld is.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> De bestaande functies in dit deelgebied zijn geaccepteerd en
                                voorzien van een geringe ruimte voor aanpassingen en vergroting.
                                Daarbij zijn voor het gebied boven rijksweg A1 de plaats en de
                                toegelaten omvang nauwgezet vastgelegd in de ter plaatse geldende
                                bestemmingsplannen (Landelijk Gebied en Landelijk Gebied Noordwest
                                en Zuidwest). In het gebied ten zuiden van de A1 is in het
                                bestemmingsplan (Heidehoek 2000) enige ruimte gelaten, met name voor
                                wat betreft de situering.</al><al>Binnen het agrarische gebied, tussen de rijksweg A27 en de
                                Wakkerendijk/Meentweg waren uitsluitend kleinschalige gebouwen,
                                zoals veldschuren en melkstallen, toegelaten. De hierop betrekking
                                hebbende bepaling in het bestemmingsplan Landelijk Gebied wordt
                                evenwel geschrapt. In het uiterste noordoostelijke deel is enige
                                kassenbouw toegestaan.</al><al>In het (in voorbereiding zijnde) Structuurplan Eemnes 2015 wordt in
                                het zuidelijke deel van deze zone een landschappelijke invulling
                                voorgesteld, met wonen en werken te midden van open delen en
                                boszones. Voor wat betreft de zone ten westen van rijksweg A27 legt
                                dat Structuurplan een accent op het versterken van de recreatieve
                                activiteiten, zoals sport. Tevens is de eventuele aanleg van een
                                HOV-verbinding tussen Utrecht en Almere voorzien, met een mogelijke
                                halteplaats bij Eemnes. Deze beoogde ontwikkelingen zijn deels van
                                ingrijpende aard, zodat hiervoor te zijner tijd aanvullende
                                welstandscriteria zullen worden opgesteld. Deze worden dan aan de
                                welstandsnota toegevoegd. Voor het deel ten noorden van de kern zijn
                                er mogelijkheden voor landschapsbouw, maar dat is vanuit het
                                perspectief van de welstandsnota niet zo relevant.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Het welstandsbeleid is vooral gericht op een zorgvuldige inpassing
                                van de bebouwing, rekening houdend met de bijzondere
                                landschappelijke situatie en het kleinschalige karakter. De
                                situering van de bebouwing op de kavel en de relatie met de openbare
                                weg is daarbij richtinggevend. Voorts is ook op de details, zoals
                                ten aanzien van afscheidingen, extra aandacht vereist.</al><al> Opgemerkt wordt dat een deel van de in dit deelgebied voorkomende
                                bebouwing reeds via de objectcriteria wordt geregeld. Waar nodig
                                wordt dit hier nader genuanceerd.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
                                de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
                                landschappelijke inrichting.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - in de nabijheid van de weg is de bebouwing georiënteerd op de
                                weg;</al><al> - de plaatsing van bijgebouwen is ondergeschikt aan het
                                hoofdgebouw.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de hoofdvorm van de bebouwing is enkelvoudig en rechthoekig;</al><al> - aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw zijn daar aan ondergeschikt
                                en worden terughoudend vormgegeven.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaalgebruik</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - er worden eenduidige en forse zadeldaken toegepast;</al><al> - de hoofdmaterialen zijn afgestemd op de hoofdmassa en/of
                                natuurlijke materialen: baksteen, hout, pleisterwerk, pannen en
                                riet;</al><al> - de hoofdkleuren zijn afgestemd op de hoofdmassa en/of gedempte
                                (aard-)kleuren, donkere tinten, (crème)wit of lichtgrijs;</al><al> - kleurgebruik en detaillering van aan- en bijgebouwen zijn
                                afgestemd op de hoofdmassa;</al><al> - materiaalgebruik en kleuren van bijgebouwen binnen 5 meter van
                                het hoofdgebouw zijn afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>In afwijking van de loketcriteria voor erf- of perceelafscheidingen
                                (paragraaf 4.5) geldt dat deze in dit deelgebied in (ijzer-)draad en
                                hout moeten worden uitgevoerd. In het geval van de toepassing van
                                hout dienen naturel of donkere tinten te worden toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Poldergebied</titel></kop><al>Dit gebied (deelgebied 12) bestaat uit de zone tussen de
                                Wakkerendijk/Meentweg en de Eem (inclusief een deel van het
                                Eemmeer). Aan de zuidkant wordt dit deelgebied begrensd door de
                                gemeentegrens met Baarn. Dit deelgebied omvat de Noordpolder te
                                Veld, de Zuidpolder te Veld en de Maatpolder</al><al> In tegenstelling tot de Goyergrachtzone is dit gedeelte van de
                                gemeente Eemnes een grootschalig en extreem open landschap. De
                                verkaveling van is met smalle, zeer lange stroken. In dit gebied was
                                tot voor kort nauwelijks bebouwing aanwezig.</al><al> De bebouwingscomplexen, grotendeels agrarische bedrijven, hebben
                                vrijwel identieke kenmerken als de bebouwing uit omgevende
                                poldergebieden. Ze zijn voor het merendeel gesitueerd langs
                                noordzuid gerichte lange wegen, zoals aan de Wakkerendijk/Meentweg,
                                de Geerenweg/Korte Maatsweg en Nieuwe Maatweg. Nabij de Wiggertsweg
                                is sprake van een cluster van drie boerderijen. In het kader van de
                                ruilverkaveling zijn solitaire agrarische bedrijven toegevoegd langs
                                de Geerenweg.</al><al/><al>Bebouwing</al><al> De agrarische bedrijven zijn productiegericht en bestaan uit een
                                vrijstaande bedrijfswoning met daar achter grootschalige
                                bedrijfsbebouwing. Een enkele boerderij heeft nog een traditionele
                                uitstraling. Het hallenhuistype (zie de objectcriteria) komt voor,
                                maar is vaak vernieuwd.</al><al> De in dit deelgebied toegepaste bouwstijlen gaan veelal uit van
                                compacte, rechthoekige bebouwing, voorzien van een fors zadeldak met
                                of zonder wolfseinde. Veelvuldig komen tussen het hoofdgebouw en de
                                achtergelegen schuur aanbouwen voor, in één laag en een plat dak. De
                                gevels van de bebouwing zijn in licht- of donkerkleurige bakstenen
                                (roodachtig en okerkleurig) opgetrokken. De daken zijn bedekt met
                                oranje, bruine of antracietkleurige dakpannen (meerderheid) en vaak
                                voorzien van dakkapellen. Bij een enkel pand is het dak van
                                riet.</al><al>De overige bebouwing in dit deelgebied stamt uit verschillende
                                bouwperiodes, met de nadruk op de naoorlogse periode. De woningen
                                bestaan voornamelijk uit één bouwlaag met een kap. Twee lagen komen
                                incidenteel voor, bijvoorbeeld ter hoogte van Eemlust aan de
                                oostkant van de Wakkerendijk.</al><al>De nieuwere agrarische complexen bestaan uit een hoofdgebouw
                                (woning), met de nokrichting gericht naar de weg of evenwijdig
                                daaraan. Achter de woning staan grootschalige schuren met een
                                functionele uitstraling. De schuren zijn voor het merendeel
                                eenvoudige, rechthoekige gebouwen, met een zadeldak gedekt met
                                licht- en donkergrijze golfplaten. Het betreft soms (gedeeltelijk)
                                gemetselde constructies, maar veelvuldig zijn groene geprofileerde
                                stalen platen toegepast. Bij oudere bedrijven gaat het om meerdere
                                schuren en soms staan deze naast het woongebouw. Silo’s staan vaak
                                naast of achter de schuren en zijn aan het zicht onttrokken.</al><al> Door het open landschap en de geringe dichtheid van de bebouwing
                                zijn de ruimtelijke structuren en de opzet van de bouwcomplexen
                                duidelijk en over een grote afstand zichtbaar. De (incidentele)
                                realisering van afscheidingen van afwijkend materiaal
                                (steigerpijpen, vangrails) springen dan ook extra in het oog.</al><al>Langs de Volkersweg, bij de Noord Midden Wetering, in Noordpolder te
                                Veld staat het Radio Ontvang Station Eemnes, bestaand uit een
