<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77711_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening Welzijn 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Son en Breugel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Son en Breugel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Brug, circa 12 januari 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening Welzijn 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04.0014311</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Welzijn 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Son en Breugel,</al><al> </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Son en Breugel van 9
                        december 2004;</al><al> </al><al>besluit vast te stellen de volgende Subsidieverordening Welzijn 2005. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Subsidie: een aanspraak op financiële middelen door het college
                                    van burgemeester en wethouders verstrekt, met het oog op een
                                    door de gemeente van belang geachte activiteit, die door een
                                    aanvrager wordt ontwikkeld op het terrein van het
                                    maatschappelijk welzijn, niet zijnde een betaling voor aan de
                                    gemeente geleverde goederen of diensten;</al></li><li nr="b."><al>Werkplan: het door een instelling opgestelde programma, waarin
                                    de in het betrokken jaar uit te voeren activiteiten waarvoor
                                    subsidie wordt aangevraagd worden vermeld, met de doelstelling,
                                    de te hanteren methoden en de benodigde personele, materiële en
                                    organisatorische middelen;</al></li><li nr="c."><al>Instelling: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die
                                    zonder winstoogmerk activiteiten van maatschappelijk welzijn
                                    verricht, of voornemens is te verrichten en daarvoor krachtens
                                    deze verordening subsidie wenst te ontvangen;</al></li><li nr="d."><al>Maatschappelijk welzijn: het geheel aan activiteiten en
                                    voorzieningen dat is gericht op het, zonder winstoogmerk,
                                    bevorderen van het fysieke, sociale en culturele welzijn van de
                                    plaatselijke bevolking</al></li><li nr="e."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op aanvragen om subsidie voor de
                                uitvoering van activiteiten op het terrein van het maatschappelijk
                                welzijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bepalingen van deze verordening zijn zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing op aanvragen voor subsidies op andere
                                beleidsterreinen dan maatschappelijk welzijn, voor zover voor deze
                                aanvragen geen afzonderlijke verordening geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Democratisering en positie vrijwilligers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvrager richt zijn organisatie op zodanige wijze in dat zijn
                                personeel, de vrijwilligers en de gebruikers in de gelegenheid zijn
                                invloed uit te oefenen op het beleid van aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer een aanvrager zijn werkzaamheden mede verricht door middel
                                van de inzet van vrijwilligers dan draagt hij er zorg voor dat de
                                vrijwilligers deugdelijk worden begeleid, de mogelijkheid krijgen
                                tot bevordering van hun deskundigheid en worden verzekerd voor de
                                directe risico's verbonden aan de werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ten aanzien van het
                                in het 1e en 2e lid bepaalde nadere regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Toegankelijkheid accommodaties</titel></kop><al>Een aanvrager streeft ernaar zijn activiteiten zoveel mogelijk uit te
                            voeren in een accommodatie die bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is,
                            in het bijzonder voor mensen met een handicap.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Budget en subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks, in het kader van de
                                begrotingsbehandeling de budgetten vast, die voor subsidiëring
                                beschikbaar zijn;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze budgetten fungeren als subsidieplafond in de zin van artikel
                                4:25 Awb;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor zover bij of krachtens wettelijk voorschrift niet is voorzien
                                in de verdeling van de beschikbare middelen kan het college van
                                burgemeester en wethouders hieromtrent nadere regels stellen.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Subsidiebeleidsplan</titel></kop><al>In vervolg op de vaststelling van de budgetten bedoeld in artikel 1.5,
                            stelt de gemeenteraad jaarlijks het subsidiebeleidsplan vast.</al><al>Het subsidiebeleidsplan bevat de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een weergave van het te voeren welzijnsbeleid;</al></li><li nr="b."><al>een opsomming van de te hanteren subsidiegrondslagen;</al></li><li nr="c."><al>de volledige uitwerking van de subsidiegrondslagen en
                                    subsidievoorwaarden opgenomen in hoofdstuk 3 afdeling 2.</al></li><li nr="d."><al>een indicatie van de aan de afzonderlijke instellingen toe te
                                    kennen subsidies;</al></li><li nr="e."><al>een beknopte weergave van de toe te kennen contractsubsidies
                                    zoals bedoeld in hoofdstuk 2</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Artikel 1.7</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een subsidie kan worden aangevraagd door een instelling die
                                activiteiten ontplooit op het gebied van het maatschappelijk
                                welzijn;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een subsidie kan voorts worden aangevraagd door een natuurlijke
                                persoon die voornemens is een rechtspersoon op te richten als
                                bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Artikel 1.8</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag dient vóór 1 april van het jaar, voorafgaand aan het
                                jaar ten behoeve waarvan het subsidie wordt gevraagd, door het
                                bestuur bij het college van burgemeester en wethouders te worden
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan regels vaststellen
                                over de consequenties die zij wensen te verbinden aan de
                                overschrijding van de indieningdatum bedoeld in lid 1.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een begroting en een werkplan voor het jaar waarvoor de
                                        subsidie wordt gevraagd;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan voorschriften geven
                                ten aanzien van de inrichting van begroting en werkplan.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen
                                ten aanzien van de gegevens die bij de subsidieaanvraag moeten
                                worden verstrekt</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>In aanvulling op lid 3 legt aanvrager bij een eerste aanvraag tevens
                                over:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de statuten van aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>een bewijs van inschrijving bij de Kamer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van de financiële toestand van de instelling.
