<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77695_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reinigingsheffingen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentwet, art. 229.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reinigingsheffingen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 2010/ 534_F</al><al>De raad van de gemeente Montfoort;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten 2011</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof
                            bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig
                            van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid
                            niet periodiek worden ingezameld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb.
                                1994, 80).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar
                                afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik
                                van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en
                                10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruikmaakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de
                                artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting
                                tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                        recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
                                        afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                                        afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 251,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 bedraagt de belasting per perceel per
                                belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar
                                of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de
                                belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 154,00.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven,
                                waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>de lopende kalendermaand ten volle wordt meegerekend, indien
                                        de belastingplicht is aangevangen voor de zestiende van die
                                        maand;</al></li><li nr="b."><al>de lopende kalendermaand ten volle buiten beschouwing
                                        blijft, indien de belastingplicht is aangevangen na de
                                        vijftiende van die maand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, voor het
                                einde van de belastingplicht, kalendermaanden zijn verstreken,
                                waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>de lopende kalendermaand ten volle wordt meegerekend, indien
                                        de belastingplicht is beëindigd na de vijftiende van die
                                        maand;</al></li><li nr="b."><al>de lopende kalendermaand ten volle buiten beschouwing
                                        blijft, indien de belastingplicht is beëindigd voor de
                                        zestiende van die maand.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt
                                opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voor zolang gebruikgemaakt wordt van de mogelijkheid van
                                automatische betalingsincasso geldt voor de aanslagen bedoeld onder
                                lid 1, een betalingstermijn van tien maanden, waarbij de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke
                                in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht bedraagt inclusief omzetbelasting per belastingjaar €
                                411,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot het recht dat per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht bedoeld in artikel 12, lid 1, wordt bij wege van
                                    aanslag geheven.</al></li><li nr="2."><al>Vervallen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht bedoeld in artikel 12, lid 1, is verschuldigd bij het
                                    begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang
                                    van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in
                                    dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                                    kalendermaanden overblijven, waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>de lopende kalendermaand ten volle wordt meegerekend,
                                            indien de belastingplicht is aangevangen voor de
                                            zestiende van die maand;</al></li><li nr="b."><al>de lopende kalendermaand ten volle buiten beschouwing
                                            blijft, indien de belastingplicht is aangevangen na de
                                            vijftiende van die maand.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, is het recht verschuldigd over zoveel twaalfde
                                    gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in
                                    dat jaar, voor het einde van de belastingplicht, kalendermaanden
                                    zijn verstreken, waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>de lopende kalendermaand ten volle wordt meegerekend,
                                            indien de belastingplicht is beëindigd na de vijftiende
                                            van die maand;</al></li><li nr="b."><al>de lopende kalendermaand ten volle buiten beschouwing
                                            blijft, indien de belastingplicht is beëindigd voor de
                                            zestiende van die maand.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Vervallen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen bedoeld in artikel 14, lid 1, worden betaald in
                                twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag
                                van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt
                                opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voor zolang gebruikgemaakt wordt van de mogelijkheid van
                                automatische betalingsincasso geldt voor de aanslagen bedoeld onder
                                lid 1, een betalingstermijn van tien maanden, waarbij de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke
                                in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vervallen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2010’ van 14 december 2009
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                                    reinigingsheffingen 2011’.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Montfoort, gehouden</ondertekening><ondertekening>op 13 december 2010. </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>