<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77725_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsnota Wmo 2008-2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">20071231 Meppeler Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsnota Wmo 2008-2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET BESTUURSRECHT">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-04-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007-18579</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsnota Wmo 2008-2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Beleidsnota Wmo 2008 - 2011 Mee(r) doen met maatschappelijke
                        ondersteuning</al><al> Voorwoord</al><al> De Wmo is van en voor iedereen</al><al> De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) is sinds 2007 van kracht in de
                        gemeente Meppel. Het legt de basis voor zorg en welzijn op maat. Hoe? Onder
                        andere door wijkgewijs te bekijken wat Meppel in huis heeft en wat nodig is
                        om een ideaal zorgklimaat te creëren. Dat begint al met een prettige plek om
                        te wonen. Een taak van de gemeente is te zorgen voor een leefbare,
                        verkeersveilige en toegankelijke omgeving. We hebben de ambitie om mensen zo
                        lang als mogelijk zelfstandig te laten wonen. Dankzij praktische
                        hulpmiddelen, creatieve oplossingen, vergoedingen. Mensen geven zo op hun
                        eigen manier kleur aan het leven en worden in hun waarde gelaten.</al><al> Een belangrijk uitgangspunt is het versterken van de zorgzame samenleving.
                        Mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid, maar kunnen ook niet zonder
                        elkaar. Fijn dat er in Meppel zoveel vrijwilligers en mantelzorgers zijn.
                        Die verdienen verdere ondersteuning. Ook met behulp van de vele
                        professionals die er zijn, want er zal altijd behoefte zijn aan
                        professionele ondersteuning.</al><al> Wie doet Mee met Meppel? We willen met de burgers, zorginstellingen,
                        stichting Welzijn, woningcorporaties samen optrekken, en natuurlijk in de
                        wijk met de bewoners kijken hoe we nog Meer met Meppel kunnen doen.</al><al> De voor u liggende beleidsnota Wmo wil het kader scheppen voor het beleid
                        van de komende vier jaren. Ik wil ook langs deze weg de vele mensen en
                        instanties die hun bijdrage hieraan hebben gegeven danken. Ik zie uit naar
                        de uitwerking en naar de verdere samenwerking!</al><al> Ko Scheele,</al><al> wethouder</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Samenwerking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is op 1 januari 2007
                            ingevoerd. De gemeente Meppel heeft zich in 2006 gericht op de
                            inrichting van de loketfunctie en de invloed van de Wmo op de
                            verstrekking van de individuele voorzieningen (inkoop en uitvoering
                            huishoudelijke hulp, persoonsgebonden budget, eigen bijdrage,
                            verordening en beleidsregels). Nu is het tijd om het brede
                            beleidsterrein van de maatschappelijke ondersteuning integraal vorm te
                            geven.</al><al> Aan de ontwikkelingen op het terrein van wonen, welzijn en zorg liggen
                            demografische, maatschappelijke/sociaal-culturele en
                            bestuurlijk/financiële ontwikkelingen ten grondslag, zoals de
                            vergrijzing, individualisering, extramuralisering en een verschuiving
                            van de verantwoordelijkheidsverdeling. De gemeente, samenleving en de
                            uitvoerende instellingen zullen moeten inspelen op deze ontwikkelingen,
                            zodat de meest effectieve samenstelling aan ondersteuning ontstaat.</al><al> De beleidsnota Wmo sluit naadloos aan bij het Uitvoeringsprogramma
                            2006-2010 ‘Mee(r) doen in Meppel’:</al><al> • Integraal: De gemeente Meppel investeert de komende jaren in het
                            samenbrengen van de verschillende beleidsterreinen. Samenhang aanbrengen
                            in de verschillende beleidsterreinen van wonen, welzijn en zorg
                            versterkt de effecten van de ingezette maatregelen en vergroot de
                            leefbaarheid binnen de gemeente Meppel;</al><al> • Wijkgericht: Wijkgericht werken is een aanpak die zich richt op het
                            verbeteren van de directe leefomgeving in de wijken in nauwe
                            samenwerking met de wijkbewoners en de dienstverlenende instellingen.
                            Willen we de bewoners bij de wijk betrekken, dan is het zaak om in te
                            spelen op hun behoeften en mogelijkheden;</al><al> • Interactief: De gemeente gebruikt veel verschillende instrumenten om
                            interactief met de bewoners/burgers en de maatschappelijke instellingen
                            beleid te formuleren en te toetsen. Voorbeelden: platforms (Adviesraad
                            Wmo, Regiegroep Wmo), informatie- en inspraakbijeenkomsten gemeentebreed
                            dan wel wijkgericht, klanttevredenheidsonderzoek.</al><al> De komende jaren zal door allerlei maatregelen extra ingezet worden op
                            preventie en het versterken van de leefbaarheid in Meppel, het
                            versterken van de zorgzame samenleving en het verstrekken van passend
                            aanbod van collectieve en individuele ondersteuning. Hiermee wordt
                            beoogd het huidige aanbod aan ondersteuning te verbeteren, de
                            samenleving en de burger te faciliteren bij initiatieven die passen
                            binnen het gemeentelijk beleid dan wel de wijkvisie en de leefbaarheid
                            (veiligheid, meedoen aan de maatschappij, gezondheid) in Meppel te
                            bevorderen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.1</nr><titel>Aanleiding, totstandkoming en opzet van de nota</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> Aanleiding</al><al> De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is op 1 januari 2007
                                ingevoerd. De gemeente Meppel heeft zich in 2006 gericht op de
                                inrichting van de loketfunctie en de invloed van de Wmo op de
                                verstrekking van de individuele voorzieningen (inkoop en uitvoering
                                huishoudelijke hulp, persoonsgebonden budget, eigen bijdrage,
                                verordening en beleidsregels). Nu is het tijd om het brede
                                beleidsterrein van de maatschappelijke ondersteuning integraal vorm
                                te geven.</al><al> Totstandkoming</al><al> De beleidsnota Wmo is in enkele maanden tot stand gebracht. In
                                verschillende werkgroepen van gemeentelijke medewerkers en
                                vertegenwoordigers van zowel maatschappelijke organisaties als de
                                adviesraad Wmo is in het voorjaar en zomer 2007 hard gewerkt aan een
                                aantal beleidsconcepten: regisseren wonen/welzijn/zorg, civil
                                society (zorgzame samenleving) en de (collectieve) ondersteuning.
                                Die informatie is gebundeld en vormt de kapstok voor deze
                                beleidsnota voor de komende vier jaren.</al><al> In september en oktober is de conceptbeleidsnota voorgelegd aan de
                                Adviesraad Wmo en aan de Regiegroep Wmo (zie verderop onder 1.4.3).
                                Hun visie op de beleidsnota wordt separaat weergegeven in het
                                voorstel aan de gemeenteraad.</al><al> In oktober 2007 hebben algemene informatieavonden plaatsgevonden
                                voor burgers en betrokken instellingen.</al><al> Opzet</al><al> In dit eerste hoofdstuk worden de algemene uitgangspunten
                                behandeld: de trends (demografische en maatschappelijke
                                ontwikkelingen), de gemeentelijke visie op de Wmo en de voorgenomen
                                (regie)rol van de gemeente.</al><al> Het tweede, derde en vierde hoofdstuk behandelen de inhoudelijke
                                thema’s van de Wmo:</al><al> - leefbaarheid (de infrastructuur zoals wonen en vervoer);</al><al> - de zorgzame samenleving (vrijwilligers, mantelzorgers en
                                professionals)</al><al> - de ondersteuning op maat (zowel collectieve voorzieningen als
                                individuele verstrekkingen).</al><al> De nota geeft een integrale visie op deze beleidspunten. Enkele
                                onderdelen worden op korte termijn nader uitgewerkt. Dat geldt in
                                het bijzonder voor het jongerenbeleid en het lokale
                                gezondheidsbeleid.</al><al> Het laatste hoofdstuk geeft het programma Wmo aan voor de komende
                                jaren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.2</nr><titel>Demografische en maatschappelijke ontwikkelingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> Aan de ontwikkelingen op het terrein van wonen, welzijn en zorg
                                liggen demografische, maatschappelijke/sociaal-culturele en
                                bestuurlijk/financiële ontwikkelingen ten grondslag. De
                                belangrijkste ontwikkelingen worden hier kort weergegeven. Voor een
                                uitgebreidere analyse wordt verwezen naar de Meting vraag en aanbod
                                Wmo van de gemeente Meppel d.d. juni 2007.</al><al> Demografisch: vergrijzing</al><al> Nederland vergrijst. In de periode tussen nu en 2040 neemt het
                                aantal 65+ers in Nederland sterk toe, evenals het aantal oudere
                                ouderen (75+). Omdat de zorgvraag van vooral oudere ouderen een stuk
                                hoger ligt dan die van de gemiddelde Nederlander, betekent dit dat
                                ook de behoefte aan zorg en maatschappelijke ondersteuning in deze
                                periode zeer sterk zal stijgen</al><al> Sociaal-cultureel: individualisering </al><al> De al langer bestaande individualisering zal naar verwachting ook
                                in de toekomst doorzetten. Dit heeft impact op de behoefte aan
                                diensten van wonen, welzijn en zorg. In de eerste plaats zal er
                                behoefte zijn aan meer woningen, omdat het aantal personen per
                                huishouden steeds verder afneemt. Daarnaast zullen de eisen die
                                worden gesteld aan de kwaliteit van het aanbod verder toenemen. De
                                individualisering gekoppeld aan de sterk gestegen welvaart leiden
                                ertoe dat mensen minder genoegen nemen met standaardpakketten en
                                grootschalige voorzieningen. De normen voor en wensen met betrekking
                                tot privacy, autonomie, kleinschaligheid en kwaliteit zullen in de
                                toekomst hoger liggen.</al><al> Bestuurlijk/financieel: extramuralisering en verschuiving van
                                verantwoordelijkheids-toedeling</al><al> De rijksoverheid, de intramurale zorgsector en de
                                vertegenwoordigers van zorgvragers hebben elkaar gevonden in het
                                beleid van extramuralisering. In plaats van mensen met een grotere
                                zorgbehoefte op te nemen in grote, buiten de maatschappij gelegen,
                                intramurale instellingen wordt in de geestelijke gezondheidszorg en
                                de ouderenzorg steeds meer getracht om ook mensen met een zorgvraag
                                een plek te geven in de ‘gewone’ maatschappij. Hiertoe worden
                                kleinschalige woonvormen gecreëerd en wordt geïnvesteerd in de
                                maatschappelijke participatie van zorgbehoevenden in allerlei
                                reguliere maatschappelijke verbanden.</al><al> De ontwikkeling van extramuralisering levert ook nieuwe discussies
                                en inzichten op: er wordt nu gesproken over het weer terug gaan naar
                                de veilige omgeving van de instelling. Het is belangrijk deze
                                discussie te volgen en rekening te houden met een behoefte aan
                                differentiatie van woonvormen.</al><al> De huidige ontwikkeling vindt plaats in het perspectief dat zorg
                                belangrijk is en betaalbaar moet blijven. Het is té vanzelfsprekend
                                geworden dat de overheid betaalt voor alle zorg en ondersteuning die
                                mensen nodig hebben.</al><al> De overheid stuurt er dan ook op aan dat burgers zelf meer
                                (financiële) verantwoordelijkheid nemen om in hun eigen zorgbehoefte
                                te voorzien, vindt dat er vervolgens een beroep moet worden gedaan
                                op de omgeving van de zorgvrager en het maatschappelijke middenveld
                                en ziet pas als dat allemaal onmogelijk is gebleken een
                                verantwoordelijkheid voor zichzelf.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.3</nr><titel>Visie op maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> In november 2005 is het Visiedocument Wet maatschappelijke
                                ondersteuning vastgesteld door de gemeenteraad. Dit document vormt
                                het kader voor de, gefaseerde, invoering van de Wmo in de gemeente
                                Meppel.</al><al> De visie op de maatschappelijke ondersteuning luidt, verkort, als
                                volgt:</al><al> 1. De gemeente is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van lokaal
                                beleid voor de Wmo. Naast een beperkte uitvoerende rol ziet de
                                gemeente vooral een regisserende rol voor zichzelf.</al><al> 2. Meppel kiest voor een sociale samenleving met toenemende
                                betrokkenheid van burgers.</al><al> 3. Mensen moeten meer aangesproken worden op hun eigen
                                verantwoordelijkheid: niet leunen, maar steunen.</al><al> 4. Meppel streeft naar een leefomgeving waarin solidariteit,
                                burenhulp, vrijwilligerswerk en maatschappelijk verantwoord
                                ondernemen een belangrijke rol speelt.</al><al> 5. Meppel streeft ernaar haar aanbod van collectieve en individuele
                                voorzieningen af te stemmen op de hulpbehoefte, gericht op het
                                zoveel mogelijk compenseren van fysieke, sociale, verstandelijke,
                                psychische en financiële beperkingen om deelname aan het
                                maatschappelijk leven zo lang mogelijk te kunnen realiseren.</al><al> 6. Het te vormen beleid zal zich richten op beïnvloeding van
                                factoren die kunnen leiden tot maatschappelijke uitval. In de
                                gemeente Meppel wordt ingezet op preventief beleid.</al><al> 7. De Wmo moet een betaalbaar vangnet zijn voor de kwetsbare
                                burger. Dat betekent dat, door o.a. gericht toegangsbeleid en
                                prioritering in het aanbod de regeling, keuzes gemaakt worden om de
                                regeling houdbaar te laten zijn.</al><al> 8. De gemeente vindt aanbesteden daarbij een goede zaak om op
                                transparante manier een goede prijs/kwaliteit-verhouding te
                                realiseren.</al><al> 9. Bij individuele verstrekkingen heeft de aanvrager de keuze
                                tussen zorg in natura en een persoonsgebonden budget.</al><al> 10. De gemeente hanteert kwaliteitscriteria bij de inkoop van
                                voorzieningen.</al><al> 11. De gemeente heeft ervoor gekozen de burgers actief te
                                informeren en te raadplegen, o.a. bij de vorming van heer
                                Wmo-beleid. Daarbij is sprake van inspraak en advies.</al><al> 12. De Wmo wordt gefaseerd ingevoerd.</al><al> 13. De gemeente heeft een loket dat informatie, vraagverheldering,
                                advies, verwijzing, warme overdracht en bemiddeling biedt en waar
                                toegang geboden wordt tot individuele en collectieve voorzieningen
                                op het gebied van wonen, welzijn en zorg.</al><al> 14. De gemeente wil de verantwoording naar burgers, gemeenteraad en
                                ministerie van VWS zoveel mogelijk inhoudelijk en qua planning op
                                elkaar afstemmen.</al><al> 15. Meppel kiest voor een eigen bijdrageregeling voor de
                                individuele verstrekkingen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.4</nr><titel>Mee(r) doen met Meppel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> In het Uitvoeringsprogramma 2006-2010 ‘Mee(r)doen met Meppel’ geeft
                                het college als speerpunten aan voor de collegeperiode: het zoveel
                                mogelijk betrokkenheid bij Meppel creëren: meedoen; en de ambitie
                                dat we meer kunnen doen met Meppel.</al><al> De genoemde betrokkenheid bestaat daarbij uit drie
                                componenten:</al><al> 1. Integraal werken</al><al> 2. wijkgericht werken</al><al> 3. interactief werken.</al><al> Hoe verhoudt zich dat tot de maatschappelijke ondersteuning in
                                Meppel?</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4.1</nr><titel>Integraal</titel></kop><al> Eén van de aandachtspunten in de periode 2008 - 2011 is het
                                aanbrengen van meer samenhang in wonen, welzijn en zorg. Deze
                                samenhang moet zich richten op vier domeinen die vaak essentieel
                                zijn voor de waardering van de (persoonlijke) leefbaarheid:</al><al> 1. Lichamelijke gezondheid (adequate gezondheidsbescherming en
                                –bevordering;</al><al> 2. Woon-/leefomgeving (-zelfstandig- wonen in de eigen leefomgeving
                                met een goede bereikbaarheid van diensten</al><al> en voldoende mate van privacy en veiligheid);</al><al> 3. Sociale redzaamheid (voldoende sociale contacten al dan niet in
                                georganiseerd verband);</al><al> 4. Geestelijk welzijn (eigen identiteit en levensinvulling,
                                behouden van de eigen regie).</al><al> Het aanbrengen van samenhang op de traditioneel verschillende
                                beleidsterreinen is noodzakelijk wil de gemeente op de lange termijn
                                het vergrijzings- en extramuraliseringsvraagstuk kunnen oplossen en
                                de burger goed en efficiënt kunnen bedienen.</al><al> Meppel heeft zich al eerder gebogen over een visie op het thema
                                wonen, welzijn en zorg. Met de kadernota wonen, zorg en welzijn is
                                richting gegeven aan een integraal beleid dat moet zorgen dat
                                ouderen en kwetsbaren zo lang mogelijk in hun eigen omgeving moeten
                                kunnen wonen. Deze kadernota wordt verbreed naar een integrale visie
                                op de maatschappelijke ondersteuning voor alle burgers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4.2</nr><titel>Wijkgericht</titel></kop><al> Het college heeft als speerpunt gekozen voor wijkgericht werken.