                                    </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:35 van de Awb genoemde
                            gevallen worden geweigerd, als er gegronde redenen bestaan om aan te
                            nemen dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente Son en Breugel of niet aanwijsbaar ten goede komen aan
                                    inwoners van deze gemeente;</al></li><li nr="2."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="3."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="4."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het op het betreffende
                                    beleidsterrein gevoerde beleid, dat is vastgelegd in een of meer
                                    van de volgende stukken:- enig door de gemeenteraad vastgesteld
                                    subsidiebeleidsplan,- een ander door het college van
                                    burgemeester en wethouders of door de gemeenteraad vastgestelde
                                    en bekendgemaakte beleidsnota,- door het college van
                                    burgemeester en wethouders of door de gemeenteraad vastgestelde
                                    en bekendgemaakte beleidsregels.</al></li><li nr="5."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden;</al></li><li nr="6."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd betrekking
                                    hebben op het voorzien in maatschappelijke behoeften waarin,
                                    naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders,
                                    reeds in voldoende mate wordt voorzien door activiteiten die
                                    voor subsidie in aanmerking komen en waaraan in voorgaande jaren
                                    subsidie is verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Subsidiebeschikking.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het
                                subsidiejaar besluit het college van burgemeester en wethouders op
                                de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een subsidie wordt verstrekt dan vermeldt de beschikking in
                                ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard van de subsidiebeschikking: betreft het een
                                        beschikking tot subsidieverlening zoals bedoeld in artikel
                                        2.4, dan wel een beschikking tot subsidievaststelling zoals
                                        bedoeld in artikel 3.3</al></li><li nr="b."><al>het bedrag van de subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;</al></li><li nr="e."><al>het moment waarop de rechtspersoon dient te zijn opgericht,
                                        indien de aanvraag is gedaan door een natuurlijk persoon als
                                        bedoeld in artikel 1.7, tweede lid;</al></li><li nr="f."><al>de overige voorwaarden en beperkingen die het college van
                                        burgemeester en wethouders verbinden aan de
                                        subsidieverlening c.q. de subsidievaststelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de wijze waarop en de
                                termijn waarbinnen de subsidieontvanger een aanvraag tot
                                vaststelling van de subsidie dient te overleggen;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bedrag van de subsidie dat in de beschikking tot
                                subsidievaststelling wordt vermeld is het definitieve
                                subsidiebedrag; de subsidieontvanger heeft aanspraak op betaling van
                                het vastgestelde bedrag.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel>Meerjarige subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan voor een langere
                                periode dan een jaar subsidie verlenen;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, wordt in het
                                subsidiebeleidsplan aangegeven op welk bedrag de instelling voor
                                ieder jaar recht heeft, dan wel op welke wijze het toegekende bedrag
                                jaarlijks geïndexeerd wordt;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de subsidie voor twee of meer kalenderjaren wordt verleend,
                                wordt aan de subsidie de verplichting verbonden tot het periodiek
                                aan het college van burgemeester en wethouders verstrekken van de
                                gegevens die voor de vaststelling van de subsidie van belang
                                zijn;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de
                                subsidieontvanger krachtens het derde lid moet verstrekken, alsmede
                                op welke tijdstippen de gegevens moeten worden verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien een meerjarige subsidie is verleend, behoudt het college van
                                burgemeester en wethouders de bevoegdheid om de subsidie tussentijds
                                te verminderen, onder gelijktijdige aanpassing van de verlangde
                                prestaties.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De bevoegdheid bedoeld in lid 5 wordt alleen gebruik, indien de
                                budgettaire positie van de gemeente daar dringend aanleiding toe
                                geeft, dan wel de geleverde activiteiten en prestaties aantoonbaar
                                beneden het niveau liggen waarover het in artikel 2.3 bedoelde
                                overleg heeft plaatsgevonden</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.12</nr><titel>Toezicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd onderzoek te
                                doen naar de juistheid en de getrouwheid van alle door aanvrager
                                verstrekte gegevens;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De administratie van de aanvrager dient zodanig te zijn ingericht
                                dat een onderzoek als bedoeld in het eerste lid te allen tijde op
                                eenvoudige wijze mogelijk is;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aanvrager is verplicht door het college van burgemeester en
                                wethouders aangewezen ambtenaren of derden inzage te geven in zijn
                                boeken en andere zakelijke bescheiden, alle gewenste informatie te
                                verschaffen en toegang te verlenen tot zijn gebouwen ten einde het
                                onderzoek bedoeld in lid 1 te kunnen uitvoeren;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Van een wijziging van zijn statuten geeft aanvrager onverwijld
                                kennis aan het college van burgemeester en wethouders.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.13</nr><titel>Intrekking, wijziging, vaststelling en terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer de omstandigheden zich voordoen die zijn genoemd in de
