<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77691_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Son en Breugel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Son en Breugel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Brug, circa 12-05-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Son en Breugel 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-04-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-06-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04.0002392, 04.2414</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Exploitatieverordening</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Son en Breugel;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 april 2004,</al><al>bijlage nr. 24 - 2004;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie algemene zaken;</al><al/><al>gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de
                        Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening, houdende de voorwaarden waaronder
                        de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden (exploitatieverordening).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden:
                                    het door of met medewerking van de gemeente treffen van
                                    voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaken worden gebaat.</al></li><li nr="b."><al>Exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied, waarbinnen
                                    de onroerende zaken zijn gelegen die worden gebaat door de
                                    voorzieningen van openbaar nut die door of met medewerking van
                                    de gemeente worden getroffen.</al></li><li nr="c."><al>Exploitant: de eigenaar of rechthebbende van een in het
                                    exploitatiegebied gelegen on­roerende zaak die als gevolg van
                                    het door of met medewerking van de gemeente treffen van
                                    voorzieningen van openbaar nut wordt gebaat.</al></li><li nr="d."><al>Kostenbegroting: begroting van kosten en opbrengsten op basis
                                    waarvan de door een exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage
                                    wordt vastgesteld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend:</al><al>1. De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                            werken en werkzaam­heden:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken met
                                    inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al></li><li nr="b."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                    rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en
                                    andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen van
                                    openbaar nut en kunstwerken verband houdende werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de
                                    aanleg en de inrichting van openbare speelplaatsen en
                                    speelweiden alsmede de sierende elementen die rechtstreeks
                                    voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd
                                    bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                    aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voorzover het de
                                    ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft en
                                    voorzover de daarmee verband houdende kosten niet op andere
                                    wijze kunnen worden verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en
                                    voorzieningen van openbaar nut ter uitvoering van een
                                    bestemmingsplan;alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn
                                    voor een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                    nut.</al></li></lijst><al>2. De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden buiten het
                            exploitatie­gebied, voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken hierdoor direct dan wel indirect worden gebaat.</al><al>Onder de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut als
                            bedoeld in het eerste lid moet mede worden verstaan de storting van een
                            jaarlijkse bijdrage door de gemeente in een regiofonds ten behoeve van
                            concrete bovengemeentelijke voorzieningen zolang de gemeente tot deze
                            verplichte storting gehouden is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeen­komstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de
                                        daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van
                                        de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                        vorige volzin kan in het besluit zoals bedoeld in het eerste
                                        lid, worden bepaald dat de kostenbegroting op een later
                                        tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot vaststelling van
                                        de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                        artikel 139 van de Gemeentewet. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zo veel mogelijk
                                plaatsvindt via de gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.Tevens wordt bepaald dat,
                                ingeval op enigerlei wijze niet kan worden gekomen tot het aangaan
                                van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze
                                verordening, het kostenverhaal in daarvoor in aanmerking komende
                                gevallen kan plaatsvinden door middel van de vaststelling van een
                                baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><al>1. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te
                                weten:</al><lijst><li nr="a."><al>dde inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied
                                        gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond vermeerderd
                                        met de waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking
                                        van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden, en met de
                                        kosten van vrijmaken van opstallen - met inbegrip van de
                                        zich in de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                                        leidingen en kabels - persoonlijke rechten en lasten,
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijke lasten alsmede
                                        de kosten van schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding, -beheer en
                                        -toezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de
                                        kosten verband houdende met het opstellen van structuur- en
                                        bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige
                                        uitwerkin­gen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten
                                        tot het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                        alsmede van overige planologische maatregelen voor zoveel
                                        deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen van gronden
                                        binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van
                                        openbaar nut, voorzover deze verband houden met het verlenen
                                        van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden
                                        binnen het exploitatiegebied, alsmede de daarmee verband
                                        houdende kosten van onderzoeken, voorbereiding en
                                        toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover dit
                                        rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kan
                                        worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten
                                        verminderd met rente­opbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                        grondexploitatie behoren te worden gebracht. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende opbrengsten,
                                bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van
                                        openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                        baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2. van dit
                                artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in
                                het exploitatiegebied naar de mate van de baat die de onroerende
                                zaken hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van
                                openbaar nut zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening.</al><al>De mate van baat wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen
                                hieromtrent in artikel 6 is bepaald.</al><al>2. Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan
                                dat het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in
                                exploitatie zal worden gebracht.</al><al>3. Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of
                                prijswijzigingen danwel andere optredende wijzigingen met betrekking
                                tot het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                exploitatiegebied aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien.