                                Veel besluitvorming betreft de wijk, kern of buurt. Wijkgericht
                                werken is een aanpak die zich richt op het verbeteren van de directe
                                leefomgeving in de wijken in nauwe samenwerking met de wijkbewoners
                                en de dienstverlenende instellingen. Willen we de bewoners bij de
                                wijk betrekken, dan is het zaak om in te spelen op hun behoeften en
                                mogelijkheden.</al><al> Wat willen we bereiken met wijkgericht werken?</al><al> - Deelnemen aan activiteiten in de wijk;</al><al> - Integratie te bevorderen van nieuwe inwoners;</al><al> - Meer samenhang brengen in het maatschappelijke verkeer in de
                                wijk/woning;</al><al> - Draagvlak voor nieuwe ontwikkelingen die als basis ontstaan in de
                                wijk;</al><al> - Nauwere samenwerking tussen bedrijven die iets leveren in de
                                wijk;</al><al> - Voorzieningen op elkaar afstemmen en waarnodig bundelen;</al><al> - Inspelen op toekomstige behoeften in de wijk;</al><al> - Veilige leefomgeving en milieu bevorderende activiteiten
                                (openbare orde &amp; gezondheid);</al><al> - Voldoende mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding in de vorm van
                                recreatie en sport(tuin, plantsoen en routes).</al><al> Wijkgericht werken is geen doel op zich, maar een middel, een
                                methode om bepaalde doelen te bereiken. Niet alle beleidsterreinen
                                en aanbod aan voorzieningen lenen zich voor een wijkgerichte aanpak.
                                Dat is ook niet de intentie van de gemeente Meppel. Wel is het haar
                                intentie om in gesprek te gaan met de wijken over welke onderwerpen
                                het wél zou kunnen gaan op wijkniveau. Overigens kan dit enigszins
                                per wijk verschillen.</al><al> Wijkgericht werken is overigens niet geheel nieuw. Goede
                                voorbeelden zijn het Wijk Ontwikkelingsplan Haveltermade (WOP), en
                                de aanpak Koedijkslanden/ Bergierslanden (Koeberg) Daarnaast heeft
                                Meppel vooral in de negentiger jaren gewerkt met wijkteams voor het
                                beheer van het groen en grijs. Tenslotte zijn instellingen als SWM
                                en politie op wijkniveau actief. Deze ervaringen moeten aan de basis
                                staan voor het vervolg. Met SWM en de woningcorporaties zal de
                                gemeente op korte termijn verder vorm geven aan het wijkgericht
                                werken.</al><al> Voor de periode 2008 - 2011 gaat het om de volgende
                                vraagstukken:</al><al> - Welke visie hebben we op wijkgericht werken;</al><al> - Welk onderscheid is er tussen wijkgericht werken, brede aanpak
                                welzijnsbeleid en integraal werken (definities);</al><al> - Wat doet de gemeente Meppel wijk en kerngericht?</al><al> - Waarom doen we dat en wat levert dat dan op?</al><al> - Wat behoeft een aanpassing of verbetering?</al><al> - Wat willen we op termijn hiermee realiseren?</al><al> Wijkgericht werken vraagt een grondige analyse voordat er nieuwe
                                stappen worden gezet. De ene wijk is de andere niet. In Meppel
                                kennen we behoorlijke verschillen tussen op zichzelf genomen
                                redelijk coherente wijken: centrum, Haveltermade, Koedijks- &amp;
                                Berggierslanden, Oosterboer, het dorp Nijeveen, het buurtschap
                                Rogat. Het komt dus aan op maatwerk. De basis daarvoor zijn
                                “wijkprofielen”. In een wijkprofiel staat datgene wat er is, wie er
                                woont en wat dat dan betekent voor die wijk. Het geeft inzicht in de
                                demografische gegevens, de voorzieningen in de wijk, het
                                verenigingsleven en de algemene indruk van de wijk.</al><al> In het uitvoeringsprogramma wordt gesproken over verschillende
                                instrumenten die voor het wijkgerichte werken kunnen worden ingezet:
                                wijkschouw, wijkanalyse, wijkplan, wijkaanpak, wijkplatform,
                                wijkbudget. Het zal uiteraard ook van de bewoners zelf afhangen
                                welke vorm geschikt is; het beleid zal met hen vorm gegeven moeten
                                worden, of zoals dat tegenwoordig heet: interactief. We werken aan
                                een visie op wijk- en kerngericht werken die in 2008 zal worden
                                ingevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4.3</nr><titel>Interactief</titel></kop><al> De burger en de klant</al><al> De gemeente Meppel heeft in haar visiedocument Wmo gekozen de
                                verschillende doelgroepen actief te informeren en te raadplegen.
                                Onder andere door de doelgroepen te betrekken bij de vorming van
                                haar Wmo-beleid. Daarbij is sprake van inspraak en advies.</al><al> Voor de advisering over het beleid is de Adviesraad Wmo opgericht.
                                We streven ernaar om alle relevante doelgroepen in deze adviesraad
                                vertegenwoordigd te hebben. SWM brengt alle instanties, stichtingen,
                                verenigingen, etc. van Meppel in kaart linkt deze aan de Wmo.
                                Zodoende wordt helder welke doelgroepen en prestatievelden eventueel
                                nog ondervertegenwoordigd zijn.</al><al> In 2006 is een onderzoek naar de bekendheid met de Wmo uitgevoerd.
                                Het was één van de peilers van de notitie Meting vraag en aanbod
                                Wmo. De gemeente is voornemens dit onderzoek geregeld te laten
                                uitvoeren. Vorig jaar heeft de gemeente het initiatief genomen tot
                                het houden van een aantal bijeenkomsten voor burgers en organisaties
                                over de Wmo.</al><al> Tevens zal ieder jaar een klanttevredenheidsonderzoek gehouden
                                worden, waarbij minimaal de doelgroep van individuele vragers van
                                ondersteuning bevraagd zal worden.</al><al> Met het verder vormgeven van het wijkgericht werken zal ook in de
                                wijk het gesprek verder worden georganiseerd. De gemeente denkt aan
                                de volgende mogelijkheden:</al><al> • Interactieve bijeenkomsten in de wijk/wijkcentra</al><al> Georganiseerd door verscheidende maatschappelijke partijen en
                                eventueel ook mede door de mensen uit de wijk of buurt. Er is sprake
                                van een behoeftepeiling op maat (per wijk). Op deze bijeenkomst
                                kunnen wijkbewoners zich aanmelden voor het wijkplatform om mee te
                                denken over de wijk.</al><al> • Interviews door de activeringsmedewerkers van het ACDC
                                (Activerings- en dienstencentrum). Deze groep interviewers voert een
                                activerend onderzoek uit onder WWB-cliënten en ouderen met een
                                uitkering bijzondere bijstand in de wijk op het gebied van onder
                                andere de woon- en leefomgeving; de activeringswensen,
                                ondersteuningswensen, mogelijkheden en belemmeringen, maar ook wordt
                                onderzocht welke voorzieningsbehoeften er leven.</al><al> • Buurtinitiatieven stimuleren</al><al> Burgers maken hun behoeften en wensen kenbaar in de vorm van
                                buurtinitiatieven. Dat buurten zelf aangeven wat ze graag zouden
                                willen organiseren om de buurt leefbaar te maken en het later ook
                                zelf gaan uitvoeren.</al><al> • Opzetten digitaal buurthuis</al><al> Op te zetten door de bewoners zelf. Hier kan men 24 uur per dag
                                berichten achterlaten. Het is dus een buurthuis zonder
                                sluitingstijden. Het wijkplatform kan verslag uitbrengen van hun
                                bevindingen. Het digitale buurthuis vervangt niet de fysieke
                                ontmoetingen, maar kan wel worden ingezet als middel om activiteiten
                                aan te kondigen.</al><al> • Samen bij buurtactiviteiten</al><al> Bestuurders en beleidsmakers zijn aanwezig bij buurtactiviteiten en
                                kunnen vragen stellen aan bewoners.</al><al> De instellingen</al><al> In Meppel zijn vele aantal professionele instellingen actief op het
                                terrein van de Wmo. Zij zijn o.a. vertegenwoordigd in de Regiegroep
                                Wmo, een belangrijk platform voor de gemeente om met de
                                professionele instellingen in Meppel te sparren over de lokale
                                maatschappelijke ondersteuning. De bestaande samenwerking geeft
                                mogelijkheden om verder te gaan in een gezamenlijke aanpak. Daarbij
                                stelt de gemeente voor om een alliantie te vormen met de
                                woonleveranciers Woonconcept, Actium, de Stichting Welzijn, en
                                zorginstellingen De Stouwe, de Noorderboog en Icare. Mogelijk dat
                                ook andere partijen hierbij kunnen aansluiten. De alliantie is
                                bedoeld om maatwerk op wijkniveau te leveren en innovatie in het
                                aanbod van voorzieningen en zorg. Voornemen is om in 2008 de
                                alliantie voor te breiden met de betrokken partijen en deze waar
                                mogelijk met concrete prestatieafspraken af te sluiten.</al><al> Regionale samenwerking</al><al> In Drenthe is een Wmo-samenwerkingsverband onder leiding van de
                                Vereniging Drentse Gemeenten (VDG). Deze heeft bijvoorbeeld een
                                Handreiking Wmo-beleidsplan Drentse gemeenten uitgegeven om de
                                gemeenten bij de planvorming te ondersteunen. De werkgroep
                                mantelzorg en vrijwillige inzet van de VDG ondersteunt, door middel
                                van onderzoeken en handreikingen, het te vormen gemeentelijk beleid
                                ten aanzien van mantelzorg en vrijwilligerszorg.</al><al> De aanbesteding en inkoop van de huishoudelijke verzorging is een
                                gezamenlijk traject geweest door de Drentse gemeenten. Tevens is het
                                verstrekkingenbeleid Wmo (verordening, besluit, beleidsregels) een
                                nauwe samenwerking geweest tussen Meppel, Westerveld, De Wolden en
                                Hoogeveen. Ook op het terrein van inburgering en het vervoer is er
                                nauwe samenwerking. De inburgeringstrajecten zullen nog in 2007 via
                                een gemeenschappelijke aanbesteding worden gerealiseerd.</al><al> Het doelgroepenvervoer is al jaren naar tevredenheid een
                                samenwerking binnen Zuid-West Drenthe. Op dat punt wil Meppel een
                                verdere stap maken. In samenwerking met het OV-bureau
                                Groningen/Drenthe zullen de mogelijkheden voor gezamenlijke inkoop
                                van het gehele regionale vervoer nog dit jaar worden verkend en
                                uitgewerkt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.5</nr><titel>Regierol gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> De gemeente is verantwoordelijk voor de regie op de lokale
                                maatschappelijke ondersteuning, dat wil zeggen dat zij
                                verantwoordelijk is voor een samenhangend aanbod van ondersteuning
                                en voor de onderlinge samenwerking en afstemming tussen de
                                verschillende instellingen/uitvoerende partijen, ongeacht hun
                                financieringswijze.</al><al> Er zijn verschillende spelers en belanghebbenden op het terrein van
                                de maatschappelijke ondersteuning: burgers, maatschappelijke
                                instellingen, uitvoerders, de markt, belangenbehartigers,
                                verenigingen. Het is aan de gemeente om de deelbelangen samen te
                                smeden tot een algemeen belang en deze tot uitvoering te (laten)
                                brengen.</al><al> Rolverdeling</al><al> De rijksoverheid is met de Wmo meer faciliterend geworden, in
                                plaats van regulerend en kostenbeheersend. De gemeente krijgt
                                daarvoor wel meer mogelijkheden en moet zich voor een goede
                                uitvoering en uitwerking daar ook bewust van zijn. Maar welke rol is
                                op welk moment wenselijk? Is een grotere rol van de markt en/of de
                                maatschappelijke organisatie gewenst? Welke rol is voor de burgers
                                weggelegd? Er zijn grofweg drie scenario’s waaruit de gemeente een
                                keus kan maken :</al><al> 1. Vermaatschappelijking / bescherming bieden</al><al> • Focus op zorgzame samenleving</al><al> • Visie: vrijwilligerswerk draagt in grote mate bij aan sociale
                                cohesie, actief burgerschap (empowerment, participatie) en de lokale
                                infrastructuur. Bovendien houdt het allerlei maatschappelijke
                                diensten betaalbaar. Minder werk in combinatie met een betere
                                toegankelijkheid van de dienstverlening voor de burgers. Hier kiest
                                de gemeente bewust voor de vraaggerichte benadering.</al><al> • Rol gemeente: scheidsrechter en coach. Gedeelde
                                verantwoordelijkheid. Co-productie met burger bij beleid en
                                uitvoering. Gemeente faciliteert Wmo platforms, etc.</al><al> • Voorwaarde: er moet sprake zijn van wederkerigheid
                                (tweerichtingsverkeer)..</al><al> Een variant of nadere uitwerking van dit scenario is het
                                wijkgericht werken:</al><al> - Focus op de zorgzame samenleving en de behoeften van de burger op
                                wijkniveau.</al><al> - Visie: vrijwilligerswerk is gebaat bij het clusteren van
                                verschillende vormen van maatschappelijke dienstverlening op
                                wijkniveau.</al><al> Daarmee kunnen burgers beter worden betrokken bij dit werk.
                                Professionals zullen altijd een belangrijke rol blijven spelen in de
                                dienstverlening</al><al> en de ondersteuning van de wijk bij haar activiteiten.</al><al> - Rol gemeente: bevorderen van de totstandkoming van ‘buurtservice
                                maatschappijen’. Met behulp van budgetsubsidies en
                                resultaatverantwoording</al><al> wordt afgerekend op basis van geleverde prestaties. De regievoering
                                is gericht op het maken van afspraken waaraan de dienstverlening
                                moet voldoen,</al><al> bijvoorbeeld door middel van een programma van eisen.</al><al> - Voorwaarde: de gemeente heeft vertrouwen in de burgers, al beseft
                                zij tegelijkertijd dat de verwachtingen hierover niet te hoog
                                gespannen</al><al> kunnen zijn. De gemeente dient de wijk en specifiek de actieve
                                burgers te ondersteunen.</al><al> 2. Vermarkting / professionaliseren</al><al> - Focus op marktpartijen</al><al> - Visie: De toenemende problematiek van vrijwilligersorganisaties
                                op het gebied van huisvesting, financiën en bestuur kan het beste
                                worden opgelost</al><al> door professionalisering. Vrijwilligers zijn er steeds minder.