                                artikel 4:48 en 4:50 van de Awb, om de subsidieverlening in te
                                trekken of ten nadele van de subsidieontvanger te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voordat het college van burgemeester en wethouders een beschikking
                                tot subsidievaststelling verstrekken, toetst zij de jaarrekening en
                                het jaarverslag aan de beschikking tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer op basis van de toetsing bedoeld in lid 2, blijkt dat de
                                subsidieontvanger in gebreke is gebleven dan is het college van
                                burgemeester en wethouders bevoegd om de subsidie lager vast te
                                stellen, dan vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voordat het college van burgemeester en wethouders een besluit neemt
                                zoals bedoeld in het eerste en derde lid, treden zij in overleg met
                                de subsidieontvanger.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan het bepaalde in lid 1 en lid
                                3 van dit artikel kan het college van burgemeester en wethouders tot
                                terugvordering overgaan van hetgeen ten onrechte is uitbetaald. De
                                aanvrager is verplicht tot onverwijlde betaling van de
                                teruggevorderde subsidie.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.14</nr><titel>ntrekking, wijziging en terugvordering vastgestelde
                                subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de
                                subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger
                                wijzigen op de in artikel 4:49 Awb vermelde gronden;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan het bepaalde in lid 1 van dit
                                artikel kan het college van burgemeester en wethouders tot
                                terugvordering overgaan van hetgeen ten onrechte is uitbetaald. De
                                aanvrager is verplicht tot onverwijlde betaling van de
                                teruggevorderde subsidie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Contractsubsidies</titel></kop><structuurtekst><al> </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Omschrijving</titel></kop><al>Een subsidie als bedoeld in dit hoofdstuk kan aan organisaties, werkzaam
                            op het terrein van het maatschappelijk welzijn worden verstrekt, indien
                            het college van burgemeester en wethouders de uitvoering van de
                            activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd naar aard, inhoud en
                            omvang in relatie tot het gemeentelijk beleid wil beïnvloeden en
                            daarover met aanvrager overeenstemming wenst te bereiken.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.8 gaat een aanvraag voorts
                            vergezeld van:</al><lijst><li nr="1."><al>een werkplan waarin nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de
                                    activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;</al></li><li nr="2."><al>een begroting waarin een duidelijke relatie wordt gelegd met het
                                    werkplan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Overleg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders treedt met de instelling
                                in overleg, om tot overeenstemming te komen omtrent de van de
                                instelling te verlangen activiteiten, de te leveren prestaties en de
                                overige subsidievoorwaarden zoals bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Leidt dit overleg tot overeenstemming, dan neemt het college van
                                burgemeester en wethouders het ontwerp van de beschikking tot
                                subsidieverlening, bedoeld in artikel 2.4, op in het
                                subsidiebeleidsplan</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Leidt dit overleg niet tot overeenstemming, dan maakt het college
                                van burgemeester en wethouders hiervan melding in het
                                subsidiebeleidsplan, waarbij zij de afwijkende opvatting van de
                                instelling vermelden en gemotiveerd aangeven waarom zij deze
                                opvatting niet delen. Bovendien geeft het college van burgemeester
                                en wethouders aan op welke wijze in de activiteiten en prestaties
                                bedoeld in lid 1 zal worden voorzien.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ten behoeve van de verstrekking van een contractsubsidie wordt
                                voorafgaande aan de beschikking tot subsidievaststelling een
                                beschikking tot subsidieverlening gegeven;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.10 bevat de beschikking tot
                                subsidieverlening een beschrijving van de activiteiten en prestaties
                                waarvoor subsidie wordt verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Relatie met ondersteuningssubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor zover de organisatie waaraan een contractsubsidie wordt
                                toegekend tevens in aanmerking komt voor een ondersteuningssubsidie
                                zoals bedoeld in hoofdstuk 3, maakt deze subsidie een integraal
                                onderdeel uit van de beschikking tot verlening van een
                                contractsubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer in de contractsubsidie een ondersteuningssubsidie is
                                opgenomen, dan zijn de bepalingen van hoofdstuk 2 volledig van
                                toepassing op deze subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Uitbetaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Binnen 4 weken nadat het college van burgemeester en wethouders een
                                beschikking tot subsidieverlening heeft gegeven stelt zij door
                                middel van een beschikking tot voorschotverlening de subsidie bij
                                voorschot betaalbaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het voorschot is gelijk aan het bedrag dat in de beschikking tot
                                subsidieverlening wordt vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het aantal termijnen
                                waarin het voorschot betaalbaar wordt gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Jaarrapportage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het subsidiejaar dient de
                                ontvanger van een contractsubsidie bij het college van burgemeester
                                en wethouders een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie. Deze
                                aanvraag dient vergezeld te gaan van een financiële rapportage, een
