<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77694_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Son en Breugel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Son en Breugel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Son en Breugel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Brug, circa 13-10-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiele verordening gemeente Son en Breugel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-11-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04.0012997</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Son en Breugel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Son en Breugel;</al><al>gezien het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders van 14
                        september 2004, bijlage nr.: 52 - 2004 en gelet op artikel 212 van de
                        Gemeentewet,</al><al><vet>Besluit </vet></al><al>Vast te stellen: Verordening op de uitgangspunten voor het financieel
                        beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                        financiële organisatie van de gemeente Son en Breugel.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><structuurtekst><al>Kaderstellen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:
                        a. afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                        organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan
                        het college heeft.</al><al>b. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                        verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en
                        het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Son en
                        Breugel en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                        afgelegd.</al><al>c. financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat
                        het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de
                        financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Son
                        en Breugel, teneinde te komen tot een goed inzicht in: 1. de
                        financieel-economische positie; 2. het financiële beheer ; 3. de uitvoering
                        van de begroting; 4. het afwikkelen van vorderingen en schulden; 5. alsmede
                        tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.</al><al>d. administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen
                        gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking
                        van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de
                        verantwoordelijke leiding.</al><al>e. financieel beheer : het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het
                        beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de gemeente Son en
                        Breugel.</al><al>f. rechtmatigheid het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                        regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                        collegebesluiten.</al><al>g. doelmatigheid de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                        maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke
                        inzet van middelen, of met de beschikbare middelen zo veel mogelijk
                        resultaat wordt bereikt.</al><al>h. doeltreffendheid de mate waarin benoemde prestaties en geformuleerde
                        maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden
                        gehaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                raadsperiode een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten;</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot
                                de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en
                                diensten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                programma's.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De onderverdeling van de programma's in de producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk 15 juni van het begrotingsjaar een nota
                                aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie
                                opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken uit
                                de rapportage van het lopende begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 6 weken na aanbieding vast.</al><al/><al>Uitvoering</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                        eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                        productraming;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                        investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd
                                        bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële
                                        positie.;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden
                                        dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde
                                        programma onder druk komt te staan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma's
                                zoals geautoriseerd in de begroting niet worden overschreden. </al><al/><al>Beheersing en Interne controle</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                                rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                                college maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een
                                aantal processen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de
                                bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                gemeentelijke regelingen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in
                                het tweede lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor
                                herstel van de tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden.</al><al/><al>Rapportage en Verantwoording</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende
                                tijdstippen: - de eerste rapportage vóór 15 juni van het lopende
                                begrotingsjaar; - de tweede rapportage vóór 15 oktober van het
                                lopende begrotingsjaar;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen in beoogde maatschappelijke
                                effecten c.q. geleverde goederen en diensten en financiële
                                afwijkingen (zowel baten als lasten);</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                                een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
                                en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het
                                betreft niet bij begroting vastgestelde incidentele verplichtingen
                                inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 50.000;</al></li><li nr="b."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €
                                        50.000;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter
                                        dan € 50.000;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat
                                de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter
                                kennis van het college te brengen indien het college nieuwe
                                meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten
                                groter zijn dan € 25.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar
                                de programma verantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma's. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                        gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's of
                                de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><structuurtekst><al>Kaderstellen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                investeringskredieten en bepaalt tevens - bij uitzondering - welke
                                kredieten, voordat deze in uitvoering worden genomen, voor