                                eenlaagse rechthoekig gebouw en een cirkelvormige opstelling met
                                hoge ontvangmasten.</al><al> Nabij de monding van de Eem in de Maatpolder bevindt zich een
                                kleine jachthaven.</al><al> Waardebepaling en beleid</al><al> De bouwmogelijkheden zijn vastgelegd in het ter plaatse geldende
                                bestemmingsplan Landelijk Gebied. Buiten de bouwvlakken waren
                                uitsluitend kleinschalige gebouwen, zoals veldschuren en
                                melkstallen, toegelaten. De hierop betrekking hebbende bepaling in
                                het bestemmingsplan wordt evenwel geschrapt. Mogelijkheden voor
                                nieuwvestiging van agrarische bedrijven is beperkt tot een zone aan
                                de Geerenweg.</al><al>In het (in voorbereiding zijnde) Structuurplan Eemnes 2015 blijft in
                                het zuidwestelijke deel het accent op de landbouw, terwijl in het
                                noordoostelijke deel de natuurwaarden worden uitgebreid. Voorts
                                worden recreatieve wandel- en fietsroutes voorzien. Dat zijn
                                belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen, maar in het kader van
                                welstand hebben deze ontwikkelingen weinig relevantie.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Vanuit de bestemmingsplanbepalingen is een restrictief beleid van
                                toepassing op de bebouwing. Dat zal ook voor welstand gelden,
                                waarbij de zichtbaarheid over een grote afstand een rol speelt. De
                                voor deze gebieden op te stellen criteria zullen dan ook aansturen
                                op realisatie van een eenvoudige hoofdvorm van de bebouwing en het
                                zorgvuldig afstemmen op de omgeving, waaronder de dominant aanwezige
                                verkavelingsrichting. Daarbij is een terughoudende opstelling ten
                                aanzien van het kleur- en materiaalgebruik vereist. Gelet op de
                                extreme mate van openheid is het niet gewenst dat bebouwing zich
                                over een grote afstand ongewenst opdringt, bijvoorbeeld door de
                                toepassing van glimmend materiaal. Voorts is ook op het detail,
                                zoals ten aanzien van afscheidingen, extra aandacht vereist.</al><al> Een groot deel van de in dit deelgebied voorkomende bebouwing is
                                via de objectcriteria geregeld. De daar genoemde criteria worden,
                                waar nodig hier nader genuanceerd.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
                                de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
                                landschappelijke inrichting.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - de plaatsing van bijgebouwen is ondergeschikt aan het
                                hoofdgebouw.</al><al/><al>Massa en vorm bebouwing</al><al> - de hoofdvorm is eenvoudig en rechthoekig;</al><al> - de nokrichting is in de verkavelingsrichting van het
                                landschap;</al><al> - aan- en uitbouwen zijn in massa ondergeschikt aan het hoofdgebouw
                                en worden terughoudend vormgegeven.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaalgebruik</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - de hoofdmaterialen zijn afgestemd op de hoofdmassa en/of
                                natuurlijke materialen: baksteen, hout en dakpannen of riet;</al><al> - de hoofdkleuren zijn afgestemd op de hoofdmassa en/of gedempte
                                (aard-)kleuren of donkere tinten;</al><al> - het kleurgebruik en detaillering van aan- en uitbouwen zijn
                                afgestemd op de hoofdmassa;</al><al> - materiaal en kleuren van bijgebouwen binnen 5 meter van het
                                hoofdgebouw zijn afgestemd op het hoofdgebouw.</al><al>In afwijking van de loketcriteria voor erf- of perceelafscheidingen
                                (paragraaf 4.5) geldt dat deze in dit deelgebied in ijzerdraad en
                                hout moeten worden uitgevoerd. In het geval van de toepassing van
                                hout dienen naturel of donkere tinten te worden toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Eembrugge</titel></kop><al>Eembrugge, deelgebied 13 op de welstandskaart, is een
                                bebouwingsconcentratie aan de Eem. De kern en enkele jachthavens
                                bevinden zich op het grondgebied van de gemeente Baarn, terwijl de
                                ‘uitlopers’ van de kern, met vooral bedrijvigheid bij Eemnes horen.
                                Het gaat voorts om het gemaal Tydeman en een kantoor van jachthaven
                                ‘De Kemphaan’.</al><al/><al>Bebouwing</al><al> De bebouwing Eembrugge (in de gemeente Eemnes) bestaat grotendeels
                                uit bedrijven, grootschalige en kleinschalige. Productie staat
                                voorop, met een relatief geringe aandacht voor de representatieve
                                uitstraling. De soms hoge beplanting onttrekt gedeeltelijk dit
                                activiteitengebied aan het zicht.</al><al> Aan de noordkant van de Bisschopsweg staan bijna alle bedrijven in
                                het nauwe gebied tussen de smalle ontsluitingsweg en de Eem.
                                Dominant is fabriek Ocriet met grote rood gemetselde productiehallen
                                en sheddaken waarop een betonnen silo als blikvanger staat. Ook
                                aanwezig in het beeld is een transportbedrijf met een grote
                                opslagplaats voor containers. De overige, kleine bedrijven zijn
                                meestal gevestigd in eenvoudige rood gemetselde panden met twee
                                lagen en een zadeldak.</al><al>Aan de zuidkant zijn de bedrijven eveneens relatief grootschalig,
                                met diverse activiteiten zoals een asfaltproductiebedrijf met
                                herkenbare opslagsilo’s, een houthandel of een schipswerf. Ook is
                                een enkele woning aanwezig tegenover de jachthaven.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> In het (in voorbereiding zijnde) Structuurplan Eemnes 2015 is de
                                mogelijkheid van een ontwikkeling tot aantrekkelijke
                                woon-werklocatie geschetst, waarbij de ligging aan het water wordt
                                benut. Nieuwe initiatieven zullen, vooruitlopend daarop, een
                                stimulans moeten inhouden voor de ruimtelijke kwaliteit van dit
                                deelgebied. Ingrijpende nieuwe ontwikkelingen zullen op het moment
                                dat meer zicht bestaat op het (stedenbouwkundige) programma omgeven
                                worden door aanvullende welstandscriteria.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
                                de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
                                landschappelijke inrichting.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - in de nabijheid van de weg is de bebouwing georiënteerd op de
                                weg. Van de bedrijfsbebouwing is de representatieve zijde
                                (bedrijfswoning, kantoorgedeelte, entree) naar de openbare weg
                                gekeerd.</al><al/><al>Massa en vorm bebouwing</al><al> - de hoofdgebouwen hebben een individuele uitstraling met een
                                heldere, eenduidige hoofdvorm.</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw.</al><al> - aan- en uitbouwen zijn in massa ondergeschikt aan het hoofdgebouw
                                en worden terughoudend vormgegeven.</al><al> Detaillering, kleur en materiaalgebruik</al><al> - de hoofdmaterialen zijn afgestemd op de hoofdmassa en/of
                                natuurlijke materialen: baksteen en dakpannen. Voor het
                                representatieve deel van bedrijven is dat baksteen;</al><al> - de hoofdkleuren zijn afgestemd op de hoofdmassa en/of gedempte
                                (aard-)kleuren of donkere tinten (niet spiegelend);</al><al> - het kleurgebruik en detaillering van aan- en uitbouwen binnen 5
                                meter van het hoofdgebouw zijn afgestemd op de hoofdmassa.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Welstandsbeleid in de kern</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>Binnen de kern Eemnes kunnen de volgende deelgebieden worden
                                onderscheiden (zie afbeelding Gebiedsindeling Eemnes):</al><al>01. Beschermd Dorpsgezicht</al><al> 02. Wakkerendijk/Meentweg</al><al> 03. Laarderweg</al><al> 04. Raadhuislaan e.o.</al><al> 05. Zuidbuurt</al><al> 06. Noordbuurt</al><al> 07. Uitbreiding Noordbuurt</al><al> 08. Bedrijventerrein Bramenberg</al><al> 09. Westzone</al><al> 10. Sportcomplex Noordersingel</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Beschermd Dorpsgezicht</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> Het deelgebied volgt de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht
                                en omvat globaal genomen de bebouwing rondom de N.H. Nicolaaskerk.
                                De bebouwing markeert de aansluiting van de Laarderweg op de
                                Wakkerendijk, van oudsher de twee belangrijkste wegen van Eemnes.