                                Bovendien zijn de kwaliteit en continuïteit gebaat bij betaalde,
                                goed geschoolde krachten.</al><al> - Rol gemeente: stimulerend, maar ook toeschouwend. Zij voert de
                                regie via contractmanagement en is gericht op het transformeren
                                van</al><al> vrijwilligersorganisaties tot professionele instellingen. Tevens
                                optimaliseert zij de rol van de burger als klant/inkoper via
                                pgb/zorg in natura,</al><al> klantpanels, etc.</al><al> - Voorwaarde: de betrokken partijen moeten steunen en vertrouwen op
                                de ervaringskennis van mensen met beperkingen en op de manier waarop
                                zij die aan</al><al> anderen overdragen. Financieel kostbaar voor de gemeente en de
                                samenleving.</al><al> 3. Verstatelijking</al><al> - Focus op de gemeente</al><al> - Visie: De maatschappelijke ondersteuning en de burger is er het
                                best bij gebaat als de gemeente de touwtjes strak in de hand houdt.
                                De gemeente bepaalt de</al><al> verdeling van middelen. Het politiek-bestuurlijke proces staat
                                centraal, de burger is vooral aan zet bij de verkiezingen en formele
                                procedures (bezwaar</al><al> en beroep) en via georganiseerde platforms.</al><al> - Rol gemeente: actiegericht, en investerend. Zij heeft de touwtjes
                                strak in handen. De wijkcentra worden door de gemeente ingesteld en
                                gecoördineerd.</al><al> - Voorwaarde: de gemeente moet een aanzienlijke investering doen in
                                mensen en middelen.</al><al> Er hoeft op deze scenario’s niet per definitie een strakke keuze
                                gemaakt te worden. Mengvormen zijn zeer wel mogelijk, maar zeker ook
                                kan per beleidsterrein, of per prestatieveld een ander scenario
                                gekozen worden.</al><al> In Meppel is bijvoorbeeld op prestatieveld 6 (individuele
                                verstrekkingen) overwegend sprake van vermarkting; op de
                                prestatievelden 7, 8 en 9 (maatschappelijke opvang, OGGZ en
                                verslavingsbeleid) van verstatelijking en bij prestatieveld 1
                                (sociale samenhang en leefbaarheid) is steeds meer sprake van
                                vermaatschappelijking.</al><al> De gemeente is zelf ook uitvoerder (prestatieveld 3).</al><al> Verder ligt er een belangrijke taak op het terrein van de
                                voorlichting en communicatie. Daarin wil de gemeente Meppel haar
                                regierol verbeteren.</al><al> De gemeente kiest voor de volgende regierollen en bijbehorende
                                instrumenten: <plaatje><illustratie id="i35d49df4-f685-4b11-bf0d-7c43093b5535" naam="i19213i35d49df4-f685-4b11-bf0d-7c43093b5535.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.1cm"/></plaatje></al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>Versterken leefbaarheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Leefbaarheid</titel></kop><al> Leefbaarheid laat zich definiëren als: het wonen in een prettige en
                            veilige omgeving, met de mogelijkheid om (thuis of in de buurt) gebruik
                            te kunnen maken van (eenvoudige) zorg-, welzijns- en gemaksdiensten. Het
                            spreekt dan ook vanzelf dat het bevorderen van de leefbaarheid veel
                            verder gaat dan welzijn en zorg. Een belangrijk thema is de samenhang en
                            samenwerking tussen de onderdelen wonen, welzijn en zorg. De ambitie van
                            de gemeente Meppel is om meer samenhang te brengen in het aanbod van
                            voorzieningen en activiteiten in buurt- en wijkniveau.</al><al> Door afstemming en samenwerking kan de kloof tussen de verschillende
                            partijen worden geslecht en kan er ook geïnvesteerd worden op kwaliteit,
                            leefbaarheid en solidariteit. De sociale samenhang in de wijk kan
                            bevorderd worden door een integrale benadering van alle betrokken
                            partijen. Daarbij is het werken naar een grotere leefbaarheid in de
                            buurt hoofddoel. Veiligheid, zelfstandigheid, participatie, milieu,
                            onderwijs, sport, cultuur en integratie van mensen met elkaar vormen
                            hiervoor de basis. Binnen het totale stelsel van subsidies, het
                            realiseren van voorzieningen en het beheren van accommodaties, zal door
                            samenwerking het effect van het beleid beter tot uiting komen.</al><al> Dit hoofdstuk gaat over de infrastructuur die nodig is om de
                            leefbaarheid te versterken: wonen, toegankelijkheid, vervoer en
                            (welzijn)accommodaties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Wonen</titel></kop><al> De wetgever heeft m.b.t. het onderdeel wonen binnen de Wet
                            Maatschappelijke Ondersteuning heel specifiek gekeken naar de dilemma’s
                            die zich voordoen op het terrein van het wonen en zorg in Nederland. In
                            ons land staan bijvoorbeeld heel veel woningen die geschikt zijn voor
                            één type van bewoning namelijk: woningen met meer slaapkamers, liefst
                            een tuin en geschikt voor gezinnen.</al><al> Het belangrijkste motief om de integrale benadering op het terrein
                            wonen op te pakken is de aanzet geweest om te gaan wijzigen binnen de
                            AWBZ. De mensen die nu in verzorgingshuizen wonen zouden eigenlijk
                            zolang mogelijk thuis moeten kunnen blijven wonen, als ze dat willen. In
                            hun eigen vertrouwde woonomgeving oud worden en daar gericht
                            noodzakelijke ondersteuning geven. Die omgeving zou relatief simpel
                            moeten kunnen worden omgezet van gezinswoning naar een
                            levensloopbestendige woning met alle voorzieningen op een zelfde hoogte
                            en drempelvrij. Levensloopbestendig bouwen is al een aantal jaren in
                            ontwikkeling.</al><al> Een belangrijke trend daarbij is de wijziging in de intramurale
                            voorzieningen, waarbij wonen losgekoppeld is van de financiering van de
                            zorg. Dat heeft als gevolg gehad dat zorginstellingen hun aanbod hebben
                            gewijzigd. Veel zal in de toekomst afhangen van de vraag of het lukt
                            mensen zolang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Daarbij zal domotica
                            (technische aanpassingen), arrangementen, vervoersvoorzieningen en
                            sociale samenhang in de buurt, belangrijke thema’s zijn. De rol van
                            verzorgingshuizen zal steeds verder weg gaan naar de verpleeghuiszorg.
                            Daarom is afstemming en goede marktkennis van essentieel belang.</al><al> Naast de vorm van de woning is de sociale samenhang van de woning in de
                            straat en buurtbeeld belangrijk. Wonen met elkaar samen in de wijk
                            vraagt steeds meer een grotere betrokkenheid van instellingen en
                            bewoners. Instellingen die hun producten leveren zullen ook zich richten
                            op de situatie thuis. Daarbij is in de Wmo de zelfredzaamheid en de
                            ontwikkeling van persoonlijke netwerken belangrijk.</al><al> In de gemeente Meppel zijn de afgelopen jaren goede stappen gezet om
                            het woononderdeel verder vorm te geven. Ook de woningcoöperaties (Actium
                            en Woonconcept) hebben goede beleidsplannen gemaakt waarin ze openstaan
                            voor deze nieuwe ontwikkeling. Leefbaarheid, basisvoorzieningen,
                            samenwerking en prestatieafspraken zijn noodzakelijk om in het kader van
                            de Wmo een vervolg te geven aan de kaders op dit terrein.</al><al> Binnen het beleidsterrein wonen van de gemeente Meppel zijn de volgende
                            documenten van belang:</al><al> - Woonplan gemeente Meppel 2005-2015;</al><al> - Eindrapportage Project Wel Thuis 2006;</al><al> - Mee(r) doen met Meppel 2006-2010 (collegeprogramma)</al><al> Woonplan 2005-2015</al><al> Binnen het Wmo-beleid in de gemeente Meppel is het onderdeel Wonen
                            gekoppeld aan al bestaande wet- en regelgeving. De gemeente heeft in
                            2006 het Woonplan 2005-2015 vastgesteld. Hierin staat vermeld welke
                            doelen de gemeente Meppel in de komende jaren wil gaan behalen.</al><al> Een aantal uitgangspunten is mede bepalend voor het toekomstige Wmo
                            beleid in Meppel. Uitgangspunten zijn:</al><al> - Meppel wil beheerst groeien naar een gemeente met 40 tot 45.000
                            inwoners in 2030;</al><al> - Per jaar is een woningtoename van 250 woningen gepland;</al><al> - Leefbaarheid, voorzieningen, vitaliteit en extra aandacht voor mensen
                            met een bescheiden inkomen of mensen met een zorgbehoefte krijgen
                            prioriteit;</al><al> - Doel is dat ouderen en mensen met een beperking zolang mogelijk
                            zelfstandig kunnen blijven wonen.</al><al> Bij de uitwerking van het woonbeleid zal altijd de kwaliteit van het
                            wonen belangrijk zijn. In het Woonplan wordt nadrukkelijk gekozen voor
                            diversiteit en variatie op wijkniveau, waarbij de wijkidentiteit
                            verstrekt moet worden. Naast duurzaamheid en het milieu is de positie
                            van de gebruikers erg belangrijk. De woonconsument is bepalend in
                            datgene wat er in de toekomst aan woningen worden gebouwd.</al><al> Daarbij dienen beginners op de woningmarkt en mensen met een zorgvraag
                            extra bediend te worden. Zorg voor specifieke doelgroepen en inspelen op
                            de vergrijzing zijn zeker belangrijke thema’s. Het Woonplan is voor een
                            periode van 10 jaar vastgesteld De ruimtelijke procedures en het
                            opstellen en herzien van bestemmingsplannen zijn belangrijke
                            gemeentelijke sturingsinstrumenten om in te spelen op de veranderende
                            woonambities.</al><al> In het kader van de wet op de ruimtelijke ordening moet één keer in de
                            10 jaar het bestemmingplan worden bijgesteld. Een prima moment om samen
                            met de woningbouwcoöperaties, zorgaanbieders en met de bewoners te
                            bezien of het aanbod aan woningen, het woongenot en de kwaliteit van de
                            woningen nog voldoende ruimte biedt voor een vervolg. Nieuwe plannen
                            kunnen daarbij het beste inspelen op de veranderingen in het aanbod en
                            type woningen.</al><al> De daaruit voortvloeiende prestatieafspraken worden gekoppeld aan de
                            doelen en uitgangspunten van Wmo-beleid.</al><al> Rapport Wel Thuis</al><al> Het Rapport Wel Thuis is in 2006 vastgesteld door gemeenteraad en
                            college en is een prima basis voor de verdere uitwerking van wonen, zorg
                            en welzijn binnen het kader van de Wmo. Op gebied van het wonen gaat het
                            om de volgende punten:</al><al> - Realiseer in de Nieuwveenselanden een servicewijk met een
                            woonservicezone en een voorzieningencentrum;</al><al> - Bouw extra intramurale capaciteit in met een zorgsteunpunt en een
                            integraal gezondheidscentrum in deze nieuwe wijk;</al><al> - Houd rekening bij nieuwbouw dat ook mensen met een beperking er
                            gebruik van kunnen maken. Bouw levensloopbestendig;</al><al> - In de wijk Koedijkslanden en het dorp Nijeveen een woonservicezone
                            ontwikkelen. In de wijk Oosterboer de bestaande ontmoetingsruimten</al><al> beter benutten en in het centrum de gezondheidsvoorzieningen in de
                            buitenring verstrekken;</al><al> - Domotica vastleggen bij nieuwbouw en herstructurering;</al><al> - Mensen betrekken bij de uitwerking van de plannen. Veiligheid en
                            leefbaarheid zijn belangrijke aspecten. Het keurmerk Woonkeur daarbij
                            toepassen.</al><al> Ook wijkschouwen maken deel uit van dit participatieproces. Wijk- en
                            kerngericht werken zullen daarmede inhoud aan gaan geven.</al><al> - Woningaanpassingen ruim baan geven bij wijzigingen van
                            bestemmingsplannen. Ook in de bouwvoorschriften voldoende participeren
                            op medegebruik</al><al> van mensen met een beperking.</al><al> In de nota Wel Thuis zijn voldoende uitgangspunten geformuleerd om bij
                            de ontwikkeling van een nieuwe wijk kaders te stellen (2008-2010) en
                            samen met de bewoners willen we de uitwerking verder ter hand nemen. In
                            het najaar is allereerst het programma van eisen voor
                            Koedijkslanden/Bergierslanden opgesteld. Hierin worden gemaakt voor een
                            woonzorgzone of woonservicezone. Voorgesteld wordt om het centrum van de
                            wijk Koedijkslanden aan te wijzen als de eerste woonzorgzone van Meppel.
                            De reden voor deze aanpak ligt in de demografische ontwikkelingen van de
                            wijk, de woningvoorraad (aanbod en vraag) en het aanbod aan woningen die
                            zijn aangepast aan de eisen van de ouder wordende bewoners.</al><al> Ook de andere wijken zullen de komende jaren onder de loep worden
                            genomen. Per wijk zal een wijkprofiel worden opgesteld. Aan de hand van
                            deze beschrijving zal er een wijk- of dorpsvisie ontwikkeld worden,
                            waarbij het woningaanbod wordt afgestemd op de toekomstige vraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Vervoer en mobiliteit</titel></kop><al> Goede vervoersvoorzieningen zijn belangrijk voor de maatschappelijke
                            participatie en een zo zelfstandig mogelijk bestaan van alle burgers,
                            jong en oud, met en zonder fysieke beperking, naar school, werk, zorg en
                            hulpverlening, sport of recreatie.</al><al> Op dit moment bestaat er, naast het openbaar vervoer, een groot aantal
                            regelingen op grond waarvan bijzondere vervoersvoorzieningen worden
                            geboden in aanvulling op en ter vervanging van het openbaar vervoer. Die
                            regelingen richten zich in het bijzonder op mensen met een
                            mobiliteitsbeperking als gevolg van een handicap of ziekte, maar een
                            aantal regelingen biedt ook voorzieningen voor andere specifieke
                            doelgroepen (het leerlingenvervoer bijvoorbeeld). De bijzondere
                            vervoersvoorzieningen voor doelgroepen zijn nu op veel verschillende
                            manieren geregeld en voor zowel opdrachtgeverschap als regie als
                            uitvoering bij veel verschillende partijen belegd. Deze versnippering
                            leidt er toe dat de systemen niet in alle gevallen goed op elkaar
                            aansluiten. Ook in de gemeenteraad is specifiek aandacht gevraagd voor
                            de kwaliteit en de betaalbaarheid van het vervoer.</al><al> De gemeente wil hier in samenwerking met andere gemeenten een aantal
                            maatregelen doorvoeren. Allereerst bundeling van doelgroepenvervoer. Het
                            gaat hier niet alleen over het vervoer zelf, zoals mensen uit
                            verschillende doelgroepen in één taxibus vervoeren, maar over integratie
                            van álle aspecten van de vervoersregelingen: het beleid, één loket waar
                            mensen terecht kunnen voor informatie en aanmelding, de
                            indicatiestelling, de aanbesteding van het vervoer tot en met de
                            organisatie van de uitvoering, financiering en verantwoording.</al><al> De gemeente Meppel wil, in nauwe samenwerking met andere
                            regiogemeenten, het OV-bureau en de provincie, bezien hoe de inrichting
                            van het collectief vervoer klantvriendelijker en doelmatiger kan. Met
                            een heldere verantwoordelijkheidsverdeling en prikkels voor verbetering
                            en inclusief beleid. Daarbij gaat het uitdrukkelijk om een verbetering
                            van het systeem, in de eerste plaats ten behoeve van de gebruiker, niet
                            om een bezuinigingsoperatie. De insteek is dan ook eventueel te behalen
                            financiële voordelen aan te wenden voor verdere verbetering van de
                            vervoersvoorzieningen dan wel het geven van een reductie of gratis
                            vervoer voor bepaalde doelgroepen.</al><al> In de huidige situatie zijn de drie vervoersvormen OV, CVV
                            (vraagafhankelijk OV + WMO) en LLV in aparte contracten georganiseerd,
                            die door verschillende partijen worden uitgevoerd. Daardoor ontbreekt de
                            incentive voor partijen om structureel naar integratiemogelijkheden te
                            kijken, partijen krijgen immers alle ritten die uitgevoerd worden
                            vergoed. Om te kunnen beoordelen in hoeverre een gezamenlijke
                            aanbesteding voordelen biedt door integratievoordelen tussen de
                            verschillende vervoervormen is een analyse nodig naar de huidige
                            vervoerstromen.</al><al> Op 8 oktober 2007 hebben de gemeenten Hoogeveen, Meppel, De Wolden,
                            Westerveld en Midden Drenthe gezamenlijk de intentie uitgesproken om een
                            onderzoek te laten uitvoeren naar de kansen voor integratie van het
                            openbaar vervoer en het doelgroepenvervoer binnen het grondgebied van
                            betreffende gemeenten. Om te kunnen beoordelen in hoeverre een
                            gezamenlijke aanbesteding voordelen biedt door integratievoordelen
                            tussen de verschillende vervoervormen is een analyse nodig naar de
                            huidige vervoerstromen. Het onderzoek zal begin 2008 gereed zijn. Daarna
                            volgt de inkoopprocedure (opstellen pakket van eisen,
                            aanbestedingsprocedure, gunning, voorbereiding van de uitvoering).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Toegankelijkheid</titel></kop><al> Gebouwen en openbare ruimte</al><al> Bij bouwbesluiten voor openbare gebouwen en projecten van een bepaalde
                            omvang wordt er een toegankelijkheidseffectrapportage opgesteld om de
                            toegankelijkheid voor de burger en de burger met beperkingen te meten.