                                balans en een verslag van de activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen
                                ten aanzien van de vorm en de inhoud van de financiële rapportage en
                                het verslag van de activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het verstrekte subsidie hoger is dan € 50.000,-, dient
                                aanvrager tegelijk met de aanbieding van de rapportage genoemd in
                                lid 1, een getrouwheidsverklaring van een daartoe wettelijk bevoegd
                                accountant over te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en
                                wethouders voor het bedrag genoemd in het derde lid een ander bedrag
                                vaststellen.</al><al> </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Ondersteuningssubsidie</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Een subsidie als bedoeld in dit hoofdstuk wordt aan organisaties,
                                werkzaam op het terrein van het maatschappelijk welzijn verstrekt,
                                indien het college van burgemeester en wethouders de doelstelling en
                                feitelijke werkzaamheden van aanvrager wenst te ondersteunen zonder
                                deze, of slechts in beperkte mate, naar aard, inhoud of omvang te
                                willen beïnvloeden.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Op een subsidie bedoeld in dit hoofdstuk is het bepaalde in artikel
                                1.9 lid 5 niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een ondersteuningssubsidie wordt door het college van
                                    burgemeester en wethouders verstrekt, door middel van een
                                    beschikking tot subsidievaststelling</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan de beschikking tot subsidievaststelling gaat geen
                                    beschikking tot subsidieverlening vooraf.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.10 bevat de beschikking
                                    tot subsidievaststelling een beknopte beschrijving van de
                                    activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan het college van
                                    burgemeester en wethouders bij subsidies van aanzienlijke
                                    omvang, dit ter beoordeling aan het college, in de beschikking
                                    tot subsidievaststelling voorwaarden en beperkingen opnemen met
                                    betrekking tot de activiteiten en prestaties waarvoor de
                                    subsidie wordt verleend;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Tenzij in de beschikking waarbij een ondersteuningssubsidie
                                    wordt verstrekt anders is aangegeven, geschiedt de uitbetaling
                                    in één termijn, binnen zes weken na de dag waarop het besluit is
                                    bekendgemaakt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Vormen van ondersteuningssubsidies</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>A</nr><titel>Doelgroepensubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.1</nr><titel>Artikel 1</titel></kop><lijst><li nr="a."><al> Een doelgroepensubsidie wordt verstrekt aan onder meer
                                            de volgende groepen van instellingen en organisaties:
                                            sportorganisaties, jeugdorganisaties, organisaties op
                                            het gebied van muziek, ouderenorganisaties.</al></li><li nr="b."><al> Een doelgroepensubsidie kan ook aan andere groepen van
                                            instellingen dan aan de groepen van instellingen genoemd
                                            in lid a worden toegekend.</al></li><li nr="c."><al> Het voornemen van het college van burgemeester en
                                            wethouders om ook aan andere soorten instellingen dan
                                            aan de instellingen genoemd in lid a een
                                            doelgroepensubsidie toe te kennen, wordt opgenomen in
                                            het subsidiebeleidsplan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.2</nr><titel>Artikel 2</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Een sportorganisatie: een instelling die tot doel heeft
                                            de beoefening van de sport of de lichamelijke oefening
                                            door haar leden mogelijk te maken en te bevorderen;</al></li><li nr="b."><al>Een jeugdorganisatie: een instelling die tot doel heeft
                                            het scheppen en uitbouwen van de mogelijkheden tot
                                            lichamelijke en/of geestelijke ontwikkeling of
                                            ontspanning van de leden, voor zover het niet betreft
                                            sportbeoefening en/of lichamelijke oefening;</al></li><li nr="c."><al>Een jeugdlid: een lid dat op 1 januari van het jaar
                                            voorafgaande aan het subsidiejaar niet ouder is dan
                                            zeventien jaar en woonachtig is in de gemeente Son en
                                            Breugel of in die gebieden die niet behoren tot de
                                            gemeente Son en Breugel, doch waarvan de bewoners van
                                            oudsher zijn georiënteerd op Son en Breugel, dit laatste
                                            ter beoordeling van het college van burgemeester en
                                            wethouders.</al></li><li nr="d."><al>Een muziekorganisatie: een instelling die is aangesloten
                                            bij een regionale of landelijke organisatie op het
                                            gebied van de amateuristische muziekbeoefening en in dat
                                            kader deelneemt aan concoursen;</al></li><li nr="e."><al>Een leerling: een lid van een muziekorganisatie die bij
                                            de betreffende instelling een opleiding volgt, die geen
                                            subsidie ontvangt op basis van de "Subsidieverordening
                                            Muziekonderwijs 2001", die op 1 januari van het jaar
                                            voorafgaande aan het subsidiejaar niet ouder is dan
                                            eenentwintig jaar en woonachtig is in de gemeente Son en
                                            Breugel of in die gebieden die niet behoren tot de
                                            gemeente Son en Breugel, doch waarvan de bewoners van
                                            oudsher zijn georiënteerd op Son en Breugel; dit laatste
                                            ter beoordeling van het college van burgemeester en