                                Via de Kerkstraat staat de kerk in directe verbinding met de
                                Wakkerendijk. Deze straat is in de jaren vijftig in westelijke
                                richting doorgetrokken tot Torenzicht.</al><al>De Nicolaaskerk staat centraal en solitair in het gebied. De uit de
                                veertiende eeuw daterende kerk, die meerdere malen is herbouwd en
                                gerestaureerd, domineert nog altijd het beeld van het dorp. Het
                                gebouw staat op een verhoging. De overige bebouwing ligt rondom de
                                kerk of aan een straat georiënteerd. De panden staan veelal dicht op
                                elkaar en direct aan de straat, zodat het geheel een besloten indruk
                                maakt.</al><al/><al/><al> Zicht op de Nicolaaskerk vanaf de Raadhuislaan</al><al> De Kerkstraat met aan weerszijden karakteristieke
                                langhuisboerderijen</al><al/><al> Het voormalig raadhuis aan de Wakkerendijk</al><al> De aaneengeschakelde nieuwbouwwoningen aan de zuidzijde van de
                                Kerkstraat ter hoogte van de kerk</al><al/><al/><al>De meeste bebouwing bestaat uit oude boerderijen van het
                                langhuistype, die in de loop der tijd een winkel-, bedrijfs- of
                                woonfunctie hebben gekregen. De boerderijen zijn vrijstaand en
                                hebben een groot zadeldak. Ten zuiden van de kerk staat een blok
                                aaneengeschakelde nieuwbouwwoningen, die gezamenlijk een wand
                                vormen.</al><al> De bebouwing in dit deelgebied is één à twee bouwlagen met kap
                                hoog. Uitzonderingen daarop zijn de Nicolaaskerk en het
                                seniorencomplex op de hoek Jhr. C. Roëlllaan-Kerkstraat-Rutgers van
                                Rozenburglaan. Het laatstgenoemde gebouw, dat zich gedeeltelijk
                                binnen de het Beschermd Dorpsgezicht bevindt, heeft drie
                                bouwlagen.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> Veel bebouwing stamt uit de zeventiende en achttiende eeuw en is
                                gebouwd in een traditionele stijl. De gevels zijn opgetrokken uit
                                roodbruine baksteen, maar zijn soms wit gepleisterd. De daken worden
                                gedekt door rode pannen of riet. Het houtwerk is crèmewit en
                                donkergroen geschilderd. De nieuwbouw ten zuiden van de kerk is
                                eigentijds vormgegeven, waarbij wel rekening is gehouden met de
                                historische setting.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> De kerkbuurt van Eemnes heeft een zeer oorspronkelijk karakter met
                                cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Veel panden hebben de
                                status van Rijksmonument of gemeentelijk monument. Daarbij is dit
                                deelgebied een van rijkswege beschermd dorpsgezicht. Dit is als
                                zodanig geregeld in het bestemmingsplan Oude Dorpskern, waarvan de
                                begrenzing nagenoeg overeen met die van het beschermd
                                dorpsgezicht.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Het ter plaatse geldende bestemmingsplan Oude Dorpskern vormt een
                                belangrijke schakel in het handhaven van de bestaande
                                karakteristiek. Op pandniveau wordt dat tevens bereikt door de
                                status van Rijks- of gemeentelijk monument. Dat betekent dat de rol
                                voor de welstandsnota relatief beperkt is, al wordt in dit kader
                                toegezien op het versterken van de bestaande karakteristiek. Zo
                                wordt in het geval van nieuwbouw aansluiting gezocht bij het huidige
                                bebouwingsbeeld.</al><al> Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een
                                bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige
                                structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - oriëntatie op de weg of de kerk;</al><al> - handhaving van het besloten karakter van de bebouwing;</al><al> - de ruimtelijke karakteristieken van de individuele bebouwingen
                                moeten worden behouden of hersteld.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de hoofdgebouwen hebben een individuele uitstraling met heldere,
                                eenduidige hoofdvormen;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - toepassing van kappen met een nok;</al><al> - aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de
                                hoofdmassa.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - gevels dienen te worden opgetrokken in roodbruine baksteen of
                                (crème)wit pleisterwerk;</al><al> - houtwerk moet (crème-)wit en/of donkergroen van kleur zijn;</al><al> - daken worden gedekt met grijze of rode gebakken pannen of
                                riet;</al><al> - bestaande details dienen zoveel mogelijk te worden gerespecteerd
                                en dienen als uitgangspunt bij verbouwingen.</al><al>In afwijking van de loketcriteria voor aan- of uitbouwen (paragraaf
                                4.1) mag in dit deelgebied de daktrim, bovendorpel of boeiboord van
                                een aan- of uitbouw aan de voorzijde maximaal 0.15m hoog zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Wakkerendijk/Meentweg</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> De bebouwing in dit deelgebied bestaat uit een lint dat zich langs
                                de westzijde van de Wakkerendijk, die ten noorden van de splitsing
                                met de Laarderweg Meentweg heet, uitstrekt. Deze lintbebouwing is
                                vanaf de veertiende eeuw tot heden langs een dijk op enige afstand,
                                ten westen van de rivier De Eem tot stand gekomen. Ter hoogte van de
                                Pieterskerk in Eemnes-Binnen (in het zuiden) en de Nicolaaskerk in
                                Eemnes-Buiten (in het noorden) is er ook wat bebouwing aan de
                                oostzijde van de weg aanwezig. Op deze plekken is de
                                bebouwingsdichtheid in het lint het hoogst. Naar de noord- en
                                zuidzijde toe neemt deze af. Tussen de bebouwing bevinden zich open
                                plekken van waar het achterliggende landschap te zien is.</al><al>De Wakkerendijk is een doorgaande verkeersverbinding, terwijl de
                                Meentweg een veel rustiger karakter heeft. Opvallend is verder de
                                verhoogde ligging van de weg zelf, met aan de oostzijde een
                                begeleidende beplanting van eiken. Aan de westzijde is er over een
                                groot gedeelte van de weg eveneens sprake van een begeleidende
                                beplanting, maar deze is op de particuliere erven gelegen.</al><al/><al/><al>De Pieterskerk van Eemnes-Binnen aan de oostzijde van de
                                Wakkerendijk</al><al> Het tweede bebouwingslint achter de westzijde van de
                                Wakkerendijk</al><al/><al> Het beeldbepalende complex van de R.K.-kerk aan de
                                Wakkerendijk</al><al> Kleinschalige bebouwing aan de Wakkerendijk</al><al/><al/><al>Het gebied ten westen van de Wakkerendijk en Meentweg heeft een
                                opstrekkende verkaveling. De bebouwing is parallel aan de
                                lengterichting van de kavel op de weg georiënteerd. Doordat de
                                verkavelingsas schuin op de dijk is gesitueerd, verspringen de
                                panden ten opzichte van elkaar. Dit ritme wordt nog eens
                                verlevendigd door de wisselende afstand tussen de voorgevel en de
                                weg. Sommige panden liggen direct aan de weg, terwijl andere een
                                flinke voortuin hebben. Aan de Wakkerendijk is plaatselijk sprake
                                van een tweede lint achter het hoofdlint.</al><al> De twee kerken aan de Wakkerendijk vormen de herkenningspunten
                                binnen het lint. De Pieterskerk van Eemnes-Binnen ligt aan de
                                oostzijde, in het zuiden. Ten noorden daarvan ligt aan de westzijde
                                het complex van de R.K.-kerk.</al><al>Opvallend is de aanwezigheid van de vele monumentale boerderijen aan
                                de westzijde van de weg. Het betreft met name boerderijen van het
                                langhuistype. In enkele gevallen is deze bebouwing in het verleden
                                ook dwars gebouwd. De meeste bevinden zich nog in oorspronkelijke
                                staat, hoewel een groot deel zijn oorspronkelijke agrarische functie
                                verloren heeft. De panden hebben één bouwlaag en worden gedekt door
                                een groot zadeldak. De grote boerderijen worden afgewisseld door
                                kleinere woonhuizen van verschillende afmetingen die niet hoger zijn
                                dan twee bouwlagen met kap. De diverse bijgebouwen staan veelal
                                achter op het erf. Bij de (voormalige) boerderijen komen ook
                                veelvuldig hooibergen voor.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> Door de verscheidenheid aan type panden en het geleidelijk ontstaan
                                van het lint is er een grote diversiteit in detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik. De boerderijen -enkele dateren uit de zeventiende
                                en achttiende eeuw, maar de meeste uit de negentiende eeuw- zijn
                                opgetrokken in bruinrode baksteen en hebben een dak van riet en
                                pannen. De overige bebouwing heeft eveneens bakstenen of wit
                                gepleisterde gevels. De daken worden veelal gedekt door grijze of
                                rode pannen.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> Veel boerderijen alsmede andere panden in het gebied zijn Rijks- of
                                gemeentelijk monument. In het ter plaatse geldende bestemmingsplan
                                Wakkerendijk/Meentweg (en de 1e wijziging) zijn de bouwmogelijkheden
                                nauwgezet vastgelegd. De daar als ‘monument’ of ‘karakteristiek’
                                aangeduide panden mogen in beginsel niet worden uitgebreid met
                                erkers of aanbouwen, al is dat thans soms vergunningsvrij toch
                                mogelijk. Bovendien dient nieuwe bebouwing achter die bestaande
                                bebouwing geplaatst te worden. Met oog op een goede inpassing is
                                voorts in het bestemmingsplan een kap verplicht gesteld (met een
                                dakhelling tussen 40 en 50°), een nokrichting evenwijdig aan de
                                perceelsgrenzen en een lage dakvoet (3m).</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Wakkerendijk/Meentweg is een zeer waardevolle lintbebouwing die
                                bovendien beeldbepalend is voor het aanzicht van Eemnes. Zowel de