                            Periodiek zullen de voorwaarden die de gemeente stelt aan de bouwplannen
                            ten behoeve van de toegankelijkheid bekeken worden en tegen het licht
                            gehouden. Tevens zullen toezicht en maatregelen voor handhaving
                            aangescherpt worden. Jaarlijks, te beginnen eind 2007 wordt een schouw
                            georganiseerd met het Platform Gehandicapten om de concrete knelpunten
                            in kaart te brengen.</al><al> Ook bij vernieuwing of wijziging van de openbare ruimte zal zoveel
                            mogelijk rekening gehouden worden met de toegankelijkheid voor kwetsbare
                            doelgroepen.</al><al> Meppeler evenementen</al><al> De evenementen in Meppel zijn niet altijd goed toegankelijk voor
                            personen met belemmeringen. De ervaring is dat de organisatoren
                            (bijvoorbeeld de winkeliersvereniging) graag op aanvraag willen
                            meedenken en maatregelen willen nemen (bijvoorbeeld een podium bouwen
                            voor mensen in een rolstoel). Het rekening houden met mensen met een
                            belemmering kan structureel gemaakt worden via het vergunningenbeleid en
                            het subsidiebeleid van de gemeente. Tevens kan de gemeente evenementen
                            in de binnenstad toegankelijker maken door invalidenparkeerplaatsen, die
                            door het evenement ‘opgeslokt’ worden, tijdelijk te verplaatsen naar een
                            locatie dicht bij het evenement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Accommodaties</titel></kop><al> In 2007 is er onderzoek gedaan naar het gemeentelijke en particuliere
                            aanbod van accommodaties op de beleidsterreinen welzijn, onderwijs,
                            sport en cultuur, alsmede de overige gebouwen in gemeentelijk eigendom.
                            Op basis daarvan is een strategisch accommodatiebeleid opgesteld. Het
                            vertrekpunt hierbij was dat leefbaarheid en participatie de kaders zijn
                            waarbinnen vorm en inhoud moet worden gegeven aan het
                            accommodatiebeleid.</al><al> De belangrijkste conclusies van het onderzoek naar vraag en aanbod van
                            accommodaties (uit ‘Werk maken van ontmoeten: beleidsnota accommodaties
                            gemeente Meppel’:</al><al> - De vraag naar en het aanbod van voorzieningen gaan meer en meer uit
                            elkaar lopen. dit geldt vooral voor de sport- en
                            onderwijsvoorzieningen;</al><al> - Als impuls voor de leefbaarheid zijn niet zozeer nieuwe voorzieningen
                            nodig, als wel kwalitatief goede voorzieningen.</al><al> Dat betekent: op de toekomst ingerichte accommodaties en geen
                            achterstallig onderhoud;</al><al> - Binnen alle vier de onderzochte sectoren (sport, onderwijs, welzijn
                            en cultuur) is sprake van enig ruimtetekort;</al><al> - Gezien de lage gemiddelde bezetting van de ruimtes kan misschien een
                            deel van de oplossing voor het ruimtetekort worden gevonden</al><al> in een meer efficiënte benutting. Bij vervanging van verouderde
                            accommodaties biedt het bouwen van multifunctionele accommodaties</al><al> een kans om de bezettingsgraad te verhogen en de verschillende
                            activiteiten zich met elkaar te ‘besmetten’;</al><al> - Het huidige gebouwenbeheer sluit niet altijd aan bij de verwachtingen
                            van gebruikers van gemeentelijke accommodaties en eigenaren</al><al> van niet-gemeentelijke accommodaties. Voor de toekomst is een
                            eenduidiger en professionelere werkwijze van de gemeente op het
                            gebied</al><al> van gebouwenbeheer gewenst.</al><al> In de genoemde beleidsnota wordt een uitgebreid streefbeeld weergegeven
                            per wijk ten behoeve van een zo optimaal mogelijke clustering van de
                            voorzieningen. Om in een termijn van 10 tot 15 jaar dit streefbeeld te
                            kunnen verwezenlijken, worden de volgende maatregelen genomen:</al><al> - Een aantal accommodaties verkeert in een zodanige slechte staat van
                            onderhoud dat op korte termijn besloten moet worden hoe</al><al> Meppel verder gaat met deze accommodaties;</al><al> - Er wordt aanvullend capaciteitsonderzoek gedaan om de bezettingsgraad
                            meer exact in beeld te krijgen;</al><al> - Beheer en exploitatie van de verschillende voorzieningen worden
                            gestroomlijnd;</al><al> - Gemeentebreed worden alle (huur)contracten tussen gemeente en
                            instellingen geüniformeerd passend binnen het streefbeeld en
                            beleid;</al><al> - Bij verandering van bestaande accommodaties dan wel aankopen/bouwen
                            van nieuwe accommodaties wordt het streefbeeld en de wens</al><al> tot multifunctionaliteit meegenomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>3</nr><titel>Versterken zorgzame samenleving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>De Meppeler zorgzame samenleving</titel></kop><al> Om de gestelde doelen van de maatschappelijke ondersteuning in Meppel
                            te kunnen bereiken, en het tevens efficiënt en betaalbaar te houden, is
                            niet alleen de inzet van gemeente en dienstverlenende instellingen
                            nodig. De participerende kracht van de burgers, de zorgzame samenleving,
                            is hierbij essentieel.</al><al> Voor 2008 tot 2011 zijn er de volgende speerpunten:</al><al> - Het vergroten van de vrijwillige inzet van burgers;</al><al> - Het bevorderen van de solidariteit tussen burgers;</al><al> - Het versterken van de sociale samenhang in de wijken te beginnen in
                            Koedijkslanden/Berggierslanden, door o.a. ontmoetingsruimten,</al><al> activiteiten en samenwerken, samen doen, samen ondernemen op het gebied
                            van beheer en organisatie van activiteiten.</al><al> Vrijwilligers zijn onmisbaar voor de sociale samenhang in de
                            samenleving. Ze verzetten enorm veel werk op uiteenlopende
                            maatschappelijke terreinen en staan voor de zelfredzaamheid en de eigen
                            verantwoordelijkheid van burgers. Dat is altijd al zo geweest. De Wmo
                            geeft gemeenten wel meer bevoegdheid, mogelijkheden en instrumenten in
                            handen die er voor zorgen dat mensen ook in de toekomst in staat zijn
                            zich op allerlei manieren vrijwillig voor de samenleving in te zetten.
                            Overigens speelt de gemeente Meppel nu ook al een wezenlijke rol in het
                            faciliteren, ondersteunen en waarderen van vrijwilligers. Voorbeelden
                            daarvan zijn het Servicepunt Vrijwilligerswerk, dat de Meppeler
                            vrijwilligers met raad en daad bijstaat, en de
                            aansprakelijkheidsverzekering die de gemeente heeft afgesloten voor de
                            Meppeler vrijwilligers. Bekeken zal worden of het huidige
                            vrijwilligersbeleid nog voldoende in staat is de vrijwilligers in Meppel
                            te ondersteunen, of dat er aanleiding is om het vrijwilligersbeleid bij
                            te stellen.</al><al> Doelstelling</al><al> De sociale structuur van een buurt ‘hangt ‘op vrijwillige inzet. Als
                            buurtbewoners elkaar niet kennen, kunnen ze ook niets voor elkaar en de
                            buurt betekenen. Het is dus belangrijk dat ze elkaar gaan ontmoeten.
                            Informele netwerken moeten ontwikkeld worden of versterkt worden. Dit
                            geldt voor elke wijk c.q. gebied. De aanpak per wijk c.q. gebied kan
                            echter verschillend zijn.</al><al> In ongeorganiseerd verband kunnen we denken aan burgers die zich op
                            regelmatige (boodschappen doen voor een ander) of incidentele
                            (organiseren stratentoernooien) basis inzetten voor een ander of een
                            buurt.</al><al> In georganiseerd verband kunnen we bijvoorbeeld denken aan de
                            buurtverenigingen in de wijk. In veel wijken zijn ook sportverenigingen,
                            maar die hebben vaak een stedelijke functie. Wijk- buurt- en
                            speelorganisaties zouden een belangrijke functie als hart van de buurt
                            kunnen krijgen en misschien ook moeten kijken of en hoe ze met hun
                            aanbod aan activiteiten alle buurtbewoners kunnen bereiken. De rol van
                            SWM en de woningcorporaties zijn cruciaal in het gehele proces van de
                            ontwikkeling van de zorgzame samenleving.</al><al> Er is reeds een infrastructuur van instellingen en burgerinitiatieven
                            in de gemeente Meppel aanwezig om de doelstellingen en activiteiten met
                            elkaar te bepalen en te realiseren. De gemeente heeft
                            samenwerkingsrelaties met instellingen, die op het gebied van de
                            zorgzame samenleving en het wijkgericht werken (veel) kennis en ervaring
                            hebben. Vooral binnen het opbouwwerk, ondergebracht bij Stichting
                            Welzijn Meppel, is deze kennis aanwezig.</al><al> Het streven om de samenleving meer sociaal coherent en tolerant naar
                            elkaar, en specifiek de kwetsbare burger, te laten zijn, gaat in tegen
                            de individualisering van de maatschappij als geheel. Dat betekent dat
                            het proces van het vergroten van de sociale cohesie en het bevorderen
                            van solidariteit geen eenvoudig proces is, niet gericht kan zijn op
                            ingrijpende veranderingen op de korte termijn en zelfs kan gaan over het
                            veranderen van normen en waarden (cultuur).</al><al> Sociale cohesie/samenhang</al><al> Sociale samenhang vormt het hart van de zorgzame samenleving. De
                            sociale samenhang wordt momenteel niet gemeten in Meppel. Het is
                            belangrijk een instrument te ontwikkelen, waarmee de sociale cohesie
                            c.q. samenhang in een wijk of gebied gemeten kan worden.</al><al> Probleemoplossend vermogen</al><al> Wanneer het probleemoplossende vermogen van de zorgzame samenleving
                            gestimuleerd moet worden dan is het belangrijk dat er iemand in de wijk
                            of buurt aanwezig is, die daarbij ondersteuning geeft. Denk bijvoorbeeld
                            aan een buurtwerker die een aantal uur per week in de wijk beschikbaar
                            is en diverse activiteiten initieert en coördineert. Ook de rol van het
                            wijkplatform, de klankbordfunctie, is essentieel. De wijkplatforms
                            krijgen een steeds actievere rol, maar kunnen niet gezien worden als
                            enige vorm van vertegenwoordiging van de wijkbewoners. Daarvoor zijn de
                            wijken veel te divers geworden; het wijkplatform hoeft geen afspiegeling
                            te zijn van de samenstelling van de wijk.</al><al> Leefbaarheid en samenlevingsopbouw</al><al> De Wmo gaat over het bevorderen van leefbaarheid en samenlevingsopbouw.