                                besluitvorming nog aan de raad worden voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Kosten voor onderzoek en ontwikkeling en saldi van agio en disagio
                                worden niet geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden afgeschreven volgens de door de raad vastgestelde
                                methode in:</al><lijst><li nr="a."><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="b."><al>60 jaar: rioleringen;</al></li><li nr="c."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en
                                        bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="d."><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="e."><al>10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
                                        telefooninstallaties; schoolmeubilair; aanleg tijdelijke
                                        terreinwerken;</al></li><li nr="f."><al>nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen; groot
                                        onderhoud woonruimten en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="g."><al>7 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten;
                                        personenauto's; lichte motorvoertuigen; kantoormeubilair;
                                        overige inventaris;</al></li><li nr="h."><al>4 jaar: hardware en software;</al></li></lijst><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 exclusief
                                BTW worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze
                                laatst genoemden worden altijd geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden verstaan investe-ringen in aanleg en onderhoud
                                van: wegen, waterwegen; civiele kunstwerken, groen en
                                kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en
                                bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan
                                kan bij raadsbesluit worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen gebeuren op
                                andere grondslagen welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn
                                toegepast. De reden van verandering wordt in de toelichting op de
                                balans uiteengezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting;</al></li><li nr="b."><al>rioolrechten;</al></li><li nr="c."><al>en reinigingsrechten;</al></li></lijst><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van
                                het historische percentage van oninbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van
                                de openstaande vorderingen ouder dan zes maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks inzicht in de stand van de reserves en
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In ieder geval wordt ingegaan op:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Son en Breugel wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kosten-toerekening worden naast
                                de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die
                                rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                diensten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de (in)directe kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                                reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor</al><lijst><li nr="a."><al>Het college draagt bij de uitoefening van de
                                        financieringsfunctie zorg voo</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico's verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico's, koersrisico's en
                                        kredietrisico's;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
                                volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                        uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een
                                        AA-rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende rating
                                        agency, of bij instellingen voor wiens waardepapieren een
                                        solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                                        vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de
                                        hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd intact
                                        is.</al></li><li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                        financiële risico's;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1
                                        jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                        financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten
                                        van middelen of het verlenen van garanties luiden in
                                        euro;</al></li><li nr="f."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                        wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de
                                        kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te worden
                                        overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
                                zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit
                                financieringsstatuut. Het college zendt het besluit
                                financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie
                                van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen
                                niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en
                                de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                                ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts.;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt in een besluit vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    diensten;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de diensten van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de diensten over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de diensten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt in een besluit vast de interne
                            regels voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels
                            waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake
                            van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt in een besluit vast de interne
                            regels voor de toekenning van steunverlening aan ondernemingen en
                            subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming
                            met de regels terzake van de Europese Unie en de subsidieverordening van
                            de gemeente Son en Breugel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 18 november 2004, met dien
                            verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam "Financiële
                            verordening gemeente Son en Breugel".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 30 september 2004.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. F. den Hengst drs. J.F.M. Gaillard drs. J.F.M. Gaillard</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting op de artikelen uit de financiële verordening Gemeente Son en
                        Breugel</titel></kop><al>Artikel 2. Programmabegroting Dit artikel bevat een aantal bepalingen over de
                    inrichting van de begroting waarin de kaderstellende functie van de raad tot
                    uiting komt. De raad legt op basis van dit artikel een belangrijk deel van de
                    infrastructuur van de begroting vast, evenals de kengetallen waarop de raad wil
                    sturen en controleren.</al><al/><al>In het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 was de indeling van de
                    begroting in functies verplicht voorgeschreven. In het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten is dat niet meer zo. De gemeente bepaalt
                    nu zelf het aantal en de inhoud van de programma's van de begroting en kan
                    daardoor de begrotingsopzet aanpassen aan de eigen politiek-bestuurlijke wensen.