                                ruimtelijke structuur als het bebouwingsbeeld zijn zeer
                                karakteristiek en verdienen een zorgvuldige behandeling vanuit het
                                oogpunt van welstand. De ter plaatse geldende bestemmingsplannen
                                dragen daar reeds in belangrijke mate aan bij, nader ondersteund met
                                de onderstaande welstandscriteria. Vooral het terughoudende beleid
                                ten aanzien van de kleine bouw en het vrijhouden van doorzichten is
                                daarbij van belang.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een
                                bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige
                                structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.</al><al> Plaatsing</al><al> - handhaven van de bestaande ritmiek in de lintbebouwing en van de
                                gevarieerde plaatsing ten opzichte van de weg;</al><al> - bijgebouwen dienen terugliggend van de hoofdbouwmassa geplaatst
                                te worden;</al><al> - het clusteren van bebouwing, waarmee bestaande doorzichten
                                vrijgehouden worden;</al><al> - de nokrichting dient evenwijdig aan de verkavelingsrichting te
                                worden geplaatst.</al><al> Massa en vorm</al><al> - de hoofdgebouwen hebben een individuele uitstraling met heldere,
                                eenduidige hoofdvormen;</al><al> - geen samengestelde bouwmassa’s in de breedte van het
                                perceel;</al><al> - de hoofdmassa bevindt zich aan de wegzijde en heeft een
                                representatieve voorgevel;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de
                                hoofdmassa.</al><al> Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - gevels zijn opgetrokken uit roodbruine baksteen of zijn
                                (crème)wit gepleisterd;</al><al> - alleen indien de bijgebouwen achter de hoofdbouwmassa worden
                                gerealiseerd kan de materialisering van deze bijgebouwen ook in
                                natuurlijke materialen, zoals gepotdekseld hout, worden
                                opgetrokken;</al><al> - alleen indien daken van bijgebouwen voldoende afstand tot de weg
                                hebben is een ander materiaal toegestaan mits in grijze en donkere
                                tinten uitgevoerd, afwijkend van de gevelkleur en voorzien van
                                (golfplaten-)profiel en met een matte, -niet spiegelde-
                                oppervlaktestructuur;</al><al> - daken moeten worden gedekt door riet of gebakken pannen.</al><al>In afwijking van de loketcriteria voor aan- of uitbouwen (paragraaf
                                4.1) mag in dit deelgebied de daktrim, bovendorpel of boeiboord van
                                een aan- of uitbouw aan de voorzijde maximaal 0.15m hoog zijn,
                                danwel conform de bestaande detaillering van de woning.</al><al>In afwijking van de objectcriteria voor aan- of uitbouwen (paragraaf
                                4.1) en bijgebouwen of overkappingen (paragraaf 4.2) mogen deze niet
                                aan de zijgevel of op het zijerf geplaatst worden als daarmee een
                                bestaand doorzicht verdwijnt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Laarderweg</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> Het deelgebied Laarderweg omvat de bebouwing aan weerszijden van de
                                Laarderweg, de Nieuweweg en de Braadkamp. De Laarderweg vormt van
                                oudsher de verbinding tussen de oude dorpskern van Eemnes met het
                                westelijk gelegen Laren. Vanaf 1900 ontstond aan weerszijden
                                bebouwing bestaande uit kleine vrijstaande woningen die tussen de
                                reeds bestaande boerderijen werden geplaatst. Ten noorden van de
                                Laarderweg werd in de jaren twintig van de vorige eeuw de Nieuweweg
                                aangelegd die vervolgens bebouwd werd met vrijstaande
                                middenstandswoningen. Ter hoogte van de oude dorpskern werd in de
                                jaren zeventig, toen Eemnes zich fors begon uit te breiden met de
                                Noordbuurt, aan de noordzijde een gemeentehuis gebouwd.</al><al> Met de aanleg van de A27 in 1977 is de Laarderweg (evenals de
                                Nieuweweg) als directe verbinding tussen Eemnes en Laren verbroken.
                                Vanaf dat moment zorgt de Verlengde Laarderweg voor een doorgaande
                                verbinding.</al><al>Het deelgebied herbergt diverse functies. Hoewel woningen de
                                hoofdmoot vormen, zijn er verschillende bedrijven, waaronder een
                                garage, een kaasboerderij, een horecapand en het gemeentehuis aan de
                                Laarderweg gelegen. De westzijde van de Braadkamp, een rechthoekig
                                stenig plein, wordt gevormd door een
                                kantoor/appartementencomplex.</al><al> Langs de Laarderweg zijn verschillende beeldbepalende panden te
                                vinden, waaronder enkele gemeentelijke monumenten. Dit betreffen
                                vooral burgerwoningen, daterend van rond 1900, die een rechthoekig
                                plattegrond hebben en gedekt worden door een mansarde kap.</al><al/><al> De pleinvormige ruimte van de Braadkamp</al><al> Middenstandswoning van rond 1900 met mansardekap</al><al/><al> Voorbeeld van een groot bouwvolume: het hotel</al><al> Kleinschalige, vrijstaande bebouwing aan de Laarderweg</al><al/><al/><al>De Laarderweg kenmerkt zich door een afwisselende, kleinschalige
                                bebouwing bestaande uit vrijstaande, dubbele en rijtjes woningen die
                                op de weg georiënteerd zijn. De rooilijn verspringt soms iets: de
                                kleinschalige bebouwing ligt dicht op de weg, terwijl enkele grotere
                                panden, zoals het hotel Eemland en de garage, op enige afstand tot
                                de weg zijn gelegen. Een groot gedeelte van de Laarderweg heeft aan
                                weerszijden een begeleidende beplanting van eiken. De Nieuweweg is
                                een veel smallere straat dan de Laarderweg: trottoirs ontbreken hier
                                en de bebouwing staat dicht op elkaar.</al><al> De bebouwing aan de Laarderweg en de Nieuweweg is niet hoger dan
                                één à twee bouwlagen met een kap. De Laarderweg kent een veelzijdig
                                bebouwingsbeeld, waarin kleinere volumes met verschillende kapvormen
                                worden afgewisseld door enkele grotere. Bijgebouwen staan overwegend
                                achter het hoofdgebouw.</al><al>De Braadkamp is een openbare ruimte met relatief hoge wand aan de
                                westzijde die direct aan de straat gesitueerd is. De oostwand wordt
                                gevormd door evenwijdig geplaatste woonbebouwing. Het plein zelf is
                                bestraat met klinkers, beplant met loofbomen. Het terrein doet
                                dienst als parkeerruimte en als ruimte voor markten en
                                evenementen.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> Omdat de bebouwing in het deelgebied in verschillende perioden
                                gerealiseerd is, is er een grote verscheidenheid in detaillering,
                                kleur- en materiaalgebruik te onderscheiden. Oude, karakteristieke
                                panden staan naast recent gebouwde panden. Wel is er overwegend in
                                baksteen gebouwd en worden de daken gedekt door pannen en soms met
                                riet.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> De Laarderweg is een belangrijke, historische toegangsroute tot het
                                dorp, waar het bebouwingsbeeld speciale aandacht verdient.</al><al> In het (in voorbereiding zijnde) Structuurplan Eemnes 2015 vormt
                                Braadkamp een ‘actief ontwikkelingsgebied’. Ingrijpende wijzigingen
                                vergen daarop toegesneden aanvullende welstandscriteria, die op het
                                moment dat de uitgangspunten daarvoor bekend zijn, opgesteld worden
                                en aan de welstandsnota worden toegevoegd.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> De Laarderweg is één van de structuurbepalende wegen en een
                                visitekaartje van Eemnes. Door de tijd heen is hier ruimte geboden
                                voor bijzondere bebouwing, met een meer dan gemiddelde aandacht voor
                                de verschijningsvorm, al is die zeer divers. Van nieuwe
                                ontwikkelingen aan de Laarderweg en Braadkamp wordt dan ook verwacht
                                dat het een positieve bijdrage levert aan het straatbeeld, zowel
                                voor wat betreft plaatsing, massa en vorm, als de detaillering. Aan
                                de Nieuweweg is vooral een zorgvuldige inpassing vereist en een
                                goede aansluiting op de bestaande bebouwing.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een
                                bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige
                                structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - de bebouwing dient op de openbare ruimte te zijn
                                georiënteerd.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de hoofdgebouwen aan de Laarderweg en Braadkamp hebben een
                                individuele uitstraling met heldere, eenduidige hoofdvormen;</al><al> - toepassing van royale kappen met een nok;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de
                                hoofdmassa.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - gevels dienen te worden opgetrokken in baksteen, aan de
                                Laarderweg en Braadkamp zijn ook (crème)wit gepleisterde gevels
                                toegestaan;</al><al> - daken worden gedekt met pannen of riet;</al><al> - bestaande details dienen als uitgangspunt bij verbouwingen.</al><al>In afwijking van de loketcriteria voor aan- of uitbouwen (paragraaf
                                4.1) mag in dit deelgebied de daktrim, bovendorpel of boeiboord van
                                een aan- of uitbouw aan de voorzijde maximaal 0.15m hoog zijn,
                                danwel conform de bestaande detaillering van de woning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Raadhuislaan e.o.</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> Het deelgebied Raadhuislaan e.o. omvat de eerste uitbreiding van
                                Eemnes. Al in de jaren twintig van de vorige eeuw werd begonnen met
                                de aanleg van de Molenweg en de Streefoordlaan haaks op de
                                Laarderweg. Na de Tweede Wereldoorlog, in de jaren vijftig en
                                zestig, werd het gebied ten zuiden van de Laarderweg pas echt
                                planmatig uitgebreid. Ook de ten noorden van de Laarderweg gelegen
                                Veldweg werd toen aangelegd. Raadhuislaan e.o. heeft een rechthoekig
                                stratenpatroon, waarin plantsoenachtige open ruimten zijn opgenomen.