                            Het is bij verschillende initiatieven in Nederland gebleken dat het
                            effectief is dit wijkgericht aan te pakken met wijkagenda’s en
                            wijkregisseurs. Het betekent ook binnen een wijk op zoek gaan naar
                            capaciteiten, bagage, bronnen en talenten en deze elementen aan elkaar
                            te verbinden. De wijze waarop dat gebeurt wordt meegenomen in de
                            uitwerking van het wijkgericht werken in Meppel.</al><al> Wederkerigheid of tweerichtingsverkeer</al><al> De gemeente heeft draagvlak nodig voor het bevorderen van de zorgzame
                            samenleving. Die maatschappelijke en individuele steun kan slechts tot
                            stand komen als mensen beseffen dat ze zelf ook meedelen in de
                            verantwoordelijkheid van de overheid en elkaar. Het is een gezamenlijke
                            inspanning van gemeente, betrokken organisaties en burgers om zich weer
                            betrokken te voelen bij elkaar, bij de samenleving en het gemeentelijke
                            beleid. Alleen als iemand zich betrokken voelt, en het liefst
                            ondersteuning krijgt of zelfs het gevoel heeft iets terug te krijgen, is
                            de burger bereid om zich voor de samenleving in te zetten. Dat is de
                            wederkerigheid oftewel: tweerichtingsverkeer.</al><al> Er kan overigens ook wederkerigheid bestaan tussen burgers onderling,
                            die elkaars talenten en mogelijkheden benutten (voorbeeld: iemand die
                            zijn slecht ter been zijnde buurvrouw wekelijks meeneemt om boodschappen
                            te doen en ‘in ruil daarvoor’ hulp krijgt bij de huishoudelijke
                            administratie).</al><al> Nulmeting</al><al> De vrijwillige inzet, de sociale samenhang en solidariteit tussen
                            burgers moet per wijk c.q. gebied gemeten moet worden: hoe groot is de
                            inzet op dit moment (de zgn. nulmeting). Na de nulmeting kan samen met
                            de betrokken partijen bepaald worden in hoeverre het, per wijk, mogelijk
                            en wenselijk is om de zorgzame samenleving te bevorderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>De participerende burger</titel></kop><al> Het uitgangspunt van de zorgzame samenleving is het aanspreken op de
                            eigen en de collectieve kracht, gebaseerd op wat iemand (nog) kan en wat
                            men sámen kan. Dat betekent verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en je
                            omgeving. Dat betekent meedoen aan de samenleving, bewust zijn van
                            kosten van voorzieningen, zorgen voor naasten, participeren in diverse
                            verbanden als deelnemer of vrijwilliger.</al><al> Niet voor iedereen geldt dat zij een dergelijke rol kunnen dan wel
                            willen nemen. nu niet, of tijdelijk niet, of structureel niet. Sommige
                            mensen kunnen en willen wel actief betrokken zijn als ze daarbij een
                            zetje in de rug krijgen of ondersteund worden of er iets voor terug
                            krijgen (wederkerigheid). Een deel zal het zelfs slechts kunnen met één
                            of meerdere vormen van ondersteuning.</al><al> De gemeente kan de participatiegraad verhogen door ondersteuning te
                            bieden (bijv. via het subsidiebeleid, het Servicepunt Vrijwillgerswerk
                            of het bieden van cursussen ten behoeve van de uitoefening van veel
                            voorkomende vrijwilligersactiviteiten) en door het bieden van
                            wederkerigheid (voor wat hoort wat, bijv. via het wijkbudget of een
                            waarderingssubsidie of –activiteit).</al><al> Ook het in ontwikkeling zijnde diensten- en activeringscentrum is een
                            goed voorbeeld van participerende burgers, die een belangrijke spin-off
                            kunnen betekenen voor meer vrijwillige inzet in Meppel én is tevens een
                            instrument van burgerparticipatie. In het centrum worden verschillende
                            gemeentelijke doelstellingen, vanuit verschillende regelingen (Wmo, WWB,
                            misschien op termijn zelfs IW en Wsw) gerealiseerd. Het
                            activeringscentrum brengt in beeld welke behoeften er zijn binnen Meppel
                            en binnen de wijk, geeft daarmee beleidssignalen af en stemt haar
                            activiteiten daarop af. Deze activiteiten worden zoveel mogelijk
                            georganiseerd en uitgevoerd door werklozen, wijkbewoners, stagiaires;
                            kortom de burger zelf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Mantelzorg</titel></kop><al> Mantelzorg is de term voor mensen die onbetaald zorgen voor een oudere,
                            zieke, of gehandicapte met wie zij een persoonlijke relatie hebben, en
                            waarbij de geboden zorg de gebruikelijke zorg overstijgt. Gebruikelijke
                            zorg is de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende
                            kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden.</al><al> De meeste mantelzorgers organiseren hun zorgtaken zodanig, dat zij geen
                            (maatschappelijke) ondersteuning nodig hebben. Zij weten hun zorgtaken
                            goed in balans te houden met hun eigen draagkracht en de overige taken
                            die zijn in het sociale en maatschappelijke leven vervullen.</al><al> Mantelzorgondersteuning richt zich met name op de groep mantelzorgers
                            die (in groeiende mate) moeite hebben met het dragen en uitvoeren van
                            hun zorgtaken. Overigens staat de mantelzorgondersteuning juist ook open
                            voor mantelzorgers die (nog) zelfredzaam zijn.</al><al> Voorbeelden van ondersteuning zijn: respijtvoorzieningen, informatie,
                            praktische hulp, persoonlijke begeleiding, lotgenotencontact of
                            structurele ontlasting van taken (door bijvoorbeeld de inzet van
                            professionele of vrijwillige huishoudelijke hulp of de inzet van
                            dagbesteding voor degene voor wie de mantelzorger zorgt). Het Steunpunt
                            Mantelzorg en het Contactpunt Mantelzorg zijn de belangrijkste
                            instellingen in Meppel die deze ondersteuning biedt.</al><al> Bijzondere groepen mantelzorgers die om een bepaalde benadering en
                            ondersteuning vragen, zijn bijvoorbeeld jonge mantelzorgers en
                            allochtone mantelzorgers.</al><al> Het percentage mensen dat mantelzorg verleent is niet gewijzigd de
                            afgelopen jaren. Uit de ‘Meting vraag en aanbod Wmo’ blijkt dat in
                            Meppel wel relatief weinig gebruik gemaakt wordt van
                            ondersteuningsinstrumenten voor mantelzorgers t.o.v. het landelijk
                            gemiddelde. is het percentage mantelzorgers in Meppel lager dan het
                            landelijk gemiddelde? hebben zij geen behoefte aan ondersteuning, passen
                            de voorzieningen niet bij hun situatie of zijn de
                            ondersteuningsmogelijkheden niet bekend genoeg? Er is nader onderzoek
                            noodzakelijk om de oorzaken en de consequenties te achterhalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Het maatschappelijk veld</titel></kop><al> De rol van het maatschappelijk veld is het ondersteunen bij het
                            organiseren van activiteiten en ontmoetingsmogelijkheden, het signaleren
                            van ontwikkelingen, het bieden van werkgelegenheid, het samenwerken met
                            andere organisaties in ketens en netwerken; en specifiek binnen het
                            concept van de zorgzame samenleving: het ondersteunen van de
                            vrijwilligers en de mantelzorgers. Onder regie van de gemeente en op
                            basis van de gemeentelijk visie op en het beleid van de maatschappelijke
                            ondersteuning.</al><al> Het maatschappelijk veld werkt idealiter in ketens waar alle partners
                            aansluiten bij de logica van de burger en een sterke focus hebben op het
                            resultaat. Vanwege de verschillende eigen belangen die de professionals
                            nu eenmaal hebben in hun werk, kan de gemeente ervoor kiezen de
                            ketensamenwerking te regisseren.</al><al> Een keten dient geen vergadercultuur te zijn, maar moet een specifieke
                            toegevoegde waarde hebben, waarbij rekening gehouden moet worden met het
                            feit dat komen tot een goede en nauwe samenwerking soms veel tijd en
                            energie kost.</al><al> De Meppeler wens tot meer samenhang binnen en tussen beleidsterreinen
                            heeft ook gevolgen voor het werkveld van de professional. Het kan
                            namelijk leiden tot ander aanbod, maar ook tot verbreding en verdieping
                            van de ketensamenwerking.</al><al> Voorbeelden van reeds bestaande Meppeler ketensamenwerking zijn
                            bijvoorbeeld de ontwikkeling van de woonzorgzone, het rapport WelThuis
                            en de keten m.b.t. signalering en behandeling van problematisch
                            woongedrag.</al><al> Het maatschappelijk veld is een belangrijk middel om verbindingen
                            tussen burgers te bevorderen, te versterken en te sturen en biedt
                            ondersteuning gericht op behouden of verbeteren van de
                            zelfredzaamheid.</al><al> Met betrekking tot de keten die gaat samenwerken binnen de uitvoering
                            van wijk- en kerngericht werken zal in 2008 een alliantie geloten worden
                            tussen de belangrijkste ketenpartijen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>4</nr><titel>Verstrekken ondersteuning (op maat)</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.1</nr><titel>Collectieve en individuele voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> Een collectieve voorziening is een voorziening die wordt geleverd
                                op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte
                                toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate
                                oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt. Het
                                gaat hierbij om direct of uit voorraad beschikbare voorzieningen,
                                die met een minimum aan bureaucratie kunnen worden verstrekt. De
                                verstrekkingprocedure is eenvoudiger dan bij individuele
                                voorzieningen: een beperkte of geen toegangsbeoordeling.</al><al> Een individuele voorziening is een voorziening waarvoor een
                                toegangsbeoordeling vereist is, en waarvan de beslissing (in de vorm
                                van een beschikking) en het uiteindelijke gebruik van een
                                individuele voorziening niet persoonlijk overdraagbaar is. Het
                                uitgangspunt bij de indicatie is altijd maatwerk en het voldoen aan
                                het compensatiebeginsel.</al><al> Een collectief arrangement is een stelsel van collectieve
                                voorzieningen dat gericht is op het bieden van een pakket van
                                oplossingen voor mensen met bepaalde belemmeringen, bijvoorbeeld een
                                arrangement van sportscholen, zwembad, sportverenigingen, masseur,
                                fysiotherapeut bij (tijdelijke) lichamelijke beperkingen; waarbij
                                een pasje toegang en/of reductie geeft op het pakket van
                                voorzieningen.</al><al> Collectief versus individueel</al><al> Collectieve voorzieningen hebben in principe voorrang op
                                individuele voorzieningen. Waar mogelijk zal een collectieve
                                voorziening ingezet worden, indien nodig wordt een individuele
                                voorziening verstrekt. Welke keuze wordt gemaakt hangt af van de
                                persoonlijke situatie van de aanvrager, waarbij rekening gehouden
                                wordt met het compensatiebeginsel. Indien nodig wordt deze keuze
                                ondersteund door een medisch onderbouwd advies.</al><al> Collectieve voorzieningen kunnen wél onderdeel uitmaken van een
                                individueel ondersteuningsplan in het kader van de Wmo, en daarmee
                                ook onderdeel uitmaken van een individuele Wmo-beschikking. Het doel
                                van het opnemen van de inzet van de collectieve voorziening is om te
                                voldoen aan het compensatiebeginsel; het opstellen van een zo
                                compleet mogelijk ondersteuningsplan om belemmeringen/beperkingen
                                zoveel mogelijk te compenseren. De beschikking is echter niet
                                noodzakelijk om toegang te verkrijgen tot de collectieve
                                voorziening.</al><al> Overigens kan de aanvrager op verzoek wel een beschikking worden
                                afgegeven, zodat rechtsbescherming (toegang tot de voorziening)
                                gewaarborgd is.</al><al> Bij een individuele voorziening kan gekozen worden tussen
                                verstrekking in natura en een persoonsgebonden budget c.q.
                                financiële tegemoetkoming. Een collectieve voorziening wordt altijd
                                in natura verstrekt.</al><al> Collectief versus participatief</al><al> De term ‘collectief’ slaat op de toegankelijkheid van de
                                voorziening, niet op de aard van de voorziening. Het betreft
                                namelijk niet altijd een groepsactiviteit dan wel een andere vorm
                                van participatie, het kan ook een individueel te gebruiken
                                voorziening betreffen (zoals het gezamenlijke gebruik van één
                                scootmobiel). Desondanks wil de gemeente wel zoveel mogelijk de link
                                leggen met gemeenschapszin en participatie bij het creëren van
                                collectieve voorzieningen.</al><al> Tevens dienen de collectieve voorzieningen, daar waar interactie
                                ontstaat met hulpverleners en andere begeleiders c.q. professionele
                                of vrijwillige uitvoerders, zoveel mogelijk een signaalfunctie te
                                hebben.</al><al> Collectieve voorzieningen dienen niet slechts ingezet te worden ter
                                compensatie van belemmeringen, maar ook ter voorkóming van
                                belemmeringen. Collectieve voorzieningen kunnen een preventieve
                                werking hebben (investeren op welzijn voorkomt zorg).</al><al> Collectief versus algemeen</al><al> De termen ‘collectieve voorziening’ en ‘algemene voorziening’
                                worden deels door elkaar gebruikt en kunnen verwarring
                                scheppen.</al><al> Het is daarom wenselijk om de term ‘collectieve voorziening’
                                overkoepelend te gebruiken, waarbij onderscheid gemaakt kan worden
                                tussen:</al><al> - Algemene collectieve voorzieningen: toegankelijk voor iedere
                                burger en zoveel mogelijk rekening gehouden met de deelname van
                                burgers</al><al> met beperkingen (voorbeelden: openbaar vervoer, openbare
                                bibliotheek, tafeltje-dek-je);</al><al> - Doelgroepgerichte collectieve voorzieningen, die bedoeld zijn
                                voor specifieke doelgroepen (met een beperking) binnen de
                                samenleving</al><al> (voorbeelden: zwembad geschikt voor mensen met een lichamelijke
                                handicap, financiële tegemoetkoming voor bepaalde doelgroepen
                                voor</al><al> tafeltje-dek-je, gezamenlijke maaltijdvoorziening).</al><al> Bij gebruikmaking van een individuele voorziening of
                                doelgroepgerichte collectieve voorziening, dient niet bij voorbaat
                                toegang tot een vergelijkbare voorziening ontzegd te worden.
                                Voorbeeld: indien iemand een vergoeding krijgt voor Tafeltje-dek-je,
                                mag nog wel periodiek gebruik gemaakt worden van een gezamenlijke
                                maaltijdvoorziening. De gemeente kan via beleidsregels hier nader
                                beleid op maken.</al><al> Behoeften (kleine) doelgroepen</al><al> De ontwikkeling van de maatschappelijke ondersteuning in Meppel
                                richt zich vooralsnog op de grotere doelgroepen: wijk, ouderen,
                                jeugd, chronisch zieken, gehandicapten, vrijwilligers,
                                mantelzorgers, verslaafden. De Wmo vraagt uitdrukkelijk aandacht
                                voor de specifieke kleine doelgroepen en liefst een rol bij de
                                burgerparticipatie. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om (voor Meppel)
                                kleine doelgroepen als blinden, doven, daklozen, en verschillende
                                subdoelgroepen binnen de bekende, grote doelgroepen. De gemeente
                                Meppel wil de aandacht voor en burgerparticipatie met deze
                                doelgroepen vormgeven via de (deelname in de) Adviesraad Wmo en het
                                periodieke klanttevredenheidsonderzoek.</al><al> Het klanttevredenheidsonderzoek geeft een stem aan iedere
                                zorgvrager, zorggebruiker of burger. Het geeft daarmee ook een stem
                                aan mensen die tot een specifieke doelgroep horen.</al><al> Daarnaast zal de gemeente Meppel binnen de regionale samenwerking
                                Drenthe kijken naar de mogelijkheid van een regionaal platform voor
                                de kleinere doelgroepen, t.b.v. de burgerparticipatie van deze
                                doelgroepen. De bevindingen van dit platform kunnen dan meegenomen
                                worden in de uitwerkingen van het gemeentelijk beleid.</al><al> Daarnaast is het Loket WegWijs ingesteld. Dit loket staat open voor
                                iedere burger met een vraag, opmerking of klacht. De vraag kan op
                                het individu zelf gericht zijn, maar kan een signaal afgeven voor
                                een specifieke doelgroep. Het loket levert voor íedereen
                                maatwerk!</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.2</nr><titel>Keuzevrijheid en compensatiebeginsel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> Keuzevrijheid</al><al> De gemeente Meppel heeft reeds eerder tijdens de voorbereiding op
                                de Wmo e.e.a. geregeld met betrekking tot de keuzevrijheid van de
                                burger (zie met name de ‘Notitie Individuele Verstrekkingen’ d.d.