                    Zo kan een gemeente programma's indelen naar doelgroepen of indelen volgens de
                    pijlers van het grote stedenbeleid. Omdat er een politiek-bestuurlijke keuze ten
                    grondslag ligt aan de indeling van de programma's, stelt de raad de indeling
                    vast. Meestal zal die vaststelling voor enkele jaren gelden, bijvoorbeeld voor
                    een gehele raadsperiode. Indien daartoe aanleiding is, kan de raad de indeling
                    wijzigen.</al><al>Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen: wat willen we bereiken, wat gaan
                    we daar voor doen en wat mag dat kosten? Vooral voor de eerste twee vragen
                    zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand van die indicatoren
                    kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen. Ook dienen zij om de raad de
                    gelegenheid te bieden zijn controlerende functie in te vullen door de uitkomsten
                    en resultaten van de programma's te beoordelen. In het dualistisch bestel moet
                    de raad de w-vragen zelf beantwoorden; hij kan dat niet overlaten aan het
                    college of de ambtelijke organisatie.</al><al/><al>Artikel 3. Producten De raad stelt de programmabegroting vast. Ter uitvoering
                    van de begroting stelt het college - zoals geregeld in het Besluit begroting en
                    verantwoording - een productraming op. Het college is vrij in het aantal
                    producten en de indeling daarvan. De productraming is in de systematiek van het
                    besluit geen onderdeel van de begroting. De raad kan van oordeel zijn dat hij
                    bij de programmabegroting en verantwoording een overzicht wil hebben van welke
                    producten er bij de programma's horen. Dit wordt geregeld in het eerste
                    lid.</al><al/><al>Artikel 4. Kaders begroting De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de
                    infrastructuur van de begroting. Artikel 4 gaat over het meerjarige budgettaire
                    kader. Dat vormt, zoals in de meeste gemeenten gebruikelijk is, de grondslag
                    voor de eigenlijke begroting. Gegeven het grote belang van het budgetrecht van
                    de raad, is het logisch dat de raad expliciet een budgettair kader
                    vaststelt.</al><al/><al>Artikel 5. Uitvoering begroting In artikel 5 legt de raad het college een aantal
                    eisen op die voor een goede uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In
                    het eerste lid wordt bepaald dat het college de rechtmatigheid, de
                    doeltreffendheid en de doelmatigheid van de uitvoering dient te waarborgen. Lid
                    2 stelt eisen voor de onderwerpen die van belang zijn voor de opstelling van de
                    productraming. Lid 3 doet hetzelfde voor de uitvoering van de programma's van de
                    begroting. In het duale stelsel geeft de raad geen nadere uitvoeringsregels om
                    aan de prestatie-eis te voldoen. Deze uitvoeringsregels zijn aan het
                    college.</al><al>Artikel 6. Interne controleDe raad legt in dit artikel enkele basiscondities
                    vast voor de interne controle. Daarmee verkrijgt de raad de zekerheid dat het
                    college aan de eisen genoemd in met name artikel 5, eerste lid, zal kunnen
                    voldoen. De modelverordening geeft in het eerste lid aan het college de opdracht
                    voor de inrichting van de financiële organisatie verschillende maatregelen te
                    treffen op het gebied van interne controle, bijvoorbeeld een adequate
                    functiescheiding. Voor een goede interne controle zijn echter aanvullende
                    onderzoeken nodig. In het tweede lid van artikel 6 wordt aangegeven, dat
                    toetsing van (werk)processen centraal staan (dus niet de organisatieonderdelen).
                    Het derde en vierde lid regelt dat het college op grond van de uitkomsten van de
                    onderzoeken bij tekortkomingen maatregelen tot herstel treft en dat de raad over
                    de uitkomsten van de onderzoeken en de eventuele maatregelen tot herstel op de
                    hoogte wordt gebracht. De genoemde onderzoeken in dit artikel omvatten niet de
                    interne onderzoeken van het college naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid
                    van het gevoerde bestuur. Regels voor deze interne onderzoeken zijn opgenomen in
                    de verordening artikel 213a Gemeentewet.</al><al/><al>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie Artikel 7, eerste tot en met
                    vierde lid, formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning en control van
                    de raad. De raad geeft namelijk aan de aard van de informatie die het college
                    standaard dient te verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis van
                    deze informatie kan de raad de uitvoering van de begroting volgen en besluiten