                                De uitbreiding was vooral bestemd voor woningbouw, maar ook andere
                                voorzieningen zoals een tweetal basisscholen en een bibliotheek
                                vonden er een plek. In de jaren zeventig is aan een plein aan
                                Torenzicht een winkelcentrum gecreëerd.</al><al> Woonblokken uit de jaren zestig aan de Raadhuislaan</al><al> Het recent gebouwde woonzorgcomplex voor senioren aan de Rutgers
                                van Rozenburglaan</al><al/><al> Oudere bebouwing aan de Molenweg</al><al> Het winkelcentrum aan de Torenzicht</al><al/><al/><al>Een groot deel van het gebied heeft een regelmatig
                                verkavelingspatroon, waarbij bouwblokken evenwijdig aan de straat of
                                het plantsoen zijn geplaatst. Dit verkavelingspatroon wordt
                                onderbroken door de meer grootschalige, enigszins op zichzelf
                                staande volumes van de twee basisscholen, de bibliotheek en het
                                voormalige postkantoor aan de Raadhuislaan en door het
                                winkelcentrum. Langs de bovengenoemde vooroorlogse straten is sprake
                                van lintachtige bebouwing die haaks op de straat is
                                georiënteerd.</al><al>Het grootste deel van de bebouwing in het deelgebied wordt gevormd
                                door woonblokken van twee bouwlagen hoog die worden gedekt door een
                                zadeldak dat evenwijdig aan de straat is geplaatst. De vrijstaande
                                en dubbele woningen aan de Molenlaan en de Streefoordlaan zijn één
                                bouwlaag met kap hoog en haaks ten opzichte van de weg
                                gesitueerd.</al><al> De beide schoolgebouwen, het voormalige postkantoor en de
                                bibliotheek zijn lage, uit verschillende volumes opgebouwde massa
                                die worden gedekt door een plat dak. Het winkelcentrum bestaat uit
                                aaneengesloten bouwblokken van één à twee bouwlagen hoog, gedekt
                                door afgetopte zadeldaken.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> Doordat de bebouwing, met uitzondering van de bibliotheek die rond
                                1990 is gebouwd, tot stand is gekomen in de periode 1920-1970 is er
                                sprake van een gevarieerd bebouwingsbeeld, waarin de bebouwing uit
                                de jaren zestig domineert. Vrijwel alle bebouwing is opgetrokken in
                                baksteen, echter in verschillende kleuren. De zadeldaken zijn gedekt
                                met rode of donkere pannen.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> Raadhuislaan e.o. is een gebied met een nadruk op de woonfunctie,
                                aangevuld met wat grotere niet-woonfuncties. Het ter plaatse
                                geldende bestemmingsplan Raadhuislaan heeft de ruimtelijke
                                mogelijkheden van dit deelgebied nauwgezet vastgelegd. In het kader
                                van het (in voorbereiding zijnde) Structuurplan zijn enkele
                                inbreidingen voorzien, veelal op de schaal van het gebied. Daarnaast
                                is een inbreiding in voorbereiding met een clusterschool en woningen
                                aan de westzijde van dit deelgebied.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Het gebied vormt een aantrekkelijk gebied, met plaatselijk ruimte
                                voor vernieuwing. Die vernieuwingen fungeren als kwalitatieve
                                toevoegingen, die een stimulans inhouden voor het hele gebied. Het
                                welstandsbeleid voor de bestaande bebouwing is vooral gericht op het
                                in stand houden en versterken van het bestaande samenhangende
                                bebouwingsbeeld.</al><al> Bij de welstandstoetsing van de bijzondere objecten in dit
                                deelgebied, zoals basisscholen, het voormalige postkantoor, de
                                bibliotheek en het winkelcentrum, zal in eerste instantie rekening
                                worden gehouden met de karakteristieken van de omgeving. Bij
                                kwalitatieve toevoegingen zal tevens van de algemene
                                welstandscriteria gebruik gemaakt worden.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een
                                bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige
                                structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - de bebouwing dient te zijn georiënteerd op een openbare weg of
                                ruimte.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de
                                hoofdmassa;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - maat en schaal van de nieuwbouwinitiatieven sluiten aan op de
                                bestaande bebouwing.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - gevels dienen te worden opgetrokken in baksteen;</al><al> - zadeldaken worden gedekt door zwarte, grijze of rode pannen;</al><al> - nieuwbouwinitiatieven betekenen een kwalitatieve impuls voor het
                                gebied, door het gebruik van hoogwaardige, natuurlijke materialen en
                                een zorgvuldige detaillering;</al><al> - detaillering en kleurgebruik zijn per bestaande rij en cluster in
                                onderlinge samenhang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Zuidbuurt</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> De Zuidbuurt betreft de uitbreiding van Eemnes in de jaren tachtig
                                en negentig van de vorige eeuw in zuidelijke richting. Het
                                woongebied wordt ontsloten door de Stadwijksingel die in het westen
                                aansluit op de Zuidersingel en in het noordoosten op de
                                Raadhuislaan. Op de Stadwijksingel monden verkeersluwe straten uit
                                die verschillende bebouwingsclusters ontsluiten. Vaak hebben deze
                                straten het karakter van een woonerf. Er zijn evenals in de
                                Noordbuurt aparte paden voor fietsers en voetgangers. In het midden
                                van de wijk ligt een brede groenstrook met een waterpartij die in
                                verbinding staat met de groenzone die de Zuidbuurt van het
                                deelgebied Raadhuislaan e.o. scheidt. In de Zuidbuurt zijn naast
                                woonblokken ook vrijstaande en dubbele woningen gerealiseerd,
                                waardoor mede door de variatie in het kleurgebruik, een afwisselend
                                geheel is ontstaan.</al><al> De bebouwing langs de Wolfstedelaan heeft doorgetrokken
                                gevelgedeelten op de hoeken, erkers met daarboven een balkon en
                                verschillende kleuren baksteen in de gevels</al><al> De Kamgras e.o. lijkt op de Noordbuurt met woonblokken gesitueerd
                                aan woonerven of groene ruimten</al><al/><al> Dubbele woningen met speelse vormen en materiaalgebruik aan de
                                Zilverschoon</al><al> Aanbouw geïntegreerd in het ontwerp aan de Eemlustlaan</al><al/><al/><al>Het oudste gedeelte van de Zuidbuurt, de Kamgras e.o., is nog in de
                                traditie van de Noordbuurt aangelegd met clusters woonblokken
                                gegroepeerd aan woonerven. In het zuidoostelijke deel dat in de
                                jaren negentig is gebouwd, is de woonervenstructuur iets losser
                                toegepast. In het meest recente gedeelte, de Wolfstedelaan e.o., is
                                geëxperimenteerd met het gesloten bouwblok.</al><al>De Zuidbuurt heeft een kleinschalige, dichte bebouwing die op de
                                straat is georiënteerd en in clusters gegroepeerd. Korte voortuinen
                                bakenen de privé-ruimte van de openbare af. Woonblokken en dubbele
                                woningen zijn evenwijdig aan de straat of groene ruimte gesitueerd.