                                juni 2006, hoofdstuk 4).</al><al> Inmiddels zijn de volgende maatregelen genomen met betrekking tot
                                de keuzevrijheid voor de burger op prestatieveld 5:</al><al> - De burger kan bij de toekenning van een individuele verstrekking
                                kiezen tussen zorg in natura en het persoongebonden budget;</al><al> - Als de hulpvrager kiest voor zorg in natura, kan een keuze
                                gemaakt worden tussen meerdere aanbieders.</al><al> Het aanbod aan zowel individuele als collectieve voorzieningen, op
                                onder andere de prestatievelden 2, 5 en 6, biedt de burger enige
                                keuzevrijheid bij de invulling van de activiteiten aan
                                ondersteuning. Deze keuzevrijheid moet wel in het licht gezien
                                worden van het compensatiebeginsel: de ondersteuningsactiviteiten
                                dienen bij te dragen aan de compensatie van de beperking.</al><al> Tevens kan de daadwerkelijk te bieden keuzevrijheid samenhangen met
                                de persoonlijke situatie van de zorgvrager. Er zijn situaties
                                denkbaar waarbij de aard van de problematiek of de specifieke
                                beperking niet veel keus laat m.b.t. de in te zetten
                                voorziening.</al><al> Het kan ook voorkomen dat een bepaalde voorziening slechts in één
                                type beschikbaar gesteld kan worden, dan wel via één aanbieder,
                                omdat de voorziening als het goedkoopst adequaat wordt beschouwd. De
                                gemeente dient zich daarbij er wel van te verzekeren dat voldaan
                                wordt aan het compensatiebeginsel.</al><al> Compensatiebeginsel</al><al> In de Wmo is de verplichting tot het hanteren van het
                                compensatiebeginsel opgenomen. Het compensatiebeginsel betekent dat
                                personen met een lichamelijke, verstandelijke en/of psychosociale
                                beperking, die belemmeringen ondervinden in hun zelfredzaamheid
                                en/of maatschappelijke participatie, compensatie te bieden voor hun
                                belemmeringen. Het compensatiebeginsel geldt ook voor mantelzorgers
                                die beperkt worden in hun zelfredzaamheid en/of maatschappelijke
                                participatie als gevolg van het verrichten van de mantelzorg.</al><al> De gemeente compenseert de beperkingen zodanig dat mensen in staat
                                gesteld worden:</al><al> - een huishouden te voeren;</al><al> - zich te verplaatsen in en om de woning;</al><al> - zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;</al><al> - medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan
                                te gaan.</al><al> Uitgangspunt is dat er een gelijkwaardige, maar niet strikt gelijke
                                uitgangspositie ontstaat ten opzichte van iemand zonder beperkingen,
                                omdat een uitgangspositie vaak niet mogelijk zal zijn.</al><al> Omdat ook de persoonskenmerken en de behoeften van de aanvrager, en
                                tevens zijn financiële capaciteit om zelf in maatregelen te
                                voorzien, bepalend zijn voor het aanbod van voorzieningen, kan de
                                compensatie van eenzelfde beperking bij de ene aanvrager een heel
                                ander aanbod betekenen dan bij een andere aanvrager. Het aanbod en
                                de onderbouwing wordt uiteraard vastgelegd in de individuele
                                beschikking.</al><al> De ICF-classificatie, die de gemeente Meppel hanteert bij aanvragen
                                voor ondersteuning, is een belangrijk hulpmiddel bij de individuele
                                invulling van het compensatiebeginsel. De ICF bestaat uit een
                                raamwerk van classificaties die tezamen een internationaal
                                gestandaardiseerd begrippenapparaat vormt voor het beschrijven van
                                het menselijk functioneren en de problemen die daarbij op kunnen
                                treden. De ICF is uitermate geschikt voor het in kaart brengen van
                                zowel fysieke als verstandelijke en psychosociale beperkingen en de
                                gevolgen daarvan op het functioneren, zelfredzaamheid en de
                                maatschappelijke participatie.</al><al> De ICF wordt ook gebruikt bij de uitvoering van de AWBZ.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.3</nr><titel>Loket WegWijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> Er is een grote en groeiende vraag naar eenduidige regelgeving,
                                informatie, advies en cliëntondersteuning. Er is behoefte aan een
                                fysieke loketfunctie, huisbezoeken en telefonische loketfunctie. In
                                hoeverre er behoefte is aan een lokaal digitaal loket is niet
                                bekend. Deze loketfunctie wordt momenteel vervuld door meerdere
                                maatschappelijke organisaties in Meppel en vanuit verschillende
                                invalshoeken, voornamelijk door Loket WegWijs en Stichting Welzijn
                                Meppel.</al><al> Loket WegWijs is in 2007 uitgebreid met informatie, advies en
                                toegang tot de ondersteuning met betrekking tot mantelzorg. In 2008
                                zal bekeken worden in hoeverre het wenselijk en mogelijk is de
                                loketfunctie (fysiek en/of digitaal) te decentraliseren naar het
                                niveau van de wijk. Bovendien zal gekeken worden naar uitbreiding
                                van de loketfunctie door meer participatie van aanbieders.</al><al> Hoewel er de komende jaren geen beleidsverandering wordt verwacht
                                t.a.v. de individuele verstrekkingen (o.a. eigen bijdrage en pgb),
                                is het loket wel bezig met haar verdere ontwikkeling. Dit zit
                                voornamelijk in een verdere professionalisering (integrale hulpvraag
                                en hanteren van het compensatiebeginsel).</al><al> Een andere belangrijke ontwikkeling is de Digitale Sociale Kaart
                                Drenthe, die door de Drentse gemeenten wordt aangeschaft c.q.
                                ontwikkeld. De Digitale Sociale Kaart Drenthe kan een handig
                                hulpmiddel zijn bij de dienstverlening vanuit het loket. De huidige
                                dienstencatalogus c.q. sociale kaart van de gemeente Meppel wordt
                                hierin geïntegreerd. De samenwerking in regionaal verband heeft als
                                voordeel dat de informatie verder strekt dan de gemeente en daardoor
                                ook breder wordt. De digitalisering kan de informatie eenduidiger en
                                inzichtelijker maker, maar ook toegankelijk voor de burger, zonder
                                tussenkomst van een loketmedewerker.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.4</nr><titel>Maatschappelijke opvang en OGGZ</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> Het beleid en de uitvoering van de maatschappelijke opvang en de
                                OGGZ ligt voor Meppel bij de centrumgemeenten, namelijk Emmen en
                                Assen. Zowel de voorzieningen vanuit de centrumgemeenten als de
                                lokale initiatieven zijn voornamelijk gericht op het oplossen
                                (secundaire preventie) en niet verder escaleren van al bestaande
                                problematiek (tertiaire preventie).Er zijn nog nagenoeg geen
                                inspanningen in de primaire preventie (voorkómen van problemen). En
                                het is gebleken dat betrokken instanties nog niet optimaal gebruik
                                maken van elkaars expertise en dienstverlening.</al><al> Vanuit o.a. het project Problematisch Wonen is gebleken dat er
                                lokaal behoefte is aan het maken van ketenafspraken en het opzetten
                                van preventieve begeleiding bij het wonen en zelfstandig
                                functioneren in de maatschappij.</al><al> Te denken valt aan een pool van vrijwilligers die als maatje/buddy
                                kunnen fungeren voor een individu of gezin.</al><al> De inzet van de vrijwilligers wordt wel centraal gecoördineerd door
                                professionals, ten behoeve van de ondersteuning van de vrijwilliger,
                                de signaalfunctie van de vrijwilliger naar de professionele
                                hulpverlening en de optimalisering van het ketenaanbod. Indien de
                                situatie zeer problematisch wordt kan de professionele casemanager
                                de situatie overnemen.</al><al> De komende jaren zal op deze manier meer ingezet worden op het
                                voorkómen van de noodzaak van maatschappelijke opvang en zoveel
                                mogelijk de problemen oplossen in de thuissituatie waar ze zijn
                                ontstaan, zodat maatschappelijke opvang niet nodig is.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.5</nr><titel>Gezondheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.1</nr><titel>Verslavingsbeleid</titel></kop><al> De gemeente dient in het kader van de Wmo en de Nota
                                Gezondheidszorg een verslavingsbeleid te voeren. In het verleden was
                                het gemeentelijke verslavingsbeleid vooral gericht op het niet
                                gebruiken van bepaalde middelen, tegenwoordig is het beleid meer
                                gericht op verantwoord gebruik.</al><al> Het huidige aanbod in Meppel omhelst vooral de zorg voor
                                verslaafden op initiatief van de verslaafde zelf of diens omgeving.
                                De activiteiten zijn voornamelijk gericht op het onder controle
                                krijgen en houden van de verslaving en eventuele overlast voor
                                anderen, in individuele situaties waar de verslaving een probleem is
                                geworden.</al><al> Het aanbod in de toekomst zal ook meer preventief moeten zijn,
                                zowel individueel gericht als gericht op de burgers van Meppel in
                                het algemeen of specifieke risicodoelgroepen. Zo is bijvoorbeeld het
                                percentage jongeren dat excessief alcohol gebruikt relatief hoger
                                dan het Drentse gemiddelde. En ook steeds meer ouderen krijgen
                                problemen met verantwoord alcoholgebruik.</al><al> We willen naar een beleid dat ook is gericht op het voorkómen van
                                verslaving en overmatig gebruik, door bijvoorbeeld ouders van
                                (pre)pubers te waarschuwen voor de risico’s van alcohol- en
                                drugsgebruik of het nemen van maatregelen om overmatig gebruik van
                                alcohol in sportkantines tegen te gaan.</al><al> Er is bij veel verslaafden samenhang met problemen op andere
                                leefgebieden, zoals gezin, financiële situatie, werk, gezondheid,
                                huisvesting, sociale contacten.</al><al> Deze problemen kunnen zowel de oorzaak als het gevolg zijn van de
                                verslaving en lossen zich vaak niet meer vanzelf op. Meer aandacht
                                voor en het actief aanpakken van die samenhang kan heel effectief
                                zijn bij deze doelgroep.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.2</nr><titel>(Preventief) gezondheidsbeleid</titel></kop><al> Al in 2007 staat de gemeente voor de uitdaging om het beleid op het
                                terrein van de gezondheidszorg verder te ontwikkelen. Iedere vier
                                jaar dient er een nota ‘Lokaal Gezondheidsbeleid’ opgesteld te
                                worden door de gemeente (vloeit voort uit de Wcpv). Deze nota heeft
                                veel raakvlakken met de prestatievelden van de Wmo en de
                                activiteiten die eruit voortvloeien zijn vaak een collectieve
                                voorziening.</al><al> In de Nota stelt de gemeenteraad vast hoe de gemeente uitvoering
                                geeft aan onder andere:</al><al> - De continuïteit en samenhang binnen de collectieve preventie en
                                de afstemming tussen collectieve preventie en de curatieve
                                gezondheidszorg;</al><al> - Specifieke taken, zoals inzicht in de lokale gezondheidssituatie
                                en bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke
                                beslissingen;</al><al> - Infectieziektebestrijding;</al><al> - Jeugdgezondheidszorg.</al><al> Het ministerie van VWS presenteert iedere vier jaar een landelijke
                                preventienota, die kaderstellend is voor het lokale beleid.
                                Prioriteiten voor de nieuwe Nota zijn: roken, overmatig
                                alcoholgebruik, overgewicht, diabetes, chronisch ziek zijn en
                                depressie. Deze prioriteiten worden in het voorjaar van 2007
                                verwerkt in een regionale basisnota, die vervolgens ten grondslag
                                zal liggen aan de lokale, Meppeler nota (najaar 2007).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.3</nr><titel>Beweging voor mensen met een chronische aandoening en/of
                                    beperking</titel></kop><al> In mei 2007 is de kader nota ‘Mee(r) doen met Sport in Meppel’
                                vastgesteld. Daarin worden de volgende vier maatschappelijke doelen
                                gesteld:</al><al> 1. het bevorderen van de sociale samenhang en de integratie van
                                specifieke groepen;</al><al> 2. het bevorderen van een gezonde leefstijl;</al><al> 3. het mede bepalen van een aantrekkelijk woon- en
                                (be)leefklimaat;</al><al> 4. het leveren van een bijdrage aan promotie en profilering van
                                Meppel.</al><al> Uit onderzoek blijkt nadrukkelijk dat het hebben van een actieve
                                leefstijl op de gezondheid en kwaliteit van leven een gunstige
                                invloed heeft. Dat blijkt nog nadrukkelijker voor mensen met een
                                chronische aandoening en/of beperking. Tevens blijkt uit cijfers van
                                o.a. TNO dat juist deze doelgroep zich (nog) minder beweegt dan de
                                valide Nederlander.</al><al> Een middel om juist de doelgroep mensen met chronische aandoeningen
                                meer te laten bewegen is de ketenaanpak vanuit de zorgsetting. Een
                                benadering vanuit de zorgprofessional kan leiden tot een meer
                                actieve leefstijl en dus gezondheidswinst bij de doelgroep. Wel zal
                                men begeleid (mentaal) en getraind (fysiek) moeten worden om te
                                komen tot een blijvende positieve gedragsverandering.</al><al> Er liggen kansen en basisrandvoorwaarden om in Meppel deze
                                problematiek gezamenlijk met diverse partijen en andere gemeenten
                                structureel op te gaan pakken, mede gezien de ontwikkelingen dia al
                                tot stand zijn gekomen op initiatief van Sport Drenthe en NebasNsg
                                (Nederlandse sportorganisatie voor mensen met een beperking). De
                                gemeente moet hierbij nog meer dan bij andere beleidsterreinen de
                                samenwerking zoeken met andere partijen, omdat veel van de betrokken
                                partijen buiten de directe gemeentelijke regiesfeer vallen. Het
                                bevorderen van een gemeenschappelijke visie is hierbij
                                essentieel.</al><al> Voorbeelden van voorzieningen/arrangementen zijn beweegpoli’s (in
                                ziekenhuis of verzorgingshuis) of een arrangement van
                                sportabonnementen en zwembad voor mensen met (tijdelijke)
                                belemmeringen, eventueel met ondersteuning van een
                                fysiotherapeut.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Collectiveren individuele voorzieningen</titel></kop><al> Het is in bepaalde gevallen mogelijk om voorzieningen die
                                traditioneel individueel verstrekt worden, ook collectief aan te
                                bieden.</al><al> Dit kan bijvoorbeeld ingezet worden vanwege vereenvoudiging van de
                                toegang, of uit kostenoverwegingen. Essentieel daarbij is ook hier
                                weer: collectief waar het kan, individueel waar het moet.</al><al> Hulp in de huishouding en tuin</al><al> De toegang tot de huishoudelijke zorg wordt via een individuele
                                verstrekking verkregen. Hulp in de huishouding (en dan voornamelijk
                                de lichte, eenvoudige werkzaamheden), het verzorgen van de tuin (dat
                                niet bij de huishoudelijke hulp hoort) en het verrichten van
                                kluswerk zou ook via een collectieve voorziening kunnen worden
                                geregeld. De toegang wordt daarmee vereenvoudigd en laagdrempelig en
                                kan voor de eventuele mantelzorger een belangrijke ondersteuning
                                betekenen.</al><al> De klussendienst van Stichting Welzijn voldoet bijvoorbeeld al
                                gedeeltelijk aan de vraag naar dergelijke hulp. Er valt ook te
                                denken aan de inzet van scholieren hierbij door het doen van
                                maatschappelijke stages, het diensten- en activeringscentrum of een
                                project waarbij bedrijven worden gestimuleerd een ‘straat te
                                adopteren’, waar veel ouderen wonen. Deze bedrijven kunnen de
                                handjes, of de financiële middelen, leveren om een straat schoon te
                                vegen als er sneeuw ligt, de ramen zemen en de tuin van onkruid
                                ontdoen bij inwoners die behoren tot een bepaalde doelgroep.</al><al> Rolstoelen</al><al> Er zijn instellingen en bedrijven die bij hun ingang dan wel
                                parkeergelegenheid een aantal rolstoelen beschikbaar stellen voor
                                mensen die slecht ter been zijn. Bekende voorbeelden daarvan zijn
                                ziekenhuizen en de gemeente zelf; minder bekende voorbeelden zijn de
                                dierentuin in Emmen en Intratuin. Ook vanuit de samenleving komen
                                signalen dat er behoefte is aan een dergelijke voorziening in het
                                centrum van Meppel en winkelcentrum de Keizerskroon.</al><al> Icare heeft een aantal rolstoelen beschikbaar voor mensen die een
                                uitstapje willen maken, slecht ter been zijn en geen indicatie
                                hebben voor een rolstoel, omdat ze zich thuis nog kunnen redden,
                                maar niet over grotere afstanden. Het betekent wel dat dit van te
                                voren zorgvuldig gepland moet worden, omdat de rolstoel gereserveerd
                                moet worden en opgehaald en teruggebracht.</al><al> Op bepaalde locaties rolstoelen beschikbaar stellen maakt het
                                gemakkelijker voor bepaalde doelgroepen om het huis uit te gaan en
                                hun kleding en andere boodschappen zolang mogelijk zelf te kunnen
                                kopen.</al><al> Scootmobielen</al><al> De indicatie voor een scootmobiel staat los van het gebruik
                                daarvan. Soms staat een scootmobiel geruime tijd nagenoeg ongebruikt
                                in een garage of portiek. In die situaties zou wellicht een beperkt
                                aantal scootmobielen voor meerdere personen kunnen volstaan. Daarbij
                                wordt dan wel geregeld dat de scootmobiel aan huis beschikbaar
                                gesteld kan worden zodra daar behoefte aan is.</al><al> Maaltijdvoorzieningen</al><al> In Meppel is een systeem van Tafeltje-dek-je. Dit is een algemene
                                collectieve voorziening, omdat iedereen er gebruik van kan maken.