                                            wethouders.</al></li><li nr="f."><al>Een ouderenorganisatie: een bij een landelijke
                                            organisatie aangesloten vereniging die zich inzet voor
                                            de behartiging van de belangen van ouderen</al></li><li nr="g."><al>Een lid van een ouderenorganisatie: een lid van een
                                            ouderenorganisatie die op 1 januari van het jaar
                                            voorafgaande aan het subsidiejaar ouder is dan zestig
                                            jaar en woonachtig is in de gemeente Son en Breugel of
                                            in die gebieden die niet behoren tot de gemeente Son en
                                            Breugel, doch waarvan de bewoners van oudsher zijn
                                            georiënteerd op Son en Breugel; dit laatste ter
                                            beoordeling van het college van burgemeester en
                                            wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.3</nr><titel>Uitsluiting</titel></kop><al> </al><al>Op een subsidie bedoeld in dit hoofdstuk is het bepaalde in
                                    artikel 1.9 lid 5 niet van toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.4</nr><titel>Subsidiegrondslagen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De subsidie voor de groepen van instellingen bedoeld in
                                            artikel 3A.1 wordt gebaseerd op
                                            subsidiegrondslagen.</al></li><li nr="b."><al>Binnen iedere groep van instellingen bedoeld in artikel
                                            3A.1, worden dezelfde subsidiegrondslagen
                                            gehanteerd.</al></li><li nr="c."><al>De subsidiegrondslagen en de hoogte hiervan worden
                                            vastgesteld in het subsidiebeleidsplan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.5</nr><titel>Subsidievoorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>In aanvulling op de bepalingen in hoofdstuk 1 kan het
                                            college van burgemeester en wethouders voor iedere groep
                                            van instellingen bedoeld in artikel 3A.1, afzonderlijke
                                            subsidievoorwaarden vaststellen.</al></li><li nr="b."><al>Indien het college van burgemeester en wethouders dit
                                            noodzakelijk acht met het oog op een adequate uitvoering
                                            van de gesubsidieerde activiteiten en een efficiënte
                                            besteding van de middelen, kan het college in aanvulling
                                            op de subsidievoorwaarden bedoeld in lid a, een
                                            instelling aanvullende subsidievoorwaarden
                                            opleggen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>B</nr><titel>Waarderingsubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3B.1</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Een waarderingssubsidie wordt verstrekt aan onder meer
                                            de volgende groepen van instellingen en organisaties:
                                            organisaties op het gebied van zang en toneel,
                                            vrouwenorganisaties, buurtorganisaties, organisaties op
                                            het gebied van culturele activiteiten.</al></li><li nr="b."><al>Een waarderingssubsidie kan ook aan andere groepen van
                                            instellingen dan aan de groepen van instellingen genoemd
                                            in lid a worden toegekend.</al></li><li nr="c."><al>Het voornemen van het college van burgemeester en
                                            wethouders om ook aan andere groepen van instellingen
                                            dan aan de instellingen genoemd in lid a een
                                            waarderingssubsidie toe te kennen, wordt opgenomen in
                                            het subsidiebeleidsplan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3B.2</nr><titel>Uitsluiting</titel></kop><al>Op een subsidie bedoeld in dit hoofdstuk is het bepaalde 1.9 lid
                                    5 niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3B.3</nr><titel>Subsidiegrondslagen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De subsidie voor de groepen van instellingen bedoeld in
                                            artikel 3B.1 wordt gebaseerd op
                                            subsidiegrondslagen.</al></li><li nr="b."><al>Binnen iedere groep van instellingen bedoeld in artikel
                                            3B.1, worden dezelfde subsidiegrondslagen
                                            gehanteerd.</al></li><li nr="c."><al>De subsidiegrondslagen en de hoogte hiervan worden
                                            vastgesteld in het subsidiebeleidsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3B.4</nr><titel>Subsidievoorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>In aanvulling op de bepalingen in hoofdstuk 1 kan het
                                            college van burgemeester en wethouders voor iedere groep
                                            van instellingen bedoeld in artikel 3B.1, afzonderlijke
                                            subsidievoorwaarden vaststellen.</al></li><li nr="b."><al>Indien het college van burgemeester en wethouders dit
                                            noodzakelijk acht met het oog op een adequate uitvoering
                                            van de gesubsidieerde activiteiten en een efficiënte
                                            besteding van de middelen, kan het college in aanvulling
                                            op de subsidievoorwaarden bedoeld in lid a, een
                                            instelling aanvullende subsidievoorwaarden
                                            opleggen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>C</nr><titel>Accommodatiesubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3C.1</nr><titel/></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing op aanvragen door een
                                    instelling voor de verstrekking van een subsidie in de
                                    huursom.</al><al>Onderhuurders komen niet in aanmerking voor een
                                    accommodatiesubsidie in de huursom. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3C.2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder
                                        'huursom' het huurtarief verstaan zoals dat op grond van de
                                        "Verordening huurtarieven gemeentelijke accommodaties 1989"
                                        wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij een niet-gemeentelijke accommodatie, geldt het fictieve
                                        huurbedrag dat met toepassing van de rekenmethode, vermeld