                                Vrijstaande woonhuizen hebben de nok veelal haaks op de straat
                                gericht.</al><al>De gemiddelde bouwhoogte is hier twee bouwlagen met kap, maar lagere
                                bebouwingshoogten komen ook voor. Gevelvlakken worden verlevendigd
                                door middel van het doortrekken of terugspringen van de gevel.
                                Daarnaast is er sprake van een grote variatie in kapvormen: er zijn
                                zowel gewone zadeldaken als samengestelde zadeldaken en
                                lessenaarsdaken te vinden.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> De gehele wijk is opgetrokken in baksteen, zij het in verschillende
                                kleuren. In de jongere gedeelten zijn de gevels vaak uit twee
                                contrasterende kleuren baksteen opgetrokken. Dit is, evenals het
                                gebruik van lessenaarsdaken en een horizontale gevelindeling
                                karakteristiek voor het toen in zwang zijnde postmodernisme. De
                                daken worden gedekt door pannen. Kleuren wijzigen meestal per
                                cluster.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> De Zuidbuurt is een afwisselende woonbuurt zowel wat de
                                detaillering en het kleurgebruik betreft, als ook wat de bouwvolumes
                                betreft. Groot pluspunt is het aanwezige groen in de wijk en de
                                landelijke setting van de wijk.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> De gevarieerde ruimtelijke karakteristiek van de Zuidbuurt is de
                                leidraad voor de toekomst. Voortgeborduurd wordt op het bestaande
                                patroon, waarbij traditionele en moderne bouwvormen voorkomen. Het
                                vergt een zorgvuldige afstemming op de directe omgeving; voorkomen
                                dient te worden dat een onduidelijk beeld ontstaat doordat de
                                bouwvormen door elkaar gebruikt worden. Nieuwe initiatieven, al zijn
                                op zeer bescheiden schaal te voorzien, moeten aantoonbaar een
                                verrijking van dat patroon opleveren.</al><al> Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een
                                bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige
                                structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - de bebouwing dient te zijn georiënteerd op een openbare weg of
                                een openbare groene ruimte;</al><al> - bij nieuwbouw dient de bestaande rooilijn te worden
                                gerespecteerd.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - per cluster moet er eenheid zijn in de architectonische
                                uitdrukking en de massaopbouw van het hoofdgebouw;</al><al> - de kapvorm is eveneens clustergebonden;</al><al> - aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen moeten ondergeschikt aan
                                de hoofdmassa zijn;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - gevels dienen te worden opgetrokken in baksteen, met een nadere
                                afstemming per cluster voor wat betreft de detaillering en
                                kleur;</al><al> - de kleur van de daken (rood of donker) is per cluster in
                                onderlinge samenhang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr><titel>Noordbuurt</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> De Noordbuurt betreft de in de jaren zeventig en tachtig
                                gerealiseerde uitbreiding van Eemnes ten noorden van de Laarderweg.
                                Eemnes werd toen door de provincie Utrecht aangewezen als groeikern
                                en kon zich daarom op grote schaal uitbreiden. De wijk is aangelegd
                                volgens de voor de jaren zeventig typerende woonerfstructuur. De
                                bebouwing, bestaande uit woonblokken, is in clusters gegroepeerd aan
                                meanderende, doodlopende straten. De woonstraten monden uit op de
                                Noordersingel die vanaf de Laarderweg een lus maakt en om de gehele
                                wijk heen loopt.</al><al> De clusters worden onderling ruimtelijk verbonden door een
                                groenstructuur met kanaalachtige waterpartijen en voet- en
                                fietspaden. Centraal in de woonwijk Noordbuurt zijn enkele
                                bijzondere objecten gesitueerd, zoals basisscholen, een sporthal en
                                het buurtwinkelcentrum De Eemhof.</al><al> Veel bebouwing zoals die aan de Rietgors is georiënteerd op het
                                openbaar groen</al><al> Het buurtwinkelcentrum de Eeemhof</al><al/><al> Dakkapellen en een erker aan de Meeuwskamp</al><al> Woonblok aan de Zomertaling met rechthoekige erker over vrijwel de
                                hele gevelbreedte</al><al/><al/><al>De woonblokken zijn in clusters gegroepeerd en zijn evenwijdig aan
                                de straat of aan de groenstructuur geplaatst. Op enkele plaatsen
                                zijn uitbouwen en garages aan de straatzijde gesitueerd, waardoor
                                het soms niet duidelijk is wat de voorzijde van de woning is. Een
                                duidelijk onderscheid tussen privé en openbare ruimte is vaak niet
                                aanwezig. Dit wordt versterkt door het ontbreken van trottoirs in de
                                woonstraten.</al><al> Vrijwel het gehele deelgebied is bebouwd met blokken met
                                eengezinswoningen. De bebouwing bestaat veelal uit twee bouwlagen
                                met een kap; er zijn echter ook bebouwingsmassa waar de hoogte
                                afwisselend één en twee lagen met een kap is. De meeste panden
                                worden gedekt door een zadeldak. In sommige gevallen is het dak aan
                                één zijde doorgetrokken tot de eerste verdieping.</al><al> De meeste panden hebben een verticale gevelindeling. Dakkapellen
                                bevinden zich zowel aan de voor- als achterzijde. Hier en daar is
                                aan de voorgevel een erker ter grootte van de vensteropening
                                geplaatst.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> Kleurgebruik en detaillering veranderen in de Noordbuurt per
                                cluster of straat. Alle bebouwing is evenwel opgetrokken in baksteen
                                die in kleur varieert van licht geel tot rood. De daken zijn veelal
                                gedekt met een donkere sneldekpan.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> De Noordbuurt is een rustige woonbuurt die zijn oorspronkelijk
                                karakter goed behouden heeft. De voor de jaren zeventig typerende
                                woonerfstructuur, groenstructuur en architectonische detaillering
                                zijn goed geconserveerd. Met name de weldadige groenstructuur geeft
                                de wijk een prettige groene uitstraling. De ter plaatse geldende
                                bestemmingsplannen fixeren die kwaliteiten reeds in voldoende mate.