                                Bepaalde doelgroepen krijgen hiervoor een vergoeding (individuele
                                verstrekking). Behalve het verstrekken van maaltijden aan huis, kan
                                ook worden gedacht aan een meer participatieve maaltijdvoorziening;
                                het bijvoorbeeld (periodiek) gezamenlijk kunnen eten van een
                                maaltijd, in een daarvoor beschikbaar gemaakte ruimte van een
                                verzorgingshuis, of ‘kookstudio’ of via kookgroepen voor mensen die,
                                met begeleiding door vrijwilligers, nog (gezamenlijk) kunnen
                                koken.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>5</nr><titel>Programma Wmo</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.1</nr><titel>Speerpunten 2008-2011</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> De speerpunten en doelstellingen per prestatieveld in 2008-2011
                                zijn:</al><al><plaatje><illustratie id="i693f99dd-f6b2-45d3-a49f-8f292103c5c7" naam="i19214i693f99dd-f6b2-45d3-a49f-8f292103c5c7.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="15.5cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="i09cbe974-415f-47ca-846b-32f145f60857" naam="i19216i09cbe974-415f-47ca-846b-32f145f60857.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="16.0cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="i2b51bdd9-c519-4cef-bad9-acbfb3f1a1aa" naam="i19219i2b51bdd9-c519-4cef-bad9-acbfb3f1a1aa.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.3cm"/></plaatje></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.2</nr><titel>Proces</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1</nr><titel>Planning</titel></kop><al> De tabel geeft de planning weer die voortvloeit uit de opgestelde
                                speerpunten. De groene vlakjes geven weer in welk jaar de
                                activiteiten vooral plaatsvinden (als speerpunt, daarna wordt de
                                activiteit vaak ingebed in de reguliere beleidscyclus en uitvoering,
                                dus daarmee is de inspanning of ‘bemoeienis’ niet beëindigd!).</al><al> De letters in de groene vlakjes geven de fase in de beleidscyclus
                                weer:</al><al> O = onderzoeks- of bijstellingsfase;</al><al> B = beleidsfase;</al><al> U = uitvoeringsfase;</al><al> E = evaluatiefase. <plaatje><illustratie id="i74ed8013-da5b-43fd-b485-d7b9248d0405" naam="i19220i74ed8013-da5b-43fd-b485-d7b9248d0405.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.4cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2</nr><titel>Aanpak</titel></kop><al> Voorafgaand aan ieder kalenderjaar wordt het uitvoeringsprogramma
                                voor het komende jaar opgesteld. Dat betekent dat de bovenstaande
                                activiteiten verder worden uitgesplitst en op maandbasis worden
                                weggezet in de tijd. Tevens wordt daarbij aangegeven hoeveel
                                ambtelijke inzet daarbij benodigd is van welke functionarissen, hoe
                                en welke externe partijen (inclusief eventuele burgerparticipatie)
                                daarbij worden betrokken, welke (financiële) middelen ermee gemoeid
                                zijn en op welke momenten e.e.a. ter besluitvorming zal worden
                                aangeboden aan college dan wel gemeenteraad.</al><al> Zowel de gemeentelijke organisatie als de betrokken externe
                                partijen kunnen zich zodoende op tijd voorbereiden voor de
                                activiteiten die in het Uitvoeringsprogramma staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.3</nr><titel>Monitoring en kwaliteit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> Monitoring</al><al> De Wmo verplicht de gemeente het beleid te monitoren. Dit betekent
                                dat de gemeente verantwoording moet afleggen aan haar burgers door
                                de behaalde resultaten inzichtelijk te maken. Dat betekent dat de
                                gemeente bepaalde prestatiegegevens onder de maatschappelijke
                                ondersteuning in het voorgaande kalenderjaar moet registreren en
                                publiceren vóór 1 juli van het daaropvolgende jaar.</al><al> Bij de uitvoering van beleid zal volgens een vooraf vastgesteld
                                stramien gemeten worden wat de effecten zijn van het beleid. Hiertoe
                                worden instrumenten ontwikkeld die de informatie snel en adequaat
                                kunnen aanleveren.</al><al> De ontwikkeling van een zogenaamde Wmo monitor door de gemeente
                                Meppel is een vereiste. Vastgesteld moet worden:</al><al> - Op welke wijze de vinger aan de pols gehouden moet worden;</al><al> - Op welk terrein additioneel onderzoek noodzakelijk is of
                                gewenst;</al><al> - Welke onderzoeksbronnen aanwezig zijn.</al><al> Het gaat om de volgende aspecten:</al><al> 1. De geformuleerde doelen op de verschillende beleidssporen moeten
                                inzichtelijk zijn;</al><al> 2. Concreet moet worden vertaald hoe deze doelen gerealiseerd gaan
                                worden. Denk daarbij aan welke acties partijen doen,</al><al> welke producten geleverd worden, welke organisaties actief zijn en
                                welke mensen daarmee geholpen worden;</al><al> 3. Aan de hand van de checklist beoordelen of de doelen binnen de
                                afgesproken tijd gehaald zijn en met welke resultaten;</al><al> 4. Deze analyse dwingt de opstellers te bezien of de doelen en
                                middelen toereikend zijn. Als dat niet het geval is zullen er</al><al> aanpassingen moeten worden voorgesteld en kan het proces opnieuw
                                gestart worden;</al><al> 5. Dit totale evaluatieproces zal dus input zijn voor bestuurders
                                om verbeteringen aan te brengen als dat gewenst is.</al><al> De gemeente Meppel doet mee aan de benchmark van SGBO, waardoor
                                beleidsgegevens kunnen worden vergeleken met andere gemeenten.</al><al> Uit de eerste cijfers van de landelijke benchmark Wmo blijkt dat de
                                gemeente Meppel veel extra geld gereserveerd heeft voor
                                Wmo-gerelateerde zaken. Meppel scoort goed op participatie van de
                                verschillende prestatievelden en ook het sociale klimaat is goed te
                                noemen. Verbeterpunten zijn: het gezamenlijke loket, verbrede
                                cliëntenondersteuning, mantelzorg en respijtzorg. Op het terrein van
                                zowel vrijwilligers als mantelzorgers is nog een verbeterslag te
                                maken. Op het gebied van het pgb scoren we ruim boven het landelijke
                                beeld. De definitieve benchmark 2007 Wmo komt half januari 2008
                                uit.</al><al> Kwaliteit individuele verstrekkingen</al><al> De gemeentelijke klachtenregeling en de bezwaar- en
                                beroepsprocedures zijn al sinds jaar en dag belangrijke instrumenten
                                om de kwaliteit te bewaken en te verbeteren. En de Kwaliteitswet
                                Zorginstellingen blijft van toepassing op de huishoudelijke hulp,
                                ook nu na de overgang van AWBZ naar Wmo. Op grond van deze wet
                                hebben de aanbieders van huishoudelijke hulp de opdracht zorg van
                                goede en verantwoorde kwaliteit te leveren.</al><al> De huidige administratieve organisatie en interne controle is nog
                                niet volledig toegerust op de Wmo. Met name de beoordeling van het
                                voldoen aan het compensatiebeginsel is hierin nog niet besloten.
                                Handicap daarbij is dat er nog nauwelijks tot geen verdere
                                uitwerking dan wel jurisprudentie aanwezig is over dit
                                onderwerp.</al><al> Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz)</al><al> Op basis van de Wmo geldt de Wkcz voor álle aanbieders van
                                maatschappelijke ondersteuning. Op basis hiervan dient een adequate
                                klachtenregeling opgesteld te worden. Tevens is de Wet
                                medezeggenschap cliënten zorginstellingen van toepassing, waarin
                                geregeld wordt dat cliënten kunnen participeren in het beleid van de
                                instellingen. De gemeente Meppel legt deze kwaliteitseisen in de
                                contracten/afspraken met de aanbieders vast.</al><al> BCF</al><al> De komende jaren worden met aanbieders van maatschappelijke
                                ondersteuning schriftelijke afspraken gemaakt via de BCF-methodiek.
                                Beleidsgerelateerd of Budget Contract Financiering is een methodiek
                                die de mogelijkheden van Meppel vergroot om de gesubsidieerde
                                instellingen aan te sturen en het geeft meer inzicht in de
                                gesubsidieerde activiteiten en hun resultaat.</al><al> Klanttevredenheidsonderzoek</al><al> Jaarlijks dient de gemeente een klanttevredenheidsonderzoek uit te
                                voeren en te publiceren vóór 1 juli van het daaropvolgende jaar. Het
                                klanttevredenheidsonderzoek moet uitgevoerd worden minimaal onder
                                vragers van maatschappelijke ondersteuning, volgens een methode die
                                na overleg met representatieve organisaties op het gebied van
                                maatschappelijke ondersteuning tot stand is gekomen.</al><al> De resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek vormen een
                                belangrijke input over de huidige kwaliteit van maatschappelijke
                                ondersteuning en de eventuele noodzakelijke verbeteringen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.4</nr><titel>Financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> De Wmo is een hele brede wet. Daarom zijn de financiën die
                                betrekking hebben op de uitvoering van beleid en regelgeving ook
                                heel verschillend geregeld.</al><al> Aan de ene kant is er voor de gemeente nieuw geld, zoals het budget
                                voor uitvoeringskosten van de huishoudelijke zorg en de
                                subsidieregelingen die zijn overgeheveld vanuit de AWBZ en de
                                budgetten voor huishoudelijke verzorging. Deze zijn ingevoerd met de
                                inwerkingtreding van de Wmo op 1 januari 2007.</al><al> Aan de andere kant is er bestaand geld, bijvoorbeeld voor de
                                individuele voorzieningen voor gehandicapten en de middelen voor
                                uitvoering van de Welzijnswet</al><al> De nieuwe gelden zijn in de gemeentefondscirculaires van het
                                ministerie van Binnenlandse Zaken apart aangegeven als
                                integratie-uitkering, naast de algemene uitkering die de Gemeente
                                Meppel krijgt uit het gemeentefonds. Vanaf 2008 zullen de gelden
                                voor de nieuwe Wmo taken verdeeld worden via een objectief
                                verdeelmodel. In dit model wordt onder meer gekeken naar
                                bevolkingssamenstelling, instellingen voor gezondheidszorg in de
                                gemeente en economische factoren.</al><al> Om het hele financiële beeld compleet te krijgen is als bijlage een
                                overzicht toegevoegd. Dit overzicht beoogt de belangrijkste
                                geldstromen in het kader van de Wmo in beeld te brengen zonder
                                daarmee absolute volledigheid te beogen. Het is ook niet mogelijk om
                                precies te bepalen welke gelden nu aan de Wmo toegerekend moeten
                                worden, omdat de Wmo een kaderwet is die de gemeente een
                                taakstelling geeft om in al haar beleid en al haar uitvoering
                                richting burgers te denken vanuit de doelstellingen van de
                                maatschappelijke ondersteuning. Dus met elke daad van de gemeente
                                hoort de vraag hoe men daarmee de burgers helpt op het gebied van
                                één of meer van de prestatievelden van de Wmo. Zo kan bijvoorbeeld
                                het plannen en realiseren van nieuwbouw in Meppel te maken hebben
                                met collectieve voorzieningen, projecten voor zorg en individuele
                                voorzieningen.</al><al> Omdat de verschillende traditionele beleidsterreinen zo in elkaar
                                grijpen is het niet mogelijk om een exacte opgave van alle Wmo
                                gebonden gelden te krijgen. Wel is in het overzicht (bijlage 4)
                                zoveel mogelijk duidelijk gemaakt welke gelden met de uitvoering van
                                de negen prestatievelden van de Wmo te maken hebben.</al><al> De genoemde cijfers zijn grotendeels gebaseerd op de (meerjaren)
                                begroting van Gemeente Meppel. Voor de huishoudelijke verzorging is
                                een uitzondering gemaakt. Op basis van een prognose van de
                                vraagontwikkeling en de ontwikkeling van de indicatiestelling is een
                                inschatting gemaakt van de uitgaven. Deze financiële prognose is in
                                de bijlage verwerkt. Vermeld moet daarbij echter wel worden dat we
                                op dit moment nog maar enkele maanden ervaring hebben met de Wmo
                                uitgaven, dus dat het in de lijn der verwachting ligt dat deze
                                prognose verbeterd kan worden, zodra meer realisatiecijfers in de
                                boeken zijn verwerkt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.5</nr><titel>Risico-inventarisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> De ambities die opgenomen zijn in deze beleidsnota wil het college
                                uitvoeren in de periode 2008 tot en met 2011. Voordat de
                                uitvoeringsplannen worden opgesteld, moeten de risico’s van de
                                gemaakte keuzes in kaart gebracht worden. In dit hoofdstuk maken we
                                een inventarisatie van de risico’s met betrekking tot:</al><al> - Personeel</al><al> - Proces en interactiviteit</al><al> - Effectiviteit en efficiëntie</al><al> - Keuzes en gevolgen</al><al> - Betrokkenheid en draagvlak</al><al> Personeel</al><al> Indicator Risico[1] Kwantitatieve en kwalitatieve eisen -
                                Monitoring + Opleiding + Uitbesteding +/- </al><al> ++ = (nagenoeg) geen risico; + = weinig risico; + / - = enig
                                risico; - = behoorlijk risico; - - = zeer risicovol</al><al> De afdeling MaZa is verantwoordelijk voor een goede en adequate
                                uitvoering van alle Wmo taken. In kwantitatief opzicht beschikt de
                                afdeling (nog) niet over voldoende capaciteit. Tevens is de
                                kwaliteit op het onderdeel beleid nog onvoldoende en kwetsbaar. De
                                afdeling bevindt zich momenteel in een ontwikkelfase. De komende
                                jaren dient geïnvesteerd te worden op de begeleiding,
                                deskundigheidsbevordering en bezetting van de clusters Beleid en
                                Regie &amp; Realisatie. Extra aandachtspunt daarbij is de wens tot
                                meer samenhang binnen en tussen de beleidsterreinen (en dus
                                medewerkers) van afdeling MaZa, maar ook andere afdelingen binnen
                                Meppel.</al><al> Proces en interactiviteit</al><al> Indicator Risico Burger/middenveld als adviseur +/- Moeilijk
                                bereikbare groepen +/- Middelen en methoden + </al><al> Gemeente en burgers bevinden zich op een nieuw speelveld. De
                                gemeente moet leren zich als regisseur te laten zien en niet alles
                                zelf willen uitvoeren. Van de burger en de samenleving wordt
                                verwacht dat deze zijn of haar maatschappelijke verantwoording neemt
                                en problemen in eerste instantie zelf oplost.</al><al> Effectiviteit en efficiency</al><al> Indicator Risico Meetinstrument effectiviteit en efficiency Wmo - -
                                Innovatieve meerwaarde van best practices + AO/IC individuele
                                verstrekkingen - Mogelijke schaalvoordelen + / - Inkoop- en
                                contractbeheer + / - Invloed subsidiebeleid + Toepassing eigen
                                bijdrage + Verantwoording door burger + / - Eenmalige
                                gegevensuitvraag - </al><al> - Er is nog geen meetinstrument ontwikkeld dat helder en eenduidig
                                inzicht kan verschaffen in effectiviteit en efficiency van het
                                Wmo-beleid</al><al> en de uitvoering. Zoals ook blijkt uit paragraaf 5.3 moet een
                                dergelijke monitoringssystematiek nog ontwikkeld worden;</al><al> - Het kwaliteitszorgsysteem van administratieve organisatie en
                                interne controle is nog gebaseerd op de Wvg-systematiek.</al><al> De AO/IC dient aangepast te worden op de wijzigingen die de Wmo
                                gebracht heeft, o.a. compensatiebeginsel, toevoeging van de</al><al> huishoudelijke zorg en het persoonsgebonden budget;</al><al> - Zowel landelijk als regionaal zijn op verschillende
                                prestatievelden van de Wmo al innovatieve pilots en projecten
                                opgezet, waaruit geleerd</al><al> kan worden.</al><al> Informatie uit deze best practices is vaak voldoende beschikbaar en
                                toegankelijk;</al><al> - Meppel is een kleine gemeente en heeft alleen opererend weinig
                                mogelijkheden voor schaalvoordelen. Deze voordelen kunnen vaak
                                wel</al><al> behaald worden in de samenwerking met andere (regio)gemeenten. Soms
                                is die samenwerking zelfs essentieel voor de effectiviteit van</al><al> de in te zetten maatregel, zoals bij de bundeling van het
                                collectief vervoer;</al><al> Maar ook bij maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid en OGGZ, is
                                gezamenlijke beleidsformulering én uitvoering van belang voor
                                het</al><al> kunnen bieden Van voldoende en kwalitatief goede dienstverlening en
                                preventieve maatregelen;</al><al> - De gemeente Meppel heeft ruime ervaring met (complexe)
                                inkooptrajecten en eigen expertise binnen de organisatie.</al><al> Het contractbeheer wordt momenteel bij Regie &amp; Realisatie
                                herijkt. Bepaald moet gaan worden hoe een contract opgesteld moet
                                worden vanuit</al><al> de programmabegroting, hoe resultaten gemonitord kunnen worden en
                                wat de ambtelijke en bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden
                                zijn bij</al><al> de omgang met de instellingen;</al><al> - Het subsidiebeleid dient ondersteunend te zijn aan de
                                beleidsdoelen die de gemeente formuleert en de uitwerking van de
                                regiefunctie die ze</al><al> daarbij voor ogen heeft. De gemeente Meppel is momenteel (in 2007)
                                het subsidiebeleid aan het herijken op basis van de
                                programmabegroting</al><al> en vastgesteld beleid.</al><al> Dat geeft de gemeente de unieke kans subsidiebeleid en Wmo-beleid
                                in een vroeg stadium op elkaar af te stemmen;</al><al> - De toepassing van de eigen bijdrage bij individuele
                                verstrekkingen in Meppel heeft een poortwachtersfunctie. De
                                inkomensafhankelijke eigen bijdrage</al><al> bevordert dat slechts voorzieningen verstrekt worden aan mensen die
                                ze echt nodig hebben;</al><al> - De gemeente Meppel verdrinkt niet in inefficiënte bureaucratische
                                procedures als het gaat om het afleggen van verantwoording bij de
                                aanvraag en gebruik van</al><al> een individuele verstrekking (al dan niet in de vorm van een PGB).