                                        in artikel 3 van de "Verordening huurtarieven gemeentelijke
                                        accommodaties 1989", voor de betreffende accommodatie kan
                                        worden bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3C.3</nr><titel>Subsidiegrondslagen</titel></kop><al>De subsidie bedraagt een percentage van de huursom dat voor de
                                    betreffende accommodatie is vastgesteld. De percentages worden
                                    in het subsidiebeleidsplan opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3C.4</nr><titel>Subsidievoorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>In aanvulling op de bepalingen in hoofdstuk 1 kan het
                                            college van burgemeester en wethouders voor de
                                            accommodatiesubsidies subsidievoorwaarden
                                            vaststellen.</al></li><li nr="b."><al>Indien het college van burgemeester en wethouders dit
                                            noodzakelijk acht met het oog op een adequate uitvoering
                                            van de gesubsidieerde activiteiten en een efficiënte
                                            besteding van de middelen, kan het college in aanvulling
                                            op de subsidievoorwaarden bedoeld in lid a, een
                                            instelling aanvullende subsidievoorwaarden
                                            opleggen.</al></li><li nr="c."><al>De accommodaties waarop accommodatiesubsidie wordt
                                            verleend, worden opgenomen in het subsidiebeleidsplan.
                                        </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3C.5</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.8 lid 3, gaat een aanvraag voor een
                                    subsidie in de huursom, vergezeld van een op naam gestelde
                                    huurnota.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3C.6</nr><titel>Tarief onderverhuur</titel></kop><al>Bij onderverhuur van een gesubsidieerde accommodatie voor
                                    activiteiten gericht op de bevordering van het maatschappelijk
                                    welzijn wordt een op de exploitatielasten, exclusief de
                                    kapitaallasten gebaseerd tarief in rekening gebracht.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3C.7</nr><titel>Verbod feesten en partijen</titel></kop><al>Feesten en partijen, voor zover gehouden wegens gebeurtenissen
                                    in de persoonlijke sfeer, zijn in accommodaties waarvoor
                                    subsidie wordt toegekend, niet toegestaan en voor het overige
                                    slechts indien en voor zover het betreft feesten en partijen van
                                    verenigingen, stichtingen of groeperingen die ten behoeve van de
                                    door hun georganiseerde activiteiten een duurzaam gebruik van de
                                    accommodatie maken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>D</nr><titel>Overige vormen van ondersteuningssubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3D.1</nr><titel>Reikwijdte.</titel></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing op de verlening van een
                                    ondersteuningssubsidie die niet kan worden gerekend tot de
                                    vormen van ondersteuningssubsidie vermeld in hoofdstuk 3,
                                    afdeling 2, paragraaf A, B en C.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3D.2</nr><titel>Subsidiegrondslagen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidie voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel
                                        3D.1 omvat, afhankelijk van de activiteiten die worden
                                        ontwikkeld, een per activiteit te bepalen bedrag, dan wel
                                        een jaarlijks te bepalen bedrag in bepaalde te maken
                                        kosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De hoogte van deze bijdragen wordt vastgesteld in het
                                        subsidiebeleidsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3D.3</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders bepaalt welke
                                    gegevens in aanvulling op artikel 1.8 lid 3, bij de aanvraag
                                    voor een subsidie op basis van deze paragraaf dienen te worden
                                    overlegd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>E</nr><titel>Vormen van eenmalige ondersteuningssubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Sub-paragraaf</label><nr>E1</nr><titel>Projectsubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze paragraaf is van toepassing op subsidies die door
                                            het college van burgemeester en wethouders zijn
                                            aangemerkt als projectsubsidies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een projectsubsidie is een ondersteuningssubsidie en
                                            wordt niet opgenomen in het Subsidiebeleidsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E1.2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Een subsidie kan als projectsubsidie worden aangemerkt als
                                        het een subsidie betreft die betrekking heeft op een
                                        samenhangend geheel van activiteiten, welke gedurende een
                                        bepaalde tijdsperiode wordt uitgevoerd, teneinde een nader
                                        omschreven specifiek doel te bereiken.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E1.3</nr><titel>Subsidiegrondslagen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidie bestaat uit een bijdrage in de kosten van
                                            het project.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders bepaalt de
                                            hoogte van de bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders informeert de
                                            bevoegde raadscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E1.4</nr><titel/></kop><al>Op een subsidie bedoeld in deze paragraaf zijn de bepalingen
                                        van artikel 1.8 lid 1 en 2 niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E1.5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor een projectsubsidie dient uiterlijk
                                            tien weken voor aanvang van het project te worden
                                            ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van een begroting en
                                            een projectplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E1.6</nr><titel>Beoordeling aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het project bedoeld in artikel 3E1.1, dient naar het