                                Het besluit tot herziening van de kostenbegroting wordt
                                bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                en gebate gronden die als gevolg van de voor­zieningen van openbaar
                                nut niet geschikt worden voor bebouwing.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatie­gebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grond­oppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel
                                5, te bepalen grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in
                                baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                                onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                                dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatie­overeenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het
                                afstand doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d.,
                                onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële
                                akte opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                                artikel 5, is vastgesteld.</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatie­overeenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="1."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                                        aannemings­overeenkomst wordt gesloten, waarbij de gemeente
                                        als opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt
                                        aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op de door
                                        de exploitant uit te voeren werken geschieden door of
                                        vanwege de gemeente;</al></li><li nr="2."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                        vastgesteld op een pro-formabedrag van € 1,-, zulks met
                                        inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                        bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen.</al><al>Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                                overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen
                                tezamen dit bekend aan de opdracht­gevers, waarna de meest gerede
                                partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in
                                het kanton waartoe de gemeente behoort, kan verzoeken deze
                                des­kundige te benoemen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:1. de
                                        inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant
                                        behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit
                                        artikel is van overeenkomstige toepassing;2. het in de
                                        kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals bedoeld in
                                        artikel 5, eerste lid, sub 1 onder b. tot en met f., voor
                                        zover de uitvoering van de daarmee verband houdende werken
                                        en werkzaamheden voor risico en rekening komt van de
                                        exploitant. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b, sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot het
                                verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie
                                brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een door burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding
                                van het exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant
                                bekendgemaakt. Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het
                                bepaalde in de slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige
                                toepassing. Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een
                                aanvraag in te dienen bij burgemeester en wethouders voor
                                medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes maanden na ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat
                                de in artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband
                                houdende aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door
                                burgemeester en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van
                                het exploitatie­gebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. Het
                                bepaalde in artikel 5, derde lid, slotzin is niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan, gericht op de
                                        voorgenomen exploitatie van gronden, geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                        leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                        overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden
                                        tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding
                                        van bebouwing en/of herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote
                                        kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                        doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering, etc. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        het bestemmingsplan of de herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend.</al><al>Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant tevens
                                een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, aangeboden
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaats­vinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde
                                over­eenkomst, maken burgemeester en wethouders aan exploitant
                                bekend dat het kosten­verhaal kan plaatsvinden door middel van een
                                baatbelasting, zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in
                                het kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerking­treding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kosten­verhaalsbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig,
                                op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval
                                geldt daarbij dat, indien binnen dat exploitatie­gebied wordt
                                gekomen tot een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                de vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage
                                geschiedt op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerking­treding van deze verordening een
                                kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft de "Exploitatieverordening gemeente Son en
                                Breugel 1996" van toepassing tot twee jaren nadat de ten behoeve van
                                dat exploitatiegebied getroffen en/of te treffen voorzieningen van
                                openbaar nut geheel zijn voltooid met dien verstande dat, voor zover
                                van belang in afwijking van de "Exploitatieverordening gemeente Son
                                en Breugel 1996", het aangaan van overeenkomsten geschiedt door
                                burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                "Exploitatieverordening gemeente Son en Breugel 1996" van toepassing
                                tot op de aanvraag is beslist, met dien verstande dat, indien tot
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt besloten,
                                laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot twee jaren
                                nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn
                                voltooid en, voor zover van belang in afwijking van de
                                "Exploitatieverordening gemeente Son en Breugel 1996", het aangaan
                                van overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de dag waarop de
                                bekendmaking ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet heeft
                                plaats­gevonden, derhalve op 17 juni 2004.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de "Exploitatieverordening gemeente
                                Son en Breugel 1996", zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 18
                                december 1996, met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor
                                de gevallen zoals bedoeld in artikel 13, tweede en derde lid.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Son en Breugel 2004".</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 29 april 2004.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mr. F. den Hengst drs. J.F.M. Gaillard</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>