                                Het risico daarvan kan zijn dat er een kans is dat een deel van de
                                voorzieningen onrechtmatig</al><al> wordt verstrekt;</al><al> - De ketendienstverlening in het kader van de Wmo is in Meppel nog
                                niet zodanig op elkaar afgestemd dat sprake is van een eenmalige
                                gegevensuitvraag.</al><al> Deze is overigens wél gegarandeerd als het gaat om gegevensuitvraag
                                binnen het Loket WegWijs. Binnen het loket worden de gegevens
                                geregistreerd en zijn</al><al> toegankelijk voor andere loketmedewerkers. Binnen de keten dient
                                verder aan gewerkt te worden aan de wijze van
                                dossieroverdracht.</al><al> Indicator Risico Gevolgen van (initiële) keuzes voor burgers + +
                                Gevolgen van (initiële) keuzes voor cliënten/zorgvragers + +
                                Gevolgen van (initiële) keuzes voor de aanbieders + / - Gevolgen van
                                (initiële) keuzes voor de interne organisatie - </al><al> - Uit de beleidsnota blijkt dat de gemeente Meppel steeds meer
                                vraaggericht en in overleg met de burgers haar beleid en
                                voorzieningen ontwerpt.</al><al> Het beste voorbeeld daarvan is het komen tot wijkgericht werken met
                                een wijkbudget. De burgers hebben steeds meer invloed op het</al><al> voorzieningenniveau, krijgen daar ook een eigen taak en
                                verantwoordelijkheid in en krijgen ondersteuning bij de uitvoering
                                daarvan;</al><al> - De keuzes die voorgesteld worden leiden niet tot beperking van de
                                voorzieningen of de toegang daartoe. Wel worden voorstellen gedaan
                                tot verbetering</al><al> en uitbreiding van bepaalde voorzieningen. Geconcludeerd mag worden
                                dat hierdoor de zorgvragers béter bediend kunnen worden
                                (bijvoorbeeld</al><al> verbetering van het collectief vervoer) en meer keuzevrijheid
                                krijgen (bijvoorbeeld kiezen tussen een gezamenlijke maaltijd of een
                                vergoeding</al><al> voor tafeltje-dek-je);</al><al> - Het bieden van andere voorzieningen, verbeteren van bestaande en
                                het wijkgericht werken kan invloed hebben op zowel de
                                positionering</al><al> (andere vorm van regie vanuit de gemeente) als het aanbod (andere
                                voorzieningen) van de aanbieders. Dit kan een risico vormen bij
                                aanbieders die,</al><al> om wat voor reden dan ook, moeite hebben om zich aan te passen aan
                                de ontwikkelingen, maar kan ook een kans betekenen voor aanbieders
                                zich verder</al><al> willen ontwikkelen en professionaliseren;</al><al> - De samenhang tussen de verschillende beleidsonderwerpen en extra
                                inzet/capaciteit die benodigd is voor de voorgestelde keuzes zorgen
                                voor een behoorlijke</al><al> belasting en een andere werkwijze binnen de interne organisatie. Er
                                dient een strakke monitoring te zijn op benodigde versus beschikbare
                                personele capaciteit,</al><al> zowel qua inhoud en niveau als fte. Daar moet op geïnvesteerd
                                worden!</al><al> Indicator Risico Betrokkenheid gemeenteraad + + Betrokkenheid
                                burgers en belangenbehartigers + / - Betrokkenheid aanbieders + </al><al> - De gemeenteraad heeft zich zeer betrokken getoond bij de
                                maatschappelijke ondersteuning en de ontwikkeling van de beleidsnota
                                Wmo.</al><al> Er zijn daarbij geen cruciale verschillen in visie gebleken tussen
                                bestuur en politiek, dan wel binnen de politiek;</al><al> - Vooral belangenbehartigers (voornamelijk via de adviesraad Wmo)
                                zijn direct betrokken geweest bij het opstellen van de beleidsnota
                                Wmo</al><al> (o.a. door het participeren binnen de werkgroepen, die het beleid
                                ontwikkelen). In de toekomst zullen meer vormen van
                                burgerparticipatie</al><al> gebruikt worden in Meppel bij de maatschappelijke ondersteuning
                                (zie ook hoofdstuk 4). Het wijkgericht werken is daar een goed
                                voorbeeld van;</al><al> - Ook aanbieders zijn direct betrokken geweest bij de
                                beleidsformulering. Verschillende maatschappelijke organisaties
                                denken mee met de gemeente</al><al> via de regiegroep Wmo. Bovendien hebben vertegenwoordigers van deze
                                organisaties meegedacht via de deelname aan de werkgroepen,</al><al> ter voorbereiding op deze beleidsnota. Ook in de toekomst zullen de
                                aanbieders intensief betrokken worden bij de ontwikkelingen
                                binnen</al><al> de maatschappelijke ondersteuning, zowel op beleidsniveau, als
                                project- en uitvoeringsniveau.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Besloten in de vergadering van 20-12-2007</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><al/><tussenkop>Bijlage 1: Gebruikte afkortingen</tussenkop><al> AMW Algemeen Maatschappelijk Werk</al><al> AO/IC (systeem van) administratieve organisatie en interne controle</al><al> AWBZ Algemene wet bijzondere ziektekosten</al><al> BCF</al><al> Beleidsgerelateerde of Budgetgestuurde Contract Financiering</al><al> ICF International Classification of Functioning, Disability and Health</al><al> MaZa Afdeling Maatschappelijke Zaken gemeente Meppel</al><al> OGGZ Openbare Geestelijke Gezondheidszorg</al><al> Pgb Persoonsgebonden budget</al><al> SGBO Sociaal-Geografisch en Bestuurskundig Onderzoek</al><al> RIBW Regionale Instelling Beschermende Woonvormen</al><al> SWM Stichting Welzijn Meppel</al><al> VDG Vereniging Drentse Gemeenten</al><al> VNN Verslavingszorg Noord Nederland</al><al> VWS (ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport</al><al> Wcpv Wet collectieve preventie volksgezondheid</al><al> Wkcz Wet klachtrecht cliënten zorgsector</al><al> Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning</al><al> Wvg Wet voorziening gehandicapten</al><al> WWB Wet werk en bijstand</al><tussenkop>Bijlage 2: Beknopt overzicht huidige maatschappelijke ondersteuning </tussenkop><al> In deze tabel wordt de huidige stand van zaken op de Meppeler maatschappelijke
                    ondersteuning weergegeven. Deze beleidsnota geeft weer, o.a. in de speerpunten,
                    wat de gemeente bovenop de hieronder genoemde activiteiten gaat doen de komende
                    periode. De speerpunten, of de beleidsnota, komt dus niet in plaats van de
                    huidige geboden ondersteuning. <plaatje><illustratie id="i06d57a21-497a-4179-bf15-a40ec7ffda08" naam="i19222i06d57a21-497a-4179-bf15-a40ec7ffda08.png" type="foto" breedte="12.8cm" hoogte="23.3cm"/></plaatje></al><tussenkop>Bijlage 3: Hulptabel wettelijke vereisten</tussenkop><al> Bijlage 3: Hulptabel wettelijke vereisten De beleidsnota Wmo is in de eerste
                    plaats opgesteld vanuit de behoefte aan een integrale aanpak van de
                    maatschappelijke ondersteuning in Meppel. Tevens vormt de beleidsnota Wmo een
                    wettelijke vereiste (art. 3 Wmo). Dit plan dient voor maximaal vier jaar
                    vastgesteld te worden en dient de hoofdzaken te bevatten van het door de
                    gemeente te voeren beleid op de maatschappelijke ondersteuning.</al><al> Er zijn tevens enkele inhoudelijke voorschriften (art. 3 lid 4 Wmo). Deze
                    worden in onderstaande tabel weergegeven met de vindplaats van de uitwerking van
                    het voorschrift. Voorschrift (Vindplaats)</al><al> - Aangeven wat de gemeentelijke doelstellingen zijn op de verschillende
                    prestatievelden. (§ 5.1) - Aangeven hoe het samenhangende beleid betreffende
                    maatschappelijke ondersteuning zal worden uitgevoerd en welke acties in de door
                    het plan bestreken periode zullen worden ondernomen. (§ 1.4.1 en § 5.1) -
                    Aangeven welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode
                    wenst te behalen. (§ 5.1) - Aangeven welke maatregelen de gemeenteraad en het
                    college van burgemeester en wethouders nemen om de kwaliteit te borgen van de
                    wijze waarop de maatschappelijke ondersteuning wordt uitgevoerd. (§ 5.3) -
                    Aangeven welke maatregelen de gemeenteraad en het college van burgemeester en
                    wethouders nemen om voor degene aan wie maatschappelijke ondersteuning als
                    bedoeld de prestatievelden 2, 5 en 6 wordt verleend keuzevrijheid te bieden met
                    betrekking tot de activiteiten van maatschappelijke ondersteuning. (§ 4.2)
                    Aangeven op welke wijze de gemeenteraad en het college van burgemeester en
                    wethouders zich hebben vergewist van de behoeften van kleine doelgroepen. (§
                    4.1)</al><tussenkop>Bijlage 4: Financieel overzicht</tussenkop><al><plaatje><illustratie id="i769a3bbf-9192-4c94-a9d4-815464924728" naam="i19223i769a3bbf-9192-4c94-a9d4-815464924728.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="6.6cm"/></plaatje> Toelichting ontwikkeling inkomsten en uitgaven</al><al> Algemene kosten: Dit zijn apparaatskosten van de gemeente Meppel. In 2008 zijn
                    deze hoger vanwege exactere urentperekening aan Wmo-taken.</al><al> Prestatieveld 1: De afname in budgetomvang in 2008 heeft te maken met
                    verschuiving binnen de begroting naar andere prestatievelden. De indeling van de
                    begroting is in 2007 nog niet geoptimaliseerd ten behoeve van de Wmo. Een
                    subsidie aan een instelling die bedoeld is voor meerdere prestatievelden is in
                    2008 over die verschillende prestatievelden verdeeld, om een exacter beeld te
                    krijgen. Het budget WelThuis is voor 2008 lager dan voor 2007. Extra budget €
                    200.000 voor sociale infrastructuur, wijk- en kerngericht werken.</al><al> Prestatieveld 2: Een verhoging voor 2008 heeft te maken met een extra impuls op
                    jeugdbeleid. Ook is hier sprake van verschuivingeffect (zie opmerking bij
                    prestatieveld 1).</al><al> Prestatieveld 3: Nieuw budget bedoeld voor onderzoek naar burgerparticipatie,
                    verbetering van het loket, kwaliteitsonderzoek, benchmarking en
                    klanttevredenheidsonderzoek.</al><al> Prestatieveld 4: Grote afname van het budget heeft te maken met het verlies van
                    de regionale verdeelfunctie van Meppel voor de gelden van coördinatie
                    vrijwillige thuiszorg en mantelzorg. Op de begroting staan dus nu alleen de
                    middelen die voor Meppel geïnvesteerd worden in 2008. Per saldo blijft het
                    budget voor Meppel overigens gelijk t.o.v. 2007.</al><al> Prestatieveld 5: Hier is weer sprake van het verschuivingseffect. Onderzoek
                    naar combineren van verchillende vervoersstromen in Meppel, maaltijdvoorziening
                    (structureel) en onderzoek naar de mogelijkheden voor het collectiveren van
                    individuele voorzieningen. Daarnaast een verbetering van de begeleiding van
                    individuele aanvragen (loket).</al><al> Prestatieveld 6: Door efficiency in de herverstrekkingsprocedure wordt in 2008
                    bespaard op de kosten van hulpmiddelen. Een andere verhouding in de verdeling
                    van de huishoudelijke zorg levert minder kosten op.</al><al> Prestatieveld 7: Toerekening van budget in 2008 vanwege instellen van een
                    meldpunt huiselijk geweld.</al><al> Prestatieveld 8: Alleen trendmatige stijging voor 2008.</al><al> Prestatieveld 9: Alleen trendmatige stijging voor 2008.</al><al> cijfers uit: bijgestelde begroting 2007 en vastgestelde begroting 2008</al></bijlage></regeling></body></cvdr>