                                            oordeel van het college van burgemeester en wethouders
                                            een duidelijke bijdrage te leveren aan de verbreding van
                                            de diversiteit van het maatschappelijk welzijn in de
                                            gemeente Son en Breugel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor hetzelfde project wordt slechts eenmaal subsidie
                                            toegekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een project dat in slechts beperkte mate afwijkt van een
                                            project waaraan eerder subsidie is toegekend, dit ter
                                            beoordeling van het college van burgemeester en
                                            wethouders, komt niet in aanmerking voor subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een project waarvoor reeds subsidie wordt toegekend op
                                            grond van hoofdstuk 2 en 3 van deze verordening, komt
                                            niet in aanmerking voor een projectsubsidie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere
                                            regels vaststellen met betrekking tot de voorwaarden
                                            waaraan aanvragen voor een project subsidie dienen te
                                            voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Sub-paragraaf</label><nr>E2</nr><titel>investeringssubsidies</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E2.1</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze paragraaf is van toepassing op subsidies die door
                                            het college van burgemeester en wethouders zijn
                                            aangemerkt als investeringssubsidies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een investeringssubsidie wordt niet opgenomen in het
                                            Subsidiebeleidsplan.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E2.2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een subsidie kan als investeringssubsidie worden
                                            aangemerkt als het een subsidie betreft die betrekking
                                            heeft op de kosten van aankoop, nieuwbouw, uitbreiding
                                            of verbouwing van een accommodatie en/of de inrichting
                                            van een accommodatie en/of de aanschaf van duurzame
                                            gebruiksgoederen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een investeringssubsidie beneden een door het college
                                            van burgemeester en wethouders te bepalen bedrag is een
                                            ondersteuningssubsidie. Artikel 3.2 is niet van
                                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een investeringssubsidie boven een door het college van
                                            burgemeester en wethouders te bepalen bedrag is een
                                            contractsubsidie. De volgende artikelen zijn niet van
                                            toepassing: Artikel 2.2, artikel 2.3 lid 2 en 3, artikel
                                            2.5 en artikel 2.6.</al><al> </al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E2.3</nr><titel>Subsidiegrondslagen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidie bestaat uit een bijdrage in de
                                            investeringskosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders bepaalt de
                                            hoogte van de bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders informeert de
                                            bevoegde raadscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E2.4</nr><titel/></kop><al>Op een subsidie bedoeld in deze paragraaf zijn de bepalingen
                                        van artikel 1.8 lid 1 en 2 niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E2.5</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor een investeringssubsidie dient
                                            tenminste 26 weken voordat de investering wordt gedaan
                                            te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van een begroting en
                                            een beschrijving van de te verrichten investering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Sub-paragraaf</label><nr>E3</nr><titel>Jubileumsubsidies</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E3.1</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze paragraaf is van toepassing op subsidies die door
                                            het college van burgemeester en wethouders zijn
                                            aangemerkt als jubileumsubsidies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een jubileumsubsidie is een ondersteuningssubsidie en
                                            wordt niet opgenomen in het Subsidiebeleidsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E3.2</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Een subsidie wordt als jubileumsubsidie aangemerkt als het
                                        een tegemoetkoming betreft in de kosten van
                                        jubileumactiviteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E3.3</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een jubileumsubsidie wordt toegekend bij 12½, 25, 40,
                                            50, 60, 75 jarig bestaan van instellingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor jubilea boven 75 jaar bepaalt het college van
                                            burgemeester en wethouders een redelijke bijdrage
                                            afgestemd op de activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De hoogte van de jubileumsubsidie zoals bedoeld in lid 1
                                            wordt opgenomen in het subsidiebeleidsplan.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E3.4</nr><titel/></kop><al>Op een subsidie bedoeld in deze paragraaf zijn de bepalingen
                                        van artikel 1.8 lid 1 en 2 niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E3.5</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor een jubileumsubsidie dient uiterlijk
                                            tien weken voor de datum waarop het jubileum plaats
                                            vindt te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van een begroting en
                                            een beschrijving van de te organiseren activiteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Sub-paragraaf</label><nr>E4</nr><titel>eenmalige subsidies</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E4.1</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze paragraaf is van toepassing op subsidies die door
                                            het college van burgemeester en wethouders zijn