                    of bijsturing nodig is. Artikel 7 regelt wanneer de raad tussentijds over de
                    stand van zaken in het lopende begrotingsjaar moet worden geïnformeerd. In dit
                    artikel is gekozen voor twee tussenrapportages. Er kan natuurlijk ook gekozen
                    worden voor slechts één tussenrapportage net voor de begrotingsbehandeling. Door
                    het vastleggen van de datum in het artikel kan de raad een maximale termijn
                    vastleggen, waarbinnen de tussenrapportages moeten worden samengesteld en
                    opgeleverd. In het derde lid van het artikel geeft de raad kaders voor de
                    inrichting van de tussenrapportages. In het vierde lid geeft de raad aan
                    waarover hij in elk geval in de tussenrapportages wil worden geïnformeerd. Om de
                    gemeentelijke organisatie niet op te zadelen met een rapportagecircus is het
                    natuurlijk wel zaak, dat de tussenrapportages niet te uitgebreid en
                    overzichtelijk zijn. De stand van zaken van - en prognose voor het lopende
                    begrotingsjaar kan overigens naast de jaarstukken van het afgelopen jaar mede
                    een belangrijke basis zijn voor het inzicht voor en het opstellen van de komende
                    begroting. Het vijfde en zesde lid gaan in op de informatieplicht van het
                    college voor nieuwe, niet in de begroting opgenomen activiteiten. De raad
                    autoriseert het college met het vaststellen van de begroting op hoofdlijnen het
                    door het college uit te voeren beleid. Hiermee worden alle afzonderlijke
                    verplichtingen die in de programma's besloten liggen in materiële zin oftewel
                    financieel geaccordeerd. Bij de uitvoering van de begroting geldt voor het
                    college de informatieplicht uit het vierde lid artikel 169 Gemeentewet. Bij het
                    aangaan van verplichtingen of het uitoefenen van bevoegdheden door het college
                    met ingrijpende gevolgen voor de gemeente moet het college eerst het gevoelen
                    van de raad inwinnen. De raad schrijft nu in dit artikel voor welke
                    privaatrechtelijke rechtshandelingen in elk geval vooraf aan de raad moeten
                    worden gemeld. De raad perkt hiermee de beoordelingsvrijheid in van het college
                    door zelf te bepalen wat belangrijk genoeg is om vooraf aan de raad mee te
                    delen. De raad schept op deze wijze echter ook zekerheid voor het college. Het
                    college weet welke informatie hij in elk geval vooraf aan de raad moet
                    mededelen. Het haalt mogelijke misverstanden en politieke spanningen uit de
                    lucht. Voor verschillende privaatrechtelijke rechtshandelingen kunnen in de
                    verordening limietbedragen worden ingevuld. Bij de rechtshandelingen boven deze
                    limieten wordt het college verplicht vooraf het gevoelen van de raad in te
                    winnen. Beneden deze bedragen blijft overigens de informatieplicht voor het
                    college gelden, zoals neergelegd in artikel 169, vierde lid, Gemeentewet, dat
                    wil zeggen dat het college gehouden is de raad te informeren over het gebruik
                    van collegebevoegdheden indien er om welke reden dan ook ingrijpende gevolgen
                    zijn te verwachten.</al><al/><al>Artikel 8. Jaarrekening Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de
                    verantwoording over de begrotingsuitvoering door het college, c.q. de controle
                    van de raad daarop. Basis daarvoor is de product-realisatie. In het eerste lid
                    wordt daarvoor een kwaliteitseis gesteld. Het tweede lid is de tegenpool van
                    artikel 2, lid 2.</al><al/><al>Artikel 9. De financiële positie De raad geeft in dit artikel enkele belangrijke
                    uitgangspunten aan die het college voor de uiteenzetting van de financiële
                    positie en de meerjarenramingen moet volgen. Tevens wordt hier expliciet
                    vastgelegd hoe de raad bij het vaststellen van de begroting, de
                    investeringskredieten autoriseert.</al><al/><al>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa De verordening moet
                    volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de "regels voor waardering
                    en afschrijving activa". Artikel 10 stelt de regels voor de waardering en
                    afschrijving van de vaste activa. De vaste activa worden verplicht ingedeeld in
                    immateriële vaste activa, materiele vaste activa en financiële vaste activa. De
                    immateriële vaste activa worden verdeeld in de kosten voor onderzoek en
                    ontwikkeling en de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het
                    saldo van agio en disagio. De materiele vaste activa worden onderverdeeld in
                    materiele vaste activa met economisch nut en materiele vaste activa met alleen