                                De authenticiteit wordt versterkt door het feit dat verbouwingen
                                veelal met zorg en respect voor het bestaande zijn uitgevoerd.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Het eigen, kenmerkende karakter van de bebouwing in het groen zal
                                behouden moeten blijven. Steeds vergt dat een zorgvuldige afstemming
                                op wat er in de omgeving in positieve zin reeds gebeurd is. De
                                samenhang en eenheid per rij of cluster staan daarbij voorop.</al><al> Bij de welstandstoetsing van de bijzondere objecten gesitueerd in
                                dit deelgebied, zoals basisscholen, een sporthal en het
                                buurtwinkelcentrum De Eemhof, zal in eerste instantie rekening
                                worden gehouden met de karakteristieken van de omgeving. Bij
                                kwalitatieve toevoegingen zal tevens van de algemene
                                welstandscriteria gebruik gemaakt worden, gelet op het unieke,
                                eenmalige karakter van die gebouwen.</al><al> Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een
                                bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige
                                structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - de bebouwing dient te zijn georiënteerd op een openbare weg of
                                een openbare groene ruimte;</al><al> - bij nieuwbouw wordt de bestaande rooilijn gerespecteerd.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - per rij en cluster eenheid in massaopbouw van het
                                hoofdgebouw;</al><al> - woonbebouwing wordt vormgegeven in blokken die gedekt worden door
                                een zadeldak;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de
                                hoofdmassa.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaalgebruik</al><al> - gevels dienen te worden opgetrokken in baksteen, waarbij de kleur
                                per rij en cluster in onderlinge samenhang is;</al><al> - de daken, met zwarte, grijze of rode pannen, zijn per cluster in
                                onderlinge samenhang;</al><al> - daken moeten worden gedekt;</al><al> - de daken dienen donkerder van kleur te zijn dan de gevels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>Uitbreiding Noordbuurt</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> De Uitbreiding Noordbuurt bevindt zich, zoals de naam al aanduidt,
                                ten noorden van de Noordbuurt en vormt de nieuwste uitbreiding van
                                Eemnes. Voor het plan zijn architectonische randvoorwaarden
                                opgesteld die in juni 2000 door burgemeester en wethouders zijn
                                vastgesteld. Het gebied zal uiteindelijk 175 woningen bevatten. In
                                de west- en middenzone worden de woningen projectmatig gerealiseerd,
                                in de oostzone zijn particulier kavels uitgegeven. Deze zone is
                                inmiddels grotendeels voltooid, de kavels zijn rondom een
                                langgerekte vijver gerangschikt. In de twee andere zones zijn langs
                                een waterpartij parallel aan de Noordersingel vrijstaande en dubbele
                                woningen gepland. Haaks hierop zullen aan hofjes aaneengeschakelde
                                woningen worden gebouwd.</al><al>De uitbreiding is relatief kleinschalig van opzet. De woningen zijn
                                georiënteerd op de straat of aan een groen hofje. Tuinen zorgen voor
                                de overgang tussen privé en openbaar. Als erfafscheiding komen
                                gemetselde muurtjes, hekwerken en ligusterhagen voor.</al><al>De bebouwing is één à twee bouwlagen met kap hoog. In de oostzone is
                                de bebouwingshoogte lager dan in de twee andere zones. De volumes
                                worden gedekt door een zadel- of schilddak of varianten hierop.</al><al/><al> Het meest oostelijke deel, aan de Zeeltweg, met vrijstaande
                                particulier gebouwde woonhuizen</al><al> Geschakelde dubbele woningen aan de Forelweg</al><al/><al> Woonhuizen van verschillend volume naast elkaar</al><al> Op het Park Marlot geïnspireerde nieuwbouw</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> De woningen in de Uitbreiding Noordbuurt zijn allemaal opgetrokken
                                in een terracotta tot dieprode baksteen. Bij de projectmatig tot
                                stand gekomen bebouwing worden de gevels onderbroken door betonnen
                                gevellijsten. De daken worden gedekt door terracottarood gekleurde
                                pannen of door riet. De stijl waarin de bebouwing is opgetrokken
                                varieert van landelijk tot neo-Amsterdamse School.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> Uitbreiding Noordbuurt is de jongste uitbreiding van Eemnes en
                                verkeert in de realisatiefase. Het wordt een rustige woonwijk, waar
                                slechts in zeer beperkte mate andere functies dan wonen voorzien
                                zijn.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Ten behoeve van de realisatie van de woningen in dit deelgebied,
                                zijn de stedenbouwkundige en architectonische randvoorwaarden
                                vastgelegd. Daaraan wordt ondubbelzinnig vastgehouden. Daarnaast is
                                het van belang dat de ambities die daarin zijn neergelegd blijven
                                bestaan, bij toevoegingen en aanpassingen aan de bestaande
                                woningen.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een
                                bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige
                                structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - de bebouwing dient te zijn georiënteerd op een openbare weg.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - per rij en cluster eenheid in massaopbouw van het
                                hoofdgebouw;</al><al> - aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de
                                hoofdmassa;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw;</al><al> - de dakhelling van de kap dient tussen de 30 en 45 graden te
                                zijn.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - gevels dienen te worden opgetrokken in terracotta tot dieprode
                                baksteen, met een afstemming per cluster. Houtwerk mag wel worden
                                toegepast als ondergeschikte gevelbekleding;</al><al> - steunkleuren van het metselwerk zijn aardetinten;</al><al> - daken moeten worden gedekt terracotta pannen. Bij de individuele
                                bouw aan de oostkant is ook riet toegelaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.8</nr><titel>Bedrijventerrein Bramenberg</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> Het bedrijventerrein Bramenberg ligt in het zuidwesten van de
                                bebouwde kom van Eemnes, ten oosten van de A27. Het gebied wordt
                                ontsloten door de Zuidersingel die zorgt voor een directe verbinding
                                met de snelweg. Op het bedrijventerrein zijn verschillende soorten
                                bedrijven gevestigd, zoals kantoren, garages, bouwbedrijven en een
                                benzinepomp. Bovendien zijn bedrijfswoningen aanwezig.</al><al>Het gebied is blokvormig verkaveld en heeft een hoge
                                bebouwingsdichtheid. De bebouwing heeft vaak korte voorerven die
                                veelal bestraat zijn. Alle wegen in het gebied hebben aan
                                weerszijden trottoirs met een begeleidende boombeplanting die de
                                Bramenberg een verzorgde indruk geven.</al><al>In de Bramenberg is sprake van een afwisseling in bouwvolumes: grote
                                en kleine gebouwen, met één tot drie bouwlagen. Ook de uitstraling
                                is divers, van sober en doelmatig tot representatief en eigentijds.
                                De uitstraling in de richting van de snelweg is een aandachtspunt.
                                Deze zijde heeft een gedifferentieerd bebouwingsbeeld, met
                                gedeeltelijk een nagenoeg aaneengesloten bebouwingswand, met een
                                weinig uitgesproken karakter.</al><al/><al> Een eigentijds vormgegeven bedrijf</al><al> Bedrijfswoningen aan de Vlierberg</al><al/><al> Voorbeeld van een representatief vormgegeven hoofdmassa</al><al> Sober vormgegeven panden aan de Bramenberg</al><al/><al> Detaillering, kleur en materiaal</al><al> De meeste panden hebben een representatieve hoofdmassa die direct
                                aan de straat gelegen is. Verscheidene panden hebben een eigentijdse
                                vormgeving, waaraan veel aandacht is besteed. Voor de gevels zijn
                                diverse materialen gebruikt, waaronder baksteen, golfplaat of
                                pleisterwerk. Meestal is het kleurgebruik ingetogen, soms zijn er
                                ook felle kleuren toegepast ter accentuering van het representatieve
                                gedeelte. De bedrijfswoningen zijn in een traditionele stijl
                                opgetrokken uit baksteen en hebben daken gedekt met pannen.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> Het bedrijventerrein Bramenberg is een bedrijventerrein dat intern
                                een redelijk verzorgde indruk maakt, waarbij met name de inrichting
                                van het openbare gebied de bindende schakel vormt. Ook de aandacht
                                voor de vormgeving van enkele bedrijven draagt hiertoe bij, al is er
                                sprake van een differentiatie naar aard en schaal van de bedrijven.
                                Het ‘Revitaliseringsplan Zuidbuurt' voorziet in een aantal
                                maatregelen om de uitstraling en kwaliteit van de Bramenberg te
                                waarborgen.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Diversiteit is een gegeven en ook de kracht van het
                                bedrijventerrein. Om die reden zal juist de individuele uitstraling
                                van de bedrijven benadrukt worden, al wordt van een ieder een goede
                                detaillering en een verzorgde vormgeving verwacht. Dat geldt vooral
                                in de richting van de openbare wegen en de buitenranden en dus bijna
                                op het gehele terrein.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen </al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - het representatieve gedeelte van de bouwmassa is gelegen aan en
                                gericht op de straat.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de bebouwing heeft een individuele uitstraling;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - bij het representatieve gedeelte worden hoogwaardige, duurzame
                                materialen toegepast;</al><al> - aan de openbare wegen en de buitenranden is sprake van een
                                zorgvuldige detaillering en een verzorgde vormgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.9</nr><titel>Westzone</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> Het deelgebied Westzone beslaat het langwerpige gebied tussen de A
                                27 en het woongebied van Eemnes, vanaf de noordrand tot het
                                bedrijventerrein Bramenberg in het zuiden. Het gebied wordt
                                onderbroken door het deelgebied Laarderweg e.o. (deelgebied 3). Het
                                is een overgangsgebied, waar uiteenlopende functies en bestemmingen
                                een plaats hebben. Van noord naar zuid zijn dit: een
                                volkstuincomplex, een woonwagenterrein, enkele bedrijven, een
                                manege, de algemene begraafplaats, de gemeenschappelijke
                                gemeentewerf van Eemnes, Laren en Blaricum en een groene ruimte
                                tussen infrastructuur. Alle functies worden direct ontsloten door
                                middel van de Noorder- of Zuidersingel.</al><al/><al> De gemeentewerf aan de Zuidersingel</al><al> Representatief bedrijfsgebouw aan de Noordersingel</al><al> Het woonwagencentrum aan de noordzijde</al><al> Kleine opstallen op het volkstuinencomplex</al><al/><al/><al>Het gebied heeft geen eenduidige verkaveling. Het volkstuincomplex,
                                het woonwagenterrein en de begraafplaats zijn aparte, zelfstandige
                                structuren. De overige bestemmingen zijn op de weg
                                georiënteerd.</al><al>De meeste bebouwing in het deelgebied is relatief grootschalig van
                                karakter. Sommige worden gedekt door een plat dak, andere door een
                                kap. Vaak wordt het hoofdgebouw vergezeld door meerdere bijgebouwen
                                die vaak ook fors van formaat zijn. Sommige bedrijfspanden en de
                                gemeentewerf hebben een representatief karakter. Bij de
                                volkstuincomplexen is sprake van kleine, houten opstallen.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> Er bestaat grote pluriformiteit in detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik in de Westzone. Enkele bedrijfspanden, het
                                aulagebouw op de begraafplaats en de gebouwen op de gemeentewerf
                                zijn eigentijds vormgegeven en hebben een opvallend
                                kleurgebruik.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> De Westzone is een verzamelgebied met een eigen sfeer en karakter.