                                            aangemerkt als eenmalige subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een eenmalige subsidie is een ondersteuningssubsidie en
                                            wordt niet opgenomen in het Subsidiebeleidsplan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het jaarlijks beschikbare budget voor éénmalige
                                            subsidies wordt opgenomen in het
                                            subsidiebeleidsplan.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E4.2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Een subsidie kan als eenmalige subsidie worden aangemerkt
                                        als het een tegemoetkoming betreft in de kosten van
                                        éénmalige aangelegenheden die een duidelijke bijdrage
                                        leveren aan het maatschappelijk welzijn van de inwoners van
                                        de gemeente Son en Breugel.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E4.3</nr><titel>Subsidiegrondslagen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidie bestaat uit een bijdrage in de kosten van de
                                            betreffende activiteit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders bepaalt de
                                            hoogte van de bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders informeert de
                                            bevoegde raadscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E4.4</nr><titel/></kop><al>Op een subsidie bedoeld in deze paragraaf zijn de bepalingen
                                        van artikel 1.8 lid 1 en 2 niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E4.5</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor een eenmalige activiteit dient
                                            uiterlijk tien weken voor aanvang van de betreffende
                                            activiteit te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van een begroting en
                                            een beschrijving van de te organiseren activiteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3E4.6</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De activiteit bedoelt in artikel 6D.2, dient een
                                            duidelijke bijdrage te leveren aan het maatschappelijk
                                            welzijn van de inwoners van de gemeente Son en
                                            Breugel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een activiteit waarvoor reeds subsidie wordt toegekend
                                            op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 en 5 van deze
                                            verordening, komt niet in aanmerking voor subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een activiteit die uitsluitend of in overwegende mate
                                            ten goede komt van de leden / donateurs e.d. van de
                                            instelling die de subsidie aanvraagt en slechts in
                                            geringe mate van de plaatselijke samenleving, komt niet
                                            in aanmerking voor subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Activiteiten van instellingen die niet in onze gemeente
                                            zijn gevestigd en die niet of in slechts beperkte mate
                                            ten goede komen van de plaatselijke gemeenschap, komen
                                            niet voor subsidie in aanmerking.</al><al> </al><al> </al></lid></artikel></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Ontheffing / hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                college van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in individuele
                                gevallen van een of meer verplichtingen van deze verordening
                                ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                                gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van hetgeen bij of
                                krachtens deze verordening is bepaald, wanneer strikte toepassing
                                daarvan tot kennelijke onbillijkheden leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening is voor het eerst van toepassing op subsidie
                                aangevraagd voor het subsidiejaar 2005.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Subsidieverordening Welzijn 2002 blijft ongewijzigd van
                                toepassing ten aanzien van de subsidies die tot en met 2004 zijn of
                                worden toegekend.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Intrekken verordeningen</titel></kop><al>Onverkort het bepaalde in artikel 4.2 lid 3 worden met ingang van de
                            datum waarop de "Subsidieverordening Welzijn 2005" van kracht is
                            geworden de "Subsidieverordening Welzijn 2004" ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Instellingen die op grond van deze verordening aanspraak kunnen
                                maken op een hogere dan wel lagere subsidie dan zij op grond van de
                                "Subsidieverordening Welzijn 2002" zouden ontvangen, wordt subsidie
                                verstrekt volgens een opbouw- respectievelijk afbouwregeling voor de
                                duur van maximaal 3 jaren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De hoogte van de opgrond van de in het 1e lid bedoelde subsidie
                                wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Bijzondere overbruggingsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In 2005 worden de subsidiegrondslagen die in deze verordening zijn
                                vermeld, niet toegepast op instellingen die zich op bijzondere wijze
                                inzetten voor de gemeenschap. Verder worden de subsidiegrondslagen
                                niet toegepast op de subsidiëring van volksfeesten en culturele
                                evenementen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het Subsidiebeleidsplan 2005 wordt vastgesteld welke instellingen
                                onder deze bijzondere overbruggingsregeling vallen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op de bedoelde instellingen blijft de Subsidieverordening Welzijn
                                2002 en de uitwerking die daaraan is gegeven in het
                                subsidiebeleidsplan 2004 van toepassing.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de "Subsidieverordening
                            Welzijn 2005".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 december 2004.</ondertekening><ondertekening> </ondertekening><ondertekening> </ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> </ondertekening><ondertekening> </ondertekening><ondertekening> </ondertekening><ondertekening>mr. F. den Hengst drs. J.F.M. Gaillard.</ondertekening><ondertekening> </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>