                    maatschappelijk nut. Het eerste lid bepaalt, dat het saldo van agio en disagio
                    en de kosten voor onderzoek en ontwikkeling niet worden geactiveerd. Deze
                    immateriële activa worden conform het "Besluit begroting en verantwoording
                    gemeenten en provincies" ineens ten laste van het resultaat worden gebracht. De
                    raad kan de afschrijvingstermijn en wijze op deze plaats in de verordening
                    vastleggen. Het tweede lid bepaalt, dat de kosten voor het afsluiten van
                    geldleningen ineens ten laste van het resultaat worden gebracht. Het derde lid
                    geeft de afschrijvingstermijnen van de materiele vaste activa met economisch
                    nut. De afschrijvingswijze van deze activa gebeurt op de door de raad
                    voorgeschreven manier. De afschrijvingstermijnen zijn afgestemd op de
                    gemeentelijke situatie. De maat voor de afschrijvingstermijnen is de economische
                    levensduur. Het vierde lid geeft een opsomming van de activa van de gemeente,
                    welke slechts een maatschappelijk en geen economisch nut hebben. Investeringen
                    in vaste activa met alleen maatschappelijk nut mogen ineens ten laste van de
                    exploitatie worden gebracht. Deze investeringen genereren geen inkomsten en
                    brengen bij verkoop geen geld op. Activering van deze activa zou een opwaartse
                    vertekening van het eigen vermogen betekenen. In lid 4 is aangegeven welke
                    soorten van activa het betreft. Meer gedetailleerd gaat het dan om de zaken als
                    waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen, straten,
                    fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties,
                    openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimten, parken en
                    overig groen. Het vijfde lid bepaalt, dat activa met alleen maatschappelijk nut
                    onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves direct ten laste
                    van de exploitatie worden gebracht. Slechts bij uitzondering mogen dergelijke
                    investeringen met toestemming van de raad worden geactiveerd. Dit kan nodig zijn
                    ingeval een gemeente een (aantal) zeer grote investering in de openbare ruimte
                    wil uitvoeren. Een gemeente kan bij een dergelijk (meerjarige) investering de
                    begroting mogelijk niet sluitend krijgen. Dit is echter wel verplicht. Artikel
                    189 Gemeentewet bepaalt namelijk, dat de begroting in enig jaar in evenwicht is,
                    dan wel evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand wordt gebracht. In een
                    dergelijk geval kan activering van deze investeringen bij wijze van uitzondering
                    uitkomst bieden.</al><al/><al>Artikel 11. Waardering oninbare vorderingen Artikel 11 geeft de regels voor de
                    bepaling van de hoogte van de voorziening voor oninbare vorderingen. Voor het
                    bepalen van de hoogte van de voorziening is in dit artikel gekozen voor een
                    scheiding in de bulkfacturen van de gemeente en de overige facturen. Voor de
                    bulkfacturen van gemeenten wordt een voorziening getroffen op basis van een in
                    te schatten percentage van oninbaarheid, omdat individuele beoordeling
                    ondoenlijk is. In gemeenten betreft het hier veelal vorderingen facturen lokale
                    heffingen en rechten.</al><al/><al>Artikel 12. Reserves en voorzieningenEen belangrijk beleidsmatig aspect betreft
                    de omvang van het eigen vermogen van een gemeente. Het eigen vermogen van een
                    gemeente bestaat uit de algemene reserves en bestemmingsreserves. Hoe groot moet
                    het eigen vermogen zijn om risico's op te vangen en gaan we een investering
                    financieren door belastingverhoging of door het interen op het eigen vermogen,
                    zijn financieel beleidsmatige vragen die thuishoren bij de raad. Artikel 12
                    bepaalt, dat het college inzicht biedt in de vorming en besteding van reserves
                    en voorzieningen.</al><al/><al>Artikel 13. Kostprijsberekening In artikel 13 is de grondslag voor de bepaling
                    van heffingen en tarieven neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, let b
                    Gemeentewet wordt geëist. De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven
                    is namelijk politieke besluitvorming door de raad op basis van de geraamde
                    hoeveelheden en de geraamde kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren
                    berekenen. In dit artikel worden uitgangspunten voor de bepaling van kostprijzen
                    gegeven. Artikel 13, lid 1 bepaalt, dat naast de direct aan een product toe te
                    rekenen kosten ook de indirecte kosten die rechtstreeks samenhangen met de
                    vervaardiging van het product, worden meegenomen voor de kostprijsbepaling. De