                                De zuidkant van dit deelgebied is de mogelijke nieuwe locatie van de
                                brandweerkazerne.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> De Westzone wordt gekenmerkt door incidentele bebouwing in een
                                groene setting. Bij de vanaf de openbare weg (waaronder ook de
                                snelweg) zichtbare bebouwing zal in de toekomst blijvend en in
                                sterkere mate aandacht worden besteed aan de
                                representativiteit.</al><al> Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een
                                bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige
                                structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleur- en
                                materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.</al><al/><al>Plaatsing</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de hoofdgebouwen hebben een individuele uitstraling met een
                                heldere, eenduidige hoofdvorm;</al><al> - de vanaf de openbare weg zichtbare gebouwen worden gekenmerkt
                                door een zorgvuldige opzet en een representatief karakter;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - bij de vanaf de openbare weg zichtbare representatieve gedeelte
                                worden hoogwaardige, duurzame materialen toegepast;</al><al> - de overige bebouwing heeft een gedekte kleurstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.10</nr><titel>Sportcomplex Noordersingel</titel></kop><al>Ruimtelijke structuur</al><al> Het sportcomplex Noordersingel ligt ingeklemd tussen de Noordbuurt
                                en de lintbebouwing aan de Meentweg. Het deelgebied herbergt
                                verschillende voorzieningen. Direct ten noorden van het gemeentehuis
                                liggen tennisvelden die door een afschermende haagbeplanting
                                enigszins op zichzelf ligt. Ook de brandweerkazerne maakt deel uit
                                van dit gebied. Ten noorden hiervan ligt een openbaar grasveld met
                                een jongerencentrum en ten noorden daarvan het voetbalcomplex van de
                                S.V. Eemnes met een parkeerplaats, een rollerskatebaan en een
                                geasfalteerd basketbalveld. Het complex wordt vrijwel geheel omzoomd
                                door beplanting van loofbomen. De ontsluiting heeft plaats vanaf de
                                Noordersingel.</al><al> Het clubgebouw van S.V. Eemnes</al><al/><al/><al>De verschillende activiteiten hebben allemaal hun eigen bebouwing
                                die op het bijbehorende terrein gelegen is. De bebouwing is zo
                                gesitueerd dat het zowel vanaf de velden als vanaf de ontsluitende
                                wegen gemakkelijk bereikbaar is. Een uitzondering hierop vormt het
                                jongerencentrum, dat enigszins verloren in een groot grasveld
                                staat.</al><al>In het deelgebied is de bebouwing niet hoger dan één bouwlaag en
                                vrijstaand. Sommige panden worden gedekt door een zadeldak, andere
                                hebben een plat dak of een lessenaarsdak.</al><al/><al>Detaillering, kleur en materiaal</al><al> De clubgebouwen van de voetbal- en de tennisvereniging hebben een
                                representatief uiterlijk, de rest van de bebouwing is vooral
                                functioneel vormgegeven. Kleur- en materiaalgebruik zijn zeer
                                uiteenlopend: van baksteen en hout voor de gevels tot golfplaten en
                                pannen voor de daken.</al><al/><al>Waardebepaling en beleid</al><al> Het sportcomplex Noordersingel in een groot, relatief open
                                groengebied, met het grote openbare grasveld als centrale kern.
                                Vanaf de Noordersingel zijn er verschillende doorkijken. Vanuit
                                andere richtingen is het gebied tamelijk gesloten.</al><al/><al>Gewenste ontwikkeling</al><al> Het deelgebied vormt een op zich staand gebiedje, met tamelijk
                                verscholen bebouwing. De bebouwing zal een bijdrage moeten leveren
                                aan het ‘landelijke’ groene karakter. Het gebruik van natuurlijke
                                materialen, zoals hout en een terughoudende kleurstelling versterken
                                dat karakter.</al><al/><al>Welstandscriteria</al><al> Algemeen</al><al> - de bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt
                                voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk.</al><al/><al>Plaatsing</al><al> - handhaven van bebouwing in een vrije setting.</al><al/><al>Massa en vorm</al><al> - de bouwmassa is vrijstaand en kleinschalig van karakter;</al><al> - de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige
                                opbouw.</al><al/><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik</al><al> - het gebruik van hout en andere natuurlijke materialen;</al><al> - er worden naturelkleuren of donkere tinten toegepast.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Nieuwe projecten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>Zodra een (her-)ontwikkelingslocatie aan de orde is zal de
                                gemeenteraad de welstandscriteria daarvoor vaststellen, als
                                aanvulling op deze welstandsnota.</al><al> Het opstellen van deze welstandscriteria wordt voortaan een vast
                                onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria
                                worden opgesteld in overleg met de welstandscommissie. Tegelijk
                                kunnen afspraken worden vastgelegd over de werkwijze bij eventuele
                                planbegeleiding en bij de welstandsbeoordeling.</al><al>Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de
                                inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de
                                planvoorbereiding.</al><al> De welstandscriteria voor deze nieuwe projecten moeten zijn
                                vastgesteld door de gemeenteraad voordat de planvorming van de
                                eerste bouwplannen start en wordt bekend gemaakt aan alle potentiële
                                opdrachtgevers in het betreffende gebied.</al><al>Bouwaanvragen die worden ingediend voordat de aanvullende
                                gebiedscriteria door de gemeenteraad zijn vastgesteld, zullen steeds
                                aan de welstandscommissie worden voorgelegd. Daarbij wordt getoetst
                                aan de van toepassing zijnde loket- en objectcriteria en de
                                bestaande gebiedscriteria. Voor zover die niet (meer) van toepassing
                                zijn, worden de algemene welstandscriteria gehanteerd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Excessenregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>Bouwwerken waarvoor geen bouwvergunning hoeft te worden aangevraagd
                                moeten desalniettemin aan minimale welstandseisen voldoen. Op grond
                                van artikel 13 a van de Woningwet kunnen burgemeester en wethouders
                                de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate is strijd is met
                                redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om de strijdige situatie
                                ongedaan te maken.</al><al>De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het
                                criterium dat sprake moet zijn van een buitensporigheid in het
                                uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk
                                doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied.</al><al> Vaak heeft dit betrekking op:</al><al> - het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn
                                omgeving;</al><al> - het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden
                                bij aanpassing van een bouwwerk;</al><al> - inferieur materiaalgebruik;</al><al> - toepassing van felle of contrasterende kleuren;</al><al> - te opdringerige reclames;</al><al> - een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie
                                daarvoor de gebiedsgerichte criteria).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Algemene welstandscriteria</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>De welstandstoets heeft steeds plaats gehad aan de hand van de
                                volgende aspecten: het gebouw in zijn omgeving, het gebouw op
                                zichzelf, de detaillering en het kleur- en materiaalgebruik. Die
                                indeling is op zich nog steeds bruikbaar en zal ook van nut blijken
                                bij het formuleren van criteria maar geeft zelf geen of onvoldoende
                                inzicht in de inhoudelijke kant ervan. Voor het ‘inkleuren’ van deze
                                aspecten met de algemene principes die de beoordeling van een
                                bouwplan op kwaliteit (of het ontbreken daarvan) mogelijk maken, is
                                gebruik gemaakt van een notitie van voormalig rijksbouwmeester prof.
                                ir Tj. Dijkstra. Die worden hier puntsgewijs samengevat, de complete
                                tekst is te vinden in de bijlage.</al><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag
                                worden verwacht dat:</al><al> 1. Het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de
                                openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden
                                hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk
                                of van de omgeving groter is (relatie tussen bouwwerk en
                                omgeving);</al><al> 2. Dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en
                                uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn
                                in de bestaande maatschappelijke realiteit (betekenissen van vormen
                                in de sociaal-culturele context);</al><al> 3. Er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de
                                aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat (evenwicht tussen
                                helderheid en complexiteit);</al><al> 4. Het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat
                                beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen
                                (schaal en maatverhoudingen)</al><al> 5. Materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk
                                zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de
                                te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.</al><al>Deze algemene welstandscriteria worden als een vangnet gebruikt voor
                                die gevallen waarin de overige criteria niet toereikend zijn. Ze
                                zijn ook, in hun samenhang, een illustratie van de wijze waarop de
                                onafhankelijke, deskundige en geïnteresseerde welstandscommissie tot
                                een oordeel komt, niet door het ‘afvinken’ van onderdelen maar door
                                een integrale afweging.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Welstandskaart</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>Leeg</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>