                    salariskosten van de burgemeester hoeven dus niet worden meegenomen voor de
                    kostprijsberekening van de rioolrechten. Het toe te rekenen deel van de overhead
                    van de gemeentelijke dienst waaronder het rioolbeheer valt moet dus wel worden
                    meegenomen in de kostprijsberekening. Artikel 229b, lid 2, Gemeentewet stelt,
                    dat bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke
                    vervanging van de betrokken activa voor bepaling van de geraamde kostprijs en
                    dus voor de bepaling van het tarief of de heffing mogen worden meegenomen. Veel
                    gemeenten hanteren daarnaast het mechanisme van rentetoerekening over de
                    reserves en de voorzieningen aan in gebruik zijnde kapitaalgoederen. Artikel 13,
                    lid 2 van de modelverordening bepaalt, dat deze beide kosten ook daadwerkelijk
                    worden meegenomen voor de berekening van de geraamde kostprijs. Indien is
                    gekozen voor het systeem van het toerekenen van bespaarde rente dan is het
                    verplicht deze rente als lasten mee te nemen in de kostprijs. Op grond van lid 2
                    moeten ook worden meegenomen de kosten compensabele BTW voor rioolrechten,
                    reinigingsrechten en afvalstoffenheffing. De begroting en jaarstukken zijn
                    exclusief de compensabele BTW. Voor dit soort heffingen is echter in de wet
                    bepaald dat ze wel meegenomen mogen worden in de kostprijsberekening, omdat de
                    gemeente deze kosten wel heeft, ook al wordt de BTW gecompenseerd. Het
                    rentepercentage van de toerekening van kapitaallasten is van invloed op de
                    lasten, maar ook van invloed op de kostprijs. Indien men voor de bouw van een
                    school een lening heeft afgesloten, kan men er voor kiezen de rentelasten op de
                    kosten van het schoolgebouw te laten drukken. Dit wordt in de gemeentelijke
                    boekhouding bereikt door de zogenaamde rente-omslagmethode. Het rentepercentage
                    dat wordt gehanteerd bij de omslagmethode, is van invloed op de kostprijs. Het
                    rentepercentage valt zodoende onder het budgetrecht van de raad. Daarnaast is
                    bij de renteomslag van de kapitaallasten toerekening van de bespaarde rente over
                    het eigen vermogen toegestaan. Artikel 13, lid 3 legt het te hanteren
                    rentepercentage voor de omslagrente van de kapitaallasten vast.</al><al/><al>Artikel 14. Financieringsfunctie De financieringsfunctie (treasury) is een
                    belangrijk onderdeel van het middelenbeheer. Gezien de operationele
                    kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212 het expliciete voorschrift dat
                    de verordening een onderdeel over de financieringsfunctie heeft. In dit artikel
                    wordt uitvoering gegeven aan artikel 212, tweede lid onder c. Het gaat om de
                    kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. De uitvoering van de
                    financieringsfunctie komt aan de orde in de financieringsparagraaf in de
                    begroting en de rekening zoals die in het Besluit begroting en verantwoording is
                    voorgeschreven. In dit artikel stelt de raad doelstellingen, richtlijnen en
                    limieten die voor het college gelden. Het vierde lid van het artikel draagt het
                    college op een financieringsstatuut (treasurystatuut) op te stellen dat met name
                    protocollen bevat voor de dagelijkse uitvoering. Onderwerpen die in zo'n besluit
                    aan de orde komen zullen met name betreffen het derivatenbeheer (indien van
                    toepassing), het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de
                    administratieve organisatie. Onder het risicobeheer vallen het
                    renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het koersrisicobeheer, het interne
                    liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer (indien van toepassing). In het
                    derde lid onder a wordt gesproken van een vereiste rating die een financiële
                    instelling moet hebben. De regelgeving schrijft voor dat het minimaal om een
                    A-rating moet gaan. Gemeenten kunnen zelf een zwaardere rating vaststelling,
                    bijvoorbeeld AA. In onderdeel b wordt verder gesproken over een hoofdsomgarantie
                    voor uitzettingen. Dit is de minimumeis die volgens de regeling geldt. De
                    nominale waarde van de uitzetting blijft dan in ieder geval intact. Gemeenten
                    kunnen een lager risicoprofiel kiezen voor uitzettingen indien op de hoofdsom
                    een inflatiepercentage gezet wordt van bijvoorbeeld 2%. De kasgeldlimiet en de
                    renterisiconorm zijn wettelijk geregeld (Wet financiering decentrale overheden,
                    artikel 3 en 4, respectievelijk 5 en 6). Overschrijding is niet toegestaan.
                    Gedeputeerde staten van de provincie moeten in hun hoedanigheid van
                    toezichthouder ingrijpen, maar kunnen onder bijzondere omstandigheden een
                    tijdelijke overschrijding tolereren. Bij overschrijding kan de gemeente worden
                    geconfronteerd met preventief toezicht op het sluiten van kortlopende
                    (kasgeldlimiet) of langlopende (renterisiconorm) leningen. De raad dient daarom
                    wanneer overschrijding dreigt terstond geïnformeerd te worden.</al><al/><al>Artikel 15. Registratie bezittingen en activa Voor een goed beeld van de
                    financiële positie is een volledige registratie van de gemeentelijke bezittingen
                    onontbeerlijk. Om te garanderen dat de registratie actueel en juist is, wordt in
                    dit artikel het college opgedragen periodiek de registratie te controleren en
                    bij afwijkingen maatregelen tot herstel te treffen.</al><al/><al>Artikel 16. Administratie In artikel 16 worden de kaders gegeven voor de
                    inrichting van administraties van de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen
                    welke gegevens moeten worden vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde
                    gegevens moeten voldoen. Deze verordening regelt niet Welke regels en
                    activiteiten daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het
                    college. Deze zal deze zaken wel in een besluit moeten vastleggen voor de
                    aansturing van de ambtelijke organisatie.</al><al/><al>Artikel 17. Financiële organisatie In dit artikel worden uitgangspunten voor de
                    inrichting van de financiële organisatie gegeven, waaraan het college bij het
                    stellen van regels voor de ambtelijke organisatie invulling moet geven. De
                    uitgangspunten vormen kaders voor het college, waaraan hij zich moet houden. In
                    de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan
                    functionarissen. In de onderdelen c t/m f worden eisen gesteld aan de
                    budgettoedeling en de verantwoording daarover.</al><al/><al>Artikel 18. Aanbesteding en inkoop De inkoop van goederen en diensten en de
                    aanbesteding van werken zijn belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot
                    budgettair effect kunnen hebben. Het hanteren van interne regels is naast de
                    desbetreffende administratieve aspecten tevens te zien als een vorm van
                    risicobeheersing. De aansprakelijkheid kan worden beperkt en er wordt jegens
                    derden rechtszekerheid gecreëerd. Artikel 18 legt aan het college de zorg op om
                    regels op te stellen voor de aanbesteding van werken en inkoop van goederen en
                    diensten. De regelgeving van de Europese Unie dient daarbij nageleefd te worden.
                    Doordat de regels worden vastgelegd kan de accountant bij zijn controle van de
                    jaarstukken nagaan of de interne regels (en de Europese regelgeving) zijn
                    nageleefd, het is een onderdeel van de rechtmatigheidstoets. De accountant
                    beoordeelt hiervoor eveneens het systeem van interne regels.</al><al/><al>Artikel 19. Subsidieverstrekking en steunverlening Een ander kwetsbare
                    activiteit van gemeenten is de subsidieverlening en steunverlening aan
                    ondernemingen. Ook hiervoor is het hanteren van interne regels te zien als een
                    vorm van risicobeheersing. Daarnaast is op delen van deze activiteit de Europese
                    regelgeving inzake staatssteun van toepassing.</al><al/><al>Artikel 20. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in de plaats van de vorige
                    op grond van het oude artikel 212 Gemeentewet opgestelde verordening. De
                    wetgever heeft bepaald, dat de nieuwe verordening artikel 212 Gemeentewet bij
                    alle gemeenten op het begrotingsjaar 2004 van toepassing moet zijn.</al><al/><al>Artikel 21. Citeertitel In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de
                    gemeentelijke stukken naar deze verordening kan verwijzen</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>